Wat is het doel van een tussenmeting?

Om vast te stellen of de behandelde leerstof is begrepen.

Wat is een voorbeeld van een leergang praktijkles?

De instructie vorderingskaart.

Waar is de leergang in onderverdeeld?

In fasen, die worden afgesloten met een toets.

In plaats van achteruitparkeren in een parkeervak, ga je voorruit parkeren aan je leerling aanleren. Waar moet deze wijziging worden aangebracht?

In de leergang.

Wanneer neemt de rijinstructeur een proefexamen af?

Aan het einde van de leergang.

Wat hoort bij een lesplan?

Een doelstelling, variatie van didactische werkvormen en tijdsplanning.

Waar moet je voor zorgen voordat je een les start met de leerling?

De lesplan en route goed voorbereid zijn.

Wat is het doel van een lesplan?

Om niet chaotisch les te geven.

Waar is het lesplan in onderverdeeld?

Lesstappen.

In welke fase van een lesplan wordt de doelstelling bekend gemaakt?

In de inleiding.

Wat doe je als rijinstructeur aan het begin van de les?

Je geeft een samenvatting van de vorige les en wat de leerling deze les gaat doen.

In welke fase van een lesplan wordt de handeling aangeleerd?

In de kern.

Wat is de juiste volgorde van het instructieproces?

Planningsfase (voorbereiding), interactiefase (uitvoeringsfase) en evaluatiefase.

Wanneer gebruikt een instructeur het model didactische analyse?

Bij de lesvoorbereiding, lesuitvoering en lesevaluatie.

Leerling gaat voor het eerst snelweg oefenen. Hoe ga je de doelstelling bekend maken?

Einde van de les moet je tenminste 1 maal met minder hulp van mij veilig en vlot een autosnelweg kunnen berijden.

Tijdens de eerste rijles begint de rijinstructeur met de leerling gasgeven, koppeling bedienen en met de versnelling op een afgesloten terrein. De volgende les wil je met hetgeen verder. Wat moet de doelstelling dan zijn van deze les?

Einde van de les kan de leerling zelfstandig deze handelingen uitvoeren op een afgesloten terrein.

U gaat met uw leerling voor het eerst de hellingproef doen, u geeft daarbij instructie. Wat is nu het best passende lesdoel?

De leerling kan op een niet als te steile helling de hellingproef uitvoeren zonder dat de auto terugrolt.

In welke volgorde ga je lesgeven?

Aanvangsniveau bepalen, doelstelling vormen, motivatie.

Wat moet een instructeur tijdens de les nooit overslaan?

Controle aanvangsniveau.

Door feitelijke beginsituatie vast te stellen kun je?

Aansluiten bij kennis en vaardigheden van de leerling.

Als rijinstructeur staat u ’s ochtends op en ziet dat het licht heeft gesneeuwd. Wat gaat u doen?

Per leerling beoordelen en eventueel de route aanpassen.

Waar hou je het meest rekening mee als je een didactische werkvorm gaat kiezen?

Met de leerstof die je gaat plannen.

Wat bepaalt in de eerste plaats welke didactische werkvorm je gaat kiezen?

De te behandelen leerstof.

Wat is een dwarsverband van keren op een niet te brede rijbaan in steken?

Stuurtechniek.

Je leerling presteert goed en heeft al een motorrijbewijs. Welke onderdelen ga je niet met hem oefenen?

Korte deelhandelingen en lange stukken rijden.

Met welke leerling moet de rijinstructeur korte stukken rijden en veel handelingen oefenen?

Beginnende leerling (specifieke taken)

U geeft de leerling eerst een ruime rij opdracht, zodat u gelegenheid heeft om te beslissen welk onderdeel u vandaag gaat oefenen. Wat is er fout aan deze les?

De rijinstructeur moet het lesonderwerp aan de hand van de instructiekaart vooraf kiezen en voorbereiden.

Welke hulpmiddelen kun je gebruiken bij een praktijkles?

Instructiekaart, miniatuurauto’s, handelingsanalyses.

Wanneer gebruik je een situatieschets?

Bij de uitleg.

Wat is de meest didactische functie van een videocamera bij een praktijkles?

De leerling achteraf de beelden laten zien en bespreken wat goed en minder goed ging.

Waarom is het lesonderwerp ingedeeld van eenvoudig naar complex?

Hierdoor is het een logische opbouw.

Wanneer worden de kenmerken van de leerling vastgesteld?

Tijdens de intest.

Tijdens de lesvoorbereiding maak je een verdeling in het aanleren van globale rijtaken en het aanleren van deeltaken, Bij welke leerling zal je verhoudingsgewijs meer bezig zijn met aanleren van deeltaken?

Een beginnende leerling.

Tijdens de lesvoorbereiding maak je een verdeling in het aanleren van globale rijtaken en het aanleren van deeltaken, Bij welke leerling zal je verhoudingsgewijs meer bezig zijn met globale rijtaken?

Een gevorderde leerling.

In welke leeftijdscategorie is het verschil tussen mannen en vrouwen het minst?

Tussen de 20 en 25 jaar.

Welke leerling leert het snelst autorijden? (Leeftijd)

De 18-jarige leerling.

Wat is een variabel leerling kenmerk?

Zijn instelling.

Je gaat naar een tankstation met de leerling, daar controleer je de bandenspanning. De leerling zegt “mag ik dat zelf doen? ik wil het ook graag leren!” Wat voor leerling is dit?

Een leerling die intrinsiek gemotiveerd is.

Hoe kun je een onzekere leerling het beste begeleiden?

Door het vaak dezelfde handeling achter elkaar te laten herhalen.

Je gaat naar een tankstation met de leerling, daar controleer je de bandenspanning. De leerling zegt “waarom moet ik dat leren? Ik krijg dat toch niet op het examen!” Wat voor leerling is dit?

Een leerling die extrinsiek gemotiveerd is.

Hoe kun je het beste omgaan met een introverte leerling?

Regelmatig vragen stellen om te controleren of de leerling het begrepen heeft.

Je weet dat de leerling positieve faalangst heeft en je wilt de les kruispunten gaan behandelen. Hoe kunt u dan het beste een route plannen?

U plant een route waarin u alle stappen kunt behandelen en waarbij verschillende kruispunten aan bod komen.

Welke leerstijl heeft een negatief faalangstige leerling?

De stuurloze.

Hoe kan de rijinstructeur een negatief faalangstige leerling motiveren?

Doelstelling duidelijk aangeven.

Hoe kan je een negatief faalangstige leerling het beste begeleiden?

Door regelmatig te zorgen voor een terugkoppeling of feedback te geven en veel aandacht.

U wilt een les voorbereiden voor een negatief faalangstige leerling. Waar zult u extra tijd aan moeten besteden?

Motivatie van het nieuwe lesonderwerp.

De leerling heeft veel aan je aanwijzingen, maar zelf uitvoeren lukt hem niet. Hoe is deze leerling ingesteld?

Visueel.

Hoe geef je bij voorkeur les aan een auditief ingestelde leerling?

Door een duidelijke uitleg te geven en vervolgens te laten zien.

Welke mensen zullen eerder hun rijbewijs halen? Wanneer ze ________ zijn ingesteld.

Motorisch.

In een volgende les gaat u met een leerling voor het eerst achteruit in een vak parkeren. U maakt een lesplan. U gaat uit
van een uitleg aan de leerling, gevolgd door het zelf te oefenen door de leerling. Deze manier van les geven past het best bij een __________ leerling?

Motorische.

Waar worden cognitieve vaardigheden toetsen op gebaseerd?

Kennis en inzicht.

Hoe kom je achter de leerstijl van een leerling?

Door de leerling te observeren.

Hoe kan de rijinstructeur de leerstijl van een leerling vaststellen?

Door een intest af te nemen.

Een leerling vindt het fijn om de verantwoordelijkheid zelf te nemen. Welke instructiemethode moet je toepassen?

De gehele leerstof in één keer geven. (Totaal instructie)

Hoe houdt u bij uw lesvoorbereiding rekening met een leerling die graag zelf verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leren?

U biedt de leerling de lesstof in zijn geheel aan. (Meerdere rijtaken)

In welke fase bevindt de leerling zich als hij/zij extern sturend is?

De beginnende leerling.

In welke fase is de leerling “extern sturend”

In de DOMA fase.

U bedenkt in de les wat u met de leerling gaat doen. Wanneer kunt u dat het beste doen om u lestijd zo effectief mogelijk te besteden?

In de lesvoorbereiding.

Aanvangsniveau Begingedrag

Dit is wat de leerling feitelijk al weet of kan. Hiervoor wordt ook de term “begingedrag” gebruikt. Voordat de leerling met een nieuw lesonderdeel begint, is het belangrijk te weten of het benodigde aanvangsgedrag beheerst wordt. Dit toets je door de leerling een rijopdracht bij een praktijkles te geven, of stel je enkele vragen bij een theorieles.

Algemene doelstelling

Algemene of breed geformuleerde doelen. Ze zijn van belang om de richting van een opleiding of cursus af

Coachen

Een werkwijze waarbij een instructeur de leerling observeert terwijl deze een taak uitvoert en daarbij hem voorziet van hints, hulp, en commentaar (feedback), waar dat nodig is. De methode wordt gebruikt om net aangeleerde vaardigheden verder te perfectioneren.

Corrector

Iemand die andermans prestaties observeert, beoordeelt en helpt te verbeteren door aanwijzingen te geven.

Didactiek

Didactiek is de leer van het onderwijzen en instrueren. Men onderscheidt algemene didactiek en vakdidactiek. Wij houden ons hier voornamelijk bezig met vakdidactiek, namelijk het bespreken van regels en aanwijzingen voor het geven van rijlessen.

Didactische analyse / Model didactische analyse

Schema of model van het onderwijsleerproces. Het verschaft inzicht in de onderlinge samenhang van de didactische componenten: leerdoelstelling, beginsituatie, onderwijsleerproces en evaluatie. Dit model is te gebruiken voor zowel lesvoorbereiding als -evaluatie.

Didactische werkvormen

Manier(en) om leerprocessen te organiseren. De oudste en meest traditionele didactische werkvormen zijn doceren en het onderwijsleergesprek. Daarnaast zijn veel andere vormen, waarvan bij de rij –instructie demonstreren en oefenen zeer belangrijk zijn.

Dwarsverbanden

Verbindingen van een bepaald onderwerp met andere onderwerpen. Wil men bijvoorbeeld de techniek van het remmen aanleren, dan kan men ook spreken over de functie van de banden, bandenspanning, vereiste profieldiepte, en dergelijke.