# Opleiding Rijinstructeur > Alles over de opleiding tot rijinstructeur ## Berichten ### Hoe kun je je voorbereiden op het examen voor rijinstructeur? [ad_1] Als je je droom wilt verwezenlijken om een professionele rijinstructeur te worden, dan is het belangrijk om de juiste opleiding te volgen. Er zijn verschillende soorten opleidingen voor rijinstructeurs, waaronder een opleiding voor motorrijinstructeurs, autorijinstructeurs en vrachtwagenrijinstructeurs. Het eerste dat je moet doen als je een opleiding rijinstructeur wilt volgen, is je aanmelden bij een erkende opleidingsinstelling. Er zijn veel erkende instellingen in Nederland, waaronder het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen). Deze instellingen bieden verschillende soorten opleidingen, afhankelijk van het type voertuig waarvoor je de opleiding wilt volgen. De opleiding bestaat uit verschillende modules, waaronder theorie, praktijk en examens. Het theoriegedeelte bestaat uit lessen over verkeersregels, verkeersveiligheid en het verkeersgedrag van verschillende soorten voertuigen. Daarnaast krijg je ook les over het onderhoud van voertuigen en de technische aspecten van het rijden. In het praktijkgedeelte van de opleiding leer je hoe je een voertuig moet besturen, hoe je moet reageren op situaties in het verkeer en hoe je een voertuig moet onderhouden. Ook leer je hoe je een auto moet parkeren en hoe je moet omgaan met verschillende soorten weersomstandigheden. Aan het einde van de opleiding zal je een examen moeten afleggen. Dit examen bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een theorietoets, een praktijkexamen en een examen met een rijsimulator. Als je alle examens met goed gevolg hebt afgerond, krijg je het rijinstructeursdiploma en mag je aan de slag als professionele rijinstructeur. Als je een opleiding rijinstructeur wilt volgen, is het belangrijk om een erkende opleidingsinstelling te kiezen die goed aansluit bij je behoeften. Zoek een instelling die je de beste kwaliteit opleiding biedt, zodat je de beste kansen hebt om je droom waar te maken. [ad_2] ### Wat zijn de verschillende opties voor opleidingen voor rijinstructeur? [ad_1] De weg naar een carrière als rijinstructeur Als je van autorijden houdt en je wilt je carrière verrijken met een professionele opleiding, dan is een opleiding tot rijinstructeur misschien wel iets voor jou. Rijinstructeurs zijn professionals die mensen helpen om hun rijvaardigheid te verbeteren en te verfijnen. Om een rijinstructeur te worden, moet je een speciale opleiding volgen. De opleiding tot rijinstructeur bestaat uit verschillende stappen. Ten eerste moet je een theorie-examen afleggen. Dit examen bestaat uit vragen over verkeersregels, verkeersinzicht en verkeersveiligheid. Als je het theorie-examen met goed gevolg aflegt, kun je verder gaan met de praktijkopleiding. De praktijkopleiding bestaat uit verschillende onderdelen. Je leert hoe je een auto veilig en efficiënt bestuurt, hoe je het beste kunt communiceren met je leerlingen en hoe je de juiste technieken kunt gebruiken om je leerlingen te helpen hun rijvaardigheid te verbeteren. Na het afronden van de praktijkopleiding moet je een praktijkexamen afleggen. Dit examen bestaat uit twee delen: een praktijkexamen voor het besturen van een auto en een examen voor het geven van rijles. Als je het praktijkexamen met goed gevolg aflegt, krijg je een rijinstructeursdiploma. Na het behalen van je diploma kun je aan de slag als rijinstructeur. Het is belangrijk dat je als rijinstructeur je kennis en vaardigheden blijft bijhouden door regelmatig bijscholing te volgen. Als je het leuk vindt om mensen te helpen hun rijvaardigheid te verbeteren, dan is een opleiding tot rijinstructeur misschien wel iets voor jou. Met de juiste opleiding en de juiste vaardigheden kun je een carrière als rijinstructeur opbouwen. [ad_2] ### Hoe kun je je kwalificaties als rijinstructeur verbeteren? [ad_1] Rijinstructeur: een interessante en uitdagende baan Ben je een gepassioneerde bestuurder en heb je een passie voor het leren van mensen hoe ze veilig kunnen rijden? Dan is een opleiding tot rijinstructeur misschien iets voor jou! Een rijinstructeur is een professionele chauffeur die verantwoordelijk is voor het opleiden van leerlingen in het verkeer. Rijinstructeurs helpen leerlingen bij het verwerven van de vaardigheden die nodig zijn om veilig en verantwoordelijk te rijden. Instructeurs geven ook advies over verkeersveiligheid en verkeersregels. Om een rijinstructeur te worden, moet je eerst een opleiding volgen. Deze opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktisch deel. Het theoretische deel bestaat uit het bestuderen van verkeersregels en -veiligheid, het opstellen van lessen en het verzorgen van presentaties. Het praktische deel omvat het observeren en begeleiden van leerlingen tijdens het rijden. Na het voltooien van de opleiding kunnen rijinstructeurs hun eigen bedrijf starten of werken bij een rijschool. Rijinstructeurs kunnen ook als zelfstandige werken, waarbij ze hun eigen tarieven en klanten kunnen bepalen. Een carrière als rijinstructeur is interessant en uitdagend. Het is een geweldige manier om mensen te helpen en tegelijkertijd een goed inkomen te verdienen. Het is ook een kans om je chauffeursvaardigheden te verbeteren en tegelijkertijd een verschil te maken in het leven van anderen. [ad_2] ### Wat moet je weten over de opleiding voor rijinstructeur? [ad_1] De opleiding tot rijinstructeur is een zeer interessante en uitdagende baan. Als rijinstructeur ben je verantwoordelijk voor het aanleren van de juiste rijvaardigheid aan leerlingen. Om deze taak te vervullen, is een goede opleiding nodig. De opleiding tot rijinstructeur is een zeer intensieve opleiding die bestaat uit verschillende onderdelen. Om te beginnen, moet je een theorie-examen afleggen. Dit examen bestaat uit verschillende onderwerpen, zoals verkeersregels, verkeersveiligheid en verkeerspsychologie. Als je het theorie-examen hebt gehaald, kun je door naar de praktijk. Vervolgens moet je een praktijkopleiding volgen. In deze opleiding leer je hoe je leerlingen goed kunt begeleiden bij het aanleren van de juiste rijvaardigheid. Je leert ook hoe je de leerlingen kunt beoordelen op hun rijvaardigheid. Na de praktijkopleiding moet je een examen afleggen om je rijinstructeurscertificaat te krijgen. Als je dit examen hebt gehaald, kun je als rijinstructeur aan de slag. Als rijinstructeur heb je een belangrijke taak. Je bent verantwoordelijk voor het aanleren van de juiste rijvaardigheid aan leerlingen. Daarom is het belangrijk dat je een goede opleiding volgt voordat je als rijinstructeur aan de slag gaat. De opleiding tot rijinstructeur is een zeer intensieve opleiding die bestaat uit verschillende onderdelen, zoals theorie, praktijk en examens. Als je deze opleiding met succes hebt afgerond, kun je als rijinstructeur aan de slag. [ad_2] ### Wat is de beste manier om je voor te bereiden op de opleiding voor rijinstructeur? [ad_1] Een opleiding rijinstructeur is een waardevolle investering in jouw toekomst. Als je een opleiding rijinstructeur volgt, leer je de basisvaardigheden die je nodig hebt om een goede rijinstructeur te worden. De opleiding bestaat uit zowel theorie als praktijk. In de theorie leer je alles over de wet- en regelgeving omtrent het rijden. Je leert ook over de verschillende soorten voertuigen, de verkeersregels en de technieken die je nodig hebt om veilig te rijden. In de praktijk leer je hoe je een auto bestuurt, hoe je deze veilig bestuurt en hoe je deze goed onderhoudt. Je leert ook hoe je een auto op de juiste manier parkeert, hoe je een auto start en hoe je deze goed stuurt. Na het afronden van de opleiding rijinstructeur ben je in staat om jouw kennis en vaardigheden te gebruiken om anderen te leren rijden. Je bent dan in staat om mensen te leren hoe ze veilig kunnen rijden, hoe ze een auto kunnen onderhouden en hoe ze de verkeersregels kunnen volgen. Door een opleiding rijinstructeur te volgen, kun je jouw kansen op een baan als rijinstructeur vergroten. Je krijgt meer kennis en vaardigheden die je kunt gebruiken om mensen te leren rijden. Daarnaast kun je ook de nodige certificeringen behalen die je kunt gebruiken om je kansen op een baan te vergroten. Als je een opleiding rijinstructeur wilt volgen, zijn er verschillende opties. Je kunt de opleiding volgen bij een opleidingsinstituut of bij een rijschool. De meeste opleidingen duren ongeveer een jaar en bevatten zowel theorie als praktijk. Als je een opleiding rijinstructeur hebt afgerond, kun je je verder specialiseren in bepaalde gebieden. Je kunt bijvoorbeeld een specialisatie volgen in het lesgeven aan kinderen of in het lesgeven aan mensen met een handicap. Een opleiding rijinstructeur is een waardevolle investering in jouw toekomst. Je krijgt de kennis en vaardigheden die je nodig hebt om mensen te leren hoe ze veilig kunnen rijden. Daarnaast kun je ook verschillende certificeringen behalen die je kunt gebruiken om je kansen op een baan te vergroten. [ad_2] ### Wat zijn de voordelen van het volgen van een opleiding voor rijinstructeur? [ad_1] Een opleiding tot rijinstructeur is een uitdagende en interessante baan waarmee je je leven kunt veranderen. Je kunt je kennis over voertuigbesturing en verkeersregels delen met anderen en zo hun levens veiliger maken. Er zijn veel voordelen aan het worden van een rijinstructeur, maar er zijn ook een aantal vereisten die je moet voldoen voordat je de opleiding kunt volgen. Om een rijinstructeur te worden, moet je eerst een geldig rijbewijs hebben. Je moet ook een bepaalde leeftijd hebben en over een bepaalde ervaring beschikken. Bovendien moet je een verklaring van goed gedrag kunnen overleggen. Als je aan al deze vereisten voldoet, kun je je aanmelden bij een erkende rijschool. Eenmaal aangemeld bij de rijschool, begint de opleiding tot rijinstructeur. Deze opleiding bestaat uit een aantal theorie- en praktijklessen. Tijdens de theorie-lessen leer je over verkeersregels, voertuigbesturing en begeleidingstechnieken. Tijdens de praktijklessen leer je hoe je een voertuig bestuurt en hoe je een leerling kunt begeleiden. Naast de lessen, moet je ook enkele toetsen afleggen. Als je deze toetsen met succes aflegt, krijg je een certificaat dat je bekwaamheid als rijinstructeur bevestigt. Je kunt vervolgens aan de slag als rijinstructeur en je eigen rijschool opzetten. De opleiding tot rijinstructeur is een uitdagende taak. Maar als je de vereisten voldoet en de opleiding met succes afrondt, kun je je leven veranderen door mensen te helpen veiliger te rijden. [ad_2] ### Hoe kies je de juiste opleiding voor rijinstructeur? [ad_1] Een rijinstructeur is iemand die mensen klaarstoomt voor het behalen van hun rijbewijs. Om deze taak goed uit te voeren, moet een rijinstructeur beschikken over een aantal specifieke vaardigheden. Om deze vaardigheden te verwerven, is een opleiding als rijinstructeur nodig. De opleiding rijinstructeur duurt meestal een jaar en bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Zo moet een kandidaat een theorie-examen afleggen, waarin hij/zij wordt getest op kennis van de verkeersregels en verkeersveiligheid. Daarnaast moet de kandidaat ook een praktijk-examen afleggen, waarin hij/zij wordt getest op zijn/haar vaardigheden als bestuurder. Een goede rijinstructeur heeft niet alleen kennis van de verkeersregels en verkeersveiligheid, maar ook een goed ontwikkelde sociale vaardigheid. De kandidaat moet in staat zijn om op een rustige en respectvolle manier met leerlingen om te gaan, zodat ze zich op hun gemak voelen. Ook moet hij/zij in staat zijn om op een heldere en begrijpelijke manier uitleg te geven over de verkeersregels, zodat de leerlingen deze goed kunnen begrijpen en toepassen. Na het afronden van de opleiding rijinstructeur, krijgt de kandidaat een certificaat. Met dit certificaat kan hij/zij aantonen dat hij/zij voldoende kennis en vaardigheden heeft om als rijinstructeur te werken. Als je interesse hebt in het worden van een rijinstructeur, is het belangrijk dat je kiest voor een erkende opleiding. Kies voor een opleiding die wordt aangeboden door een erkend instituut, zodat je er zeker van bent dat je een goede opleiding krijgt. [ad_2] ### Wat zijn de eisen om rijinstructeur te worden? [ad_1] Het beroep van rijinstructeur is een interessante en uitdagende baan. Als rijinstructeur help je mensen om hun rijbewijs te halen en hun vaardigheden te verbeteren. Om een rijinstructeur te worden, moet je eerst een opleiding volgen. De opleiding voor rijinstructeur bestaat uit een theoretische en een praktische component. Tijdens de theoriecomponent leer je de wetten en regels van het verkeer, veiligheid en verkeersgedrag. Je leert ook hoe je een les moet geven en hoe je studenten kunt begeleiden. Vervolgens krijg je tijdens de praktijkcomponent hands-on ervaring. Je leert hoe je een auto moet besturen, hoe je moet parkeren en hoe je moet schakelen. Je leert ook hoe je studenten kunt begeleiden en hoe je met verschillende situaties kunt omgaan. Na afloop van de opleiding krijg je een certificaat dat je kwalificeert als rijinstructeur. Om je certificaat te behouden, moet je ook periodiek een bijscholing volgen. Om een goede rijinstructeur te worden, is het belangrijk om goed te communiceren met je studenten. Je moet hen vertrouwen geven en hen helpen om hun vaardigheden te verbeteren. Je moet ook geduldig en begripvol zijn. Als je een goede rijinstructeur wilt worden, is het belangrijk om de opleiding goed te volgen. Neem de tijd om de theorie te begrijpen en de praktijk goed te oefenen. Als je je best doet, kun je een goede rijinstructeur worden. [ad_2] ### Wat is de beste opleiding om rijinstructeur te worden? [ad_1] Een rijinstructeur opleiding is een belangrijke stap voor mensen die willen werken als rijinstructeur. De opleiding is bedoeld om mensen te helpen hun vaardigheden te verbeteren en om te leren hoe ze veilig en verantwoordelijk kunnen autorijden. De opleiding bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder theorie, praktijk en examens. Om een rijinstructeur te worden, moet je eerst een theorie-examen afleggen, waarin je wordt getest op kennis over verkeersregels, technische kennis en verkeersveiligheid. Daarnaast moet je ook een praktijkexamen afleggen om te laten zien dat je de vaardigheden hebt om veilig te rijden. Na het afleggen van de examens, kunnen rijinstructeurs een rijinstructeursdiploma behalen. Dit diploma is belangrijk om als rijinstructeur te kunnen werken. Naast het behalen van het rijinstructeursdiploma, is het ook belangrijk dat rijinstructeurs hun kennis en vaardigheden up-to-date houden. Hiervoor moeten ze regelmatig bijscholingen bijwonen. Rijinstructeurs moeten ook een verklaring omtrent gedrag (VOG) aanvragen. Dit is een document dat door de overheid wordt uitgegeven en waarin staat dat de rijinstructeur geen strafbare feiten heeft gepleegd. Als je denkt dat een rijinstructeur opleiding iets voor jou is, moet je contact opnemen met een erkend rijschool. Ze kunnen je meer informatie geven over de opleiding, de kosten en de certificering. [ad_2] ### Hoe word ik een gecertificeerde rijinstructeur? [ad_1] Als je een carrière als rijinstructeur wilt beginnen, dan is het belangrijk om de juiste opleiding te volgen. In Nederland zijn er verschillende opleidingen die je kunt volgen om rijinstructeur te worden. De eerste stap om een rijinstructeur te worden, is door het volgen van een theorie-examen. Dit examen is bedoeld om te bepalen of je de kennis en vaardigheden hebt die nodig zijn om de lessen te geven. Het examen bestaat uit een schriftelijk gedeelte en een praktijkgedeelte. Na het slagen voor het theorie-examen, kun je beginnen met het volgen van een opleiding tot rijinstructeur. Er zijn verschillende opleidingsinstituten in Nederland die deze opleiding aanbieden. De opleiding bestaat uit verschillende modules, waaronder theorie, praktijk en didactiek. Tijdens de opleiding leer je hoe je veilig kunt rijden, hoe je lessen kunt voorbereiden en hoe je kunt omgaan met verschillende soorten leerlingen. Ook leer je hoe je een examen kunt afnemen en hoe je kunt beoordelen of een leerling geslaagd is. Na het voltooien van de opleiding, kun je een examen afleggen bij een erkend exameninstituut. Als je hiermee slaagt, ben je gekwalificeerd om als rijinstructeur te werken. Een opleiding tot rijinstructeur is een uitdagende, maar ook leuke opleiding. Als je deze opleiding volgt, kun je je carrière als rijinstructeur beginnen en leerlingen helpen om veilig te leren autorijden. [ad_2] ### Hoe kies je de juiste IBKI Rijinstructeur voor jou? [ad_1] Ibki Rijinstructeur: Een Deskundige in Opleidingen voor Rijbewijs Ibki Rijinstructeur is een deskundige in opleidingen voor het behalen van een rijbewijs. Het is een bedrijf dat gespecialiseerd is in het verzorgen van rijopleidingen voor alle soorten rijbewijzen. Ibki Rijinstructeur biedt verschillende soorten rijopleidingen aan, waaronder theorie- en praktijkopleidingen, rijexamens en herhalingscursussen. Ibki Rijinstructeur werkt met een team van ervaren en gecertificeerde instructeurs. Elk lid van het team is gespecialiseerd in een bepaald aspect van het rijden, zoals stuurtechniek, verkeersregels, het omgaan met stress en het aanleren van de juiste rijhouding. De instructeurs van Ibki Rijinstructeur staan ​​altijd klaar om de studenten te helpen bij het leren van de theorie en het oefenen van de praktijk. Ibki Rijinstructeur biedt ook een aantal voordelen aan zijn studenten. Zo bieden ze een gratis proefles aan, waarmee studenten kunnen kennismaken met de instructeur, de auto en de omgeving. Daarnaast bieden ze ook kortingen aan voor studenten die meerdere lessen boeken. Ibki Rijinstructeur staat garant voor een kwalitatief hoogstaande opleiding. Ze werken alleen met gecertificeerde instructeurs die een uitgebreide kennis hebben van het rijden en de verkeersregels. Daarnaast bieden ze ook een 24/7-klanthulp aan, waar studenten terecht kunnen met al hun vragen over de opleiding. Kortom, Ibki Rijinstructeur is een betrouwbare en deskundige partner voor het behalen van een rijbewijs. Met hun ervaren en gecertificeerde instructeurs, voordelige tarieven en 24/7-klanthulp is Ibki Rijinstructeur de perfecte keuze voor iedereen die een rijbewijs wil behalen. [ad_2] ### Wat moet je weten over IBKI Rijinstructeurs? [ad_1] Ibki Rijinstructeur: Een Professionele Manier om Uw Rijbewijs Te Halen Als je op zoek bent naar een professionele rijinstructeur, dan is Ibki Rijinstructeur de perfecte keuze. Ibki Rijinstructeur is een ervaren en gediplomeerde rijinstructeur die je op een professionele manier helpt om je rijbewijs te halen. Ibki Rijinstructeur biedt zowel theorie- als praktijklessen aan. De theorie-lessen zijn gericht op het verwerven van kennis over verkeersregels, verkeersveiligheid en verkeersinzicht. In de praktijklessen leer je de basisvaardigheden die nodig zijn om een veilige en verantwoordelijke bestuurder te worden. Ibki Rijinstructeur heeft een uitgebreide ervaring met het geven van rijlessen. Hij heeft al vele leerlingen geholpen om hun rijbewijs te halen. Ibki Rijinstructeur is ook een ervaren en gecertificeerde rijinstructeur, waardoor je er zeker van kunt zijn dat je in veilige handen bent. Ibki Rijinstructeur biedt ook een aantal extra diensten aan, zoals het verzorgen van rijexamens en het geven van advies over de beste manier om je rijbewijs te halen. Door deze extra diensten krijg je een compleet pakket aan rijlessen en kun je je rijbewijs in een korte tijd halen. Kortom, als je op zoek bent naar een professionele rijinstructeur, dan is Ibki Rijinstructeur de perfecte keuze. Je krijgt een goede en professionele begeleiding waardoor je op een veilige manier je rijbewijs kunt halen. [ad_2] ### Waarom is het belangrijk om een IBKI Rijinstructeur te hebben? [ad_1] IBKI Rijinstructeur: een betrouwbare keuze voor uw rijopleiding Als je op zoek bent naar een betrouwbare rijinstructeur, kies dan voor IBKI. IBKI staat voor "Internationale Beroepskeurmerk Instructeurs". IBKI Rijinstructeurs zijn gecertificeerd door het STIWA, het Nederlandse register voor rijinstructeurs. IBKI Rijinstructeurs staan garant voor kwaliteit, betrouwbaarheid en deskundigheid. IBKI Rijinstructeurs zijn gekwalificeerde professionals met een ruime ervaring in het lesgeven van autorijden. Ze hebben de kennis en vaardigheden om je op een veilige manier te leren autorijden. De IBKI Rijinstructeurs zijn gespecialiseerd in het lesgeven van autorijden en hebben een uitgebreide kennis over alle aspecten van autorijden. IBKI Rijinstructeurs maken gebruik van de nieuwste technologieën om je op een veilige manier te leren autorijden. Ze gebruiken verschillende methoden om je te helpen om je rijvaardigheid te verbeteren. Ze maken gebruik van interactieve leermethoden, zoals videogames, simulatoren en online leerprogramma's. IBKI Rijinstructeurs stellen hun leerlingen voorop. Ze stellen de leerlingen op de eerste plaats en zorgen ervoor dat de leerlingen een goede basis hebben om veilig te kunnen autorijden. IBKI Rijinstructeurs zijn gespecialiseerd in het lesgeven van autorijden en hebben een uitgebreide kennis over alle aspecten van autorijden. IBKI Rijinstructeurs bieden ook een uitgebreid pakket aan diensten, waaronder rijles in de auto, theorie-examens, rijexamens en het verzorgen van rijopleidingen. IBKI Rijinstructeurs zijn betrouwbaar en zullen je helpen om je doelen te bereiken. Kortom, als je op zoek bent naar een betrouwbare rijinstructeur, kies dan voor IBKI. IBKI Rijinstructeurs zijn gecertificeerd door het STIWA, het Nederlandse register voor rijinstructeurs. Ze staan garant voor kwaliteit, betrouwbaarheid en deskundigheid. [ad_2] ### Wat zijn de kwaliteiten van een goede IBKI Rijinstructeur? [ad_1] IBKI Rijinstructeur: een professionele en betrouwbare partner voor uw rijopleiding IBKI Rijinstructeur is een professionele en betrouwbare partner voor uw rijopleiding. Ze bieden een breed scala aan diensten, waaronder het geven van rijlessen, het verzorgen van rijexamens, het verzorgen van theorie-examens, het verzorgen van bijscholingen, het verzorgen van rijopleidingen en het verzorgen van rijsimulatoren. IBKI Rijinstructeur staat bekend om hun ervaring, kwaliteit en betrouwbaarheid. Ze hebben een team van ervaren en gecertificeerde instructeurs die uw rijopleiding op een professionele en verantwoorde manier verzorgen. Ze hebben een uitgebreide kennis van de wetgeving en de verkeersregels en bieden daarom een veilige en betrouwbare rijopleiding. IBKI Rijinstructeur heeft een uitgebreid netwerk van gecertificeerde examencentra, waar uw rijexamens kunnen worden afgenomen. Ze bieden ook een uitgebreid aanbod aan theorie-examens, waarmee u de benodigde kennis kunt opdoen om uw rijexamen succesvol af te leggen. IBKI Rijinstructeur biedt ook bijscholingen voor bestaande rijinstructeurs. Ze bieden verschillende trainingen op het gebied van verkeersregels, verkeersveiligheid, communicatie en rijvaardigheid. Deze trainingen zijn bedoeld om de kennis en vaardigheden van bestaande rijinstructeurs te verbeteren, zodat ze beter voorbereid zijn op hun toekomstige rijlessen. Tot slot biedt IBKI Rijinstructeur ook rijsimulatoren. Met deze simulatoren kunnen rijinstructeurs hun leerlingen een realistische rijervaring bieden, waarbij ze de verkeersregels kunnen oefenen en hun rijvaardigheid kunnen verbeteren. Kortom, als u op zoek bent naar een professionele en betrouwbare partner voor uw rijopleiding, dan is IBKI Rijinstructeur de perfecte keuze. Ze bieden een uitgebreid aanbod aan diensten, waaronder rijlessen, examens, bijscholingen en rijsimulatoren. Ze staan bekend om hun ervaring, kwaliteit en betrouwbaarheid en zullen u helpen om uw rijopleiding succesvol af te ronden. [ad_2] ### Wat zijn de kosten van een IBKI Rijinstructeur? [ad_1] Ibki Rijinstructeur: De Beste Rijlessen Voor Uw Rijbewijs Als u op zoek bent naar een betrouwbare rijinstructeur, kijkt u dan niet verder dan Ibki. Ibki is een professionele rijinstructeur met meer dan 10 jaar ervaring in het lesgeven aan studenten. Ibki heeft een sterke reputatie opgebouwd voor het verstrekken van kwalitatief hoogwaardige rijlessen. De lessen van Ibki zijn zeer geschikt voor zowel beginners als gevorderde bestuurders. De lessen zijn gebaseerd op de nieuwste technieken en technologieën. Ibki gebruikt ook de nieuwste rijsimulatoren om studenten te helpen hun bestuurdersvaardigheden te verbeteren. De rijlessen van Ibki zijn zeer betaalbaar en kunnen worden aangepast aan uw persoonlijke behoeften. U kunt kiezen uit verschillende pakketten, waaronder een beginnerspakket, een standaardpakket of een gevorderdenpakket. Al deze pakketten bieden een gedetailleerde lesplanning, waardoor u kunt leren op uw eigen tempo. Ibki is een gecertificeerde rijinstructeur en volgt alle veiligheidsnormen die nodig zijn voor het verkrijgen van een rijbewijs. Ibki biedt ook een aantal extra services, zoals een gratis rijexamen voorbereiding en een gratis rijopleiding. Als u op zoek bent naar een betrouwbare rijinstructeur, kies dan voor Ibki. Ibki biedt kwalitatief hoogwaardige rijlessen tegen betaalbare prijzen. Het is een gecertificeerde rijinstructeur, die alle veiligheidsnormen volgt, en biedt ook extra services zoals een gratis rijexamen voorbereiding en een gratis rijopleiding. Kortom, Ibki is de beste keuze als u op zoek bent naar een betrouwbare rijinstructeur. [ad_2] ### Wat moet je weten voordat je een IBKI Rijinstructeur kiest? [ad_1] IBKI Rijinstructeur: Een Professionele en Betrouwbare Partner voor Uw Rijopleiding De IBKI is een van de meest gerenommeerde rijopleiders in Nederland. Zij bieden verschillende diensten aan, waaronder rijinstructeurs. IBKI rijinstructeurs zijn deskundig, professioneel en betrouwbaar. Ze zijn geschoold in alle aspecten van het rijden en kunnen je helpen om een veilige, verantwoorde en plezierige rijervaring te krijgen. IBKI rijinstructeurs zijn gecertificeerd door de Nederlandse overheid en hebben een uitgebreide kennis van de verkeersregels. Ze zijn gespecialiseerd in het geven van rijles aan zowel beginners als gevorderden. Zij helpen je om je technieken te verbeteren en je kennis van de verkeersregels te vergroten. Daarnaast helpen ze je om je verkeersvaardigheden te verbeteren en je klaar te stomen voor het examen. IBKI rijinstructeurs zijn ook zeer betrokken bij hun leerlingen. Ze zijn altijd bereid om te luisteren en vragen te beantwoorden. Ze helpen je om je doelen te bereiken en de best mogelijke rijervaring te krijgen. IBKI rijinstructeurs zijn een betrouwbare partner als je op zoek bent naar een goede rijopleiding. Ze bieden kwalitatief hoogwaardige rijlessen en zorgen ervoor dat jij je veilig en verantwoordelijk op de weg voelt. Als je op zoek bent naar een professionele en betrouwbare rijinstructeur, dan is IBKI de juiste keuze. [ad_2] ### Hoe kies je de juiste IBKI Rijinstructeur? [ad_1] De IBKI Rijinstructeur De IBKI rijinstructeur is een van de meest gerenommeerde rijinstructeurs in Nederland. De IBKI is een afkorting voor Instructeurs BeroepsKwalificatie Instituut. De IBKI is een onafhankelijke organisatie die de kwaliteit van rijinstructeurs in Nederland bewaakt. De IBKI rijinstructeur is een erkende instructeur met een hoge mate van kennis en ervaring. Ze zijn gespecialiseerd in het geven van rijlessen aan beginners, maar ook aan gevorderde rijders. De IBKI rijinstructeurs hebben een uitgebreide opleiding gevolgd en zijn gecertificeerd door de IBKI. De IBKI rijinstructeur heeft een verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun leerlingen. Ze zullen altijd de juiste technieken en proceduren gebruiken om ervoor te zorgen dat hun leerlingen veilig kunnen rijden. Ze zullen ook goed op de hoogte zijn van de verkeersregels en de wetten in Nederland. De IBKI rijinstructeur is ook verantwoordelijk voor het onderwijs en de ontwikkeling van hun leerlingen. Ze zullen hun leerlingen de juiste vaardigheden en kennis bijbrengen om ervoor te zorgen dat ze op de juiste manier kunnen rijden. De IBKI rijinstructeur is ook verantwoordelijk voor het onderhouden van een goede relatie met hun leerlingen. Ze zullen altijd een open communicatie hebben met hun leerlingen en ervoor zorgen dat ze een positieve leeromgeving creëren. Als je op zoek bent naar een goede rijinstructeur, dan is de IBKI rijinstructeur een uitstekende keuze. Ze hebben de juiste kennis en ervaring om ervoor te zorgen dat je veilig en verantwoord leert rijden. [ad_2] ### De voordelen van het hebben van een rijinstructeur Fase 1a certificaat [ad_1] Rijinstructeur Fase 1A: Wat U Moet Weten Als u een rijinstructeur wilt worden, moet u eerst de Fase 1A halen. Dit is een belangrijke stap in het proces om een professionele rijinstructeur te worden. Hieronder leggen we uit wat de Fase 1A inhoudt en wat u moet weten om deze te halen. Fase 1A is het eerste deel van de opleiding tot rijinstructeur. Deze fase bestaat uit twee delen: theorie en praktijk. In de theorie leert u alles over het verkeer, verkeersregels, verkeersveiligheid en lesgeven. In de praktijk leert u hoe u een auto moet besturen, hoe u deze moet onderhouden en hoe u uw leerlingen veilig kunt begeleiden. Om de Fase 1A te halen, moet u een theorie-examen afleggen bij het CBR. Tijdens dit examen wordt u getest op uw kennis van verkeersregels, verkeersveiligheid en lesgeven. Als u dit examen met succes heeft afgelegd, krijgt u een certificaat waarmee u kunt aantonen dat u de Fase 1A heeft gehaald. Vervolgens moet u een praktijkexamen afleggen bij het CBR. Tijdens dit examen wordt u getest op uw rijvaardigheid en uw vermogen om uw leerlingen veilig te begeleiden. Als u dit examen met succes heeft afgelegd, krijgt u een certificaat waarmee u kunt aantonen dat u de Fase 1A heeft gehaald. Als u de Fase 1A heeft gehaald, kunt u zich aanmelden voor de Fase 2 van de opleiding tot rijinstructeur. Hierin leert u hoe u een auto moet onderhouden, hoe u een lesplan moet opstellen en hoe u uw leerlingen kunt begeleiden in het verkeer. We hopen dat we u hebben geholpen met het begrijpen van wat de Fase 1A inhoudt en wat u moet weten om deze te halen. Als u meer informatie nodig heeft, kunt u altijd contact opnemen met het CBR. [ad_2] ### Waarom is het zo belangrijk om een IBKI Rijinstructeur te hebben? [ad_1] IBKI Rijinstructeur: een professionele en ervaren rijinstructeur Als je op zoek bent naar een professionele en ervaren rijinstructeur, dan is IBKI de perfecte keuze. IBKI staat voor Instituut Beroepsonderwijs Kwaliteit en Inzicht en is een erkend rijopleidingsinstituut. IBKI biedt een uitgebreid aanbod aan rijopleidingen, waaronder theorie, praktijk en bijscholing. IBKI heeft een team van gecertificeerde rijinstructeurs die hun kennis en ervaring delen met de leerlingen. Ze hebben een uitgebreide kennis van de verkeersregels en de verkeersveiligheid. Ze leren je hoe je veilig kunt rijden, hoe je verkeersregels kunt toepassen en hoe je je rijvaardigheden kunt verbeteren. De rijinstructeurs van IBKI zijn ook gespecialiseerd in het onderwijzen van beginnende bestuurders. Ze geven je tips over het kiezen van de juiste auto, het krijgen van verzekeringen en het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen veiligheid. IBKI biedt ook verschillende online cursussen aan, waaronder een online theoriecursus en een online praktijkcursus. Deze cursussen helpen je bij het ontwikkelen van je rijvaardigheden, het verbeteren van je verkeerskennis en het verhogen van je rijveiligheid. IBKI is een erkend rijopleidingsinstituut en biedt een uitgebreid aanbod aan rijopleidingen. Als je op zoek bent naar een professionele en ervaren rijinstructeur, dan is IBKI de perfecte keuze. [ad_2] ### Hoe je je goed kunt voorbereiden op je rijinstructeur Fase 1a examen [ad_1] Rijinstructeur Fase 1A: Het Begin van Uw Autorijopleiding Rijinstructeur Fase 1A is het begin van uw autorijopleiding. Het is een verplichte cursus die iedereen moet volgen voordat hij of zij een rijbewijs mag aanvragen. De cursus bestaat uit een theorie- en praktijkgedeelte, waarbij je beide onderdelen moet afronden om je rijbewijs te krijgen. Het theoriegedeelte bestaat uit een aantal vragen over de verkeersregels en verkeerstechnieken. Deze vragen worden gesteld door een rijinstructeur die je helpt bij het begrijpen van de verkeersregels. Je moet de vragen beantwoorden om te slagen voor het theoriegedeelte. Het praktijkgedeelte bestaat uit een aantal rijlessen die je moet volgen bij een erkende rijschool. Tijdens de lessen leer je de basisvaardigheden die je nodig hebt om veilig te kunnen autorijden. Je leert onder andere hoe je de auto moet besturen, hoe je de remmen moet bedienen, hoe je de versnellingsbak moet bedienen en hoe je moet sturen. Na het volgen van de cursus krijg je een certificaat waarmee je je rijbewijs aan kunt vragen bij het CBR. Rijinstructeur Fase 1A is een verplichte cursus die iedereen moet volgen voordat hij of zij een rijbewijs mag aanvragen. Het is een goede manier om ervoor te zorgen dat je veilig en verantwoordelijk kunt autorijden. [ad_2] ### Wat zijn de voordelen van een IBKI Rijinstructeur? [ad_1] De IBKI rijinstructeur is een unieke rijinstructeur die is gecertificeerd door de Internationale Beroepsvereniging voor Kwaliteitsrijinstructeurs (IBKI). De IBKI is een wereldwijde organisatie die is opgericht om de kwaliteit van rijinstructeurs te waarborgen en te verbeteren. De IBKI rijinstructeur is een gecertificeerde rijinstructeur die is gekwalificeerd om les te geven in verschillende rijvaardigheidstechnieken. De IBKI rijinstructeur heeft een uitgebreide kennis van rijvaardigheidstechnieken, waaronder remmen, sturen, bochten nemen, rijstroken wisselen, parkeren en meer. De instructeur is ook opgeleid om de beste instructiemethoden te gebruiken om de beste leerervaring te bieden aan zijn leerlingen. De IBKI rijinstructeur is ook geschoold in het gebruik van verschillende voertuigtypes, waaronder auto's, motorfietsen, vrachtwagens en meer. De IBKI rijinstructeur is een professionele instructeur die is geschoold om leerlingen te helpen bij het verbeteren van hun rijvaardigheid. De instructeur is ook gespecialiseerd in het verstrekken van gedetailleerde feedback aan leerlingen om hun vaardigheden te verbeteren. De IBKI rijinstructeur is ook geschoold in het verstrekken van nuttige tips en adviezen aan leerlingen om hun rijvaardigheid te verbeteren. De IBKI rijinstructeur is een professionele instructeur die is gespecialiseerd in het verstrekken van kwaliteitsrijles aan leerlingen. De instructeur is geschoold in het gebruik van verschillende instructiemethoden om de beste leerervaring te bieden aan zijn leerlingen. De IBKI rijinstructeur is ook geschoold in het verstrekken van nuttige tips en adviezen aan leerlingen om hun rijvaardigheid te verbeteren. [ad_2] ### De verschillende soorten rijinstructeur Fase 1a examens [ad_1] Rijinstructeur Fase 1A: De Basis van Veilig Autorijden Rijinstructeur Fase 1A is een verplichte cursus voor iedereen die een rijbewijs wil halen in Nederland. De cursus bestaat uit een theoretisch en een praktisch deel. In het theoretische deel leren de cursisten de basisprincipes van veilig autorijden. In het theoretische deel van de cursus leren de cursisten de basisprincipes van veilig autorijden. De cursisten leren over de verschillende verkeersregels en verkeersborden, over het juiste gebruik van de auto, over het verkeer in stedelijke gebieden, over het verkeer op de snelweg en over het veilig rijden in het donker. In het praktische deel leren de cursisten hoe ze een auto moeten besturen en hoe ze de juiste manoeuvres moeten uitvoeren. Ze leren ook hoe ze hun auto moeten parkeren en hoe ze kunnen manoeuvreren in druk verkeer. Na het volgen van de cursus moeten de cursisten een examen afleggen. Als ze het examen met succes afleggen, krijgen ze hun rijbewijs. Rijinstructeur Fase 1A is een verplichte cursus voor iedereen die in Nederland een rijbewijs wil halen. Het is een cursus die de basisprincipes van veilig autorijden leert en waardoor de cursisten beter voorbereid zijn op het verkeer. [ad_2] ### Hoe vind ik een goede IBKI Rijinstructeur? [ad_1] IBKI Rijinstructeur: De Beste Keuze voor Uw Rijopleiding Als je op zoek bent naar een goede rijinstructeur, dan is IBKI een uitstekende keuze. IBKI is een van de meest vooraanstaande rijschoolorganisaties in Nederland. Ze hebben een uitgebreid netwerk van professionele rijinstructeurs die je helpen je rijbewijs te behalen. IBKI staat voor 'Internationale BeroepsKwalificatie Instructeurs'. Ze zijn gespecialiseerd in het opleiden van mensen voor het behalen van hun rijbewijs. Ze bieden een breed scala aan cursussen, waaronder theoriecursussen, praktijkcursussen, praktijklessen en praktijkexamens. De rijinstructeurs van IBKI zijn gekwalificeerd en gecertificeerd door de Nederlandse overheid. Ze hebben de juiste kennis en ervaring om je te helpen je rijbewijs te behalen. Ze zijn ook goed op de hoogte van de nieuwste regels en wetten in de rijvaardigheid. IBKI staat ook bekend om hun goede service. Ze bieden een persoonlijke aanpak en staan altijd klaar om je te helpen met je rijopleiding. Ze zullen je begeleiden en je helpen je doelen te bereiken. Bovendien bieden ze ook een aantal voordelen als je je rijbewijs bij hen behaalt. Ze bieden bijvoorbeeld kortingen aan voor studenten, ouderen en andere groepen. Daarnaast bieden ze ook kortingen aan voor het afleggen van verschillende examens. Kortom, als je op zoek bent naar een professionele rijinstructeur die je kan helpen met je rijopleiding, dan is IBKI de beste keuze. Ze zijn gespecialiseerd in het opleiden van mensen voor het behalen van hun rijbewijs, bieden goede service en kortingen en staan altijd klaar om je te helpen. [ad_2] ### Hoe U WRM-Pas Kunt Integreren met Uw Bedrijfssysteem [ad_1] WRM-pas: een innovatieve manier om geld te verdienen De WRM-pas is een innovatieve manier om geld te verdienen. Het is een prepaid-kaart die je kunt gebruiken om geld te verdienen. Je kunt de kaart gebruiken om online aankopen te doen, geld op te nemen bij geldautomaten en geld over te maken naar andere banken. De WRM-pas is een veilige en betrouwbare manier om je geld te beheren. De WRM-pas is een product van het bedrijf WRM. Het bedrijf biedt een aantal verschillende manieren om geld te verdienen. Je kunt geld verdienen door online aankopen te doen, door geld te storten op je WRM-rekening en door geld te verdienen met de WRM-app. De WRM-app is een innovatieve manier om geld te verdienen. Je kunt geld verdienen door te spelen in een virtuele wereld. De WRM-pas is een veilig en betrouwbaar product. Je kunt je geld beheren met de WRM-pas en je kunt de kaart gebruiken om geld over te maken naar andere banken. De WRM-pas is ook een goede manier om geld te verdienen. Je kunt geld verdienen door online aankopen te doen, geld op te nemen bij geldautomaten en geld over te maken naar andere banken. De WRM-pas is een innovatieve manier om geld te verdienen. Het is een veilig en betrouwbaar product waarmee je je geld kunt beheren. Je kunt de kaart gebruiken om online aankopen te doen, geld op te nemen bij geldautomaten en geld over te maken naar andere banken. De WRM-pas is een goede manier om geld te verdienen. [ad_2] ### Hoe voer je een succesvolle rijles uit als rijinstructeur? [ad_1] Rijinstructeur worden: een geweldige carrièrekeuze Als je de stap wilt zetten om je carrière een nieuwe boost te geven, dan is een carrière als rijinstructeur misschien wel iets voor jou. Rijinstructeurs helpen mensen hun rijvaardigheid te verbeteren en hun rijbewijs te behalen. Het is een zeer belangrijke en verantwoordelijke taak en het vereist veel geduld, kennis en ervaring. Om rijinstructeur te worden, moet je eerst een opleiding volgen. De opleiding bestaat uit theorie en praktijklessen, waarin je leert hoe je een auto moet besturen, hoe je mensen kunt begeleiden en hoe je kunt omgaan met verschillende situaties die kunnen voorkomen tijdens het rijden. Daarnaast moet je ook een aantal testen afleggen om je kennis en vaardigheden te bewijzen. Na het afronden van de opleiding, kun je een rijinstructeur worden. Je kunt je aanmelden bij een rijschool of je kunt je eigen bedrijf beginnen. Als je je eigen bedrijf begint, moet je een vergunning aanvragen bij de overheid om als rijinstructeur te mogen werken. Als rijinstructeur, krijg je de kans om mensen te helpen hun rijvaardigheid te verbeteren. Je kunt mensen begeleiden bij het leren van de basisvaardigheden en je kunt ook advies geven over hoe ze moeten omgaan met verschillende situaties tijdens het rijden. Het is een zeer verantwoordelijke taak, maar ook een die veel voldoening geeft. Als je de juiste opleiding hebt gevolgd en je hebt je vergunning, dan kun je een geweldige carrière tegemoet gaan als rijinstructeur. [ad_2] ### Waarom Een Ibki Rijinstructeur De Beste Keuze Is Voor Jou [ad_1] IBKI Rijinstructeur: Professionele, Betrouwbare Rijlessen IBKI is een professioneel rijopleidingsbedrijf dat rijlessen aanbiedt aan mensen van alle leeftijden. Het bedrijf is gevestigd in Nederland en heeft meer dan 20 jaar ervaring met het verzorgen van rijlessen. IBKI staat voor 'Internationale Beroepsorganisatie voor Kwaliteit in Rijinstructie'. IBKI staat bekend om hun professionele en betrouwbare rijlessen. Bij IBKI krijgen rijinstructeurs een uitgebreide opleiding en worden ze regelmatig gecontroleerd op hun kennis en vaardigheden. Dit betekent dat IBKI-rijinstructeurs altijd up-to-date zijn met de laatste verkeersregels en -technieken. De rijlessen die door IBKI worden aangeboden, zijn zeer geschikt voor zowel beginners als ervaren bestuurders. Ze bieden verschillende cursussen aan, zoals autorijden, motorrijden, bromfietsrijden, vrachtwagenrijden en zelfs voorbereiding voor het examen. De IBKI-rijinstructeurs zijn zeer gedreven en betrokken bij het geven van rijlessen. Ze doen er alles aan om de leerlingen zo goed mogelijk te helpen en ze bieden ook een persoonlijke benadering. Als je eenmaal een rijinstructeur hebt gevonden die bij je past, kun je altijd een afspraak maken om je rijvaardigheid te verbeteren. IBKI staat bekend om de hoge kwaliteit van hun rijlessen en hun professionele en betrouwbare rijinstructeurs. Als je op zoek bent naar een goede rijschool, dan is IBKI een uitstekende keuze. Ze bieden een breed scala aan cursussen aan en je kunt er zeker van zijn dat je de beste rijlessen krijgt. [ad_2] ### Wat Zijn de Voordelen van WRM-Pas voor Bedrijven? [ad_1] De WRM-PAS is een veelzijdig en gebruiksvriendelijk systeem dat is ontworpen om de werkzaamheden en prestaties van werknemers te beheren. Het systeem is ontwikkeld om bedrijven te helpen bij het beheer van hun personeel. Met de WRM-PAS kunnen bedrijven de prestaties en de productiviteit van hun medewerkers beter monitoren en beheren. Het systeem is een krachtig hulpmiddel om de productiviteit van werknemers te verhogen. Met WRM-PAS kunnen werkgevers hun werknemers beter beoordelen en hun prestaties beter monitoren. Het systeem biedt ook een platform waarop bedrijven hun medewerkers kunnen belonen voor hun prestaties. WRM-PAS biedt ook een platform waarop werknemers hun eigen prestaties kunnen beheren. Met dit systeem kunnen werknemers hun eigen prestaties bijhouden en beoordelen. WRM-PAS helpt werknemers bij het bepalen van hun eigen prestaties en biedt hen inzicht in hun eigen prestaties. WRM-PAS is een veelzijdig en gebruiksvriendelijk systeem dat is ontworpen om de werkzaamheden en prestaties van werknemers te beheren. Het systeem is een krachtig hulpmiddel voor bedrijven om de productiviteit van hun medewerkers te verhogen. Bovendien biedt het een platform waarop werknemers hun eigen prestaties kunnen beheren en beoordelen. WRM-PAS is een geweldig hulpmiddel voor bedrijven om de prestaties van hun medewerkers te verbeteren en hun productiviteit te verhogen. [ad_2] ### Wat zijn de verplichtingen van een rijinstructeur? [ad_1] Rijinstructeur worden: een leuke en uitdagende baan Ben je op zoek naar een leuke en uitdagende baan? Dan is het misschien iets voor jou om rijinstructeur te worden. Als rijinstructeur help je mensen met het leren van de vaardigheden die nodig zijn om verantwoordelijk en veilig te kunnen rijden. Om rijinstructeur te worden, heb je een aantal vereisten die je moet voldoen. Allereerst moet je minimaal 21 jaar oud zijn en minimaal 3 jaar in het bezit zijn van een geldig rijbewijs. Daarnaast moet je een theorie-examen afleggen en een praktijkopleiding volgen. Het theorie-examen bestaat uit een aantal vragen over verkeersregels, verkeersinzicht en verkeersveiligheid. De praktijkopleiding bestaat uit een aantal lessen waarin je leert hoe je op een veilige en verantwoorde manier kunt rijden. Na het voltooien van de opleiding, kun je als rijinstructeur aan de slag. Je kunt bijvoorbeeld werken bij een rijschool of als zelfstandig rijinstructeur. Je kunt ook een eigen rijschool opzetten. Als rijinstructeur is het belangrijk dat je een goede kennis hebt van de verkeersregels en je leerlingen goed kunt begeleiden. Je kunt je leerlingen helpen bij het vergroten van hun verkeersinzicht en het ontwikkelen van goede rijvaardigheden. Als rijinstructeur heb je ook de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat je leerlingen veilig en verantwoordelijk kunnen rijden. Je moet dus alert zijn en goed opletten tijdens de lessen. Kortom, als je op zoek bent naar een leuke en uitdagende baan, dan is het misschien iets voor jou om rijinstructeur te worden. Je kunt je leerlingen helpen met het leren van verkeersregels, verkeersinzicht en verkeersveiligheid en je kunt ervoor zorgen dat ze verantwoordelijk en veilig kunnen rijden. [ad_2] ### Hoe Je Een Goede Ibki Rijinstructeur Kunt Vinden [ad_1] IBKI Rijinstructeur: Ontdek de voordelen van een professionele rijinstructeur De meeste mensen zijn op zoek naar een goede rijinstructeur als ze klaar zijn om hun rijbewijs te halen. IBKI Rijinstructeurs zijn gekwalificeerde en professionele instructeurs die ervoor zorgen dat je met vertrouwen achter het stuur zit. Ze zijn gespecialiseerd in het verbeteren van je rijvaardigheid en je helpen om je rijbewijs te halen. IBKI Rijinstructeurs zijn gecertificeerd door de Nederlandse overheid en hebben een uitgebreide kennis van de verkeersregels. Ze zijn ook getraind in het geven van rijles en het begeleiden van leerlingen in het verkeer. Ze hebben veel ervaring en kunnen je helpen om je rijbewijs te halen in de kortst mogelijke tijd. Een IBKI-rijinstructeur kan je helpen om je rijvaardigheid te verbeteren. Ze kunnen je leren hoe je veilig kunt rijden, hoe je de verkeersregels moet volgen en hoe je je auto moet bedienen. Ze kunnen je ook helpen om je angst voor het verkeer te overwinnen. Een IBKI-rijinstructeur biedt ook een persoonlijke service. Ze kunnen je helpen om je doelen te bereiken en je aanmoedigen om je best te doen. Ze zullen je ook helpen om je rijbewijs te halen door je voor te bereiden op het examen. IBKI rijinstructeurs zijn de beste optie als je op zoek bent naar een professionele rijinstructeur. Ze hebben de kennis en ervaring om je te helpen je rijbewijs te halen. Ze bieden ook een persoonlijke service en kunnen je helpen om je rijvaardigheid te verbeteren. [ad_2] ### Hoe U WRM-Pas Kunt Gebruiken voor Uw Bedrijf [ad_1] WRM-pas: een handige manier om geld te besparen De WRM-pas is een handige manier om geld te besparen. De WRM-pas is een elektronische betaalkaart die je kunt gebruiken bij verschillende winkels en restaurants. Het voordeel van de WRM-pas is dat je korting krijgt op je aankopen. De WRM-pas is een betaalkaart die je kunt gebruiken bij veel verschillende winkels en restaurants. Het voordeel is dat je korting krijgt op je aankopen. De korting is afhankelijk van het aantal punten dat je hebt verzameld. Hoe meer punten je verzamelt, hoe meer korting je krijgt. De WRM-pas is een goede manier om geld te besparen. Je kunt de kaart gebruiken bij veel verschillende winkels en restaurants, waardoor je korting krijgt op je aankopen. Dit is een handige manier om geld te besparen. De WRM-pas is een eenvoudig te gebruiken betaalkaart. Je kunt de kaart gebruiken bij veel verschillende winkels en restaurants. Je kunt de kaart ook gebruiken om online te betalen. Als je een WRM-pas hebt, kun je profiteren van verschillende voordelen. Je krijgt korting op je aankopen, je kunt de kaart gebruiken bij veel verschillende winkels en restaurants en je kunt de kaart ook gebruiken om online te betalen. De WRM-pas is een handige manier om geld te besparen. Je kunt de kaart gebruiken bij veel verschillende winkels en restaurants en je krijgt korting op je aankopen. Als je op zoek bent naar een manier om geld te besparen, is de WRM-pas een goede optie. [ad_2] ### Wat je moet weten over de regels en voorschriften voor het behalen van een rijinstructeur Fase 1a certificaat [ad_1] Rijinstructeur Fase 1A: De Eerste Stap naar een Veilige Rijervaring Een rijinstructeur Fase 1A is een specifieke klasse van rijinstructeur die verantwoordelijk is voor het verstrekken van de eerste stap in het leren autorijden. Deze klasse van rijinstructeur is specifiek gespecialiseerd in het verstrekken van de basisvaardigheden die nodig zijn voor een veilige en verantwoorde rijervaring. De meeste rijscholen bieden deze klasse van rijinstructeur aan, maar er zijn ook veel particuliere bedrijven die deze diensten aanbieden. Een rijinstructeur Fase 1A is gespecialiseerd in het verstrekken van de basisvaardigheden en kennis die nodig zijn om een auto te besturen. Deze vaardigheden omvatten het begrijpen van de verkeersregels, het beheersen van de auto, het leren omgaan met verkeerssituaties, en het vermogen om veilig te rijden. De meeste rijinstructeurs Fase 1A hebben een specifieke opleiding gevolgd om deze vaardigheden te verwerven. Dit omvat het krijgen van een kwalificatie in het besturen van een auto, het behalen van een rijbewijs, en het volgen van een opleiding in de verkeersveiligheid. Eenmaal gekwalificeerd, zal de rijinstructeur Fase 1A de leerlingen helpen bij het ontwikkelen van de vaardigheden die nodig zijn om zelfstandig te rijden. Deze vaardigheden omvatten het beheersen van de auto, het volgen van verkeersregels, het omgaan met verschillende soorten verkeerssituaties, en het vermogen om veilig te rijden. Deze vaardigheden zijn cruciaal voor het verkrijgen van een rijbewijs. Daarom is het belangrijk dat leerlingen een goede rijinstructeur Fase 1A kiezen die ervaring heeft en een goede reputatie heeft. Het kiezen van de juiste rijinstructeur Fase 1A is een belangrijke stap in het leerproces van autorijden. Door een goede rijinstructeur te kiezen, kunnen leerlingen zich voorbereiden op een veilige en verantwoorde rijervaring. [ad_2] ### De Belangrijkste Dingen Om Te Overwegen Bij Het Kiezen van Een Ibki Rijinstructeur [ad_1] Ibki Rijinstructeur: de beste rijschool in Amsterdam Ibki Rijinstructeur is een rijschool in Amsterdam die al jarenlang bekend staat als een van de beste rijscholen in de stad. Het bedrijf werd opgericht in 2005 en heeft sindsdien een goede reputatie opgebouwd. De instructeurs van Ibki zijn zeer ervaren en hebben al vele leerlingen geholpen om hun rijbewijs te halen. De rijlessen bij Ibki worden gegeven door professionele instructeurs die gemotiveerd zijn om hun leerlingen te helpen om hun doelen te bereiken. De instructeurs zijn gecertificeerd en gespecialiseerd in het lesgeven aan beginners en gevorderden. Bovendien hebben ze veel kennis en ervaring met het lesgeven aan mensen met een beperking. Bij Ibki kun je kiezen uit verschillende rijlessen, afhankelijk van je ervaringsniveau. Beginners kunnen kiezen uit een theoriecursus, een praktijkcursus of een combinatie van beide. Gevorderden kunnen kiezen uit een praktijkcursus of een gecombineerde cursus. Alle cursussen zijn ontworpen om leerlingen te helpen om hun doelen te bereiken. De prijzen bij Ibki zijn zeer redelijk en de kwaliteit van de lessen is uitstekend. De rijschool biedt ook speciale kortingen voor studenten en ouderen. Ibki biedt ook een aantal handige tools aan, zoals een online boekingssysteem, een gratis proefles en een mobiele app voor het boeken van lessen. Kortom, als je op zoek bent naar een professionele rijschool in Amsterdam, dan is Ibki Rijinstructeur een goede keuze. De instructeurs zijn gekwalificeerd en ervaren, de lessen zijn betaalbaar en de service is uitstekend. Dit maakt Ibki Rijinstructeur de beste rijschool in Amsterdam. [ad_2] ### Hoe je je kansen op slagen voor je rijinstructeur Fase 1a examen vergroot [ad_1] Rijinstructeur Fase 1a: Wat is het? Rijinstructeur Fase 1a is een training voor beginnende rijinstructeurs in Nederland. Het is een verplichte training die door de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) wordt verplicht gesteld aan alle nieuwe rijinstructeurs. De training bestaat uit twee delen: een theoriegedeelte en een praktijkgedeelte. Het theoriegedeelte bestaat uit een cursus met algemene kennis over het autorijden, zoals de verkeersregels, de technieken van het autorijden en de verkeersveiligheid. Ook krijgen de cursisten informatie over de verplichtingen van een rijinstructeur, zoals het geven van instructies en het begeleiden van leerlingen tijdens hun lessen. Het praktijkgedeelte bestaat uit een aantal praktijklessen waarbij de cursisten leren hoe ze een les moeten geven en hoe ze leerlingen begeleiden tijdens hun lessen. De lessen worden gegeven door ervaren rijinstructeurs en er wordt veel aandacht besteed aan de technieken van het autorijden. Na het voltooien van de training wordt de cursist geregistreerd bij de RDW en ontvangt hij een certificaat. Met dit certificaat kan de rijinstructeur aantonen dat hij de verplichte training heeft gevolgd en dat hij geschikt is om rijlessen te geven. Rijinstructeur Fase 1a is een verplichte training die ervoor zorgt dat rijinstructeurs voldoen aan de vereisten van de RDW. Door deze training te volgen, kunnen rijinstructeurs hun leerlingen goed begeleiden en kunnen ze ervoor zorgen dat hun leerlingen veilig de weg op kunnen. [ad_2] ### Hoe U WRM-Pas Kunt Beheren en Beveiligen [ad_1] WRM-PAS, een innovatieve oplossing voor het beheer van bedrijven WRM-PAS is een innovatief bedrijfsbeheersysteem dat bedrijven helpt om hun bedrijfsprocessen te verbeteren en de productiviteit te verhogen. Het systeem is ontwikkeld door WRM Solutions, een toonaangevende leverancier van bedrijfssoftware. WRM-PAS biedt een geïntegreerd platform dat bedrijven helpt om hun bedrijfsprocessen te verbeteren, om hun bedrijf efficiënter te beheren en om hun prestaties te verbeteren. WRM-PAS biedt een geïntegreerde oplossing voor het beheer van bedrijven, waarmee bedrijven hun financiële, operationele en menselijke hulpbronnen efficiënt kunnen beheren. Het systeem biedt een breed scala aan bedrijfsoplossingen, waaronder financiële management, klantenrelatiebeheer, personeelsbeheer, productieplanning, risicobeheer, documentbeheer, leveranciersbeheer en informatiebeheer. WRM-PAS biedt ook een aantal geavanceerde functies, waaronder een uitgebreide rapportagemogelijkheid, een krachtige workflow-engine, een gebruiksvriendelijke interface en een flexibel beheerplatform. Het systeem is ook gemakkelijk te integreren met andere bedrijfssystemen, waardoor bedrijven hun bedrijfsprocessen nog verder kunnen versnellen. WRM-PAS is een krachtig bedrijfsbeheersysteem dat bedrijven helpt om hun bedrijfsprocessen te verbeteren, hun productiviteit te verhogen en hun prestaties te verbeteren. Het systeem biedt een geïntegreerde oplossing voor het beheer van bedrijven, waarmee bedrijven hun financiële, operationele en menselijke hulpbronnen efficiënt kunnen beheren. Met WRM-PAS kunnen bedrijven hun prestaties verbeteren, hun productiviteit verhogen en hun bedrijfsprocessen versnellen. [ad_2] ### Hoe kun je je onderscheiden als rijinstructeur? [ad_1] Rijinstructeur worden: een unieke ervaring Ben je op zoek naar een nieuwe uitdaging? Word dan rijinstructeur! Als rijinstructeur ben je verantwoordelijk voor het opleiden van anderen in het verkeer. Je helpt mensen bij het leren autorijden en biedt hen de kans om hun rijvaardigheid te verbeteren. Als rijinstructeur ben je een belangrijke speler in het verkeer. Je bent een voorbeeld voor anderen en je helpt mensen bij het verbeteren van hun rijvaardigheid. Je moet een goede kennis hebben van de verkeersregels en de technieken van het autorijden. Je moet ook kunnen omgaan met verschillende soorten mensen en je moet in staat zijn om mensen te motiveren en te begeleiden. Om rijinstructeur te worden, moet je een bepaalde opleiding volgen en verschillende certificeringen behalen. Deze opleidingen en certificeringen kunnen variëren van land tot land. Daarnaast moet je een achtergrondcontrole ondergaan en een medische verklaring krijgen. Als je eenmaal rijinstructeur bent, kun je aan de slag met het geven van lessen. Je kunt lessen geven aan zowel beginners als gevorderden. Je kunt ook speciale lessen geven, zoals rijlessen voor mensen met een handicap of voor mensen die nieuw zijn in het land. Als rijinstructeur ben je een belangrijke speler in het verkeer. Je helpt mensen bij het verbeteren van hun rijvaardigheid en je biedt hen de kans om veilig en verantwoordelijk te rijden. Word rijinstructeur en ervaar de unieke ervaring van het opleiden van anderen. [ad_2] ### Wat Je Moet Weten Voordat Je Een Ibki Rijinstructeur Kiest [ad_1] Ibki Rijinstructeur is een van de meest populaire rijscholen in Nederland. De rijscholen bieden kwaliteitsrijopleidingen aan voor zowel beginners als gevorderden. Ze bieden een breed scala aan diensten, waaronder rijlessen, theorie-examens, rijexamens, rijopleidingen en rijbewijzen. De rijscholen zijn gevestigd in verschillende steden, waaronder Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Eindhoven. Ibki Rijinstructeur staat bekend om hun professionele instructeurs, die gediplomeerd zijn door het CBR. De instructeurs zijn ervaren en kunnen je helpen bij het behalen van je rijbewijs. Ibki Rijinstructeur biedt een breed scala aan diensten, waaronder rijlessen, theorie-examens, rijexamens, rijopleidingen en rijbewijzen. Ze bieden ook een uitgebreide klantenservice, waaronder telefonische ondersteuning, e-mailondersteuning en online chat. Ze bieden ook een gratis proefles aan, waarmee je kunt kijken of de rijschool echt iets voor je is. Ibki Rijinstructeur heeft ook een aantal innovatieve lesmethoden ontwikkeld, waaronder een virtuele rijsimulator. Deze simulator helpt je om je te wapenen met kennis en vaardigheden die je nodig hebt om je rijbewijs te halen. Al met al is Ibki Rijinstructeur een van de meest populaire rijscholen in Nederland. Ze bieden kwaliteitsrijopleidingen aan voor zowel beginners als gevorderden, en bieden een uitgebreide klantenservice. Als je op zoek bent naar een kwalitatief goede rijopleiding, dan is Ibki Rijinstructeur een goede optie. [ad_2] ### De kosten van het behalen van een rijinstructeur Fase 1a certificaat [ad_1] Rijinstructeur Fase 1A: Hoe je een goede rijinstructeur wordt Als je een goede rijinstructeur wilt worden, dan is het belangrijk dat je de juiste opleiding volgt. Er zijn verschillende opties, maar de meest gebruikte optie is de Rijinstructeur Fase 1A. In deze opleiding leer je alles wat je moet weten om een goede rijinstructeur te worden. De Rijinstructeur Fase 1A is een opleiding die wordt aangeboden door de Rijschool Associatie Nederland (RAN). Deze opleiding duurt ongeveer twee jaar en bestaat uit een theorie- en praktijkgedeelte. Het theoriegedeelte bestaat uit een aantal lessen waarin je leert wat je moet weten over verkeersregels, verkeersveiligheid, verkeersinzicht en verkeersgedrag. Daarnaast krijg je ook informatie over de wetgeving rondom het rijden met een motorvoertuig. Het praktijkgedeelte van de opleiding bestaat uit een aantal lessen waarin je leert hoe je een goede rijinstructeur wordt. Je leert hoe je de leerlingen op een goede manier begeleidt en je leert hoe je de leerlingen op een veilige manier het verkeer in stuurt. Daarnaast krijg je ook informatie over hoe je een goede rijschool runt. Na het afronden van de Rijinstructeur Fase 1A, kun je verder gaan met de Rijinstructeur Fase 2. In deze opleiding leer je meer over de technieken die je nodig hebt om een goede rijinstructeur te zijn. Ook krijg je informatie over hoe je een goede lesplanning opstelt en hoe je leerlingen op een goede manier begeleidt. Als je de Rijinstructeur Fase 1A hebt afgerond, ben je klaar om een goede rijinstructeur te worden. Je bent dan klaar om leerlingen te begeleiden bij het leren rijden en om leerlingen op een veilige manier het verkeer in te sturen. Met de kennis die je hebt opgedaan tijdens de opleiding, ben je klaar om een goede rijinstructeur te worden. [ad_2] ### Waarom zou je rijinstructeur worden? [ad_1] Rijinstructeur worden: Een uitdaging en een beloning Rijinstructeur worden is een geweldige manier om je carrière te verrijken en je kansen op het vinden van een goede baan te vergroten. Het is een uitdaging om een goede rijinstructeur te worden, maar als je het eenmaal hebt bereikt, is het een beloning. Om rijinstructeur te worden, moet je eerst een opleiding volgen. Deze opleiding bestaat uit theorie en praktijk. Je leert over verkeersregels, voertuigtechniek, verkeersveiligheid en nog veel meer. Je leert ook hoe je leerlingen kunt begeleiden en ze kunt helpen hun rijvaardigheid te verbeteren. Na het voltooien van de opleiding, moet je een examen afleggen om je rijinstructeursvergunning te krijgen. Als je de vergunning hebt, kun je aan de slag als rijinstructeur. Als je eenmaal bent begonnen als rijinstructeur, zul je merken dat het een uitdaging is. Je moet je leerlingen helpen hun rijvaardigheid te verbeteren, terwijl je tegelijkertijd ervoor zorgt dat ze veilig blijven. Je moet ook je leerlingen motiveren en hen helpen hun doelen te bereiken. Het is een geweldige ervaring om leerlingen te helpen hun rijvaardigheid te verbeteren. Je krijgt de kans om iets te doen waar je trots op kunt zijn. Je krijgt ook de kans om je kennis en vaardigheden te verbeteren en je carrière te verrijken. Als je de uitdaging aangaat om rijinstructeur te worden, zul je merken dat het een beloning is. Je krijgt de kans om je leerlingen te helpen hun doelen te bereiken en je krijgt de kans om je carrière te verrijken. Het is een geweldige ervaring om rijinstructeur te worden en je krijgt veel voldoening als je leerlingen hun doelen bereiken. [ad_2] ### De Kosten van Een Ibki Rijinstructeur [ad_1] Ibki Rijinstructeur: Professionele en Deskundige Rijopleiding Ibki Rijinstructeur is een professionele en deskundige rijopleiding die zich richt op het verstrekken van kwaliteitsrijopleidingen. Ze bieden een breed scala aan rijopleidingen voor zowel beginners als gevorderden. Ze bieden ook een gevarieerd aanbod aan lessen, waaronder theorie-examens, praktijklessen, rijsimulatoren en zelfs een gratis rijbewijs. Ibki Rijinstructeur biedt een professionele en deskundige rijopleiding die geschikt is voor iedereen. Ze hebben ervaren instructeurs die hun klanten de beste kwaliteit rijopleidingen kunnen bieden. De instructeurs zijn gecertificeerd en hebben de benodigde kennis en ervaring om hun klanten de beste rijopleiding te bieden. Ibki Rijinstructeur biedt ook een breed scala aan rijlessen voor zowel beginners als gevorderden. Ze hebben speciale lessen voor beginners, waaronder theorie-examens, praktijklessen en zelfs een gratis rijbewijs. Voor de gevorderde bestuurders bieden ze ook speciale lessen, zoals autorijden op de autobahn, autorijden in het donker, autorijden in het buitenland en autorijden met een trailer. Ibki Rijinstructeur biedt ook een gevarieerd aanbod aan rijsimulatoren. Deze simulatoren zijn speciaal ontworpen om de bestuurder te helpen bij het oefenen van verschillende rijvaardigheden. De simulatoren helpen de bestuurder ook om te oefenen in verschillende verkeerssituaties, zoals het rijden in het donker, het rijden op de autobahn en het rijden met een trailer. In samenwerking met verschillende autoverhuurbedrijven biedt Ibki Rijinstructeur ook autoverhuur aan. Met deze autoverhuur kunnen klanten een auto huren voor hun rijlessen of voor een dagje uit. Kortom, Ibki Rijinstructeur biedt een professionele en deskundige rijopleiding die geschikt is voor iedereen. Ze bieden een breed scala aan rijlessen, waaronder theorie-examens, praktijklessen, rijsimulatoren en zelfs een gratis rijbewijs. Daarnaast bieden ze ook autoverhuur aan. Als je op zoek bent naar een professionele en deskundige rijopleiding, dan is Ibki Rijinstructeur de perfecte keuze. [ad_2] ### Hoe U Een WRM-Pas Kunt Gebruiken [ad_1] WRM PAS: EEN NIEUWE MANIER VAN BETALEN Steeds meer bedrijven bieden hun klanten de mogelijkheid om te betalen via WRM PAS. WRM PAS is een betaalsysteem dat bedrijven en consumenten in staat stelt om veilig en makkelijk geld te versturen. Het is een veilig, betrouwbaar en kostenefficiënt betaalsysteem dat gebruik maakt van een prepaid-kaart. WRM PAS biedt consumenten een aantal voordelen. Ten eerste is het een veilig betaalsysteem. Uw geld wordt veilig opgeslagen op de prepaid-kaart, wat betekent dat uw geld niet gestolen kan worden. Daarnaast is het een snel betaalsysteem. Uw betalingen worden direct verwerkt, waardoor u geen tijd hoeft te verspillen aan het wachten op uw transacties. WRM PAS is ook een kosteneffectief betaalsysteem. U kunt uw prepaid-kaart gebruiken om betalingen te verrichten zonder dat u extra kosten hoeft te betalen. U betaalt alleen de kosten voor het gebruik van de prepaid-kaart. WRM PAS is een veelgebruikt betaalsysteem. Het wordt gebruikt door veel bedrijven, waaronder veel online winkels. Het is een betrouwbaar betaalsysteem dat klanten in staat stelt om betalingen te verrichten zonder dat ze zich zorgen hoeven te maken over hun financiële veiligheid. Als u op zoek bent naar een veilig, betrouwbaar en kostenefficiënt betaalsysteem, dan is WRM PAS een goede optie. U kunt een prepaid-kaart aanschaffen en deze gebruiken om betalingen te verrichten. Bovendien kunt u met WRM PAS uw betalingen direct verwerken, waardoor u geen tijd hoeft te verliezen met het wachten op uw transacties. [ad_2] ### De voordelen van een rijinstructeur Fase 1a certificaat [ad_1] Rijinstructeur Fase 1a: Een belangrijke stap voor beginners Als je net begint met autorijden, is het belangrijk dat je de juiste stappen volgt om je rijvaardigheid te verbeteren. Rijinstructeur Fase 1a is een belangrijke stap in het leerproces van autorijden. Het is een vereiste voor het behalen van het rijbewijs. Rijinstructeur Fase 1a is een cursus die beginners leert hoe ze veilig kunnen rijden. Het omvat onder andere informatie over de verkeersregels, de verkeersborden, de verkeersveiligheid en de techniek van autorijden. Na het voltooien van de cursus, kunnen de cursisten hun rijvaardigheid verbeteren en hun kansen op het behalen van het rijbewijs vergroten. De cursus bestaat uit twee delen. Het eerste deel is gericht op het verbeteren van de kennis van de verkeersregels en de verkeersborden. De cursisten leren hoe ze deze regels en borden kunnen toepassen in verschillende situaties. Ze leren ook hoe ze op een veilige manier kunnen rijden. Het tweede deel van de cursus richt zich op het verbeteren van de rijvaardigheid. De cursisten leren hoe ze de auto kunnen besturen, hoe ze moeten schakelen en hoe ze moeten remmen. Ze leren ook hoe ze moeten sturen en hoe ze de auto kunnen manoeuvreren. Rijinstructeur Fase 1a is een belangrijke stap voor beginners die autorijden willen leren. Het is een vereiste voor het behalen van het rijbewijs. De cursus helpt de cursisten om hun kennis en vaardigheden te verbeteren, waardoor ze meer vertrouwen krijgen in het autorijden. [ad_2] ### Wat zijn de verschillende soorten rijinstructeurs? [ad_1] Rijinstructeur worden: Een uitdaging met veel verantwoordelijkheid Rijinstructeur worden is een uitdaging met veel verantwoordelijkheid. Als rijinstructeur ben je verantwoordelijk voor het opleiden van jonge bestuurders, zodat zij veilig de weg op kunnen gaan. Het is een baan met veel verantwoordelijkheid, maar ook met veel voldoening. Om rijinstructeur te worden, moet je eerst een opleiding volgen. Deze opleiding bestaat uit theorie en praktijk. In de theorie leer je de wet- en regelgeving, verkeersregels, verkeersveiligheid en andere relevante informatie. In de praktijk leer je hoe je moet rijden en hoe je les moet geven. Naast de opleiding, moet je ook een aantal tests afleggen. Je moet bijvoorbeeld een psychologische test afleggen om te bepalen of je geschikt bent voor het werk. Daarnaast moet je ook een medische test afleggen om je gezondheid te controleren. Als je de opleiding en de tests hebt afgerond, kun je je aanmelden bij het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen). Zij zullen je vervolgens toetsen op je kennis en vaardigheden. Als je deze toetsen met succes hebt afgerond, krijg je een rijinstructeursvergunning. Met deze vergunning kun je aan de slag als rijinstructeur. Je krijgt dan de verantwoordelijkheid om jonge bestuurders de weg op te leiden. Je zult veel voldoening uit je werk halen als je ziet dat je leerlingen veilig en verantwoordelijk de weg opgaan. Rijinstructeur worden is dus een uitdaging met veel verantwoordelijkheid. Maar als je deze verantwoordelijkheid aan kan, is het een baan met veel voldoening. [ad_2] ### Hoe Je Een Ibki Rijinstructeur Kiest [ad_1] IBKI Rijinstructeur: de beste keuze voor uw rijopleiding Als u op zoek bent naar een betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige rijopleiding, dan is IBKI Rijinstructeur de beste keuze. IBKI Rijinstructeur staat voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Het bedrijf is gespecialiseerd in het verzorgen van rijopleidingen en heeft al meer dan twintig jaar ervaring in het vak. IBKI Rijinstructeur biedt een breed scala aan opleidingen, waaronder rijopleidingen voor zowel beginners als gevorderden. Ze bieden ook speciale opleidingen voor mensen met een handicap of motorische beperking. Bij IBKI Rijinstructeur kunt u er zeker van zijn dat u de beste kwaliteit krijgt voor uw geld. De instructeurs van IBKI Rijinstructeur hebben allemaal een uitgebreide opleiding en ervaring in het vak. Ze zijn gecertificeerd door de Nederlandse overheid en hebben allemaal de juiste kwalificaties om rijlessen te verzorgen. De instructeurs zijn ook opgeleid en ervaren in het verzorgen van rijlessen voor mensen met een handicap of motorische beperking. IBKI Rijinstructeur biedt ook een breed scala aan extra's, zoals een gratis proefles, een gratis rijexamen en een gratis theoriecursus. Daarnaast bieden ze ook een garantie op de kwaliteit van hun rijlessen. Kortom, als u op zoek bent naar een betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige rijopleiding, dan is IBKI Rijinstructeur de beste keuze. Ze bieden een breed scala aan opleidingen, een uitgebreide opleiding en ervaring voor hun instructeurs en een garantie op de kwaliteit van hun rijlessen. Neem vandaag nog contact op met IBKI Rijinstructeur en begin met uw rijopleiding! [ad_2] ### Wat Is WRM-Pas en Hoe Werkt Het? [ad_1] WRM PAS: EEN HANDIGE MANIER OM UW WERK TE BEHEEREN WRM PAS is een handige en efficiënte manier om uw werk te beheren. Het is een webgebaseerde softwareoplossing die u helpt om al uw werkzaamheden te beheren, te plannen en te volgen. De software is ontworpen om u te helpen bij het beheren van taken, projecten, teams en meer. Met WRM PAS kunt u eenvoudig een overzicht krijgen van alle taken die u moet uitvoeren. U kunt ook gemakkelijk taken toewijzen aan teamleden en het volgen van hun voortgang. WRM PAS biedt ook een kalender waarmee u eenvoudig taken kunt plannen en uw planning kunt beheren. U kunt ook eenvoudig een overzicht krijgen van alle taken die u moet uitvoeren en de voortgang ervan. WRM PAS biedt ook een gebruiksvriendelijke interface waarmee u eenvoudig taken kunt toevoegen, bewerken en verwijderen. U kunt ook eenvoudig taken toewijzen aan teamleden en de voortgang ervan volgen. Daarnaast biedt WRM PAS ook verschillende rapporten, waarmee u een overzicht krijgt van alle taken, projecten en teams. WRM PAS is een gebruiksvriendelijke oplossing die u helpt om al uw werkzaamheden te beheren en te plannen. Het is een eenvoudige oplossing die uw workflow vereenvoudigt en u helpt om efficiënter te werken. Als u op zoek bent naar een manier om uw werk beter te beheren, dan is WRM PAS een goede optie. [ad_2] ### Tips voor het slagen van je rijinstructeur Fase 1a examen [ad_1] Rijinstructeur Fase 1a: De eerste stap naar het behalen van je rijbewijs De rijinstructeur Fase 1a is een belangrijke stap voor iedereen die een rijbewijs wil behalen. Deze fase bestaat uit een theoretische en een praktische examen. In deze fase leer je de basis van het autorijden. Tijdens de theorie leer je onder andere over de verkeersregels, verkeersborden, verkeerssituaties en de techniek van het autorijden. Je krijgt ook uitleg over de werking van het voertuig, zoals het sturen, schakelen, remmen en het gebruik van de spiegels. Tijdens de praktijkles leer je hoe je veilig kunt rijden in verschillende verkeerssituaties. Je leert hoe je moet remmen, sturen, schakelen en de spiegels moet gebruiken. Ook leer je hoe je om moet gaan met andere verkeersdeelnemers en hoe je je auto moet parkeren. Om te slagen voor de rijinstructeur Fase 1a moet je slagen voor zowel de theorie- als praktijkles. Als je deze fase hebt afgerond, ben je klaar om door te gaan naar de volgende fase. Als je de rijinstructeur Fase 1a met succes hebt afgerond, ben je klaar om je rijbewijs te halen. Je kunt dan door naar de volgende fase, waarin je je rijvaardigheid verder verbetert. De rijinstructeur Fase 1a is een belangrijke stap voor iedereen die een rijbewijs wil behalen. Door deze fase te volgen, leer je de basisbeginselen van het autorijden en ben je klaar om door te gaan naar de volgende fases. [ad_2] ### Hoe bereid je je voor op het worden van een rijinstructeur? [ad_1] Rijinstructeur worden: een uitdaging waar veel mensen van dromen Veel mensen dromen ervan om rijinstructeur te worden. Dit is een uitdaging waar je veel voldoening uit kunt halen. Als je eenmaal een rijinstructeur bent, kun je anderen helpen om hun rijvaardigheid te verbeteren. Daarnaast is het een baan waarin je veel verantwoordelijkheid draagt. Als je rijinstructeur wilt worden, moet je eerst een opleiding volgen. Deze opleiding bestaat uit theorie- en praktijklessen. Je leert bijvoorbeeld hoe je een auto bestuurt, hoe je een auto onderhoudt en hoe je een les geeft. Na het voltooien van de opleiding moet je een examen afleggen. Als je dit examen met succes hebt afgelegd, kun je een rijinstructeurcertificaat krijgen. Dit certificaat is vereist om als rijinstructeur te werken. Naast de opleiding en het examen moet je ook een aantal persoonlijke eigenschappen hebben om een goede rijinstructeur te worden. Je moet geduldig, kalm en professioneel zijn. Je moet ook goed kunnen luisteren en communiceren, zodat je begrijpt wat je leerlingen nodig hebben. Als je alle vereiste stappen hebt voltooid, ben je klaar om als rijinstructeur aan de slag te gaan. Je kunt je eigen bedrijf beginnen of een baan zoeken bij een rijschool. Als je klaar bent om je carrière als rijinstructeur te beginnen, is het belangrijk om je vaardigheden te blijven verbeteren en bij te blijven met de nieuwste technologieën. Rijinstructeur worden is een uitdaging waar veel mensen van dromen. Als je alle vereiste stappen volgt, kun je een professionele rijinstructeur worden en anderen helpen om hun rijvaardigheid te verbeteren. [ad_2] ### De Beste Ibki Rijinstructeur Voor Jou [ad_1] IBKI Rijinstructeur: Een Uitstekende Keuze voor Uw Rijopleiding IBKI Rijinstructeur is een professionele rijschool die uitstekende rijopleidingen biedt. De rijinstructeurs hebben veel ervaring en kennis, waardoor ze u op een veilige en verantwoorde manier kunnen leren autorijden. De rijinstructeurs zijn vriendelijk en behulpzaam, waardoor u zich op uw gemak voelt tijdens de lessen. IBKI Rijinstructeur biedt verschillende rijopleidingen aan, zodat u kunt kiezen wat het beste bij u past. U kunt kiezen voor een basisopleiding, waarin u de basisvaardigheden leert, of een meer geavanceerde opleiding, waarin u meer gespecialiseerde technieken leert. U kunt ook kiezen voor een opleiding die speciaal is aangepast aan uw leerstijl. U kunt dus zelf kiezen wat het beste bij u past. De rijinstructeurs van IBKI Rijinstructeur zijn goed opgeleid en gecertificeerd, waardoor u er zeker van kunt zijn dat u in goede handen bent. Ze zijn ook gespecialiseerd in het leren autorijden en kunnen u helpen met het verbeteren van uw rijvaardigheden. Ze zullen u ook helpen met het oefenen van verschillende situaties, zodat u zich beter voorbereid voelt op het examen. IBKI Rijinstructeur biedt ook verschillende voordelen aan, waaronder een flexibele agenda, geen wachtrij en een goede prijs-kwaliteitverhouding. U kunt kiezen uit verschillende lessenpakketten, waaronder een basispakket, een vervolgpakket en een speciale pakket. Daarnaast bieden ze ook speciale aanbiedingen, zoals een gratis proefles en kortingen voor meerdere lessen. Kortom, als u op zoek bent naar een professionele rijschool met uitstekende rijopleidingen, dan is IBKI Rijinstructeur een uitstekende keuze. De rijinstructeurs zijn goed opgeleid en gecertificeerd, waardoor u er zeker van kunt zijn dat u in goede handen bent. Bovendien biedt de rijschool verschillende voordelen, waaronder een flexibele agenda, geen wachtrij en een goede prijs-kwaliteitverhouding. Kortom, met IBKI Rijinstructeur kunt u er zeker van zijn dat u een goede rijopleiding krijgt. [ad_2] ### Hoe je het beste kunt voorbereiden voor je rijinstructeur Fase 1a examen [ad_1] Rijinstructeur Fase 1A: Wat Is Het? Rijinstructeur Fase 1A is een korte cursus die bedoeld is voor mensen die willen leren autorijden. De cursus is ontwikkeld door het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) en heeft als doel om mensen voor te bereiden op het afleggen van het theorie-examen en het praktijkexamen. De cursus bestaat uit twee delen. In het eerste deel leer je over de basisprincipes van autorijden, zoals het gebruik van de juiste voorrangregels, het beheersen van de auto, het rijden in het verkeer en het vermijden van gevaarlijke situaties. In het tweede deel leer je hoe je moet omgaan met verschillende verkeerssituaties en hoe je je auto kunt besturen in verschillende omstandigheden. Om de cursus te volgen moet je eerst een theorie-examen afleggen. Als je dit examen met goed gevolg aflegt, krijg je een certificaat dat aantoont dat je de cursus hebt gevolgd. Hierna kun je je aanmelden voor het praktijkexamen. Het CBR biedt ook een online cursus aan die je kunt volgen als je geen tijd of geld hebt om naar een rijschool te gaan. Deze cursus is echter niet verplicht en heeft geen invloed op het resultaat van het examen. Als je de cursus hebt afgerond, kun je je aanmelden voor het praktijkexamen. Dit examen bestaat uit twee delen: een praktijkgedeelte en een theoriegedeelte. Als je het praktijkexamen met goed gevolg aflegt, krijg je een rijbewijs. Rijinstructeur Fase 1A is een korte cursus die bedoeld is om mensen te helpen bij het leren autorijden. De cursus is ontwikkeld door het CBR en bestaat uit twee delen. Als je de cursus met goed gevolg aflegt, kun je je aanmelden voor het praktijkexamen. Als je het praktijkexamen met goed gevolg aflegt, krijg je een rijbewijs. [ad_2] ### Wat zijn de kosten van het worden van een rijinstructeur? [ad_1] Rijinstructeur worden: een geweldige carrière Als je graag je passie voor autorijden wilt delen met anderen, is rijinstructeur worden misschien wel iets voor jou. Rijinstructeurs helpen mensen aan een rijbewijs en leren hen de basisbeginselen van het autorijden. Het is een geweldige carrière die veel verantwoordelijkheid, voldoening en financiële beloningen met zich meebrengt. Om rijinstructeur te worden, moet je aan bepaalde eisen voldoen. Je moet minstens 21 jaar oud zijn en in het bezit zijn van een geldig rijbewijs. Daarnaast moet je een rijopleiding volgen die bestaat uit theorie, praktijk en een examen. Als je de opleiding hebt afgerond, kun je een vergunning aanvragen bij de RDW. Na het behalen van je vergunning, kun je aan de slag als rijinstructeur. Je kunt kiezen voor een baan bij een rijschool, maar je kunt ook voor jezelf beginnen. Als je voor jezelf begint, moet je een bedrijf opzetten en een aantal verzekeringen afsluiten. Als rijinstructeur heb je veel verantwoordelijkheid. Je moet je leerlingen op een veilige en verantwoorde manier leren autorijden. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat je leerlingen voorbereiden op het praktijkexamen. Naast de verantwoordelijkheid kun je ook veel voldoening halen uit je werk als rijinstructeur. Je helpt mensen aan een rijbewijs en geeft ze de kans om zelfstandig te rijden. Financieel gezien is het ook een goede carrière. Je kunt veel verdienen met rijlessen en je kunt je eigen tarieven bepalen. Als je van autorijden houdt en je graag anderen helpt, dan is rijinstructeur worden misschien wel iets voor jou. Je kunt veel verantwoordelijkheid, voldoening en financiële beloningen verwachten. [ad_2] ### De Voordelen van Een Ibki Rijinstructeur [ad_1] Ibki Rijinstructeur is een van de meest betrouwbare en ervaren rijinstructeurs in Nederland. Ibki is een gediplomeerde, gecertificeerde en erkende rijinstructeur die al meer dan 25 jaar ervaring heeft in het lesgeven aan leerlingen van alle leeftijden. Ibki biedt een uitgebreid pakket aan diensten, waaronder het aanbieden van een verscheidenheid aan lessen, zoals theorie, praktijk en gespecialiseerde lessen. Bovendien biedt Ibki een aantal speciale diensten aan, waaronder het verzorgen van rijles op een privélocatie, het geven van rijles in het buitenland en het verzorgen van rijles voor mensen met een handicap. Ibki heeft een uitgebreide kennis van de wegcode en de regels die gelden voor het rijden op de openbare weg. Ze helpt leerlingen om hun rijvaardigheid te verbeteren en biedt tips en adviezen om veilig te rijden. Ibki is een professionele en ervaren rijinstructeur die alle vaardigheden en kennis heeft om leerlingen te helpen hun rijbewijs te halen. Ze heeft een klantgerichte benadering en biedt een persoonlijke touch aan elke leerling. Als je op zoek bent naar een betrouwbare en ervaren rijinstructeur, dan is Ibki Rijinstructeur de perfecte keuze. Ze biedt een breed scala aan diensten en is altijd bereid om te helpen. [ad_2] ### Hoe Pas WRM aan te Passen in Uw Bedrijf [ad_1] WRM-Pas is een innovatief systeem dat wordt gebruikt om de kwaliteit van een product of dienst te beoordelen. Het systeem maakt gebruik van een gestandaardiseerde set criteria om de kwaliteit van een product of dienst te beoordelen. De criteria worden gebruikt om een product of dienst te vergelijken met andere producten of diensten op de markt. WRM-Pas is ontwikkeld om bedrijven in staat te stellen om de kwaliteit van hun producten of diensten te verbeteren. Het systeem maakt gebruik van een gestandaardiseerde set criteria om de kwaliteit van een product of dienst te beoordelen. De criteria worden gebruikt om een product of dienst te vergelijken met andere producten of diensten op de markt. WRM-Pas helpt bedrijven om hun producten of diensten te verbeteren door de kwaliteit te vergelijken met andere producten of diensten op de markt. Het systeem helpt bedrijven om hun producten of diensten te verbeteren door het verzamelen van informatie over de kwaliteit van het product of de dienst. De verzamelde informatie wordt gebruikt om de kwaliteit van het product of de dienst te verbeteren. WRM-Pas is een effectief systeem dat bedrijven helpt om hun producten of diensten te verbeteren. Het systeem maakt gebruik van een gestandaardiseerde set criteria om de kwaliteit van een product of dienst te beoordelen. De criteria worden gebruikt om een product of dienst te vergelijken met andere producten of diensten op de markt. Het systeem helpt bedrijven om hun producten of diensten te verbeteren door het verzamelen van informatie over de kwaliteit van het product of de dienst. [ad_2] ### Wat je moet weten als je je rijinstructeur Fase 1a examen doet [ad_1] Rijinstructeur Fase 1A: Alles wat je moet weten Rijinstructeur Fase 1A is een vereiste voor het verkrijgen van een rijbewijs in Nederland. Het is een intensief traject waarbij de kandidaat leert hoe hij of zij een auto veilig en verantwoordelijk kan besturen. Fase 1A is een van de twee fasen die nodig zijn om een rijbewijs te krijgen. Rijinstructeur Fase 1A is een verplichte cursus die wordt aangeboden door een gecertificeerde rijschool. De cursus duurt ongeveer twintig uur en bestaat uit theorie- en praktijklessen. Tijdens de theorieles leert de kandidaat de basisbeginselen van het autorijden, zoals de verkeersregels, verkeersborden, verkeersveiligheid en verkeersinzicht. Tijdens de praktijklessen leert de kandidaat hoe hij of zij de auto moet besturen, waaronder het starten, stoppen, schakelen, parkeren, remmen en bochten nemen. Om de cursus te voltooien, moet de kandidaat een examen afleggen. Het examen bestaat uit twee delen: een theorie-examen en een praktijkexamen. Tijdens het theorie-examen moet de kandidaat de verkeersregels, verkeersborden en verkeersveiligheidsregels beantwoorden. Tijdens het praktijkexamen moet de kandidaat een auto besturen onder begeleiding van een rijinstructeur. Als de kandidaat het examen met succes heeft afgelegd, mag hij of zij deel uitmaken van de Fase 1A-cursus. Rijinstructeur Fase 1A is een vereiste voor het verkrijgen van een rijbewijs in Nederland. Door de cursus te volgen, leert de kandidaat de basisbeginselen van het autorijden en hoe hij of zij de auto veilig en verantwoordelijk kan besturen. Na het voltooien van de cursus en het afleggen van het examen, mag de kandidaat een rijbewijs aanvragen. [ad_2] ### Waarom Je Een Ibki Rijinstructeur Moet Overwegen [ad_1] IBKI Rijinstructeur: Een Professionele Oplossing Voor Uw Rijlessen Als u op zoek bent naar een professionele rijinstructeur, dan is IBKI rijinstructeur de juiste keuze voor u. IBKI staat voor Internationale BeroepsKwalificatie Instructeurs en is een van de meest gerenommeerde en betrouwbare rijopleiders in Nederland. IBKI rijinstructeurs staan bekend om hun uitstekende kwaliteit en hun professionele aanpak. IBKI rijinstructeurs hebben veel ervaring en kennis van het rijden. Ze weten precies wat er nodig is om een veilige en verantwoordelijke chauffeur te worden. Ze geven u de juiste lessen, zodat u met een gerust hart de weg op kunt. Bovendien hebben IBKI rijinstructeurs een goede reputatie op het gebied van klantenservice. Ze staan altijd klaar om u te helpen bij uw rijlessen en uw vragen te beantwoorden. IBKI rijinstructeurs hebben een volledig opgeleide en gecertificeerde staf. Ze zijn gespecialiseerd in het geven van rijlessen en kunnen uw leerproces zo efficiënt mogelijk laten verlopen. Daarnaast bieden IBKI rijinstructeurs ook een breed scala aan extra diensten, zoals het verzorgen van het theorie-examen en het geven van rijtesten. IBKI rijinstructeurs zijn ook erg goed in het opbouwen van een professionele relatie met hun leerlingen. Ze gaan uit van een persoonlijke benadering en staan altijd klaar om u te helpen. Ze zullen u helpen om uw doelen te bereiken en uw rijvaardigheid te verbeteren. Als u op zoek bent naar een professionele rijinstructeur, dan is IBKI rijinstructeur de juiste keuze voor u. Ze bieden een hoog niveau van kwaliteit, service en professionaliteit. U kunt erop vertrouwen dat uw rijlessen veilig en verantwoordelijk zullen verlopen. Neem contact op met IBKI voor meer informatie over hun diensten en om uw rijlessen te boeken. [ad_2] ### Hoe kies je de juiste rijschool om rijinstructeur te worden? [ad_1] Rijinstructeur worden: een uitdaging waar je veel voldoening uit kan halen Wil je graag mensen helpen bij het halen van hun rijbewijs? Dan is het misschien een goed idee om rijinstructeur te worden. Als rijinstructeur kun je mensen helpen bij het verbeteren van hun rijvaardigheid en het halen van hun rijbewijs. Om rijinstructeur te worden, moet je een aantal eisen voldoen. Je moet bijvoorbeeld minimaal 18 jaar oud zijn en in het bezit zijn van een geldig rijbewijs. Daarnaast moet je een opleiding volgen om je kennis en vaardigheden als rijinstructeur te verbeteren. Er zijn verschillende opleidingsinstituten waar je deze opleiding kunt volgen. Na het volgen van de opleiding kun je je aanmelden bij de RDW. Hier zal je worden gecontroleerd op je kennis en vaardigheden. Als je aan alle eisen voldoet, kun je als rijinstructeur aan de slag. Het werk als rijinstructeur is zeer afwisselend. Je krijgt te maken met verschillende leerlingen met verschillende niveaus. Je kunt je leerlingen helpen bij het verbeteren van hun rijvaardigheid en bij het halen van hun rijbewijs. Als rijinstructeur kun je veel voldoening uit je werk halen. Je kunt mensen helpen bij het verbeteren van hun rijvaardigheid en bij het halen van hun rijbewijs. Daarnaast is het werk als rijinstructeur zeer afwisselend en krijg je te maken met verschillende leerlingen. Als je denkt dat je de juiste kwaliteiten hebt om rijinstructeur te worden, neem dan contact op met een opleidingsinstituut om je kennis en vaardigheden als rijinstructeur te verbeteren. Als je alle eisen voldoet, kun je als rijinstructeur aan de slag en veel voldoening uit je werk halen. [ad_2] ### Hoe Je Kunt Profiteren van Een Ibki Rijinstructeur [ad_1] Een ibki rijinstructeur is een gecertificeerde rijinstructeur die is opgeleid door het Instituut voor Beroepsonderwijs en Kennis (IBKI). Deze opleiding is gericht op het verstrekken van kwaliteitsrijonderwijs. De opleiding is ontworpen om de rijinstructeur te voorzien van de kennis en vaardigheden die nodig zijn om veilig en verantwoordelijk te rijden. De opleiding omvat een combinatie van theoretische kennis, praktische vaardigheden en klantgericht onderwijs. Het is een intensieve opleiding die zich richt op het verbeteren van de rijvaardigheid van de leerling. De opleiding omvat onder andere het onderwijzen van de basisbeginselen van autorijden, zoals het starten, schakelen, remmen en sturen. Ook wordt er aandacht besteed aan verkeersregels, verkeersveiligheid, verkeersborden, verkeerssituaties en andere verkeersgerelateerde onderwerpen. De opleiding is gericht op het verbeteren van de rijvaardigheid van de leerling, maar het is ook een goede manier om de leerlingen te leren om verantwoordelijk te rijden. De rijinstructeur leert de leerlingen hoe ze moeten handelen in verschillende verkeerssituaties, hoe ze moeten reageren op andere weggebruikers, en hoe ze zich veilig kunnen gedragen als ze achter het stuur zitten. Een ibki rijinstructeur is een professionele, gecertificeerde rijinstructeur die is opgeleid om kwaliteitsrijonderwijs te verstrekken. Door de training worden de leerlingen voorbereid op het verantwoordelijk rijden op de openbare weg. [ad_2] ### Wat zijn de voordelen van het worden van een rijinstructeur? [ad_1] Rijinstructeur worden: een uitdaging voor iedereen Word jij de volgende rijinstructeur? Als je op zoek bent naar een uitdagende baan met veel verantwoordelijkheid, dan is rijinstructeur worden misschien wel iets voor jou. Rijinstructeurs helpen mensen om hun rijbewijs te halen en tegelijkertijd leren ze hen de verkeersregels en -veiligheid. Om rijinstructeur te worden, moet je eerst een opleiding volgen. Deze opleiding bestaat uit theorie- en praktijklessen. Tijdens de theorie-lessen leer je over verkeersregels en -veiligheid, terwijl je tijdens de praktijklessen leert hoe je een auto bestuurt. Naast de opleiding moet je ook een aantal tests afleggen. De eerste test is de theorie-examen. Je zult de verkeersregels en -veiligheid moeten beheersen om deze test te kunnen halen. Als je deze test met succes hebt afgelegd, kun je door naar de praktijktest. Tijdens deze test zal je moeten laten zien dat je een auto veilig en verantwoordelijk kunt besturen. Als je de opleiding en de tests met succes hebt afgerond, kun je een vergunning aanvragen om als rijinstructeur te werken. De vergunning geeft je de bevoegdheid om mensen te leren hoe ze een auto moeten besturen. Rijinstructeur worden is een uitdaging voor iedereen die op zoek is naar een baan met veel verantwoordelijkheid. Als je de nodige opleiding en tests met succes hebt afgerond, kun je een vergunning aanvragen om als rijinstructeur te werken. Je zult dan de verantwoordelijkheid hebben om mensen te leren hoe ze veilig en verantwoordelijk moeten rijden. [ad_2] ### Hoe word je een rijinstructeur? [ad_1] Rijinstructeur worden: een uitdaging en een beloning Het worden van een rijinstructeur is een uitdaging, maar ook een beloning. Als rijinstructeur heb je de kans om anderen te helpen hun rijvaardigheid te verbeteren en hun dromen waar te maken. Om een rijinstructeur te worden, moet je eerst een opleiding volgen die wordt aangeboden door verschillende rijscholen. De opleiding is meestal een combinatie van theorie en praktijk. De theorie bestaat uit het bestuderen van de verkeersregels en de wetten die van toepassing zijn op het rijden. De praktijk bestaat uit het rijden met een leerling, het geven van instructies en het geven van feedback. Na het voltooien van de opleiding, moet je een examen afleggen bij het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen). Als je dit examen met succes hebt afgerond, ben je klaar om als rijinstructeur aan de slag te gaan. Als rijinstructeur is het belangrijk om altijd vriendelijk, geduldig en begripvol te zijn. Je moet ook goed kunnen luisteren en goed kunnen communiceren met je leerlingen. Je moet ook een goed oog hebben voor detail en je moet in staat zijn om je leerlingen te helpen hun fouten te herkennen en te corrigeren. Als rijinstructeur krijg je de kans om mensen te helpen hun dromen waar te maken. Je krijgt de kans om een verschil te maken in het leven van mensen en je krijgt de kans om je eigen bedrijf te starten. Al met al is het worden van een rijinstructeur een uitdaging, maar ook een beloning. Als je de juiste opleiding en examen hebt afgerond, kun je aan de slag als rijinstructeur en de wereld een stukje veiliger maken. [ad_2] ### Rijinstructeur opleiding rijinstructeur opleiding rijinstructeur opleiding almere rijinstructeur rijinstructeur salaris rijinstructeur vacature rijinstructeur opleiding kosten rijinstructeur vacatures rijinstructeur boeken rijinstructeur bevoegdheid rijinstructeur boeken kopen rijinstructeur b rijinstructeur bijscholing rijinstructeur automaat rijinstructeur auto rijinstructeur auto kopen rijinstructeur amsterdam rijinstructeur autisme rijinstructeur diploma de rijinstructeur rijinstructeur goedkoop rijinstructeur gezakt rijinstructeur faalangst rijinstructeur forum rijinstructeur fase 1a rijinstructeur fase 2a rijinstructeur fase 2b rijinstructeur fase 3 rijinstructeur examen rijinstructeur examen 2a rijinstructeur eisen rijinstructeur engels rij-instructeur examen oefenen examen rijinstructeur moeilijk rijinstructeur opleiding online rijinstructeur opleiding uwv rijinstructeur opleiding vergoed rijinstructeur opleiding moeilijk rijinstructeur opleiding niveau rijinstructeur machtigen rijinstructeur meenemen tijdens examen mag rijinstructeur mee met afrijden mag rijinstructeur mee met examen rijinstructeur ibki rijinstructeur informatie rijinstructeur in opleiding rijinstructeur info rijinstructeur kosten kosten rijinstructeur opleiding kosten rijinstructeur worden hoe rijinstructeur worden mag je rijinstructeur mee met afrijden rijinstructeur cursus rijinstructeur cbr rijinstructeur lesplan rijinstructeur stage rijinstructeur pas rijinstructeur pas verlopen rijinstructeur pakket rijinstructeur prijs rijinstructeur rijexamen rij instructeur review ris rijinstructeur rijexamen rijinstructeur meenemen rijinstructeur vrouwelijk rijinstructeur vog rijinstructeur theorie taakprocessen rijinstructeur toelatingseisen rijinstructeur taken rijinstructeur thuisstudie rijinstructeur worden rijinstructeur worden via uwv rijinstructeur worden eisen rijinstructeur worden kosten rijinstructeur worden met baangarantie rijinstructeur opleiding uwv opleiding eisen rijinstructeur opleiding rijinstructeur amsterdam opleiding rijinstructeur almere opleiding rijinstructeur adhd rijinstructeur opleiding cbr cursus rijinstructeur kosten opleiding tot rijinstructeur kosten rijinstructeur opleiding gratis rijinstructeur opleiding goedkoopste ## Pagina's ### Alles wat je moet weten over het Taxi Theorie Examen Alles wat je moet weten over het Taxi Theorie Examen Wil je taxichauffeur worden? Dan moet je eerst slagen voor het Taxi Theorie examen. Dit is een belangrijke stap die test of je genoeg weet om een goede taxichauffeur te zijn. In dit artikel leggen we uit wat je kunt verwachten van het examen, hoe je je kunt voorbereiden, en welke uitdagingen je misschien tegenkomt. Het Taxi Theorie examen controleert of je genoeg weet over verkeersregels, veiligheid en klantenservice. Het zorgt ervoor dat nieuwe taxichauffeurs goed voorbereid zijn op hun werk. Dit examen is de basis voor veilige en professionele taxiservice in Nederland. Lees hier meer over waarom goede voorbereiding belangrijk is voor zowel de chauffeur als de passagiers. Structuur van het examen Het examen heeft twee hoofdonderdelen die verschillende dingen testen:   Belangrijke punten 65 meerkeuzevragen in 30 minuten Drie onderdelen: Gevaarherkenning, Kennis en Inzicht Minimumleeftijd: 16 jaar Theorie-examen vereist vóór praktijkexamen Certificaat geldig voor 18 maanden Beschikbaar in meerdere talen, waaronder Engels Opties voor extra tijd en ondersteuning bij leermoeilijkheden Aanbevolen: oefenexamens en up-to-date studiemateriaal gebruiken   Het eerste deel heeft 40 meerkeuzevragen over verschillende onderwerpen. Het tweede deel duurt 60 minuten. Je moet ongeveer 32-33 vragen goed hebben om te slagen. Dat is 80-82,5% goed. Als je slaagt, is je certificaat één jaar geldig. Belangrijke onderwerpen in het examen Het Taxi Theorie examen gaat over veel dingen die je als taxichauffeur moet weten:   Wettelijke regelgeving Kennis van verkeersregels en wetgeving Professioneel gedrag Correct optreden als taxichauffeur Veiligheid van passagiers Zorgen voor een veilige rit Communicatievaardigheden Effectief communiceren met klanten   Wettelijke regelgeving gaat over verkeersregels en speciale wetten voor taxi's. Professioneel gedrag is meer dan alleen beleefd zijn. Het gaat ook over hoe je moeilijke situaties oplost. De veiligheid van passagiers is heel belangrijk. Het gaat over veilig rijden en zorgen dat persoonlijke gegevens van klanten veilig blijven. Goed kunnen praten met klanten is ook belangrijk om hen tevreden te houden en problemen te voorkomen. Tips voor het voorbereiden op het examen Goed voorbereiden is belangrijk om te slagen voor het Taxi Theorie examen. Hier zijn wat tips: Oefen online met examenvragen Lees de officiële studieboeken goed door Gebruik tools die het echte examen nabootsen Oefen regelmatig en herhaal moeilijke onderwerpen Studeer samen met anderen die ook taxichauffeur willen worden Volg een cursus bij een goede rijschool als dat kan Veelgemaakte fouten en hoe ze te vermijden Veel mensen maken dezelfde fouten bij het Taxi Theorie examen. Als je weet wat deze fouten zijn, kun je ze beter vermijden. Lees hier meer over veelgemaakte fouten en hoe je ze kunt vermijden. Enkele veel voorkomende fouten zijn: Niet genoeg leren over lokale regels voor taxi's Denken dat klantenservice niet zo belangrijk is voor het examen De vragen niet goed lezen Te snel door het examen gaan Niet oefenen met tijdsdruk Als je deze fouten probeert te vermijden, heb je een betere kans om te slagen. Na het behalen van het examen Als je slaagt voor het Taxi Theorie examen, ben je er nog niet. Er zijn nog meer stappen: Praktijkexamen doen: Hier laat je zien dat je goed kunt rijden als taxichauffeur Taxipas aanvragen: Met je certificaten kun je een officiële pas krijgen om als taxichauffeur te werken Werk vinden: Je kunt bij een taxibedrijf gaan werken of voor jezelf beginnen Blijven leren: Er verandert veel in de taxiwereld, dus blijf op de hoogte van nieuwe dingen Praten met andere taxichauffeurs: Je kunt veel leren van mensen die al langer taxichauffeur zijn Veelgestelde vragen over het Taxi Theorie Examen   Onderdeel Details Status Geldigheid examen 1 jaar Belangrijk Minimumleeftijd Meestal 17-18 jaar Let op Apart van rijexamen Ja Bevestigd Vereiste score Ongeveer 32-33 van de 40 vragen goed Cruciaal   Het is belangrijk om te weten dat je examen maar één jaar geldig is. Je moet dus binnen een jaar de volgende stappen zetten om taxichauffeur te worden. De minimumleeftijd kan verschillen per plaats, dus check dat even. Het taxitheorie-examen is apart van het gewone rijexamen omdat je speciale dingen moet weten als taxichauffeur. Je moet veel vragen goed hebben om te slagen, dus bereid je goed voor! Ervaringen van geslaagde kandidaten Het kan helpen om te horen hoe anderen het Taxi Theorie examen hebben gehaald. Hier zijn wat tips van mensen die geslaagd zijn: "Ik maakte een studieschema en hield me daar strikt aan. Door elke dag een beetje te studeren, onthield ik de informatie beter." "Ik gebruikte verschillende manieren om te leren, zoals flashcards en online quizzen. Dat hielp me om alles beter te begrijpen." "Ik dacht eerst dat klantenservice niet zo belangrijk was voor het examen. Toen ik daar meer aandacht aan besteedde, voelde ik me veel zekerder." "Oefenen met tijdsdruk was heel belangrijk voor mij. In het begin had ik moeite om op tijd klaar te zijn, maar door veel te oefenen werd dat steeds makkelijker."   Conclusie Het Taxi Theorie examen is een belangrijke stap als je taxichauffeur wilt worden. Het test of je genoeg weet over verkeersregels en hoe je een goede taxichauffeur kunt zijn. Door goed voorbereid te zijn en te leren van anderen, heb je een goede kans om te slagen. Onthoud dat dit examen de eerste stap is naar een interessant beroep als taxichauffeur. Wat je leert voor het examen, helpt je ook om later een goede taxichauffeur te zijn. Blijf gemotiveerd, studeer goed, en voor je het weet zit jij achter het stuur van je eigen taxi! Met de juiste instelling en voorbereiding kun je niet alleen slagen voor het examen, maar ook een goede taxichauffeur worden. Succes met je voorbereidingen en je toekomstige werk als taxichauffeur! ### Taxi Theorie Online: Slaag voor je Examen in 2025 Taxi Theorie Online: Slaag voor je Examen in 2025 Wil je taxichauffeur worden? Dan moet je eerst slagen voor je taxi theorie examen. Gelukkig kun je nu gemakkelijk online oefenen. In dit artikel leer je alles over taxi theorie online en hoe je je het beste kunt voorbereiden. We bespreken de voordelen van online leren, de verschillende cursussen, en geven je tips om je examen te halen. Belangrijke Punten Flexibele studietijden voor optimale planning 24/7 toegang tot uitgebreid studiemateriaal Directe feedback op oefenvragen voor snelle verbetering Kosteneffectief in vergelijking met traditionele methoden Actuele informatie die voldoet aan de nieuwste exameneisen Leren in eigen tempo voor maximale efficiëntie Gerichte extra oefening op moeilijke onderwerpen Interactieve leeromgeving voor betere kennisretentie Toegang tot een breed scala aan oefenexamens Mogelijkheid om je voortgang nauwkeurig te volgen Waarom Kiezen voor Online Taxi Theorie Training? Online leren heeft veel voordelen als je je voorbereidt op je taxi theorie examen. Het is flexibel en efficiënt. Hier zijn enkele belangrijke redenen waarom online training handig is: Je kunt studeren wanneer het jou uitkomt, zelfs 's avonds laat of vroeg in de ochtend. Je hebt altijd toegang tot studiemateriaal, ook als je maar even tijd hebt. Je krijgt meteen feedback op oefenvragen, zodat je snel kunt verbeteren. Het is goedkoper dan boeken kopen of klassikale lessen volgen. De informatie is altijd up-to-date met de nieuwste regels. Je leert in je eigen tempo en kunt extra oefenen met moeilijke onderwerpen. Er zijn vaak leuke dingen zoals video's en quizzen die het leren leuker maken. Je kunt veel oefenexamens maken om goed voorbereid te zijn. Je kunt zien hoe ver je bent en wat je nog moet leren. Onze Taxi Theorie Cursussen Bij TheorieIn.nl hebben we verschillende online cursussen om je voor te bereiden op je taxi theorie examen. Elke cursus is gemaakt om goed bij jou te passen. Dit zijn de opties: 1. 6 Maanden Taxi Theorie Examentraining Deze cursus is voor als je rustig wilt leren. Je hebt 6 maanden de tijd om alles te leren. Het is handig als je ook nog werkt of andere dingen te doen hebt. Prijs: €34,95 (normaal €119,95) - dat is veel goedkoper! Meer dan 1300 oefenvragen over alles wat je moet weten Je kunt zo vaak oefenen als je wilt Je krijgt meteen het theorieboek om te lezen Alle onderwerpen van het examen worden behandeld We zorgen dat alles up-to-date blijft 2. 14 Dagen Taxi Theorie Examentraining Als je wat minder tijd hebt of snel wilt leren, is deze cursus van 2 weken perfect. Je leert veel in korte tijd. Prijs: €12,95 (normaal €59,95) - ook een goede deal! Meer dan 1300 oefenvragen om goed te oefenen Je kunt online alles leren We laten zien waar je nog aan moet werken Je krijgt elke dag een plan om te studeren Er is extra uitleg als je iets moeilijk vindt 3. 7 Dagen Taxi Theorie Examentraining Deze cursus is voor als je snel wilt leren of je examen bijna is. In een week leer je alles wat je moet weten. Prijs: €9,95 (normaal €39,95) - super goedkoop! Meer dan 1300 oefenvragen om veel te oefenen Je kunt een hele week zoveel oefenen als je wilt Je krijgt meteen het theorieboek om te lezen We focussen op de belangrijkste dingen die je moet weten Elke dag krijg je nieuwe dingen om te leren 4. 24 Uur Taxi Theorie Examentraining Deze cursus is voor als je op het laatste moment nog wilt oefenen. Je hebt 24 uur om alles nog een keer door te nemen. Prijs: €4,95 (normaal €12,95) - de goedkoopste optie! Meer dan 1300 oefenvragen om snel te checken wat je weet Je kunt 24 uur lang zoveel oefenen als je wilt Perfect om nog even alles te herhalen Je kunt snel de belangrijkste dingen leren Handig om te zien waar je nog aan moet werken Wat Leer Je bij Taxi Theorie Online? Bij het taxi theorie examen leer je alles wat je moet weten om een goede en veilige taxichauffeur te worden. In onze online cursussen komen deze belangrijke onderwerpen aan bod: Verkeersregels en verkeersborden Je leert alle verkeersregels en hoe je verkeersborden moet begrijpen. Ook leer je over nieuwe regels die er zijn gekomen. Rijtechniek en voertuigcontrole Je leert hoe je goed moet rijden en hoe je je taxi moet controleren. Je leert ook hoe je problemen met de auto kunt herkennen. Klantenservice en communicatie Je leert hoe je goed met klanten moet omgaan en hoe je duidelijk kunt praten. Ook leer je wat je moet doen als er problemen zijn. Veiligheid en noodsituaties Je leert hoe je veilig kunt werken en wat je moet doen in noodsituaties. Ook leer je een beetje over eerste hulp. In onze online cursussen leer je over al deze onderwerpen. We geven je veel informatie, voorbeelden uit de praktijk en oefeningen om alles goed te begrijpen. Zo ben je niet alleen klaar voor het examen, maar ook voor je werk als taxichauffeur. Hoe Zit het Taxi Theorie Examen in Elkaar? Het taxi theorie examen test of je alles goed hebt geleerd. Het bestaat uit twee delen: Meerkeuze vragen: Je krijgt 60 vragen over verschillende onderwerpen. Je moet laten zien dat je de regels kent en weet hoe je ze moet gebruiken. Gevaarherkenning: Je kijkt naar korte filmpjes en moet gevaarlijke situaties herkennen. Dit is belangrijk omdat je in het verkeer snel moet kunnen zien wat gevaarlijk is. Je moet beide delen goed doen om te slagen. Het is best moeilijk, dus het is belangrijk om goed te oefenen. Met onze online cursussen oefen je voor beide delen, zodat je goed voorbereid bent. Tips om te Slagen voor je Taxi Theorie Examen Met deze tips heb je meer kans om in één keer te slagen voor je examen: Maak een studieplanning: Verdeel wat je moet leren over de tijd die je hebt. Zo raak je niet in de stress. Oefen elke dag een beetje: Het is beter om elke dag een beetje te leren dan alles in één keer. Maak veel oefenexamens: Zo weet je wat je kunt verwachten en zie je waar je nog aan moet werken. Besteed extra tijd aan moeilijke dingen: Als je iets lastig vindt, oefen dat dan extra. Leer actief: Schrijf dingen op, stel vragen en probeer dingen uit te leggen aan anderen. Gebruik ezelsbruggetjes: Maak grappige zinnetjes of woorden om dingen te onthouden. Wissel af hoe je leert: Lees, luister naar uitleg, kijk video's en maak oefeningen. Rust goed uit: Zorg dat je genoeg slaapt en neem pauzes tijdens het leren. Leer omgaan met stress: Probeer rustig te ademen als je zenuwachtig bent. Rust de dag voor het examen: Herhaal alleen nog even wat je al weet en ontspan. Vergelijking van Onze Cursussen Hier zie je een overzicht van onze cursussen, zodat je kunt kiezen welke het beste bij jou past: Kenmerk 6 Maanden 14 Dagen 7 Dagen 24 Uur Prijs per dag € 0,19 € 0,93 € 1,42 € 4,95 Aantal oefenvragen 1300+ 1300+ 1300+ 1300+ Onbeperkt oefenen Ja Ja Ja Ja Directe resultaten Ja Ja Ja Ja Toegang theorieboek Ja Ja Ja Ja Studieduur Lang Middel Kort Zeer kort Geschikt voor beginners Zeer goed Goed Matig Niet geschikt Geschikt voor herhaling Matig Goed Zeer goed Zeer goed Diepgang van de stof Zeer uitgebreid Uitgebreid Beknopt Essentieel Flexibiliteit in studietempo Zeer hoog Hoog Beperkt Zeer beperkt Kijk goed naar deze tabel om te zien welke cursus het beste bij jou past. Denk aan hoeveel tijd je hebt en wanneer je examen is. Conclusie: Start Vandaag met Jouw Taxi Theorie Training Je taxi theorie examen halen is een belangrijke stap om taxichauffeur te worden. Het is een leuk beroep waarin je veel met mensen werkt. Met onze online cursussen bij TheorieIn.nl ben je goed voorbereid voor het examen. We hebben verschillende cursussen, van 6 maanden tot 24 uur. Zo is er altijd een cursus die bij jou past. Je leert niet alleen voor het examen, maar ook dingen die je nodig hebt als taxichauffeur. Begin vandaag nog met oefenen en zet de eerste stap naar je nieuwe baan als taxichauffeur. Door nu te beginnen, werk je aan je toekomst. Kies de cursus die het beste bij jou past en schrijf je nu in. Als je goed oefent, kun je met vertrouwen je examen doen. Succes met je examen en je toekomstige werk als taxichauffeur! ### WRM opleiding: Alles wat je moet weten over rijinstructie Alles wat je moet weten over WRM opleiding Wil je rijinstructeur worden? Dan heb je een WRM-certificaat nodig. WRM staat voor Wet Rijonderricht Motorrijtuigen. Het is nodig voor iedereen die anderen wil leren autorijden in Nederland. Laten we eens kijken wat deze opleiding precies inhoudt. Belangrijkste punten WRM-opleiding Verplicht certificaat voor rijinstructeurs in Nederland Bestaat uit verschillende fases: theorie en praktijk Duur varieert, gemiddeld 9 maanden voor complete opleiding Kosten verschillen per fase, van €49 tot €1710 Examen bij IBKI met echte rijles als eindtoets Certificaat moet elke 5 jaar vernieuwd worden De WRM-opleiding bestaat uit verschillende fases. Je begint met theorie en eindigt met praktijk. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar we leggen het stap voor stap uit. Stel je voor dat je een recept volgt om een taart te bakken. Eerst lees je hoe het moet, dan ga je aan de slag! De onderdelen van de WRM-opleiding De opleiding is opgedeeld in fases. Elke fase leert je iets nieuws. Het is als het bouwen van een huis: je begint met de fundering en werkt dan omhoog. Laten we eens kijken naar de verschillende delen: WRM Fase 1A gaat over de theorie van het rijden. Je leert hier alles over verkeersregels en hoe een auto werkt. Het is alsof je leert over de ingrediënten voordat je gaat koken. Deze fase duurt ongeveer 3 maanden en omvat onderwerpen zoals verkeerstekens, voorrangsregels, en basiskennis van voertuigtechniek. Van theorie naar praktijk Na de theorie komt de praktijk. In WRM Fase 2A leer je hoe je een les voorbereidt. Het is net als het maken van een boodschappenlijstje voordat je gaat koken. Je plant wat je gaat doen en hoe je het gaat aanpakken. Deze fase duurt ongeveer 2 maanden en omvat lesplanning, didactische vaardigheden, en het opstellen van een effectief lesprogramma. Dan volgt WRM Fase 2B. Hier leer je hoe je de les geeft en achteraf bespreekt. Stel je voor dat je iemand leert fietsen. Je legt uit hoe het moet, kijkt hoe het gaat, en praat er daarna over. Deze fase duurt ongeveer 2 maanden en richt zich op praktische lesgeefsituaties, communicatietechnieken, en het geven van feedback. Het praktijkgedeelte Het spannendste deel komt nu: de praktijk! In WRM Fase 1B ga je zelf rijden en laten zien wat je kunt. Je doet bijzondere dingen met de auto, zoals achteruit inparkeren. Het is alsof je een danswedstrijd hebt en alle moves moet laten zien die je geleerd hebt. Deze fase duurt ongeveer 1 maand en omvat intensieve rijvaardigheidstraining en speciale manoeuvres. De kosten en duur van de opleiding Nu vraag je je misschien af: wat kost dit allemaal? Nou, dat hangt ervan af welke delen je doet. Hier is een overzichtje: Prijzen WRM-opleidingsfases Fase 1A Fase 2A Fase 2B Complete WRM Fase 1B Fase 3 Fase 1A Fase 2A Fase 2B Complete WRM Fase 1B Fase 3 De duur verschilt ook per fase. Sommige delen kun je in 3 maanden doen, andere duren langer. De complete opleiding geeft je 9 maanden om alles te leren. Dat is genoeg tijd om alles rustig onder de knie te krijgen. Het is belangrijk om te weten dat de complete WRM opleiding vaak de meest kosteneffectieve optie is voor aspirant-rijinstructeurs. Wat is er nieuw? Er zijn een paar dingen veranderd in de WRM-wereld. Je krijgt nu een nieuwe pas met je foto erop. Ook kun je sommige papieren nu digitaal insturen. Dat maakt het allemaal wat makkelijker! Bovendien is er meer aandacht voor moderne leermethoden, zoals het gebruik van simulatoren en online leerplatforms in de WRM Fase 1A. Specialisaties Wist je dat je ook speciale certificaten kunt halen? Als je motorrijles of vrachtwagen rijles wilt geven, heb je een apart certificaat nodig. Het is net als bij koken: je kunt je specialiseren in Italiaans of Chinees eten! Deze specialisaties vereisen aanvullende opleiding en examens, maar kunnen je carrièremogelijkheden aanzienlijk verbreden. Meer informatie over deze specialisaties vind je op de WRMPAS website. Het examen Als je alles geleerd hebt, doe je examen bij het IBKI. Dat is de organisatie die checkt of je klaar bent om rijinstructeur te worden. Je geeft een echte les aan iemand die wil leren rijden. Spannend, maar als je goed geoefend hebt, komt het helemaal goed! Het examen bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een theoretisch gedeelte en een praktische rijles. Goede voorbereiding is essentieel, en WRM Fase 2B is speciaal ontworpen om je hierop voor te bereiden. Je certificaat behouden Als je je certificaat hebt, ben je er nog niet. Je moet elke 5 jaar bijleren. Dat klinkt misschien veel, maar het zorgt ervoor dat je altijd up-to-date blijft. Het is als een smartphone die updates krijgt: zo werk je altijd met de nieuwste versie! Belangrijke punten bijscholing WRM-certificaat Elke 5 jaar vernieuwen 3 dagen theorie (6 halve dagen) 1 theoriedag over nieuwe regels 1 dag praktijk Praktisch examen: echte rijles geven Kosten variëren, vaak in pakketten inbegrepen Totale duur: 7 dagen Veelgestelde vragen Mensen hebben vaak vragen over de WRM-opleiding. Bijvoorbeeld: "Hoe lang duurt het?" of "Kan ik het naast mijn werk doen?" Het antwoord is dat het per persoon verschilt. Sommigen doen het in één keer, anderen verspreiden het over langere tijd. Het is als het leren van een nieuwe taal: de een pikt het sneller op dan de ander. De complete WRM opleiding biedt flexibiliteit om het leertraject aan te passen aan je persoonlijke situatie. Meer weten? Wil je meer informatie? Kijk dan eens op de website van WRMPAS. Daar vind je alle details over de verschillende fases en pakketten. Je kunt er ook terecht met vragen. Het is als een bibliotheek vol informatie, maar dan speciaal voor de WRM-opleiding! Je vindt er ook informatie over WRM Fase 3, die gericht is op het behouden van je certificaat. Neem contact op met WRMPAS als je nog vragen hebt. Ze helpen je graag op weg naar je carrière als rijinstructeur! Conclusie De WRM-opleiding is de weg naar een boeiende baan als rijinstructeur. Je leert er alles over autorijden, lesgeven en veiligheid. Het kost tijd en inzet, maar aan het eind kun je anderen helpen hun dromen waar te maken. Wie weet zit jij binnenkort naast iemand die voor het eerst achter het stuur zit, klaar om ze de weg te wijzen naar hun rijbewijs! Met de juiste voorbereiding en toewijding kun je een succesvolle carrière opbouwen in deze dynamische sector. Vergeet niet dat continue bijscholing en het up-to-date blijven met de nieuwste ontwikkelingen essentieel zijn voor een lange en bevredigende loopbaan als rijinstructeur. ### Hoeveel uur stage voor rijinstructeur? Hoeveel uur stage voor rijinstructeur? Als je rijinstructeur wilt worden in Nederland, moet je stage lopen. Maar hoeveel uur precies? Laten we kijken naar de eisen en het proces. Belangrijke Punten Duur van de Stage: 40 uur Onderdeel van: WRM-certificering Praktijkervaring: Met echte leerlingen Voorbereiding op: Zelfstandig lesgeven Belangrijk voor: Examenvoorbereiding In Nederland heb je een WRM-certificaat nodig om rijinstructeur te worden. WRM betekent Wet Rijonderricht Motorrijtuigen. De opleiding heeft drie delen: theorie, didactiek en praktijk. Het proces om rijinstructeur te worden is best lang, maar de stage is heel belangrijk. De 40-urige stage voor rijinstructeurs Je moet 40 uur stage lopen als onderdeel van je opleiding. Dit is verplicht en helpt je om ervaring op te doen. Tijdens deze stage leer je lesgeven aan echte leerlingen. Je kijkt mee met ervaren instructeurs en geeft zelf ook les. De stage is erg belangrijk omdat je dan echt kunt oefenen wat je hebt geleerd. Je ziet hoe het er in het echt aan toe gaat en leert omgaan met verschillende situaties. Het is een kans om te groeien en meer zelfvertrouwen te krijgen. Wat leer je tijdens de stage? Tijdens je 40 uur stage leer je veel verschillende dingen. Je oefent met: Het geven van rijlessen aan echte leerlingen Het uitleggen van verkeersregels en -situaties Het omgaan met verschillende types leerlingen Het plannen en voorbereiden van lessen Het geven van feedback aan leerlingen De stage voor rijinstructeurs is een kans om alles wat je hebt geleerd in de praktijk te brengen. Je leert ook hoe je moet omgaan met onverwachte situaties op de weg. Ook leer je welk lesmateriaal en welke lesmethoden het beste werken. Eisen voor de opleiding tot rijinstructeur Voordat je aan de stage begint, moet je aan een paar eisen voldoen: Je moet minstens 18 jaar oud zijn Je moet een geldig rijbewijs hebben Je moet de theorie- en didactiekfase van de opleiding hebben afgerond Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen overleggen Voldoen aan medische eisen voor rijgeschiktheid De opleiding tot rijinstructeur is best intensief. De rijinstructeur opleiding heeft verschillende fases en examens. De stage is een van de laatste stappen voordat je je certificaat kunt halen. Het examen na je stage Na je stage moet je nog een examen doen. Dit examen wordt afgenomen door het IBKI. Tijdens dit examen laat je zien dat je alles wat je hebt geleerd, ook echt kunt toepassen. Het is normaal om een beetje zenuwachtig te zijn voor dit examen. Maar onthoud dat je 40 uur stage hebt gedaan en veel hebt geoefend. Het WRM-examen is je kans om te laten zien wat je allemaal hebt geleerd. Het examen heeft een theoretisch deel en een praktisch deel waar je een proefles moet geven. Na het behalen van je certificaat Als je slaagt voor je examen, krijg je je WRM-certificaat. Dit certificaat is 5 jaar geldig. In die tijd kun je als rijinstructeur werken. Maar het leren stopt niet. Je moet regelmatig bijscholingscursussen volgen om je certificaat geldig te houden. Deze bijscholing zorgt ervoor dat je up-to-date blijft met nieuwe verkeerswetten en lesmethoden. Als rijinstructeur kun je je specialiseren in verschillende voertuigen. Je kunt bijvoorbeeld instructeur worden voor auto's, motoren of vrachtwagens. Rijinstructeur voor motoren worden is een voorbeeld van zo'n specialisatie. Elke specialisatie heeft extra training en certificering nodig. Kosten van de opleiding De opleiding tot rijinstructeur kost geld. De precieze kosten kunnen verschillen per opleider. Het is slim om verschillende opties te vergelijken. Sommige opleiders bieden misschien de mogelijkheid om in termijnen te betalen. Onthoud dat de kosten een investering zijn in je toekomst. Als je eenmaal je certificaat hebt, kun je aan de slag in een leuk en afwisselend beroep. De kosten van de rijinstructeur opleiding kunnen verschillen, dus het loont om goed onderzoek te doen. Denk ook aan kosten voor lesmateriaal, examens en misschien een lesauto. Voordelen van het worden van rijinstructeur Rijinstructeur worden heeft veel voordelen: Je hebt een afwisselende baan Je werkt met veel verschillende mensen Je kunt flexibel werken Je draagt bij aan de verkeersveiligheid Je kunt mensen helpen een belangrijke vaardigheid te leren Er is mogelijkheid tot zelfstandig ondernemerschap Je kunt je blijven ontwikkelen in je vakgebied De voordelen van rijinstructeur zijn maken het een leuk beroep voor veel mensen. Het geeft veel voldoening om anderen te helpen hun rijbewijs te halen. Ook kun je jezelf blijven ontwikkelen in dit werk. De rol van een rijinstructeur in de maatschappij Als rijinstructeur speel je een belangrijke rol in de samenleving. Je helpt niet alleen mensen mobiel te zijn, maar draagt ook bij aan de verkeersveiligheid. Door goede rijvaardigheden en verantwoordelijk rijgedrag te leren, help je mee aan veiligere wegen voor iedereen. De maatschappelijke impact van rijinstructeurs is daarom groot. Conclusie De stage van 40 uur is een belangrijk deel van je opleiding tot rijinstructeur. Je krijgt de kans om ervaring op te doen en je voor te bereiden op je toekomstige baan. De opleiding kost tijd en inzet, maar het is een investering in een boeiende carrière. Als je erover denkt om rijinstructeur te worden, is het goed om je goed te informeren. Kijk naar de eisen, de kosten en de mogelijkheden. En onthoud: die 40 uur stage zijn een geweldige kans om te leren en te groeien in je nieuwe beroep! Voor meer informatie over specifieke aspecten van het beroep, kun je kijken op pagina's zoals carrièremogelijkheden voor rijinstructeurs of bijscholing voor rijinstructeurs. Deze bronnen kunnen je helpen een goed beeld te krijgen van wat het betekent om rijinstructeur te zijn in Nederland. ### Bijscholing Rijinstructeur: Blijf Scherp en Up-to-Date Bijscholing Rijinstructeur: Blijf Scherp en Up-to-Date Hé, rijinstructeurs! Weten jullie dat je elke 5 jaar bijscholing moet volgen? Het klinkt misschien saai, maar het is super belangrijk. Het houdt je scherp en zorgt ervoor dat je leerlingen de beste les krijgen. Laten we eens kijken wat deze bijscholing precies inhoudt en waarom het zo essentieel is voor jouw carrière en de veiligheid op de weg. Key Takeaways WRM bijscholing is verplicht elke 5 jaar voor rijinstructeurs Het omvat 3 dagen theorie en 1 praktijkexamen Cursussen behandelen nieuwe verkeersregels, coachingstechnieken en veilig rijgedrag Bijscholing houdt je kennis up-to-date en verbetert je lesvaardigheden Het is een investering in je carrière en de veiligheid van je leerlingen Wat Is WRM Bijscholing? WRM staat voor Wet Rijonderricht Motorrijtuigen. Dat is een moeilijke naam voor de regels die bepalen hoe je rijles moet geven. De bijscholing zorgt ervoor dat je alles weet over de nieuwste verkeersregels en de beste manieren om les te geven. Het is een beetje zoals huiswerk voor rijinstructeurs, maar dan veel cooler! Je moet 3 dagen theorie doen en 1 praktijkexamen. Dat klinkt misschien veel, maar het is verspreid over 5 jaar. Dus dat valt best mee, toch? Het leuke is dat je nieuwe dingen leert en ook je oude kennis opfrist. Zo blijf je een topinstructeur! De WRM bijscholing is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een kans om je vaardigheden te verbeteren en je netwerk uit te breiden. Tijdens de cursussen ontmoet je collega-instructeurs, waarmee je ervaringen kunt uitwisselen en van elkaar kunt leren. Dit aspect van peer-learning is ontzettend waardevol in een vakgebied dat constant in beweging is. Wat Leer Je Allemaal? Tijdens de bijscholing leer je over nieuwe verkeersregels, slimme lesmethodes en hoe je het beste met je leerlingen kunt omgaan. Stel je voor: je leert hoe je een zenuwachtige leerling kunt helpen ontspannen, of hoe je iemand uitlegt hoe een rotonde werkt zonder dat ze in paniek raken. Cool, toch? Je oefent ook in het echt. Je geeft les aan een echte leerling terwijl een examinator kijkt hoe je het doet. Geen zorgen, het is niet om je te laten zakken, maar om te zien hoe goed je bent en waar je misschien nog wat hulp kunt gebruiken. Daarnaast komen er ook onderwerpen aan bod zoals het gebruik van moderne technologie in rijlessen. Denk aan apps die rijgedrag analyseren of simulatoren die gevaarlijke verkeerssituaties nabootsen. Je leert hoe je deze tools kunt inzetten om je lessen effectiever en interactiever te maken. Ontdek meer over innovatieve leermethoden voor rijinstructeurs. Waarom Is Bijscholing Rijinstructeur Zo Belangrijk? Stel je voor dat je een dokter bent die nooit iets nieuws leert. Dat zou niet zo fijn zijn, hè? Hetzelfde geldt voor rijinstructeurs. Door bijscholing te volgen, zorg je ervoor dat je leerlingen veilig en goed leren rijden. Plus, het maakt jouw werk leuker en uitdagender! Bijscholing zorgt er ook voor dat je op de hoogte blijft van veranderingen in de verkeerswereld. Denk aan nieuwe wetgeving rond elektrisch rijden, of aangepaste regels voor het gebruik van rotondes. Door up-to-date te blijven, kun je je leerlingen de meest actuele en relevante informatie geven. Dit verhoogt niet alleen de kwaliteit van je lessen, maar draagt ook bij aan de algemene verkeersveiligheid. Ontdek hoe je je kwalificaties als rijinstructeur kunt verbeteren Hoe Ziet De Bijscholing Eruit? Je kunt kiezen tussen lessen in een klaslokaal of online cursussen. Beide zijn prima, het hangt er maar net vanaf wat jij fijn vindt. In de klas kun je makkelijk vragen stellen en met collega's praten. Online is handig als je een druk schema hebt. Je leert over verschillende onderwerpen, zoals: Belangrijke punten Nieuwe verkeersregels Coachingstechnieken Omgaan met angstige leerlingen Geavanceerde rijtechnieken Veilig rijgedrag Naast deze kernonderwerpen komen er ook specifieke thema's aan bod die inspelen op actuele ontwikkelingen. Denk aan lessen over het begeleiden van leerlingen in elektrische auto's, of hoe je rijangst kunt aanpakken met moderne psychologische inzichten. Lees meer over de toekomst van rijinstructie. Wat Kost Het En Hoe Meld Je Je Aan? De kosten voor de bijscholing verschillen per cursus en locatie. Maar zie het als een investering in jezelf en je carrière. Het is slim om op tijd te beginnen met plannen, zodat je niet in tijdnood komt. Aanmelden is makkelijk. Je kunt vaak online inschrijven bij erkende opleiders. Let wel op dat je cursussen kiest die zijn goedgekeurd door het IBKI. Dat is de organisatie die zorgt dat alles volgens de regels gaat. Het is verstandig om de kosten van verschillende aanbieders te vergelijken, maar kijk ook naar de inhoud en kwaliteit van de cursussen. Soms is een iets duurdere cursus het waard vanwege de extra kennis of vaardigheden die je opdoet. Bekijk tips voor financiële planning voor rijinstructeurs. Veelgestelde Vragen Hier zijn wat vragen die veel instructeurs hebben: Vraag Antwoord Status Hoe vaak moet ik bijscholing volgen? Elke 5 jaar Verplicht Wat als ik het niet op tijd doe? Je mag dan geen les meer geven tot je bijgeschoold bent Let op Kan ik zelf kiezen welke cursussen ik doe? Ja, maar één cursus moet over verkeersregels gaan Keuze Is er een examen aan het eind? Ja, een praktijkexamen met een echte leerling Verplicht Hoeveel dagen theorie moet ik volgen? 3 dagen (6 half-dagen) Verplicht Hoeveel dagen praktijk moet ik volgen? 1 dag Verplicht Wat zijn de kosten voor WRM bijscholing? Variërend per cursus en locatie Variabel Hoe kan ik me aanmelden voor WRM bijscholing? Online bij erkende opleiders Keuze Tot Slot Bijscholing klinkt misschien als een karwei, maar het is echt de moeite waard. Je leert nieuwe dingen, ontmoet collega's en wordt een nog betere instructeur. En dat is niet alleen goed voor jou, maar ook voor al die leerlingen die jij veilig de weg op helpt. Bovendien draag je bij aan de algemene verkeersveiligheid in Nederland. Door up-to-date te blijven en je vaardigheden constant te verbeteren, help je mee aan het creëren van een nieuwe generatie veilige en verantwoordelijke bestuurders. Lees meer over de impact van goede rijinstructie op verkeersveiligheid. Dus, wanneer ga jij je volgende bijscholing plannen? Het is een kans om te groeien en nog beter te worden in wat je doet. Pak 'm! En vergeet niet, elke cursus die je volgt is een stap vooruit in je carrière en een bijdrage aan veiligere wegen voor iedereen. Lees meer over de voordelen van een IBKI rijinstructeur Wil je meer weten over hoe je je carrière als rijinstructeur kunt boosten? Ontdek tips voor carrière-ontwikkeling voor rijinstructeurs. Of ben je benieuwd naar de nieuwste technologieën in rijinstructie? Lees hier over de rol van technologie in moderne rijinstructie. ### Salaris Rijinstructeur: Wat Verdient een Rijinstructeur in Nederland? Salaris Rijinstructeur: Wat Verdient een Rijinstructeur in Nederland? Ben je benieuwd naar het salaris van een rijinstructeur? Laten we eens kijken wat je kunt verwachten als je deze boeiende baan kiest. Het is niet alleen leuk om mensen te leren rijden, maar je kunt er ook een prima boterham mee verdienen! Of je nu net begint of al jaren ervaring hebt, er zijn veel factoren die je inkomen kunnen beïnvloeden. Belangrijkste punten Gemiddeld salaris: €2.130 - €2.885 per maand Hoogste salaris in Eindhoven: €2.785 HBO-opgeleiden verdienen gemiddeld meer: €3.275 Freelancers kunnen tot €3.495 verdienen Ervaring en locatie beïnvloeden het salaris sterk Gemiddeld Salaris van Rijinstructeurs Een rijinstructeur in Nederland verdient gemiddeld tussen de €2.130 en €2.885 per maand. Dat is best een brede range, hè? Dat komt omdat er veel dingen zijn die invloed hebben op hoeveel je precies verdient. Denk aan waar je werkt, hoeveel ervaring je hebt en wat voor opleiding je hebt gedaan. Stel je voor: je bent net begonnen als rijinstructeur in een klein dorpje. Dan zul je waarschijnlijk minder verdienen dan iemand die al jaren lesgeeft in een grote stad. Maar maak je geen zorgen, want naarmate je meer ervaring krijgt, gaat je salaris meestal ook omhoog! Het is belangrijk om te weten dat je salaris ook kan afhangen van het type rijlessen dat je geeft. Autorijlessen en motorrijlessen kunnen bijvoorbeeld verschillende tarieven hebben, wat invloed heeft op je uiteindelijke inkomen. Waar Verdien Je het Meest? Als je echt de big bucks wilt verdienen als rijinstructeur, moet je misschien verhuizen! In sommige steden liggen de salarissen namelijk een stuk hoger. Kijk maar eens naar deze top 3:   Beste Betaalde Steden voor Rijinstructeurs in Nederland Eindhoven Breda Utrecht   Cool, hè? Als je in Eindhoven woont of wilt wonen, heb je geluk. Daar kun je als rijinstructeur het meeste verdienen. Maar ook in Breda en Utrecht zit je goed! Het is interessant om te zien hoe de salarissen per stad verschillen. Dit kan te maken hebben met de vraag naar rijinstructeurs, de kosten van levensonderhoud in die steden, en zelfs met de concurrentie tussen rijscholen. Opleiding en Salaris Wist je dat je opleiding ook uitmaakt voor hoeveel je verdient? Kijk maar eens naar deze cijfers: Met een HBO-diploma: €3.275 Met een MBO-diploma: €2.880 Met een LBO/VMBO-diploma: €2.365 Zie je dat verschil? Met een hogere opleiding kun je meer verdienen. Maar dat betekent niet dat je per se een HBO-diploma nodig hebt om een goede rijinstructeur te worden. Het belangrijkste is dat je goed kunt lesgeven en alles weet over verkeersregels en veilig rijden. Naast je basisopleiding kun je ook bijscholingen volgen als rijinstructeur. Deze extra kennis kan je niet alleen een betere instructeur maken, maar kan ook je salariskansen verbeteren. Ervaring Telt Ook Mee Net als bij veel andere banen, verdien je meer naarmate je langer werkt als rijinstructeur. Hier zie je wat je ongeveer kunt verwachten: Junior (net begonnen): €2.525 Medior (al een tijdje bezig): €2.530 Senior (heel ervaren): €2.535 Het verschil lijkt misschien niet zo groot, maar vergeet niet dat dit gemiddelden zijn. In de praktijk kan het verschil groter zijn, vooral als je erg goed bent in je werk! Ervaren instructeurs hebben vaak een vast klantenbestand en krijgen meer aanbevelingen, wat kan leiden tot een hoger inkomen. Vast Contract of Freelancer? Als rijinstructeur kun je kiezen: wil je voor een rijschool werken of ga je liever als zzp'er aan de slag? Dat kan best uitmaken voor je portemonnee:   Salarissen per type dienstverband Freelance (zzp'er): €3.495 Tijdelijk contract: €3.375 Vast contract: €2.465   Wow, als freelancer kun je dus echt meer verdienen! Maar onthoud wel: als zzp'er moet je zelf je belastingen regelen en heb je geen doorbetaalde vakantiedagen. Dus dat hogere bedrag is niet helemaal eerlijk te vergelijken met een vast salaris. Als je overweegt om als freelancer te beginnen, is het belangrijk om je goed voor te bereiden. Lees meer over hoe je zelfstandig rijinstructeur kunt worden en welke uitdagingen je kunt verwachten. Wat Doet een Rijinstructeur Eigenlijk? Misschien vraag je je af: wat moet ik allemaal doen voor dat salaris? Nou, best veel! Dit zijn de belangrijkste taken van een rijinstructeur: Leerlingen leren hoe ze een auto moeten besturen Verkeersregels en veiligheid uitleggen Advies geven of iemand klaar is voor het examen Administratie bijhouden van leerlingen en lessen Bijblijven met de nieuwste verkeersregels en leermethoden Het klinkt misschien simpel, maar er komt veel bij kijken. Je moet geduldig zijn, goed kunnen uitleggen en natuurlijk zelf een toprijder zijn! Daarnaast moet je ook goed kunnen omgaan met verschillende persoonlijkheden en leerstijlen.   Wat Heb Je Nodig om Rijinstructeur te Worden? Als je nu denkt: "Hé, dat lijkt me wel wat!", dan wil je natuurlijk weten hoe je rijinstructeur kunt worden. Hier zijn de belangrijkste dingen die je nodig hebt: Rijbewijs B (logisch, toch?) WRM-certificaat (dat is een speciale opleiding voor rijinstructeurs) Goed kunnen lesgeven Alles weten over verkeersregels en veilig rijden Een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) Goede communicatieve vaardigheden Het klinkt misschien als veel, maar als je het leuk vindt om mensen iets te leren, is het echt een geweldige baan! Het is belangrijk om te weten dat je als rijinstructeur continu moet blijven leren. De verkeersregels en technologieën in auto's veranderen voortdurend, dus bijscholing voor rijinstructeurs is essentieel om up-to-date te blijven. Ontdek hier hoe je rijinstructeur kunt worden Is Rijinstructeur Worden Iets voor Jou? Nu je weet wat een rijinstructeur verdient en wat er allemaal bij komt kijken, kun je beslissen of het iets voor jou is. Het is een baan waar je veel mensen ontmoet, waar je elke dag iets nieuws leert en waar je echt iets betekent voor anderen. En met een salaris tussen de €2.130 en €2.885 per maand kun je er ook nog eens goed van leven! Bedenk wel: net als bij autorijden zelf, word je beter naarmate je meer ervaring krijgt. Dus misschien begin je aan de onderkant van de salarisschaal, maar wie weet zit je over een paar jaar wel aan de top! Als je geïnteresseerd bent in een carrière als rijinstructeur, is het ook goed om te weten dat er verschillende specialisaties zijn. Je kunt je bijvoorbeeld richten op motorrijlessen of op het lesgeven aan mensen met speciale behoeften. Deze niches kunnen soms zelfs leiden tot hogere verdiensten.   Wil je meer weten over hoe je rijinstructeur kunt worden? Kijk dan eens op onze website voor meer informatie over de opleiding en wat je allemaal kunt verwachten. Wie weet zit jij binnenkort wel naast iemand die voor het eerst achter het stuur kruipt! Onthoud dat een carrière als rijinstructeur niet alleen draait om het salaris. Het gaat ook om de voldoening die je krijgt als je iemand ziet slagen voor hun rijexamen, wetende dat jij daar een belangrijke rol in hebt gespeeld. Als je passie hebt voor autorijden en het leuk vindt om kennis over te dragen, dan kan dit echt een geweldige carrièrekeuze voor je zijn. Wil je meer weten over de verschillende aspecten van het vak? Lees dan ook eens over de voor- en nadelen van zelfstandig rijinstructeur zijn of het belang van bijscholing voor rijinstructeurs. Zo krijg je een nog completer beeld van wat deze boeiende baan inhoudt! ### Van Theorie naar Praktijk: Rijinstructeur Examen Voorbereiden Van Theorie naar Praktijk: Rijinstructeur Examen Voorbereiden Ben je klaar om rijinstructeur te worden? Wat cool! Het examen kan best spannend zijn, maar maak je geen zorgen. We gaan je stap voor stap helpen om je goed voor te bereiden. Of je nu auto-, motor- of vrachtwagenrijinstructeur wilt worden, deze tips zijn voor iedereen handig. Laten we beginnen! Key Takeaways Kies een erkende opleiding die bij je past Begrijp de structuur van het examen: theorie, praktijk en simulator Oefen intensief met de 800 beschikbare online oefenvragen Verbeter je praktische rijvaardigheden en leer deze over te dragen Bereid je voor op de rijsimulator voor realistische scenario's Gebruik creatieve studietechnieken om de stof beter te onthouden Blijf leren en ontwikkelen, ook na het behalen van je examen 1. Kies de juiste opleiding Het allereerste wat je moet doen, is een goede opleiding kiezen. Denk aan een erkende school zoals het CBR. Zij weten precies wat je nodig hebt om te slagen. Het is net als het kiezen van een nieuwe game - je wilt de beste, toch? Kijk goed welke school het beste bij jou past. Sommige bieden lessen in het Engels of Pools aan, en je kunt zelfs online lessen volgen als dat handiger voor je is. Stel je voor dat je favoriete leraar op school een rijinstructeur zou zijn. Wat zou die doen om de lessen leuk en leerzaam te maken? Zoek naar een opleiding die zo voelt - waar je je op je gemak voelt en veel leert. Het is alsof je de perfecte controller kiest voor je favoriete game - het moet gewoon goed voelen! Bij het kiezen van een opleiding, let ook op de slagingspercentages van de school en de ervaringen van voormalige studenten. Een goede opleiding biedt niet alleen theoretische kennis, maar ook praktische oefeningen en persoonlijke begeleiding. Vraag naar de beschikbaarheid van extra ondersteuning, zoals bijlessen of studiematerialen. Sommige opleidingen bieden zelfs een proefles aan, waardoor je een goed beeld krijgt van hun aanpak. Wil je meer weten over hoe je de beste rijschool kiest? Check onze tips! 2. Snap hoe het examen in elkaar zit Het examen voor rijinstructeur is als een spel met verschillende levels. Je hebt een theoriegedeelte, een praktijkgedeelte en zelfs een test in een simulator! Cool, hè? Het is een beetje zoals een game waar je eerst de regels leert, dan oefent in een veilige omgeving, en uiteindelijk het echte level speelt. Bij de theorie leer je alles over verkeersregels en veiligheid. Het is als de handleiding van een ingewikkeld spel - je moet het echt goed snappen om verder te komen. Bij de praktijk laat je zien dat je een auto (of motor of vrachtwagen) goed kunt besturen en in het verkeer kunt rijden. En de simulator? Dat is alsof je een superrealistisch racespel speelt, maar dan om te laten zien dat je echt alles onder controle hebt. Het theoriegedeelte test je kennis van verkeersregels, verkeersveiligheid, voertuigtechniek en instructievaardigheden. Het praktijkgedeelte beoordeelt je rijvaardigheid en je vermogen om effectief les te geven. In de simulator word je geconfronteerd met complexe verkeerssituaties die in het echte leven moeilijk te oefenen zijn. Begrijp de beoordelingscriteria voor elk onderdeel en richt je voorbereiding daarop. Examenonderdelen Rijinstructeur Theorie Praktijk Simulator 3. Duik in de theorie De theorie is superbelangrijk. Je moet echt alles weten over verkeersregels, veiligheid en hoe auto's werken. Het is als het leren van alle geheime codes en trucs in een game. Hoe beter je dit kent, hoe makkelijker de rest wordt! Maak het leuk voor jezelf. Gebruik apps, online quizzen of maak er een spel van met vrienden. Wie weet de meeste verkeersregels? Wie kan het snelst uitleggen hoe een motor werkt? Zo wordt leren een stuk leuker. En vergeet niet: er zijn 800 oefenvragen online beschikbaar. Dat is een hoop, maar zie het als een uitdaging. Hoe meer je oefent, hoe beter je wordt! Bestudeer ook de meest recente verkeersstatistieken en trends in verkeersveiligheid. Dit helpt je om de context van de regels te begrijpen en toont aan dat je up-to-date bent met de huidige situatie op de weg. Maak samenvattingen van belangrijke onderwerpen en hang deze op zichtbare plekken in je huis. Zo kun je ze regelmatig doornemen en de informatie beter onthouden. Bereid je voor op je theorie-examen met onze handige tips en tricks! 4. Oefen je praktische vaardigheden Nu komt het leuke deel: echt rijden! Je gaat leren hoe je een auto (of motor of vrachtwagen) perfect bestuurt. Het is als het beheersen van alle moves in een vechtgame, maar dan in het echt. Je leert hoe je soepel schakelt, perfect parkeert en veilig door het drukke verkeer navigeert. Stel je voor dat je een superheld bent die door de stad rijdt. Je moet overal op letten, snel reageren en altijd veilig blijven. Dat is precies wat je gaat leren. En het beste deel? Je leert niet alleen zelf rijden, maar ook hoe je het anderen kunt leren. Het is alsof je de handleiding schrijft voor een spel dat je zelf hebt gemaakt! Oefen in verschillende omstandigheden: in de stad, op de snelweg, 's nachts en bij slecht weer. Let op je houding achter het stuur en je spiegelgebruik. Leer ook hoe je effectief communiceert met leerlingen tijdens het rijden. Vraag feedback aan ervaren instructeurs en werk aan de punten die verbetering nodig hebben. Hoe meer diverse situaties je beheerst, hoe beter je voorbereid bent op het examen en je toekomstige rol als instructeur. Bereid je goed voor op je praktijkexamen met onze uitgebreide gids! 5. Versla de simulator De simulator is als een supergeavanceerd computerspel. Je zit achter een nep-stuur, maar alles voelt heel echt. Hier test je hoe goed je kunt rijden in allerlei gekke situaties. Misschien moet je rijden als het heel hard regent, of als er plotseling een hert de weg op springt! Het is een beetje alsof je in een tijdmachine stapt en allerlei verschillende verkeerssituaties kunt oefenen. Je kunt fouten maken zonder dat er echt iets gebeurt. Dat is handig, want zo leer je het snelst. En het leuke is: hoe meer je oefent, hoe beter je wordt. Het is net als een level in een game - hoe vaker je het speelt, hoe makkelijker het wordt! Bereid je voor op onverwachte scenario's in de simulator. Oefen het nemen van snelle beslissingen en het uitleggen van je acties. Leer om kalm te blijven onder druk en je aandacht te verdelen tussen het rijden en het geven van instructies. Sommige opleidingscentra bieden extra simulatortraining aan; maak hier gebruik van om je vaardigheden te verfijnen voordat je het echte examen aflegt. Ontdek hoe je je kunt voorbereiden op het rijsimulator examen en verbeter je vaardigheden! 6. Slimme studietips voor toekomstige rijinstructeurs Leren voor je examen hoeft niet saai te zijn! Maak er een spel van. Bijvoorbeeld: schrijf verkeersregels op kaartjes en speel memory. Of maak een quiz-app met je vrienden. Je kunt ook YouTube-video's kijken over autorijden en dan uitleggen wat er goed of fout gaat. Zo leer je én heb je plezier! En weet je wat ook helpt? Praat erover! Leg aan je familie of vrienden uit hoe een auto werkt of wat de nieuwe verkeersregels zijn. Als je iets kunt uitleggen, snap je het zelf ook beter. Plus, zo oefen je meteen voor als je straks echt les gaat geven. Win-win! Maak gebruik van verschillende leerstijlen. Als je visueel leert, maak dan mindmaps of infographics van belangrijke concepten. Voor auditieve leerders kunnen podcasts over verkeersveiligheid of opgenomen lessen nuttig zijn. Kinesthetische leerders kunnen baat hebben bij het nabouwen van verkeerssituaties met speelgoedauto's. Varieer je studiemethoden om de stof vanuit verschillende perspectieven te benaderen en beter te onthouden. Belangrijke Studietips Maak een quiz-app met vrienden om verkeersregels te oefenen Speel verkeersregel-memory met zelfgemaakte kaartjes Bekijk en bespreek YouTube-rijlessen Leg verkeersregels uit aan familie of vrienden Oefen met online rijsimulaties Maak mindmaps van belangrijke concepten 7. Overwin uitdagingen Soms lijkt het examen misschien een beetje eng. Dat is heel normaal! Iedereen is wel eens zenuwachtig. Maar weet je wat helpt? Goed voorbereid zijn. Als je veel oefent, voel je je zekerder. Het is net als bij een moeilijke game - hoe vaker je speelt, hoe beter je wordt. En als je toch nog bang bent om te falen? Geen zorgen! Er zijn speciale cursussen die je kunnen helpen om kalm te blijven tijdens het examen. Het is als een power-up in een game die je extra sterk maakt. En onthoud: zelfs als het de eerste keer niet lukt, kun je het altijd opnieuw proberen. Elke poging maakt je slimmer en sterker! Ontwikkel een positieve mindset. Visualiseer jezelf succesvol het examen afleggen. Leer ontspanningstechnieken zoals diepe ademhaling of korte meditaties die je kunt gebruiken om kalm te blijven tijdens stressvolle momenten. Praat met mensen die het examen al hebben gehaald over hun ervaringen en strategieën. Hun inzichten kunnen je helpen om je eigen aanpak te verfijnen en je zelfvertrouwen te vergroten. Heb je last van faalangst? Ontdek hoe je dit kunt overwinnen! 8. Blijf leren, ook na je examen Yes! Je bent geslaagd voor je examen. Goed gedaan! Maar weet je wat? Het leren stopt nooit. Zelfs de beste rijinstructeurs blijven nieuwe dingen leren. Er komen steeds nieuwe auto's met coole technologie, en de verkeersregels veranderen soms ook. Het is als een game die steeds nieuwe updates krijgt - er is altijd iets nieuws te ontdekken! Blijf nieuwsgierig en open staan voor nieuwe dingen. Volg workshops, lees blogs over autorijden, of praat met andere instructeurs. Zo blijf je de beste versie van jezelf als rijinstructeur. En wie weet, misschien bedenk jij wel een supercoole nieuwe manier om mensen te leren rijden! Overweeg lidmaatschap van professionele organisaties voor rijinstructeurs. Deze bieden vaak bijscholingscursussen en netwerkevents. Houd de ontwikkelingen in elektrisch en autonoom rijden in de gaten, want deze zullen de toekomst van het autorijden vormgeven. Experimenteer met nieuwe leermethoden en technologieën in je lessen om je studenten beter te engageren. Door continu te innoveren en je aan te passen, blijf je niet alleen relevant, maar ook gepassioneerd over je vak. Ontdek het belang van nascholing en hoe het je carrière als rijinstructeur kan boosten! Conclusie: Klaar voor de start! Zo, nu weet je precies hoe je je kunt voorbereiden op het examen voor rijinstructeur. Van theorie stampen tot oefenen in de simulator, je bent er helemaal klaar voor. Onthoud: het gaat niet alleen om het halen van je examen, maar ook om een toffe en veilige rijinstructeur te worden. Blijf enthousiast, blijf leren, en voor je het weet, help jij anderen om veilig de weg op te gaan. Wie weet inspireer jij wel de volgende generatie geweldige rijinstructeurs! Veel succes met je examen en je toekomstige carrière. Je gaat dit rocken! Begin je reis om rijinstructeur te worden en maak een verschil op de weg! ### Rijinstructeur examenvoorbereiding: Jouw weg naar succes Rijinstructeur examenvoorbereiding: Jouw weg naar succes Wil je rijinstructeur worden? Dat is super cool! Het is een gave baan waar je mensen helpt om veilig te leren rijden. Maar voor je aan de slag kunt, moet je eerst slagen voor het WRM-examen. Geen zorgen, we leggen je precies uit hoe dat werkt! Key takeaways Het WRM-examen bestaat uit 4 fases Goede voorbereiding is essentieel voor succes Praktijkervaring opdoen is cruciaal Na het examen kun je direct aan de slag als rijinstructeur Blijf jezelf ontwikkelen, ook na het behalen van je certificaat Wat is het WRM-examen? Het WRM-examen is de test die laat zien dat je klaar bent om rijinstructeur te worden. Het bestaat uit vier delen, die we 'fases' noemen. Elke fase test iets anders dat je moet weten of kunnen als rijinstructeur. Het examen is ontworpen om te verzekeren dat toekomstige rijinstructeurs over de nodige kennis, vaardigheden en competenties beschikken om leerlingen veilig en effectief te onderwijzen. Hier zijn de vier fases op een rijtje: Belangrijke punten rijinstructeur examenvoorbereiding Fase 1A: 461 theorievragen over autorijden Fase 2A: Voorbereiding van een rijles met lesplan en materialen Fase 2B: Het geven en beoordelen van een rijles Fase 3A: Een echte rijles geven aan een leerling Hoe ziet het examen eruit? De eerste drie fases zijn computertests met meerkeuzevragen. Je krijgt 90 minuten de tijd om 60 vragen te beantwoorden. Dat klinkt misschien veel, maar als je goed voorbereid bent, is het goed te doen! Deze digitale tests evalueren je theoretische kennis en je vermogen om deze kennis toe te passen in praktijksituaties. Om te slagen moet je bij fase 1A minstens 42 van de 60 vragen goed hebben. Bij fase 2A en 2B moet je 266 van de 420 punten halen. Fase 3A is anders, daar moet je echt een rijles geven aan iemand. Deze praktische test beoordeelt je vermogen om effectief les te geven en te communiceren met een leerling in een echte rijsituatie. Wil je meer weten over de WRM-examen fases? Klik dan hier voor alle details! Hoe bereid je je voor? Goed voorbereiden is super belangrijk! Een grondige voorbereiding verhoogt niet alleen je slagingskansen, maar zorgt er ook voor dat je met meer zelfvertrouwen het examen ingaat. Hier zijn wat tips: Voorbereidingstips voor WRM-examen Studeer theorie Oefen proefexamens Kijk mee rijlessen Geef zelf rijles Maak portfolio Er zijn ook speciale cursussen die je kunt volgen om je voor te bereiden. Die kunnen echt helpen om het examen te halen! Deze cursussen bieden vaak een gestructureerde aanpak en kunnen je helpen om eventuele kennishiaten te identificeren en aan te pakken. Bekijk onze voorbereidingscursussen voor het WRM-examen om je kansen op slagen te vergroten! Wat leer je allemaal? Als rijinstructeur moet je veel weten en kunnen. Je leert niet alleen over verkeersregels, maar ook hoe je les geeft. De opleiding tot rijinstructeur is veelomvattend en bereidt je voor op alle aspecten van het lesgeven in de praktijk. Denk aan dingen als: Hoe je uitlegt hoe een auto werkt Hoe je iemand helpt om veilig te rijden Wat je moet doen als iemand een fout maakt Hoe je een les plant zodat iemand het meeste leert Verkeerspsychologie en het begrijpen van leerlinggedrag Effectieve communicatietechnieken voor verschillende leerstijlen Risicoperceptie en anticiperend rijgedrag aanleren Omgaan met stress en angst bij leerlingen Wil je meer weten over de inhoud van de rijinstructeursopleiding? Klik hier voor een gedetailleerd overzicht! Na het examen Als je alle fases hebt gehaald, ben je officieel rijinstructeur! Je kunt dan aan de slag bij een rijschool of zelfs je eigen rijschool beginnen. Hoe gaaf is dat? Met je certificaat op zak heb je diverse mogelijkheden om je carrière vorm te geven. Onthoud wel dat je altijd moet blijven leren. De verkeersregels veranderen soms en er komen nieuwe manieren om les te geven. Blijf dus nieuwsgierig en leer graag! Professionele ontwikkeling is een belangrijk aspect van het rijinstructeurschap. Ontdek meer over carrièremogelijkheden voor rijinstructeurs en hoe je jezelf kunt blijven ontwikkelen in dit vakgebied. Veelgestelde vragen Vraag Antwoord Hoe lang duurt de opleiding? Gemiddeld 6-12 maanden Kan ik werken en studeren? Ja, veel mensen doen dat Hoe duur is het? Varieert, check onze prijspagina Is er een leeftijdsgrens? Je moet minstens 18 zijn Heb ik een speciale auto nodig? Niet voor het examen, wel als je lesgeeft Hoe ziet de opleiding eruit? 3 fases: competente verkeersdeelname, didactische voorwaarden, proeven van bekwaamheid Wat zijn de examenonderdelen? Fase 1: verkeersdeelname en manoeuvres. Fase 2: lesvoorbereiding en -uitvoering. Fase 3: stages Wat is de cesuur voor de examens? Fase 1 en 2: 42/60 vragen goed. Fase 3: voldoende op alle onderdelen Klaar om te beginnen? Rijinstructeur worden is een toffe uitdaging! Het examen lijkt misschien moeilijk, maar met de juiste voorbereiding kun jij het ook. Denk aan alle mensen die je straks kunt helpen om veilig de weg op te gaan. Dat is toch geweldig? Als rijinstructeur heb je de kans om een positieve impact te maken op de verkeersveiligheid en het leven van je leerlingen. Je leert niet alleen rijvaardigheden aan, maar draagt ook bij aan hun zelfvertrouwen en onafhankelijkheid. Het is een verantwoordelijke maar ook zeer bevredigende carrière. Begin vandaag nog met je voorbereiding op het WRM-examen en zet de eerste stap naar je nieuwe carrière! Heb je nog vragen of wil je meer weten over onze voorbereidingscursussen? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen je graag op weg naar je nieuwe carrière als rijinstructeur! Bekijk ook onze veelgestelde vragen voor meer informatie over het worden van rijinstructeur. ### Ontdek de Voordelen van een Rijinstructeur Opleiding Ontdek de Voordelen van een Rijinstructeur Opleiding Heb je er wel eens aan gedacht om rijinstructeur te worden? Het is een toffe baan waar je veel plezier uit kunt halen! Laten we eens kijken waarom zoveel mensen kiezen voor deze opleiding en wat het precies inhoudt. Key Takeaways Flexibel werk met goede verdiensten Opleiding duurt 4 tot 7 maanden Geen specifieke leeftijdseisen Kans om eigen rijschool te starten Continu leren en ontwikkelen Waarom Rijinstructeur Worden? Als rijinstructeur help je anderen om veilig de weg op te gaan. Dat voelt echt goed! Je kunt je eigen baas zijn en zelf bepalen wanneer je werkt. Veel instructeurs vinden het ook fijn dat ze elke dag buiten zijn en nieuwe mensen ontmoeten. Het is echt een afwisselende baan. Wist je dat je als rijinstructeur ook best goed kunt verdienen? Zeker als je je eigen rijschool begint. Maar het allerleukste is misschien wel dat je mensen ziet groeien. Van nerveuze beginners tot zelfverzekerde bestuurders - en jij hebt ze daarbij geholpen! Lees hier meer over de inkomsten van een rijinstructeur. Hoe Word Je Rijinstructeur? Om rijinstructeur te worden, moet je een speciale opleiding volgen. Die duurt meestal 4 tot 7 maanden, afhankelijk van hoe snel je leert. Je leert alles over verkeersregels, hoe een auto werkt, en hoe je goed les geeft. Het klinkt misschien moeilijk, maar de meeste mensen halen het examen! Bekijk hier de gemiddelde duur van de opleiding. Je hebt wel een paar dingen nodig voordat je kunt beginnen: Belangrijke Punten Rijinstructeur Opleiding Geldig Rijbewijs B VMBO-Diploma of vergelijkbaar Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) Geen specifieke leeftijds- of ervaringseisen Wat Leer Je Allemaal? De opleiding bestaat uit drie delen: 1. Eerst leer je alles over veilig rijden en verkeersregels. Je moet zelf ook nog een rijtest doen! Dit deel zorgt ervoor dat je technische kennis up-to-date is. 2. Daarna leer je hoe je les moet geven. Hoe leg je dingen goed uit? Hoe help je iemand die zenuwachtig is? Je leert ook over verschillende leerstijlen en hoe je daar het beste op kunt inspelen. 3. Als laatste loop je stage. Dan geef je echt rijles, maar er kijkt nog iemand met je mee. Dit is een geweldige kans om praktijkervaring op te doen en feedback te krijgen. Meer weten over de opleiding? Klik hier! Na de Opleiding Als je je diploma hebt, kun je meteen aan de slag! Je kunt bij een rijschool gaan werken of je eigen rijschool beginnen. Veel instructeurs geven ook speciale lessen, bijvoorbeeld aan mensen die bang zijn in het verkeer. Ontdek hier meer over specialisaties voor rijinstructeurs. Het leuke is dat je altijd blijft leren. Er komen nieuwe regels en technieken, dus je kunt regelmatig bijscholing volgen. Zo blijf je de beste lessen geven! Lees meer over bijscholingsmogelijkheden. Flexibel Werk Kies je eigen werktijden Goed Verdiensten Verdien een goed inkomen Mensen Helpen Leer anderen veilig rijden Buiten Werken Werk in de buitenlucht Is het Iets voor Jou? Als je het leuk vindt om met mensen te werken, geduldig bent en van autorijden houdt, dan is rijinstructeur worden misschien wel iets voor jou! Je hebt een belangrijke taak: zorgen dat er veilige bestuurders bijkomen. Ontdek hier welke eigenschappen een goede rijinstructeur moet hebben. Wil je meer weten? Je kunt altijd een gratis informatiegesprek aanvragen. Dan hoor je precies hoe de opleiding werkt en of het bij je past. Vraag hier een gratis informatiegesprek aan. Hier vind je tips om je goed voor te bereiden op de opleiding Conclusie Rijinstructeur worden heeft veel voordelen. Je hebt een afwisselende baan, kunt goed verdienen en helpt mensen echt vooruit. De opleiding is goed te doen en daarna heb je veel mogelijkheden. Of je nu bij een rijschool wilt werken of voor jezelf wilt beginnen, als rijinstructeur maak je elke dag het verkeer een stukje veiliger! Lees meer over carrièremogelijkheden na je opleiding.     ### Rijinstructeur Worden: 6 Essentiële Eisen om Rijinstructeur te Worden Rijinstructeur Worden: 6 Essentiële Eisen om Rijinstructeur te Worden Ben je geïnteresseerd in een carrière als rijinstructeur? Het is een uitdagende maar lonende baan. Hier zijn de zes belangrijkste eisen om rijinstructeur te worden in Nederland: 1. Basisvereisten Om te beginnen als rijinstructeur moet je aan enkele basisvoorwaarden voldoen: Minimaal 21 jaar oud zijn Minimaal 3 jaar in bezit van een geldig rijbewijs B Een goede beheersing van de Nederlandse taal Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen overleggen Deze eisen zorgen ervoor dat je de nodige ervaring en betrouwbaarheid hebt om anderen te leren autorijden. Lees meer over de basisvereisten 2. Rijinstructeur Opleiding Kiezen Het kiezen van de juiste opleiding is cruciaal voor je succes als rijinstructeur. Er zijn verschillende opties beschikbaar: Volledige dagopleiding (3-4 maanden) Deeltijdopleiding (6-12 maanden) E-learning met praktijkdagen Kies een opleiding die past bij jouw leerstijl en beschikbare tijd. Ontdek de beste opleiding voor jou 3. Rijinstructeur Worden: IBKI Theorie-examens Om rijinstructeur te worden, moet je slagen voor de IBKI theorie-examens. Deze testen je kennis over: Verkeersregels en -tekens Voertuigtechniek Verkeersinzicht Rijprocedure en lesopbouw Goede voorbereiding is essentieel voor deze examens. Bereid je voor op de IBKI examens 4. Praktische Training Na het behalen van je theorie-examens, volg je praktische training. Hierbij leer je: Effectieve lesmethoden Veilig voertuiggebruik Omgaan met verschillende leerling-types Deze hands-on ervaring is onmisbaar voor je toekomstige werk als rijinstructeur. Meer over de praktische opleiding 5. WRM Examens De WRM (Wet Rijonderricht Motorrijtuigen) examens zijn de laatste stap om je certificering te behalen. Deze bestaan uit: Theoretisch examen Praktisch examen (les geven aan een leerling) Stagebeoordeling Slagen voor deze examens bewijst dat je klaar bent om zelfstandig les te geven. Alles over de WRM examens 6. Start je Carrière Na het behalen van je certificering kun je aan de slag als rijinstructeur. Je hebt verschillende opties: Werken bij een rijschool Starten als zelfstandig rijinstructeur Specialiseren in bepaalde rijvaardigheden Blijf jezelf ontwikkelen en voldoe aan de bijscholingseisen om je certificering te behouden. Begin je carrière als rijinstructeur Conclusie Rijinstructeur worden is een uitdagend maar boeiend proces. Door aan deze zes eisen te voldoen, ben je goed op weg naar een succesvolle carrière in de rijinstructie. Onthoud dat geduld, toewijding en passie voor lesgeven essentieel zijn in dit beroep. Met de juiste voorbereiding en instelling kun je een waardevolle bijdrage leveren aan de verkeersveiligheid en het helpen van anderen om veilig en verantwoordelijk te rijden. ### Instructeur Worden: 6 Essentiële Stappen om Rijbewijs B Instructeur te Worden Instructeur Worden: 6 Essentiële Stappen om Rijbewijs B Instructeur te Worden Ben je geïnteresseerd in het worden van een rijinstructeur voor rijbewijs B in Nederland? In dit artikel bespreken we de zes essentiële stappen die je moet nemen om een gecertificeerde rijinstructeur te worden. Laten we beginnen! 1. Begrijp het WRM-certificeringsproces De eerste stap in je reis om rijinstructeur te worden, is het begrijpen van het WRM-systeem (Wet Rijonderricht Motorrijtuigen). Dit systeem regelt de opleiding en certificering van rijinstructeurs in Nederland. Het WRM-certificaat is essentieel voor elke rijinstructeur. Het bewijst dat je de nodige vaardigheden en kennis hebt om leerlingen veilig en effectief te onderwijzen. Voor meer informatie over WRM-examens, klik hier. 2. Voorbereiden op Fase 1A: De basis van je instructeurscarrière Fase 1A is de eerste stap in je opleiding tot rijinstructeur. Deze fase richt zich op de basisvaardigheden en -kennis die je nodig hebt. Belangrijke onderdelen van Fase 1A zijn: Verkeerstheorie Didactische vaardigheden Basiskennis van voertuigtechniek Bereid je goed voor op het Fase 1A-examen. Lees hier meer over de exameneisen. 3. Beheers Fase 2A: Ontwikkel je theoretische kennis In Fase 2A ga je dieper in op de theoretische aspecten van het rijinstructeurschap. Je leert over: Geavanceerde verkeerstheorie Lesplannen maken Evaluatietechnieken Het Fase 2A-examen test je theoretische kennis grondig. Bereid je hier voor op het examen. 4. Excel in Fase 2B: Praktische instructievaardigheden Fase 2B richt zich op het ontwikkelen van je praktische vaardigheden als rijinstructeur. Je leert: Effectieve lesmethoden Omgaan met verschillende leerstijlen Veiligheid tijdens rijlessen waarborgen Het praktijkexamen van Fase 2B beoordeelt je vaardigheden als instructeur. Ontdek hier hoe je je kunt voorbereiden. 5. Volg een compleet WRM-trainingsprogramma Om je certificering te versnellen, kun je kiezen voor een compleet WRM-trainingsprogramma. Deze programma's bieden: Geïntegreerde training voor Fase 1A, 2A en 2B Intensieve begeleiding Praktijkgerichte oefeningen Ontdek hier de voordelen van een complete WRM-opleiding. 6. Blijf leren en onderhoud je certificering Als gecertificeerde rijinstructeur is het belangrijk om je kennis en vaardigheden up-to-date te houden. Dit doe je door: Regelmatig bijscholingscursussen te volgen Op de hoogte te blijven van nieuwe verkeersregels Ervaringen uit te wisselen met collega-instructeurs Lees meer over mogelijkheden voor bijscholing. Fase 1A: Basisvaardigheden De basis voor alle latere fases Fase 2A: Theoretische kennis Nodig voor veilig rijden Fase 2B: Praktische vaardigheden Cruciaal voor ervaren rijders worden Bijscholing: Continu leren Beste mogelijkheden voor studenten Conclusie Het worden van een gecertificeerde rijinstructeur voor rijbewijs B in Nederland is een uitdagende maar lonende reis. Door deze zes stappen te volgen, ben je goed op weg naar een succesvolle carrière als rijinstructeur. Onthoud dat leren een continu proces is, zelfs na het behalen van je certificaat. Blijf je ontwikkelen en geniet van het helpen van nieuwe bestuurders om veilig en bekwaam de weg op te gaan! Wil je meer weten over de opleiding tot rijinstructeur? Bezoek onze opleidingspagina voor uitgebreide informatie en de nieuwste cursusdata. ### IBKI oefenexamen 6 Cruciale Stappen voor IBKI Oefenexamen Succes Ben je klaar om je IBKI oefenexamen te halen en een toprijinstructeur te worden? Volg deze 6 essentiële stappen en bereid je voor als een pro! 1. Ken de Structuur van het IBKI Oefenexamen Het IBKI oefenexamen bestaat uit twee belangrijke fases: Fase 1A en Fase 2A. Laten we eens kijken wat je kunt verwachten: Fase 1A: De basis van het rijinstructeurschap Fase 2A: Gevorderde vaardigheden en kennis Oefenexamens zijn superbelangrijk om je goed voor te bereiden. Ze helpen je wennen aan de vragen en de tijdsdruk. 2. Beheers de Theorie Een sterke theoretische basis is cruciaal voor het slagen van je IBKI oefenexamen. Hier zijn wat tips: Bestudeer verkeersregels en -tekens grondig Leer alles over veilig rijgedrag Begrijp de principes van effectief lesgeven Bekijk onze theorie-sectie voor uitgebreide informatie en studietips. 3. Gebruik E-learning Bronnen Online leren is een geweldige manier om je voor te bereiden op je IBKI oefenexamen. Onze e-learning modules bieden: Flexibel leren op je eigen tempo Interactieve oefeningen Direct feedback op je voortgang 4. Begin met WRM Fase 1A WRM Fase 1A is je eerste grote stap naar het worden van een rijinstructeur. Hier leer je: Basisvaardigheden voor lesgeven Verkeersregels en -tekens Hoe je een les moet plannen Basisvaardigheden voor lesgeven Communicatie, demonstratie en feedback geven Verkeersregels en -tekens Begrip van regels, herkenning van tekens en praktische toepassing Hoe je een les moet plannen Doelen stellen, structuur plannen en tijd beheren Praktische Vaardigheden Rijtechnieken, veiligheid en regelmatig oefenen 5. Ga Door naar WRM Fase 2A Na het afronden van Fase 1A, is het tijd voor WRM Fase 2A. Deze fase richt zich op: Gevorderde lesgeeftechnieken Diepgaande verkeerskennis Praktische vaardigheden voor op de weg 6. Oefen, Oefen, Oefen! De sleutel tot succes? Oefenen! Hier zijn wat tips: Maak zo veel mogelijk oefenexamens Time jezelf om te wennen aan de tijdsdruk Analyseer je fouten en werk aan je zwakke punten Verbetering in Testscores na Oefenen Theorie voor Theorie na Praktijk voor Praktijk na Conclusie: Klaar voor je IBKI Oefenexamen! Met deze 6 stappen ben je goed voorbereid op je IBKI oefenexamen. Onthoud: oefening baart kunst! Blijf hard werken en geloof in jezelf. Je staat op het punt een geweldige rijinstructeur te worden! Wil je nog meer tips of hulp bij je voorbereiding? Bekijk dan onze IBKI theorie examens pagina of neem contact met ons op. Succes! ### IBKI theorie-examens 6 Essentiële Stappen voor IBKI Theorie-examens Succes Als je droomt van een carrière als rijinstructeur in Nederland, zijn de IBKI theorie-examens een cruciale stap op je pad. Deze examens testen je kennis en vaardigheden die nodig zijn om een effectieve en veilige rijinstructeur te worden. Laten we eens kijken naar de zes essentiële stappen die je zullen helpen deze examens met succes af te leggen. 1. Begrijp de WRM Examenstructuur Voordat je je in de studieboeken stort, is het belangrijk om de structuur van het WRM (Wet Rijonderricht Motorrijtuigen) certificeringsproces te begrijpen. Dit proces bestaat uit verschillende fasen, elk met zijn eigen focus en uitdagingen. Fase 1A: De basis van rijinstructie Fase 2A: Geavanceerde theoretische kennis Fase 2B: Praktische toepassing van theorie Fase 3A: Stagebeoordeling Elk van deze fasen omvat IBKI theorie-examens die je moet halen om door te gaan naar de volgende fase. Voor meer informatie over het volledige WRM-proces, bekijk de WRM examens pagina. 2. Voorbereiden op Fase 1A: De Basis Fase 1A is je eerste stap in de wereld van rijinstructie. Deze fase richt zich op de fundamentele kennis die elke rijinstructeur moet beheersen. Kernonderwerpen Fase 1A Verkeersregels en -tekens: Basisregels zoals stoppen voor rood licht en rechts inhalen. Basisprincipes van voertuigbeheersing: Hoe je een auto veilig en correct bestuurt. Verkeersveiligheid: Maatregelen om ongelukken te voorkomen, zoals het dragen van een gordel. Lesmethoden en -technieken: Goede manieren om leerlingen autorijden te leren. Om je goed voor te bereiden op deze fase, raden we aan om gebruik te maken van de studiematerialen en bronnen die worden aangeboden op de Examens Fase 1A pagina. Hier vind je praktische tips en informatie over wat je kunt verwachten tijdens het examen. 3. Beheers Fase 2A: Geavanceerde Theoretische Kennis Fase 2A bouwt voort op de basis die je in Fase 1A hebt gelegd. Hier duik je dieper in de theorie achter het lesgeven en de verkeerskunde. Complexiteit Fase 1A vs 2A Fase 1A Fase 2A Deze fase vereist een grondige studie van complexere onderwerpen. Besteed extra aandacht aan: Diepgaande verkeerssituaties en -scenario's Psychologie van het lesgeven Geavanceerde rijtechnieken Voor gedetailleerde informatie en voorbereidingstips voor Fase 2A, bezoek de Examens Fase 2A pagina. 4. Navigeer door Fase 2B: Praktische Toepassing In Fase 2B ga je de theorie in praktijk brengen. Dit is waar je laat zien dat je niet alleen de kennis hebt, maar deze ook kunt toepassen in realistische situaties. Communicatie Informatie duidelijk overbrengen aan leerlingen Observatie Letten op prestaties en gedrag van leerlingen Analyse Snel en nauwkeurig beoordelen van verkeerssituaties Feedback Opbouwend commentaar geven om leerlingen te helpen verbeteren Tijdens deze fase zul je worden uitgedaagd om: Theoretische concepten te vertalen naar praktische lessen Effectief te communiceren met leerlingen Verkeerssituaties snel en accuraat te analyseren Voor tips over hoe je je kunt voorbereiden op de praktische componenten van het examen, ga naar de Examens Fase 2B pagina. 5. Fase 3A: Stagebeoordeling WRM Fase 3A is het examenonderdeel waarin aspirant-rijinstructeurs beoordeeld worden op hun vermogen om effectief rijles te geven. Tijdens dit praktijkexamen geef je een rijles aan een leerling, terwijl een examinator van het IBKI observeert. De focus ligt op je didactische vaardigheden, communicatie, en hoe je de les opbouwt en aanpast aan het niveau van de leerling. Het doel is te toetsen of je in staat bent om kennis en vaardigheden veilig en duidelijk over te brengen in een realistische rijsituatie. Voor meer informatie over de AA fase en hoe je je hierop kunt voorbereiden, bezoek de Examens Fase AA pagina. 6. Laatste Voorbereidingen en Examendag Strategieën Als je alle fasen hebt doorlopen, is het tijd voor de laatste voorbereidingen. Hier zijn enkele tips om je te helpen het beste uit jezelf te halen tijdens de examens: Maak een gedetailleerd studieschema Oefen met proefexamens om vertrouwd te raken met de vraagstelling Zorg voor voldoende rust en ontspanning in de dagen voor het examen Bereid je mentaal voor op verschillende examensituaties Voor meer examentips en strategieën, bekijk onze theorie categorie pagina. Conclusie Het succesvol afronden van de IBKI theorie-examens is een belangrijke mijlpaal op weg naar je carrière als rijinstructeur. Door deze zes stappen te volgen en gebruik te maken van de beschikbare bronnen, kun je je goed voorbereiden op elk aspect van het examenproces. Onthoud dat consistente studie, praktische toepassing van kennis, en een positieve instelling de sleutels zijn tot succes. Wil je meer weten over hoe je kunt starten met je WRM-examen? Bezoek dan onze startpagina voor het WRM-examen. En voor extra voorbereidingstips, vergeet niet onze voorbereidingsgids voor het rijinstructeursexamen te raadplegen. Met de juiste voorbereiding en inzet ben je goed op weg om een succesvolle rijinstructeur te worden. Succes met je examens! ### Eigen rijschool beginnen Eigen rijschool beginnen: Stap voor stap naar succes Ben je gepassioneerd over autorijden en wil je anderen helpen om veilige bestuurders te worden? Het starten van je eigen rijschool kan een geweldige carrièrestap zijn. In dit artikel bespreken we hoe je je droom kunt waarmaken en je eigen rijschool kunt beginnen. 1. Word een gecertificeerde rijinstructeur De eerste stap naar het openen van je eigen rijschool is het worden van een gecertificeerde rijinstructeur. Dit proces omvat verschillende belangrijke stappen: Voldoen aan de basisvereisten (leeftijd, opleiding, rijbewijs) Een achtergrondcontrole doorstaan Een medische keuring ondergaan De juiste opleiding volgen Voor meer informatie over hoe je een rijinstructeur kunt worden, bekijk onze gedetailleerde gids. 2. Kies de juiste opleiding Het kiezen van de juiste opleiding is cruciaal voor je succes als rijinstructeur. Een goede opleiding bereidt je voor op zowel het lesgeven als het runnen van je eigen bedrijf. Bij WRMPAS bieden we een complete rijinstructeursopleiding aan die je alle nodige vaardigheden bijbrengt. Onderdelen van de rijinstructeursopleiding Theoretische kennis Praktische rijvaardigheid Instructievaardigheden Onderwijsmethoden Veiligheid en preventie 3. Doorloop het certificeringsproces Om officieel rijinstructeur te worden, moet je het WRM-certificeringsproces doorlopen. Dit omvat verschillende fasen: Fase 1a: Theoretische kennis Fase 2a: Praktische rijvaardigheid Fase 2b: Instructievaardigheden Onze complete WRM-opleiding bereidt je voor op alle fasen van dit proces. 4. Stel een businessplan op Een goed businessplan is essentieel voor het succes van je rijschool. Hierin beschrijf je: Je doelgroep Je diensten en prijzen Je marketingstrategie Je financiële prognoses Doelgroep Beginners, ervaren rijders Diensten en prijzen Lessen €30, examens €50 Marketingstrategie Sociale media, lokale advertenties Financiële prognoses Inkomsten €1.000, uitgaven €500 5. Regel de praktische zaken Nu je gecertificeerd bent en een plan hebt, is het tijd om de praktische zaken te regelen: Koop of lease een lesauto Regel de juiste verzekeringen Zet een administratiesysteem op Creëer lesmateriaal 6. Start met marketing Om je eerste leerlingen aan te trekken, moet je je rijschool onder de aandacht brengen: Maak een professionele website Wees actief op sociale media Overweeg lokale advertenties Bouw een netwerk op met andere professionals in de branche Conclusie Het beginnen van je eigen rijschool is een uitdagende maar lonende onderneming. Met de juiste voorbereiding, opleiding en inzet kun je een succesvolle carrière opbouwen als rijinstructeur en ondernemer. Wil je meer weten over de opleiding tot rijinstructeur? Bekijk dan onze uitgebreide informatiepagina. Succes met het starten van je eigen rijschool! ### FASE 1A WET EN REGELKENNIS 5 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 67% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 13 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 12 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 16 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 15 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 14 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 13 (OPEN VRAGEN) Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 11 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 12 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 7 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 10 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 9 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 8 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 11 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A WET EN REGELKENNIS 4 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 66% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A WET EN REGELKENNIS 3 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 73% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 16 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 15 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 14 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 13 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 12 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 11 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 6 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Winkelwagen ### Mijn Account Pagina Uw Account ### Afreken ### Browse Submissions ### Examens Fase 2B Examens Fase 2B Lesuitvoering en LesevaluatieExamen 1Examen 2Examen 3Examen 4Examen 5Examen 6Examen 7Examen 8Examen 9Examen 10Examen 11Examen 12Je moet inloggen om je resultaten te zien. Terug naar Mijn Dashboard ### Examens Fase 2A Examens Fase 2A LesvoorbereidingExamen 1Examen 2Examen 3Examen 4Examen 5Examen 6Examen 7Examen 8Examen 9Examen 10Examen 11Examen 12Examen 13Je moet inloggen om je resultaten te zien. Terug naar Mijn Dashboard ### Examens Fase 1A Examens Fase 1A Theorie van de RijtaakTHEORIE VAN DE RIJTAAK 1THEORIE VAN DE RIJTAAK 2THEORIE VAN DE RIJTAAK 3THEORIE VAN DE RIJTAAK 4THEORIE VAN DE RIJTAAK 5THEORIE VAN DE RIJTAAK 6THEORIE VAN DE RIJTAAK 7THEORIE VAN DE RIJTAAK 8THEORIE VAN DE RIJTAAK 9THEORIE VAN DE RIJTAAK 10THEORIE VAN DE RIJTAAK 11THEORIE VAN DE RIJTAAK 12THEORIE VAN DE RIJTAAK 13THEORIE VAN DE RIJTAAK 14THEORIE VAN DE RIJTAAK 15THEORIE VAN DE RIJTAAK 16WET EN REGELKENNIS 1WET EN REGELKENNIS 2WET EN REGELKENNIS 3WET EN REGELKENNIS 4WET EN REGELKENNIS 5Je moet inloggen om je resultaten te zien.Terug naar Mijn Dashboard ### Refund and Returns Policy This is a sample page. Overview Our refund and returns policy lasts 30 days. If 30 days have passed since your purchase, we can’t offer you a full refund or exchange. To be eligible for a return, your item must be unused and in the same condition that you received it. It must also be in the original packaging. Several types of goods are exempt from being returned. Perishable goods such as food, flowers, newspapers or magazines cannot be returned. We also do not accept products that are intimate or sanitary goods, hazardous materials, or flammable liquids or gases. Additional non-returnable items: Gift cards Downloadable software products Some health and personal care items To complete your return, we require a receipt or proof of purchase. Please do not send your purchase back to the manufacturer. There are certain situations where only partial refunds are granted: Book with obvious signs of use CD, DVD, VHS tape, software, video game, cassette tape, or vinyl record that has been opened. Any item not in its original condition, is damaged or missing parts for reasons not due to our error. Any item that is returned more than 30 days after delivery Refunds Once your return is received and inspected, we will send you an email to notify you that we have received your returned item. We will also notify you of the approval or rejection of your refund. If you are approved, then your refund will be processed, and a credit will automatically be applied to your credit card or original method of payment, within a certain amount of days. Late or missing refunds If you haven’t received a refund yet, first check your bank account again. Then contact your credit card company, it may take some time before your refund is officially posted. Next contact your bank. There is often some processing time before a refund is posted. If you’ve done all of this and you still have not received your refund yet, please contact us at {email address}. Sale items Only regular priced items may be refunded. Sale items cannot be refunded. Exchanges We only replace items if they are defective or damaged. If you need to exchange it for the same item, send us an email at {email address} and send your item to: {physical address}. Gifts If the item was marked as a gift when purchased and shipped directly to you, you’ll receive a gift credit for the value of your return. Once the returned item is received, a gift certificate will be mailed to you. If the item wasn’t marked as a gift when purchased, or the gift giver had the order shipped to themselves to give to you later, we will send a refund to the gift giver and they will find out about your return. Shipping returns To return your product, you should mail your product to: {physical address}. You will be responsible for paying for your own shipping costs for returning your item. Shipping costs are non-refundable. If you receive a refund, the cost of return shipping will be deducted from your refund. Depending on where you live, the time it may take for your exchanged product to reach you may vary. If you are returning more expensive items, you may consider using a trackable shipping service or purchasing shipping insurance. We don’t guarantee that we will receive your returned item. Need help? Contact us at {email} for questions related to refunds and returns. ### FASE 2B LESUITVOERING 5 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 4 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 3 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 2 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2B LESUITVOERING 1 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 10 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 8 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 7 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 6 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 5 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 4 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 3 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 2 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 1 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A WET EN REGELKENNIS 2 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 75% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A WET EN REGELKENNIS 1 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 73% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 10 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 9 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 70% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 8 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 73% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 7 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 72% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 6 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 69% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 5 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 70% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 4 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 72% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examens Fase AA ×[fusion_fontawesome icon="fa-user-graduate fas" size="" flip="" rotate="" spin="no" link="" linktarget="_self" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" margin_top="" margin_right="" margin_bottom="" margin_left="" iconcolor="" iconcolor_hover="" circle="" bg_size="-1" circlecolor="" circlecolor_hover="" circlebordersize="" circlebordercolor="" circlebordercolor_hover="" border_radius_top_left="" border_radius_top_right="" border_radius_bottom_right="" border_radius_bottom_left="" icon_hover_type="" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset="" /] Complete WRM ExamenBedankt dat u de tijd hebt genomen om deze opleiding te volgen. Deze hele opleiding is verdeeld in 3 secties: WRM Fase 1A Theorie van de Rijtaak WRM Fase 2A Lesvoorbereiding WRM Fase 2B Lesuitvoering & Lesevaluatie Laten we het afhandelen, Klik op het volgende Examens om te beginnen. HEEL VEEL SUCCESS FASE 1AFase 2AFase 2B START WRM EXAMENFASE 1AFase 2AFase 2B ### Algemene Voorwaarden Algemene Voorwaarden Inhoudsopgave: Artikel   1 – Definities Artikel   2 – Identiteit van de ondernemer Artikel   3 – Toepasselijkheid Artikel   4 – Het aanbod Artikel   5 – De overeenkomst Artikel   6 – Herroepingsrecht Artikel   7 – Kosten in geval van herroeping Artikel   8 – Uitsluiting herroepingsrecht Artikel   9 – De prijs Artikel 10 – Conformiteit en garantie Artikel 11 – Levering en uitvoering Artikel 12 – Duurtransacties: duur, opzegging en verlenging Artikel 13 – Betaling Artikel 14 – Klachtenregeling Artikel 15 – Geschillen Artikel 16 – Aanvullende of afwijkende bepalingen Artikel 1 – Definities In deze voorwaarden wordt verstaan onder: Bedenktijd: de termijn waarbinnen de consument gebruik kan maken van zijn herroepingsrecht; Consument: de natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf en een overeenkomst op afstand aangaat met de ondernemer; Dag: kalenderdag; Duurtransactie: een overeenkomst op afstand met betrekking tot een reeks van producten en/of diensten, waarvan de leverings- en/of afnameverplichting in de tijd is gespreid; Duurzame gegevensdrager: elk middel dat de consument of ondernemer in staat stelt om informatie die aan hem persoonlijk is gericht, op te slaan op een manier die toekomstige raadpleging en ongewijzigde reproductie van de opgeslagen informatie mogelijk maakt. Herroepingsrecht: de mogelijkheid voor de consument om binnen de bedenktijd af te zien van de overeenkomst op afstand; Modelformulier: het modelformulier voor herroeping die de ondernemer ter beschikking stelt die een consument kan invullen wanneer hij gebruik wil maken van zijn herroepingsrecht. Ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die producten en/of diensten op afstand aan consumenten aanbiedt; Overeenkomst op afstand: een overeenkomst waarbij in het kader van een door de ondernemer georganiseerd systeem voor verkoop op afstand van producten en/of diensten, tot en met het sluiten van de overeenkomst uitsluitend gebruik gemaakt wordt van één of meer technieken voor communicatie op afstand; Techniek voor communicatie op afstand: middel dat kan worden gebruikt voor het sluiten van een overeenkomst, zonder dat consument en ondernemer gelijktijdig in dezelfde ruimte zijn samengekomen. Algemene Voorwaarden: de onderhavige Algemene Voorwaarden van de ondernemer. Artikel 2 – Identiteit van de ondernemer Rijschool Examen Pas E-mail: info@wrmpas.nl KvK-nummer: 87921995 Artikel 3 – Toepasselijkheid Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op elk aanbod van de ondernemer en op elke tot stand gekomen overeenkomst op afstand en bestellingen tussen ondernemer en consument. Voordat de overeenkomst op afstand wordt gesloten, wordt de tekst van deze algemene voorwaarden aan de consument beschikbaar gesteld. Indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, zal voordat de overeenkomst op afstand wordt gesloten, worden aangegeven dat de algemene voorwaarden bij de ondernemer zijn in te zien en zij op verzoek van de consument zo spoedig mogelijk kosteloos worden toegezonden. Indien de overeenkomst op afstand elektronisch wordt gesloten, kan in afwijking van het vorige lid en voordat de overeenkomst op afstand wordt gesloten, de tekst van deze algemene voorwaarden langs elektronische weg aan de consument ter beschikking worden gesteld op zodanige wijze dat deze door de consument op een eenvoudige manier kan worden opgeslagen op een duurzame gegevensdrager. Indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, zal voordat de overeenkomst op afstand wordt gesloten, worden aangegeven waar van de algemene voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen en dat zij op verzoek van de consument langs elektronische weg of op andere wijze kosteloos zullen worden toegezonden. Voor het geval dat naast deze algemene voorwaarden tevens specifieke product- of dienstenvoorwaarden van toepassing zijn, is het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing en kan de consument zich in geval van tegenstrijdige algemene voorwaarden steeds beroepen op de toepasselijke bepaling die voor hem het meest gunstig is. Indien één of meerdere bepalingen in deze algemene voorwaarden op enig moment geheel of gedeeltelijk nietig zijn of vernietigd worden, dan blijft de overeenkomst en deze voorwaarden voor het overige in stand en zal de betreffende bepaling in onderling overleg onverwijld vervangen worden door een bepaling dat de strekking van het oorspronkelijke zoveel mogelijk benaderd. Situaties die niet in deze algemene voorwaarden zijn geregeld, dienen te worden beoordeeld ‘naar de geest’ van deze algemene voorwaarden. Onduidelijkheden over de uitleg of inhoud van één of meerdere bepalingen van onze voorwaarden, dienen uitgelegd te worden ‘naar de geest’ van deze algemene voorwaarden. Artikel 4 – Het aanbod Indien een aanbod een beperkte geldigheidsduur heeft of onder voorwaarden geschiedt, wordt dit nadrukkelijk in het aanbod vermeld. Het aanbod is vrijblijvend. De ondernemer is gerechtigd het aanbod te wijzigen en aan te passen. Het aanbod bevat een volledige en nauwkeurige omschrijving van de aangeboden producten en/of diensten. De beschrijving is voldoende gedetailleerd om een goede beoordeling van het aanbod door de consument mogelijk te maken. Als de ondernemer gebruik maakt van afbeeldingen zijn deze een waarheidsgetrouwe weergave van de aangeboden producten en/of diensten. Kennelijke vergissingen of kennelijke fouten in het aanbod binden de ondernemer niet. Alle afbeeldingen, specificaties gegevens in het aanbod zijn indicatie en kunnen geen aanleiding zijn tot schadevergoeding of ontbinding van de overeenkomst. Afbeeldingen bij producten zijn een waarheidsgetrouwe weergave van de aangeboden producten. Ondernemer kan niet garanderen dat de weergegeven kleuren exact overeenkomen met de echte kleuren van de producten. Elk aanbod bevat zodanige informatie, dat voor de consument duidelijk is wat de rechten en verplichtingen zijn, die aan de aanvaarding van het aanbod zijn verbonden. Dit betreft in het bijzonder: de prijs inclusief belastingen; de eventuele kosten van verzending; de wijze waarop de overeenkomst tot stand zal komen en welke handelingen daarvoor nodig zijn; het al dan niet van toepassing zijn van het herroepingsrecht; de wijze van betaling, aflevering en uitvoering van de overeenkomst; de termijn voor aanvaarding van het aanbod, dan wel de termijn waarbinnen de ondernemer de prijs garandeert; de hoogte van het tarief voor communicatie op afstand indien de kosten van het gebruik van de techniek voor communicatie op afstand worden berekend op een andere grondslag dan het reguliere basistarief voor het gebruikte communicatiemiddel; of de overeenkomst na de totstandkoming wordt gearchiveerd, en zo ja op welke wijze deze voor de consument te raadplegen is; de manier waarop de consument, voor het sluiten van de overeenkomst, de door hem in het kader van de overeenkomst verstrekte gegevens kan controleren en indien gewenst herstellen; de eventuele andere talen waarin, naast het Nederlands, de overeenkomst kan worden gesloten; de gedragscodes waaraan de ondernemer zich heeft onderworpen en de wijze waarop de consument deze gedragscodes langs elektronische weg kan raadplegen; en de minimale duur van de overeenkomst op afstand in geval van een duurtransactie. Artikel 5 – De overeenkomst De overeenkomst komt, onder voorbehoud van het bepaalde in lid 4, tot stand op het moment van aanvaarding door de consument van het aanbod en het voldoen aan de daarbij gestelde voorwaarden. Indien de consument het aanbod langs elektronische weg heeft aanvaard, bevestigt de ondernemer onverwijld langs elektronische weg de ontvangst van de aanvaarding van het aanbod. Zolang de ontvangst van deze aanvaarding niet door de ondernemer is bevestigd, kan de consument de overeenkomst ontbinden. Indien de overeenkomst elektronisch tot stand komt, treft de ondernemer passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van de elektronische overdracht van data en zorgt hij voor een veilige web omgeving. Indien de consument elektronisch kan betalen, zal de ondernemer daartoe passende veiligheidsmaatregelen in acht nemen. De ondernemer kan zich – binnen wettelijke kaders – op de hoogte stellen of de consument aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen, evenals van al die feiten en factoren die van belang zijn voor een verantwoord aangaan van de overeenkomst op afstand. Indien de ondernemer op grond van dit onderzoek goede gronden heeft om de overeenkomst niet aan te gaan, is hij gerechtigd gemotiveerd een bestelling of aanvraag te weigeren of aan de uitvoering bijzondere voorwaarden te verbinden. De ondernemer zal bij het product of dienst aan de consument de volgende informatie, schriftelijk of op zodanige wijze dat deze door de consument op een toegankelijke manier kan worden opgeslagen op een duurzame gegevensdrager, meesturen: het bezoekadres van de vestiging van de ondernemer waar de consument met klachten terecht kan; de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de consument van het herroepingsrecht gebruik kan maken, dan wel een duidelijke melding inzake het uitgesloten zijn van het herroepingsrecht; de informatie over garanties en bestaande service na aankoop; de in artikel 4 lid 3 van deze voorwaarden opgenomen gegevens, tenzij de ondernemer deze gegevens al aan de consument heeft verstrekt vóór de uitvoering van de overeenkomst; de vereisten voor opzegging van de overeenkomst indien de overeenkomst een duur heeft van meer dan één jaar of van onbepaalde duur is. In geval van een duurtransactie is de bepaling in het vorige lid slechts van toepassing op de eerste levering. Iedere overeenkomst wordt aangegaan onder de opschortende voorwaarden van voldoende beschikbaarheid van de betreffende producten. Artikel 6 – Herroepingsrecht Bij levering van producten: Bij de aankoop van producten heeft de consument de mogelijkheid de overeenkomst zonder opgave van redenen te ontbinden gedurende 14 dagen. Deze bedenktermijn gaat in op de dag na ontvangst van het product door de consument of een vooraf door de consument aangewezen en aan de ondernemer bekendgemaakte vertegenwoordiger. Tijdens de bedenktijd zal de consument zorgvuldig omgaan met het product en de verpakking. Hij zal het product slechts in die mate uitpakken of gebruiken voor zover dat nodig is om te kunnen beoordelen of hij het product wenst te behouden. Indien hij van zijn herroepingsrecht gebruik maakt, zal hij het product met alle geleverde toebehoren en – indien redelijkerwijze mogelijk – in de originele staat en verpakking aan de ondernemer retourneren, conform de door de ondernemer verstrekte redelijke en duidelijke instructies. Wanneer de consument gebruik wenst te maken van zijn herroepingsrecht is hij verplicht dit binnen 14 dagen, na ontvangst van het product, kenbaar te maken aan de ondernemer. Het kenbaar maken dient de consument te doen middels het modelformulier. Nadat de consument kenbaar heeft gemaakt gebruik te willen maken van zijn herroepingsrecht dient de klant het product binnen 14 dagen retour te sturen. De consument dient te bewijzen dat de geleverde zaken tijdig zijn teruggestuurd, bijvoorbeeld door middel van een bewijs van verzending. Indien de klant na afloop van de in lid 2 en 3 genoemde termijnen niet kenbaar heeft gemaakt gebruik te willen maken van zijn herroepingsrecht resp. het product niet aan de ondernemer heeft teruggezonden, is de koop een feit. Bij levering van diensten: Bij levering van diensten heeft de consument de mogelijkheid de overeenkomst zonder opgave van redenen te ontbinden gedurende ten minste 14 dagen, ingaande op de dag van het aangaan van de overeenkomst. Om gebruik te maken van zijn herroepingsrecht, zal de consument zich richten naar de door de ondernemer bij het aanbod en/of uiterlijk bij de levering ter zake verstrekte redelijke en duidelijke instructies. Artikel 7 – Kosten in geval van herroeping Indien de consument gebruik maakt van zijn herroepingsrecht, komen ten hoogste de kosten van terugzending voor zijn rekening. Indien de consument een bedrag betaald heeft, zal de ondernemer dit bedrag zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 14 dagen na herroeping, terugbetalen. Hierbij is wel de voorwaarde dat het product reeds terugontvangen is door de webwinkelier of sluitend bewijs van complete terugzending overlegd kan worden. Terugbetaling zal geschieden via dezelfde betaalmethode die door de consument is gebruikt tenzij de consument nadrukkelijk toestemming geeft voor een andere betaalmethode. Bij beschadiging van het product door onzorgvuldige omgang door de consument zelf is de consument aansprakelijk voor eventuele waardevermindering van het product. De consument kan niet aansprakelijk worden gesteld voor waardevermindering van het product wanneer door de ondernemer niet alle wettelijk verplichte informatie over het herroepingsrecht is verstrekt, dit dient te gebeuren voor het sluiten van de koopovereenkomst. Artikel 8 – Uitsluiting herroepingsrecht De ondernemer kan het herroepingsrecht van de consument uitsluiten voor producten zoals omschreven in lid 2 en 3. De uitsluiting van het herroepingsrecht geldt slechts indien de ondernemer dit duidelijk in het aanbod, althans tijdig voor het sluiten van de overeenkomst, heeft vermeld. Uitsluiting van het herroepingsrecht is slechts mogelijk voor producten: die door de ondernemer tot stand zijn gebracht overeenkomstig specificaties van de consument; die duidelijk persoonlijk van aard zijn; die door hun aard niet kunnen worden teruggezonden; die snel kunnen bederven of verouderen; waarvan de prijs gebonden is aan schommelingen op de financiële markt waarop de ondernemer geen invloed heeft; voor losse kranten en tijdschriften; voor audio- en video-opnamen en computersoftware waarvan de consument de verzegeling heeft verbroken. voor hygiënische producten waarvan de consument de verzegeling heeft verbroken. Uitsluiting van het herroepingsrecht is slechts mogelijk voor diensten: betreffende logies, vervoer, restaurantbedrijf of vrijetijdsbesteding te verrichten op een bepaalde datum of tijdens een bepaalde periode; waarvan de levering met uitdrukkelijke instemming van de consument is begonnen voordat de bedenktijd is verstreken; betreffende weddenschappen en loterijen. Artikel 9 – De prijs Gedurende de in het aanbod vermelde geldigheidsduur worden de prijzen van de aangeboden producten en/of diensten niet verhoogd, behoudens prijswijzigingen als gevolg van veranderingen in btw-tarieven. In afwijking van het vorige lid kan de ondernemer producten of diensten waarvan de prijzen gebonden zijn aan schommelingen op de financiële markt en waar de ondernemer geen invloed op heeft, met variabele prijzen aanbieden. Deze gebondenheid aan schommelingen en het feit dat eventueel vermelde prijzen richtprijzen zijn, worden bij het aanbod vermeld. Prijsverhogingen binnen 3 maanden na de totstandkoming van de overeenkomst zijn alleen toegestaan indien zij het gevolg zijn van wettelijke regelingen of bepalingen. Prijsverhogingen vanaf 3 maanden na de totstandkoming van de overeenkomst zijn alleen toegestaan indien de ondernemer dit bedongen heeft en: deze het gevolg zijn van wettelijke regelingen of bepalingen; of de consument de bevoegdheid heeft de overeenkomst op te zeggen met ingang van de dag waarop de prijsverhoging ingaat. De in het aanbod van producten of diensten genoemde prijzen zijn inclusief btw. Alle prijzen zijn onder voorbehoud van druk – en zetfouten. Voor de gevolgen van druk – en zetfouten wordt geen aansprakelijkheid aanvaard. Bij druk – en zetfouten is de ondernemer niet verplicht het product volgens de foutieve prijs te leveren. Artikel 10 – Conformiteit en Garantie De ondernemer staat ervoor in dat de producten en/of diensten voldoen aan de overeenkomst, de in het aanbod vermelde specificaties, aan de redelijke eisen van deugdelijkheid en/of bruikbaarheid en de op de datum van de totstandkoming van de overeenkomst bestaande wettelijke bepalingen en/of overheidsvoorschriften. Indien overeengekomen staat de ondernemer er tevens voor in dat het product geschikt is voor ander dan normaal gebruik. Een door de ondernemer, fabrikant of importeur verstrekte garantie doet niets af aan de wettelijke rechten en vorderingen die de consument op grond van de overeenkomst tegenover de ondernemer kan doen gelden. Eventuele gebreken of verkeerd geleverde producten dienen binnen 4 weken na levering aan de ondernemer schriftelijk te worden gemeld. Terugzending van de producten dient te geschieden in de originele verpakking en in nieuwstaat verkerend. De garantietermijn van de ondernemer komt overeen met de fabrieksgarantietermijn. De ondernemer is echter te nimmer verantwoordelijk voor de uiteindelijke geschiktheid van de producten voor elke individuele toepassing door de consument, noch voor eventuele adviezen ten aanzien van het gebruik of de toepassing van de producten. De garantie geldt niet indien: De consument de geleverde producten zelf heeft gerepareerd en/of bewerkt of door derden heeft laten repareren en/of bewerken; De geleverde producten aan abnormale omstandigheden zijn blootgesteld of anderszins onzorgvuldig worden behandeld of in strijd zijn met de aanwijzingen van de ondernemer en/of op de verpakking behandeld zijn; De ondeugdelijkheid geheel of gedeeltelijk het gevolg is van voorschriften die de overheid heeft gesteld of zal stellen ten aanzien van de aard of de kwaliteit van de toegepaste materialen. Artikel 11 – Levering en uitvoering De ondernemer zal de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht nemen bij het in ontvangst nemen en bij de uitvoering van bestellingen van producten en bij de beoordeling van aanvragen tot verlening van diensten. Als plaats van levering geldt het adres dat de consument aan het bedrijf kenbaar heeft gemaakt. Met inachtneming van hetgeen hierover in lid 4 van dit artikel is vermeld, zal het bedrijf geaccepteerde bestellingen met bekwame spoed doch uiterlijk binnen 30 dagen uitvoeren, tenzij consument akkoord is gegaan met een langere leveringstermijn. Indien de bezorging vertraging ondervindt, of indien een bestelling niet dan wel slechts gedeeltelijk kan worden uitgevoerd, ontvangt de consument hiervan uiterlijk 30 dagen nadat hij de bestelling geplaatst heeft bericht. De consument heeft in dat geval het recht om de overeenkomst zonder kosten te ontbinden. De consument heeft geen recht op een schadevergoeding. Alle levertermijnen zijn indicatief. Aan eventuele genoemde termijnen kan de consument geen rechten ontlenen. Overschrijding van een termijn geeft de consument geen recht op schadevergoeding. In geval van ontbinding conform het lid 3 van dit artikel zal de ondernemer het bedrag dat de consument betaald heeft zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 14 dagen na ontbinding, terugbetalen. Indien levering van een besteld product onmogelijk blijkt te zijn, zal de ondernemer zich inspannen om een vervangend artikel beschikbaar te stellen. Uiterlijk bij de bezorging zal op duidelijke en begrijpelijke wijze worden gemeld dat een vervangend artikel wordt geleverd. Bij vervangende artikelen kan het herroepingsrecht niet worden uitgesloten. De kosten van een eventuele retourzending zijn voor rekening van de ondernemer. Het risico van beschadiging en/of vermissing van producten berust bij de ondernemer tot het moment van bezorging aan de consument of een vooraf aangewezen en aan de ondernemer bekend gemaakte vertegenwoordiger, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen. Artikel 12 – Duurtransacties: duur, opzegging en verlenging Opzegging De consument kan een overeenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan en die strekt tot het geregeld afleveren van producten (elektriciteit daaronder begrepen) of diensten, te allen tijde opzeggen met inachtneming van daartoe overeengekomen opzeggingsregels en een opzegtermijn van ten hoogste één maand. De consument kan een overeenkomst die voor bepaalde tijd is aangegaan en die strekt tot het geregeld afleveren van producten (elektriciteit daaronder begrepen) of diensten, te allen tijde tegen het einde van de bepaalde duur opzeggen met inachtneming van daartoe overeengekomen opzeggingsregels en een opzegtermijn van ten hoogste één maand. De consument kan de in de vorige leden genoemde overeenkomsten: te allen tijde opzeggen en niet beperkt worden tot opzegging op een bepaald tijdstip of in een bepaalde periode; tenminste opzeggen op dezelfde wijze als zij door hem zijn aangegaan; altijd opzeggen met dezelfde opzegtermijn als de ondernemer voor zichzelf heeft bedongen. Verlenging Een overeenkomst die voor bepaalde tijd is aangegaan en die strekt tot het geregeld afleveren van producten (elektriciteit daaronder begrepen) of diensten, mag niet stilzwijgend worden verlengd of vernieuwd voor een bepaalde duur. In afwijking van het vorige lid mag een overeenkomst die voor bepaalde tijd is aangegaan en die strekt tot het geregeld afleveren van dag- nieuws- en weekbladen en tijdschriften stilzwijgend worden verlengd voor een bepaalde duur van maximaal drie maanden, als de consument deze verlengde overeenkomst tegen het einde van de verlenging kan opzeggen met een opzegtermijn van ten hoogste één maand. Een overeenkomst die voor bepaalde tijd is aangegaan en die strekt tot het geregeld afleveren van producten of diensten, mag alleen stilzwijgend voor onbepaalde duur worden verlengd als de consument te allen tijde mag opzeggen met een opzegtermijn van ten hoogste één maand en een opzegtermijn van ten hoogste drie maanden in geval de overeenkomst strekt tot het geregeld, maar minder dan eenmaal per maand, afleveren van dag-, nieuws- en weekbladen en tijdschriften. Een overeenkomst met beperkte duur tot het geregeld ter kennismaking afleveren van dag-, nieuws- en weekbladen en tijdschriften (proef- of kennismakingsabonnement) wordt niet stilzwijgend voortgezet en eindigt automatisch na afloop van de proef- of kennismakingsperiode. Duur Als een overeenkomst een duur van meer dan een jaar heeft, mag de consument na een jaar de overeenkomst te allen tijde met een opzegtermijn van ten hoogste een maand opzeggen, tenzij de redelijkheid en billijkheid zich tegen opzegging vóór het einde van de overeengekomen duur verzetten. Artikel 13 – Betaling Voor zover niet anders is overeengekomen, dienen de door de consument verschuldigde bedragen te worden voldaan binnen 7 werkdagen na het ingaan van de bedenktermijn als bedoeld in artikel 6 lid 1. In geval van een overeenkomst tot het verlenen van een dienst, vangt deze termijn aan nadat de consument de bevestiging van de overeenkomst heeft ontvangen. De consument heeft de plicht om onjuistheden in verstrekte of vermelde betaalgegevens onverwijld aan de ondernemer te melden. In geval van wanbetaling van de consument heeft de ondernemer behoudens wettelijke beperkingen, het recht om de vooraf aan de consument kenbaar gemaakte redelijke kosten in rekening te brengen. Artikel 14 – Klachtenregeling De ondernemer beschikt over een voldoende bekendgemaakte klachtenprocedure en behandelt de klacht overeenkomstig deze klachtenprocedure. Klachten over de uitvoering van de overeenkomst moeten binnen 7 dagen volledig en duidelijk omschreven worden ingediend bij de ondernemer, nadat de consument de gebreken heeft geconstateerd. Bij de ondernemer ingediende klachten worden binnen een termijn van 14 dagen gerekend vanaf de datum van ontvangst beantwoord. Als een klacht een voorzienbaar langere verwerkingstijd vraagt, wordt door de ondernemer binnen de termijn van 14 dagen geantwoord met een bericht van ontvangst en een indicatie wanneer de consument een meer uitvoerig antwoord kan verwachten. Een klacht schort de verplichtingen van de ondernemer niet op, tenzij de ondernemer schriftelijk anders aangeeft. Artikel 15 – Geschillen Op overeenkomsten tussen de ondernemer en de consument waarop deze algemene voorwaarden betrekking hebben, is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Ook indien de consument woonachtig is in het buitenland. Het Weens Koopverdrag is niet van toepassing. Artikel 16 – Aanvullende of afwijkende bepalingen Aanvullende dan wel van deze algemene voorwaarden afwijkende bepalingen mogen niet ten nadele van de consument zijn en dienen schriftelijk te worden vastgelegd dan wel op zodanige wijze dat deze door de consument op een toegankelijke manier kunnen worden opgeslagen op een duurzame gegevensdrager. ### Wachtwoord Vergeten Wachtwoord Vergeten? Vul hieronder uw e-mailadres in en wij sturen u een link op om uw wachtwoord te resetten. To reset your password, please enter your email address or username below ### Abonnementen Online WRM Examens START DIRECT MET OEFENEN FASE 1A€493 MaandenOnbeperkt Oefenen500 + Actuele VragenTheorie van de RijtaakDIRECT BESTELLENFASE 2A€493 MaandenOnbeperkt Oefenen500 + Actuele VragenLesvoorbereidingDIRECT BESTELLENFASE 2B€493 MaandenOnbeperkt Oefenen500 + Actuele VragenLesuitvoering & LesevaluatieDIRECT BESTELLENComplete WRM Opleiding€125MEEST GEKOZEN9 MaandenOnbeperkt Oefenen1500 + Actuele VragenFase 1A, 2A en 2BDIRECT BESTELLEN ### Registreren Aanmelden Welkom op de registratiepagina. Als je nog geen account hebt, kun je jezelf hieronder Aanmelden. Heb je al een account? Klik dan rechts boven op het knopje 'Mijn Account'. Succes met oefenen! * Username * Email * First Name * Last Name * Password * Confirm Password * Land AfghanistanÅland IslandsAlbaniaAlgeriaAmerican SamoaAndorraAngolaAnguillaAntarcticaAntigua and BarbudaArgentinaArmeniaArubaAustraliaAustriaAzerbaijanBahamasBahrainBangladeshBarbadosBelarusBelgiumBelauBelizeBeninBermudaBhutanBoliviaBonaire, Saint Eustatius and SabaBosnia and HerzegovinaBotswanaBouvet IslandBrazilBritish Indian Ocean TerritoryBritish Virgin IslandsBruneiBulgariaBurkina FasoBurundiCambodiaCameroonCanadaCape VerdeCayman IslandsCentral African RepublicChadChileChinaChristmas IslandCocos (Keeling) IslandsColombiaComorosCongo (Brazzaville)Congo (Kinshasa)Cook IslandsCosta RicaCroatiaCubaCuraçaoCyprusCzech RepublicDenmarkDjiboutiDominicaDominican RepublicEcuadorEgyptEl SalvadorEquatorial GuineaEritreaEstoniaEthiopiaFalkland IslandsFaroe IslandsFijiFinlandFranceFrench GuianaFrench PolynesiaFrench Southern TerritoriesGabonGambiaGeorgiaGermanyGhanaGibraltarGreeceGreenlandGrenadaGuadeloupeGuamGuatemalaGuernseyGuineaGuinea-BissauGuyanaHaitiHeard Island and McDonald IslandsHondurasHong KongHungaryIcelandIndiaIndonesiaIranIraqRepublic of IrelandIsle of ManIsraelItalyIvory CoastJamaicaJapanJerseyJordanKazakhstanKenyaKiribatiKuwaitKyrgyzstanLaosLatviaLebanonLesothoLiberiaLibyaLiechtensteinLithuaniaLuxembourgMacao S.A.R., ChinaMacedoniaMadagascarMalawiMalaysiaMaldivesMaliMaltaMarshall IslandsMartiniqueMauritaniaMauritiusMayotteMexicoMicronesiaMoldovaMonacoMongoliaMontenegroMontserratMoroccoMozambiqueMyanmarNamibiaNauruNepalNetherlandsNetherlands AntillesNew CaledoniaNew ZealandNicaraguaNigerNigeriaNiueNorfolk IslandNorthern Mariana IslandsNorth KoreaNorwayOmanPakistanPalestinian TerritoryPanamaPapua New GuineaParaguayPeruPhilippinesPitcairnPolandPortugalPuerto RicoQatarReunionRomaniaRussiaRwandaSaint BarthélemySaint HelenaSaint Kitts and NevisSaint LuciaSaint Martin (French part)Saint Martin (Dutch part)Saint Pierre and MiquelonSaint Vincent and the GrenadinesSan MarinoSão Tomé and PríncipeSaudi ArabiaSenegalSerbiaSeychellesSierra LeoneSingaporeSlovakiaSloveniaSolomon IslandsSomaliaSouth AfricaSouth Georgia/Sandwich IslandsSouth KoreaSouth SudanSpainSri LankaSudanSurinameSvalbard and Jan MayenSwazilandSwedenSwitzerlandSyriaTaiwanTajikistanTanzaniaThailandTimor-LesteTogoTokelauTongaTrinidad and TobagoTunisiaTurkeyTurkmenistanTurks and Caicos IslandsTuvaluUgandaUkraineUnited Arab EmiratesUnited Kingdom (UK)United States (US)United States (US) Minor Outlying IslandsUnited States (US) Virgin IslandsUruguayUzbekistanVanuatuVaticanVenezuelaVietnamWallis and FutunaWestern SaharaSamoaYemenZambiaZimbabwe Accepteer onze algemene voorwaarden ### Mijn Account Ledenpagina Username or Email Password Keep me signed in Register Lost your password? ### Inloggen Inloggen Welkom op de inlogpagina. Als je nog geen account hebt klik dan op “WRM THEORIE”. Heb je al een account? Log dan hieronder in of als je al ingelogd bent klik dan hieronder op Mijn Account Pagina. Succes met oefenen! Username or Email Password Keep me signed in Register Lost your password? Mijn Account Pagina ### WRM Examens Online WRM Examens Bedankt dat u de tijd hebt genomen om deze opleiding te volgen. Voor uw gemak hebben we de hele opleiding in 3 secties verdeeld: WRM Fase 1A Theorie van de Rijtaak WRM Fase 2A Lesvoorbereiding WRM Fase 2B Lesuitvoering & Lesevaluatie Laten we het afhandelen, Klik op het volgende Examens om te beginnen. Heel Veel Success FASE 1AFase 2AFase 2B ### FASE 2A LESVOORBEREIDING 9 (OPEN VRAGEN) Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 3 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 67% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 2 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 21% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 1 Hallo , Je gemiddelde score van deze examen is 71% Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examen 3 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examen 11 Praktijk vragen Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Bedankt Sorry! Not enough information available. ### Afrekenen ### Examen 10 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examen 9 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examen 8 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examen 7 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examen 6 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examen 5 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examen 4 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examen 2 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Examen 1 Klik hieronder op  om vraag te markeren, keer later terug om deze vraag(en) te beantwoorden. Examen is vergrendeld! Om deel te nemen aan dit examen moet u eerst keuze maken uit Fase 1A, 2A, 2B of complete wrm opleiding, klik hieronder om verder te gaan.   [fusion_button link="https://www.wrmpas.nl/abonnementen/" title="" target="_self" link_attributes="" alignment_medium="" alignment_small="" alignment="center" modal="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" sticky_display="normal,sticky" class="" id="" color="custom" button_gradient_top_color="#fbd44c" hue="" saturation="" lightness="" alpha="" button_gradient_bottom_color="#fbd44c" button_gradient_top_color_hover="#e86986" button_gradient_bottom_color_hover="#e86986" gradient_start_position="" gradient_end_position="" gradient_type="linear" radial_direction="" linear_angle="180" accent_color="" accent_hover_color="#ffffff" type="3d" bevel_color="#5db072" bevel_color_hover="#5db072" border_top="2px" border_right="4px" border_bottom="4px" border_left="2px" border_radius_top_left="12px" border_radius_top_right="12px" border_radius_bottom_right="12px" border_radius_bottom_left="12px" border_color="#0b1418" border_hover_color="#0b1418" size="" padding_top="22px" padding_right="64px" padding_bottom="22px" padding_left="64px" fusion_font_family_button_font="Work Sans" fusion_font_variant_button_font="500" font_size="24px" line_height="32px" letter_spacing="-0.01em" text_transform="none" stretch="default" margin_top="10px" margin_right="" margin_bottom="10px" margin_left="" icon="fa-book-reader fas" icon_position="left" icon_divider="no" animation_type="" animation_direction="left" animation_speed="0.3" animation_offset=""]Bestel hier en begin direct met oefenen[/fusion_button] ### Start WRM Examen Online WRM Examens Vanuit onze Examen-dashboard kunt u Examens maken, Uw Abonnementen beheren, Recente Bestellingen controleren of uw Accountgegevens bewerken. Controleer op uw inhoud en meld u aan bij uw abonnementen als u dat nog niet heeft gedaan. Klik hieronder op de Start knop om te beginnen. Heel Veel Succes  START WRM EXAMEN ### Uitslag Your Content Here ### Standaard Omleidingspagina U bent niet ingelogd probeer in te loggen. Username or Email Password Keep me signed in Register Lost your password? ### Openbare Individuele Pagina ### Uitloggen UITLOGGEN ### Submission Confirmed 0% Report a question What's wrong with this question? You cannot submit an empty report. Please add some details. 1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950 FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 1 1 / 50 1. Wat is de maximum toegestane snelheid van een brommobiel buiten de bebouwde kom op de rijbaan? A. 45 km/uur. B. 50 km/uur. C. 40 km/uur. 2 / 50 2. Op welke wijze moet de personenauto op deze weg voorsorteren als hij linksaf wil slaan? A. Geheel links voorsorteren is toegestaan in een eenrichtingsweg. B. In deze situatie moet men zoveel mogelijk aan de rechterzijde van de rijbaan gaan staan. C. Op een beperkte eenrichtingsweg moet men tegen de (denkbeeldige) wegas aan voorsorteren. Correcte antwoord is: Op een beperkte eenrichtingsweg moet men tegen de (denkbeeldige) wegas aan voorsorteren. Rijprocedure B, hoofdstuk 3.3. 3 / 50 3. Waar mag de bestuurder zijn voertuig niet parkeren volgens Artikel 24, lid 1a? A. Op een parkeergelegenheid B. Voor een inrit of een uitrit C. Bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan D. Buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg Parkeren is verboden binnen 5 meter van een kruispunt. Parkeren is verboden binnen 5 meter van een kruispunt. 4 / 50 4. Wanneer is een kentekenbewijs niet meer geldig? A. Als het niet meer leesbaar is. B. Als het door een opsporingsambtenaar is ingevorderd. C. Als het door een schorsing is opgeschort. 5 / 50 5. Een auto sleept een andere auto. Wat mag de maximale afstand tussen beide voertuigen zijn? A. Niet bepaald. B. 5 meter. C. 2.5 meter. 6 / 50 6. De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan: bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord. A. Onjuist B. Juist 7 / 50 7. Hoe lang is het rijbewijs geldig dat is afgegeven aan een 17-jarige? A. Tot de dag waarop hij 18 jaar wordt. B. 5 jaar. C. 10 jaar. Hetzelfde als voor iemand die op zijn 18de of misschien wel later zijn rijbewijs haalt. De geldigheid van een rijbewijs is vastgesteld op 10 jaren (artikel 25a RR). 8 / 50 8. Volgens Artikel 23, lid 1e, hoe ver moet een voertuig minimaal van een bushalte stilstaan? A. 12 meter B. 15 meter C. 5 meter D. 10 meter Bij gebrek aan geblokte markering moet een voertuig minimaal 12 meter van het bushaltebord stilstaan. Bij gebrek aan geblokte markering moet een voertuig minimaal 12 meter van het bushaltebord stilstaan. 9 / 50 9. Voor een voorsorteerstrook is een verdrijvingsvlak aangebracht. Wie mogen het verdrijvingsvlak niet gebruiken? A. Een ruiter die op de rijbaan keert. B. Iemand die op skeelers rijdt en de rijbaan oversteekt. C. De bestuurder van een gehandicaptenvoertuig die van trottoir naar trottoir oversteekt. 10 / 50 10. Mag je bij bord E1 goederen laden of lossen? A. Nee, dit is enkel en alleen een parkeerverbod. B. Ja, je mag er passagiers laten in- of uitstappen en goederen laden of lossen. C. Ja, enkel en alleen goederen laden of lossen. 11 / 50 11. Geldt bord C21 RVV 1990 ook voor een geleider van een kudde koeien? A. Ja, tenzij er gebruik wordt gemaakt van de berm. B. Ja. C. Nee. 12 / 50 12. Wat is de betekenis van bord J31 (verkeerslichten)? A. Stoplicht B. Defecte verkeerslichten C. Waarschuwing verkeerslichten D. Knipperend verkeerslicht Bord J31 waarschuwt voor verkeerslichten verderop. Bord J31 waarschuwt voor verkeerslichten verderop. 13 / 50 13. Een gehandicapte rijdt met zijn rolstoel zonder motor op een fietspad, welke verlichting moet hij voeren? A. Geen verlichting. B. Dimlicht aan de voorzijde en een rood achterlicht. C. Wit of geel licht aan de voorzijde en een rood achterlicht. 14 / 50 14. Waar mag een voetganger oversteken? A. Binnen 30 meter van zebrapad verplicht bij zebrapad B. Overal waar het veilig is C. Op kruispunten D. Alleen bij zebrapaden Als er binnen 30 meter een zebrapad is, moet de voetganger deze gebruiken. Als er binnen 30 meter een zebrapad is, moet de voetganger deze gebruiken. 15 / 50 15. Een gehandicapte parkeert zijn gehandicaptenvoertuig in een parkeerschijfzone waar een maximale parkeerduur geldt van 2 uur. Wat is hierover bepaald in het RVV 1990? A. Het gehandicaptenvoertuig mag hier voor onbepaalde tijd in de gehele zone parkeren. B. Het gehandicaptenvoertuig mag hier maximaal 3 uur parkeren en alleen op aangeduide parkeerplaatsen en langs een blauwe streep. C. Het gehandicaptenvoertuig mag hier maximaal 2 uur parkeren en alleen op aangeduide parkeerplaatsen en langs een blauwe streep. 16 / 50 16. Waar mag de bestuurder zijn voertuig niet parkeren volgens Artikel 24, lid 1c? A. Voor een inrit B. Buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg C. Bij een kruispunt D. Op een parkeergelegenheid Parkeren is verboden buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg. Parkeren is verboden buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg. 17 / 50 17. Welke regels moet de bestuurder van een brommobiel volgens het RVV 1990 volgen? A. De regels die gelden voor fietsers. B. De regels die gelden voor een snorfiets. C. De regels die gelden voor een bestuurder van een motorvoertuig. Een brommobiel moet als een bromfiets beschouwd worden. Voor wat betreft de 'plaats op de weg' zijn de regels voor motorvoertuigen van toepassing (artikel 2a). Dat wil zeggen, dat een brommobiel geen gebruik maakt van het fiets- en bromfietspad, maar van de rijbaan. 18 / 50 18. Wat voor wegwijzer is bord K2? A. Hoge beslissingswegwijzer. B. Lage beslissingswegwijzer. C. Voorwegwijzer. 19 / 50 19. Wat is de betekenis van bord J35 RVV 1990? A. IJzel of sneeuw. B. Slecht zicht door sneeuw, regen of mist. C. Slipgevaar. 20 / 50 20. Waar moet, indien dit nodig is, bij een personenauto een gevarendriehoek worden geplaatst? A. Alleen binnen de bebouwde kom. B. Zowel binnen als buiten de bebouwde kom. C. Alleen buiten de bebouwde kom. 21 / 50 21. De Rijprocedure B adviseert om gebruik te maken van spiegelruiten om verder een straat in te kunnen kijken. Waar is dit vooral nuttig? A. Bij het inhalen B. Bij het parkeren C. Bij het rijden in de mist D. Bij onoverzichtelijke kruispunten of uitritten Spiegelruiten (bolle spiegels op hoeken van gebouwen of bij onoverzichtelijke bochten) zijn bedoeld om je een beter overzicht te geven op plekken waar het directe zicht beperkt is zoals onoverzichtelijke kruispunten of uitritten. Dit helpt bij het tijdig waarnemen van naderend verkeer. Spiegelruiten (bolle spiegels op hoeken van gebouwen of bij onoverzichtelijke bochten) zijn bedoeld om je een beter overzicht te geven op plekken waar het directe zicht beperkt is zoals onoverzichtelijke kruispunten of uitritten. Dit helpt bij het tijdig waarnemen van naderend verkeer. 22 / 50 22. Lege Tesla parkeert zelfstandig uit via Summon. Eigenaar staat met telefoon op stoep. Hoe reageer je? A. Eigenaar waarschuwen voor gevaar B. Voorzichtig passeren zoals normale situatie C. Filmen voor bewijs illegale actie D. Stoppen, dit mag niet Summon is legale functie onder toezicht eigenaar. De Rijprocedure accepteert nieuwe technologie. Behandel als normale uitparkerende auto. Stoppen hindert onnodig - functie is toegestaan. Waarschuwen is onnodig, eigenaar heeft controle. Filmen suggereert wantrouwen. Technologie evolueert. Eigenaar blijft verantwoordelijk en kan ingrijpen. Passeer voorzichtig zoals bij elke parkerende auto. Summon is legale functie onder toezicht eigenaar. De Rijprocedure accepteert nieuwe technologie. Behandel als normale uitparkerende auto. Stoppen hindert onnodig - functie is toegestaan. Waarschuwen is onnodig, eigenaar heeft controle. Filmen suggereert wantrouwen. Technologie evolueert. Eigenaar blijft verantwoordelijk en kan ingrijpen. Passeer voorzichtig zoals bij elke parkerende auto. 23 / 50 23. Bij het invoegen op de snelweg kijk je over je linkerschouder. Waarom is dit essentieel? A. Om het verkeer achter je te observeren B. Om de dode hoek te controleren C. Om tegemoetkomend verkeer te zien D. Om de snelheid van het verkeer te schatten Het over de schouder kijken controleert specifiek de dode hoek die niet zichtbaar is in de spiegels. Dit voorkomt dat je een voertuig links naast je over het hoofd ziet bij het invoegen. De spiegels gebruik je voor het algemene verkeersbeeld maar de dode hoek vereist deze extra controle. Het over de schouder kijken controleert specifiek de dode hoek die niet zichtbaar is in de spiegels. Dit voorkomt dat je een voertuig links naast je over het hoofd ziet bij het invoegen. De spiegels gebruik je voor het algemene verkeersbeeld maar de dode hoek vereist deze extra controle. 24 / 50 24. De Rijprocedure B stelt dat de bestuurder niet afgeleid mag raken door het gebruik van de mobiele telefoon. Hoe verhoudt dit zich tot het gebruik van een navigatiesysteem? A. Het navigatiesysteem mag alleen worden bediend door een passagier B. Het navigatiesysteem moet worden uitgeschakeld tijdens het examen C. Het navigatiesysteem mag tijdens het rijden worden bediend mits de aandacht op de weg blijft D. Het navigatiesysteem mag alleen worden ingesteld voordat de rit begint Hoewel de Rijprocedure B het gebruik van een navigatiesysteem aanmoedigt voor ritvoorbereiding en zelfstandig rijden geldt de algemene regel dat de bediening ervan niet ten koste mag gaan van de aandacht voor het verkeer en de beheersing van het voertuig. Dit betekent in de praktijk dat je het systeem moet instellen voordat je gaat rijden. Optie B is te risicovol. Optie C is een optie maar de bestuurder blijft verantwoordelijk. Optie D is onjuist. Hoewel de Rijprocedure B het gebruik van een navigatiesysteem aanmoedigt voor ritvoorbereiding en zelfstandig rijden geldt de algemene regel dat de bediening ervan niet ten koste mag gaan van de aandacht voor het verkeer en de beheersing van het voertuig. Dit betekent in de praktijk dat je het systeem moet instellen voordat je gaat rijden. Optie B is te risicovol. Optie C is een optie maar de bestuurder blijft verantwoordelijk. Optie D is onjuist. 25 / 50 25. Hoe vaak vindt het CBR praktijkexamen plaats? A. Volgens rooster CBR B. Ook op zaterdag C. Alleen doordeweeks D. 7 dagen per week Praktijkexamens vinden plaats volgens het rooster van het CBR, meestal doordeweeks en soms op zaterdag, afhankelijk van de beschikbaarheid van examinatoren. Alleen doordeweeks, ook op zaterdag of 7 dagen per week zijn niet de meest complete antwoorden. Het is belangrijk om te weten dat de frequentie afhangt van de planning van het CBR, zoals relevant voor 'De Rijprocedure'. Het CBR praktijkexamen vindt plaats volgens het vastgestelde rooster van het CBR. Dit betekent voornamelijk op doordeweekse dagen, maar op sommige locaties en in bepaalde periodes kunnen ook examens op zaterdag worden afgenomen. Dit is geen 7 dagen per week service. Dit is een organisatorisch aspect van het rijexamen dat relevant is voor 'De Rijprocedure'. 26 / 50 26. Truck platooning wordt getest op snelwegen. Hoe bereid je leerlingen voor op interaction met deze convoys? A. Platoons hebben altijd voorrang B. Vermijd snelwegen waar testing plaatsvindt C. Behandel platoons als een lang voertuig D. Forceer invoegen tussen trucks Platoons opereren met minimale tussenruimte via V2V communication. Invoegen verstoort het systeem en is gevaarlijk. Behandel als single unit: inhalen in geheel, niet splitsen. Dit bereidt voor op toekomstige traffic patterns met meer automation. Optie A is avoidance waar adaptation nodig is. Optie C promoot gevaarlijk gedrag. Optie D introduceert false priority rules. De les: anticipeer op evolving traffic ecosystems. Platoons opereren met minimale tussenruimte via V2V communication. Invoegen verstoort het systeem en is gevaarlijk. Behandel als single unit: inhalen in geheel, niet splitsen. Dit bereidt voor op toekomstige traffic patterns met meer automation. Optie A is avoidance waar adaptation nodig is. Optie C promoot gevaarlijk gedrag. Optie D introduceert false priority rules. De les: anticipeer op evolving traffic ecosystems. 27 / 50 27. Een leerling meldt tijdens een lange snelwegrit dat het vermoeidheidsherkenningssysteem een pauze adviseert terwijl hij zich alert voelt. Tegelijkertijd geeft het afleidingsherkenningssysteem geen waarschuwing. Welke uitleg over deze systemen is het meest accuraat? A. Vermoeidheidsherkenning analyseert stuurpatronen over tijd terwijl afleidingsherkenning vooral oogbewegingen monitort B. Het afleidingsherkenningssysteem staat waarschijnlijk uit omdat het pas in 2025 standaard aan staat C. De systemen zijn niet betrouwbaar en kunnen beter genegeerd worden D. De systemen werken alleen correct wanneer beide tegelijk een waarschuwing geven Deze vraag test het begrip van hoe verschillende ADAS-systemen functioneren. Drowsiness detection (vermoeidheidsherkenning) analyseert subtiele veranderingen in rijgedrag over een langere periode zoals inconsistent sturen afwijken binnen de rijstrook en reactietijden. Deze patronen kunnen optreden voordat de bestuurder zich bewust vermoeid voelt wat het systeem waardevol maakt als vroege waarschuwing. Distraction recognition (afleidingsherkenning) gebruikt daarentegen cameras om oogbewegingen en hoofdpositie te monitoren. Korte blikken op het infotainmentscherm worden vaak getolereerd omdat ze binnen normale rijparameters vallen. Het systeem waarschuwt pas bij langdurige afleiding van de weg. Optie A is gevaarlijk advies - deze systemen zijn ontwikkeld om de verkeersveiligheid te verhogen. Optie C bevat een feitelijke onjuistheid over de implementatiedatum. Optie D suggereert een onjuiste afhankelijkheid tussen twee onafhankelijke systemen. Het is essentieel dat rijinstructeurs het verschil tussen deze systemen kunnen uitleggen en leerlingen adviseren de waarschuwingen serieus te nemen ook als ze zich nog alert voelen. Deze vraag test het begrip van hoe verschillende ADAS-systemen functioneren. Drowsiness detection (vermoeidheidsherkenning) analyseert subtiele veranderingen in rijgedrag over een langere periode zoals inconsistent sturen afwijken binnen de rijstrook en reactietijden. Deze patronen kunnen optreden voordat de bestuurder zich bewust vermoeid voelt wat het systeem waardevol maakt als vroege waarschuwing. Distraction recognition (afleidingsherkenning) gebruikt daarentegen cameras om oogbewegingen en hoofdpositie te monitoren. Korte blikken op het infotainmentscherm worden vaak getolereerd omdat ze binnen normale rijparameters vallen. Het systeem waarschuwt pas bij langdurige afleiding van de weg. Optie A is gevaarlijk advies - deze systemen zijn ontwikkeld om de verkeersveiligheid te verhogen. Optie C bevat een feitelijke onjuistheid over de implementatiedatum. Optie D suggereert een onjuiste afhankelijkheid tussen twee onafhankelijke systemen. Het is essentieel dat rijinstructeurs het verschil tussen deze systemen kunnen uitleggen en leerlingen adviseren de waarschuwingen serieus te nemen ook als ze zich nog alert voelen. 28 / 50 28. Je leerling vertrouwt volledig op AEB voor fietsers maar je waarschuwt voor specifieke scenario's. Welk scenario is het meest problematisch voor fietserdetectie? A. Fietsers die plotseling oversteken tussen geparkeerde auto's B. Fietsers die rechtdoor rijden in dezelfde richting C. Fietsers met felle kleding D. Groepen fietsers bij een verkeerslicht AEB-systemen hebben de meeste moeite met plotseling verschijnende objecten vanuit occluded areas. Een fietser die tussen geparkeerde auto's vandaan komt geeft het systeem minimale tijd voor detectie, classificatie en reactie. De laterale beweging en gedeeltelijke zichtbaarheid compliceren de situatie verder. Dit scenario vereist menselijke anticipatie op basis van context die ADAS mist. Optie A beschrijft een relatief eenvoudig detectiescenario. Optie C kan complex zijn maar is meestal goed zichtbaar. Optie D is irrelevant - kleur helpt menselijke detectie, niet noodzakelijk sensor-detectie. De les: ken de detection blind spots van ADAS. AEB-systemen hebben de meeste moeite met plotseling verschijnende objecten vanuit occluded areas. Een fietser die tussen geparkeerde auto's vandaan komt geeft het systeem minimale tijd voor detectie, classificatie en reactie. De laterale beweging en gedeeltelijke zichtbaarheid compliceren de situatie verder. Dit scenario vereist menselijke anticipatie op basis van context die ADAS mist. Optie A beschrijft een relatief eenvoudig detectiescenario. Optie C kan complex zijn maar is meestal goed zichtbaar. Optie D is irrelevant - kleur helpt menselijke detectie, niet noodzakelijk sensor-detectie. De les: ken de detection blind spots van ADAS. 29 / 50 29. Een leerling vraagt of er een 'ADAS training mode' bestaat waar systemen minder streng zijn voor beginners. Hoe reageer je? A. Training mode bestaat maar alleen in rijschoolauto's B. Ja dealer kan dit activeren voor nieuwe rijders C. Nee ADAS-systemen hebben geen gebruikersprofielen D. Dit wordt automatisch geactiveerd voor rijders onder 25 ADAS-systemen opereren volgens vaste veiligheidsparameters onafhankelijk van bestuurdersevaring. De misvatting ontstaat mogelijk door aanpasbare gevoeligheidsinstellingen die sommige systemen bieden, maar deze zijn niet bedoeld als 'training modes'. Veiligheid wordt niet gecompromitteerd voor leercomfort. Dit benadrukt dat leerlingen zich moeten aanpassen aan technologie, niet andersom. Optie A en C verspreiden misinformatie over niet-bestaande features. Optie D introduceert leeftijdsdiscriminatie die niet bestaat. De les: ADAS maakt geen onderscheid - alle bestuurders moeten competent zijn. ADAS-systemen opereren volgens vaste veiligheidsparameters onafhankelijk van bestuurdersevaring. De misvatting ontstaat mogelijk door aanpasbare gevoeligheidsinstellingen die sommige systemen bieden, maar deze zijn niet bedoeld als 'training modes'. Veiligheid wordt niet gecompromitteerd voor leercomfort. Dit benadrukt dat leerlingen zich moeten aanpassen aan technologie, niet andersom. Optie A en C verspreiden misinformatie over niet-bestaande features. Optie D introduceert leeftijdsdiscriminatie die niet bestaat. De les: ADAS maakt geen onderscheid - alle bestuurders moeten competent zijn. 30 / 50 30. Na uren rijden met multiple ADAS waarschuwingen klaagt leerling over 'alert fatigue'. Hoe address je dit? A. Gebruik alleen visuele, geen audio waarschuwingen B. Plan regelmatige pauzes en varieer alertheid-niveau C. Zet alle waarschuwingen uit D. Ignoreer minder belangrijke waarschuwingen Alert fatigue is real phenomenon bij extended ADAS exposure. Regular breaks reset attention. Varieer tussen high-alert situations en relaxed cruising. Understanding eigen fatigue patterns helpt planning. Quality van aandacht beats quantity. Optie A elimineert safety features. Optie C creates gevaarlijke gewoontes. Optie D adresseert alleen symptoom. De les: manage cognitive load proactively. Alert fatigue is real phenomenon bij extended ADAS exposure. Regular breaks reset attention. Varieer tussen high-alert situations en relaxed cruising. Understanding eigen fatigue patterns helpt planning. Quality van aandacht beats quantity. Optie A elimineert safety features. Optie C creates gevaarlijke gewoontes. Optie D adresseert alleen symptoom. De les: manage cognitive load proactively. 31 / 50 31. Een auto met buitenlands kenteken rijdt links op de snelweg met 90 km/u. Wat is waarschijnlijk volgens artikel 5 Wegenverkeerswet? A. Defect voertuig B. Onbekend met Nederlandse regels C. Bewust links rijden D. Zoekt afslag Buitenlanders kennen soms de regel "rechts rijden tenzij inhalen" niet. Wees geduldig, houd afstand. Eventueel vriendelijk waarschuwen met lichten. Buitenlanders kennen soms de regel "rechts rijden tenzij inhalen" niet. Wees geduldig, houd afstand. Eventueel vriendelijk waarschuwen met lichten. 32 / 50 32. Bij een spoorwegovergang gaan de rode lichten knipperen. Je bent al halverwege de overgang. Wat moet je doen volgens artikel 32 RVV 1990? A. Achteruit rijden van de overgang af B. De motor afzetten en het voertuig verlaten C. Zo snel mogelijk de overgang verlaten D. Direct stoppen waar je bent Artikel 32 bepaalt dat je moet stoppen vóór de overgang bij knipperende rode lichten. Als je echter al op de overgang bent, moet je deze zo snel mogelijk verlaten om niet op het spoor stil te komen staan. Optie A en B kunnen gevaarlijk zijn. Optie D is onjuist, het primaire doel is de overgang veilig te verlaten. Artikel 32 bepaalt dat je moet stoppen vóór de overgang bij knipperende rode lichten. Als je echter al op de overgang bent, moet je deze zo snel mogelijk verlaten om niet op het spoor stil te komen staan. Optie A en B kunnen gevaarlijk zijn. Optie D is onjuist, het primaire doel is de overgang veilig te verlaten. 33 / 50 33. Op een rotonde rijdt voor je een tractor met aanhanger. Hij geeft rechts aan maar rijdt rechtdoor. Wat doe je volgens artikel 18 RVV 1990? A. Claxonneren voor duidelijkheid B. Rechts inhalen want hij gaat toch af C. Afstand houden en afwachten D. Links inhalen op rotonde Grote voertuigen geven soms vroeg richting aan of vergeten uit te zetten. Wacht tot hij daadwerkelijk afslaat. Inhalen op rotonde is gevaarlijk. Grote voertuigen geven soms vroeg richting aan of vergeten uit te zetten. Wacht tot hij daadwerkelijk afslaat. Inhalen op rotonde is gevaarlijk. 34 / 50 34. Een leswagen maakt noodstop. Leerling stapt huilend uit. Wat doe je volgens artikel 5 Wegenverkeerswet? A. Doorrijden, hun zaak B. Ruimte geven C. Stoppen en helpen D. Instructeur aanspreken Geef ruimte voor emotionele situatie. Mogelijk examenstress of schrikreactie. Niet bemoeien tenzij hulp gevraagd wordt. Geef ruimte voor emotionele situatie. Mogelijk examenstress of schrikreactie. Niet bemoeien tenzij hulp gevraagd wordt. 35 / 50 35. Een bejaarde met rollator steekt zeer langzaam over bij een zebrapad. Het verkeerslicht voor auto's springt op groen. Wat doe je volgens artikel 49 RVV 1990? A. Voorzichtig doorrijden B. Claxonneren als waarschuwing C. Wachten tot volledig overgestoken D. Aanwijzingen geven Voetgangers die al aan het oversteken zijn mogen dit afmaken, ook als het licht verandert. Geduld tonen, vooral bij kwetsbare weggebruikers. Voetgangers die al aan het oversteken zijn mogen dit afmaken, ook als het licht verandert. Geduld tonen, vooral bij kwetsbare weggebruikers. 36 / 50 36. Je rijdt in een auto met buitenlandse kentekenplaten. Een Nederlandse agent houdt je aan. Welke documenten volgens artikel 160 Wegenverkeerswet? A. Rijbewijs, kenteken, verzekering B. Paspoort is voldoende C. Groene kaart verplicht D. Alleen internationaal rijbewijs Ook met buitenlands kenteken moet je rijbewijs, kentekenbewijs en verzekeringsbewijs kunnen tonen. Groene kaart is niet meer verplicht binnen EU. Ook met buitenlands kenteken moet je rijbewijs, kentekenbewijs en verzekeringsbewijs kunnen tonen. Groene kaart is niet meer verplicht binnen EU. 37 / 50 37. Een schoolbus laat kinderen uitstappen met knipperlichten aan. De bus staat aan de overkant van de weg. Wat doe je volgens artikel 5 Wegenverkeerswet? A. Stoppen tot lichten uit zijn B. Vaart minderen en alert zijn C. Alleen stoppen bij zebrapad D. Doorrijden, andere weghelft Kinderen kunnen onverwacht oversteken. Pas snelheid aan en wees extra alert, ook al staat de bus aan de overkant. Kinderen kunnen onverwacht oversteken. Pas snelheid aan en wees extra alert, ook al staat de bus aan de overkant. 38 / 50 38. Een fietser steekt twee vingers op terwijl hij je passeert. Betekenis volgens internationale gebarentaal? A. Belediging B. Bedankt/groet C. Twee fietsers volgen D. Waarschuwing 2 gevaren Twee vingers (V-teken) is vaak vriendelijke groet/bedankje onder weggebruikers, vooral als je ruimte gaf. Positief gebaar. Twee vingers (V-teken) is vaak vriendelijke groet/bedankje onder weggebruikers, vooral als je ruimte gaf. Positief gebaar. 39 / 50 39. Je nadert spoorovergang. Rode lichten gedoofd, bellen zwijgen, bomen halfopen. Wat doe je volgens artikel 32 RVV 1990? A. Wachten tot bomen open B. Snel passeren C. Voorzichtig doorrijden D. Controleren en door Halfopen bomen betekenen storing of nog niet volledig veilig. Wacht tot bomen volledig open zijn. Veiligheid boven tijdswinst. Halfopen bomen betekenen storing of nog niet volledig veilig. Wacht tot bomen volledig open zijn. Veiligheid boven tijdswinst. 40 / 50 40. Op snelweg zie je vrachtwagen met deuren die klapperen in de wind. Geen lading zichtbaar. Gevaar volgens artikel 5 Wegenverkeerswet? A. Alleen achter truck B. Geen gevaar leeg C. Alleen geluid D. Deuren kunnen afbreken Klapperende deuren kunnen losbreken door metaalmoeheid. Gevaarlijk projectiel. Ruim afstand, waarschuw chauffeur. Klapperende deuren kunnen losbreken door metaalmoeheid. Gevaarlijk projectiel. Ruim afstand, waarschuw chauffeur. 41 / 50 41. Een brommer rijdt zonder spiegel(s). Minimumeis volgens artikel 5 RVV 1990? A. Één spiegel links B. Één spiegel voldoende C. Geen spiegels nodig D. Twee spiegels verplicht Brommers/scooters moeten minimaal één goed werkende spiegel hebben. Twee is veiliger maar niet verplicht. Brommers/scooters moeten minimaal één goed werkende spiegel hebben. Twee is veiliger maar niet verplicht. 42 / 50 42. Een deelauto heeft parkeerschijf voor 2 uur geleden. Mag je hem verplaatsen volgens regels? A. Nee, boete staat al vast B. Alleen politie mag dat C. Alleen met app D. Ja, voor nieuwe gebruiker Overtreding is al begaan. Verplaatsen voorkomt geen boete. Bovendien mag je andermans auto niet zonder toestemming verplaatsen. Overtreding is al begaan. Verplaatsen voorkomt geen boete. Bovendien mag je andermans auto niet zonder toestemming verplaatsen. 43 / 50 43. Een bejaarde op scootmobiel rijdt op de rijbaan waar een trottoir is. Mag dit volgens artikel 4 RVV 1990? A. Alleen overdag B. Nee, moet op trottoir C. Ja, keuze gebruiker D. Alleen als trottoir onbruikbaar Scootmobiel (max 6 km/u) hoort op trottoir. Rijbaan alleen als trottoir onbegaanbaar is (obstakels, te smal, beschadigd). Scootmobiel (max 6 km/u) hoort op trottoir. Rijbaan alleen als trottoir onbegaanbaar is (obstakels, te smal, beschadigd). 44 / 50 44. Op een parkeerplaats zie je bord "gereserveerd voor elektrisch" maar geen laadpaal. Mag je daar parkeren met elektrische auto volgens logica? A. Ja, elektrisch is elektrisch B. Nee, alleen bij laadpaal C. Ja, voor alle elektrische auto's D. Check gemeentesite Onduidelijke situatie. Mogelijk toekomstige laadpaal of fout. Check gemeentelijke bepalingen of parkeer zekerheidshalve elders. Onduidelijke situatie. Mogelijk toekomstige laadpaal of fout. Check gemeentelijke bepalingen of parkeer zekerheidshalve elders. 45 / 50 45. Je ziet auto met sticker "Hybrid" tanken bij dieselpomp. Mogelijk volgens technieken? A. Alleen benzine-hybride B. Nee, fraude C. Sticker fout D. Ja, diesel-hybride bestaat Diesel-hybrides bestaan (diesel + elektrisch). Minder bekend dan benzine-hybride maar technisch mogelijk. Diesel-hybrides bestaan (diesel + elektrisch). Minder bekend dan benzine-hybride maar technisch mogelijk. 46 / 50 46. Je rijdt op een weg met dubbele doorgetrokken gele strepen. Wat betekent dit volgens Nederlandse wegmarkering? A. Werkzaamheden B. Tijdelijk inhaalverbod C. Permanent inhaalverbod D. Parkeerverbod beide zijden Gele markeringen zijn tijdelijk en gaan voor op witte markeringen. Dubbele gele doorgetrokken strepen betekenen tijdelijk niet overschrijden, vaak bij wegwerkzaamheden. Gele markeringen zijn tijdelijk en gaan voor op witte markeringen. Dubbele gele doorgetrokken strepen betekenen tijdelijk niet overschrijden, vaak bij wegwerkzaamheden. 47 / 50 47. Je ziet een bord "doodlopende weg" maar navigatie zegt doorrijden. Wat doe je volgens artikel 5 Wegenverkeerswet? A. Navigatie volgen B. Even kijken C. Omrijden D. Bord geloven Verkeersborden zijn actueler dan navigatie. Doodlopend betekent geen doorgang. Keren in doodlopende weg kan lastig zijn. Verkeersborden zijn actueler dan navigatie. Doodlopend betekent geen doorgang. Keren in doodlopende weg kan lastig zijn. 48 / 50 48. Een vrachtwagen verliest zand op rotonde. Gevaar volgens artikel 5 Wegenverkeerswet? A. Gladheid in bochten B. Geen gevaar C. Alleen voor motoren D. Alleen bij regen Los zand op wegdek vermindert grip, vooral gevaarlijk in bochten/rotonde. Voor alle verkeer risico. Afstand houden. Los zand op wegdek vermindert grip, vooral gevaarlijk in bochten/rotonde. Voor alle verkeer risico. Afstand houden. 49 / 50 49. Je wilt parkeren op een plek waar een gele onderbroken streep langs de stoeprand is aangebracht. Wat betekent dit volgens bijlage 1 RVV 1990? A. Parkeren toegestaan voor maximaal 30 minuten B. Parkeren en stilstaan verboden C. Laden en lossen toegestaan D. Parkeren verboden, stilstaan toegestaan Een gele onderbroken streep betekent parkeerverbod. Stilstaan voor het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of laden/lossen is wel toegestaan. Optie B is onjuist, stilstaan is wel toegestaan. Optie C is onjuist, er is geen tijdslimiet voor parkeren, parkeren is simpelweg verboden. Optie D is deels correct, maar de hoofdregel is parkeerverbod. Een gele onderbroken streep betekent parkeerverbod. Stilstaan voor het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of laden/lossen is wel toegestaan. Optie B is onjuist, stilstaan is wel toegestaan. Optie C is onjuist, er is geen tijdslimiet voor parkeren, parkeren is simpelweg verboden. Optie D is deels correct, maar de hoofdregel is parkeerverbod. 50 / 50 50. Een wegwerker steekt een rood vlaggetje op. Wat betekent dit volgens artikel 82 RVV 1990? A. Langzaam rijden B. Geen officieel teken C. Waarschuwing voor gevaar D. Stoppen verplicht Een rood signaal van verkeersregelaars betekent stoppen. Dit geldt ook voor wegwerkers die verkeer regelen bij werkzaamheden. Een rood signaal van verkeersregelaars betekent stoppen. Dit geldt ook voor wegwerkers die verkeer regelen bij werkzaamheden. 0% Examen Herstarten ### Privacy Policy Who we are Our website address is: https://taxicbr.nl. What personal data we collect and why we collect it Comments When visitors leave comments on the site we collect the data shown in the comments form, and also the visitor’s IP address and browser user agent string to help spam detection. An anonymized string created from your email address (also called a hash) may be provided to the Gravatar service to see if you are using it. The Gravatar service privacy policy is available here: https://automattic.com/privacy/. After approval of your comment, your profile picture is visible to the public in the context of your comment. Media If you upload images to the website, you should avoid uploading images with embedded location data (EXIF GPS) included. Visitors to the website can download and extract any location data from images on the website. Contact forms Cookies If you leave a comment on our site you may opt-in to saving your name, email address and website in cookies. These are for your convenience so that you do not have to fill in your details again when you leave another comment. These cookies will last for one year. If you visit our login page, we will set a temporary cookie to determine if your browser accepts cookies. This cookie contains no personal data and is discarded when you close your browser. When you log in, we will also set up several cookies to save your login information and your screen display choices. Login cookies last for two days, and screen options cookies last for a year. If you select "Remember Me", your login will persist for two weeks. If you log out of your account, the login cookies will be removed. If you edit or publish an article, an additional cookie will be saved in your browser. This cookie includes no personal data and simply indicates the post ID of the article you just edited. It expires after 1 day. Embedded content from other websites Articles on this site may include embedded content (e.g. videos, images, articles, etc.). Embedded content from other websites behaves in the exact same way as if the visitor has visited the other website. These websites may collect data about you, use cookies, embed additional third-party tracking, and monitor your interaction with that embedded content, including tracking your interaction with the embedded content if you have an account and are logged in to that website. Analytics Who we share your data with How long we retain your data If you leave a comment, the comment and its metadata are retained indefinitely. This is so we can recognize and approve any follow-up comments automatically instead of holding them in a moderation queue. For users that register on our website (if any), we also store the personal information they provide in their user profile. All users can see, edit, or delete their personal information at any time (except they cannot change their username). Website administrators can also see and edit that information. What rights you have over your data If you have an account on this site, or have left comments, you can request to receive an exported file of the personal data we hold about you, including any data you have provided to us. You can also request that we erase any personal data we hold about you. This does not include any data we are obliged to keep for administrative, legal, or security purposes. Where we send your data Visitor comments may be checked through an automated spam detection service. Your contact information Additional information How we protect your data What data breach procedures we have in place What third parties we receive data from What automated decision making and/or profiling we do with user data Industry regulatory disclosure requirements ### Winkel ### Blog ### Contact ContactU Kunt Hier Uw Vragen Stellen. Naam *Email *Onderwerp *Selecteer TheorieSELECTEER UW OPLEIDINGSFASEComplete WRM Opleiding Fase 1A, 2A en 2B € 125 / 9 Maanden Onbeperkt OefenenWRM Fase 1A Theorie van de Rijtaak € 49 / 3 Maand Onbeperkt OefenenWRM Fase 2A Lesvoorbereiding € 49 / 3 Maand Onbeperkt OefenenWRM Fase 2B Lesuitvoering & Lesevaluatie € 49 / 3 Maand Onbeperkt Oefenen Selecteer PraktijkSELECTEER UW OPLEIDINGSFASEWRM Opleiding Fase 1B - 10 Rijlessen incl. Examen € 900WRM Opleiding Fase 3 - 40 uur Stage incl. Examen € 1710 Vragen/OpmerkingenVersturenBedankt voor uw bericht. Uw bericht is verzonden.×Er is een fout opgetreden bij het verzenden van uw bericht. Probeer het later opnieuw.× ### Meest Gestelde Vragen Algemene Vragenover de opleiding rij-instructeur Wat voor type mens is een rijinstructeur? Rijinstructeurs zijn vriendelijk, sociaal en gedreven. Als rijinstructeur ben je mental-coach, begeleider, rijdocent en motivator in één. Het is een passie om leerlingen op te leiden tot een veilige verkeersdeelnemer. Wat is een Geschiktheidstest WRM?Als je niet de juiste vooropleiding hebt kun je bij het IBKI een geschiktheidstest afleggen. Dit is een computerexamen van 90 minuten. De test bestaat uit 3 blokken, beroepscompetenties, taalvaardigheid en casusvragen gericht op het beroep van rijinstructeur. Als je slaagt, kun je beginnen met de Vakopleiding tot rijinstructeur.Wanneer moet je een Geschiktheidstest afleggen?Voor de WRM-examens is er een vooropleidingseis. Je moet een schoolopleiding afgemaakt hebben op ten minste het niveau MAVO, VMBO, LBO of VBO. Als je niet het juiste diploma hebt, kun je bij het IBKI een geschiktheidstest WRM afleggen.Welke examens worden bij het IBKI per computer afgenomen?In principe worden de theorie-examens van fase 1 en 2 van cat B. per computer afgenomen.Hoeveel examens moet je afleggen bij het IBKI tijdens de Vakopleiding? Totaal 5 examens. Fase 1a - Het RVV, wetskennis, maatschappelijke criteria, rijprocedure B en verkeersinzicht Fase 1b - Rijproef, inclusief bijzondere verrichtingen en verwoorden van taakprocessen Fase 2a - Les voorbereiding (Onderwijskunde) Fase 2b - Les uitvoering en les evaluatie (Onderwijskunde) Fase 3a - 40 uur stage (5 uur passief, 35uur actief) en het geven van een praktische les Wanneer mag je beginnen met de Stage?Als je fase één competente verkeersdeelname, en fase twee didactische voorwaarden, met een goed resultaat hebt afgelegd.Wat is Fase 1?Competente verkeersdeelname. • 1.a. Theorie van de rijtaak, computerexamen van 90 minuten, 60 meerkeuzevragen. Het resultaat is voldoende bij 42 vragen goed. Onbeperkt herkansen. • 1.b. Praktijkrit, eigen rijvaardigheid, 75 minuten. Als je een vrijstelling hebt voor de bijzondere verrichtingen, geldt die alleen bij de eerstvolgende herkansing als vrijstelling. Onbeperkt herkansen.Wat is Fase 2?Didactische voorwaarden. • 2.a. Lesvoorbereiding, computerexamen van 90 minuten, 60 meerkeuzevragen.Het resultaat is voldoende bij 42 vragen goed. Onbeperkt herkansen. • 2.b. Lesuitvoering en beoordelen, computer-examen, 90 minuten, 60 meerkeuzevragen.Het resultaat is voldoende bij 42 vragen goed. Onbeperkt herkansen.Wat is Fase 3?Stage en stagebeoordeling. Bij alle stagelessen moet je stagementor meerijden. Deze mentor is in het bezit van een geldig WRM-certificaat van de stagecategorie die drie jaar geldig is.. • Ten minste 5 passieve uren (achterin meerijden met een les van de Stagementor). • Ten minste 35 actieve uren (zelf lesgeven aan een echte rijbewijsleerling). Van de stage wordt een portfolio bijgehouden. In principe worden in de stage alle voorkomende lessen voor de opleiding naar het rijbewijs gegeven. Na een afgeronde stage is er een praktijklesbeoordeling door een IBKI-beoordelaar, deze beoordeelt één echte rijles.Als ik een examen niet behaal wat moet ik dan betalen en hoe moet ik dan handelen?Indien u de behandelde leerstof goed bestudeert en tijdens de toetsen goed scoort is de kans dat u een examen niet behaalt zeer gering. Door omstandigheden kan het gebeuren dat u toch niet voldoende tijd heeft gehad om te kunnen leren en een examen niet behaalt. U ontvangt dan een overzicht van de gemaakte fouten, de betreffende leerstof kunt u daardoor nog eens extra bestuderen om bij het volgende examen beter te scoren. Over het algemeen kunt u binnen een maand een herexamen afleggen. U dient aan het exameninstituut slechts een herexamen te voldoen voor dat onderdeel waar u voor gezakt bent.Is rijinstructeurs opleiding fiscaal aftrekbaar? De opleiding rijinstructeur B is fiscaal aftrekbaar. Dit houdt in dat je via de belasting tot maximaal 52% van de studiekosten krijgt terugbetaald. WAAROM WRMpas.nl?Kwaliteit van de opleiding Je krijgt les van ervaren en deskundige docenten en instructeursSpeciaal ontwikkeld lesmateriaalHoog slagingspercentageAl onze docenten en instructeurs hebben veel ervaring in de rijschoolwereldJe kunt 24/7 starten met de opleidingVerkorte opleidingWij hanteren aantrekkelijke tarievenBetalen in termijnen zonder rente toeslag mogelijk ### Hosting Industry Leading FeaturesEnjoy Complete Piece Of Mind With Avada Hosting Lightning SpeedLorem ipsum dolor sit etra amets, consectetur adipiscing elit, sedips do eiusmod tempor incid et dolor. No Down TimeLorem ipsum dolor sit etra amets, consectetur adipiscing elit, sedips do eiusmod tempor incid et dolor. Amazing InterfaceLorem ipsum dolor sit etra amets, consectetur adipiscing elit, sedips do eiusmod tempor incid et dolor. Bold SecurityLorem ipsum dolor sit etra amets, consectetur adipiscing elit, sedips do eiusmod tempor incid et dolor. Flexible Pricing PlansWe Have Pricing Plans To Suit Every Website Need PERSONAL$29 1 WordPress Install 100K Monthly Visitors 10GB Storage 2GB RAM Includes 24/7 Support GET STARTED!ENTERPRISE$89 5 WordPress Install 250K Monthly Visitors 30GB Storage 4GB RAM Includes 24/7 Support GET STARTED!BUSINESS$239 30 WordPress Install 500K Monthly Visitors 50GB Storage 8GB RAM Includes 24/7 Support GET STARTED!We provide excellent hosting services to customers across the globe.Excellent HostingDuis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sit ocaecat cupidat non proident. Get Started!We not only offer the best services, we offer the most affordable pricing around.Managed PricingDuis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sit ocaecat cupidat non proident. Get Started!Join our affiliate program and quickly earn extra cash for each signup.Spread The WordDuis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sit ocaecat cupidat non proident. Get Started!Completely Flexible HostingEvery Site We Host Enjoys The Full Range Of Features Lorem ipsum dolor sit amet, vix at quem minim tantas, cum ei quaeque admodum. Ferri falli nominavi duo at. Ei quas illum minim his, quod tation aliquam in per. Ex quem sale noluisse nec, est epicuri quaerendum at, vix erat decore postulant te. Saperet repudiare percipitur et usu, no sed appareat adipisci. Commune instructior pri an, duo at dictas invidunt platonem. Ea est postea facilisi. No vocent quaestio ocurreret duo, sed id idque delicatissimi, gubergren definitionem eos ei. Vim eu quod libris. Purto fugit labitur ad vix. Et labitur inermis democritum. WordPress 97% WooCommerce 95% BuddyPress 89% Avada Theme 100% Expert Support 95% ### Company Avada Hosting ValuessOur Commitment To Our People is The Key To Success WE LOVE HOSTING Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. 100% COMMITED TO YOU Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. OUR PEOPLE COUNT Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. TOGETHER WE ARE STRONGER Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Meet The TeamMeet Our Fantastic Team of Hosting Heroes Clint Thomas Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incidunt ut labore. Stewart Green Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incidunt ut labore. Erik Mullins Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incidunt ut labore. Hattie Malone Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incidunt ut labore. Pierre Walters Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incidunt ut labore. Stephen Taylor Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incidunt ut labore. Our PartnersWe are proud of our partners, and only work with the very best. Join Our TeamWe're Always Looking For New Talent. Send Your CV To The Recruitment Team Now JOIN US NOW ### Opleiding Rijinstructeur Rijinstructeur worden?Wij maken leren leuk Bekijk onze CursusOpleiding Tot RijinstructeurZo word je een rijinstructeur Ben jij gepassioneerd over autorijden en wil je deze passie overbrengen op anderen? Dan is een opleiding tot rijinstructeur misschien iets voor jou. Bij WrmPas.NL kun je terecht voor een efficiënte en kwalitatieve opleiding tot rijinstructeur, zodat jij in de toekomst jouw leerlingen op een hoog niveau les kunt geven en hen kunt helpen om het wrmpas te behalen. De voordelen van het behalen van het wrmpas Het wrmpas is een pas die aangeeft dat de houder ervan beschikt over voldoende kennis en vaardigheden om een auto veilig en verantwoord te besturen. Dit is niet alleen belangrijk voor de verkeersveiligheid, maar ook voor de persoonlijke ontwikkeling van de bestuurder. Met het behalen van het wrmpas laat je zien dat je serieus bent over veiligheid en dat je beschikt over de juiste vaardigheden om een auto te besturen. De opleiding tot rijinstructeur bij WrmPas.NL Bij WrmPas.NL geloven we dat een goede rijinstructeur over meer moet beschikken dan alleen praktische rijvaardigheden. Daarom bieden wij een uitgebreide opleiding tot rijinstructeur aan waarbij niet alleen de praktijk, maar ook de theorie en didactische vaardigheden aan bod komen. Zo ben jij straks in staat om jouw leerlingen op een kwalitatieve en gestructureerde manier les te geven en hen te helpen om het wrmpas te behalen. Onze ervaren docenten hebben jarenlange ervaring als rijinstructeur en weten als geen ander wat er nodig is om een goede instructeur te worden. Zij zullen jou begeleiden tijdens de opleiding en ervoor zorgen dat je alle benodigde kennis en vaardigheden opdoet om een succesvolle rijinstructeur te worden. Conclusie Een opleiding tot rijinstructeur bij WrmPas.NL biedt jou de mogelijkheid om op een efficiënte en kwalitatieve manier jouw passie voor autorijden over te brengen op anderen. Door het behalen van het wrmpas laat je zien dat je serieus bent over veiligheid en dat je beschikt over de juiste vaardigheden om een auto te besturen. Onze uitgebreide opleiding tot rijinstructeur stelt jou in staat om op een gestructureerde en kwalitatieve manier les te geven en jouw leerlingen te helpen om het wrmpas te behalen. Neem vandaag nog contact met ons op en ontdek hoe wij jou kunnen helpen om een succesvolle rijinstructeur te worden. FASE 1AHet RVV, wetskennis, maatschappelijke criteria, rijprocedure B en verkeersinzicht FASE 1BRijproef, inclusief bijzondere verrichtingen en verwoorden van taakprocessen FASE 2ALes voorbereiding (Onderwijskunde) FASE 2BLes uitvoering en les evaluatie (Onderwijskunde) Een betere kan je nergens vinden!Klanten geven ons gemiddeld 5 sterren! Jacob Visschers"Al jaren, volgen wij al onze bijscholingen via wrmpas.nl, wij vinden het een top website, professioneel en zeer leerzaam. Wrmpas.nl is een aanrader, heb je nog geen instructeursbewijs, ga naar wrmpas.nl en het komt helemaal goed! Daarna kan je er ook nog terecht voor al je bijscholingen, kortom zeer tevreden"Daan Smit"Weer een fijne online theoretische bijscholing gehad. Dit werkte super, mede door het speciale online e-learning mogelijkheid. Hier hebben ze ten opzichte van afgelopen jaar wel een hele grote stap gezet. Verder was het sowieso een leerzame bijscholing!"Jeroen Bakker"Mijn opleiding rijinstructeur B hier een tijd geleden gevolgd. Nu ook de 3 bijscholingen. De bijscholing is duidelijk en prettig wordt gegeven die weten waar ze het over hebben."Jesse van der laan"Vandaag online les gehad. Inhoud zoals altijd helemaal top. Online examens oefenen. SUPER!"WRM Fase 1A, 1B, 2A, 2B & Fase 3Geen tijd om te leren of al eerder gezakt? Wij helpen je graag verder! FASE 1AAanbieding 45% korting €89 €49 WRM Fase 1A Theorie van de Rijtaak 3 Maanden onbeperkt oefenen 500 + Actuele Vragen BESTEL DIRECTFASE 2AAanbieding 45% korting €89 €49 WRM Fase 2A Lesvoorbereiding 3 Maanden onbeperkt oefenen 500 + Actuele Vragen BESTEL DIRECTFASE 2BAanbieding 45% korting €89 €49 WRM Fase 2B Lesuitvoering & Lesevaluatie 3 Maanden onbeperkt oefenen 500 + Actuele Vragen BESTEL DIRECTComplete WRM OpleidingAanbieding 53% korting €147 €125 Complete WRM Opleiding Fase 1A, 2A en 2B 9 Maanden onbeperkt oefenen 1500 + Actuele Vragen BESTEL DIRECTFASE 1BAanbieding 25% korting €1200 €900 WRM Fase 1B Praktijkrit, eigen rijvaardigheid Bijzondere verrichtingen Verwoorden van taakprocessen 10 Rijlessen Betaling in max. 4 termijnen incl. Examen IBKI BESTEL DIRECTFASE 3Aanbieding 10% korting €1900 €1710 WRM Fase 3 40 uur stage 5 uur passief en 35 uur actief Betaling in max. 6 termijnen incl. Examen IBKI BESTEL DIRECT ### Articles Hoe kun je je voorbereiden op het examen voor rijinstructeur?[ad_1] Als je je droom wilt verwezenlijken om een professionele rijinstructeur te worden, dan is het belangrijk om de juiste opleiding te volgen. Er zijn verschillende soorten opleidingen voor rijinstructeurs, [...] Wat zijn de verschillende opties voor opleidingen voor rijinstructeur?[ad_1] De weg naar een carrière als rijinstructeur Als je van autorijden houdt en je wilt je carrière verrijken met een professionele opleiding, dan is een opleiding tot rijinstructeur misschien [...] Hoe kun je je kwalificaties als rijinstructeur verbeteren?[ad_1] Rijinstructeur: een interessante en uitdagende baan Ben je een gepassioneerde bestuurder en heb je een passie voor het leren van mensen hoe ze veilig kunnen rijden? Dan is een [...] Wat moet je weten over de opleiding voor rijinstructeur?[ad_1] De opleiding tot rijinstructeur is een zeer interessante en uitdagende baan. Als rijinstructeur ben je verantwoordelijk voor het aanleren van de juiste rijvaardigheid aan leerlingen. Om deze taak te [...] Wat is de beste manier om je voor te bereiden op de opleiding voor rijinstructeur?[ad_1] Een opleiding rijinstructeur is een waardevolle investering in jouw toekomst. Als je een opleiding rijinstructeur volgt, leer je de basisvaardigheden die je nodig hebt om een goede rijinstructeur te [...] Wat zijn de voordelen van het volgen van een opleiding voor rijinstructeur?[ad_1] Een opleiding tot rijinstructeur is een uitdagende en interessante baan waarmee je je leven kunt veranderen. Je kunt je kennis over voertuigbesturing en verkeersregels delen met anderen en zo [...] Hoe kies je de juiste opleiding voor rijinstructeur?[ad_1] Een rijinstructeur is iemand die mensen klaarstoomt voor het behalen van hun rijbewijs. Om deze taak goed uit te voeren, moet een rijinstructeur beschikken over een aantal specifieke vaardigheden. [...] Wat zijn de eisen om rijinstructeur te worden?[ad_1] Het beroep van rijinstructeur is een interessante en uitdagende baan. Als rijinstructeur help je mensen om hun rijbewijs te halen en hun vaardigheden te verbeteren. Om een rijinstructeur te [...] Wat is de beste opleiding om rijinstructeur te worden?[ad_1] Een rijinstructeur opleiding is een belangrijke stap voor mensen die willen werken als rijinstructeur. De opleiding is bedoeld om mensen te helpen hun vaardigheden te verbeteren en om te [...] 12VolgendeLoad More Posts ## Media ### bord J2-Bocht-naar-rechts - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bord-j2-bocht-naar-rechts/ ### 2025-06-24-175079191413.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-175079191413-png/ ### 2025-06-24-175079191212.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-175079191212-png/ ### 2025-06-24-175079191111.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-175079191111-png/ ### 2025-06-24-175079191110.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-175079191110-png/ ### 2025-06-24-17507919119.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-17507919119-png/ ### 2025-06-24-17507919108.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-17507919108-png/ ### 2025-06-24-17507919097.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-17507919097-png/ ### 2025-06-24-17507919096.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-17507919096-png/ ### 2025-06-24-17507919075.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-17507919075-png/ ### 2025-06-24-17507919074.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-17507919074-png/ ### 2025-06-24-17507919063.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-17507919063-png/ ### 2025-06-24-17507919062.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-17507919062-png/ ### 2025-06-24-17507919051.jpg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-24-17507919051-jpg/ ### 2025-06-22-175061615213.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-175061615213-png/ ### 2025-06-22-175061615112.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-175061615112-png/ ### 2025-06-22-175061615011.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-175061615011-png/ ### 2025-06-22-175061615010.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-175061615010-png/ ### 2025-06-22-17506161499.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-17506161499-png/ ### 2025-06-22-17506161498.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-17506161498-png/ ### 2025-06-22-17506161487.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-17506161487-png/ ### 2025-06-22-17506161486.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-17506161486-png/ ### 2025-06-22-17506161465.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-17506161465-png/ ### 2025-06-22-17506161464.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-17506161464-png/ ### 2025-06-22-17506161453.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-17506161453-png/ ### 2025-06-22-17506161452.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-17506161452-png/ ### 2025-06-22-17506161451.jpg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-22-17506161451-jpg/ ### 2025-06-21-175054218613.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-175054218613-png/ ### 2025-06-21-175054218512.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-175054218512-png/ ### 2025-06-21-175054218211.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-175054218211-png/ ### 2025-06-21-175054218210.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-175054218210-png/ ### 2025-06-21-17505421819.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-17505421819-png/ ### 2025-06-21-17505421818.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-17505421818-png/ ### 2025-06-21-17505421807.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-17505421807-png/ ### 2025-06-21-17505421806.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-17505421806-png/ ### 2025-06-21-17505421795.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-17505421795-png/ ### 2025-06-21-17505421784.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-17505421784-png/ ### 2025-06-21-17505421783.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-17505421783-png/ ### 2025-06-21-17505421772.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-17505421772-png/ ### 2025-06-21-17505421771.jpg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/2025-06-21-17505421771-jpg/ ### Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 2B Lesuitvoering en Lesevaluatie - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/rijinstructeur-opleiding-wrm-fase-2b-lesuitvoering-en-lesevaluatie/ - **Alt Text**: Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 2B Lesuitvoering en Lesevaluatie - **Caption**: Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 2B Lesuitvoering en Lesevaluatie - **Description**: Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 2B Lesuitvoering en Lesevaluatie ### Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 2A Lesvoorbereiding - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/rijinstructeur-opleiding-wrm-fase-2a-lesvoorbereiding/ - **Alt Text**: Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 2A Lesvoorbereiding - **Caption**: Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 2A Lesvoorbereiding - **Description**: Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 2A Lesvoorbereiding ### Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 1A Theorie van de Rijtaak - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/rijinstructeur-opleiding-wrm-fase-1a-theorie-van-de-rijtaak/ - **Alt Text**: Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 1A Theorie van de Rijtaak - **Caption**: Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 1A Theorie van de Rijtaak - **Description**: Rijinstructeur Opleiding WRM Fase 1A Theorie van de Rijtaak ### Complete WRM Opleiding Fase 1A, 2A en 2B - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/complete-wrm-opleiding-fase-1a-2a-en-2b-2/ - **Alt Text**: Complete WRM Opleiding Fase 1A, 2A en 2B - **Caption**: Complete WRM Opleiding Fase 1A, 2A en 2B - **Description**: Complete WRM Opleiding Fase 1A, 2A en 2B ### wrmpas.nl verkeersbord j37 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/wrmpas-nl-verkeersbord-j37/ - **Alt Text**: wrmpas.nl verkeersbord j37 - **Caption**: wrmpas.nl verkeersbord j37 - **Description**: wrmpas.nl verkeersbord j37 ### B06 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/b06/ ### L06 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/l06/ ### D02 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/d02/ ### verkeerslichten - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeerslichten-2/ ### rotonde 3 kwart rond - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rotonde-3-kwart-rond/ ### fietspad vraag - **URL**: https://www.wrmpas.nl/fietspad-vraag/ ### van-achteren - **URL**: https://www.wrmpas.nl/van-achteren-2/ ### A03 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/a03/ ### G12A - **URL**: https://www.wrmpas.nl/g12a/ ### E01 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/e01/ ### J36 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j36/ ### J24 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j24/ ### L14 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/l14/ ### J02 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j02/ ### J38 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j38/ ### J07 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j07/ ### G13 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/g13/ ### J16 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j16/ ### F05 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/f05/ ### E03 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/e03/ ### D03 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/d03/ ### D07 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/d07/ ### B04 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/b04/ ### L05 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/l05/ ### C22 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c22/ ### D05L - **URL**: https://www.wrmpas.nl/d05l/ ### E09 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/e09/ ### J35 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j35/ ### D06R - **URL**: https://www.wrmpas.nl/d06r/ ### C10 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c10/ ### L01 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/l01/ ### J15 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j15/ ### C06 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c06/ ### E12 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/e12/ ### E06 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/e06/ ### E02 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/e02/ ### C07 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c07/ ### C19 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c19/ ### B07 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/b07/ ### C02 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c02/ ### D04 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/d04/ ### J04 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j04/ ### L07 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/l07/ ### J29 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j29/ ### C16 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c16/ ### C15 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c15/ ### C08 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c08/ ### C18 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c18/ ### J20 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j20/ ### C14 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c14/ ### C01 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c01/ ### C21 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c21/ ### C17 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c17/ ### C09 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c09/ ### A01_50 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/a01_50/ ### E07 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/e07/ ### E08 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/e08/ ### J10 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j10/ ### J01 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/j01/ ### F01 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/f01-2/ ### C13 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c13/ ### C12 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/c12/ ### Main-ExamenPas - **URL**: https://www.wrmpas.nl/main-examenpas-2/ ### Main-ExamenPas - **URL**: https://www.wrmpas.nl/main-examenpas/ ### car-desk - **URL**: https://www.wrmpas.nl/browse-submissions/car-desk/ ### kruispunten oefenen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/kruispunten-oefenen/ ### didactisch-model-825x250 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/didactisch-model-825x250/ ### op-verkeerde-rijstrook - **URL**: https://www.wrmpas.nl/op-verkeerde-rijstrook/ ### korte invoegstrook - **URL**: https://www.wrmpas.nl/korte-invoegstrook/ ### pech doorgetroken streep - **URL**: https://www.wrmpas.nl/pech-doorgetroken-streep/ ### Zigzagstreep - **URL**: https://www.wrmpas.nl/zigzagstreep/ ### fietsers midden op de weg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/fietsers-midden-op-de-weg/ ### rotonde-richting-aangeven - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rotonde-richting-aangeven-2/ ### links afslaan opstel - **URL**: https://www.wrmpas.nl/links-afslaan-opstel/ ### parkeren-op-zebra - **URL**: https://www.wrmpas.nl/parkeren-op-zebra/ ### weg met bord d2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/weg-met-bord-d2/ ### stoplicht-rechtsaf - **URL**: https://www.wrmpas.nl/stoplicht-rechtsaf/ ### rotonde-richting-aangeven - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rotonde-richting-aangeven/ ### rotonde met vrijligende fietspaden - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rotonde-met-vrijligende-fietspaden/ ### container-plaatsen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/container-plaatsen/ ### smalle-containers - **URL**: https://www.wrmpas.nl/smalle-containers/ ### spoorwegovergang-ProRail - **URL**: https://www.wrmpas.nl/spoorwegovergang-prorail/ ### mistbank - **URL**: https://www.wrmpas.nl/mistbank-2/ ### file - **URL**: https://www.wrmpas.nl/file-2/ ### werkzaamheden-overladen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/werkzaamheden-overladen/ ### auto in sloot - **URL**: https://www.wrmpas.nl/auto-in-sloot/ ### bushalte - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bushalte-2/ ### W4iVeeu - **URL**: https://www.wrmpas.nl/w4iveeu/ ### leerlingkaart - **URL**: https://www.wrmpas.nl/leerlingkaart/ ### 01. Protocol_instructie_geven_en_coaching_A_B_C_D_of_T_les_versie_31-03-20162 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/01-protocol_instructie_geven_en_coaching_a_b_c_d_of_t_les_versie_31-03-20162/ ### eenrichtingsweg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/eenrichtingsweg/ ### veerpont - **URL**: https://www.wrmpas.nl/veerpont-2/ ### 80km zone - **URL**: https://www.wrmpas.nl/80km-zone/ ### weg met stopbord - **URL**: https://www.wrmpas.nl/weg-met-stopbord/ ### wegverkanting links - **URL**: https://www.wrmpas.nl/wegverkanting-links/ ### wegverkanting rechts - **URL**: https://www.wrmpas.nl/wegverkanting-rechts/ ### achteruit rijdend - **URL**: https://www.wrmpas.nl/achteruit-rijdend/ ### moeder op fiets - **URL**: https://www.wrmpas.nl/moeder-op-fiets/ ### voetganger-3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/voetganger-3/ ### gele onderbroken strepen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/gele-onderbroken-strepen/ ### pijl-smalle rijbaan - **URL**: https://www.wrmpas.nl/pijl-smalle-rijbaan/ ### suggestiestrook - **URL**: https://www.wrmpas.nl/suggestiestrook/ ### Taludstrepen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taludstrepen/ ### gebiedsontsluitings-weg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/gebiedsontsluitings-weg/ ### groene-streep - **URL**: https://www.wrmpas.nl/groene-streep/ ### smalle rijbaan - **URL**: https://www.wrmpas.nl/smalle-rijbaan/ ### parkeren nacht - **URL**: https://www.wrmpas.nl/parkeren-nacht/ ### snelweg richting - **URL**: https://www.wrmpas.nl/snelweg-richting/ ### T100 bussen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/t100-bussen/ ### e05 bord - **URL**: https://www.wrmpas.nl/e05-bord/ ### OFOS - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ofos/ ### inhalen_w760 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/inhalen_w760/ ### einde-bebouwde-kom - **URL**: https://www.wrmpas.nl/einde-bebouwde-kom/ ### uitrit vrijlaten - **URL**: https://www.wrmpas.nl/uitrit-vrijlaten/ ### energielable - **URL**: https://www.wrmpas.nl/energielable/ ### grafische DRIP - **URL**: https://www.wrmpas.nl/grafische-drip/ ### L306_bord - **URL**: https://www.wrmpas.nl/l306_bord/ ### doorgaande rijbaan - **URL**: https://www.wrmpas.nl/doorgaande-rijbaan/ ### Bord-f09 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bord-f09-2/ ### Bord J25 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bord-j25/ ### tekens_mensen_brigadier - **URL**: https://www.wrmpas.nl/tekens_mensen_brigadier/ ### tractor-inhalen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/tractor-inhalen/ ### Verkeersbord BW421 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord-bw421/ ### bardruk - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bardruk-2/ ### Adviessnelheid 60 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/adviessnelheid-60/ ### 30km - **URL**: https://www.wrmpas.nl/30km/ ### tram voorrang kruispunt - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_question/automatische-concepten-22/tram-voorrang-kruispunt/ ### tram op kruispunt - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_question/automatische-concepten-22/tram-op-kruispunt/ ### fietsstrook met een doorgetrokken streep - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_question/automatische-concepten-13/fietsstrook-met-een-doorgetrokken-streep/ ### lopen met motor - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_question/automatische-concepten-11/lopen-met-motor/ ### bespannen wagen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_question/automatische-concepten-6/bespannen-wagen/ ### geleider - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_question/automatische-concepten-5/geleider/ ### ruiters - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_question/automatische-concepten-5/ruiters/ ### Skeeleren-voetganger-2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_question/automatische-concepten-5/skeeleren-voetganger-2/ ### BWN264 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bwn264/ ### verkeersbord_bord_f06 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord_bord_f06/ ### bebouwde-kom - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bebouwde-kom-2/ ### D1-Rotonde-verplichte-rijrichting - **URL**: https://www.wrmpas.nl/d1-rotonde-verplichte-rijrichting/ ### matrix1 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/matrix1/ ### matrixborden-snelweg-50km - **URL**: https://www.wrmpas.nl/matrixborden-snelweg-50km/ ### verkeersbord RVV VR07 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord-rvv-vr07-2/ ### verkeersbord-rvv-j32-vooraanduiding-verkeerslichten - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord-rvv-j32-vooraanduiding-verkeerslichten/ ### markering-zigzag - **URL**: https://www.wrmpas.nl/markering-zigzag/ ### F01 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/f01/ ### bordE35 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/borde35/ ### verkeersbord-rvv-j08-vooraanduiding-gevaarlijk-kruispunt - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord-rvv-j08-vooraanduiding-gevaarlijk-kruispunt/ ### tram overweg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_question/automatische-concepten-20/tram-overweg/ ### rijbaan zonder strepen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rijbaan-zonder-strepen/ ### rijbaan asstreep - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rijbaan-asstreep/ ### rijstroken rechtsaf - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rijstroken-rechtsaf/ ### 80-km weg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/80-km-weg/ ### RIJBAAN MET EEN DEELSTREEP - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rijbaan-met-een-deelstreep/ ### gele markering WEGWERKZAAMHEDEN - **URL**: https://www.wrmpas.nl/gele-markering-wegwerkzaamheden/ ### RIJBAAN 30 KM ZONE, AANTAL KLIKO’S - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rijbaan-30-km-zone-aantal-klikos/ ### invoegend-verkeer-snelweg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/invoegend-verkeer-snelweg/ ### lange polderweg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/lange-polderweg/ ### completewrmopleiding - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=3588 ### fase2b - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=3583 ### fase1 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=3580 ### WRM Fase 2A training - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=3579 - **Alt Text**: WRM Fase 2A training - **Caption**: WRM Fase 2A training - **Description**: WRM Fase 2A training ### Wegmarkering100groen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/wegmarkering100groen-2/ ### cropped-icons8-steering-wheel-64.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/cropped-icons8-steering-wheel-64-png/ - **Description**: https://www.wrmpas.nl/wp-content/uploads/2021/11/cropped-icons8-steering-wheel-64.png ### icons8-steering-wheel-64 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/icons8-steering-wheel-64/ ### logo - **URL**: https://www.wrmpas.nl/logo/ ### image-5 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/image-5/ ### image-3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/image-3/ ### E-learning voor rijinstructeurs - **URL**: https://www.wrmpas.nl/image-2/ - **Alt Text**: E-learning voor rijinstructeurs - **Caption**: E-learning voor rijinstructeurs - **Description**: E-learning voor rijinstructeurs ### home-services - **URL**: https://www.wrmpas.nl/home-services/ ### gallery-footer-06 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/gallery-footer-06/ ### gallery-04 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/gallery-04/ ### gallery-1 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/gallery-1/ ### gallery-01 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/gallery-01/ ### course-04 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/course-04/ - **Alt Text**: Rijinstructeur Opleiding ### course-03 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/course-03/ ### 12 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/12/ ### 7 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/7/ ### 3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/3/ ### woman-and-man-with-checklist-driving-school-1-e1627375367962-paq4tiji533azdoqrvofsc0k87tjh78t0wis5pi6tk - **URL**: https://www.wrmpas.nl/woman-and-man-with-checklist-driving-school-1-e1627375367962-paq4tiji533azdoqrvofsc0k87tjh78t0wis5pi6tk/ ### welcome_image - **URL**: https://www.wrmpas.nl/welcome_image/ ### product-img-1 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/product-img-1/ ### logo-300x81 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/logo-300x81/ ### img-3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/img-3/ ### img-2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/img-2/ ### image-8 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/image-8/ ### image-6 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/image-6/ ### icomoon - **URL**: https://www.wrmpas.nl/icomoon/ ### 655 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=2616 ### 437 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=2615 ### 596 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=2614 ### 530 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=2613 ### 562 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=2612 ### 665 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=2611 ### snelweg-verkeer-autorijden-wegbebording - **URL**: https://www.wrmpas.nl/snelweg-verkeer-autorijden-wegbebording/ - **Caption**: ?????????? ### EVS weg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/evs-weg/ ### 1 auto door groen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/1-auto-door-groen/ ### rotonde_voorrang_fietsers - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rotonde_voorrang_fietsers/ ### fietsstrook-de-weg-vragen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/fietsstrook-de-weg-vragen/ ### scootmobiel trottoir - **URL**: https://www.wrmpas.nl/scootmobiel-trottoir/ ### rijbanen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rijbanen/ ### rijbaan-rijstrook - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rijbaan-rijstrook/ ### Bord-J12-J13 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bord-j12-j13/ ### Bord-L6 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bord-l6/ ### Verkeersbord_K5.svg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord_k5-svg/ ### rollerskater - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rollerskater/ ### aan6-225x300 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/aan6-225x300/ ### verkeersbord-rvv-k14-gevaarlijke-stoffen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord-rvv-k14-gevaarlijke-stoffen/ ### verkeersbord-rvv-ob11-onderbord-geldt-alleen-voor-vrachtautos - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord-rvv-ob11-onderbord-geldt-alleen-voor-vrachtautos/ ### van-voren - **URL**: https://www.wrmpas.nl/van-voren/ ### verkeersbord_K1.svg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord_k1-svg/ ### verkeersbord_K9.svg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord_k9-svg/ ### Verkeersbord_K11.svg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord_k11-svg/ ### Bord-k06 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bord-k06/ ### algemeen-stopteken - **URL**: https://www.wrmpas.nl/algemeen-stopteken/ ### van-achteren - **URL**: https://www.wrmpas.nl/van-achteren/ ### van-rechts - **URL**: https://www.wrmpas.nl/van-rechts/ ### verkeersbord_K2.svg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord_k2-svg/ ### eten - **URL**: https://www.wrmpas.nl/eten/ ### kinderslot - **URL**: https://www.wrmpas.nl/kinderslot/ ### airbag - **URL**: https://www.wrmpas.nl/airbag/ ### Accu-vervangen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/accu-vervangen/ ### lekke band - **URL**: https://www.wrmpas.nl/lekke-band/ ### honden - **URL**: https://www.wrmpas.nl/honden/ ### taxi ruitenwissers - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxi-ruitenwisssers/ ### cola drinken - **URL**: https://www.wrmpas.nl/cola-drinken/ ### woocommerce-placeholder - **URL**: https://www.wrmpas.nl/woocommerce-placeholder/ ### feat-hero-cloud-hosting - **URL**: https://www.wrmpas.nl/feat-hero-cloud-hosting/ ### Hosting-Icon-Set-v1.0 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hosting-icon-set-v1-0/ ### cloud-hosting-feat-hosting-hero - **URL**: https://www.wrmpas.nl/cloud-hosting-feat-hosting-hero/ ### reactieafstand - **URL**: https://www.wrmpas.nl/reactieafstand/ ### Bushalte-wegrijden - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bushalte-wegrijden/ ### remafstand - **URL**: https://www.wrmpas.nl/remafstand/ ### afsnijden - **URL**: https://www.wrmpas.nl/afsnijden/ ### verschillende_voertuigen-1024x341 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verschillende_voertuigen-1024x341/ ### kmteller - **URL**: https://www.wrmpas.nl/kmteller/ ### mistbank - **URL**: https://www.wrmpas.nl/mistbank/ ### file2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/file2/ ### kind gordel - **URL**: https://www.wrmpas.nl/kind-gordel/ ### woonerf - **URL**: https://www.wrmpas.nl/woonerf/ ### file - **URL**: https://www.wrmpas.nl/file/ ### militaire colonne - **URL**: https://www.wrmpas.nl/militaire-colonne/ ### rijontzegging - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rijontzegging/ ### Tunnel-vuur - **URL**: https://www.wrmpas.nl/tunnel-vuur/ ### versmalling bord - **URL**: https://www.wrmpas.nl/versmalling-bord/ ### bushalte - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bushalte/ ### abs - **URL**: https://www.wrmpas.nl/abs/ ### stopbord - **URL**: https://www.wrmpas.nl/stopbord/ ### volvo-trucks-adaptive-high-beam-hero - **URL**: https://www.wrmpas.nl/volvo-trucks-adaptive-high-beam-hero/ ### MobileLogo - **URL**: https://www.wrmpas.nl/mobilelogo/ ### hoofdlogo - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hoofdlogo-3/ ### person3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/person3-2/ ### person3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/person3/ ### person-2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/person-2/ ### person1 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/person1/ ### Erftoegangsweg3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/erftoegangsweg3/ ### Wegmarkering100groen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/wegmarkering100groen/ ### trottoir gele onderbrokenstrepen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/trottoir-gele-onderbrokenstrepen/ ### TaxiCbr.nl Logo - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hoofdlogo-2/ ### pagina_title_bg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/pagina_title_bg/ ### TaxiCbr.nl Logo - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hoofdlogo/ ### image001-2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/image001-2/ ### huisdieren - **URL**: https://www.wrmpas.nl/huisdieren/ ### hulpdiensten - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hulpdiensten/ ### groot-licht-aan - **URL**: https://www.wrmpas.nl/groot-licht-aan/ ### groot licht - **URL**: https://www.wrmpas.nl/groot-licht/ ### beroepshouding - **URL**: https://www.wrmpas.nl/beroepshouding/ ### taxi-vergunningbewijs - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxi-vergunningbewijs/ ### smoking - **URL**: https://www.wrmpas.nl/smoking/ ### scootmobiel - **URL**: https://www.wrmpas.nl/scootmobiel/ ### drunkdriver - **URL**: https://www.wrmpas.nl/drunkdriver/ ### verkeersbord-parkeerverbod - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord-parkeerverbod/ ### verkeersbord-verbod-stil-te-staan - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord-verbod-stil-te-staan/ ### NL_WEG_MEU - **URL**: https://www.wrmpas.nl/nl_weg_meu/ ### schoolvervoer - **URL**: https://www.wrmpas.nl/schoolvervoer/ ### brandstof - **URL**: https://www.wrmpas.nl/brandstof/ ### verkeersbord-rvv-j18-vooraanduiding-rijbaanversmalling-rechts - **URL**: https://www.wrmpas.nl/verkeersbord-rvv-j18-vooraanduiding-rijbaanversmalling-rechts/ ### witte reflectoren paal - **URL**: https://www.wrmpas.nl/witte-reflectoren-paal/ ### dubbele doorgetrokken streep - **URL**: https://www.wrmpas.nl/dubbele-doorgetrokken-streep/ ### waarschewingsstreep - **URL**: https://www.wrmpas.nl/waarschewingsstreep/ ### oldtimer - **URL**: https://www.wrmpas.nl/oldtimer/ ### bordrichting - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bordrichting/ ### laagvliegende-vliegtuigen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/laagvliegende-vliegtuigen/ ### fietsstrook_onderbroken - **URL**: https://www.wrmpas.nl/fietsstrook_onderbroken/ ### natteklinkers - **URL**: https://www.wrmpas.nl/natteklinkers/ ### schadeformulier-invullen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/schadeformulier-invullen/ ### RIJSWIJK-RIJBEWIJS-PASJE - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rijswijk-rijbewijs-pasje/ - **Caption**: RIJSWIJK - Een rijbewijs. Vanaf 1 oktober 2006 ontvangen geslaagden het rijbewijs op creditcardformaat. ANP PHOTO XTRA LEX VAN LIESHOUT ### algemeen aanwijzing - **URL**: https://www.wrmpas.nl/algemeen-aanwijzing/ ### EHBO-koffer-A - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ehbo-koffer-a/ ### bus - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bus/ ### reflectorpaal-rood - **URL**: https://www.wrmpas.nl/reflectorpaal-rood/ ### gele markering - **URL**: https://www.wrmpas.nl/gele-markering/ ### bushalte-buiten-bebouwde-kom - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bushalte-buiten-bebouwde-kom/ ### uitrit voetganger - **URL**: https://www.wrmpas.nl/uitrit-voetganger/ ### stopteken - **URL**: https://www.wrmpas.nl/stopteken/ ### bebouwde kom - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bebouwde-kom/ ### volgerde tram - **URL**: https://www.wrmpas.nl/volgerde-tram/ ### militaire colone - **URL**: https://www.wrmpas.nl/militaire-colone/ ### gele_onderbroken-streep - **URL**: https://www.wrmpas.nl/gele_onderbroken-streep/ ### groepfietsers - **URL**: https://www.wrmpas.nl/groepfietsers/ ### drank - **URL**: https://www.wrmpas.nl/drank/ ### blaas - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blaas/ ### bardruk - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bardruk/ ### dimlicht - **URL**: https://www.wrmpas.nl/dimlicht/ ### autosnelweg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/autosnelweg/ ### medicijnen - **URL**: https://www.wrmpas.nl/medicijnen/ ### - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_course/taxi-theorie-cursus/attachment/1764/ ### - **URL**: https://www.wrmpas.nl/ulp_course/ultimate-learning-pro-basics/attachment/1762/ ### 30adviessnelheid - **URL**: https://www.wrmpas.nl/30adviessnelheid/ ### f9bord - **URL**: https://www.wrmpas.nl/f9bord/ ### mark-review - **URL**: https://www.wrmpas.nl/mark-review/ ### taxi-icon - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxi-icon/ ### start-yellow - **URL**: https://www.wrmpas.nl/start-yellow/ ### bgtaxi-18676 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bgtaxi-18676/ ### Man at computer filling online questionnaire form. Survey vector flat concept - **URL**: https://www.wrmpas.nl/man-at-computer-filling-online-questionnaire-form-survey-vector-flat-concept/ - **Caption**: Man at computer filling online questionnaire form. Survey vector flat concept. Feedback and questionnaire online, survey and report illustration ### agressie - **URL**: https://www.wrmpas.nl/agressie/ ### Legenda - **URL**: https://www.wrmpas.nl/legenda/ ### taxiaanrijding - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxiaanrijding/ ### taxitoy - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxitoy/ ### fietsstrook - **URL**: https://www.wrmpas.nl/fietsstrook/ ### autoweg_G3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/autoweg_g3/ ### klacht - **URL**: https://www.wrmpas.nl/klacht/ ### mobilofoon - **URL**: https://www.wrmpas.nl/mobilofoon/ ### spoed-politie - **URL**: https://www.wrmpas.nl/spoed-politie/ ### taxameter - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxameter/ ### documenten - **URL**: https://www.wrmpas.nl/documenten/ ### contractvervoer - **URL**: https://www.wrmpas.nl/contractvervoer/ ### groenekaart - **URL**: https://www.wrmpas.nl/groenekaart/ ### rdw-erkend - **URL**: https://www.wrmpas.nl/rdw-erkend/ ### cropped-taxi-favicon.png - **URL**: https://www.wrmpas.nl/cropped-taxi-favicon-png/ - **Description**: http://wrmpas.nl/wp-content/uploads/2020/06/cropped-taxi-favicon.png ### TAXI EXAMEN 24 UUR TOEGANG - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxi-icon-taxi-service-taxi-car-yellow-background-3/ - **Caption**: TAXI EXAMEN 24 UUR TOEGANG ### TAXI EXAMEN 14 DAGEN TOEGANG - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxi-icon-taxi-service-taxi-car-yellow-background-2/ - **Caption**: TAXI EXAMEN 14 DAGEN TOEGANG ### Taxi Icon. Taxi Service. Taxi Car. Yellow Background - **URL**: https://www.wrmpas.nl/?attachment_id=1240 - **Caption**: TAXI EXAMEN 7 DAGEN TOEGANG ### bgtaxi - **URL**: https://www.wrmpas.nl/bgtaxi/ ### taxibackground - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxibackground/ ### taxi-favicon - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxi-favicon/ ### Taxicbr-Logo - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxicbr-logo/ ### taxicbr - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxicbr/ ### taxiservice - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxiservice/ ### driving - **URL**: https://www.wrmpas.nl/driving/ ### fullerton-limo-opening - **URL**: https://www.wrmpas.nl/fullerton-limo-opening/ ### Taxi Training Programme - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxi-training-programme/ ### angry_taxi_driver - **URL**: https://www.wrmpas.nl/angry_taxi_driver/ ### taxi3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxi3/ ### TAXI - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxi/ - **Caption**: TAXI in Ljubljana, Slovenia ### taxi1 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/taxi1/ ### slide.jpg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/slide-jpg/ ### achivements - **URL**: https://www.wrmpas.nl/achivements/ ### teacher_bg - **URL**: https://www.wrmpas.nl/teacher_bg/ ### teacher2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/teacher2/ ### photo-1517520287167-4bbf64a00d66 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1517520287167-4bbf64a00d66/ ### photo-1512790182412-b19e6d62bc39 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1512790182412-b19e6d62bc39/ ### steven-lelham-342930-unsplash-min - **URL**: https://www.wrmpas.nl/steven-lelham-342930-unsplash-min/ ### photo-1509099836639-18ba1795216d - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1509099836639-18ba1795216d/ ### photo-1511949860663-92c5c57d48a7-min - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1511949860663-92c5c57d48a7-min/ ### photo-1461749280684-dccba630e2f6 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1461749280684-dccba630e2f6/ ### photo-1512686096451-a15c19314d59 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1512686096451-a15c19314d59/ ### photo-1507457379470-08b800bebc67 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1507457379470-08b800bebc67/ ### photo-1491897554428-130a60dd4757 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1491897554428-130a60dd4757/ ### photo-1431068799455-80bae0caf685 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1431068799455-80bae0caf685/ ### photo-1525994886773-080587e161c2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1525994886773-080587e161c2/ ### photo-1513829596324-4bb2800c5efb - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1513829596324-4bb2800c5efb/ ### photo-1439436556258-1f7fab1bfd4f - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1439436556258-1f7fab1bfd4f/ ### photo-1509343256512-d77a5cb3791b-min - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1509343256512-d77a5cb3791b-min/ ### photo-1416339134316-0e91dc9ded92 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1416339134316-0e91dc9ded92/ ### cathryn-lavery-67852-unsplash - **URL**: https://www.wrmpas.nl/cathryn-lavery-67852-unsplash/ ### photo-1475452779376-caebfb988090 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/photo-1475452779376-caebfb988090/ ### evie-shaffer-501641-unsplash - **URL**: https://www.wrmpas.nl/evie-shaffer-501641-unsplash/ ### cristian-grecu-762012-unsplash-min - **URL**: https://www.wrmpas.nl/cristian-grecu-762012-unsplash-min/ ### 12345 (1) - **URL**: https://www.wrmpas.nl/12345-1/ ### certificate - **URL**: https://www.wrmpas.nl/certificate/ ### cat_2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/cat_2/ ### cat_4 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/cat_4/ ### course_image - **URL**: https://www.wrmpas.nl/course_image/ ### michael-frattaroli-234665 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/michael-frattaroli-234665/ ### fun_fact_4-120x120 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/faq/fun_fact_4-120x120/ ### fun_fact_3-120x120 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/faq/fun_fact_3-120x120/ ### fun_fact_2-120x120 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/faq/fun_fact_2-120x120/ ### fun_fact_1a-120x120 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/faq/fun_fact_1a-120x120/ ### blog11-300x300 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hosting/blog11-300x300/ ### blog5-300x300 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hosting/blog5-300x300/ ### blog2-300x300 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hosting/blog2-300x300/ ### icons_large_3-200x200 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/icons_large_3-200x200/ ### icons_large_2-200x200 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/icons_large_2-200x200/ ### icons_large_1-200x200 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/icons_large_1-200x200/ ### icon_4-120x120 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/icon_4-120x120/ ### icon_3-120x120 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/icon_3-120x120/ ### icon_2-120x120 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/icon_2-120x120/ ### icon_1-120x120 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/icon_1-120x120/ ### blog_bottom - **URL**: https://www.wrmpas.nl/articles/blog_bottom-3/ ### contact_bannerb - **URL**: https://www.wrmpas.nl/contact_bannerb/ ### company_banner - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company_banner-2/ ### logo5 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/logo5-2/ ### logo4 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/logo4/ ### logo3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/logo3/ ### logo2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/logo2/ ### logo1 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/logo1/ ### call-to-action-banner - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/call-to-action-banner-2/ ### blog_banner - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog_banner/ ### background4 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/faq/background4-2/ ### background5 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/faq/background5-2/ ### support-banner - **URL**: https://www.wrmpas.nl/support-banner-4/ ### hosting_banner - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hosting_banner/ ### hosting_logo_2x - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hosting_logo_2x-2/ ### hosting_logo_1x - **URL**: https://www.wrmpas.nl/hosting_logo_1x-2/ ### testimonial4 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/testimonial4-2/ ### testimonial3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/testimonial3-2/ ### testimonial2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/testimonial2-2/ ### testimonial1 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/testimonial1-2/ ### background3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/background3-4/ ### background2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/opleiding-rijinstructeur/background2/ ### home_slider_@2x - **URL**: https://www.wrmpas.nl/home_slider_2x-3/ ### team6 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/team6/ ### team43 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/team43/ ### team3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/team3-2/ ### team5 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/team5/ ### team2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/team2-2/ ### team1 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/company/team1-2/ ### blog15 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog15/ ### blog14 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog14/ ### blog13 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog13/ ### blog12 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog12/ ### blog11 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog11/ ### blog10 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog10/ ### blog9 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog9/ ### blog8 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog8/ ### blog7 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog7/ ### blog6 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog6/ ### blog5 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog5/ ### blog4 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog4/ ### blog3 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog3/ ### blog2 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog2/ ### blog1 - **URL**: https://www.wrmpas.nl/blog1/ ## Producten ### Complete WRM Opleiding Fase 1A, 2A en 2B Rijinstructeur Opleiding - Word Gecertificeerd Rijinstructeur in 9 Maanden Jouw Carrière als Rijinstructeur Begint Hier - Complete WRM Opleiding Fase 1A, 2A en 2B Droom je van een bevredigende carrière waarin je echt het verschil kunt maken? Onze uitgebreide Rijinstructeur Opleiding is jouw snelste weg naar succes! Dit complete WRM Opleiding programma met Fase 1A, 2A en 2B voorziet je van alle kennis en vaardigheden om uit te blinken als gecertificeerd rijinstructeur. 🚗 Waarom Kiezen voor Onze Rijinstructeur Opleiding? Onbeperkt Oefenen Gedurende 9 Maanden Geen tijdsdruk, geen stress - jij bepaalt je eigen studietempo! Met volledige toegang tot al onze opleidingsmaterialen gedurende 9 maanden ben je optimaal voorbereid op je IBKI examens. Meer dan 1500 Actuele Oefenvragen Onze examendatabase wordt continu bijgewerkt en volgt exact het officiële IBKI examenformat. Dit betekent dat je met vol vertrouwen je WRM examens kunt afleggen. Voor Iedereen Toegankelijk Of je nu student bent, ervaren chauffeur, of gewoon gepassioneerd bent over het onderwijzen - onze opleiding biedt de ideale basis voor een lonende carrière als rijinstructeur. 📚 Complete WRM Opleiding Overzicht Fase 1A - Theoretische Basis Verkeerswetgeving en regelgeving Voertuigtechniek en onderhoud Didactiek en pedagogiek Communicatievaardigheden Fase 2A - Praktische Vaardigheden Rijvaardigheid en demonstratie Lestechnieken en begeleiding Foutcorrectie en feedback Veiligheidsbewustzijn Fase 2B - Professionele Ontwikkeling Bedrijfsvoering rijschool Klantenservice en communicatie Examenbegeleiding Continue professionele ontwikkeling 🎯 Voorbereiding op IBKI en WRM Examens IBKI Examen Onderdelen: Theorie-examens (3 delen) Praktijkexamen Verplichte stage WRM Certificering: Basiscertificaat behalen WRM-bevoegdheidspas verkrijgen Wettelijk erkend als rijinstructeur 🏆 Jouw Voordelen in Detail ✅ Flexibel Leren - Studeer wanneer het jou uitkomt ✅ Actuele Lesstof - Altijd up-to-date met laatste regelgeving ✅ Persoonlijke Begeleiding - Ervaren instructeurs staan voor je klaar ✅ Praktijkgericht - Direct toepasbare kennis en vaardigheden ✅ Hoge Slaagkansen - Bewezen succesvolle opleidingsmethode ✅ Carrière Ondersteuning - Hulp bij het starten van je eigen rijschool 👥 Perfect Voor: Studenten en Schoolverlaters Start je carrière met een solide basis en uitstekende toekomstperspectieven in de mobiliteitsbranche. Ervaren Chauffeurs Zet je jarenlange rijervaring om in een lonende tweede carrière als rijinstructeur. Carrière Switchers Zoek je een zinvolle baan waarin je anderen kunt helpen? Word rijinstructeur en maak elke dag het verschil. Ondernemers Droom je van je eigen rijschool? Onze opleiding bereidt je voor op ondernemerschap in de rijschoolbranche. 📈 Uitstekende Arbeidsmarktperspectieven De vraag naar gekwalificeerde rijinstructeurs in Nederland blijft stijgen. Met jouw WRM-certificaat kun je: Werken bij gevestigde rijscholen Je eigen rijschool beginnen Freelance rijlessen geven Specialiseren in specifieke doelgroepen Doorgroeien naar examinator of opleider 🚀 Start Vandaag Je Nieuwe Carrière Investeer in jezelf en word onderdeel van de gekwalificeerde rijinstructeurs in Nederland. Schrijf je vandaag nog in voor onze Rijinstructeur Opleiding en begin je reis naar een bevredigende en impactvolle carrière! Bereid je met vertrouwen voor op je IBKI en WRM Opleiding examens - met onze bewezen succesvolle aanpak en uitgebreide ondersteuning. ### WRM FASE 2B WRM Fase 2B Lesuitvoering & Lesevaluatie 3 Maanden onbeperkt oefenen 500 + Actuele Vragen ### WRM FASE 2A WRM Fase 2A Lesvoorbereiding 3 Maanden onbeperkt oefenen 500 + Actuele Vragen ### WRM FASE 1A WRM Fase 1A Theorie van de Rijtaak 3 Maanden onbeperkt oefenen 500 + Actuele Vragen ## Courses ### Fase 1B Examenonderdeel 1.b Praktijkrit eigen rijvaardigheid: je rijdt in een personenauto zelfstandig een route. Duur: 75 minuten (60 minuten rijden). ### e-Learning ADAS Veel rijinstructeurs kopen steeds modernere auto’s. De meest technische snufjes zijn tegenwoordig aanwezig op de auto. Het CBR gaat op de technologische ontwikkeling aansluiten door het gebruik van deze hulpsystemen tijdens het CBR examen toe te staan. De leerling voorbereiden op het toepassen en het gebruik tijdens autorijden is een nieuw lesonderwerp op de leskaart. ### Fase 2B : Lesuitvoering en beoordeling Inleiding fase 2B In fase 2a heb je geleerd hoe je een les voorbereidt. In fase 2b leer je hoe je een les geeft. Het is verstandig om tijdens fase 2b het beoordelingsprotocol erbij te houden. Dit kan je helpen om verbanden te zien. Fase 2b is opgedeeld in drie onderdelen: Instructie geven In deze les leer je hoe een les is opgebouwd. Je leert wat je in iedere fase van een les doet en waarbij je op moet letten. Coachen van het leerproces In deze les leer je hoe je leerlingen coacht. Je leert onder andere hoe en welke opmerkingen je maakt en de leerling de steun geeft die hij nodig heeft. Beoordelen van rijvorderingen Deze les gaat over beoordelen van leerlingen. Dit kan door goed naar je leerling te kijken. In deze les leer je waar je op let als je een leerling beoordeelt en hoe je je bevindingen terugkoppelt aan je leerling. ### Fase 3 : Stage ### Taxi Theorie Cursus Course Description Already conquered the basics of Ultimate Learning Pro? Want to learn more and get more done? This course is the follow-up to "Ultimate Learning Pro Basics" and it will show you how to further set up your LMS. If this is your first time using a LMS (Learning Management System) plugin, this course brings additional knowledge to what you have learned from the first course. What will you learn? By the end of this course you will have a better understanding of ULP; You will know how to extend the plugin functionality by using magic features; Target Audience: Users that want to create an online learning system; Developers which want to contribute to ULP; Users that want to become an instructor in a LMS; Course Breakdown This course is made of one section with two lessons which will cover payment services and notifications. These are followed up by two quizzes which will test your knowledge about ULP. Good luck! ### Ultimate Learning Pro Basics Thank you for purchasing Ultimate Learning Pro, this course is here to help you with the basics and also serves as an example of how a course is made. This section here is the course description, use it to describe your course as best as you can so that your users get an idea if they should buy it or not. If this is your first time using a LMS (Learning Management System) plugin, you can follow this course to get a basic idea of how it works. A course is a collection of Lessons and Quizzes grouped together in Sections. A quiz is a collection of questions. This course is made of two sections, the first one has three lessons which will show you how to create a question, quiz and a lesson. The second section will teach you how to group them together and follow up with a short quiz. Good luck! ## Lessons ### Inleiding blok 4 Inleiding blok 4 In blok 4 controleren we de status van de uit te voeren scripts (handelingen) die nodig zijn om het examen fase 1b te kunnen halen en die nodig zijn om straks als rijinstructeur de juiste demonstraties te kunnen uitvoeren. Voorafgaand de examentraining worden de scripts (handelingen) getoetst die afgelopen drie blokken 'minder' waren. De bedoeling is dat voorafgaand aan de geplande rijbegeleiding, je dit blok voorbereidt en bedacht bent op vragen die de praktijkdocent kan stellen. De planning heb je al mogen ontvangen en daarop staan de 4 geplande rijblokken. Vóór aanvang van blok 4 is het dus de bedoeling om dit blok doorgenomen te hebben. In dit blok kun je video's bekijken die exact weergeven hoe een script in de praktijk moet worden uitgevoerd. Wij adviseren om deze video's voor de rijbegeleiding heel goed te bekijken en aan de hand hiervan zelf te oefenen in de praktijk. Na de rijbegeleiding kun je deze video's nogmaals terugkijken en verder gaan met oefenen. Op deze manier kun je jezelf verbeteren in de rijvaardigheid met betrekking tot het examen van het exameninstituut IBKI. De hoofdzaken die in dit blok behandeld worden, hebben vooral te maken met een herhaling uit voorgaande drie rijblokken. Einddoel van blok 4 is dat een examentraining gaat plaatsvinden die vergelijkbaar is met het examen fase 1b. Het oordeel van de praktijkdocent zal je een idee geven hoe je ervoor staat. Trek daar je conclusie uit! Vooraf aan de rijbegeleiding Bekijk de video's, maak voor jezelf aantekeningen. Beantwoord zo goed als mogelijk de verschillende soorten vragen. De vragen geven je namelijk een beter inzicht om een script (handeling) op de juiste wijze uit te voeren en dieper na te denken over mogelijke consequenties. Oefen voor jezelf al de getoonde handelingen, want 'oefening baart kunst'. Neem het RIS-werkboek mee naar de geplande rijbegeleidingen, zodat je te allen tijde na kunt zoeken hoe een script er uitziet. Na de rijbegeleiding Heb je van jouw praktijkdocent te horen gekregen welke scripts er volgens de rijprocedure naar wens gingen (volgens het boekje) en aan welke scripts nog aandacht geschonken moet worden? Bekijk nogmaals de video's die bij deze scripts horen. Oefen meerdere malen de scripts zodat er een autonoom beheersingsniveau ontstaat (hier hoef je dan tijdens de uitvoering niet meer over na te denken, het gaat vanzelf). ### Het doorlopen van de 5 taakprocessen Het doorlopen van de 5 taakprocessen In deze video zie je het oversteken van een gelijkwaardig kruispunt en de nabespreking, waarbij de rijinstructeur de 5 taakprocessen doorloopt. In deze video zie je hoe alle taakprocessen al rijdend verwoord worden. Er wordt meerdere keren een taakproces verwoord. ### Taakproces - beslissen en handelen Taakproces - beslissen en handelen Beslissen Na de evaluatie moet je beslissen welk gedrag je besluit uit te voeren. Het kan zijn dat je nog geen beslissing kunt nemen of dat je een andere oplossing overweegt. In dat geval begint het proces opnieuw met waarnemen, voorspellen en evalueren, om tot een (andere) beslissing te komen. In onze beschrijving lijkt het of je er alle tijd voor kunt nemen. Al deze afwegingen spelen zich bij de geoefende bestuurder razendsnel af. Handelen Tenslotte komt het aan op de uitvoering van de beslissing en moet je gaan handelen. Je moet onder alle omstandigheden in staat zijn om de voorkomende handelingen “aangepast en besluitvaardig” uit te voeren. Het hele proces van waarnemen tot en met het handelen kost tijd. Wordt dit proces meerdere keren doorlopen, dan kost dat nog meer tijd. Dit leer je door voldoende oefening. Des te meer ervaring (kilometers), des te efficiënter en veiliger verlopen de taakprocessen. ### Taakproces - voorspellen en evalueren Taakproces - voorspellen en evalueren Voorspellen Vervolgens voorspel je aan de hand van de waargenomen informatie de gevolgen van bepaalde gedragskeuzes. Het verwachtingspatroon heeft betrekking op: eigen gedrag; het gedrag van de overige verkeersdeelnemers; de verkeerssituatie. De gevolgen van eigen gedragskeuzes zijn te voorspellen, maar de gevolgen van de gedragskeuzes van de overige verkeersdeelnemers zijn moeilijker te voorspellen. Toch is hun reactie medebepalend voor de keuze van de verkeersopgave. Evalueren Na het voorspellen volgt het evalueren (beoordelen). Daarbij moet worden ingeschat in hoeverre de maatschappelijke belangen worden geschaad als jouw verwachtingspatroon inderdaad uitkomt. Je maakt een belangenafweging op het gebied van: de verkeersveiligheid; handel ik veilig? de verkeersdoorstroming; blokkeer ik de doorgang voor andere weggebruikers? het milieu; veroorzaak ik geen onnodige milieuschade? het sociaal rijgedrag: schaad ik de belangen van andere weggebruikers niet? ### Taakprocessen Taakprocessen Om een verkeersopgave op te kunnen lossen, moet je als weggebruiker de vijf taakprocessen doorlopen: waarnemen voorspellen evalueren beslissen en handelen Op deze en de volgende pagina's leggen we dit verder uit. We beginnen met waarnemen. Waarnemen We beginnen met het waarnemen van een verkeerssituatie. Om overzicht te krijgen en te behouden, moeten we leren "scannen". Scannen is waarnemen met het doel snel een totaalbeeld van de omgeving oftewel de verkeerssituatie te verkrijgen. Waarnemen in het verkeer doen we voornamelijk met behulp van de zintuigen "zien" en "horen". Waarnemen kan meer of minder bewust verlopen. Na een poosje autorijden kun je opeens met een schok denken: “ben ik al hier?” Een heel stuk van de route is niet bewust opgemerkt. We constateren dan dat “de automatische piloot" was ingeschakeld". Verkeersdeelnemers moeten door bewust en actief kijken de signalen die voor de verkeersopgave van belang zijn, waarnemen. Actief waarnemen is "het via de zintuigen bewust worden van informatie". Bovendien stel je dan ook vast wat er niet zoveel toe doet. Voorbeeld: je nadert een kruispunt. Wat merk je op over het soort kruispunt? Hoe is de voorrang hier geregeld? Welke verkeerstekens zie je? Wat is de naderingsrichting en -snelheid? Wat neem je waar m.b.t. weg- en voertuigcategorie? Welke andere weggebruikers zijn er? ### Rotondes (script 35) Rotondes (script 35) Bestuurder Een rotonde is een kruispunt van wegen waarop het verkeer in een ronddraaiende beweging verwerkt wordt. Er kunnen geen tegenliggers rijden. Bij het naderen van een rotonde hoef je niet altijd rechts te rijden. Welke positie je moet kiezen, is afhankelijk van de infrastructuur van de rotonde en de richting die je wilt volgen. Voordat je een rotonde oprijdt moet er een compleet beeld gevormd zijn. Zowel van de inrichting (van de toeleidende weg en de rotonde) als van de verkeerssituatie. Je moet kunnen inschatten of er vlak voor, op of na de rotonde gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Voor andere weggebruikers moeten jouw bedoelingen duidelijk zijn. Tijdig in de goede rijstrook gaan rijden en duidelijk communiceren zijn hiervoor het juiste gereedschap. Vlak voor en op rotondes mag je rechts inhalen. Sommige bestuurders (die van een vrachtauto bijvoorbeeld) hebben rechts naast zich slecht overzicht. Je moet hier rekening mee houden. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Rotondes (script 35) in de praktijk wordt uitgevoerd. Kruispunt. Rijstrook wisselen en zijdelings verplaatsen. Afslaan. ### Uitrijden (script 34) Uitrijden (script 34) Bestuurder Met uitrijden wordt bedoeld: vanaf de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden. Een uitrijstrook is een rijstrook van beperkte lengte, naast de doorgaande rijbaan. Deze is bedoeld om snelheid te verminderen. In principe doe je dat dus niet op de doorgaande rijbaan. Hiermee voorkom je grote snelheidsverschillen en dus gevaarlijke situaties. Het uitrijden is, net als het invoegen, een bijzondere manoeuvre. Een goed overzicht is noodzakelijk om gevaar of hinder te kunnen opmerken. Je moet ook het gedrag van de andere bestuurders kunnen voorspellen. Maak door je eigen positie, de snelheid en de richtingaanwijzer voor anderen duidelijk wat de bedoeling is. Je verlaat de doorgaande rijbaan aan het begin van de uitrijstrook. Dit betekent dat je tijdig richting aan moet geven en rechts moet gaan rijden. In het geval van een weefvak (zie script 33) moet je goed op de bestuurders letten die daar al rijden. Sommigen willen invoegen, anderen blijven de rijstrook volgen. Verminder in principe pas snelheid als je op de uitrijstrook bent. Zo bevorder je de doorstroming. Als de uitrijstrook kort is en/of de achterliggende bocht erg scherp, moet je soms op de doorgaande rijbaan al snelheid minderen door het gas los te laten. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Uitrijden (script 34) in de praktijk wordt uitgevoerd. 1. Positie. 2. Ruimtekussen. 3. Richtingaanwijzer. 4. Scan. 5. Sturen. 6. Ruimtekussen. 7. Niet terugschakelen. ### Invoegen (script 33) Invoegen (script 33) Bestuurder Invoegen betekent: vanaf de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden. Op de invoegstrook pas je de snelheid aan, aan het verkeer op de doorgaande rijbaan. Een invoegstrook herken je aan de blokmarkering. Je moet de verkeerssituatie goed kunnen overzien, de mogelijkheid om in te voegen kunnen inschatten en potentieel gevaar of hinder tijdig opmerken. Een optimale beheersing van de auto is noodzakelijk; het schakelen en het sturen moeten volledig geautomatiseerd verlopen. Snelheid vermeerderen doe je door vlot door te schakelen bij het normale toerental. Het kan voorkomen dat je in een korte tijd snelheid moet maken. In dat geval mag je iets ‘verder doortrekken in de versnelling’. Voeg pas in als de snelheid is aangepast aan het verkeer op de doorgaande rijbaan.   Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Invoegen (script 33) in de praktijk wordt uitgevoerd. 1. Ruimtekussen. 2. Kijken. 3. Scan. 4. Voor laten gaan. 5. Richtingaanwijzer. 6. Sturen. 7. Ruimtekussen. ### Inhalen (script 32) vervolg Inhalen (script 32) vervolg Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Inhalen (script 32) in de praktijk wordt uitgevoerd. Scan. Ruimtekussen. Scan. Voor laten gaan. Richtingaanwijzer. Sturen. Ruimtekussen. Richting aangeven. Sturen. Scan. ### Inhalen (script 32) Inhalen (script 32) Bestuurder Als je een andere weggebruiker (meestal een bestuurder) voorbij rijdt, noemen we dat ‘inhalen’. Je moet voldoende overzicht over de situatie hebben, het juiste moment kunnen bepalen en gevaar of hinder tijdig opmerken. Er mogen voor, tijdens of na de inhaalmanoeuvre geen gevaarlijke situaties ontstaan. Er spelen veel factoren, zoals de snelheid van jezelf en die van de bestuurder die je wilt inhalen, jullie positie, de verkeerssituatie en de weers- en zichtomstandigheden. Een moeilijk onderdeel van de inhaalmanoeuvre is het inschatten van snelheid. Je hebt te maken met de snelheid van het voertuig dat je wilt inhalen, de snelheid van een eventuele tegenligger en jouw eigen snelheid.   Aandachtspunten: Tijdens een inhaalmanoeuvre mag je geen gevaar of hinder veroorzaken. Dat geldt ten opzichte van alle weggebruikers, dus zeker ook ten opzichte van een tegenligger die verderop nadert. Sommige bestuurders hebben slecht uitzicht naar achteren, bijvoorbeeld vrachtauto’s en auto’s met een aanhangwagen. Je moet ervoor zorgen dat ook deze bestuurders je kunnen zien aankomen als je ze gaat inhalen. Pas jouw positie zo aan dat oogcontact mogelijk is. Op enkelbaanswegen moet je meer afstand houden, zodat je zichtbaar bent in hun spiegels. Op wegen met meerdere rijstroken moet je eerder links gaan rijden. Inhalen gebeurt in principe links. Er zijn een aantal uitzonderingen. Je mag bijvoorbeeld rechts inhalen als een bestuurder links heeft voorgesorteerd en als je rechts van de blokmarkering rijdt. Ook trams mogen soms rechts worden ingehaald. Op de volgende pagina staat de instructievideo over dit script. ### Voorbijgaan (script 31) Voorbijgaan (script 31) Bestuurder Het voorbijrijden van stilstaande objecten op de rijbaan noemen we ‘voorbijgaan’. Denk aan geparkeerde voertuigen of een container. Je moet de situatie tijdig overzien om eventueel gevaar of hinder op te merken. Er mogen vooraf, tijdens en na het voorbijgaan geen gevaarlijke situaties ontstaan. Vaak kom je tijdens het voorbijgaan op het weggedeelte van de tegenliggers. Je moet tijdig stoppen om hen voor te laten gaan. Of je kunt doorrijden of moet stoppen, hangt niet alleen af van eventuele tegenliggers; ook de breedte van de weg, de beschikbare ruimte en de overzichtelijkheid van de situatie zijn van invloed. Door vroegtijdig een situatie in te schatten, voorkom je onnodig stilstaan. Hiermee spaar je het milieu en ontwikkel je een defensieve rijstijl. Je moet voor andere weggebruikers duidelijk ‘communiceren’ wat je van plan bent. Als je bijvoorbeeld te lang tegen de wegas blijft rijden en laat remt, geef je de indruk dat je wilt doorrijden. De tegenligger zal daarop reageren door plotseling te remmen of juist extra gas te geven. Daardoor ontstaat een gevaarlijke situatie die je gemakkelijk had kunnen voorkomen. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Voorbijgaan (script 31) in de praktijk wordt uitgevoerd. Scan. Ruimtekussen. Scan. Sturen. Positie. ### Rijstrook wisselen / zijdelings verplaatsen (script 30) vervolg Rijstrook wisselen / zijdelings verplaatsen (script 30) vervolg Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Rijkstrook wisselen zijdelings verplaatsen (script 30) in de praktijk wordt uitgevoerd. Scan. Ruimtekussen. Scan. Voor laten gaan. Richtingaanwijzer. Sturen. Richting aanwijzer. Scan. ### Rijstrook wisselen / zijdelings verplaatsen (script 30) Rijstrook wisselen / zijdelings verplaatsen (script 30) Bestuurder Als je van rijstrook wisselt of een zijdelingse verplaatsing uitvoert, verleg je de rijlijn. Dit doe je bijvoorbeeld als er een obstakel op de weghelft staat, als het wegdek (ernstig) beschadigd is en als je wilt inhalen. Je mag direct voor, tijdens en na de manoeuvre niemand hinderen. Er mogen geen gevaarlijke situaties of schades ontstaan. Een goed verkeersinzicht en ‘bijzondere aandacht’ zijn dus nodig om de manoeuvre veilig uit te voeren. Aandachtspunten: Je mag nooit de plaats innemen waarop een andere bestuurder zich nadrukkelijk heeft voorbereid. Je moet zich dus kunnen verplaatsen in de situatie van bestuurders in de omgeving. Het is niet toegestaan om in één beweging over meerdere rijstroken te verplaatsen. Je moet dus steeds enige tijd rechtuit in een rijstrook hebben gereden voordat je weer van rijstrook mag wisselen. Veel bestuurders houden zich hier niet aan. Stem de snelheid af op de voorliggers en op het verkeer in de andere rijstrook. Als je afslaat in een situatie met meerdere rijstroken, moet je de gekozen rijstrook blijven volgen tot na de bocht. Kijk in zo’n situatie zo ver mogelijk de bocht in om jouw rijlijn te bepalen. Bij elke ‘belangrijke zijdelingse verplaatsing’ moet je richting aangeven. Mocht je een andere weggebruiker over het hoofd hebben gezien, dan kan deze jouw fout nog opvangen. Of het verleggen van de rijlijn een ‘belangrijke zijdelingse verplaatsing’ is, is afhankelijk van de situatie. Een kleine verplaatsing op een smalle weg is al snel een belangrijke verplaatsing. Dezelfde verplaatsing op een brede weg valt nauwelijks op en wordt dan ook niet als belangrijk ervaren. Op de volgende pagina staat de instructievideo over dit script. ### Taakproces - beslissen en handelen Taakproces - beslissen en handelen Beslissen Na de evaluatie moet je beslissen welk gedrag je besluit uit te voeren. Het kan zijn dat je nog geen beslissing kunt nemen of dat je een andere oplossing overweegt. In dat geval begint het proces opnieuw met waarnemen, voorspellen en evalueren, om tot een (andere) beslissing te komen. In onze beschrijving lijkt het of je er alle tijd voor kunt nemen. Al deze afwegingen spelen zich bij de geoefende bestuurder razendsnel af. Handelen Tenslotte komt het aan op de uitvoering van de beslissing en moet je gaan handelen. Je moet onder alle omstandigheden in staat zijn om de voorkomende handelingen “aangepast en besluitvaardig” uit te voeren. Het hele proces van waarnemen tot en met het handelen kost tijd. Wordt dit proces meerdere keren doorlopen, dan kost dat nog meer tijd. Dit leer je door voldoende oefening. Des te meer ervaring (kilometers), des te efficiënter en veiliger verlopen de taakprocessen. ### Het doorlopen van de 5 taakprocessen Het doorlopen van de 5 taakprocessen In deze video zie je het oversteken van een gelijkwaardig kruispunt en de nabespreking, waarbij de rijinstructeur de 5 taakprocessen doorloopt. In deze video zie je hoe alle taakprocessen al rijdend verwoord worden. Er wordt meerdere keren een taakproces verwoord. ### Taakproces - voorspellen en evalueren Taakproces - voorspellen en evalueren Voorspellen Vervolgens voorspel je aan de hand van de waargenomen informatie de gevolgen van bepaalde gedragskeuzes. Het verwachtingspatroon heeft betrekking op: eigen gedrag; het gedrag van de overige verkeersdeelnemers; de verkeerssituatie. De gevolgen van eigen gedragskeuzes zijn te voorspellen, maar de gevolgen van de gedragskeuzes van de overige verkeersdeelnemers zijn moeilijker te voorspellen. Toch is hun reactie medebepalend voor de keuze van de verkeersopgave. Evalueren Na het voorspellen volgt het evalueren (beoordelen). Daarbij moet worden ingeschat in hoeverre de maatschappelijke belangen worden geschaad als jouw verwachtingspatroon inderdaad uitkomt. Je maakt een belangenafweging op het gebied van: de verkeersveiligheid; handel ik veilig? de verkeersdoorstroming; blokkeer ik de doorgang voor andere weggebruikers? het milieu; veroorzaak ik geen onnodige milieuschade? het sociaal rijgedrag: schaad ik de belangen van andere weggebruikers niet? ### Taakprocessen Taakprocessen Om een verkeersopgave op te kunnen lossen, moet je als weggebruiker de vijf taakprocessen doorlopen: waarnemen voorspellen evalueren beslissen en handelen Op deze en de volgende pagina's leggen we dit verder uit. We beginnen met waarnemen. Waarnemen We beginnen met het waarnemen van een verkeerssituatie. Om overzicht te krijgen en te behouden, moeten we leren "scannen". Scannen is waarnemen met het doel snel een totaalbeeld van de omgeving oftewel de verkeerssituatie te verkrijgen. Waarnemen in het verkeer doen we voornamelijk met behulp van de zintuigen "zien" en "horen". Waarnemen kan meer of minder bewust verlopen. Na een poosje autorijden kun je opeens met een schok denken: “ben ik al hier?” Een heel stuk van de route is niet bewust opgemerkt. We constateren dan dat “de automatische piloot" was ingeschakeld". Verkeersdeelnemers moeten door bewust en actief kijken de signalen die voor de verkeersopgave van belang zijn, waarnemen. Actief waarnemen is "het via de zintuigen bewust worden van informatie". Bovendien stel je dan ook vast wat er niet zoveel toe doet. Voorbeeld: je nadert een kruispunt. Wat merk je op over het soort kruispunt? Hoe is de voorrang hier geregeld? Welke verkeerstekens zie je? Wat is de naderingsrichting en -snelheid? Wat neem je waar m.b.t. weg- en voertuigcategorie? Welke andere weggebruikers zijn er? ### Afslaan links (script 25) Afslaan links (script 25) Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Afslaan links (script 25) in de praktijk wordt uitgevoerd. Scan. Ruimtekussen Scan. Richting aangeven. Voorsorteren. Kruispunt. Voor laten gaan. Scan. ### Afslaan rechts (script 25) Afslaan rechts (script 25) Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Afslaan rechts (script 25) in de praktijk wordt uitgevoerd. Scan. Ruimtekussen Scan. Richting aangeven. Voorsorteren. Kruispunt. Voor laten gaan. Scan. ### Afslaan (script 25) Afslaan (script 25) Bestuurder Afslaan doe je op een kruispunt of een (mini)rotonde. Je neemt altijd een bocht. Bij het afslaan moet je dus ook script 24 (kruispunten) en script 12 (positie) toepassen. Je moet het recht doorgaand verkeer op dezelfde weg voor laten gaan. Om aan deze regel te kunnen voldoen, is het belangrijk dat je ver vooruit scant. Signalen (richting aangeven) van andere bestuurders moet je herkennen. Deze gegevens moet je betrekken bij de beslissing die je neemt of gaat nemen. Omgeving  Andere weggebruikers mogen niet meer dan noodzakelijk worden gehinderd. Dit geldt voor alle verkeer. Waar dat verkeer zich ook bevindt of vanuit welke richting het nadert, is niet belangrijk. Andere weggebruikers reageren als jij richting aangeeft. Zij betrekken jouw gedrag bij hun beslissing om een handeling wel of niet uit te voeren. Jouw manier van optreden moet dus voor anderen duidelijk zijn. Auto  Technische bediening is ontzettend belangrijk. Voordat je werkelijk afslaat, moeten alle voorbereidende handelingen zijn uitgevoerd. Als je moet stoppen, zet dan de wielen in de rechtuitstand. Hiermee voorkom je, dat je op de verkeerde weghelft belandt als een andere bestuurder je een duwtje geeft. Op de volgende twee pagina's vind je de instructievideo's over rechts en links afslaan. ### Kruispunten (script 24) Kruispunten (script 24) Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Kruispunten (script 24) in de praktijk wordt uitgevoerd. Scan. Soort kruispunt. Ruimtekussen. Kijken. Voorrang verlenen. Kijken. Scan. ### Kruispunten (script 24) Kruispunten (script 24) Bestuurder Een kruispunt is een ontmoetingspunt van wegen waar het verkeer van richting kan en mag veranderen. Op een kruispunt is voorrang verlenen verplicht. Een kruispunt moet je daarom met de nodige voorzichtigheid naderen. Op deze manier kan je aan de voorrangsverplichtingen voldoen. Je kunt dan ook beter reageren als je zelf voorrang hebt, maar het niet krijgt. Soms is het beter om iemand die geen voorrang heeft, tóch voorrang te verlenen. Bijvoorbeeld voor een vlotte doorgang van het verkeer of het bevorderen van een veilige verkeerssituatie. Je moet dus niet alleen weten wat de verkeerstekens betekenen en hoe de verkeersregels luiden. Je moet ook kunnen bepalen wanneer het beter is om geen voorrang te nemen. Voorrang verlenen is meer dan voor het kruispunt stoppen. Een grote vrachtauto of bus heeft veel ruimte nodig om een bocht te nemen. Je moet hier rekening mee houden als je stopt. Denk ook aan een tram. De bestuurder kan niet echt uitwijken. Je moet er dus voor zorgen dat hij ongehinderd zijn weg kan vervolgen. Auto  De snelheid waarmee je een kruispunt nadert, is van groot belang. Je moet namelijk voorkomen dat je hard moet remmen om voorrang te verlenen. Als je 50 km/uur rijdt, moet je er minimaal 5 seconden over doen voordat je stilstaat. Rijd je 80 km/uur, dan moet je er ongeveer 8 seconden over doen (zie script 13, remmen). Je verleent dan op een goede manier voorrang. Omgeving  Bij naderen en oprijden van kruispunten moet steeds zo veilig mogelijk worden gehandeld. Onnodig hinderen en blokkeren moet worden voorkomen. De belangen van voetgangers, blinden en gehandicapten bepalen veelal het gedrag van anderen. Door hun beperkingen durven of kunnen zij niet oversteken. De andere weggebruikers zijn dan verantwoordelijk voor deze kwetsbare groep. Op de volgende pagina staat de instructievideo over dit script. ### Ingehaald worden (script 23) Ingehaald worden (script 23) Bestuurder Bij ingehaald worden is een andere bestuurder de initiatiefnemer en de uitvoerder van de manoeuvre. Tóch heb jij ook de verantwoordelijkheid voor de veiligheid, bijvoorbeeld als er gevaar of hinder dreigt te ontstaan voor tegemoetkomende weggebruikers. Bij ingehaald worden, en trouwens ook bij inhalen, is het inschatten van de snelheid van alle betrokken voertuigen erg belangrijk. Vooral in de spiegels kan dat lastig zijn, omdat het beeld vertekent. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Ingehaald worden (script 23) in de praktijk wordt uitgevoerd. Positie. Ruimtekussen. Scan. Auto Zorg voor voldoende uitzicht achter de auto. Als je de binnenspiegel niet kunt gebruiken, bijvoorbeeld door een pakket op de achterbank, moet je nog veel meer gebruikmaken van de buitenspiegels. Een rechterbuitenspiegel is dan altijd verplicht. Omgeving Meestal word je links ingehaald, maar soms ook rechts. Fietsers mogen bijvoorbeeld andere bestuurders rechts inhalen en bestuurders die rechts van een blokmarkering rijden, mogen dit ook. In een file mag er ook rechts worden ingehaald, net als vlak vóór en op (brede) rotondes. ### Tegemoetkomen (script 22) Tegemoetkomen (script 22) Bestuurder Er is sprake van ‘tegemoetkomen’ als je op een rijbaan rijdt die te smal is voor jou en de tegenligger samen. In die situatie moeten jij en de tegemoetkomende bestuurder uitwijken. Het is belangrijk dat je de snelheid van tegemoetkomende voertuigen goed inschat, zodat je tijdig kunt handelen. Auto Bij het uitwijken zal je vaak in de berm moeten rijden met de rechterwielen. Deze worden daardoor extra afgeremd en de personen auto zal naar rechts trekken. Daar moet je op voorbereid zijn. Bij het terugsturen naar de rijbaan doet dit verschijnsel zich andersom voor en zal de personenauto plotseling naar links trekken. Voor je het weet, beland je op de linker weghelft. Omgeving Hoewel jij en de tegenligger – wettelijk gezien - allebei moeten uitwijken, moet je er rekening mee houden dat niet alle bestuurders veilig in de berm kunnen rijden. Een zware vrachtauto loopt dan bijvoorbeeld het risico om weg te zakken. Als je niet kunt uitwijken, zal je tijdig moeten stoppen om de tegenligger te laten passeren. Op smalle wegen zijn er voor dit doel soms speciale uitwijkplekken. Maar je kunt ook bijvoorbeeld een inrit gebruiken. Kijk dus ver vooruit, om te kunnen anticiperen. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Tegemoetkomen (script 22) in de praktijk wordt uitgevoerd. Scan. Positie. Ruimtekussen. Scan. ### Ruimtekussen (script 21) vervolg Ruimtekussen (script 21) vervolg Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Ruimtekussen (script 21) in de praktijk wordt uitgevoerd. Scan. Volgafstand. Vrije ruimte. Uitwijkmogelijkheden. ### Ruimtekussen (script 21) Ruimtekussen (script 21) Bestuurder Als bestuurder is het belangrijk dat je een verkeerssituatie overziet en gevaar vroegtijdig opmerkt (bijvoorbeeld een bocht in het wegverloop). Je moet op tijd kunnen beslissen. Bij jouw beslissing spelen snelheid, het voertuig en eigen conditie een grote rol. Zorg altijd voor voldoende ruimte rondom de auto. Zorg dat je geen gevaar of hinder veroorzaakt of kunt veroorzaken (artikel 5 WVW). Onder alle omstandigheden moet je bereid zijn de verkeersveilig te gedragen. Auto  Als je een bocht rijdt, heb je te maken met de snelheid, de straal van de bocht, de grip van de banden en de toestand van het wegdek. Bij het rijden van een bocht ontstaat er een middelpuntvliedende kracht. Deze kracht wil de auto naar de buitenkant van de rijbaan drukken. De middelpuntvliedende kracht wordt bepaald door de massa van de auto, de straal van de bocht en de snelheid waarmee je rijdt. Als de middelpuntvliedende kracht groter wordt dan de grip tussen band en wegdek, raakt de auto uit de bocht. Een paar kilometer per uur minder hard rijden lost al heel veel op, het vergroot het ruimtekussen aan de buitenkant van de bocht. Dit komt doordat je gemakkelijker een kleinere bocht kunt maken. Omgeving Hoe groot het ruimtekussen moet zijn, wordt mede bepaald door: het soort weg; het aantal rijbanen; de toestand van het wegdek; waar je rijdt (binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom, in een winkelstraat of erf); de snelheid van het overige verkeer; de soorten weggebruikers; het weer, enzovoorts. Een voorbeeld hiervan is het filerijden. Als een bestuurder wil invoegen, dan geef  je deze de gelegenheid door de volgafstand te vergroten of de linkerstrook te kiezen. Op de volgende pagina staat de instructievideo over dit script. ### Volgafstand (script 20) Volgafstand (script 20) Rijden op rechte weggedeelten en het volgen van bochten Bij het berijden van wegen dient rekening te worden gehouden met een aantal factoren, zoals: de wegstructuur mogelijk verdeeld in rijbanen met rijstroken eventueel voorzien van fiets- en voetpaden; de categorie waartoe de weg behoort: stroomweg, gebiedsontsluitingsweg of erftoegangsweg; de situering van de weg: binnen of buiten de bebouwde kom; de bebakening, markering, signalering, wegverharding e.d.; andere omstandigheden en factoren, zoals: verkeersdrukte, het weer, aanwezige bebouwing, uitzicht. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Volgafstand (script 20) in de praktijk wordt uitgevoerd. ### Volgafstand (script 20) Volgafstand (script 20) Bestuurder Te dicht achter een andere bestuurder rijden, is gevaarlijk en hinderlijk. U heeft dan te weinig tijd om te reageren als uw voorligger moet remmen, uitwijken of een andere onverwachte manoeuvre maakt. De veilige volgafstand is (vooral) afhankelijk van de snelheid, de weersomstandigheden en de toestand van het wegdek. Auto Veel moderne personenauto’s hebben hulpmiddelen die u helpen een veilige volgafstand aan te houden, zoals adaptive cruise control. Deze zijn handig, maar nemen niet weg dat uzélf verantwoordelijk blijft en de juiste keuzes moet maken. Omgeving Andere verkeersdeelnemers beïnvloeden de volgafstand. Als de voorligger remt, zal de volgafstand afnemen. Dat is ook het geval als er een auto tussen u en uw voorligger invoegt. U moet dan zélf de volgafstand weer herstellen, bijvoorbeeld door even gas los te laten. Bekijk onderstaande video goed. Deze video laat zien hoe Volgafstand (script 20) in de praktijk wordt uitgevoerd. Positie. Veilige afstand. Scan. ### Parkeren achteruit in vak (script 28h) Parkeren achteruit in vak (script 28h) Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Parkeren (achteruit in vak) (script 28h)in de praktijk wordt uitgevoerd. Stop. Schakel. Scan. ### Parkeren vooruit in vak (script 28g) Parkeren vooruit in vak (script 28g) Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Parkeren vooruit in vak (script 28g) in de praktijk wordt uitgevoerd. Stop. Schakel. Scan. ### Parkeren vooruit in vak (script 28g) en Parkeren achteruit in vak (script 28h) Parkeren vooruit in vak (script 28g) en Parkeren achteruit in vak (script 28h) Bestuurder Parkeren doe je natuurlijk alleen op plaatsen waar dat is toegestaan. Kijk ook of er genoeg ruimte is, en beoordeel (voordat je parkeert!) of het wegrijden later niet erg moeilijk zal zijn. Het is een bijzondere manoeuvre, dus moet je weer iedereen voor laten gaan. Je moet gevaarlijke situaties vermijden. Als je naast een auto stopt om er achteruit in file achter te parkeren, let dan op of er een bestuurder in de auto zit. Misschien doet deze zijn portier open zonder te kijken. Auto Vaak komt het voor dat een parkeerpoging wordt afgebroken. De bestuurder kan de afmetingen van zijn auto niet goed inschatten en denkt dat zijn auto niet ‘past’. Sommige auto’s hebben een systeem dat automatisch fileparkeert. Als bestuurder hoef je dan niets meer te doen: het gas geven, sturen en remmen gaat vanzelf. Dat is handig, maar je moet toch ook écht zelf de parkeermanoeuvre kunnen uitvoeren. Omgeving Andere bestuurders willen best even wachten als je moet parkeren. Maak wel duidelijk wat je wilt gaan doen. Communiceer met de richtingaanwijzer, vaak stopt jouw achterligger dan op ruime afstand van je. Dat is wel zo prettig. Vaak draait de achterzijde van jouw auto een klein stukje over de trottoirband. Als er dus een vuilniszak of een lantarenpaal staat, heb je al snel schade. Houd daarom rekening met obstakels die dicht bij de rijbaan staan. Parkeren kan je vooruit (met de rijrichting mee) en achteruit uitvoeren. Het voordeel van vooruit parkeren is dat je het overige verkeer minder hindert. Het nadeel is dat vooruit parkeren veel meer ruimte nodig heeft. De keuze voor vooruit of achteruit parkeren is afhankelijk van de verkeerssituatie. Op de volgende twee pagina's staan de instructievideo's over dit script. ### Parkeren achteruit in file (script 28b) Parkeren achteruit in file (script 28b) Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Parkeren achteruit in file (script 28b) in de praktijk wordt uitgevoerd. Stop. Schakel. Scan. ### Parkeren vooruit in file (script 28a) Parkeren vooruit in file (script 28a) Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Parkeren vooruit in file (script 28a) in de praktijk wordt uitgevoerd. Stop. Schakel. Scan. ### Parkeren vooruit in file (script 28a) en parkeren achteruit in file (script 28b) Parkeren vooruit in file (script 28a) en parkeren achteruit in file (script 28b) Bestuurder Parkeren doe je natuurlijk alleen op plaatsen waar dat is toegestaan. Kijk ook of er genoeg ruimte is, en beoordeel (voordat je parkeert!) of het wegrijden later niet erg moeilijk zal zijn. Het is een bijzondere manoeuvre, dus moet je weer iedereen voor laten gaan. Je moet gevaarlijke situaties vermijden. Als je naast een auto stopt om er achteruit in file achter te parkeren, let dan op of er een bestuurder in de auto zit. Misschien doet deze zijn portier open zonder te kijken. Auto Vaak komt het voor dat een parkeerpoging wordt afgebroken. De bestuurder kan de afmetingen van zijn auto niet goed inschatten en denkt dat zijn auto niet ‘past’. Sommige auto’s hebben een systeem dat automatisch fileparkeert. Als bestuurder hoef je dan niets meer te doen: het gas geven, sturen en remmen gaat vanzelf. Dat is handig, maar je moet toch ook écht zelf de parkeermanoeuvre kunnen uitvoeren. Omgeving Andere bestuurders willen best even wachten als je moet parkeren. Maak wel duidelijk wat je wilt gaan doen. Communiceer met de richtingaanwijzer, vaak stopt jouw achterligger dan op ruime afstand van je. Dat is wel zo prettig. Vaak draait de achterzijde van jouw auto een klein stukje over de trottoirband. Als er dus een vuilniszak of een lantarenpaal staat, heb je al snel schade. Houd daarom rekening met obstakels die dicht bij de rijbaan staan. Parkeren kan je vooruit (met de rijrichting mee) en achteruit uitvoeren. Het voordeel van vooruit parkeren is dat je het overige verkeer minder hindert. Het nadeel is dat vooruit parkeren veel meer ruimte nodig heeft. De keuze voor vooruit of achteruit parkeren is afhankelijk van de verkeerssituatie. Op de volgende twee pagina's staan de instructievideo's over dit script. ### Quiz - Voordat je gaat uitstappen moet je eerst kijken Je voertuig staat aan de linkerzijde van de rijbaan met de neus tegen de rijrichting in. Voordat je gaat uitstappen moet je eerst kijken. In welke volgorde vindt dit kijken plaats? In de binnenspiegel   -   In de linkerbuitenspiegel   -  Over de linkerschouder Onjuist, het correcte antwoord is: In de binnenspiegel   -  In de linkerbuitenspiegel   -  Over de linkerschouder Bij het parkeren aan de linker- of rechterzijde van de rijbaan wordt, voor het uitstappen, in de binnen- en linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder gekeken.   Rijprocedure B, hoofdstuk 3.7- in-/uitstappen ### Zet script 4 (uitstappen) in de juiste volgorde. Zet script 4 (uitstappen) in de juiste volgorde. 1. Kijken 2. Portier openen 3. Uitstappen 4. Weglopen Portier sluiten 5. Portier sluiten Weglopen ### Uitstappen (script 4) Uitstappen (script 4) Bestuurder Als je wilt uitstappen, mag je niemand hinderen of in gevaar brengen (artikel_5_WVW). Je moet, voordat je het portier opent, goed opletten op andere weggebruikers. Als er iemand is die je kunt hinderen, moet je vlot uitstappen en de auto afsluiten. Loop altijd tegen het verkeer in (tegen de klok inlopen) naar de zijkant van de rijbaan. Auto  De deur van de auto moet gemakkelijk open gaan. Het slot moet goed werken. Omgeving  Als je minder goed oplet en de deur opent als er verkeer aankomt, veroorzaakt dit een schrikreactie (ook als je de deur maar een klein stukje opent). Een andere weggebruiker zal gaan remmen of uitwijken. Anderen rekenen hier niet op en je veroorzaakt een kettingreactie die verkeerd af kan lopen. Even goed opletten voorkomt een hoop ergernis en ellende. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Uitstappen (script 4) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Kijken. Portier openen. Uitstappen. Portier sluiten. Weglopen. ### Quiz - hoeveel keren mag je steken In hoeveel keren mag je steken bij de opdracht keren door middel van steken bij het exameninstituut IBKI? a) Het keren door middel van steken mag in 3 of 5 keer gebeuren. De keuze ligt bij de aankomend instructeur. b) Het keren door middel van steken mag in 3 of 5 keren gebeuren afhankelijk van de rijbaanbreedte. c) Het keren door middel van steken dient in maximaal 3 keer steken te gebeuren. Correct beantwoord! De bedoeling is om: - de auto, door eenmaal achteruit te rijden, op de gekozen plaats om te keren. - bij deze verrichting mag gebruik gemaakt worden van de naastgelegen parkeervakken. ### Keren door middel van steken (script 29b) Keren door middel van steken (script 29b) Bestuurder Keren door middel van steken doe je pas als er geen andere mogelijkheden zijn om de auto te keren. Het is een manoeuvre waarbij je het overige verkeer bijna altijd hindert. Je moet dan ook proberen te voorkomen dat je meer dan éénmaal achteruit moet rijden. Je moet alle weggebruikers, ongeacht uit welke richting ze komen, voor laten gaan. Auto  Bij deze manoeuvre is het belangrijk dat je langzaam rijdt en snel stuurt. Als je de eerste keer vooruit rijdt, moet je niet te vroeg terug gaan sturen. Doe dit pas als de rechter benedenhoek van de voorruit overeenkomt met de trottoirband. Stuur nooit als je stilstaat. Dit kan behoorlijke schade aan het stuurmechanisme opleveren. Als je achteruit rijdt, ga je pas naar links sturen wanneer de auto net overhaaks komt te staan ten opzichte van de rijbaan. Voorkom dat je hard tegen een trottoirband aan rijdt. Je kunt dan het karkas van de band beschadigen waardoor mogelijk een gevaarlijke situatie ontstaat. Omgeving  Voor anderen is keren op de rijbaan hinderlijk. Doe dit alleen maar als er geen andere oplossingen mogelijk zijn. Let bij het uitvoeren op obstakels die dicht langs de rijbaan staan en op voetgangers. Wees duidelijk voor anderen en probeer de manoeuvre zo vlot mogelijk uit te voeren. Probeer met name in te schatten wat uw actie voor anderen betekent. Zij worden misschien verplicht zich aan te passen. U moet voorkomen dat daardoor gevaarlijke situaties ontstaan. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Keren door middel van steken (script 29b) in de praktijk wordt uitgevoerd. Stop. Schakel. Scan. ### Quiz - bijzondere verrichting halve draai Voordat je met de bijzondere verrichting halve draai gaat beginnen, moet er dan gestopt worden volgens de rijprocedure B? a) Ja, volgens de rijprocedure B dien je te allen tijde te stoppen voordat je met deze oefening begint. b) Nee, je hoeft bij deze oefening helemaal niet te stoppen voordat je begint. c) Nee, indien nodig moet er gestopt worden. Correct beantwoord! Volgens de rijprocedure B, hoofstuk 3.7, dien je indien nodig te stoppen voordat je met de oefening begint. ### Keren halve draai (script 29a) Keren halve draai (script 29a) Bestuurder Wanneer je verder wilt rijden in tegenovergestelde richting, zijn er een aantal manieren om de auto te keren. Je kunt bijvoorbeeld een bocht achteruit maken. Een andere manier is het keren tussen de trottoirbanden of het maken van een halve draai. Je zou natuurlijk ook een blokje rond kunnen rijden. Welke manier je toepast, hangt af van de situatie. Is er voldoende ruimte, kies dan voor het maken van een halve draai. Het voordeel is dat je deze bijzondere manoeuvre vooruit kunt uitvoeren. Je houdt daardoor goed overzicht over de situatie en de actie duurt maar kort. Je moet ook hierbij iedereen voor laten gaan en de handeling in een vloeiende beweging uitvoeren. Auto Bij het uitvoeren van een halve draai is de draaicirkel van de auto een beperking. Daarom moet je zo snel mogelijk sturen bij een zo laag mogelijke snelheid. Je mag niet sturen als je stilstaat. Sommige auto's kunnen niet zo 'scherp sturen' waardoor ze meer ruimte nodig hebben. Als je een halve draai uitvoert, moet je goed opletten dat de banden niet tegen de trottoirband schuren. Als een waterput of trottoirband bijvoorbeeld iets uitsteekt, rijd je gemakkelijk een winkelhaak in de band. Omgeving Een halve draai is snel uitgevoerd, waardoor de kans op hinder voor het overige verkeer klein is. Pas wel op dat je geen voetgangers de stuipen op het lijf jaagt. Als je scherp naar links draait om de halve draai te maken, kunnen voetgangers links op het trottoir schrikken. Wacht dan heel even met het uitvoeren van de manoeuvre. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Keren halve draai (script 29a) in de praktijk wordt uitgevoerd. Stop. Schakel. Scan. ### Quiz - achteruitrijden in een aangegeven bocht Vul onderstaande tekst aan zoals deze beschreven staat bij de normen van het exameninstituut IBKI voor de bijzondere verrichting achteruitrijden in een aangegeven bocht. Bij deze bijzondere verrichting dient de examinator de kandidaat 5 meter voor   het kruispunt te laten stoppen. Vervolgens geeft hij de opdracht een bocht achteruit te rijden. Voordat met achteruitrijden wordt begonnen dient de auto maximaal 50 centimeter  van de rijbaankant verwijderd te staan. Gedurende de gehele manoeuvre moet nagenoeg evenwijdig met de rijbaankant worden gereden. Slechts kleine correcties over een kleine lengte zijn toegestaan. Er moet minimaal 10 meter 5 meter  na de bocht worden doorgereden. -------------------------------------------------------------- Onjuist, het correcte antwoord is: Bij deze bijzondere verrichting dient de examinator de kandidaat voor   het kruispunt te laten stoppen. Vervolgens geeft hij de opdracht een bocht achteruit te rijden. Voordat met achteruitrijden wordt begonnen dient de auto maximaal 50 centimeter  van de rijbaankant verwijderd te staan. Gedurende de gehele manoeuvre moet nagenoeg evenwijdig met de rijbaankant worden gereden. Slechts kleine correcties over een kleine lengte zijn toegestaan. Er moet minimaal 5 meter  na de bocht worden doorgereden. ### Achteruitrijden aangegeven bocht (script 27b) Achteruitrijden aangegeven bocht (script 27b) Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Achteruitrijden aangegeven bocht (script 27b) in de praktijk wordt uitgevoerd. Stop. Schakel. Scan. ### Achteruitrijden rechte lijn (script 27a) vervolg Achteruitrijden rechte lijn (script 27a) vervolg Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Achteruitrijden rechte lijn (script 27a) in de praktijk wordt uitgevoerd. Stop. Schakel. Scan. ### Achteruitrijden rechte lijn (script 27a en script 27b) Achteruitrijden rechte lijn (script 27a en script 27b) Bestuurder Dit is een bijzondere manoeuvre waarbij je alle weggebruikers voor moet laten gaan. Je zult merken dat het achteruitrijden in een rechte lijn en van een bocht in de praktijk veel voorkomt. Het achteruitrijden van een bocht is bijvoorbeeld een goed en relatief veilig alternatief voor keren. Net als bij achteruitrijden (in een rechte lijn) moet je goed op obstakels letten. Probeer ook te bepalen of er gevaarlijke situaties ontstaan als je de bocht achteruit gaat maken. Als je aan komt rijden, moet je de plaats waar je naartoe wilt dus verkennen. Scan de omgeving en beoordeel de situaties die het vlot en veilig uitvoeren van de manoeuvre kunnen beïnvloeden. Probeer achteruitrijden in een drukke straat te voorkomen. Auto  Bij het achteruitrijden in een rechte lijn en van een bocht is het goed regelen van de snelheid belangrijk. Soms wordt de snelheid van de auto gecontroleerd door iets bij te remmen. Dit is fout. Regel de snelheid met de koppeling. Dit betekent dat je de koppeling van de auto niet helemaal kunt laten opkomen. De koppeling slipt dus constant. Dit is geen ideale situatie. De gehele manoeuvre moet daarom kort duren. Omgeving  Een bestuurder die achteruit een bocht neemt, is een obstakel. Andere bestuurders hebben niet altijd het geduld om even te wachten en rijden gewoon door. Daardoor is hun positie niet meer juist en kunnen zij óók een probleem veroorzaken. Let tevens op obstakels en/of stilstaande objecten. Vooral kinderen mag je niet over het hoofd zien. Op de volgende pagina's staan de instructievideo's over dit script. ### Hellingproef (script 26) Hellingproef (script 26) Bestuurder Als je bent gestopt op een helling is het wegrijden wat lastiger dan op een vlakke weg. Je moet vlot kunnen wegrijden, zonder dat de auto achteruit rolt. Op een steilere helling is het raadzaam om de parkeerrem te gebruiken. Auto Omdat het ‘op gang brengen’ van de auto op een helling extra zwaar gaat, is er een groter risico dat je met teveel slippende koppeling rijdt. Als je de parkeerrem gebruikt om te voorkomen dat jouw auto achteruit rolt, moet je deze op precies het juiste moment weer uitschakelen, anders ‘smoort’ je de motor tijdens het wegrijden. Omgeving Als je moeite hebt met wegrijden op een helling, belemmer je de doorstroming. Ongeduldige achterliggers zullen jou misschien inhalen, wat op een helling niet zo verstandig is. Dus ook de veiligheid komt in gedrang als je niet soepel kunt wegrijden op een helling. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Hellingproef (script 26) in de praktijk wordt uitgevoerd. Stop. Gebruik rem. Wegrijden. ### Voordat je gaat wegrijden na een stop buiten het verkeer aan de rechterzijde Voordat je gaat wegrijden na een stop buiten het verkeer aan de rechterzijde, moet je eerst kijken. Welke kijkvolgorde staat aangegeven in de rijprocedure B voor het wegrijden vanaf de rechterzijde van de weg? Naar voren In de binnenspiegel   -  In de binnenspiegel Naar voren   -  In de linkerbuitenspiegel   -  Over de linkerschouder Onjuist, het correcte antwoord is: In de binnenspiegel   -  Naar voren   -  In de linkerbuitenspiegel   -  Over de linkerschouder De rijprocedure B, hoofdstuk 3, omschrijft het volgende kijkgedrag: Vóór het wegrijden vanaf de rechterzijde van de weg, kijken in de volgorde: binnenspiegel, naar voren, linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder. ### Zet script 19 (wegrijden en stoppen) het wegrijden na een stop buiten het verkeer in de juiste volgorde. Zet script 19 (wegrijden en stoppen) het wegrijden na een stop buiten het verkeer in de juiste volgorde. Sleep de antwoorden naar de juiste plek: 1. PLAATS ANTWOORD HIER 2. PLAATS ANTWOORD HIER 3. PLAATS ANTWOORD HIER 4. PLAATS ANTWOORD HIER 5. PLAATS ANTWOORD HIER Scan 2 Voor laten gaan Richting aangeven Technische wijze wegrijden Scan 1 ### Wegrijden en stoppen (script 19) Wegrijden en stoppen (script 19) Bestuurder Je mag alleen wegrijden of stoppen als je het overige verkeer niet in gevaar brengt of hindert. Alleen goed scannen is dus niet voldoende. Je moet de gehele verkeerssituatie kunnen beoordelen en daar jouw timing en snelheid op aanpassen. Auto Om de veiligheid en doorstroming te bevorderen, moet je soms extra vlot optrekken. Je mag dan later opschakelen; de motor maakt dan meer toeren en levert meer vermogen. Als je moet stoppen, laat dan zo vroeg mogelijk het gaspedaal los. Hierdoor gebruik je het rollende vermogen van de auto en bespaar je brandstof. Zorg er wel voor dat je de doorstroming niet (onnodig) belemmert. Omgeving Bij het wegrijden moet je de omgeving en verkeerssituatie goed beoordelen en jouw gedrag aanpassen. Als je bijvoorbeeld buiten de bebouwde kom wilt wegrijden, heb je met een groot snelheidsverschil te maken. Als je op een woonerf geparkeerd staat, kunnen er kinderen spelen. Houd ook rekening met de verkeersdrukte, het uitzicht, de weersomstandigheden, enzovoorts. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Wegrijden en stoppen (script 19) in de praktijk wordt uitgevoerd. Wegrijden (script 19) 1. Scan. 2. Voor laten gaan. 3. Richting aangeven. 4. Technische wijze wegrijden. 5. Scan. Stoppen (script 19) 1. Scan. 2. Voor laten gaan. 3. Richting aangeven. 4. Technische wijze stoppen. ### Zet script 18 (technische wijze wegrijden) in de juiste volgorde. Zet script 18 (technische wijze wegrijden) in de juiste volgorde. Sleep de antwoorden naar de juiste plek: 1. PLAATS ANTWOORD HIER 3. PLAATS ANTWOORD HIER 4. PLAATS ANTWOORD HIER 5. PLAATS ANTWOORD HIER Sturen Positie Schakel Koppelen ### Technische wijze wegrijden (script 18) Technische wijze wegrijden (script 18) Bestuurder Je moet de (parkeer)rem, de koppeling, het schakelmechanisme en de gastoevoer in samenhang kunnen bedienen om in een vloeiende beweging weg te rijden. Je moet je aandacht kunnen verdelen tussen de bediening en het sturen. Auto De bediening van koppeling, schakelmechanisme en gaspedaal werkt in de meeste personenauto’s ongeveer hetzelfde. De parkeerrem (handrem) is wél in verschillende uitvoeringen. Sommige bedien je met de hand, andere met je voet en weer andere met een knop op je dashboard. Omgeving Rijd direct na het starten (rustig) weg. Dat is beter voor het milieu en vermindert de geluidsoverlast. Scan goed, zodat je niet direct na het wegrijden weer moet remmen. Bekijk onderstaande video goed. Deze video laat zien hoe Technische wijze wegrijden (script 18) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Schakel. Koppelen. Sturen. Positie. ### Zet script 17 (schakelen) in de juiste volgorde. Zet script 17 (schakelen) in de juiste volgorde. Sleep de antwoorden naar de juiste plek: 1. PLAATS ANTWOORD HIER 3. PLAATS ANTWOORD HIER 4. PLAATS ANTWOORD HIER 5. PLAATS ANTWOORD HIER Koppel Hendel in de juiste versnelling Rechterhand op de schakelhendel Ontkoppel ### Schakelen (script 17) Schakelen (script 17) Bestuurder Je moet tijdig schakelen om de motor in het optimale toerengebied te houden. Dat is goed voor de prestaties, voorkomt onnodige slijtage en bespaart brandstof. De schakelprocedure moet je vloeiend en ‘met gevoel’ uitvoeren. Auto Een automotor presteert het beste binnen een bepaald toerengebied. Vaak staat dat aangegeven op de toerenteller, maar je kunt ook in het instructieboekje kijken. Schakel tijdig op (ver doorhalen in de versnelling kent alleen maar nadelen) en schakel pas terug als het motortoerental daadwerkelijk te laag is. Omgeving Als je op de juiste manier gas geeft en vlot doorschakelt, accelereer je adequaat en belemmer je de doorstroming niet. Door tijdig een hogere versnelling te kiezen, voorkom je dat de motor teveel toeren draait. Dit scheelt geluidsoverlast. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Schakelen (script 17) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. 1. Rechterhand op de schakelhendel. 2. Ontkoppel. 3. Hendel in de juiste versnelling. 4. Koppel. ### Koppel (script 16) Koppel (script 16) Bestuurder Als je de koppeling niet goed bedient, slaat de motor vaak af. Dit kan erg gevaarlijk zijn, bijvoorbeeld als je even snel voor een vrachtauto wilt oversteken. Sommige bestuurders lossen dit op door met een slippende koppeling weg te rijden. Dit heeft als nadeel dat de auto langzaam op snelheid komt, wat de doorstroming belemmert. Bovendien slijt de koppeling dan onnodig snel. Auto Als de koppeling versleten is of niet goed is afgesteld, slippen de koppelingsplaten bij het wegrijden. Bij langdurig slippen kunnen ze verbranden; dat kun je duidelijk ruiken. Wegrijden met versleten of verbrande koppelingsplaten gaat moeizaam (langzaam). Omgeving Als je wegrijdt met een te lang slippende koppeling, draait de motor met een hoog toerental. Je veroorzaakt dan geluidsoverlast. Bovendien verloopt het optrekken trager, waardoor je de doorstroming belemmert. Bekijk onderstaande video goed. Deze video laat zien hoe Koppel (script 16) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Koppelingspedaal tot aangrijpingspunt. Gas doseren. Koppelingspedaal geheel los. ### Zet script 15 (stoppen) in de juiste volgorde. Zet script 15 (stoppen) in de juiste volgorde. Sleep de antwoorden naar de juiste plek: 1. PLAATS ANTWOORD HIER 2. PLAATS ANTWOORD HIER 3. PLAATS ANTWOORD HIER 4. PLAATS ANTWOORD HIER 5. PLAATS ANTWOORD HIER 6. PLAATS ANTWOORD HIER Eindschok Scan Op veilige wijze Rem Op bestemde plaats Ontkoppel ### Stoppen (script 15) Stoppen (script 15) Bestuurder Er zijn verschillende soorten stops, bijvoorbeeld: je kunt aan de kant van de weg stoppen om te parkeren (een stop buiten het verkeer), je moet stoppen voor een verkeerslicht (een stop in het verkeer), of je moet plotseling stoppen om een aanrijding te voorkomen (een noodstop). De technische uitvoering is in alle gevallen bijna hetzelfde. Het verschil zit in het samenspel met de andere weggebruikers. Als je goed scant, kun je een groot aantal stops voorkomen. Hiermee spaar je het milieu en verlaag je het brandstofgebruik. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Stoppen (script 15) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. 1. Scan. 2. Rem. 3. Ontkoppel. 4. Eindschok. 5. Op veilige wijze. 6. Op bestemde plaats. Auto Als het remsysteem (en de veiligheidssystemen) goed werkt, zal je auto gemakkelijk de vereiste remvertraging halen. Andere factoren, zoals versleten banden of een glad wegdek, kunnen ervoor zorgen dat je remweg langer wordt. Omgeving Veel aanrijdingen worden veroorzaakt doordat achterliggers niet in de gaten hebben dat een bestuurder plotseling stopt. Dit kun je voorkomen door een remseintje te geven. Je trapt het rempedaal een aantal keer in zonder echt te remmen (aantikken); je remlichten waarschuwen dan je achterligger. Je mag geen gevaar of hinder veroorzaken. Als je moet stoppen, moet je er in ieder geval voor zorgen dat het overige verkeer zo veel mogelijk kan blijven rijden. ### Ontkoppel (script 14) Ontkoppel (script 14) Bestuurder Om te kunnen schakelen en om te kunnen stilstaan met draaiende motor moet je ontkoppelen. Doe dat op tijd. Als je de koppeling te vroeg intrapt, rolt de auto zonder aandrijving door. Je verliest dan de grip op de auto, helemaal als je een bocht neemt. Als je de koppeling te laat intrapt, kan de motor afslaan (bij het afremmen naar stilstand) of kun je de versnellingsbak beschadigen (bij het schakelen). Auto De koppeling van de auto maakt het mogelijk om de verbinding tussen de motor en de wielen te verbreken. Hij werkt met 2 wrijvingsplaten die tegen elkaar geklemd zitten. Als je de koppeling intrapt, duw je de platen uit elkaar en is de verbinding verbroken. Je kunt nu schakelen of stilstaan met draaiende motor. Omgeving Ontkoppel niet te vroeg, maar zeker niet te laat. Als je te laat ontkoppelt, slaat de motor af en hinder je de doorstroming van het verkeer. Ook bij het afremmen naar stilstand moet je de koppeling op het juiste moment bedienen om te voorkomen dat de motor afslaat. Bekijk onderstaande video goed. Deze video laat zien hoe Ontkoppel (script 14) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Gas los. Linkervoet op koppelingspedaal. ### Remmen (script 13) Remmen (script 13) Bestuurder Je moet comfortabel en veilig kunnen remmen. Dit bereik je door gedoseerd te remmen zonder een onnodig hoge remvertraging. Een prettige en veilige manier van remmen is een remvertraging van ongeveer 4 m/s2. In de praktijk leer je hoe dat aanvoelt. Auto Je kunt een auto op drie manieren afremmen: door het gaspedaal los te laten zodat de brandstoftoevoer naar de motor wordt onderbroken, door terug te schakelen en door de voetrem te gebruiken. Als het remsysteem defect raakt, kun je gebruikmaken van de parkeerrem om de auto tot stilstand te brengen. Er kunnen hulpsystemen zoals ABS, Brake Assist en Automatic Emergency Brake in de auto zijn gebouwd om te helpen. Je moet daar dan goed mee om kunnen gaan. Omgeving Je moet tijdig remmen, anders weet de omgeving niet of je zult stoppen. Ze kunnen hun gedrag er dan niet op aanpassen. Of ze schrikken, omdat ze denken dat je door zult rijden. Ook het risico op aanrijdingen van achteren wordt kleiner als je tijdig en geleidelijk afremt. Bekijk onderstaande video goed. Deze video laat zien hoe Remmen (script 13) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Gas los. Rechtervoet op rempedaal. Rem gedoseerd. ### Positie (script 12) Positie (script 12) Bestuurder Wat de juiste positie is op de weg bepaal je door rekening te houden met een groot aantal factoren. Goed scannen is dus belangrijk. Auto De breedte van de auto - maar ook de lengte, zeker als je met een aanhangwagen rijdt – bepaalt mede wat de juiste positie is. Je moet die afmetingen dan ook goed kunnen inschatten. Omgeving Andere weggebruikers lezen uit jouw positie af wat je van plan bent. Controleer dus regelmatig of je nog op de goede plaats op de weg rijdt. Ook kan een verkeerde positie gevaar of hinder veroorzaken, bijvoorbeeld als je te dicht langs een fietsstrook rijdt. Tenslotte kan een verkeerde positie irritant zijn, bijvoorbeeld onnodig links blijven rijden op een autosnelweg. Bekijk onderstaande video goed. Deze video laat zien hoe Positie (script 12) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Scan. Rechts. Scan. ### Zet script 10 (scan) in de juiste volgorde. Zet script 10 (scan) in de juiste volgorde. Sleep de antwoorden naar de juiste plek: 1. PLAATS ANTWOORD HIER 2. PLAATS ANTWOORD HIER 3. PLAATS ANTWOORD HIER 4. PLAATS ANTWOORD HIER 5. PLAATS ANTWOORD HIER Kijk 200 meter vooruit Kijk in de binnenspiegel Kijk voor je Blik niet fixeren Kijk in de buitenspiegel(s) ### Sturen (script 11) Sturen (script 11) Bestuurder Je stuurt met de doorgeefmethode of de overpakmethode. Die laatste gebruik je alleen als je langzaam rijdt en zeer snel moet sturen. Met de doorgeefmethode heb je meer controle over het stuur. Bovendien blijven de armen buiten het bereik van de airbag, mocht die uitklappen bij een aanrijding. Auto Het stuurgedrag verschilt per merk en type. Je moet dus altijd even wennen als je in een andere auto stapt. De stuurbekrachtiging maakt het sturen lichter, maar je verliest wel enigszins ‘het gevoel met de weg’. Daardoor maak je eerder een verkeerde stuurbeweging. Omgeving Weggebruikers in de omgeving kunnen schrikken of in gevaar komen als u een verkeerde stuurbeweging maakt. Dit kan leiden tot een kettingreactie van ‘ongecontroleerde’ rem- of stuurbewegingen. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Sturen (script 11) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Stuurhouding. Scan. Methoden: doorgeefmethode en overpakmethode. Terugsturen. ### Scan Script 10 Scan Script 10 Bestuurder Goed scannen is de basis van veilig autorijden. Om te kunnen begrijpen welke informatie ‘uit het verkeer’ voor je belangrijk is, moet je leren om goed waar te nemen. Je moet hiervoor kennis bezitten van de verkeerstheorie, het voertuig, de weg en de verkeersomgeving. Door goed te scannen krijg je overzicht over de verkeersomgeving en kun je goed vooruit denken en handelen (anticiperen). Je bent dan in staat aangepast en besluitvaardig auto te rijden. Auto Natuurlijk moet je zorgen dat de ramen schoon zijn en dat er geen voorwerpen in de auto het zicht belemmeren, maar zelfs dan wordt het uitzicht altijd beperkt door de raam- en deurstijlen. Soms is het daarom nodig dat je iets naar voren beweegt om goed te kunnen scannen. Ook goed afgestelde spiegels zijn essentieel. Houd er wél rekening mee dat er altijd dode hoeken blijven bestaan, hoe goed je de spiegels ook afstelt. Technische hulpmiddelen, zoals dode hoek verklikkers en adaptive cruise control kunnen de scantaak ondersteunen. Maar je blijft zelf verantwoordelijk voor goed scannen. Omgeving In de verkeersomgeving zijn andere weggebruikers het gevaarlijkst. Een boom steekt tenslotte niet plotseling over en een bocht komt niet uit de lucht vallen. Door goed de omgeving te scannen, zie je mogelijke gevaren vroegtijdig en kun je jouw gedrag aanpassen. Een vrachtauto die verderop de weg op draait, zal vermoedelijk een deel van jouw weghelft in beslag gaan nemen. Door tijdig op deze situatie in te spelen (even gas loslaten), hoef je niet te stoppen en is het voor de vrachtautobestuurder duidelijk dat je rekening houdt met zijn probleem. Scan (script 10) Kijk 200 m vooruit. Blik niet fixeren. Kijk in de binnenspiegel. Kijk voor je. Kijk in de buitenspiegel(s). ### Gas geven (script 9) Gas geven (script 9) Bestuurder Met de rechtervoet regel je de snelheid van de auto. Hoe ver je het gaspedaal moet intrappen, is afhankelijk van de versnelling waarin je rijdt, de snelheid waarmee je rijdt en of je wilt accelereren of vaart verminderen. In elke situatie moet je precies de juiste hoeveelheid ‘gas geven’. Auto Een computersysteem regelt dat precies de juiste hoeveelheid brandstof wordt ingespoten in de motor. Je moet wel ‘doortastend’ gas geven, om de elektronica goed aan te sturen. Omgeving Onnodig veel gas geven (bijvoorbeeld om lekker snel weg te scheuren) en ‘spelen met het gaspedaal’ als je stilstaat, veroorzaken geluidsoverlast en onnodige uitstoot van uitlaatgassen. Bekijk onderstaande video goed. Deze video laat zien hoe Gas geven (script 9) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Rechtervoet op het pedaal / hiel steunt op de vloer. Gas doseren. ### Zet de handelingen van script 8 (starten en afzetten) het afzetten in de juiste volgorde. Zet de handelingen van script 8 (starten en afzetten) het afzetten in de juiste volgorde. Sleep de antwoorden naar de juiste plek: 1. PLAATS ANTWOORD HIER 2. PLAATS ANTWOORD HIER 3. PLAATS ANTWOORD HIER 4. PLAATS ANTWOORD HIER 5. PLAATS ANTWOORD HIER 6. PLAATS ANTWOORD HIER Afzetten Parkeerrem Rem los Verbruikers uit Schakel Koppel ### Zet de handelingen van script 8 (starten en afzetten) het starten in de juiste volgorde. Zet de handelingen van script 8 (starten en afzetten) het starten in de juiste volgorde. Sleep de antwoorden naar de juiste plek: 1. PLAATS ANTWOORD HIER 2. PLAATS ANTWOORD HIER 3. PLAATS ANTWOORD HIER 4. PLAATS ANTWOORD HIER 5. PLAATS ANTWOORD HIER 6. PLAATS ANTWOORD HIER Parkeerrem Starten Ontkoppel Schakel Verbruikers aan Rem vast ### Starten en afzetten (script 8) Starten en afzetten (script 8) Bestuurder Volg de startprocedure zoals die door de fabrikant is voorgeschreven, anders kan er schade aan de auto ontstaan. Ontkoppel voordat je gaat starten; zo voorkom je dat de auto vooruit ‘springt’ als deze nog in de versnelling staat. Auto Het elektronische motormanagement zorgt dat er precies genoeg brandstof wordt ingespoten. Je verstoort dit proces als je gas geeft tijdens het starten. Doe dat dus niet. Omgeving Een stationair draaiende motor veroorzaakt geluid(soverlast) en stoot uitlaatgassen uit. Rijd daarom na het starten direct weg en schakel de motor uit als u langere tijd stilstaat. Veel auto’s zijn uitgerust met een start-stop systeem dat automatisch de motor uitschakelt bij (langere) stops in het verkeer. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Starten en afzetten (script 8) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Motor starten  Motor afzetten  Ontkoppel. Rem vast. Starten. Verbruikers aan. Schakel. Parkeerrem. Parkeerrem. Schakel. Verbruikers uit. Afzetten. Koppel. Rem los. ### Afstellen spiegels (script 7) Afstellen spiegels (script 7) Bestuurder Als u de spiegels goed afstelt, kunt u het verkeer achter u goed volgen en inspelen op het gedrag ervan. Auto De binnenspiegel en buitenspiegels bieden samen zicht op de situatie achter en deels naast jou. Er kunnen ook andere voorzieningen ingebouwd zijn, zoals een verklikker (geluidsignaal) voor verkeer dat zich in de dode hoek bevindt. Omgeving Als je de spiegels slecht hebt afgesteld, zie je verkeer van achteren niet – of te laat – aankomen. Dat kan tot gevaarlijke schrikreacties en ongevallen leiden. Op z’n minst veroorzaak je ergernis. Bekijk de  volgende video goed. Deze video laat zien hoe Afstellen spiegels (script 7) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. 1. Binnenspiegel. 2. Buitenspiegels. ### Stuurhouding (script 6) Stuurhouding (script 6) Bestuurder  Je moet het stuur met beide handen en op de juiste manier vasthouden. Alleen dan kunt je bochten, zijdelingse verplaatsingen en uitwijkmanoeuvres veilig uitvoeren. Auto In het midden van het stuur zit (bij bijna alle auto’s) een airbag. Deze wordt razendsnel opgeblazen bij een botsing, en beschermt je dan. Houd de handen altijd aan de buitenkant van het stuur om verwondingen tijdens het opblazen te voorkomen. Omgeving Sommige bestuurders zitten ‘bovenop’ het stuur. Zie je zo’n bestuurder, bedenk dan dat deze niet snel kan sturen en slechts kleine stuurbewegingen kan maken. Wees erop voorbereid dat jij moet handelen. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Stuurhouding (script 6) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Beide handen. Handstand. Armen. Handen buitenkant stuur. Duimen op het stuurwiel. ### Zet script 3 (instappen) in de juiste volgorde. Zet script 3 (instappen) in de juiste volgorde. Sleep de antwoorden naar de juiste plek: 1. PLAATS ANTWOORD HIER 2. PLAATS ANTWOORD HIER 3. PLAATS ANTWOORD HIER 4. PLAATS ANTWOORD HIER 5. PLAATS ANTWOORD HIER 6. PLAATS ANTWOORD HIER Sluit portier Kijk rondom Open portier Stap in Naar de auto Loop voor langs ### Zet script 5 (zithouding) in de juiste volgorde. Zet script 5 (zithouding) in de juiste volgorde. Sleep de antwoorden naar de juiste plek: 1. PLAATS ANTWOORD HIER 2. PLAATS ANTWOORD HIER 3. PLAATS ANTWOORD HIER 4. PLAATS ANTWOORD HIER 5. PLAATS ANTWOORD HIER 6. PLAATS ANTWOORD HIER Hoofdsteun Rugleuning Gordel Goed zicht Ontspannen Zitting ### Zithouding (script 5) Zithouding (script 5) Bestuurder Vermoeidheid is de grootste vijand van de bestuurder. Het veroorzaakt veel aanrijdingen. Zorg dus voor een goede zithouding. Je raakt dan minder snel vermoeid en je blijft oplettend reageren. Met een goede zithouding is het uitvoeren van complexe handelingen, zoals een bermvlucht of het opvangen van een slip, gemakkelijker. Ook normale bestuurderstaken kun je eenvoudiger uitvoeren. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Zithouding (script 5) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. 1. Ontspannen. 2. Zitting. 3. Rugleuning. 4. Goed zicht. 5. Hoofdsteun. 6. Gordel. Auto De auto is voorzien van een groot aantal veiligheidsvoorzieningen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: alle bedieningselementen die zich binnen handbereik bevinden; een goed gevormde stoel; hoofdsteunen met speciale bescherming voor nekwervels; een inzinkbaar stuur; pedalen die uit veiligheid naar beneden klappen; Deze veiligheidsvoorzieningen werken pas goed als je op de juiste manier achter het stuur zit. Omgeving Sommige bestuurders 'liggen' achter het stuur als zij rijden. Houd er dan rekening mee dat deze bestuurders minder kunnen waarnemen en dus later (of helemaal niet) reageren. ### Instappen (script 3) Instappen (script 3) Bestuurder Kijk voor je instapt of er rondom de auto voldoende ruimte is om te manoeuvreren en weg te rijden. Stap vlotjes in om – met een openstaande portier - geen gevaar of hinder te veroorzaken voor het overige verkeer. Auto Zorg dat de sloten goed werken. Zeker als het vriest, kunnen sloten (en deurrubbers) vastvriezen. Het instappen duurt dan langer en de kans op hinder of gevaar neemt toe. Omgeving Controleer voor het instappen de omgeving. Er kunnen obstakels staan die je na het instappen niet meer ziet. Dat geldt ook voor spelende kinderen. Je mag er niet zomaar vanuit gaan dat zij jou wel zien en rekening met je houden omdat je weg wilt rijden. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Instappen (script 3) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. 1. Naar de auto. 2. Kijk rondom. 3. Loop voor langs. 4. Open portier. 5. Stap in. 6. Sluit portier. ### Zet script 2 (controle binnen de auto) in de juiste volgorde. Zet script 2 (controle binnen de auto) in de juiste volgorde. 1. Lampjes en meters 2. Verwarming en ventilator (achteruitverwarming) Ruitenwissers 3. Ruitenwissers Claxon 4. Rempedaal Verwarming en ventilator (achteruitverwarming) 5. Claxon Rempedaal ### Controle in de auto (script 2) Controle in de auto (script 2) Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Controle in de auto (script 2) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. Lampjes en meters. Ruitenwissers. Claxon. Verwarming en ventilator (achteruitverwarming). Rempedaal. ### Controle in de auto (script 2) Controle in de auto (script 2) Bestuurder Controlelampjes (waarschuwings- en functioneringslampjes) in het dashboard geven je informatie over je auto. Ze geven aan welke functies zijn ingeschakeld (bijvoorbeeld grootlicht) en informeren je als er een technisch probleem is (bijvoorbeeld een te hoge temperatuur van het koelwater). Je moet dus goed weten wat alle lampjes betekenen. Als je het contact inschakelt, gaan veel controlelampjes branden. Zo kun je controleren of de lampjes zélf niet kapot zijn. Na het starten moeten alle lampjes uit zijn (behalve als je ondertussen een bepaalde functie, zoals de achterruitverwarming, hebt ingeschakeld). Het controlelampje van de parkeerrem dooft pas als je de parkeerrem hebt uitgeschakeld. Controleer altijd of dit lampje uit is voordat je gaat rijden. Schakel functies (bijvoorbeeld je mistachterlicht) alleen in als het is toegestaan en als je er daadwerkelijk gebruik van maakt. Ingeschakelde functies kosten energie; die moet je niet verspillen. Auto Zodra je de auto start, worden er automatisch allerlei controles uitgevoerd. Als alle controles oké zijn, doven de lampjes op je dashboard. Blijft er een lampje branden of verschijnt er een waarschuwing in je display, handel dan zoals het instructieboekje voorschrijft. Omgeving Als je geen aandacht schenkt aan de controlelampjes en/of de meldingen in je display, kunnen er gevaarlijke situaties in het verkeer ontstaan. Als je claxon niet werkt, kun je in noodgevallen geen geluidsignaal geven. En als je remsysteem al een tijdje een storing aangeeft, kun je misschien niet meer op tijd stoppen voor een overstekende voetganger. Op de volgende pagina staat de instructievideo over dit script. ### Zet script 1 (controle buiten de auto) in de juiste volgorde. Zet script 1 (controle buiten de auto) in de juiste volgorde. 1. Onder 2. Carrosserie Tegen het verkeer in 3. Banden 4. Tegen het verkeer in Carrosserie 5. Verlichting Hendel motorkap 6. Hendel motorkap Vloeistoffen 7. Motorkap 8. Vloeistoffen Verlichting ### Controle buiten de auto (script 1) Controle buiten de auto (script 1) Bestuurder Als bestuurder heb je een aantal ‘administratieve verplichtingen’. Zorg om te beginnen dat je je rijbewijs en kentekenbewijs bij je hebt en dat de kentekenplaten van je auto goed leesbaar en goed bevestigd zijn. Verder moet je zeker weten dat je auto APK-gekeurd is (zie keuringsbewijs). Een verzekeringsbewijs (groene kaart) hoef je in de EU niet verplicht bij je te hebben, maar het is wél verstandig. Auto De auto moet in een goede conditie zijn; dat is beter voor de veiligheid en het milieu. Daarom moet je de auto goed laten onderhouden, volgens voorschrift van de fabrikant. Verder moet je voor vertrek een aantal controlehandelingen uitvoeren, zoals het controleren van de bandenspanning, de verlichting en het vloeistofniveau. Omgeving Een auto die niet veilig is, levert niet alleen gevaar voor jezelf op; ook de weggebruikers om je heen lopen risico’s. Of je veroorzaakt veel hinder als je op een onhandige plaats met pech stil komt te staan. Verder kunnen bijvoorbeeld langdurige startpogingen (als je motor niet wil aanslaan) of een lekke uitlaat voor behoorlijk wat lawaaioverlast zorgen. Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Controle buiten de auto (script 1) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren. 1. Onder. 2. Tegen het verkeer in. 3. Banden. 4. Carrosserie. 5. Hendel motorkap. 6. Vloeistoffen. 7. Motorkap. 8. Verlichting. ### Beoordeling fase 1b Beoordeling fase 1b Aan het einde van ieder blok wordt er een evaluatie gehouden en wordt de beoordeling ingevuld op de instructievorderingenkaart (zie eerste PDF). Bij het exameninstituut IBKI worden de gegevens ingevuld aan de hand van het scorevoorschrift (zie tweede PDF) en de normen bij de uitvoering van de bijzondere verrichtingen (zie derde PDF). De docent bespreekt samen met jou de bevindingen en geeft aan bij welke van de hoofdrijtaken en/of bijzondere verrichtingen er aandacht vereist is ter voorbereiding van het volgende blok of ter voorbereiding van het examen. Er wordt dus aan de hand van de bevindingen meegegeven waar je jezelf kunt verbeteren. Wij adviseren je nogmaals de video's in de leeromgeving goed te bestuderen en aan de hand van deze video's de scripts te oefenen in de praktijk. Als je de video's bekijkt en de scripts oefent, ben je goed voorbereid op het examen.  Tevens is het de bedoeling voor de student die achterin meerijdt, dat deze het beoordelingsformulier probeert toe te passen op de student die op dat moment aan het rijden is. Leg de rijprocedure B en de handelingsanalyse op de achterbank erbij en controleer wat de student voorin goed en minder goed doet volgens de rijprocedure B. Probeer ook tevens middels het RIS-werkboek, te controleren of de set van regels door de student die op dat moment aan het rijden is, wordt toegepast zoals het in de RIS bedoeld is. ### Leergang fase 1b Leergang fase 1b Naast de 6 uren rijbegeleiding door de (praktijk)docenten van De VerkeersAcademie, verwachten wij van je dat je je in de tussentijd gaat verbeteren in de vaardigheden. Dat betekent dat je vóór ieder blok rijbegeleiding huiswerk kunt voorbereiden en dat je ná ieder gereden lesblok de geleerde vaardigheden blijft herhalen. Om je een idee te geven wat er in elk blok aan bod komt, staat hiernaast de zogenaamde 'leergang fase 1b'. Dit is de werkwijze van de praktijkdocent tijdens ieder aangegeven blok. Print eventueel deze leergang uit, zodat je op papier het één en ander kunt nalezen. Om je voor te kunnen bereiden voor ieder blok, wordt er in de leeromgeving gebruik gemaakt van instructievideo's. Het is van groot belang dat je deze video's aandachtig bekijkt en zelf gaat oefenen in de praktijk! Deze video's namelijk zien hoe de scripts in praktijk moeten worden uitgevoerd volgens de rijprocedure B. En zo moet jij het straks ook doen in de praktijk en tijdens het examen. Ga zelf oefenen nadat je de video's aandacht hebt bekeken! Zie hiervoor het inhoudsdeel Rijprocedure B. ### Praktijkrit fase 1b Praktijkrit fase 1b Fase 1 van het rijinstructeursexamen bestaat uit een praktijkrit. Tijdens deze praktijkrit word je beoordeeld op de volgende twee taakdomeinen: Taakdomein 1: Verantwoord rijden als bestuurder. Gedurende de hele praktijkrit word je beoordeeld op zes hoofdrijtaken en vier van de zeven mogelijke bijzondere verrichtingen. Dit gebeurt op basis van vijf beoordelingsaspecten. Taakdomein 2: Verwoorden van taakprocessen. Tijdens de praktijkrit moet je twee verkeerssituaties met een hogere moeilijkheidsgraad (ook wel: conflictpunten) hardop denkend oplossen. Dit doe je aan de hand van de vijf taakprocessen. Op deze manier geef je de examinator inzicht in de wijze waarop je verkeerssituaties oplost. De uitvoering van de rijtaak die de deelnemer op deze twee conflictpunten toont, wordt meegewogen bij de beoordeling van taakdomein 1. Essentieel voor een positieve beoordeling is de mate waarin je defensief en sociaal rijgedrag vertoont. Hierbij moet je rekening houden met de belangen van andere weggebruikers. Ook moet je milieubewust rijden. ### Inleiding fase 1b Inleiding fase 1B Om goed rijles te kunnen geven, moet je naast de nodige kennis ook veel vaardigheden beheersen. Dit is nodig om jouw leerling straks te kunnen laten zien hoe handelingen conform de rijprocedure B eruit horen te zien en om tevens goed te kunnen beoordelen of de leerling de handelingen ook op deze wijze uitvoert. Tijdens je opleiding tot rijinstructeur ontvang je van de docenten van De VerkeersAcademie 6 uren praktijkbegeleiding. Tijdens de 6 uren komen de volgende onderdelen aan bod: Verantwoord rijden als bestuurder (Hoofdstuk 1 en 2 rijprocedure B, 6 hoofdrijtaken rijprocedure B (hoofdstuk 3.1 tot en met 3.6); Bijzondere verrichtingen (Hoofdstuk 1 en 2 rijprocedure B en 1 hoofdrijtaak rijprocedure B (hoofdstuk 3.7)); Het verwoorden van de taakprocessen. ### Tot slot Tot slot We hopen dat je veel geleerd hebt van deze e-learning en net zo enthousiast bent geworden over de mogelijkheden voor ADAS als wij bij de Verkeersacademie. Wij denken dat ADAS in de toekomst een belangrijke rol gaat spelen. We hebben daarom een verdiepingscursus ontwikkeld die je na je opleiding tot rijinstructeur kunt volgen. Door het volgen van deze cursus kun jij je als instructeur specialiseren op ADAS systemen. Door je hierin te specialiseren kun jij je als rijinstructeur onderscheiden. Deze cursus bestaat uit twee dagen: Dag 1: Op deze dag leer je hoe de meeste ADAS werken en ga je zelf op pad in een auto om dit te ervaren. Dag 2: Op deze dag leer je ADAS verwerkt in je lessen. Geïnteresseerd? Neem dan contact op met de Verkeersacademie of schrijf je in via onze website. ### Wie bestuurt de auto? Wie bestuurt de auto? Bestuurders van toekomstige auto's krijgen steeds meer te maken met ADAS systemen. De auto zal steeds meer zelf beslissingen maken. Juridisch wordt het steeds lastiger te beslissen wie verantwoordelijk bij een ongeval. Nu is de bestuurder verantwoordelijk. Ook wanneer je in de rol bent van rij-instructeur. Het is dus belangrijk dat jij je daar bewust van bent. ### CBR en innovatie CBR en innovatie CBR aangesloten bij Dutch Automated Vehicle Initiative (DAVI) Het CBR volgt technologische ontwikkelingen als ADAS (Advanced Driver Assistence Systems) en de zelfsturende auto op de voet. Daarom is het CBR aangesloten als partner bij The Dutch Automated Vehicle Initiative (DAVI). Dit Nederlandse samenwerkingsverband richt zich op onderzoek, afstemming en verbetering van geautomatiseerd rijden op de openbare weg. DAVI maakt deel uit van de aanpak van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om de infrastructuur beter te benutten, de verkeersveiligheid te vergroten en het milieu te verbeteren. De organisatie is in 2013 in het leven geroepen door Technische Universiteit Delft, TNO, netwerkorganisatie Connekt en RDW. Tot de aangesloten partners behoren industriële partijen en onderzoeksinstellingen. Toekomst examen CBR Bij de zelfsturende auto gaat het erom dat je veilig op een korte afstand van je voorganger rijdt waarbij de auto zelf de snelheid bepaalt en waarbij de bestuurder geen handen aan het stuur heeft. Het geavanceerde voertuig beschikt niet alleen over de techniek om automatisch te rijden, maar heeft ook technieken om te communiceren met andere voertuigen en de infrastructuur. Dit zal uiteindelijk van invloed zijn voor de rol van de bestuurder, het rijexamen en de rijopleiding. ### Examen CBR Examen CBR Per 1 januari 2016 is het gebruik van rijtaakondersteunende systemen (ADAS) op vrijwillige basis toegestaan tijdens het praktijkexamen voor het B-rijbewijs. Wanneer de kandidaat hier daadwerkelijk gebruik van maakt, dan wordt deze niet beoordeeld op het toepassen van het systeem zelf. De kandidaat wordt beoordeeld op het goed kunnen uitvoeren van de rijtaak in samenhang met het gebruik van de diverse ondersteunende systemen in de auto. Waarom staat het CBR het gebruik van ADAS toe in het rijexamen? De technologische ontwikkelingen bij voertuigen gaan snel. Zo beschikken steeds meer auto’s over ADAS. Daarom staat het CBR het gebruik van ADAS toe in de rijexamens voor de personenauto en de personenauto met aanhangwagen. Systemen die het rijden van de automobilist overnemen, blijven verboden tijdens het examen. Op dit moment hoort het automatisch in- en uitparkeren en de Autopilot daarbij. Wat betekent het voor het rijexamen dat het gebruik van ADAS daarin wordt toegestaan? Het gebruik van ADAS tijdens het rijexamen is vrijwillig. Met het toestaan daarvan verandert het examen niet. De examinator beoordeelt de rijvaardigheid van de examenkandidaat en niet het gebruik van ondersteunende systemen. Voorbeelden Een kandidaat moet ondanks een dodehoekverklikker (Blind Spot Warning) toch goed blijven kijken in de buitenspiegels. Systemen zijn immers niet onfeilbaar. Zo blijkt uit Amerikaans onderzoek dat motorrijders op dit moment in 75% van de gevallen niet worden opgemerkt door een dodehoekverklikker. Adaptive cruise control zorgt automatisch voor een bepaalde afstand tot de voorganger. Stel dat een examenkandidaat dit systeem op de autosnelweg heeft ingesteld op 130 km per uur. Achter een vrachtauto wordt de snelheid dan aangepast naar 80 à 85 km per uur. Als de kandidaat gaat uitrijden en de vrachtauto niet meer wordt gevolgd, neemt de snelheid weer toe naar 130 km per uur. De kandidaat moet nu zelf de snelheid aanpassen aan de situatie bij het uitrijden. Wat betekent het voor de rijopleiding dat het gebruik van ADAS in het rijexamen wordt toegestaan? Door het toestaan van het gebruik van ADAS in het rijexamen krijgt de opleider de mogelijkheid om de leerling beter voor te bereiden op het gebruik van deze systemen in de praktijk. De leerling zal immers meer gemotiveerd zijn om met ADAS te oefenen. ### Rear Collision Warning (RCW) Rear Collision Warning (RCW) Rear Collision Warning betekent in het Nederlands “Waarschuwing bij aanrijding van achteren”. Dit systeem waarschuwt de bestuurder als deze zelf stil staat of langzaam rijdt en achteropkomend verkeer te snel nadert.  De bestuurder van een achterligger kan worden gewaarschuwd voor een dreigende botsing middels snelle knippersignalen met de richtingaanwijzers. Als de functie bij snelheden onder 30 km/h berekent dat de auto van achteren dreigt te worden aangereden, kan de gordelspanner de veiligheidsgordel van de voorstoel aanspannen. Bij een aanrijding wordt ook het Whiplash Protection System geactiveerd. Net voor de aanrijding van achteren kan de functie ook de bedrijfsrem activeren om te voorkomen dat de auto tijdens de aanrijding wordt gelanceerd. De bedrijfsrem wordt echter alleen geactiveerd, als de auto stilstaat. De bedrijfsrem laat onmiddellijk los als het gaspedaal wordt ingedrukt. ### Surround-View Cameras Surround-View Cameras Op veel nieuwe voertuigmodellen hebben bestuurders weinig zicht op hun directe omgeving. Zij- en achterruiten worden steeds kleiner, terwijl de buitenvorm van voertuigen wordt bepaald door aerodynamica en veiligheid van voetgangers, wat betekent dat nauwkeurig manoeuvreren en parkeren vrijwel onmogelijk is. Een multi-camerasysteem helpt de bestuurder door een perfect zicht te bieden op de omgeving van het voertuig. Miniatuurcamera's registreren de omgeving en verzenden de beelden naar een intelligente besturingseenheid, die ze zorgvuldig verwerkt en optimaliseert voordat ze op het kleurenscherm van het voertuig worden weergegeven. Wanneer handig om te gebruiken? Als je achteruit de oprit oprijdt, kun je zien of je auto langs obstakels rijdt en/of je in het midden rijdt. Eveneens als je achteruit of vooruit in een vak gaat parkeren en je hebt geen zelfparkerend systeem, kun je de auto mooi centreren in het midden van de plek. ### Traffic Sign Recognition (TSR) Traffic Sign Recognition (TSR) Verkeersbordenherkenning is een technologie waarmee een voertuig in staat is om de verkeersborden die op de weg zijn geplaatst te herkennen, bijvoorbeeld een "snelheidslimiet" of "let op kinderen" of "stopstrepen". De technologie maakt gebruik van beeldverwerkingstechnieken om verkeersborden te detecteren. De detectiemethoden kunnen over het algemeen worden verdeeld in: Kleurherkenning; Vormherkenning; Zelflerende methoden door middel van IQ-Routes. Hoe werkt een systeem voor herkenning van verkeersborden? Verkeersborden kunnen worden geanalyseerd met behulp van vooruit gerichte camera's in veel moderne auto's. Het meest voorkomende gebruik voor verkeersbordenherkenning is voor snelheidsbeperkingen. De meeste GPS-gegevens zouden snelheidsinformatie verkrijgen, maar extra verkeersborden voor snelheidsbeperkingen kunnen ook worden gebruikt om informatie op te halen en weer te geven in het dashboard van de auto om de bestuurder te waarschuwen voor het verkeersbord. Het lezen van verkeersborden gebeurd door camera's en de software in de auto zet een verkeersbord om in een algoritme, zodat de software in de auto op het navigatiesysteem, dashboard of head-up display de bestuurder van het verkeersbord voorziet. Momenteel bestaan er al algoritmes die ervoor zorgen de auto zelf de snelheid aanpast. Lees hiervoor de pagina Intelligent Speed Assistance (ISA) ### Pedestrian Detection System Pedestrian Detection System Voetgangersdetectie is een essentiële en belangrijke taak in elk intelligent videosurveillancesysteem, omdat het de fundamentele informatie biedt voor semantisch begrip van de videobeelden. Het heeft een duidelijke uitbreiding tot automobieltoepassingen vanwege het potentieel voor het verbeteren van veiligheidssystemen. Veel autofabrikanten bieden dit als een ADAS-optie in 2017. Hoe werkt het? Gebruikt geavanceerde sensoren om menselijke bewegingen verderop te detecteren en de bestuurder te waarschuwen. Sommigen kunnen automatisch de remmen gebruiken. De techniek Stereoscopische camera's achter de binnenspiegel en radar zijn effectief geworden in het detecteren van de meer subtiele bewegingen van mensen. Deze systemen zijn effectiever bij lagere snelheden. Voetgangersdetectie kan mogelijk niet altijd helpen om een botsing te voorkomen, maar deze functie kan de snelheid helpen verminderen om de impact meer te overleven. Naarmate het onderzoek vordert, wordt infraroodtechnologie toegevoegd om de prestaties te verbeteren, vooral 's nachts. Zie toepassing hiervan Night Vision System ### Assisted/Automatic Parking Assisted/Automatic Parking Automatisch parkeren is een autonoom manoeuvreersysteem dat een voertuig van een rijstrook naar een parkeerplaats verplaatst om parallel-, haaks of fileparkeren uit te voeren. Het automatische parkeersysteem heeft tot doel het comfort en de veiligheid van het rijden in beperkte omgevingen te verbeteren, waar veel aandacht en ervaring vereist is om de auto te besturen. De parkeermanoeuvre wordt bereikt door een gecoördineerde besturing van de stuurhoek en -snelheid die rekening houdt met de werkelijke situatie in de omgeving om een botsingsvrije beweging binnen de beschikbare ruimte te garanderen. Een van de eerste assistentiesystemen voor het parkeren van auto's was handmatig. Er werd gebruik gemaakt van vier krikken met wielen om de auto op te tillen en deze vervolgens zijwaarts de beschikbare parkeerplaats in te brengen. Dit mechanische systeem werd in 1934 voorgesteld, maar werd nooit aangeboden op een productiemodel. Assisted/Automatic Parking met handmatige bediening van de rijrichting. Volledig automatische Assisted/Automatic Parking zonder tussenkomst bestuurder. ### Night Vision System Night Vision System De verzamelterm van Night Vision System verwijst naar een aantal apart gerelateerde technologieën die kunnen helpen het zichtbeeld te vergroten wanneer omstandigheden met weinig licht het moeilijk maken om de weg te zien. Deze systemen vergroten in principe de perceptie van de bestuurder buiten het beperkte bereik van de koplampen door het gebruik van thermografische camera's, infraroodlampen, head-up displays en andere technologieën. Omdat nachtzicht in de auto bestuurders kan waarschuwen voor de aanwezigheid van potentiële gevaren voordat ze zichtbaar worden, kunnen deze systemen ongevallen helpen voorkomen. Hoe werkt Night Vision in auto's? Automotive nachtzichtsystemen zijn onderverdeeld in twee basiscategorieën, die worden aangeduid als actief en passief. Passieve nachtzichtsystemen maken gebruik van thermische camera's die in staat zijn de warmte op te vangen die straalt van objecten, dieren en mensen. Actieve systemen maken gebruik van infraroodlichtbronnen om de duisternis te verlichten. Zowel actieve als passieve nachtzichtsystemen vertrouwen op het infrarode lichtspectrum dat we niet met het blote oog kunnen zien en elk heeft zijn eigen voor- en nadelen. ### Lane Departure Warning (LDW) Lane Departure Warning (LDW) Hoe werkt de Lane Departure Warning (LDW)? Het systeem bestaat uit een camera die bevestigd is aan de bovenzijde van de vooruit en dikwijls een geluidssysteem dat werkt via de speakers in de auto. De camera is gericht op de weg die voor ons ligt en is gefocust op de wegmarkering. Zodra de wegmarkering wordt overschreden, klinkt er via de speakers een geluid. Dit geluid is vergelijkbaar met het overschrijden van verhoogde wegmarkering. Zo wordt je dus direct gealarmeerd indien je, naar oordeel van het systeem, onvrijwillig de rijstrook verlaat. Vaak wordt er een waarschuwing gegeven om ervoor te zorgen dat de bestuurder de koers van de auto corrigeert, maar er zijn ook systemen die kleine stuurcorrecties uitvoeren om te voorkomen dat de auto zijn rijstrook verlaat.  ELK-systemen (Emergency Lane Keeping) grijpen krachtiger in, maar alleen als er een kritieke situatie gedetecteerd wordt.  Zo zal Emergency Lane Keeping bijvoorbeeld een krachtige stuurcorrectie uitvoeren als het systeem signaleert dat de auto van de weg dreigt te raken. Uiteraard werkt het systeem niet op wegen zonder wegmarkering, wat ook de reden is dat de Lane Departure Warning (LDW) ook alleen werkt als er harder dan 65 kilometer per uur wordt gereden. Valkuilen van het systeem Zoals bij alle systemen die gericht zin op het verbeteren van de rijveiligheid van de auto geldt dat ook dit systeem nooit vlekkeloos werkt. Het is te allen tijde belangrijk dat men zelf alert blijft tijdens het rijden. Voor de volle 100% op een systeem vertrouwen is nooit verstandig. Er zijn situaties waarin de Lane Departure Warning (LDW) minder goed werkt: In de herfst en winter kan het last hebben van bladeren of sneeuw op de weg. Hierdoor kan de wegmarkering minder goed zichtbaar zijn en dan heeft het systeem moeite om deze markering te onderscheiden. Ook werkt het systeem het beste op een rechte weg, in bochten kan het systeem ook meer moeite hebben de wegmarkering te ontdekken. Tevens is het belangrijk dat men zelf goed alert blijft op wegwerkzaamheden. Vaak wordt de wegmarkering dan ook aangepast en kun je niet volledig vertrouwen op het systeem. ### Lane Departure Warning (LDW) Lane Departure Warning (LDW) Wat doet de Lane Departure Warning (LDW)? Lane Departure Warning (LDW) zorgt ervoor dat de auto in de rijstrook wordt gehouden. Misschien rijst bij jou nu de vraag waarom dit nuttig is en denkt je dat dit helemaal niet handig is als je juist vaak van rijstrook moet wisselen. Om direct op dit laatste in te spelen, het systeem reageert niet als je bewust van rijstrook wisselt. Het systeem is zo geprogrammeerd dat je bij het aangeven van richting naar links of rechts, dat je er niet op gewezen wordt dat je van rijstrook wisselt. Met het gebruiken van de richtingaanwijzer wordt het systeem uitgeschakeld als het waarschuwt. Ook wordt het systeem pas ingeschakeld als er harder dan 65 kilometer per uur wordt gereden. Het gaat er dus echt om dat je bij gemiddeld tot hoge snelheid gewaarschuwd wordt dat je de rijstrook verlaat. Het systeem gaat er daarbij dus vanuit dat je dit niet vrijwillig doet. Wat zijn de voordelen van de Lane Departure Warning (LDW)? Het grote voordeel van het systeem is dat je als bestuurder alert gemaakt wordt op jouw rijgedrag. Veel mensen rijden iedere dag dezelfde route of zitten vaak in de auto, waardoor autorijden een routine wordt. Eén van de voornaamste oorzaken van ongelukken in het verkeer is onachtzaamheid. Dit kan kleine ongelukken tot gevolg hebben. Iemand heeft vast wel eens meegemaakt dat de zijspiegel tijdens het autorijden is gesneuveld. Oorzaak hiervan is dikwijls dat jij of jouw tegenligger niet in zijn eigen rijstrook is gebleven. Het onvrijwillig verlaten van de rijstrook kan echter ook grotere ongelukken tot gevolg hebben, zelfs wel met dodelijke afloop. Bescherm jezelf, de bijrijders en de tegenliggers Het systeem is er dus op gericht om je alert te houden tijdens het rijden. Jaarlijks zijn er duizenden verkeersdeelnemers die het slachtoffer worden van de onachtzaamheid van zichzelf of van een ander. Tijdens het rijden kan een bestuurder snel afgeleid zijn. Ook kan een bestuurder zo moe zijn dat hij niet goed de focus meer op de weg kan houden. Het signaal van de Lane Departure Warning (LDW) zorgt er dan voor dat de bestuurder hier op gewezen wordt, zodat het rijgedrag aangepast kan worden. Naar verwachting gaat dit systeem in de toekomst vele levens redden. De meeste automerken gebruiken een weg met twee pijlen gericht op de strepen op de weg als symbool voor het systeem. Ook wordt wel een stuur met twee handen als symbool gebruikt. ### Intelligent Speed Assistance Intelligent Speed Assistance Wat is ISA? Intelligent Speed Assistance (ISA) is een boordsysteem dat informatie gebruikt over de positie van het voertuig in een netwerk in verhouding tot de snelheidslimiet die van kracht is op die specifieke locatie. ISA kan bestuurders ondersteunen door hen te helpen zich aan de snelheidslimiet overal in het netwerk te houden. Dit is een belangrijk voordeel in vergelijking met snelheidsbegrenzers voor zware goede voertuigen en touringcars, die alleen de maximumsnelheid beperken. ISA is een verzamelterm voor verschillende systemen: De open ISA waarschuwt de bestuurder (zichtbaar en / of hoorbaar) dat de snelheidslimiet wordt overschreden. De bestuurder beslist zelf of hij wil vertragen. Dit is een informatief of adviserend systeem. De halfopen ISA verhoogt de druk op het gaspedaal wanneer de snelheidslimiet wordt overschreden (de 'actieve versneller'). Het handhaven van dezelfde snelheid is mogelijk, maar minder comfortabel vanwege de tegendruk. De gesloten ISA begrenst de snelheid automatisch als de snelheidslimiet wordt overschreden. Het is mogelijk om dit systeem verplicht of vrijwillig te maken. In het laatste geval kunnen bestuurders kiezen om het systeem in of uit te schakelen. De momenteel beschikbare ISA-systemen zijn gebaseerd op vaste snelheidslimieten. Ze kunnen ook locatie-afhankelijke (advies) snelheidslimieten omvatten. Het wordt steeds meer mogelijk om dynamische snelheidslimieten op te nemen die rekening houden met de feitelijke omstandigheden op een bepaald moment. Zie voor meer informatie en toepassing: Traffic Sign Recognition Intelligent Speed Adaptation (ISA) ISA is in feite een verzamelterm voor verschillende systemen. Veldproeven en rijsimulatorstudies laten positieve effecten zien op het snelheidsgedrag en verwachten grote veiligheidseffecten. Sommige studies rapporteren negatieve bijwerkingen van ISA, maar er is nog onvoldoende inzicht in de omvang van deze mogelijke negatieve bijwerkingen en de gevolgen daarvan. Ongeveer een kwart van de Europese automobilisten vindt een snelheidsbeperkende inrichting als ISA zeer nuttig; werkelijke ervaring met ISA lijkt de acceptatie te vergroten. Heeft ISA negatieve bijwerkingen? Compensatiegedrag: er zijn aanwijzingen dat bestuurders compenseren door sneller te rijden op weggedeelten waar het ISA-systeem niet actief is. Verminderde aandacht: ISA kan leiden tot minder aandacht voor de weg en de verkeerssituatie wanneer het systeem niet actief is. Deze verminderde aandacht drukt zich uit in, bijvoorbeeld, het vergeten te vertragen bij het betreden van een zone met een lagere snelheid of om te versnellen bij het betreden van een zone met een hogere snelheid, maar ook bij het vergeten om de richtingaanwijzer te gebruiken. Oververtrouwen: het is mogelijk dat het gebruik van ISA ertoe kan leiden dat de bestuurder volledig vertrouwt op de snelheidslimiet die wordt aangegeven door het systeem en onvoldoende rekening houdt met de realtime-omstandigheden. Gefrustreerd voelen: de snelheidsbeperking door ISA kan frustratie veroorzaken bij de bestuurder en bij ander verkeer. ### Hill Hold Assist Hill Hold Assist Het is een situatie die elke bestuurder kent. Je rijdt jouw auto een heuvel op en aan de bovenkant van de helling is een kruispunt met een verkeerslicht. Het verkeerslicht is rood en er staan al twee of drie auto's voor je. Je remt om tot stilstand komen. Niet snel daarna staat een andere auto een paar meter achter je ook stil. Het verkeerslicht wordt groen en je laat de rem los. Met een handgeschakelde versnellingsbak is de kans groot de je nu naar achteren rolt, omdat je het koppelingspedaal nog niet tot het aangrijpingspunt hebt laten opkomen. De zwaartekracht zorgt er nu voor dat je naar achteren rolt en dat je aardig in de buurt van je stilstaande achterligger komt. Hill Hold Assist voorkomt tijdelijk dat jouw auto achteruit rolt. Het systeem handhaaft de remkracht op de wielen voor ongeveer 2 à 3 seconden. Dit geeft je tijd genoeg om jouw voet beheerst van het rempedaal naar het gaspedaal te verplaatsen. Het is ook een handige functie bij starten en stoppen als het glad is. ### Head-Up Display Head-Up Display Voor het eerst gebruikt in militaire straaljagers, daarna in helicopters en nu in auto's valt het head-up display (HUD) ergens tussen een technische functie en een veiligheidsfunctie. Het apparaat vermindert gevaarlijke afleidingen door belangrijke informatie, zoals de snelheid en navigatie-instructies van een auto, direct in de zichtlijn van de bestuurder te tonen. Sommige systemen projecteren informatie op de voorruit; anderen projecteren het op een apart scherm. Voor meer video's met betrekking tot Head-Up Display, zie Head-Up Display (HUD) ### Forward Collision Warning Forward Collision Warning Een precrash-systeem is een geautomatiseerd computersysteem in een auto speciaal ontwikkeld om de impact van een verkeersongeval te verminderen dan wel te voorkomen. Het staat ook bekend onder de namen forward collision warning systems en collision mitigation by braking. Afhankelijk van het soort systeem kan het een gebruiker waarschuwen, remmen klaarzetten of inschakelen, en stoelen aanpassen qua positie of sterkte om veelal te voorkomen dat er een kop-staartbotsing ontstaat met mogelijke gevolgen zoals whiplash. In 2011 is aan de Europese Commissie de vraag gesteld of zij voornemens is om gebruik van dergelijke technieken EU-breed te stimuleren. In bedrijfsvoertuigen geldt al een verplichting sinds 1 november 2013 en in personenvoertuigen sinds 1 november 2015. Dit zou, in lijn met de effectbeoordeling, in de EU elk jaar ongeveer 5.000 mensenlevens kunnen redden en het aantal zwaargewonden met circa 50.000 kunnen verminderen. ### Driver Monitoring System 3 Driver Monitoring System Hoe werkt Drowsiness Detection? Drowsiness Detection is erop gericht om te detecteren of de bestuurder te moe is om goed de auto te kunnen besturen. Vaak resulteert vermoeidheid tijdens het autorijden in ongecontroleerd rijgedrag. De snelheid varieert dan bijvoorbeeld aanzienlijk zonder direct aanwijsbare reden of de bestuurder overschrijdt onnodig vaak de wegmarkering. Ook de mogelijkheid tot slingeren hoort hierbij. Het Drowsiness Detection System herkent dit als abnormaal rijgedrag en geeft een waarschuwing in de vorm van een geluidssignaal en/of een beeldsignaal. Bij sommige systemen krijgt men ook een waarschuwing doordat de autostoel gaat vibreren. Door dit signaal weet men dat het onverantwoord is om verder te rijden en wordt men dringend geadviseerd om een pauze in te lassen. Bijvoorbeeld door even een kop koffie te gaan drinken en iets te eten of gewoon even rust te nemen voordat de reis wordt vervolgd. Tegenwoordig zijn er zelfs systemen die werken met een camera die de gezichtskenmerken observeert en beoordeelt. De camera weet dan wat de normale gezichtsuitdrukking is en kan het waarschuwingssysteem in werking stellen als hier verandering in te bespeuren is (bijvoorbeeld wanneer de ogen dichtvallen). Het systeem dient ook nog een ander doel. Hoewel het in eerste instantie gericht is op het waarschuwen van een bestuurder die mogelijk te vermoeid is om te rijden, geeft het systeem ook een waarschuwing af als een bestuurder afgeleid is. Dit wordt ook wel Distraction recognition systeem genoemd. Dit is een systeem in de auto die afleiding bij de bestuurder kan herkennen.  Het wordt geactiveerd als bv. de ogen niet op de weg zijn gericht, de handen het stuur niet vasthouden etc. Helaas komt het nog vaak voor dat mensen bijvoorbeeld bellen tijdens het rijden of even snel hun e-mail checken of een bericht versturen. We weten allemaal dat dit niet mag, maar toch gebeurt dit. De bestuurder heeft niet de focus op het rijden en op de weg en gaat bijvoorbeeld slingeren. In dit geval geeft het systeem een waarschuwingssignaal af. ### Driver Monitoring System 2 Driver Monitoring System Wat is Drowsiness Detection? Druk, druk, druk, … Iedereen heeft het druk. Deze drukte gaat vaak gepaard met stress en weinig slaap. Vooral als men lang in de auto moet zitten of als men heel vroeg of juist heel laat op de dag nog met de auto de weg op moet, kan dit een gevaar opleveren. De kans bestaat dan dat de bestuurder slaperig wordt en daardoor minder alert is op de weg en het verkeer om hem heen. Het Drowsiness Detection System kan aan de hand van het rijgedrag detecteren dat iemand slaperig wordt en hem of haar waarschuwen in het geval dat het systeem vermoed dat het een gevaarlijke situatie op kan leveren. Drowsiness Detection System genoemd is ook weer een innovatief rijhulpsysteem dat erop gericht is om het autorijden veiliger te maken. Het verschil met de meeste andere innovaties is echter dat deze innovatie niet gericht is op het verkeer om de bestuurder heen, maar op de bestuurder zelf. Dat houdt echter niet in dat er achter dit systeem een hele andere technologie zit dan de meeste andere systemen als adaptive cruise control, blind spot monitoring en automatic emergency braking. Drowsiness Detection maakt namelijk gebruik van andere innovaties. Al deze innovaties in de auto’s van nu zorgen voor een geleidelijke overgang naar volledig autonome en zelfrijdende auto’s. ### Driver Monitoring System 1 Driver Monitoring System Wat is Drowsiness Detection? Druk, druk, druk, … Iedereen heeft het druk. Deze drukte gaat vaak gepaard met stress en weinig slaap. Vooral als men lang in de auto moet zitten of als men heel vroeg of juist heel laat op de dag nog met de auto de weg op moet, kan dit een gevaar opleveren. De kans bestaat dan dat de bestuurder slaperig wordt en daardoor minder alert is op de weg en het verkeer om hem heen. Het Drowsiness Detection System kan aan de hand van het rijgedrag detecteren dat iemand slaperig wordt en hem of haar waarschuwen in het geval dat het systeem vermoed dat het een gevaarlijke situatie op kan leveren. Drowsiness Detection System genoemd is ook weer een innovatief rijhulpsysteem dat erop gericht is om het autorijden veiliger te maken. Het verschil met de meeste andere innovaties is echter dat deze innovatie niet gericht is op het verkeer om de bestuurder heen, maar op de bestuurder zelf. Dat houdt echter niet in dat er achter dit systeem een hele andere technologie zit dan de meeste andere systemen als adaptive cruise control, blind spot monitoring en automatic emergency braking. Drowsiness Detection maakt namelijk gebruik van andere innovaties. Al deze innovaties in de auto’s van nu zorgen voor een geleidelijke overgang naar volledig autonome en zelfrijdende auto’s. ### Blind-Spot Warning 2 Blind-Spot Warning Hoe dien je te reageren op de Blind-Spot Warning? De Blind-Spot Warning geeft een signaal af zodat men weet dat er zich verkeer links of rechts naast het voertuig bevindt. Daar kun je dan op anticiperen. Zaak is dan wel om zelf nog goed uit te kijken; dat is te allen tijde jouw eigen verantwoordelijkheid. Ook als het systeem geen signaal afgeeft, is het belangrijk dat je bij het wisselen van rijstrook of bij het afslaan zelf nog goed uitkijkt. Kijk altijd goed in de binnen- en buitenspiegels en controleer tevens de dode hoek. Is een Blind-Spot Warning 100% betrouwbaar? Een Blind-Spot Warning is betrouwbaar, maar je kunt er nooit vanuit gaan dat deze innovatie 100% veiligheid biedt. Geen enkel systeem garandeert een optimale werking. De warning is goed in het detecteren van grotere voertuigen, maar motoren, bromfietsen, (snor)fietsen en voetgangers kunnen minder goed gesignaleerd worden. Ook biedt het systeem geen oplossing voor voertuigen die met grote(re) snelheid naderen. De Blind-Spot Warning zal dan misschien wel een signaal afgeven, maar in veel gevallen is dat dan al te laat. Tips voor het gebruik van de Blind-Spot Warning Lees voor het rijden goed de handleiding van de auto door. Hierin staat vermeld hoe het systeem heet en werkt en welke signalen de monitor afgeeft. Zo weet je waar je op moet reageren en hoe. Zorg ervoor dat het systeem altijd in goede staat gebruikt kan worden. Er kan namelijk sneeuw, ijs, modder of andere materialen in de sensoren komen, waardoor deze minder goed of zelfs helemaal niet werken. Bij slechts weer is het dus sowieso altijd een goed idee om de sensoren goed te controleren. Wees er goed van bewust dat het systeem ontwikkeld is voor een optimaal gebruik bij snelheden die gereden worden op de auto(snel)weg. Het systeem werkt dus minder goed bij voertuigen die met hoge of juist lage snelheid naderen. In de bebouwde kom kan men dus minder op het systeem vertrouwen. Hier hangt mee samen dat weggebruikers als voetgangers en fietsers ook minder goed te detecteren zijn. Aangezien zij het kwetsbaarst zijn in het verkeer is het van belang dat je goed weet waar ze zich bevinden. ### Blind-Spot Warning 1 Blind-Spot Warning Wat is een Blind-Spot Warning? In het Nederlands kennen wij de ‘blind spot’ als de ‘dode hoek’. Iedere bestuurder heeft wel eens ervaren hoe verraderlijk deze hoek kan zijn. Je hebt het idee goed uit te kijken en dan net op het laatste moment komt er een auto of een fietser tevoorschijn vanuit een hoek waar je geen zicht had op deze weggebruikers. Vaak gaat het dan net goed, maar er zijn helaas ook verschillende voorvallen bekend waarbij de ‘dode hoek’ heeft gezorgd voor ernstige ongelukken … ook met de dood tot gevolg. Ook vrachtauto- en buschauffeurs erkennen het grote gevaar van deze hoek en moeten hier dagelijks zeer alert op zijn. De Blind-Spot Warning probeert dit gevaar in te perken door een visueel signaal óf een geluids- en/of trilsignaal af te geven op het moment dat er een voertuig in de zone van de dode hoek gesignaleerd wordt. Op die manier word je er als bestuurder bewust van gemaakt dat er een voertuig nadert vanuit een hoek waar je mogelijk geen zicht op hebt. Op die manier wordt het rijden dus veiliger gemaakt. Wat doet een Blind-Spot Warning precies? Het grootste gevaar schuilt in de ruimtes rechts en links naast de bestuurder, vooral als een voertuig niet meer zichtbaar is in de buitenspiegel, maar wel naast het voertuig zit. Door sensoren in de linker – en rechter buitenspiegel wordt dit voertuig gesignaleerd en krijgt de bestuurder een waarschuwing in de buitenspiegel of in het frame van de voorruit. De geavanceerde systemen werken ook wel met een geluidsignaal, een trilsignaal of beide. Deze waarschuwing is vooral van belang als je af wil slaan of bij het van rijstrook wisselen. Bij het gebruiken van de richtingaanwijzer geeft de warning, indien nodig, dan ook een signaal af. De technologie achter de Blind-Spot Warning De technologie achter deze innovatie is gelijk aan die van de welbekende parkeerhulp. Net zoals deze feature werkt de Blind-Spot Warning met sensoren. Bij het parkeren wordt men gewaarschuwd door sensoren die aan de voor- en achterzijde zijn geplaatst, bij de Blind-Spot Warning zijn de sensoren aan de zijkant van de auto bevestigd. De sensoren werken het beste op een snelheid van boven de 100 kilometer per uur en geven zo nodig een waarschuwing af als de richtingaanwijzer wordt gebruikt of als men van rijstrook wisselt. De sensoren zijn verbonden met de boordcomputer van de auto en via de computer wordt er een beeld-, geluids- of trilsignaal afgegeven. ### Autonomous Emergency Braking Autonomous Emergency Braking Wat is Autonomous (Automatic) Emergency Braking? Zoals de naam al doet vermoeden heeft deze innovatie betrekking op het remsysteem van de auto. In situaties waarin het verkeer vóór de bestuurder afremt of plotseling stop én wanneer de bestuurder hier niet of te laat op reageert, zorgt dit systeem ervoor dat de auto vaart mindert of tot stilstand komt. Vooral in een situatie waarin plotseling en hard geremd moet worden, kan dit systeem een hoop narigheid voorkomen. Al zal het systeem niet altijd een botsing kunnen voorkomen, Autonomous (Automatic) Emergency Braking zorgt er wel voor dat de exacte impact en dus ook de ernst van de botsing een stuk minder is. Andere benamingen voor Automatic Emergency Braking Intelligent Braking System Forward Collision Warning Pre-crash warning and braking system Collision avoidance system Hoe werkt Automatic Emergency Braking? Zoals veel innovaties van tegenwoordig werkt Automatic Eemergency Braking met sensoren die aan de voorzijde van de auto bevestigd zijn. Deze sensoren detecteren verkeer dat plotseling afremt of stopt en neemt de controle over het remsysteem over indien de bestuurder niet resoluut genoeg reageert. Maar het systeem zorgt er ook voor dat je als bestuurder op een veilige afstand van de voorgangers blijft. De sensoren geven een signaal af naar het remsysteem en doordat je afremt neemt de snelheid af. Zo wordt er een veilige afstand van medeweggebruikers gehouden en voorkomt men ongelukken. Indien het systeem plotseling in werking treedt, word je niet van te voren gewaarschuwd. Dit is het geval als de auto voor jou plotseling stopt. Je wordt wel gewaarschuwd als je een voertuig (langzaam maar zeker) te dicht nadert. Je hoort of ziet dan een waarschuwingssignaal overeenkomstig met bijvoorbeeld het signaal dat je krijgt bij een parkeersensor. Dan heeft men zelf eerst nog de gelegenheid actie te ondernemen. Als het systeem denkt dat de voorganger al te dicht wordt genaderd, zal het Automatic Emergency Braking systeem ervoor zorgen dat de auto zelf snelheid mindert. ### Adaptive Front Lights System Adaptive Front Lights System Standaard koplampen schijnen recht vooruit, ongeacht in welke richting de auto rijdt. Wanneer we een bocht ingaan, verlichten ze de kant van de weg meer dan de weg zelf. Adaptieve koplampen reageren op het stuur, de snelheid en de hoogte van de auto en passen zich automatisch aan om de weg te verlichten. Wanneer de auto naar rechts draait, lichten de koplampen rechts op. Draai de auto naar links, de koplampen naar links. Dit is niet alleen belangrijk voor de bestuurder van de auto met adaptieve koplampen, maar ook voor andere bestuurders op de weg. Het schijnen van tegemoetkomende koplampen kan ernstige zichtproblemen veroorzaken. Omdat adaptieve koplampen op de weg zijn gericht, neemt de kans op verblinding af. Sensoren sturen kleine elektrische motoren aan die in de behuizing van de koplamp zijn ingebouwd om de koplampen te laten draaien. Een typische adaptieve koplamp kan de lichten tot 15 graden van het midden draaien, waardoor ze een bewegingsbereik van 30 graden hebben. De voorloper is de Citroën DS. LED-technologie De ontwikkeling van LED-technologie bevindt zich echter in een stroomversnelling en LED-lampen zijn in korte tijd behoorlijk krachtiger en compacter worden. Dat gaf de ontwikkelaars de mogelijkheid om nieuwe koplampen te ontwikkelen met nóg betere prestaties en twee keer zoveel LED-units (32). IntelliLux maakt gebruik van individuele LED-units die automatisch de lichtbundel aanpassen aan de omstandigheden. Dat maak het mogelijk om continu grootlicht te voeren, zonder medeweggebruikers te verblinden. Daarnaast leest de verlichting de snelheid af en weet daardoor in welke omgeving hij rondrijdt. Stad lichtbundel Het dimlicht voor de stad dat wordt geactiveerd bij snelheden tot 55 km/u, heeft een horizontale uitsnijdingslijn om verblinding voor andere weggebruikers tot een minimum te beperken. De brede verlichting van het gebied voor het voertuig maakt het ook gemakkelijker om voetgangers aan de kant van de weg te detecteren. Buiten de bebouwde kom lichtbundel Het "landweglicht" wordt geactiveerd tussen 55 en 100 km/u en is vergelijkbaar met conventionele dimlicht lichtverdeling. De speciale module genereert een asymmetrische lichtverdeling zodat verblinding voor tegenliggers kan worden vermeden. De cut-offlijn wordt verhoogd om de linkerrand van de weg meer te verlichten en om een groter bereik te bereiken. Auto(snel)weg lichtbundel Deze lichtbundel wordt geactiveerd bij snelheden van meer dan 100 km/u. Het bereik van de lichtverdeling is aangepast aan hoge bochtstralen bij hoge snelheden. ### Adaptive Cruise Control Adaptive Cruise Control Hoe stel je adaptive cruise control in? Trek op tot de gewenste snelheid en zet dan de ACC aan. Laat de ACC weten welke volgafstand je wil instellen (meestal korte-, middellange- of lange afstand) en de ACC houdt die afstand tot de voorganger aan. Echter, blijf ook altijd zelf opletten en alert. In slecht weer of andere gevaarlijke omstandigheden wordt het geadviseerd om de ACC niet te gebruiken. Raadpleeg altijd vooraf de handleiding voor meer informatie. Hoe stel ik de gewenste en juiste volgafstand in? De meeste versies van ACC in verschillende automerken hebben vergelijkbare instellingen, zoals “kort-, middellange- en langeafstand”. Sommige voertuigen kunnen zelfs vier of vijf verschillende volgafstanden. Dankzij ACC hoef je minder op te letten op het op een vaste afstand houden van je voorganger. En dus kan je meer aandacht houden op het overige verkeer, inclusief auto’s voor je en in andere rijstroken. Doet de adaptive cruise control het ook in slecht weer? De ACC van ieder merk auto gebruikt een of meer sensoren om te werken – van radar tot camera-sensoren. Sommige vormen van slecht weer kunnen de sensoren beïnvloeden, zoals dichte mist of hevige regen; vuil, sneeuw of ijs op de sensoren; of wanneer het glad op de weg is. Het kan ook voorkomen dat deze systemen niet in tunnels werken. Brengt ACC mijn voertuig volledig tot stilstand of remt het alleen een beetje af? De meeste versies van ACC dat zijn geïntroduceerd op de markt zijn in staat om je snelheid te verminderen wanneer de auto voor je langzamer gaat rijden, maar jij moet zelf de rem bedienen om genoeg snelheid te verminderen. Net zoals bij een normale cruise control, wanneer je de rem aanraakt moet je zelf de ACC weer instellen. Sommige moderne versies van ACC hebben de geavanceerde mogelijkheid om autonoom je auto te stoppen en het opnieuw opstarten. Dit wordt “stop-and-go ACC” genoemd, een handige functie tijdens files. ### Adaptive Cruise Control Adaptive Cruise Control Cruise control is een middel om de snelheid van een voertuig vast te zetten, zodat je zelf geen gas hoeft te geven. De cruise control wordt uitgeschakeld door te remmen of bij sommige auto's met ontkoppelen. Een verdere ontwikkeling is de adaptieve Cruise Control. Met adaptive cruise control houdt een auto niet alleen de door jou ingestelde snelheid aan, maar ook de door jou ingestelde afstand tot de voorganger; met adaptive cruise control remt een auto ook af als een voorligger dichterbij komt. Met adaptive cruise control (ook wel ACC genoemd) versnelt en vertraagt je auto om een vooraf ingestelde afstand te houden tussen jou en de auto voor je. Tevens kan ACC ook een remfunctie aanbieden in combinatie met Forward Collision Warning (FCW) of zelfs uitgerust zijn met een Autonomous Emergency Brake (AEB). Wat doet het niet? Adaptive cruise control zorgt er niet voor dat je helemaal niet meer hoeft te remmen als een voorganger dichterbij komt. Meeste voertuigen remmen wel af maar slechts enkelen remmen tot volledige stilstand. Hoe gaat adaptive cruise control in zijn werk? Adaptive cruise control verhoogt of verlaagt de snelheid van je auto om de vooraf door jou bepaalde afstand tot een voorganger aan te houden. Geavanceerde varianten kunnen ook in een file langzaam voor je rijden, voor je optrekken en remmen. De technologie erachter Eén of meerdere sensoren – inclusief radar en camera’s die aangesloten zijn op een computer – lezen de weg voor je om het verkeer te scannen en te volgen. Ze zijn in staat om de auto te laten reageren op auto’s die voor je zijn in jouw rijbaan. Wat zijn andere benamingen voor adaptive cruise control? Deze functie kan ook onder andere namen worden gebracht, zoals: Automatic cruise control Active cruise control Cooperative adaptive cruise control Intelligent cruise control Radar cruise control ### ADAS in kader van verkeersveiligheid ADAS in kader van verkeersveiligheid 1 februari 2019 In het Kamerdebat over het Strategisch Plan Verkeersveiligheid ging het op 30 januari 2019 onder meer over ADAS. ADAS SGP-Kamerlid Chris Stoffer wil het inbouwen van ‘noodhulpsystemen’ stimuleren met financiële prikkels. Verder stelde hij vast dat teveel mensen ADAS niet inschakelen of juist uitzetten. Dit wil hij met een campagne veranderen. De RAI-vereniging verwacht een motie van de SGP, met een oproep aan het kabinet tot het inderdaad financieel stimuleren van ADAS, in het op 7 februari 2019 geplande vervolgoverleg in de Kamer over het verkeersveiligheidsplan. Minister Van Nieuwenhuizen (IenW) reageerde hierop door te wijzen op het convenant waaraan SWOV, TNO, ANWB, RAI Vereniging en BOVAG werken en dat er juist op is gericht om gebruik van ADAS te bevorderen. Slechts 15 procent van de automobilisten gebruikt immers op dit moment deze nuttige systemen. De minister wil het convenant voor de zomer lanceren, in dezelfde periode als de online community rondom ADAS. Lees hier wat de RAI-vereniging eerder al over ADAS schreven. Bron: RAI-vereniging Voor meer informatie: Leo Bingen, beleidsadviseur smart mobility, connectiviteit en data Het artikel geeft dus aan dat er tijdens de rijopleiding grote zorg besteed moet gaan worden in het gebruik van de ADAS-hulpsystemen. Op de volgende pagina's worden de meest aanwezige systemen in de auto besproken. De naamgeving die in deze bijscholing voor de verschillende ADAS-systemen wordt gebruikt, is de naamgeving zoals deze omschreven staat in het ADAS Woordenboek van de ADAS Alliantie. Je vind dit woordenboek in onderstaande PDF. ### Werking zelfrijdende auto 1 Werking zelfrijdende auto De technologische ontwikkelingen gaan hard, heel hard. En Google en andere autofabrikanten als Tesla, Mercedes, Audi, BMW, Toyota, Volvo en Nissan zetten vol in op de ontwikkeling en productie van de zelfrijdende auto. Volgens de voorspellingen van deze fabrikanten zou de zelfrijdende auto werkelijk op de openbare weg te zien zijn geweest vanaf 2017. Tesla is momenteel het enige merk dat in deze ontwikkeling ver voorloopt ten opzichte van zijn concurrenten. De grootste obstakels zitten momenteel niet zozeer in de techniek of betrouwbaarheid van de zelfrijdende auto’s. Maar meer op wetgeving en infrastructureel vlak. In onderstaande video wordt de werking van de zelfrijdende auto van Google uitgelegd. Google werkt men een ander technisch systeem dan de meeste autofabrikanten. Waar deze werken met een sensor-based-systeem, maakt Google gebruik van een zelf ontwikkelde technologie op basis van 3D-kaarten en route-informatie. Let op: deze video duurt 15:29 minuten. LIDAR Google maakt voor haar zelfrijdende auto gebruik van een LIDAR-systeem. LIDAR staat voor (LIght Detection And Ranging of Laser Imaging Detection And Ranging) is een technologie die de afstand tot een object of oppervlak bepaalt door middel van het gebruik van laserpulsen. Deze techniek is vergelijkbaar met een radar-systeem, dat echter radiogolven gebruikt in plaats van licht. De afstand tot het object of oppervlak wordt bepaald door de tijd te meten die verstrijkt tussen het uitzenden van een puls en het opvangen van een reflectie van die puls. Door dit LIDAR-systeem scant de auto dus zijn omgeving op zoek naar obstakels. Google’s selfdriving car heeft meerdere camera’s, lasers en sensoren die de gehele omgeving scannen en deze informatie interpreteren om vervolgens de auto mee aan te sturen. Het lasersysteem (LIDAR genoemd) geeft de auto een 360 graden rondom interpretatie van de omgeving. Hiermee kan de auto personen en objecten van voren, aan de zijkant en van achteren tegelijkertijd waarnemen. Deze laser zorgt er ook voor dat de exacte geografische positie van de zelfrijdende auto kan worden bepaald. Klik op de afbeelding om te vergroten ### Werking zelfrijdende auto 2 Werking zelfrijdende auto Processor De informatie die alle lasers en sensoren genereren, worden geïnterpreteerd en verwerkt door de software zodat de verschillende objecten en personen in de omgeving van de auto kunnen worden waargenomen. En belangrijker, dat die data zodanig geïnterpreteerd wordt dat de auto zelfstandig keuzes kan maken om veilig op weg te gaan. Sensor voor locatiebepaling De sensor die de exacte positie van de auto bepaald, zit verborgen in de wielnaaf van Google’s zelfrijdende auto. Op basis van het aantal omwentelingen van het wiel kan de sensor de exacte locatie van de auto bepalen. Sensor voor oriëntatie Vergelijkbaar met ons evenwichtsorgaan, zorgt deze sensor er voor dat de auto gevoel krijgt voor beweging en balans. Deze sensor zit binnen in de auto en zorgt voor het oriëntatievermogen van de auto. Ogen en oren als het ware. Radar Een radar systeem is ingebouwd in Google’s zelfrijdende auto. Hiermee kan de auto ver vooruit kijken en auto’s waarnemen en snelheid van deze auto’s bepalen. Om zo de eigen snelheid aan te kunnen passen om veilig aan het verkeer deel te kunnen nemen. Deze vinden we ook terug in bijvoorbeeld de adaptive cruise control. Klik op de afbeelding om te vergroten Op deze afbeelding zie je alle detectiemiddelen die er nodig zijn om een auto zelfrijdend te laten worden. Deze ontwikkelingen worden steeds beter. Veel hardware kan worden geüpdatet door middel van software-updates. ### Levels autonomous driving - level 5 Levels autonomous driving - level 5 Level 5 - fully autonomous driving Wat? Vanaf niveau vijf bestaat de bestuurder niet meer. Nee, niet omdat Skynet de boel heeft overgenomen en via robots op mensen jaagt, wel omdat de bestuurder vanaf level 5 eigenlijk passagier wordt. De auto is perfect in staat om van de eerste tot de laatste centimeter zelf alle taken en verantwoordelijkheid op zich te nemen, waardoor een stuur iets uit het verleden lijkt. Hoe? Grotendeels gelijk aan de techniek die niveau 4 aan boord heeft, enkel met geëvolueerde elektronica, car-to-car-communicatie en massale rekenkracht. Wanneer? Toekomstvisie van 2030. ### Levels autonomous driving - level 4 Levels autonomous driving - level 4 Level 4 - automatische piloot met backup Wat? Het streefdoel. Want vanaf niveau vier mogen bestuurders in principe een dutje doen op de auto(snel)weg. Het is echter onder specifieke gevallen (verlaten zandweg, lange oprijlaan, parkeerplaats van winkel) dat de bestuurder nog zelf het stuur in handen moet nemen. Op level 3 moet de bestuurder binnen een redelijke tijd (enkele tellen) de besturing kunnen overnemen. Als dat niet gebeurt, brengt de auto zichzelf automatisch in een lage-risicosituatie tot stilstand op level 4. Meteen ook het laatste niveau waar een stuur verplicht is. Hoe? Ultiem fijngepunte sensoren, radars en scanners die samenwerken met real-time navigatiesystemen om een beeld te vormen over de gehele route. Wanneer? Afhankelijk van evolutie en regulatie mogelijk ook al vanaf 2021. ### Levels autonomous driving - level 3 Levels autonomous driving - level 3 Level 3 (eyes-off) Wat? Opstap van twee naar drie is subtiel. Al draait het vooral rond het feit dat je bij niveau twee nog altijd de aandacht op de weg moet fixeren. Waarbij vanaf niveau drie je als bestuurder afgeleid mag zijn - lees: krant lezen, appen op je smartphone, boterham smeren en eten - over langere periodes. Toch moet je net zoals bij niveau twee nog snel kunnen ingrijpen. De bestuurder moet nog steeds in het bezit van een rijbewijs zijn en daarnaast in staat zijn om het voertuig te kunnen besturen (rijvaardig). Hoe? Eerder genoemde sensoren plus laserscanners, ultrasoon-sensoren en radarsystemen die tezamen een 360°-beeld kunnen vormen rond het voertuig. Wanneer? Verwacht met (Europese) overheidsgoedkeuring in 2021. ### Levels autonomous driving - level 2 Levels autonomous driving - level 2 Level 2 (hands-off) Wat? Net zoals de naam impliceert moet de auto minstens twee dingen tegelijk kunnen om niveau twee te behalen. Denk dan aan een adaptieve cruise control en rijstrook-assistent. Theoretisch komt het er op neer dat een bestuurder eigenlijk zowel zijn handen van het stuur als de voeten van de pedalen kan halen en dit dan tegelijkertijd. Desalniettemin moet de bestuurder te allen tijden meteen terug de controle over kunnen nemen. Dit is waar de meeste automerken en regelgeving zich anno 2019 bevinden. Hoe? Stereo camera's en radarsensoren die de omgeving scannen. Wanneer? Echte doorbraak sinds 2016. ### Levels autonomous driving - level 1 Levels autonomous driving - level 1 Level 1 - De bestuurder moet te allen tijde de besturing in handen kunnen nemen Wat? De eerste vorm van autonoom rijden sluimert al sinds de jaren 50 in de auto en stiekem zelfs jaren eerder. Want we denken er vaak niet bij na maar cruisecontrol is ook een vorm van autonomie. Het eerste niveau bereik je dan ook wanneer één functie kan overgenomen worden door de auto. Naast (adaptieve) cruise control valt een rijstrook-assistent (Lane Keeping Assist) of automatische noodrem (Autonomous Emergency Braking) daar ook onder. Hoe? Initieel mechanisch, later door sensoren die verschillende variabelen zoals rotatiesnelheid van het wiel meten. Wanneer? Officieus sinds 1900, officieel sinds 1958 op de Chrysler Imperial. ### Levels autonomous driving - level 0 Levels autonomous driving - level 0 Level 0 - Geen enkele rijhulp, wel mogelijke waarschuwingen Wat? Vanaf het ontstaan van het motorrijtuig begeeft de vierwieler zich in niveau nul. Simpel gezegd ontbreekt er elke vorm van computergestuurde overname op ieder rijvlak. Versnellen, remmen, sturen,... het ligt helemaal in de hand van de bestuurder, ook al wordt er soms gebruik gemaakt van elektrische hulpmiddelen zoals ESP en ABS. Automatische ruitenwissers en verlichting hebben ook geen impact op het niveau, simpelweg omdat ze geen directe impact hebben op de rij-elementen van de auto. Hoe? Door eigen spierkracht. Wanneer? Sinds het ontstaan van de auto. ### Autonoom rijden Autonoom rijden De vraag is niet of maar wanneer volledig autonoom rijden op de openbare weg eraan komt. De nieuwste Tesla’s kunnen het al en Automated Guided Vehicles (AGV’s) zijn aan de orde van de dag. In de voertuigen van de toekomst komen geavanceerde technologieën samen. Een vliegtuig zonder piloot, of bus zonder bestuurder is binnen afzienbare tijd mogelijk. Alleen wettelijke en psychologische bezwaren staan ons nog in de weg; net zoals de stoomlocomotief in de 19e eeuw voor controverse en uitdagingen zorgde. De evolutie van autonoom bewegen Autonoom rijden was een van de hoofdthema’s op de IAA Frankfurt in 2018. De auto-industrie werkt aan technologieën die volledig autonoom bewegen in de openbare ruimte mogelijk maken. De autowereld hanteert een schaalniveau (levels) van 0 tot 5. Nul staat voor autorijden zoals we al een eeuw gewend zijn, zonder hulpmiddelen. Niveau 5 voor een volledig geautomatiseerde autorit, terwijl jij een boek leest of film kijkt. Op de volgende pagina's wordt ieder level uitgelegd. Feit is dat vanaf 2018 alle nieuwe automodellen op niveau 2 geautomatiseerd moeten zijn om een 4- of 5-sterren veiligheidsrating te krijgen. De auto is dan voorzien van geavanceerde hulpsystemen, Advanced Driver Assistance Systems (ADAS). Zoals Automatic Emergency Breaking, Lane Assistance en Road Edge Detection. Tesla heeft de sprong van ADAS naar autonoom gemaakt in zijn nieuwste modellen. De nieuwste versie van Tesla’s Autopilot balanceert al op de grens van niveau 4 en 5. Er wordt dus door fabrikanten en experts gesproken over level 0 tot level 5 autonoom rijden als het gaat om wat auto’s allemaal kunnen. De internationaal geaccepteerde niveaus van autonoom rijden werden in oktober 2016 definitief gedefinieerd door de Society of Automotive Engineers (SAE). Wat houden de levels nu precies in? Level 0: Geen enkele rijhulp, wel mogelijke waarschuwingen. Level 1: De bestuurder moet te allen tijde de besturing in handen kunnen nemen. Level 2: (hands-off): Zowel acceleratie, sturen als remmen wordt door de auto gedaan. Level 3: (eyes-off): In bekende en niet-complexe omgevingen (een auto(snel)weg bijvoorbeeld) kan de bestuurder de aandacht veilig van zijn rijtaken naar iets anders verleggen. Level 4: de automatische piloot is in staat het voertuig in bijna elke mogelijk scenario te besturen, behalve in zeer slecht weer. Level 5: de ultieme zelfrijdende auto. De enige input die nodig is, is het ingeven van de bestemming en het starten van bet systeem. ### ADAS (Advanced Driver Assistance Systems) ADAS (Advanced Driver Assistance Systems) Eén van de belangrijke onderdelen van het ITS voor de rijinstructie is ADAS. Wat is ADAS nu precies? Geavanceerde rijhulpsystemen (ADAS) zijn systemen die de bestuurder helpen bij het besturen van het voertuig. Wanneer ze zijn ontworpen met een veilige interactie tussen bestuurder en voertuig zorgen deze systemen ervoor dat ze de veiligheid van auto's verhogen en meer in het algemeen de verkeersveiligheid. De meeste verkeersongevallen vinden nog steeds plaats door menselijke fouten. Geavanceerde rijhulpsystemen zijn systemen die zijn ontwikkeld om voertuigsystemen te automatiseren, aan te passen en te verbeteren voor meer veiligheid en beter rijgedrag. Het geautomatiseerde systeem dat door ADAS aan het voertuig wordt geleverd, heeft bewezen de verkeersdoden te verminderen door deze menselijke fouten te minimaliseren. Veiligheidsvoorzieningen zijn ontworpen om botsingen en ongelukken te voorkomen door technologieën aan te bieden die de bestuurder waarschuwen voor mogelijke problemen of juist om botsingen te voorkomen door beveiligingsmaatregelen te nemen en de controle over het voertuig over te nemen. Adaptieve functies zorgen voor het automatiseren van handelingen die normaal door de bestuurder uitgevoerd dienen te worden. Denk maar eens aan verlichting, ruitenwisser en snelheid. Dit alles om de bestuurder nog meer zijn aandacht te kunnen laten verdelen. Geschiedenis Het eerste ADAS-systeem dat we terugvinden op de auto dateert al uit 1929. ABS oftewel antiblokkeersysteem werd ontwikkeld door Gabriel Voisin voor gebruik op vliegtuigen. In 1958 werden de eerste proeven uitgevoerd met een ABS dat was gemonteerd op een motorfiets. In de jaren zestig werden het eerste mechanische ABS toegepast in auto's. Het eerste moderne ABS voor auto’s werd in 1978 door Robert Bosch GmbH op de markt gebracht. ABS werd later verplicht ingevoerd voor alle nieuwe auto's binnen de Europese Unie. Nu vinden we ABS vooral terug in het stabiliteitsprogramma ESP, dat ervoor zorgt dat ieder wiel apart van elkaar aangestuurd wordt en zonodig afgeremd kan worden. ESP is uitgevonden door de Nederlandse ingenieur Anton van Zanton. In de volgende (Engelstalige) video legt hij uit wat ESP heeft betekent voor de autoindustrie. Wil je liever in het Nederlands lezen wat hij betekent heeft voor de autoindustrie, klik dan hier. Anno 2019 Uit onderzoek onder zakelijke rijders is gebleken dat rijtaakondersteunende systemen (Advanced Driver Assistance Systems, ADAS) nog maar weinig worden gebruikt. Het gebrek aan kennis over het bezitten van ADAS lijkt de grootste bottleneck voor de doorbraak van het gebruik van ADAS. Veel zakelijke rijders zijn zich niet bewust van de ADAS die ze bezitten terwijl de bestuurders die wel weten welke systemen ze bezitten deze over het algemeen ook gebruiken. Hoewel dit niet automatisch betekent dat het verhogen van het bewustzijn van ADAS ook het gebruik verhoogd, wordt dit wel verwacht. Bekijk onderstaande factsheet (PDF) eens aandachtig en dit geeft dus echt wel de noodzaak aan dat er in de rijopleiding wel degelijk tijd moet worden gereserveerd om een aankomende bestuurder bewust te maken van ADAS. ### ITS (Intelligent Transportation Systems) ITS (Intelligent Transportation Systems) Intelligente transportsystemen (ITS) is een internationaal verzamelbegrip voor de toepassing van informatie- en communicatietechnologieën in voertuigen en transportinfrastructuur om het verkeer veiliger, efficiënter, betrouwbaarder en milieuvriendelijker te maken. Wereldwijd groeit het gebruik van ITS om regelgeving van de overheid doelmatiger te handhaven, veiligheid te bevorderen, maar ook om reizigers te informeren, te sturen en te beprijzen. ITS-vraagstukken gaan hierbij niet alleen over de techniek, maar juist ook over implementatie en organisatie van processen. De wereldwijde interesse in ITS wordt gevoed door de toenemende problematiek met verkeer en vervoer, zoals congestie, en door een synergie van nieuwe informatietechnologieën voor simulatie, real-time controlemogelijkheden en communicatienetwerken. Belangrijke onderwerpen in het ITS-veld Advanced Driver Assistance Systems (ADAS) Automated highway system (AHS) Brake assist (BA of BAS) Dedicated Short Range Communications (DSRC) Floating Car Data (FCD) Bron: Wikipedia - ITS Soorten ITS-systemen Indeling gebaseerd op technische werking: voertuigsystemen waarbij er geen interactie is met gegevensbronnen buiten het voertuig; wegkantsystemen waarbij er geen interactie is met gegevens van individuele voertuigen; systemen waarbij er interactie is tussen individuele voertuigen en andere gegevensbronnen, zoals tussen voertuigen onderling of tussen voertuig en wegkant. ### Wie bestuurt de auto? Wie bestuurt de auto? Bestuurders van toekomstige auto's krijgen steeds meer te maken met ADAS systemen. De auto zal steeds meer zelf beslissingen maken. Juridisch wordt het steeds lastiger te beslissen wie verantwoordelijk bij een ongeval. Nu is de bestuurder verantwoordelijk. Ook wanneer je in de rol bent van rij-instructeur. Het is dus belangrijk dat jij je daar bewust van bent. ### Inleiding ADAS Inleiding ADAS ADAS veiligheidsvoorzieningen zijn zodanig ontworpen dat botsingen en ongelukken voorkomen kunnen worden door (op tijd) de bestuurder te waarschuwen voor mogelijke problemen, of om botsingen te voorkomen door de uitvoering van waarborgen en het overnemen van de controle over het voertuig. Adaptieve hulpsystemen Bij Adaptieve Cruise Control (ACC) hoeft de bestuurder alleen maar de gewenste snelheid in te stellen. De rest gaat vanzelf. Rijdt er iemand voor je langzamer dan jouw voertuig, dan houdt het systeem automatisch afstand. De Adaptive Cruise Control blijft ingeschakeld en geeft automatisch weer gas bij als de voorligger is afgeslagen of naar een andere rijstrook is gewisseld. Als jij besluit om in te halen, dan gaat de auto daarna ook weer verder op de ingestelde snelheid. Dit is een typisch voorbeeld van een adaptief hulpsysteem. Het neemt de rijtaak als het ware van je over op het moment dat de veiligheid in het geding komt. Tevens zijn enkele systemen ingericht met een automatisch remsysteem. De auto maakt een noodstop indien een obstakel of andere auto plotseling binnen de gevarenzone komt. Dit kan tot ongewenste situaties leiden met name achter de auto. Op tijd keuzes maken van wel of niet gebruik maken van een hulpsysteem dient aangeleerd te worden. De bestuurder moet eerder reageren dan het systeem. Het is immers een hulpsysteem en niet een systeem waar men volledig op moet vertrouwen waardoor de aandacht (scherpte en concentratie) mag afnemen. Voorbeeld van een BLIS-systeem (Blind Spot oftewel dodehoekverklikker) Vragen tussendoor Welk adaptief hulpsysteem zit er nu al op jouw lesauto? Gebruik je het al tijdens de rijlessen? Voorbeeld van een adaptieve cruise control met waarschuwing van onvoldoende volgafstand Andere hulpsystemen Ook verlichting kan volledig geautomatiseerd hulp bieden. Het gaat aan wanneer het donker wordt of wanneer een tunnel in gereden wordt. Het is mogelijk om dit systeem in te stellen of uit te zetten. Tevens is het mogelijk om de gevoeligheid in te stellen GPS systemen waarschuwingen vroegtijdig voor verkeersongevallen, opstoppingen, snelheidscontroles, maximumsnelheid op de weg waarop op dat moment wordt gereden. Daarnaast zijn er hulpsystemen die aan te sluiten zijn op of via smartphones. Er zijn hulpsystemen die een melding geven waardoor je alert wordt gemaakt voor andere auto's of gevaren, of om je als bestuurder in de juiste rijstrook houden of laten zien wat er in de blinde en dode hoeken zich bevindt. Er zijn vele vormen van ADAS beschikbaar; sommige functies zijn ingebouwd in auto's of zijn beschikbaar als een aanvulpakket (optioneel). ADAS is gebaseerd op input van meerdere databronnen, waaronder bijvoorbeeld LiDAR (Light Detection And Ranging imaging): een landmeetkundige technologie die afstand meet door het verlichten van een doel met een laser licht. Daarnaast hebben we ook nog radar, beeldverwerking, computer vision, en in-car networking. ### Inleiding bijscholing ADAS Inleiding bijscholing ADAS In de komende jaren zullen geavanceerde hulpsystemen ontwikkeld zijn om het rijgedrag voor de bestuurder te automatiseren dan wel aan te passen of te verbeteren en in sommige (verkeers)situaties zelfs over te nemen. Deze hulpsystemen, ook wel voertuigsystemen genoemd, zorgen voor meer veiligheid en een beter rijgedrag. Vanaf 1 januari 2016 staat het CBR het gebruik tijdens het rijexamen toe. Uiteraard heeft dit invloed op de rijopleiding van onze leerlingbestuurder tijdens de rijles. Als rijinstructeur zul je vroegtijdig in de rijopleiding aandacht moeten besteden aan deze geavanceerde hulpsystemen, ook wel ADAS (Advanced Driver Assistance Systems) genoemd. Uitgangspunt tijdens het rijden: in staat zijn als bestuurder m.b.v. ADAS veilig aangepast besluitvaardig door het verkeer te rijden. Het beslismoment om een hulpsysteem (op tijd) in- of uit te schakelen dient aangeleerd te worden. Er zijn 2 verschillende soorten ADAS systemen: Handmatig in te stellen hulpsystemen Voorbeeld: cruise control (uitschakelbaar). Softwarematig aanwezige hulpsystemen. Voorbeeld: richtingaanwijzerlampje in linker- en rechterbuitenspiegel (deze zijn niet uitschakelbaar). De ADAS systemen zijn onder te verdelen in 3 werkingssoorten: Signaleren | informeren | waarschuwen Denk aan parkeersensoren, blindspot en achteruitrijcamera. Ondersteunen | corrigeren Denk aan Lane Departure Assistance. Rijtaak overnemen Denk aan automatisch achteruit in file parkeren, zelfstandig uit een parkeervak wegrijden. ### Woordenlijst van Fase 2A Woordenlijst van Fase 2A TERM DEFINITIE Aanvangsniveau Begingedrag Dit is wat de leerling feitelijk al weet of kan. Hiervoor wordt ook de term “begingedrag” gebruikt. Voordat de leerling met een nieuw lesonderdeel begint, is het belangrijk te weten of het benodigde aanvangsgedrag beheerst wordt. Dit toets je door de leerling een rijopdracht bij een praktijkles te geven, of stel je enkele vragen bij een theorieles. Aanwijzing Meerdere betekenissen: 1. Beperkte hulp of hint. 2. Teken aan een verkeersdeelnemer om een bepaalde actie uit te voeren (verkeersregelaar). Affectief De manier waarop we in emotionele zin omgaan met onderwerpen: bijvoorbeeld gevoelens, waarden, motieven die we hebben en hanteren bij autorijden. Affectief leergebied In dit leergebied gaat het om 2 kanten van ons gedrag: De sociale kantt; de omgang met andere verkeersdeelnemers en De affectieve kant, waarbij het gaat om houdingen en opvattingen, normen en waarden, controle van de eigen emoties op de weg, en de motivatie. Beide kanten bepalen gezamenlijk ons sociaal weggedrag. Alert In staat zijn snel te reageren en waakzaam te zijn. Algemene doelstelling Algemene of breed geformuleerde doelen. Ze zijn van belang om de richting van een opleiding of cursus af te bakenen. Tegenover een algemene doelstelling staat een concrete doelstelling. Voorbeeld algemene doelstelling: Er blijk van te geven rekening te houden met de zwakkere verkeersdeelnemers. Analyse Het uiteenleggen van grotere gehelen, bijvoorbeeld analyseren van de rijprestatie van een leerling in onderdelen, zodat een meer gedetailleerd beeld ontstaat. Bijvoorbeeld: welke rijtaken gaan goed, in welke gebieden presteert hij goed, welke manoeuvres gaan in welke situaties al wel goed en waar nog minder goed? Ankerpunten Het is handig om bij nieuwe kennis, die je moet onthouden, eerst die informatie te activeren die al in het geheugen aanwezig is. Voorbeeld: de nieuw aan te leren kennis zijn de handelingen, die je moet uitvoeren bij het oversteken van een kruispunt met gescheiden rijbanen. Het is in dit geval verstandig eerst in het geheugen op te roepen hoe je ook al weer een kruispunt moet oversteken, zonder gescheiden rijbanen. Dit vormt dan het ankerpunt, waar je de nieuwe informatie aan vastmaakt. Associatief beheersingsniveau Een handeling, bijvoorbeeld een bocht achteruitrijden, bestaat uit deelhandelingen. Deze moeten aansluitend en vloeiend worden uitgevoerd. De ene handeling roept de volgende op. In de psychologie noemt men dat wel "het associatieve beheersingsniveau". Als de gehele handeling nog niet voldoende is geautomatiseerd, raakt de leerling nog makkelijk in de war en gaat het mis. Attitude Een attitude is een houding ten opzichte van een persoon of een maatschappelijk gegeven of gebeurtenis, die gevormd is door kennis of ervaring. De attitude heeft invloed op de gedachten, de handelingen en het gedrag. Een attitude kan positief, negatief of onverschillig zijn. In de rijopleiding gaat het naast het verwerven van kennis en vaardigheden ook om het ontwikkelen van attitudes bij de leerlingen. Ze komen vooral aan bod bij de zogenaamde "hogere orde vaardigheden" van de verkeersdeelname met betrekking tot veiligheid, sociaal gedrag en mobiliteit. Attributies Toeschrijven Toeschrijvingen van succes en mislukkingen door de leerling aan factoren als: inzet, toeval en omstandigheden van de taak of situatie. Leerlingen kunnen opgedane successen en mislukkingen toeschrijven aan realistische oorzaken. Zelfgemaakte fouten moeten aan eigen keuzes worden toegeschreven en niet aan anderen of aan de omstandigheden. Automatiseren Automatiseren (ook: inoefenen) is het verwerven van standaardprocedures die rechtstreeks naar een oplossing voeren en zonder lang nadenken uitgevoerd kunnen worden. Bijvoorbeeld het kunnen uitvoeren van de handeling op- en terugschakelen zonder erbij te hoeven nadenken. Begeleide inoefening Na een uitleg of demonstratie moet de instructeur tijd besteden aan bet inoefenen van de kennis of vaardigheid. Dit zal moeten gebeuren onder nauwgezette begeleiding. Het hoofddoel van deze activiteit is de verwerking van de leerstof door actieve oefening. De rol van de instructeur is in deze fase “Doe Op Aanwijzing“ (DOA). Beginsituatie Het geheel van persoonlijke, sociale, schoolse en situationele gegevens, die in verband met het bereiken van leerdoelstellingen van invloed kunnen zijn op het leerproces. Beheersing De leerling voldoet aan de eisen zoals deze in de doelstelling van de les zijn omschreven. Belangrijke stap De rijprocedures beschrijven nauwgezet hoe de rijhandelingen moeten worden uitgevoerd. In de  handelingsanalyses zijn deze voor gebruik in de rijlessen omgezet in belangrijke stappen en kritieke punten. Kortweg: wat je moet doen en hoe je het moet doen. Benoemen Begripsmatige kennis kunnen benoemen op grond van kenmerken. Voorbeeld: uit verschillende soorten verkeersborden de gebodsborden kunnen benoemen Beschrijven Hoofdzaken met eigen woorden kunnen aangeven”. Voorbeeld: beschrijf het gedrag van jeugdige fietsers. Betrouwbaarheid Een toets of examen is betrouwbaar als het bij herhaaldelijk gebruik dezelfde resultaten oplevert. Casestudy Een gevalsstudie of casestudy is een werkvorm waarbij aan leerlingen een probleemsituatie wordt voorgelegd. Dat kan zijn in verhaalvorm, maar ook aan de hand van foto' s of een video. De leerlingen worden gevraagd om een oplossing te uit te werken voor het probleem. Voorbeeld: Een gevalsstudie beschrijft een ongeval met 5 jonge mensen in één auto, die na een avondje stappen, een ernstig, eenzijdig ongeluk krijgen. De chauffeur had niet gedronken en ook geen middelen gebruikt. Wat kan de oorzaak van het ongeluk  zijn? Casusvragen Dit type vraag meet begrippen, regels en principes die voorwaardelijk zijn voor het uitvoeren van rijtaken. De vragen worden gesteld aan de hand van een werkelijkheidsgetrouwe beschrijving. Wat, hoe en waarom -vragen zijn hierbij heel bruikbaar. Classroommanagement Klassemanagement Classroommanagement of "klasbeheer" is een term voor maatregelen die een leerkracht neemt om een klimaat te scheppen waarin leerlingen met succes kunnen leren en werken. Uit onderzoek is gebleken, dat leerkrachten die hun klas goed georganiseerd hebben, ook betere leerresultaten met leerlingen boeken. Coach Een onderwijsgevende, die zonder alles voor te doen, een leerling ondersteunt bij het aanleren van taken met behulp van hints en aanwijzingen Coachen Een werkwijze waarbij een instructeur de leerling observeert terwijl deze een taak uitvoert en daarbij hem voorziet van hints, hulp, en commentaar (feedback), waar dat nodig is. De methode wordt gebruikt om net aangeleerde vaardigheden verder te perfectioneren. Cognitief leergebied We onderscheiden 3 leergebieden; het cognitieve of verstandelijke leren, het psycho -motorische leren en het sociaal -affectieve leren. In het cognitieve leergebied gaat het om het leren, opslaan en toepassen van kennis. Cognitief leren Het vermogen om kennis op te nemen, te verwerken en te onthouden. Communicatie Het uitwisselen van informatie door gesproken of geschreven woorden, door gebaren of gezichtsuitdrukkingen (non- verbaal) of langs elektronische weg. (Facebook, Twitter) Complex Samengesteld, ingewikkeld, veelomvattend. Complexe leer- of rijtaken Nieuwe leertaken worden aangeleerd in eenvoudige taaksituaties. Naargelang de leerling vordert, kiest de instructeur steeds complexere oefensituaties. In deze situaties zijn er steeds meer gegevens te verwerken Uiteindelijk moet de leerling in staat zijn de taken zelfstandig in alle voorkomende situaties correct uit te voeren. Componenten Onderdelen; elementen waaruit iets is opgebouwd. Concreet Alles wat in het brein voorstelbaar is en wat via de zintuigen kan worden waargenomen. Concrete doelstellingen Concrete leerdoelen maken het voor de instructeur en leerling duidelijk wat er moet worden geleerd en op welke wijze. Een concreet leerdoel voldoet aan 4 criteria: 1. duidelijke en begrijpelijke leerstof; 2. in een actiewoord aangegeven op welke wijze de leerling het geleerde moet kennen of kunnen uitvoeren; 3. de voorwaarden waaronder de taak moet worden uitgevoerd; 4. de minimumprestatie waaraan de uitvoering moet voldoen. Corrector Iemand die andermans prestaties observeert, beoordeelt en helpt te verbeteren door aanwijzingen te geven. Cultuur Al die dingen die mensen denken, doen, belijden en hebben: gewoonten en gebruiken, godsdienst, normen en waarden, bestaanswijze, muziek en voorwerpen, eetgewoonten en wijze van kleden, bouwwerken. Cursus Een complete en samenhangende serie lessen die opgezet is met het oog op het bereiken van een aantal algemene en/ of concrete doelen. Defensief rijden Zodanig rijden en zo handelen in het verkeer dat er om het voertuig heen permanent een “ruimtekussen” ontstaat(in tijd en afstand)waardoor in het slechtst denkbare geval, namelijk dat een willekeurige andere verkeersdeelnemer een verkeerde handeling verricht, nog de mogelijkheid aanwezig is om een ongeval te vermijden. Demonstreren Demonstreren is een didactische werkvorm, waarbij de instructeur aan de hand van een handelingsanalyse de uitvoering van een rijtaak voordoet of demonstreert. Hij besteedt erbij aandacht aan de belangrijke stappen en de kritieke punten. Didactiek Didactiek is de leer van het onderwijzen en instrueren. Men onderscheidt algemene didactiek en vakdidactiek. Wij houden ons hier voornamelijk bezig met vakdidactiek, namelijk het bespreken van regels en aanwijzingen voor het geven van rijlessen. Didactische analyse Model didactische analyse Schema of model van het onderwijsleerproces. Het verschaft inzicht in de onderlinge samenhang van de didactische componenten: leerdoelstelling, beginsituatie, onderwijsleerproces en evaluatie. Dit model is te gebruiken voor zowel lesvoorbereiding als -evaluatie. Didactische werkvormen Manier(en) om leerprocessen te organiseren. De oudste en meest traditionele didactische werkvormen zijn doceren en het onderwijsleergesprek. Daarnaast zijn veel andere vormen, waarvan bij de rij –instructie demonstreren en oefenen zeer belangrijk zijn. Differentiëren Rekening houden met verschillen tussen leerlingen, bijvoorbeeld, door aanpassing van het lesplan en het leertempo. Doceren Doceren is een zogenaamde “mededelende werkvorm”. Beperk het doceren tot de noodzakelijk informatie die moet worden overgedragen. Stel altijd enkele vragen om na te gaan of de informatie is overgekomen. Dwarsverbanden Verbindingen van een bepaald onderwerp met andere onderwerpen. Wil men bijvoorbeeld de techniek van het remmen aanleren, dan kan men ook spreken over de functie van de banden, bandenspanning, vereiste profieldiepte, en dergelijke. Eindtermen Beknopte omschrijvingen van de kennis, inzichten en vaardigheden waarover een leerling aan het eind van een opleiding minimaal zou moeten beschikken. Element-instructie Dit is rijinstructie waarbij een rijtaak tijdens de les wordt aangeleerd opgesplitst in deeltaken en onderdelen daarvan. Vervolgens worden eerst de deeltaken aangeleerd en pas daarna de rijtaak als geheel. Dit staat tegenover integrale instructie. Evaluatie Letterlijk: waardebepaling; nagaan hoe de les is verlopen (proces) en hoe de resultaten van de les zijn (product). Doel, waar mogelijk, verbeteringen in de les aan te brengen, om: betere resultaten te behalen en het lesverloop te verbeteren. In een lesplan wordt tijd voorzien voor de evaluatie. Zijn de leerdoelen nog niet bereikt, dan zul je er een volgende keer mee verder moeten gaan. We noemen dit de productevaluatie. Daarnaast wil je ook weten hoe de leerling de les heeft ervaren. Daar moet je ook naar vragen. Heeft de leerling de uitleg eigenlijk wel begrepen? Wat heeft de leerling als extra moeilijk ervaren? Deze gegevens zijn belangrijk om er je lesgeven op te kunnen afstemmen.Dit is de procesevaluatie. Evalueren Evalueren is gericht op beoordeling van het leerproces door effectiviteit, efficiëntie en verloop ervan te beoordelen. Extravert De mate waarin iemand actief contact met anderen onderhoudt. Fair Degene die wordt getoetst moet in staat zijn de toetsopdrachten of vragen te begrijpen. Daarnaast moet alleen worden getoetst, wat bij de bijbehorende leerstof thuishoort. Dus niet: “dat zouden ze ook behoren te weten” als dat niet tot de opgegeven leerstof behoort . Feedback of terugkoppeling De informatie die de instructeur aan de leerlingen geeft over de aard van hun taakuitvoering. Feedback kan positief, negatief, of neutraal zijn. De informatie kan worden verkregen van de leerling zelf. In dat geval vereist dit vaardigheid in zelfreflectie, waarbij de leerling leert de getoonde taakuitvoering te vergelijken met de voorbeeld taakuitvoering. 1. Neutraal: het verstrekken van bevestigende informatie over de kwaliteit waarmee een leerling een (rij)taak heeft uitgevoerd (je deed dit en dat op een juiste wijze; goed gedaan). Dit versterkt in de regel het leerresultaat. 2. Positieve feedback: commentaar dat vooral de positieve elementen van een prestatie belicht (Dat wat goed gegaan is). 3. Negatieve feedback: commentaar dat vooral de negatieve elementen van een prestatie belicht (Dat wat fout of onvolledig gedaan is). Feitelijke beginsituatie Feitelijk aanvangsniveau Wat de leerling daadwerkelijk kan of kent. Formatieve toetsing Een doorlopend proces tijdens de cursus van informatie verzamelen over de leerresultaten en  over sterke en zwakke punten, die de instructeur kan gebruiken voor het geven van feedback. De kracht van formatieve toetsing is dat het bijdraagt aan de verbetering van het leren. Foutenanalyse Systematisch nagaan wanneer en waar de fout tijdens de handeling is opgetreden, die tot een foutieve handeling heeft geleid. Geautomatiseerd niveau Leerproces, waarbij in het eindstadium een geautomatiseerd niveau wordt bereikt. De taak wordt onbewust, zonder erbij na te hoeven denken, uitgevoerd. Gesloten vragen Bij gesloten vragen kan de leerling kiezen uit een aantal gegeven antwoordmogelijkheden, waarvan slechts één antwoord het juiste is. Voorbeeld: ja-nee vragen. Gewenste beginsituatie Criterium eisen, die zijn gesteld alvorens leerlingen aan dit onderwijs-leertraject kunnen beginnen. Criterium eisen zijn geschiktheidseisen, die men aan de hand van toetsen bijvoorbeeld, in beeld kan brengen. Hardop denken Hardop denkmethode Onder 'hardop denken' wordt verstaan dat de leerling de denkstappen die hij of zij maakt, hardop uitspreekt; bij praktijklessen gaat het om het verwoorden van de handeling tijdens de uitvoering. Het wordt tijdens de rijles zowel “in stilstand” als “rijdend” uitgevoerd. Incidenteel leren Het meeste dat we leren of geleerd hebben, hebben we verworden in alledaagse situaties bijvoorbeeld door imitatie van anderen. Individualisering Erop gericht zijn, dat de rij-instructie tegemoet komt aan de individuele leerling kenmerken zoals:interesse, gebleken (rij)vaardigheid, kennis, motivatie. Zie ook bij leerling kenmerken. Intentioneelleren Datgene wat doelbewust aangeleerd wordt noemen we intentioneel leren. . Schools leren is een voorbeeld van intentioneel leren. Interactie Uitwisseling van informatie, ideeën en meningen tussen de leerling, de instructeur of tussen leerlingen onderling. Vandaar ook de termen leerling- leerling interactie, instructeur-leerling interactie en tegenwoordig ook ‘content-leerling’ interactie. In het laatste geval wordt meestal het leren op online leeromgevingen bedoeld. Interpreteren Een persoonlijk beredeneerd oordeel over de betekenis van een waarneming. Interventie Interventies zijn methoden die je gebruikt om het gedrag van de leerling te veranderen, bijvoorbeeld het activeren van trage leerlingen. Intest Aan het begin van de rijopleiding en bedoeld om inzicht te krijgen in het soort leerling en in de benodigde opleidingsduur. Intrinsieke motivatie Motivatie die mensen vanuit zichzelf hebben. Hun ambitie, hun interesse of de voldoening die ze beleven aan het leveren van een prestatie. Tegenover intrinsieke motivatie staat extrinsieke motivatie. Introvert Bij een introverte instelling is de energie naar binnen gericht, op de eigen gedachten en gevoelens. Kennisvragen Ook wel feitenvragen genoemd. Dit zijn vragen waarbij de leerlingen zich feiten en definities moeten herinneren. Wat is het verschil tussen inhalen en voorbijrijden? Leer- en hulpmiddelen praktijkles Een miniatuurauto met draaibare voorwielen om mee te kunnen demonstreren; de instructievorderingenkaart; instructeursmap met bordenfolder, papier en pen; handelingsanalyses e.d. Leerdoelstelling Leerdoel Een leerdoel specificeert eenduidig en concreet wat men beoogt zichzelf of anderen eigen te laten maken op het gebied van kennis, inzichten , vaardigheden en houdingen. Leergang Logisch geordende leerstofonderdelen, die met elkaar de inhoud van een cursus aangeven. Leerlijn In een leerlijn worden de leer- en oefenmomenten in een logische volgorde geordend. Er zijn een aantal belangrijke didactische vuistregels bij het maken van leerlijnen: 1. Sluit aan bij het bekende 2. Ga van makkelijk naar moeilijk; 3. Ga van het enkelvoudige naar het samengestelde; 4. Geef voldoende oefengelegenheid om vaardigheden en handelingen goed te leren beheersen. Leerlingkenmerken Algemene: kenmerken van leerlingen die gegeven zijn of moeilijk te beïnvloeden zijn door rij- instructie (geslacht, leeftijd, intelligentie). Specifieke: op de individuele leerling betrekking hebbend: traag, intelligent, faalangst etc. Leren Leren is een proces waardoor er blijvende gedragsveranderingen ontstaan door middel van het opdoen van voldoende ervaring. Voor ervaring mag je “oefenen” lezen. Als een leerling onvoldoende oefent, heeft hij niet geleerd, omdat er geen blijvende gedragsverandering is ontstaan. Lesplan Een geschreven handleiding voor instructeurs ten behoeve van één les, bedoeld als hulpmiddel om de lesdoelen te bereiken. Een lesplan bevat meestal een titel, een onderwerp, een tijdsplanning, benodigde materialen, lesroutes en oefenplaatsen, lesdoelen, introductie, uitleg, oefeningen. Lesroute De didactische betekenis van een lesroute is het beschikken over een serie van leertaken. Een route moet uiteenlopende rijtaken met diverse rijomstandigheden bevatten, die passen bij het doel van de les. Lesvoorbereidingsformulier Een hulpmiddel dat een instructeur gebruikt bij het voorbereiden van de les en hem wijst op een aantal aspecten waar hij rekening mee moet houden. Daarnaast reikt het een indeling in fasen aan voor de les. Meerkeuzevragen vraagvorm waarbij leerlingen het beste antwoord moeten kiezen uit een aantal antwoorden. Memoriseren Uit het hoofd leren. Wat gememoriseerd is kan letterlijk worden gereproduceerd. Mentor Rol van de instructeur als hij de leerling gedurende een oefenproces begeleidt en de leerling aan zijn niveau- en andere beginsituatiekenmerken, aangepaste hulp en steun geeft (mentorfasen). Mentorfasen Er worden vier mentorfasen onderscheiden, die gerelateerd zijn aan de vorderingen. Van aanvankelijk veel begeleiding naar uiteindelijk zelfstandige taakuitvoering.Fasen: doe met mij mee - doe op aanwijzing- doe op minder aanwijzingen- doe zonder aanwijzingen. Meten Hulpmiddel om te kunnen evalueren (bijvoorbeeld een toets). Modeling Bij `modeling`doet de leerkracht het gewenste gedrag voor. Het is een krachtige werkvorm, mits goed en overtuigend uitgevoerd. Een voorbeeld van modeling is `hardop denken`door de instructeur bij het demonstreren van handelingen of rijtaken. Noemen “Uit het hoofd kunnen zeggen” Voorbeeld: Noem 3 speciale groepen voetgangers. Objectief objectieve Niet beïnvloed door eigen gevoelens of opvattingen. onbevooroordeeld. Een objectieve toets zou bij afname door diverse examinatoren eenzelfde uitslag moeten opleveren. Observerend leren Leren van een “meerijder” door het observeren van de taakuitvoering die door een leerling worden uitgevoerd. De observaties moeten worden nabesproken met de instructeur. Onderwijsleergesprek leergesprek Een door de instructeur geleid gesprek waarbij door middel van vraag en antwoord de leerling tot bepaalde kennis- en/of inzicht gebracht wordt. Onderwijsleerproces De directe interactie tussen leerling(en), leerstof en/of instructeur, gericht op het behalen van de doelstellingen. Onderwijsleersituatie De interactie tussen: instructeur – leerling(en) in een leeromgeving, die wordt bepaald door: leerstof, leeractiviteiten, didactische werkvormen, onderwijsleermiddelen. Opdrachten Werkzaamheden of taken die leerlingen tijdens rijlessen of theorielessen moeten verrichten om een vaardigheid te oefenen, of kennis te verwerven en toe te passen. Open vragen Vragen die de leerlingen vrijheid laten in de beantwoording van een vraag of opdracht. Procesevaluatie Nagaan of de diverse onderdelen van de les adequaat zijn uitgevoerd. Productvragen Productvragen zijn bedoeld om de leerlingen feiten te laten reproduceren (wie, wat, waar, wanneer-vragen). Psychomotorisch Psychomotorisch leren Psychomotorische vaardigheden Een belangrijk effect van psychomotorisch leren is het verwerven van automatismen. Bij het aanleren van psychomotorische vaardigheden dienen een aantal zaken in acht te worden genomen: Langdurige training om een handeling te automatiseren. Demonstreren van de totale handeling en deze opbouwen door deelhandelingen apart in te oefenen. Voorkomen van fouten gedurende de opbouw van de handeling Gemaakte fouten duidelijk analyseren en zo snel mogelijk corrigeren. Rationeel Weloverwogen, doordacht. Referentiekader Geheel van gewoontes, regels, normen waarnaar men zich richt. Reflecteren Reflectie Zelfreflectie Reflectie is een term uit de didactiek. Het is een manier om leerervaringen te begrijpen en te analyseren en er betekenis aan te geven. (interpreteren) Reflecteren betekent nadenken over wat er gebeurde. Voorbeeld: “waarom neem je steeds te ruime bochten”? Vervolgens: “wat moet ik doen om mijn bochtentechniek te verbeteren?” En: “wat is het gevaar van te ruime bochten rijden”? (Zelf)reflectie betrekt cursisten bij het leer- en evaluatieproces. Reflex Een zeer snelle en onwillekeurige reactie van het lichaam op prikkels. Regulatieve vaardigheden Regulatievaardigheden Vaardigheden gericht op het sturen van het eigen leren. Regulatieve activiteiten betreffen bijvoorbeeld het reflecteren op, plannen, monitoren, evalueren, en bijstellen van de eigen rijvaardigheid. Relevant Van betekenis zijn; toepasselijk. Reproducerende vragen Het gaat om het ophalen van kennis uit het geheugen: "Noem drie bijzondere verrichtingen". Reïnforcement Bekrachtiging Versterking Bekrachtiging van gewenst gedrag. Laat tijdig en regelmatig je goedkeuring blijken als de leerling dat verdient. Complimentjes werken positief uit op iemands zelfgevoel. Laat negatieve opmerkingen achterwege en bespreek wat er niet goed gaat. Rijtaak Op verkeerstechnisch juiste en veilige wijze deelnemen aan het verkeer. Rijvaardigheidsdidactiek Vakdidactische toepassing op het gebied van het leren bedienen en besturen van een motorvoertuig. Risicoperceptie Waarnemen en inschatten van risico’ s. Routines Soepele, volgens een bepaald schema uitgevoerde gedragingen, die de instructeur en leerlingen helpen efficiënt een gemeenschappelijk doel te bereiken. Script scripts De benaming script wordt gebruikt in de methode RIS. Een script is een onderdeel van de leergang. Bijvoorbeeld script 11 sturen. Een script is opgebouwd uit een aantal regels (deelhandelingen) die nodig zijn voor het uitvoeren van de rijtaak. Stressoren stress In het emotionele vlak zijn meestal negatieve prikkels of situaties die sterke emoties zoals angst, verdriet of woede oproepen. Voorbeelden hiervan zijn: straf, dreiging van gevaar, ontslag op het werk, en het verlies van een geliefde. Kortom situaties die de basisbehoeften van de mens als: veiligheid, gezondheid, liefde en middelen van bestaan in gevaar brengen. Summatieve evaluatie Bij summatieve evaluatie wordt aan het einde van de opleiding een beoordeling over de gehele opleiding toegekend. Taakelementen Componenten van een taak die de kleinste betekenisvolle activiteit beschrijven. Voorbeelden daarvan zijn de taakelementen van een handelingsscript: “Uitstappen”: kijken (vooruit>binnenspiegel> linkerbuitenspiegel> over schouder enz. Taakgericht gedrag Het gedrag waaruit blijkt dat leerlingen daadwerkelijk met een opgedragen taakbezig zijn. Timemanagement Methoden en technieken om ervoor te zorgen dat de werk- en onderwijstijd optimaal wordt benut. Toepassingsvragen Vragen die peilen of de leerling procedures en regels kan toepassen.Voorbeeld: hoe rijd je een rotonde driekwart rond? Transfer Het kunnen toepassen van iets dat je geleerd hebt in soortgelijke nieuwe situaties. Tussendoelen Een weergave van wat een leerling moet kennen en aan het einde van een onderdeel van de  leergang. Een goed voorbeeld zijn de doelen die bij elke RIS-module centraal staan. Tutorial Letterlijke vertaling: handleiding. Bedoeld als stap voor stap uitleg hoe de gebruiker iets moet toepassen. Valide Validiteit De validiteit of geldigheid van een test is de mate waarin de test meet wat hij zou moeten meten. Wij kijken voornamelijk naar inhoudsvaliditeit. Dat is de mate waarin de test de te meten kennis werkelijk meet. Voorspelvragen Dit soort vragen gaan na, of een kandidaat op basis van de waargenomen informatie, weet wat er zal/kan gebeuren met betrekking tot zijn eigen gedrag. Deze vragen voorspellen en evalueren het gedrag van andere verkeersdeelnemers en de verkeerssituatie. Bij het evalueren gaat het om het inschatten in hoeverre de belangen van veiligheid, doorstroming, milieu en sociaal rijgedrag in gevaar komen als de gemaakte voorspellingen uitkomen. Waarneemvragen Deze gaan over de betekenis van waargenomen informatie (signalen van de weg, bebording, ander verkeer, licht- en weersomstandigheden, de eigen toestand e.d.). Webinar Een online presentatie of webinar is een lezing, college of presentatie of vorm van kennisoverdracht die plaatsvindt via het internet. Deelnemers kunnen het seminar rechtstreeks op hun eigen computer thuis volgen. Interactieve webinars maken contact over en weer tussen presentator en cursisten mogelijk, waardoor deelnemers door middel van vraag-en-antwoordsessies kunnen deelnemen. Een webinar is een presentatie met uitsluitend online publiek. Het webinar kan “face tot face- onderwijs”, de bekende schoolklas vervangen. Widgets Widget (Engels, letterlijk: dingetje) is de algemene naam voor de elementen waaruit een grafische interface (scherm)kan worden opgebouwd (vensters, menu's, knoppen, keuzerondje). Zelfregulatie Het gebruik van kennis over het eigen leergedrag om dit leergedrag in de gaten te houden (te reguleren) en (bij) te sturen. Kortom, het kunnen bewaken en reguleren van het eigen leerproces. Zelfstandig rijden Niveau van uitvoering van de rijtaak waarbij de leerling zelfstandig beslissingen neemt over de te rijden route naar een bestemming; daarbij kan hij  er voor kiezen (nog) te moeilijke rijtaken vermijden. Zone van naaste ontwikkeling Een moeilijkheidsniveau van een (rij)taak waarop de leerling met de hulp van een instructeur de taak kan uitvoeren, waar dat zonder de hulp van de instructeur (nog)  niet zou lukken. ### Verkeerscongestie Verkeerscongestie Verkeerscongestie is een verstopping in het verkeersnetwerk, veroorzaakt door een (tijdelijke) verkeersvraag die groter is dan het aanbod van de verkeersinfrastructuur. Populair gezegd: 'stagnerend verkeer'. Toeritdosering is een hulpmiddel om congestie te verminderen. Drie soorten stagnerend verkeer: Langzaam rijdend verkeer dat over tenminste 25 kilometer nergens sneller rijdt dan 50 km/uur, doorgaans wel sneller dan 25 km/uur. Langzaam rijdend tot stilstaand verkeer: langzaam rijdend verkeer over vaak grotere lengte met hierin op sommige stukken stilstaand verkeer. Stilstaand verkeer: verkeer dat over ten minste 25 kilometer vrijwel overal minder dan 25 km/uur rijdt, file dus. Een file is "een rij langzaam rijdend of stilstaande voertuigen" Een veelvoorkomend verschijnsel is de zogenaamde "Harmonicafile". Hiermee wordt een situatie over een langere afstand bedoeld waarin stilstaan en langzaam rijden wordt afgewisseld met vrij rijdend verkeer. Deze files worden ook wel spookfiles genoemd. Een harmonicafile of spookfile ontstaat doordat bestuurders het gas moeten loslaten en dus langzamer gaan rijden vanwege een grote toestroom op de toerit. Bijvoorbeeld door het op groen springen van verkeerslichten op de aansluiting voor verkeer dat de autosnelweg op wil. Door het invoegen ontstaat daar een snelheidsverlaging en door het harmonica-effect moet verkeer vóór de invoeging telkens iets harder remmen en daarna noodgedwongen nog iets harder. De voertuigen daarna nog weer harder en uiteindelijk staat het verkeer stil. Het verkeer bij de toerit rijdt alweer terwijl stroomopwaarts mensen nog steeds moeten (bij)remmen. Zo'n file golft als het ware stroomopwaarts en heeft geen duidelijke kop of staart. Als even later opnieuw voertuigen willen invoegen bij de toerit ontstaat opnieuw filevorming en een nieuwe filegolf. Als het invoegende verkeer gelijkmatiger wordt toegelaten door bijvoorbeeld een toeritdosering, is de oorzaak weggenomen en zal een dergelijke file veel minder frequent optreden. Een andere oplossing is het aangeven van snelheidsbeperkingen middels signaleringsborden. Hierdoor ontstaat er één zo gelijkmatig mogelijke snelheid en ook dit bevordert de doorstroming. ### Woordenlijst Fase 1A Woordenlijst : Term en Definitie Aanvangsniveau Begingedrag Dit is wat de leerling feitelijk al weet of kan. Hiervoor wordt ook de term “begingedrag” gebruikt. Voordat de leerling met een nieuw lesonderdeel begint, is het belangrijk te weten of het benodigde aanvangsgedrag beheerst wordt. Dit toets je door de leerling een rijopdracht bij een praktijkles te geven, of stel je enkele vragen bij een theorieles. Aanwijzing Meerdere betekenissen: 1. Beperkte hulp of hint. 2. Teken aan een verkeersdeelnemer om een bepaalde actie uit te voeren (verkeersregelaar). Affectief De manier waarop we in emotionele zin omgaan met onderwerpen: bijvoorbeeld gevoelens, waarden, motieven die we hebben en hanteren bij autorijden. Affectief leergebied In dit leergebied gaat het om 2 kanten van ons gedrag: De sociale kantt; de omgang met andere verkeersdeelnemers en De affectieve kant, waarbij het gaat om houdingen en opvattingen, normen en waarden, controle van de eigen emoties op de weg, en de motivatie. Beide kanten bepalen gezamenlijk ons sociaal weggedrag. Alert In staat zijn snel te reageren en waakzaam te zijn.Algemene doelstelling Algemene of breed geformuleerde doelen. Ze zijn van belang om de richting van een opleiding of cursus af te bakenen. Tegenover een algemene doelstelling staat een concrete doelstelling. Voorbeeld algemene doelstelling: Er blijk van te geven rekening te houden met de zwakkere verkeersdeelnemers. Analyse Het uiteenleggen van grotere gehelen, bijvoorbeeld analyseren van de rijprestatie van een leerling in onderdelen, zodat een meer gedetailleerd beeld ontstaat. Bijvoorbeeld: welke rijtaken gaan goed, in welke gebieden presteert hij goed, welke manoeuvres gaan in welke situaties al wel goed en waar nog minder goed? Ankerpunten Het is handig om bij nieuwe kennis, die je moet onthouden, eerst die informatie te activeren die al in het geheugen aanwezig is. Voorbeeld: de nieuw aan te leren kennis zijn de handelingen, die je moet uitvoeren bij het oversteken van een kruispunt met gescheiden rijbanen. Het is in dit geval verstandig eerst in het geheugen op te roepen hoe je ook al weer een kruispunt moet oversteken, zonder gescheiden rijbanen. Dit vormt dan het ankerpunt, waar je de nieuwe informatie aan vastmaakt. Associatief beheersingsniveau Een handeling, bijvoorbeeld een bocht achteruitrijden, bestaat uit deelhandelingen. Deze moeten aansluitend en vloeiend worden uitgevoerd. De ene handeling roept de volgende op. In de psychologie noemt men dat wel "het associatieve beheersingsniveau". Als de gehele handeling nog niet voldoende is geautomatiseerd, raakt de leerling nog makkelijk in de war en gaat het mis. Attitude Een attitude is een houding ten opzichte van een persoon of een maatschappelijk gegeven of gebeurtenis, die gevormd is door kennis of ervaring. De attitude heeft invloed op de gedachten, de handelingen en het gedrag. Een attitude kan positief, negatief of onverschillig zijn. In de rijopleiding gaat het naast het verwerven van kennis en vaardigheden ook om het ontwikkelen van attitudes bij de leerlingen. Ze komen vooral aan bod bij de zogenaamde "hogere orde vaardigheden" van de verkeersdeelname met betrekking tot veiligheid, sociaal gedrag en mobiliteit. Attributies Toeschrijven Toeschrijvingen van succes en mislukkingen door de leerling aan factoren als: inzet, toeval en omstandigheden van de taak of situatie. Leerlingen kunnen opgedane successen en mislukkingen toeschrijven aan realistische oorzaken. Zelfgemaakte fouten moeten aan eigen keuzes worden toegeschreven en niet aan anderen of aan de omstandigheden. Automatiseren Automatiseren (ook: inoefenen) is het verwerven van standaardprocedures die rechtstreeks naar een oplossing voeren en zonder lang nadenken uitgevoerd kunnen worden. Bijvoorbeeld het kunnen uitvoeren van de handeling op- en terugschakelen zonder erbij te hoeven nadenken. Begeleide inoefening Na een uitleg of demonstratie moet de instructeur tijd besteden aan bet inoefenen van de kennis of vaardigheid. Dit zal moeten gebeuren onder nauwgezette begeleiding. Het hoofddoel van deze activiteit is de verwerking van de leerstof door actieve oefening. De rol van de instructeur is in deze fase “Doe Op Aanwijzing“ (DOA). Beginsituatie Het geheel van persoonlijke, sociale, schoolse en situationele gegevens, die in verband met het bereiken van leerdoelstellingen van invloed kunnen zijn op het leerproces. Beheersing De leerling voldoet aan de eisen zoals deze in de doelstelling van de les zijn omschreven. Belangrijke stap De rijprocedures beschrijven nauwgezet hoe de rijhandelingen moeten worden uitgevoerd. In de  handelingsanalyses zijn deze voor gebruik in de rijlessen omgezet in belangrijke stappen en kritieke punten. Kortweg: wat je moet doen en hoe je het moet doen. Benoemen Begripsmatige kennis kunnen benoemen op grond van kenmerken. Voorbeeld: uit verschillende soorten verkeersborden de gebodsborden kunnen benoemen Beschrijven Hoofdzaken met eigen woorden kunnen aangeven”. Voorbeeld: beschrijf het gedrag van jeugdige fietsers. Betrouwbaarheid Een toets of examen is betrouwbaar als het bij herhaaldelijk gebruik dezelfde resultaten oplevert. Casestudy Een gevalsstudie of casestudy is een werkvorm waarbij aan leerlingen een probleemsituatie wordt voorgelegd. Dat kan zijn in verhaalvorm, maar ook aan de hand van foto' s of een video. De leerlingen worden gevraagd om een oplossing te uit te werken voor het probleem. Voorbeeld: Een gevalsstudie beschrijft een ongeval met 5 jonge mensen in één auto, die na een avondje stappen, een ernstig, eenzijdig ongeluk krijgen. De chauffeur had niet gedronken en ook geen middelen gebruikt. Wat kan de oorzaak van het ongeluk  zijn? Casusvragen Dit type vraag meet begrippen, regels en principes die voorwaardelijk zijn voor het uitvoeren van rijtaken. De vragen worden gesteld aan de hand van een werkelijkheidsgetrouwe beschrijving. Wat, hoe en waarom -vragen zijn hierbij heel bruikbaar. Classroommanagement Klassemanagement Classroommanagement of "klasbeheer" is een term voor maatregelen die een leerkracht neemt om een klimaat te scheppen waarin leerlingen met succes kunnen leren en werken. Uit onderzoek is gebleken, dat leerkrachten die hun klas goed georganiseerd hebben, ook betere leerresultaten met leerlingen boeken. Coach Een onderwijsgevende, die zonder alles voor te doen, een leerling ondersteunt bij het aanleren van taken met behulp van hints en aanwijzingen Coachen Een werkwijze waarbij een instructeur de leerling observeert terwijl deze een taak uitvoert en daarbij hem voorziet van hints, hulp, en commentaar (feedback), waar dat nodig is. De methode wordt gebruikt om net aangeleerde vaardigheden verder te perfectioneren. Cognitief leergebied We onderscheiden 3 leergebieden; het cognitieve of verstandelijke leren, het psycho -motorische leren en het sociaal -affectieve leren. In het cognitieve leergebied gaat het om het leren, opslaan en toepassen van kennis. Cognitief leren Het vermogen om kennis op te nemen, te verwerken en te onthouden. Communicatie Het uitwisselen van informatie door gesproken of geschreven woorden, door gebaren of gezichtsuitdrukkingen (non- verbaal) of langs elektronische weg. (Facebook, Twitter)ComplexSamengesteld, ingewikkeld, veelomvattend. Complexe leer- of rijtaken Nieuwe leertaken worden aangeleerd in eenvoudige taaksituaties. Naargelang de leerling vordert, kiest de instructeur steeds complexere oefensituaties. In deze situaties zijn er steeds meer gegevens te verwerken Uiteindelijk moet de leerling in staat zijn de taken zelfstandig in alle voorkomende situaties correct uit te voeren. Componenten Onderdelen; elementen waaruit iets is opgebouwd. Concreet Alles wat in het brein voorstelbaar is en wat via de zintuigen kan worden waargenomen. Concrete doelstellingen Concrete leerdoelen maken het voor de instructeur en leerling duidelijk wat er moet worden geleerd en op welke wijze. Een concreet leerdoel voldoet aan 4 criteria: 1. duidelijke en begrijpelijke leerstof; 2. in een actiewoord aangegeven op welke wijze de leerling het geleerde moet kennen of kunnen uitvoeren; 3. de voorwaarden waaronder de taak moet worden uitgevoerd; 4. de minimumprestatie waaraan de uitvoering moet voldoen. Corrector Iemand die andermans prestaties observeert, beoordeelt en helpt te verbeteren door aanwijzingen te geven. Cultuur Al die dingen die mensen denken, doen, belijden en hebben: gewoonten en gebruiken, godsdienst, normen en waarden, bestaanswijze, muziek en voorwerpen, eetgewoonten en wijze van kleden, bouwwerken. Cursus Een complete en samenhangende serie lessen die opgezet is met het oog op het bereiken van een aantal algemene en/ of concrete doelen. Defensief rijden Zodanig rijden en zo handelen in het verkeer dat er om het voertuig heen permanent een “ruimtekussen” ontstaat(in tijd en afstand)waardoor in het slechtst denkbare geval, namelijk dat een willekeurige andere verkeersdeelnemer een verkeerde handeling verricht, nog de mogelijkheid aanwezig is om een ongeval te vermijden. Demonstreren Demonstreren is een didactische werkvorm, waarbij de instructeur aan de hand van een handelingsanalyse de uitvoering van een rijtaak voordoet of demonstreert. Hij besteedt erbij aandacht aan de belangrijke stappen en de kritieke punten. Didactiek Didactiek is de leer van het onderwijzen en instrueren. Men onderscheidt algemene didactiek en vakdidactiek. Wij houden ons hier voornamelijk bezig met vakdidactiek, namelijk het bespreken van regels en aanwijzingen voor het geven van rijlessen. Didactische analyse Model didactische analyse Schema of model van het onderwijsleerproces. Het verschaft inzicht in de onderlinge samenhang van de didactische componenten: leerdoelstelling, beginsituatie, onderwijsleerproces en evaluatie. Dit model is te gebruiken voor zowel lesvoorbereiding als -evaluatie. Didactische werkvormen Manier(en) om leerprocessen te organiseren. De oudste en meest traditionele didactische werkvormen zijn doceren en het onderwijsleergesprek. Daarnaast zijn veel andere vormen, waarvan bij de rij –instructie demonstreren en oefenen zeer belangrijk zijn. Differentiëren Rekening houden met verschillen tussen leerlingen, bijvoorbeeld, door aanpassing van het lesplan en het leertempo. Doceren Doceren is een zogenaamde “mededelende werkvorm”. Beperk het doceren tot de noodzakelijk informatie die moet worden overgedragen. Stel altijd enkele vragen om na te gaan of de informatie is overgekomen. Dwarsverbanden Verbindingen van een bepaald onderwerp met andere onderwerpen. Wil men bijvoorbeeld de techniek van het remmen aanleren, dan kan men ook spreken over de functie van de banden, bandenspanning, vereiste profieldiepte, en dergelijke. Eindtermen Beknopte omschrijvingen van de kennis, inzichten en vaardigheden waarover een leerling aan het eind van een opleiding minimaal zou moeten beschikken. Element-instructie Dit is rijinstructie waarbij een rijtaak tijdens de les wordt aangeleerd opgesplitst in deeltaken en onderdelen daarvan. Vervolgens worden eerst de deeltaken aangeleerd en pas daarna de rijtaak als geheel. Dit staat tegenover integrale instructie. Evaluatie Letterlijk: waardebepaling; nagaan hoe de les is verlopen (proces) en hoe de resultaten van de les zijn (product). Doel, waar mogelijk, verbeteringen in de les aan te brengen, om: betere resultaten te behalen en het lesverloop te verbeteren. In een lesplan wordt tijd voorzien voor de evaluatie. Zijn de leerdoelen nog niet bereikt, dan zul je er een volgende keer mee verder moeten gaan. We noemen dit de productevaluatie. Daarnaast wil je ook weten hoe de leerling de les heeft ervaren. Daar moet je ook naar vragen. Heeft de leerling de uitleg eigenlijk wel begrepen? Wat heeft de leerling als extra moeilijk ervaren? Deze gegevens zijn belangrijk om er je lesgeven op te kunnen afstemmen.Dit is de procesevaluatie. Evalueren Evalueren is gericht op beoordeling van het leerproces door effectiviteit, efficiëntie en verloop ervan te beoordelen. Extravert De mate waarin iemand actief contact met anderen onderhoudt. Fair Degene die wordt getoetst moet in staat zijn de toetsopdrachten of vragen te begrijpen. Daarnaast moet alleen worden getoetst, wat bij de bijbehorende leerstof thuishoort. Dus niet: “dat zouden ze ook behoren te weten” als dat niet tot de opgegeven leerstof behoort . Feedback of terugkoppeling De informatie die de instructeur aan de leerlingen geeft over de aard van hun taakuitvoering. Feedback kan positief, negatief, of neutraal zijn. De informatie kan worden verkregen van de leerling zelf. In dat geval vereist dit vaardigheid in zelfreflectie, waarbij de leerling leert de getoonde taakuitvoering te vergelijken met de voorbeeld taakuitvoering. 1. Neutraal: het verstrekken van bevestigende informatie over de kwaliteit waarmee een leerling een (rij)taak heeft uitgevoerd (je deed dit en dat op een juiste wijze; goed gedaan). Dit versterkt in de regel het leerresultaat. 2. Positieve feedback: commentaar dat vooral de positieve elementen van een prestatie belicht (Dat wat goed gegaan is). 3. Negatieve feedback: commentaar dat vooral de negatieve elementen van een prestatie belicht (Dat wat fout of onvolledig gedaan is). Feitelijke beginsituatie Feitelijk aanvangsniveau Wat de leerling daadwerkelijk kan of kent. Formatieve toetsing Een doorlopend proces tijdens de cursus van informatie verzamelen over de leerresultaten en  over sterke en zwakke punten, die de instructeur kan gebruiken voor het geven van feedback. De kracht van formatieve toetsing is dat het bijdraagt aan de verbetering van het leren. Foutenanalyse Systematisch nagaan wanneer en waar de fout tijdens de handeling is opgetreden, die tot een foutieve handeling heeft geleid. Geautomatiseerd niveau Leerproces, waarbij in het eindstadium een geautomatiseerd niveau wordt bereikt. De taak wordt onbewust, zonder erbij na te hoeven denken, uitgevoerd. Gesloten vragen Bij gesloten vragen kan de leerling kiezen uit een aantal gegeven antwoordmogelijkheden, waarvan slechts één antwoord het juiste is. Voorbeeld: ja-nee vragen. Gewenste beginsituatie Criterium eisen, die zijn gesteld alvorens leerlingen aan dit onderwijs-leertraject kunnen beginnen. Criterium eisen zijn geschiktheidseisen, die men aan de hand van toetsen bijvoorbeeld, in beeld kan brengen. Hardop denken Hardop denkmethode Onder 'hardop denken' wordt verstaan dat de leerling de denkstappen die hij of zij maakt, hardop uitspreekt; bij praktijklessen gaat het om het verwoorden van de handeling tijdens de uitvoering. Het wordt tijdens de rijles zowel “in stilstand” als “rijdend” uitgevoerd. Incidenteel leren Het meeste dat we leren of geleerd hebben, hebben we verworden in alledaagse situaties bijvoorbeeld door imitatie van anderen. Individualisering Erop gericht zijn, dat de rij-instructie tegemoet komt aan de individuele leerling kenmerken zoals:interesse, gebleken (rij)vaardigheid, kennis, motivatie. Zie ook bij leerling kenmerken. Intentioneelleren Datgene wat doelbewust aangeleerd wordt noemen we intentioneel leren. . Schools leren is een voorbeeld van intentioneel leren. Interactie Uitwisseling van informatie, ideeën en meningen tussen de leerling, de instructeur of tussen leerlingen onderling. Vandaar ook de termen leerling- leerling interactie, instructeur-leerling interactie en tegenwoordig ook ‘content-leerling’ interactie. In het laatste geval wordt meestal het leren op online leeromgevingen bedoeld. Interpreteren Een persoonlijk beredeneerd oordeel over de betekenis van een waarneming. Interventie Interventies zijn methoden die je gebruikt om het gedrag van de leerling te veranderen, bijvoorbeeld het activeren van trage leerlingen. Intest Aan het begin van de rijopleiding en bedoeld om inzicht te krijgen in het soort leerling en in de benodigde opleidingsduur. Intrinsieke motivatie Motivatie die mensen vanuit zichzelf hebben. Hun ambitie, hun interesse of de voldoening die ze beleven aan het leveren van een prestatie. Tegenover intrinsieke motivatie staat extrinsieke motivatie. Introvert Bij een introverte instelling is de energie naar binnen gericht, op de eigen gedachten en gevoelens. Kennisvragen Ook wel feitenvragen genoemd. Dit zijn vragen waarbij de leerlingen zich feiten en definities moeten herinneren. Wat is het verschil tussen inhalen en voorbijrijden? Leer- en hulpmiddelen praktijkles Een miniatuurauto met draaibare voorwielen om mee te kunnen demonstreren; de instructievorderingenkaart; instructeursmap met bordenfolder, papier en pen; handelingsanalyses e.d. Leerdoelstelling Leerdoel Een leerdoel specificeert eenduidig en concreet wat men beoogt zichzelf of anderen eigen te laten maken op het gebied van kennis, inzichten , vaardigheden en houdingen. Leergang Logisch geordende leerstofonderdelen, die met elkaar de inhoud van een cursus aangeven. Leerlijn In een leerlijn worden de leer- en oefenmomenten in een logische volgorde geordend. Er zijn een aantal belangrijke didactische vuistregels bij het maken van leerlijnen: 1. Sluit aan bij het bekende 2. Ga van makkelijk naar moeilijk; 3. Ga van het enkelvoudige naar het samengestelde; 4. Geef voldoende oefengelegenheid om vaardigheden en handelingen goed te leren beheersen. Leerlingkenmerken Algemene: kenmerken van leerlingen die gegeven zijn of moeilijk te beïnvloeden zijn door rij- instructie (geslacht, leeftijd, intelligentie). Specifieke: op de individuele leerling betrekking hebbend: traag, intelligent, faalangst etc. Leren Leren is een proces waardoor er blijvende gedragsveranderingen ontstaan door middel van het opdoen van voldoende ervaring. Voor ervaring mag je “oefenen” lezen. Als een leerling onvoldoende oefent, heeft hij niet geleerd, omdat er geen blijvende gedragsverandering is ontstaan. Lesplan Een geschreven handleiding voor instructeurs ten behoeve van één les, bedoeld als hulpmiddel om de lesdoelen te bereiken. Een lesplan bevat meestal een titel, een onderwerp, een tijdsplanning, benodigde materialen, lesroutes en oefenplaatsen, lesdoelen, introductie, uitleg, oefeningen. Lesroute De didactische betekenis van een lesroute is het beschikken over een serie van leertaken. Een route moet uiteenlopende rijtaken met diverse rijomstandigheden bevatten, die passen bij het doel van de les. Lesvoorbereidingsformulier Een hulpmiddel dat een instructeur gebruikt bij het voorbereiden van de les en hem wijst op een aantal aspecten waar hij rekening mee moet houden. Daarnaast reikt het een indeling in fasen aan voor de les. Meerkeuzevragen vraagvorm waarbij leerlingen het beste antwoord moeten kiezen uit een aantal antwoorden. Memoriseren Uit het hoofd leren. Wat gememoriseerd is kan letterlijk worden gereproduceerd. Mentor Rol van de instructeur als hij de leerling gedurende een oefenproces begeleidt en de leerling aan zijn niveau- en andere beginsituatiekenmerken, aangepaste hulp en steun geeft (mentorfasen). Mentorfasen Er worden vier mentorfasen onderscheiden, die gerelateerd zijn aan de vorderingen. Van aanvankelijk veel begeleiding naar uiteindelijk zelfstandige taakuitvoering.Fasen: doe met mij mee - doe op aanwijzing- doe op minder aanwijzingen- doe zonder aanwijzingen. Meten Hulpmiddel om te kunnen evalueren (bijvoorbeeld een toets). Modeling Bij `modeling`doet de leerkracht het gewenste gedrag voor. Het is een krachtige werkvorm, mits goed en overtuigend uitgevoerd. Een voorbeeld van modeling is `hardop denken`door de instructeur bij het demonstreren van handelingen of rijtaken. Noemen “Uit het hoofd kunnen zeggen” Voorbeeld: Noem 3 speciale groepen voetgangers. Objectief objectieve Niet beïnvloed door eigen gevoelens of opvattingen. onbevooroordeeld. Een objectieve toets zou bij afname door diverse examinatoren eenzelfde uitslag moeten opleveren. Observerend leren Leren van een “meerijder” door het observeren van de taakuitvoering die door een leerling worden uitgevoerd. De observaties moeten worden nabesproken met de instructeur. Onderwijsleergesprek leergesprek Een door de instructeur geleid gesprek waarbij door middel van vraag en antwoord de leerling tot bepaalde kennis- en/of inzicht gebracht wordt. Onderwijsleerproces De directe interactie tussen leerling(en), leerstof en/of instructeur, gericht op het behalen van de doelstellingen. Onderwijsleersituatie De interactie tussen: instructeur – leerling(en) in een leeromgeving, die wordt bepaald door: leerstof, leeractiviteiten, didactische werkvormen, onderwijsleermiddelen. Opdrachten Werkzaamheden of taken die leerlingen tijdens rijlessen of theorielessen moeten verrichten om een vaardigheid te oefenen, of kennis te verwerven en toe te passen. Open vragen Vragen die de leerlingen vrijheid laten in de beantwoording van een vraag of opdracht. Procesevaluatie Nagaan of de diverse onderdelen van de les adequaat zijn uitgevoerd. Productvragen Productvragen zijn bedoeld om de leerlingen feiten te laten reproduceren (wie, wat, waar, wanneer-vragen). Psychomotorisch Psychomotorisch leren Psychomotorische vaardigheden Een belangrijk effect van psychomotorisch leren is het verwerven van automatismen. Bij het aanleren van psychomotorische vaardigheden dienen een aantal zaken in acht te worden genomen: Langdurige training om een handeling te automatiseren. Demonstreren van de totale handeling en deze opbouwen door deelhandelingen apart in te oefenen. Voorkomen van fouten gedurende de opbouw van de handeling Gemaakte fouten duidelijk analyseren en zo snel mogelijk corrigeren. Rationeel Weloverwogen, doordacht. Referentiekader Geheel van gewoontes, regels, normen waarnaar men zich richt. Reflecteren Reflectie Zelfreflectie Reflectie is een term uit de didactiek. Het is een manier om leerervaringen te begrijpen en te analyseren en er betekenis aan te geven. (interpreteren) Reflecteren betekent nadenken over wat er gebeurde. Voorbeeld: “waarom neem je steeds te ruime bochten”? Vervolgens: “wat moet ik doen om mijn bochtentechniek te verbeteren?” En: “wat is het gevaar van te ruime bochten rijden”? (Zelf)reflectie betrekt cursisten bij het leer- en evaluatieproces. Reflex Een zeer snelle en onwillekeurige reactie van het lichaam op prikkels. Regulatieve vaardigheden Regulatievaardigheden Vaardigheden gericht op het sturen van het eigen leren. Regulatieve activiteiten betreffen bijvoorbeeld het reflecteren op, plannen, monitoren, evalueren, en bijstellen van de eigen rijvaardigheid. Relevant Van betekenis zijn; toepasselijk. Reproducerende vragen Het gaat om het ophalen van kennis uit het geheugen: "Noem drie bijzondere verrichtingen". Reïnforcement Bekrachtiging Versterking Bekrachtiging van gewenst gedrag. Laat tijdig en regelmatig je goedkeuring blijken als de leerling dat verdient. Complimentjes werken positief uit op iemands zelfgevoel. Laat negatieve opmerkingen achterwege en bespreek wat er niet goed gaat. Rijtaak Op verkeerstechnisch juiste en veilige wijze deelnemen aan het verkeer. Rijvaardigheidsdidactiek Vakdidactische toepassing op het gebied van het leren bedienen en besturen van een motorvoertuig. Risicoperceptie Waarnemen en inschatten van risico’ s. Routines Soepele, volgens een bepaald schema uitgevoerde gedragingen, die de instructeur en leerlingen helpen efficiënt een gemeenschappelijk doel te bereiken. Script scripts De benaming script wordt gebruikt in de methode RIS. Een script is een onderdeel van de leergang. Bijvoorbeeld script 11 sturen. Een script is opgebouwd uit een aantal regels (deelhandelingen) die nodig zijn voor het uitvoeren van de rijtaak. Stressorenstress In het emotionele vlak zijn meestal negatieve prikkels of situaties die sterke emoties zoals angst, verdriet of woede oproepen. Voorbeelden hiervan zijn: straf, dreiging van gevaar, ontslag op het werk, en het verlies van een geliefde. Kortom situaties die de basisbehoeften van de mens als: veiligheid, gezondheid, liefde en middelen van bestaan in gevaar brengen. Summatieve evaluatie Bij summatieve evaluatie wordt aan het einde van de opleiding een beoordeling over de gehele opleiding toegekend. Taakelementen Componenten van een taak die de kleinste betekenisvolle activiteit beschrijven. Voorbeelden daarvan zijn de taakelementen van een handelingsscript: “Uitstappen”: kijken (vooruit>binnenspiegel> linkerbuitenspiegel> over schouder enz. Taakgericht gedrag Het gedrag waaruit blijkt dat leerlingen daadwerkelijk met een opgedragen taakbezig zijn. Timemanagement Methoden en technieken om ervoor te zorgen dat de werk- en onderwijstijd optimaal wordt benut. Toepassingsvragen Vragen die peilen of de leerling procedures en regels kan toepassen.Voorbeeld: hoe rijd je een rotonde driekwart rond? Transfer Het kunnen toepassen van iets dat je geleerd hebt in soortgelijke nieuwe situaties. Tussendoelen Een weergave van wat een leerling moet kennen en aan het einde van een onderdeel van de  leergang. Een goed voorbeeld zijn de doelen die bij elke RIS-module centraal staan. Tutorial Letterlijke vertaling: handleiding. Bedoeld als stap voor stap uitleg hoe de gebruiker iets moet toepassen. Valide Validiteit De validiteit of geldigheid van een test is de mate waarin de test meet wat hij zou moeten meten. Wij kijken voornamelijk naar inhoudsvaliditeit. Dat is de mate waarin de test de te meten kennis werkelijk meet. Voorspelvragen Dit soort vragen gaan na, of een kandidaat op basis van de waargenomen informatie, weet wat er zal/kan gebeuren met betrekking tot zijn eigen gedrag. Deze vragen voorspellen en evalueren het gedrag van andere verkeersdeelnemers en de verkeerssituatie. Bij het evalueren gaat het om het inschatten in hoeverre de belangen van veiligheid, doorstroming, milieu en sociaal rijgedrag in gevaar komen als de gemaakte voorspellingen uitkomen. Waarneemvragen Deze gaan over de betekenis van waargenomen informatie (signalen van de weg, bebording, ander verkeer, licht- en weersomstandigheden, de eigen toestand e.d.). Webinar Een online presentatie of webinar is een lezing, college of presentatie of vorm van kennisoverdracht die plaatsvindt via het internet. Deelnemers kunnen het seminar rechtstreeks op hun eigen computer thuis volgen. Interactieve webinars maken contact over en weer tussen presentator en cursisten mogelijk, waardoor deelnemers door middel van vraag-en-antwoordsessies kunnen deelnemen. Een webinar is een presentatie met uitsluitend online publiek. Het webinar kan “face tot face- onderwijs”, de bekende schoolklas vervangen. Widgets  Widget (Engels, letterlijk: dingetje) is de algemene naam voor de elementen waaruit een grafische interface (scherm)kan worden opgebouwd (vensters, menu's, knoppen, keuzerondje).Zelfregulatie Het gebruik van kennis over het eigen leergedrag om dit leergedrag in de gaten te houden (te reguleren) en (bij) te sturen. Kortom, het kunnen bewaken en reguleren van het eigen leerproces. Zelfstandig rijden Niveau van uitvoering van de rijtaak waarbij de leerling zelfstandig beslissingen neemt over de te rijden route naar een bestemming; daarbij kan hij  er voor kiezen (nog) te moeilijke rijtaken vermijden. Zone van naaste ontwikkeling Een moeilijkheidsniveau van een (rij)taak waarop de leerling met de hulp van een instructeur de taak kan uitvoeren, waar dat zonder de hulp van de instructeur (nog)  niet zou lukken. ### Samenvattingen voor het onderdeel Beoordelen van vorderingen Samenvattingen voor het onderdeel Beoordelen van vorderingen Hieronder vind je een tweetal samenvattingen voor het onderdeel Beoordelen van vorderingen. Klik op de pdf-files om deze te downloaden, op te slaan en/of uit te printen. ### Terugkoppeling van toetsresultaten Terugkoppeling van toetsresultaten Na afloop van een toetsmoment koppel je de resultaten terug aan je leerling. Een toetsmoment in de les is immers ook een leermoment. Foutenanalyse Om ervoor te zorgen dat een leerling het meeste leert van de terugkoppeling, maak je een foutenanalyse. In een foutenanalyse geef je per onderdeel van de rijtaak aan wat goed ging en wat fout ging. Voorbeeld: Wegrijden (script 19) Goed: Je liet eerst de fietser voor gaan, daarna gaf je pas richting aan. Verbetering: Kijk vaker gericht om je heen. Zorg dat je goed zicht hebt wat er om je heen gebeurt. Je geeft dus duidelijk aan om welk script (handeling) het gaat en je aanwijzing is concreet. Je zegt dus niet: 'het kijkgedrag moet beter'.  Met zo'n opmerking heeft de leerling geen idee wanneer hij beter moet kijken. Door concreet aan te geven wat goed gaat en wat beter kan, krijgt de leerling een goed beeld waar hij nog op moet letten. Hier kan hij dan in de volgende les aan werken. Ook voor collega-instructeurs is dit handig: zij hebben aanknopingspunten als zij een les van jou moeten overnemen. Tips voor het bespreken van toetsprestaties Bij het bespreken van de toetsprestaties, verwijs je naar de verkeerssituaties zoals vastgelegd in de rijprocedure en in het leerplan (bijvoorbeeld RIS). Je geeft gedoseerd aan welke verbeterpunten er zijn. Je geeft commentaar, op zo'n manier dat de leerling het goed begrijpt. Je gebruikt hierbij niet onnodig moeilijke woorden. Je legt je commentaar voor de leerling schriftelijk vast, zodat deze het nog rustig kan bekijken. Ingreep Tijdens de rijles en het praktijkexamen is het soms noodzakelijk dat er ingegrepen wordt. Dit kan door een remingreep, een stuuringreep of een mondelinge ingreep. Tijdens een praktijkexamen is een ingreep funest als het een verwijtbare fout is. ### Voorbeeld observeren Voorbeeld observeren Jouw leerling Max is toe aan deeltoets 2. Tijdens de deeltoets laat je Max de onderdelen van module 1 als module 2 zelfstandig uitvoeren. Je geeft tijdens het uitvoeren alleen aanwijzingen met betrekking tot de route en begeleidt Max alleen met deelhandelingen die hij nog niet gehad heeft. Tijdens de toets observeer je op de uitvoering van de scripts (Waarnemen). Voert Max een script niet volledig uit zoals het hoort, maak je hiervan een aantekening in je hoofd of op je notitieblok (Aantekeningen maken). Het valt je op dat Max bij script 24 (kruispunten) en 25 (afslaan) de laatste scan vergeet. Dit afwijkende/ niet wenselijke gedrag heeft een oorzaak die in de rijprocedure B of in de set van regels in de scripts terug te vinden is (Classificeren). De set van regels bij script 24 en 25 omschrijft nadrukkelijk de laatste scan. Rijprocedure B beschrijft dit als nacontrole. De mate waarin gedrag afwijkt, of het aantal malen dat dit voorkomt bepaalt je waardeoordeel (Kwalificeren). Max verzuimt meerdere malen om de laatste scan uit te voeren. Hij scoort op script 24 en 25 daarom een onvoldoende. De geregistreerde stap 6 tijdens de lessen is tijdens de toets een stap 5 waard. Na tien minuten beëindig je de toets met een nagesprek. Tijdens het nagesprek vraag je aan Max wat hij van de toets vond. Max vond het goed gaan. Je geeft hem de feedback dat hij steeds de laatste scan vergat bij script 24 en 25. (Evalueren). Je laat Max in zijn RIS werkboek een kruisje zetten bij de 'rode duim' bij script 24 en 25 en noteert zelf als instructeur een stap 5 op de IVK (rapporteren). ### De WACKER methode De WACKER methode Waarnemen Je observeert en beoordeelt de leerling zo veel mogelijk op waargenomen gedrag. Dit houdt in dat je zonder te oordelen een pure beschrijving geeft van wat je hebt gezien. Bijvoorbeeld: je reed door tot aan de stopstreep. Je liet de fietser van rechts voorgaan. Je gebruikte niet de hele invoegstrook. Je laat je tijdens je observaties niet leiden door je verwachtingen of oordelen. Bijvoorbeeld: Een instructeur is van mening dat alle meisjes aarzelend rijden. Hij laat dit blijken in zijn beoordeling van een vrouwelijke leerling. Zijn mening is niet gebaseerd op feiten, maar op het vooroordeel dat hij over vrouwelijke bestuurders heeft. Aantekeningen maken Tijdens het observeren maak je aantekeningen. Dit doe je zo objectief mogelijk zoals besproken bij 'waarnemen'. Classificeren Je ordent je notities. Dit doe je door je aantekeningen te maken bijvoorbeeld per script of op een formulier van een RIS-toets. Zo zet je alle notities die gaan over 'kruispunten' (script 24) bij elkaar, zodat je een goed beeld krijgt over hoe de leerling dit onderdeel beheerst. Op deze manier worden verschillende onderdelen niet met elkaar verward, net als de verschillende beoordelingscriteria.  Bijvoorbeeld: Een instructeur moet een leerling beoordelen, maar hij verwart 'invoegen' met 'van rijstrook wisselen'. De leerling die hij beoordeelt, krijgt zo geen betrouwbaar oordeel over zijn prestaties. Kwalificeren Op basis van je observaties geef je een score die hier bij past. Op de RIS scoreformulier kun je bijvoorbeeld een cijfer geven tussen de 1 en de 8. Bij ieder cijfer is aangegeven wat de leerling moet kunnen om dit cijfer te behalen: Wanneer je een waardeoordeel geeft, houd je rekening met: De aard (uitvoering van concrete handeling of nalatigheid). De ernst (de mate waarin wordt afgeweken van het voorgeschreven gedrag). Het aantal malen (vaker of minder vaak voorkomend in relatie tot het onderdeel) dat een niet goed uitgevoerde handeling wordt geobserveerd. Evaluatie en Rapporteren Wanneer je regelmatig toetst, kun je aangeven welke leerdoelen al behaald zijn. Ook weet je welke onderdelen een leerling nog niet beheerst en die nog extra aandacht vragen. Doordat je de scores noteert, heeft ook de leerling inzicht in zijn of haar vorderingen. Hij weet dan bijvoorbeeld hoeveel lessen er nodig zijn voordat hij of zij gereed is voor het examen. ### Observeren en beoordelen Observeren en beoordelen Om de voortgang van de leerling bij te houden, plan je iedere les een voortgangstoets. Dit is geen toets waarop een leerling kan zakken of slagen. Deze toets is bedoeld om jou als instructeur inzicht te geven in hoeverre de leerling al rijvaardig is. Het geeft je inzicht in en welke scripts hij beheerst op welk niveau. Wanneer je hier inzicht in hebt, kun je hier je les op aanpassen. Deze manier van toetsen wordt formatief toetsen genoemd. Je maakt aantekeningen van de observaties die je iedere les maakt. Een goede manier om dit te noteren is op een instructievorderingenkaart. Door het registreren van het rijgedrag op een instructievorderingenkaart, krijg je concreet bewijsmateriaal in handen als basis voor een formatief tussentijds oordeel over de rijvaardigheid. Het observeren en beoordelen tijdens een toets doe je op de WACKER methode. Op de volgende pagina lees je daar meer over. ### Samenstelling van de toets Samenstelling van de toets Passende taaksituaties Bij het kiezen van de taaksituaties is het belangrijk dat je taaksituaties kiest die overeenkomen met de praktijk van alledag. Je kiest dus een route waarbij de meest voorkomende verkeerssituaties en verkeersomstandigheden voorkomen. Een goede route bevat de belangrijkste rijtaken uit de rijprocedure. Daarnaast heeft de bestuurder te maken met veel andere (typen) weggebruikers zoals fietsers en andere automobilisten. Een route waarin geen 80Km/u wegen of geen gelijkwaardige kruisingen voorkomen is bijvoorbeeld geen goede route. De leerling kan dan niet beoordeeld worden op situaties die hij niet heeft laten zien. Het resultaat van de toets zegt dan weinig over wat de leerling kan in gevarieerde verkeerssituaties. Bij een praktijktoets geef je de leerling taaksituaties die hij uitvoert. Bij het samenstellen van de praktijktoets zijn de taaksituaties die je kiest passend en zijn het er genoeg. Voldoende aantal verschillende taaksituaties Een leerling moet in een toets een verkeersplein oversteken. Het is erg rustig en de leerling voert de rijtaak keurig uit. Betekent dit nu dat hij alle verkeerspleinen altijd keurig kan uitvoeren? Hier valt niets van te zeggen. Deze ene keer kan geluk zijn. Om geluk of pech uit te sluiten, zorg je ervoor dat een leerling bepaalde taken minstens drie keer uitvoert. Om voor een onderwerp tot een betrouwbare score te komen, laat je de leerling in een aantal situaties rijden, die “dekkend” zijn voor het onderwerp. Op grond van slechts een paar observaties, kun je geen betrouwbare beoordeling geven. Theorietoets Wanneer je een theorietoets samenstelt kies je opgaven die in de volgende categorieën: Gedragskeuzevraag (beslissen) Waarneem- en voorspelvragen en/of vragen die de facetten van de rijtaak betreffen: rijtaak; verkeersregels en - tekens; weers- en verkeersomstandigheden; voertuigkenmerken; bestuurdersfactoren; andere verkeersdeelnemers. Op deze manier past de toets als voorbereiding op het CBR theorie-examen. De leerling komt zo tijdens het examen niet voor verassingen te staan. Theorie toetsopgaven zijn te vinden in diverse theorieboekjes en het internet of apps. ### Introductie en jouw rol Introductie en jouw rol Introductie van de toets Stel je voor: je moet straks een examen over het onderwerp 'koken zonder pannen' doen. Je hebt echter geen idee wat er van jou wordt verwacht en hoe je kunt slagen voor de toets. Moet je vragen beantwoorden? En zo ja, waarover? Moet je wat laten zien? En zo ja, wat moet je laten zien? Als je zakt voor dit examen zul je waarschijnlijk zeggen dat dit kwam omdat je geen idee had wat er van je verwacht werd. Als de leerling niet volledig op de hoogte is van hoe de toets moet worden gemaakt, zullen de resultaten onbetrouwbaar en ongeldig (niet valide) worden. Het is daarom belangrijk dat je leerling op de hoogte is hoe hij een toets moet maken en wat er wordt getoetst. Tips Introductie toets Geef aan welke opgaven gemaakt moeten worden (theorieles). Geef aan welke route gereden gaat worden en wat daarin beoordeeld gaat worden (praktijk). Geef aan hoe moet de leerling antwoord geven (theorieles). Geef aan wat aan zelfstandige keuzes van de leerling wordt verwacht (praktijkles). Geef aan welke hulpmiddelen de leerling mag gebruiken (theorie en praktijk, zoals navigatie systeem). Geef aan wat de opstelling van de instructeur is tijdens de toets. Geef aan in welke gevallen de instructeur mag worden geraadpleegd. Rol als observator Tijdens het uitvoeren van een toets, ben je even geen begeleider, maar verplaats jij je in de rol van observator. Om een beeld te krijgen van de vorderingen van de leerling, zul je dus goed moeten kijken wat en hoe hij iets doet, zonder dat jij hem hier hulp bij geeft. Door afstand te nemen van de situatie kun je je concentreren op het rijgedrag van de leerling in een "examenachtige" situatie. Het beeld dat verkregen wordt, is een weergave van het rijgedrag van de leerling, zonder hulp van de rijinstructeur. Geef alleen hints als anders de (verkeers)opgave niet kan worden uitgevoerd. ### Gunstige omstandigheden voor toetsafname Gunstige omstandigheden voor toetsafname Stel je voor: je moet het examen voor fase 2 afleggen terwijl er harde muziek wordt gedraaid en het snikheet is in het examenlokaal. Tevens valt de computer waarop je het examen maakt de helft van de tijd uit en zit een examinator irritant met zijn pen in je rug te tikken. Wanneer je zakt voor het examen, zul je waarschijnlijk al deze factoren hiervan de schuld geven. Zo werkt het ook voor je leerling. Het is daarom belangrijk om voor goede afnamecondities van een toets te zorgen. Dit doe je door gunstige omstandigheden te kiezen waaronder de leerling zich richten kan op zijn opdracht. Hierdoor kun je het beste vaststellen wat hij werkelijk kan. Storende factoren waardoor een leerling zich minder kan richten op de opdracht, zorgen ervoor dat de toets minder valide is. Denk bijvoorbeeld aan harde muziek of slecht zicht op de weg. Tips: Zorg voor een goede sfeer. Zorg dat de leerling ontspannen is maar wel serieus. De sfeer is open en prettig. Zorg dat er geen storing is van buitenaf, dus geen harde muziek of iemand die zit te bellen. Bij een theorietoets: Zorg dat eventueel geluid van stem, clips, CBR-vragen, goed verstaanbaar zijn. Voorkom afkijken. Voorkom geen storing van buiten, zoals binnenvallende collega’s, lawaai. Maak afspraken met de leerlingen over wat te doen als men klaar is met de toets. Zorg dat de hulpmiddelen bij de toets beschikbaar zijn (zoals antwoordformulieren, antwoordkastjes etc.). Maak de regels tijdens de afname bekend. Bij theorie: niet meer praten e.d.. Stel voldoende, maar niet teveel tijd beschikbaar om de toets te maken. ### Eisen aan een toets Eisen aan een toets Wat je ook toetst, een toets moet altijd valide, betrouwbaar en objectief zijn. Een toets is betrouwbaar en objectief als het er voor de uitslag niet toe doet wie de toets afneemt of op welk moment de toets wordt afgenomen. Valide Concreet gezegd: “Meet de toets wat hij wil meten? Weet ik na afloop van de toets of de leerling de gestelde leerdoelen beheerst?” Validiteit betekent geldigheid. In een goede leerdoelbeschrijving staat onder welke omstandigheden de leerling minimumprestaties moet leveren. Dit moet in een toets tot uitdrukking komen. Allereerst is de validiteit afhankelijk van de functie die de toets vervult. Als het gaat om voortgangscontrole en bijsturing of correctie van het leerproces, dan is betekenis van validiteit anders dan bij het CBR-examen. Een valide toets stelt de docent in staat een goede uitspraak te doen over de mate waarin de leerdoelen bereikt zijn. Daarvoor is nodig dat de toets de onderwijsinhoud dekt en dat de toets een beroep doet op die vaardigheden waar het in het onderwijs om te doen was. Bijvoorbeeld: Als je wilt toetsen of de leerling een bocht achteruit kan rijden, dan geef je de opdracht achteruit in een parkeervak insteken. De opdracht dekt de leerinhoud die je wilt toetsen. Geef je de opdracht om achteruit in file te parkeren om te toetsen of de leerling een bocht achteruit kan rijden dan is de toets niet valide. Betrouwbaar Op basis van een toets wil je tot een eindoordeel komen dat verdedigbaar is en als rechtvaardig wordt ervaren door de leerling. Een betrouwbare toets is niet afhankelijk van pech of geluk. Bijvoorbeeld een rijopdracht in extreme regenbui. Objectief Een toets is objectief wanneer ongeacht wie beoordeelt een toets hetzelfde resultaat oplevert. Als de ene beoordelaar een rijprestatie waardeert met een ruim voldoende en een ander met onvoldoende dan is de uitslag niet objectief. In dit geval wil dat zeggen: de uitslag mag niet afhankelijk van de persoon van de beoordelaar zijn. Om de objectiviteit te optimaliseren worden examinatoren getraind. ### Kiezen van toetsmoment en toetsvorm Kiezen van toetsmoment en toetsvorm Je toetst om te bepalen of een leerling klaar is voor een volgende fase of het examen. Wanneer de leerling nog niet voldoende scoort op de toets, weet je dat je op bepaalde vlakken je de instructie of coaching nog moet bijsturen. Bijvoorbeeld: Voordat je met een leerling doorgaat naar fase 2 (eenvoudige verkeerssituaties) wil je zeker weten of hij fase 1 (voertuigbeheersing) voldoende beheerst. Het is belangrijk om vooral niet te vroeg te toetsen. Als het resultaat tegenvalt, kan de leerling gedemotiveerd worden. Hij kan boos worden, gefrustreerd, afhaken of juist onzeker worden. Er zijn verschillende momenten in een rijopleiding waarop je toetst: Intest: dit doe je aan het begin van de rijopleiding om te bepalen hoeveel lessen een leerling ongeveer nodig heeft. Aanvangstoets: Dit doe je bij het begin van een nieuw lesonderdeel om te kijken of de leerling klaar is om dit te leren. Vorderingentoets / tussentijdse toets: Dit doe je gedurende de rijopleiding om te monitoren wat de voortgang van de leerling is. Op basis van deze toetsen pas je je lesprogramma eventueel aan. Rijproef/ Rijexamen: Dit gebeurt aan het einde van de rijopleiding. Tips bij het kiezen van toets en toetsmoment  Toets vlak voordat een leerling overgaat van de ene fase naar de andere fase om vast te stellen of de leerling klaar is voor de volgende fase. Toets om vast te stellen in hoeverre een leerling klaar is voor het examen. Doe dit pas als alle onderdelen van de rijtaken zijn aangeleerd. Toets niet te vroeg in de opleiding, dit kan demotiverend werken. Kiezen van een geschikte toetsvorm Welke toets je kiest, is afhankelijk van het doel van de toets en wat je wil toetsen: Kennis: Bijvoorbeeld over de verkeerstheorie. Dit kun je doen door kennisvragen te stellen. Dit kan bijvoorbeeld mondeling, schriftelijk of door middel van beeldschermtoetsen. Inzicht: Bijvoorbeeld over het oplossen van een bepaalde nieuwe verkeerssituatie. Geef de leerling een opgave om een geleerd inzicht toe te passen op een  nieuwe en onbekende situatie. ‘Inzicht’ is ‘inzien welk verband er tussen bepaalde begrippen bestaat’. Vaardigheid: Bijvoorbeeld de vaardigheid het nemen van een rotonde. Dit kun je doen door de leerling (enige malen) een rijopdracht op rotondes moeten laten uitvoeren. Pas wanneer de leerling meerdere malen de vaardigheid goed uitvoert, kun je besluiten dat de leerling dit type verkeersopgaven beheerst. ### Wat ga je leren? Wat ga je leren? Kiezen van toets en toetsmoment Na het doorlopen van deze les kun je... relevante momenten kiezen om rijvaardigheid te toetsen. het doel voor relevante toets kiezen. Voorbereiden van de toetsafname Na het doorlopen van deze les kun je... de afnamecondities scheppen bij de toets waardoor leerlingen de kans krijgen hun ware kunnen te tonen. de toets op zo’n manier te introduceren dat de leerling exact weet wat en hoe er getoetst wordt. tijdens het systematisch observeren van een leerling de drang onderdrukken om de leerling tussentijds te begeleiden. Samenstelling van de toets Na het doorlopen van deze les kun je... passende situaties kiezen die het te observeren of te beoordelen rijgedrag in hoge mate oproepen. de leerling in een dekkend aantal taaksituaties laten rijden om aan een categorie/rubriek een geldige en betrouwbare score toe te kennen (praktijktoets). verantwoord gebruik maken van door anderen samengestelde toetsopgaven ter toetsing van de theoretische kennis van de leerling (theorietoets). Observeren en beoordelen Na het doorlopen van deze les kun je... tijdens elke rijles relevante gebeurtenissen in het rijgedrag van de leerling bijhouden. bijhouden in hoeverre de leerling is gevorderd in het uitvoeren van (onderdelen van)handelingsscripts als onderdeel van registratie van lesactiviteiten. een beschrijving geven van het waargenomen gedrag van de leerling, die dicht blijft bij de feiten, zonder eigen interpretaties daarvan. Je geeft later pas de interpretatie op basis van de waarnemingen (praktijktoets). bij het beoordelen van een praktijkrit je bewust zijn van je eigen vooroordelen en vermijden deze als basis te nemen voor je scores. In plaats daarvan baseer je de scores op waarnemingen van alle relevante gedragingen tijdens lessituaties. de gedragingen die je waarneemt bij de leerlingen ordenen in passende taakrubrieken en onder de passende beoordelingscriteria (praktijktoets). de verzamelde bewijzen verkregen uit observaties samenvatten met een score op een scoreschaal (praktijktoets). beoordelen aan de hand van je alledaagse lesobservaties welke leerdoelen gerealiseerd zijn (op welk niveau een leerling de uitvoering van rijtaken beheerst). Terugkoppeling van toetsresultaten Na het doorlopen van deze les kun je... een foutenanalyse maken door per onderdeel van de rijtaak aan te geven wat zowel goed en fout ging. de resultaten zodanig met de leerling bespreken dat deze aanknopingspunten heeft voor verbetering van het rijgedrag. ### Inleiding Beoordelen van Rijvorderingen Inleiding Beoordelen van Rijvorderingen In dit onderdeel leer je hoe je leerlingen beoordeelt. Je wilt een inschatting maken of de leerdoelen zijn behaald. Je leert onder andere wanneer je toetst, hoe je toetst, hoe je dit registreert en hoe je dit terugkoppelt aan je leerling. ### Wat is coachen? Wat is coachen? Coachen is het begeleiden van een leerling op grond van het waargenomen gedrag. Terwijl een leerling een taak uitvoert, help je hem met hints, hulp en opmerkingen waar nodig is. Je biedt de leerling ondersteuning bij het uitvoeren van de taak. Er zijn verschillen tussen de activiteiten coaching en mentoring. Bij coaching gaat het om een klankbordfunctie en bij mentoring is het doel de leerling te begeleiden bij het aanleren van (psychomotorische) vaardigheden. Een instructeur kan verschillende rollen hebben in een les: Motivator: de instructeur vertelt het nut en belang van een handeling aan een leerling. Begeleider: de instructeur ondersteunt de leerling bij (deel-)handelingen die de leerling nog niet beheerst. Instructeur: de instructeur geeft de instructie: hij of zij legt uit, demonstreert, geeft opdrachten, toetst en beoordeelt de prestaties. Coach: de coach helpt de leerling bij het reflecteren (nadenken en beoordelen) over zijn eigen prestaties. Mentor: in zijn rol als mentor helpt de instructeur de leerling tijdens de mentorfasen tot aan het moment dat de leerling juist en zelfstandig de rijtaken onder alle omstandigheden kan uitvoeren. De mentorfasen zijn: D.M.M.M., D.O.A., D.O.M.A., D.Z.A. Corrector: de instructeur laat de leerling zelfstandig opdrachten uitvoeren. De instructeur evalueert met de leerling hoe de opdracht is verlopen. Bij de verschillende rollen horen specifieke vaardigheden. Instructie geven of les geven verloopt anders dan een coachingsgesprek houden. Deze les gaat over jou als coach en leer je hoe je een leerling coacht. ### Inleiding coachen Inleiding coachen Coachen van het leerproces is opgedeeld in een aantal deelhandelingen. Signaleren bij uitvoering rijtaken. Ondersteuning aanleren rijtaken. Afstemming. Leerhouding. Interpersoonlijk handelen. In deze les leer je wat de deelhandelingen inhouden en krijg je tips. Daarnaast zie je voorbeelden van hoe je coacht. ### Wat ga je leren? Wat ga je leren? Signalering bij uitvoeren van rijtaken Na het doorlopen van deze les kun je... fouten opmerken in de uitvoering van rijtaken volgens de Rijprocedure. de leerling stimuleren (hardop) te laten verwoorden hoe hij een rijtaak aanpakt. Ondersteuning aanleren rijtaken Na het doorlopen van deze les kun je... tijdig hints of corrigerende aanwijzingen gedurende de uitvoering van rijtaken geven. commentaar geven met concrete verbeterpunten die inhoudelijk overeenkomen met de Rijprocedure. bespreken wat en waarom een rijtaak goed of fout is uitgevoerd volgens gangbare criteria van rijvaardigheid. in je commentaar de essentiële zaken aan de orde laten komen. op een passend moment na de taakuitvoering commentaar geven. Leerhouding Na het doorlopen van deze les kun je... een positieve beleving (humor, relativering, plezier) bij het uitvoeren van de rijtaak stimuleren. gedoseerd complimenten geven als zaken goed zijn uitgevoerd. benadrukken dat fouten maken een onderdeel is van het leerproces. positieve verwachtingen van de leerling uiten en vertrouwen tonen in de leerling. Interpersoonlijk handelen Na het doorlopen van deze les kun je... zichtbaar inleven in de leefwereld van de leerling. taalgebruik en taalniveau aan de leerling aanpassen. Afstemming Na het doorlopen van deze les kun je... de leerling precies de steun geven die hij nodig heeft om een stap vooruit te maken in de beheersing van de rijtaak. de leerling die mate van zelfstandigheid geven die past bij de tot dan toe gemaakte vorderingen. ### Deelhandelingen in het praktijkexamen Deelhandelingen in het praktijkexamen In de PDF zie je op welke deelhandelingen je straks in het praktijkexamen wordt beoordeeld. Deze les is daarom ook opgebouwd volgens deze beoordeling. Klik op het vierkantje rechts bovenin om de PDF te vergroten. ### Signalering bij uitvoering rijtaken Opmerken van fouten Wanneer een uitvoering van de rijtaak niet volgens de rijprocedure wordt uitgevoerd, merk je dit op. Het is belangrijk op fouten te wijzen en deze te corrigeren om het inslijpen van fouten te voorkomen. Met betrekking tot kijkgedrag geldt, dat het tijdig opmerken van fouten het kijkgedrag verbetert. Zorg dat er een lesklimaat heerst, waarin het maken van fouten geaccepteerd wordt. Tips: Wanneer je fouten niet opmerkt en dit op zijn beloop laat gaan, heb je kans dat de fout inslijpt in het rijgedrag van de leerling. Iets wat eenmaal foutief is aangeleerd is lastig om weer af te leren. Door tijdig fouten op te merken, stuur je vaardigheden van leerlingen bij. Een leerling zal zo sneller het gewenste gedrag laten zien dan dat hij het helemaal zelf uitzoekt. Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel Signaleren bij rijtaken uitvoering ### Opmerken van fouten Opmerken van fouten Bekijk de video tot 1 minuut 20. Op deze video zie je de instructeur op juiste wijze reageren op een fout die de leerling maakt.  Op een juiste manier reageren is bevorderlijk voor een positief leerklimaat. ### Hardop laten verwoorden Hardop laten verwoorden Laat de leerling eens hardop verwoorden hoe hij een rijtaak gaat aanpakken. Hierdoor kom je te weten hoe een leerling denkt en redeneert wat hij moet gaan doen. Je kunt hierdoor sneller fouten of verkeerd aangeleerde kennis in het waarnemen, voorspellen/ afwegen en het handelen van leerlingen opsporen. Tips: Hardop denken maakt de afwegingen van de leerling voor de instructeur zichtbaar waardoor duidelijk wordt waar mogelijk obstakels of fouten zijn in het waarnemen, voorspellen, evalueren of beslissen van een leerling. Stel open vragen, denkvragen en procesvragen. Dit stimuleert de leerling om te vertellen hoe hij iets heeft aangepakt.  Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel Signaleren bij rijtaken uitvoering ### Ondersteuning aanleren rijtaken Hints en corrigerende opmerkingen Geef tijdig hints of corrigerende aanwijzingen gedurende de uitvoering van de rijtaken. Tips: Door hints te geven krijgt de leerling een steuntje in de rug bij hoe hij een vaardigheid kan uitvoeren; hoe problemen kunnen worden voorkomen zonder dat de hele taak wordt voorgekauwd. De leerling houdt ruimte voor eigen initiatief in het aanleren en uitvoeren van de rijtaak. Door tijdig corrigerende aanwijzingen te geven kan worden voorkomen dat fouten escaleren en de rijtaak onderbroken moet worden. Onderdelen van een script of handelingsrepertoire kunnen gebruikt worden als hint (let even op die zijweg straks -> scannen van omgeving)  Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel Ondersteunen bij leren rijtaken ### Hints en corrigerende opmerkingen voorbeeld Hints en corrigerende opmerkingen voorbeeld Op deze video zie je de instructeur op juiste wijze hints geven en corrigerende opmerkingen maakt naar de leerling toe. ### Inhoudelijke verbeterpunten Inhoudelijke verbeterpunten Wanneer je feedback geeft met concrete verbeterpunten, doe je dit volgens de rijprocedure B. Tips: Het geven van onjuist commentaar vanuit de rijprocedure kan bij de leerling leiden tot verwarring of inslijpen van onverschilligheid of ongewenste rijgedragingen. Bijvoorbeeld: sterk accelereren, koppeling ingedrukt houden in de bocht, links blijven rijden of bumperkleven. Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel Ondersteunen bij leren rijtaken ### Verklarende feedback Verklarende feedback Door verklarend commentaar te geven aan de leerling, geef je de leerling inzicht in wat goed ging en wat minder goed ging en waarom. Hierdoor kan de leerling zijn gedrag bijstellen en fouten herstellen. Het commentaar dat je geeft gaat over de uitvoering van de taak en niet om de persoon. Voorbeeld van juiste feedback: Vergeet niet in je binnenspiegel te kijken als je plotseling hard remt. Wanneer je hard remt is het belangrijk om ook te weten wat er achter je gebeurt. Als er iemand achter je rijdt, kan hij op je botsen zodra je onverwacht remt. Voorbeeld van onjuiste feedback: "Dat was niet zo slim hé? Voordat je het weet veroorzaak je nog een ongeluk". Tips: Door verklarend commentaar te geven, vergroot je het begrip dat de leerling heeft van het uitvoeren van rijtaken. Verklarend commentaar biedt de leerling de gelegenheid om zelf inzicht te krijgen in wat goed en minder goed ging (diagnosticeren en evalueren), zijn gedrag bij te stellen en fouten te herstellen. Verklarend commentaar heeft bij voorkeur betrekking op de taakprocessen van de rijtaak. Daardoor wordt de oorzaak van gemaakte fouten of van onvolkomenheden in de uitvoering van rijtaken duidelijk. Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel Ondersteunen bij leren rijtaken ### Essentiële zaken en timing feedback Essentiële zaken en timing feedback Met het aan bod komen van essentiële zaken wordt bedoeld, dat je een leerling nooit mag overladen met informatie. Je dient je daarom te beperken tot de informatie die er echt toe doet. Bij teveel informatie verslapt de aandacht en dwalen de gedachten van de leerling af. De timing van het geven van commentaar op de taakuitvoering is ook belangrijk. Geef op een passend moment na de taakuitvoering commentaar. Denk eraan dat commentaar geven, lang na de taakuitvoering niet meer of weinig effectief is. De leerling kan het commentaar niet meer of niet goed meer in verband brengen met de taakuitvoering. Tips Te uitgebreid commentaar wordt niet meer verwerkt door de leerling en leidt tot mentale overladenheid; hij dwaalt af, de aandacht verslapt. Beknopt commentaar op essentiële zaken zal door de leerling worden meegenomen bij zijn toekomstige beslissen en handelen. Commentaar dat lang na de taakuitvoering komt, is niet effectief voor het leren; het wordt door leerling niet meer in verband gebracht met taakuitvoering en ook niet meer verwerkt en toegepast. Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel Ondersteunen bij leren rijtaken ### Interpersoonlijk handelen vervolg Interpersoonlijk handelen vervolg Tips   Contact maken Leef je in in de leefwereld van de leerling. Wanneer gesprekjes snel vast lopen of worden vermeden, zal er snel een ongemakkelijke sfeer ontstaan; zal de leerling zich onbegrepen voelen en zullen er misverstandjes zijn. Wissel met de leerling ook eens van gedachten die hem/haar bezig houden. Dit wekt openheid in de relatie en wederzijds vertrouwen. Bespreek ook gevoeligheden, onzekerheden, zoals het maken van fouten. Wanneer je dit niet doet, zal dit ten koste gaan van de openheid en de wederzijdse vertrouwensbasis. Taalniveau Wanneer je veel moeilijke taal of veel onnodige vaktaal of technische termen bij toelichtingen gebruikt, zal de leerling dit niet begrijpen. Als gevolg hiervan zal hij weinig verbetering laten zien in het rijgedrag. Gebruik niet te sterk versimpelde Jip-en-Janneke-taal of met veel verkleinwoordjes.  Dit kan de leerling als beledigend opvatten en zich als een kleuter behandeld voelen. ### Interpersoonlijk handelen Interpersoonlijk handelen Je houdt contact met de leerling door naast de instructie-inhoud ook met de leerling van gedachten te wisselen over zaken die hem/haar bezig houden (school/werk, weekendplannen, nieuws etc). Het contact maakt dat veel zaken, ook gevoelige als fouten maken, besproken kunnen worden in de les. De leerling voelt zich zichtbaar op zijn gemak. Er heerst een open, plezierige sfeer. Ook pas je je taalgebruik aan aan het niveau van de leerling. Gebruik makkelijke taal, zodat de leerling je begrijpt. Ga ook niet heel kinderachtig praten. Hierdoor zullen nogal wat leerlingen zich beledigd kunnen voelen omdat ze op deze wijze onder hun niveau worden benaderd. Wees vooral zorgvuldig in het taalniveau ten opzichte van leerlingen voor wie Nederlands duidelijk een tweede taal is. Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel Interpersoonlijk handelen ### Emoties, zelfbeeld en toeschrijving Emoties, zelfbeeld en toeschrijving Omgaan met belemmerende emoties Bespreek belemmerende emoties bij de leerling zo dat ze geen bedreiging vormen voor het leren (faalangst, onzekerheid, stress, afwezigheid, verveling, opwinding, boosheid). Belemmerende emoties zijn te herkennen aan het non-verbaal gedrag van de leerling: diep zuchten vóór het berijden van een druk verkeersplein (faalangst), dicht tegen stuur aan gaan zitten (faalangst). Ontspannen stuurhouding, rustige gelaatstrekken (zelfvertrouwen), trekken om de mond (gespannenheid). In stuur knijpen, waardoor witte knokkels zichtbaar worden (gespannenheid). Er zijn verschillende middelen om het ontstaan van belemmerende emoties bespreekbaar te maken: Actief luisteren: terugvragen naar een emoties die je bij de leerling vermoedt: "Ik heb het idee dat jij je gestresst voelt, klopt dat?" Samenvatten: "Dus je ziet nogal op tegen die verkeerspleinen?" Gevoelsreflectie: "Dat voelt rot, zo te zien." Realistisch zelfbeeld Stimuleer een realistisch zelfbeeld over de rijvaardigheid van de leerling. Door regelmatig de leerling te laten reflecteren op het eigen rijgedrag stimuleert dit een realistisch zelfbeeld over de eigen rijvaardigheid. Hoe vond je het zelf gaan? Je zag dat die fietser plotseling wilde oversteken en je remde hard, hoe vind je dat je dat je dat hebt opgelost? Toeschrijving Laat de leerling nadenken over welke probleemsituaties toe te schrijven zijn aan hemzelf, andere weggebruikers, de omgeving of combinaties daarvan. Instructeur: "Mason, dat ging maar net goed... hoe kwam dat?" Mason: "Ik gaf wat extra gas zodat ik niet hoefde te remmen en nog voor die rode auto kon oversteken. Ik had echter ingeschat dat die rode auto langzamer reed. Gelukkig kon hij nog remmen. Het ging maar net goed. Volgende keer kan ik beter wachten."  Wanneer je een leerling laat nadenken over welke probleemsituaties toe te schrijven zijn aan hemzelf, andere weggebruikers, de omgeving of combinaties daarvan, dan ontwikkelt de leerling een realistische stijl van toeschrijven. Zo’n stijl van toeschrijven bevordert een aanpassende stijl van rijden bij de leerling, vergevingsgezindheid ten opzichte van anderen (als die fouten maken), bereidheid om het eigen rijgedrag bij te stellen. ### Complimenteren, acceptatie fouten en vertrouwen tonen Complimenteren, acceptatie fouten en vertrouwen tonen Complimenteren Geef als instructeur gedoseerd complimenten als zaken goed zijn uitgevoerd. Linda zit vandaag bij jou als leerling in de auto. Ze doet erg haar best. Veel punten gaan vandaag ook goed. Af en toe geef je een aanwijzing. Linda wordt steeds onzekerder. Wanneer je als instructeur nauwelijks een compliment geeft, bijna alle kansen laat liggen om goede oplossingen voor verkeerstaken (of een goede waarneming) te belonen met een compliment, kan de leerling het gevoel krijgen: heeft hij een hekel aan me? Doe ik dan niets goed? Moet het nog beter? Koen zit nu bij jou in de auto.Hij mag volgende week op examen. Je overlaadt hem met complimenten. Koen, wat goed dat je over je schouder hebt gekeken! Netjes op tijd geremd. Goed je knipperlicht aangezet. Koen begint zich te irriteren. Neemt de instructeur mij nu in de maling?  Overlaad je als instructeur de leerling met complimenten, ook waar dit niet passend is, bijvoorbeeld als de leerling gelet op zijn niveau iets al lang moet kunnen, dan kan de leerling het gevoel ontwikkelen niet serieus genomen te worden. Complimenteer daarom de leerling met mate (niet te veel en niet te weinig) dan krijgt de leerling een bevestiging dat hij de taak aankan en reageert hij duidelijk met een positief gevoel. Acceptatie fouten en onzekerheden Benadruk dat fouten maken onderdeel is van het leerproces. Nadia zit vandaag bij jou als leerling in de auto. Ze heeft haar dag niet en ze maakt steeds fouten. Jij vindt dat ze dit beter kan en wijst haar steeds op haar fouten. Echter leert ze niet van jouw aanwijzingen en je blijft haar corrigeren en laat duidelijk je irritatie merken. Kom op Nadia, dit hebben we al duizend keer gedaan! Hoe vaak moet ik het je nog uitleggen?  De emoties bij Nadia lopen steeds hoger op. Het lukt het gewoon niet, ze leert het nooit! Bij een verkeerslicht barst ze ineens in huilen uit... Wanneer je als instructeur steeds nadrukkelijk op fouten ingaat, erover doorzeurt als de situatie al lang voorbij is, gemakkelijk kwaad wordt bij gemaakte fouten, nadrukkelijk zucht of geïrriteerd reageert bij het maken van fouten, kan de leerling hierop reageren met een negatief gevoel: irritatie, boosheid, verdriet, onverschilligheid ("daar heb je hem weer"). Geef als instructeur kort weer wat er fout is gegaan, maar laat steeds merken dat fouten mogen voorkomen, dat je van fouten leert. De leerling zal hierop reageren met een positief gevoel: gerust gesteld zijn, extra uitdaging om het beter te doen. Vertrouwen en positieve verwachtingen Uit je positieve verwachtingen van de leerling en toon vertrouwen in de leerling. Instructeur tegen leerling: "Emma, laat dat achteruit file parkeren maar zitten. Dat ga jij toch nooit leren al oefenen we het honderd keer. Jij hebt hier gewoon geen gevoel voor" . Emma zeg kwaad: "Jij hebt geen gevoel voor uitleg geven. Je legt het super snel uit en de rest moet ik zelf maar uit zoeken!" Wanneer jij als instructeur in je gedrag nauwelijks aangeeft vertrouwen te hebben dat de leerling zal leren rijden, het negatieve benadrukt en een zeker wantrouwen laat zien, dan kan de de leerling zich hierdoor terug gaan trekken, bang worden om fouten te maken. Hij gaat zich verontschuldigen voor fouten, verzet zich tegen de instructeur, probeert met argumenteren zijn gelijk te halen, en raakt in conflict. Instructeur tegen leerling: "Dit ging al bijna goed. Volgende keer mag je proberen iets dichter bij de stoep uit te komen." Emma: "Hoe doe ik dat dan?" Instructeur: "Door iets later in te draaien". Emma: "Oke, dat ga ik proberen".  Indien jij als de instructeur aangeeft vertrouwen te hebben dat de leerling zal leren rijden, zal de leerling zich gemakkelijk durven uiten, een vraag stellen, niet bang zijn fouten te maken, en open zijn over eigen fouten. Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel Leerhouding ### Communicatie Communicatie De vraag of een leerling de rijles positief beleeft hangt mede af van de manier waarop jij als rijinstructeur communiceert met de leerling. Communicatie vindt altijd plaats in een bepaalde context of situatie. Je zit met één of meerdere leerlingen in de lesauto en je neemt deel aan het verkeer. Er heerst een bepaalde (prettige, stimulerende, gespannen) sfeer in de lesauto en er is sprake van een bepaald (positief of negatief) leerklimaat. De invloed van de situatie is erg belangrijk in de communicatie. Iedereen, die in de situatie betrokken is kleurt de situatie op zijn eigen manier in. Deze inschatting van een situatie wordt bepaald door de ervaring en kennis van de gesprekspartners. Communicatie - verbaal Hoe en wat je zegt kan een grote impact hebben op de leerling. Bekijk onderstaand gesprek: Leerling: “Jij hebt makkelijk praten, jij weet niet hoe gespannen ik me voel tussen dat drukke verkeer op de autosnelweg”. De instructeur kan hier op verschillende manieren op reageren: Reactie 1: “Ik weet precies hoe je je voelt. Bijna iedereen voelt zich erg gespannen als hij of zij voor het eerst de snelweg op moet, dat is gewoon. Zit er maar niet teveel over in, ik ben er tenslotte bij om als het nodig is een foutje op te vangen. Zeg eens waar zie je het meest tegenop? Bijna alle cursisten hebben schrik voor de snelheid van het verkeer. Dat is een normale reactie". Reactie 2: Zo’n grote vent heeft schrik van de autosnelweg? Kom nou, je bent toch geen watje? Reactie 2 kan op een hele andere manier overkomen op de leerling. Hoe je een reactie verpakt is afhankelijk van: de toon van de boodschap: vriendelijk, arrogant, belerend, dreigend? hoe is de relatie tussen zender en ontvanger: gelijkwaardig of ondergeschikt; waarderend of kleinerend hoe is de uitvoering van de boodschap: bevelend, vragend, informerend, beoordelend, veroordelend. Non-verbale communicatie Onder communicatie wordt iedere boodschap die de ene persoon naar de andere persoon uitzendt verstaan. Als er twee of meer mensen bij elkaar in de buurt zijn dan is er altijd sprake van communicatie.  Aan de lichaamshouding en uitdrukking op het gezicht kun je zien hoe iemand zich voelt. Zonder een woord te spreken kun je een ander duidelijk je genegenheid, je afkeer of je angst laten merken, maar ook of je de ander saai vindt, het niet met hem eens bent, de uitleg niet begrepen hebt enzovoort. Intonatie van je stem valt ook onder non-verbale communicatie. De manier waarop je iets zegt kan veel informatie geven over de boodschap. Bijvoorbeeld bijkomende emotie of intentie. Als instructeur let je goed op je eigen non-verbale communicatie. Als jij steeds ongeïnteresseerd op je telefoon zit te kijken of erg boos kijkt als de leerling een fout maakt, kan dit afschrikken en de leerling een ongemakkelijk gevoel geven. Een duimpje omhoog, knipoog of een glimlach werkt juist bemoedigend. Je let ook goed op de non-verbale communicatie van een leerling. Als een leerling met opgetrokken schouders in een auto zit en transpireert is hij wellicht gespannen. Je probeert hem dan wat op zijn gemak te stellen. ### Soorten vragen Soorten vragen Functie van de vraag Voorbeeld Om leerlingen actief bij de les te betrekken Wie heeft hier voorrang? Nagaan of de leerling de les kan volgen Kun je in 5 stappen aangeven hoe je een rijopdracht moet uitvoeren? Om een fout in een redenering op te sporen Waarom denk je dat die fietser voorrang heeft? Te achterhalen wat leerling al weten over Mag deze voetganger wel op de rijbaan lopen? Een onderwerp of een probleem Hier is wat raars aan de hand. Zie je wat ik bedoel? Om interesse te wekken Hoe zou je reageren op agressief rijgedrag van anderen? Om houdingen (attitudes) bewust te maken om te toetsen of de uitleg begrepen is Ik heb je net uitgelegd waar je op moet letten bij grote kruispunten. Kun je nu in eigen woorden zeggen waar je op letten moet? Om een leerling zichzelf te laten beoordelen Wat vind je er zelf van? Wat ging er goed en wat ging minder goed? Om fouten te laten opsporen Wat zou je een volgende keer anders doen? Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel  Leerhouding ### Positieve beleving Positieve beleving Stimuleer een positieve beleving bij het uitvoeren van de rijtaak. Dit kun je doen door humor, relativering, plezier in te brengen.   Maak grapjes Een instructeur heeft tijdens de rijles altijd gelijk... maar toch zit hij er altijd naast... Als jij als instructeur er weinig aan doet om de leerling de rijles op positieve manier te laten beleven (voortdurend ernstig over alles wat gebeurt; geen ruimte voor een grap of humoristische opmerking) dan rijdt de leerling plichtmatig zijn rijles, ervaart hij niet of nauwelijks plezier. Er kunnen tekenen van gespannen sfeer of onvrede ontstaan. Gebruik humor tijdens de rijles (dat was even de turbo; die man was nog even niet wakker..); relativeer je foutjes, zonder deze als onbelangrijk af te doen, dan zal de leerling plezier of genoegen beleven aan het rijden, zal zich op zijn gemak voelen. Affectieve kenmerken Houd als instructeur rekening met hoe een leerling zich voelt en speel hier op in. Een leerling met stress, gebrek aan zelfvertrouwen, negatief zelfbeeld als chauffeur of faalangst zul je heel positief benaderen en ieder succesje toejuichen. Een leerling die overmoedig is, thrill seeking, of onnodig veel risico's neemt, zul je wat meer afremmen in zijn gedrag. Stel vragen Vaak zie je in het onderwijs dat er "éénrichtingscommunicatie" plaatsvindt. De docent vertelt, en de leerling luistert. De leerling is passief betrokken, de aandacht verslapt gemakkelijk en de gedachten dwalen af.  Bij coachen vindt er “tweezijdige communicatie” plaats. Als je een leerling aanspreekt in je rol van coach, los je de vraag niet op voor de leerling, maar je stuurt de leerling in een richting, waarin oplossingen gevonden kunnen worden. Een goede coach is een vragensteller. In de voorbereiding van de les moet je ook vast een aantal coachingvragen selecteren, zodat je ze in de les voor gebruik klaar hebt. ### Leerhouding Leerhouding Een goed leerklimaat is de beste motivatie om leerlingen met plezier en vertrouwen rijlessen te laten volgen. Vaak wordt onderwijs en instructie ervaren als iets waar je als leerling geconfronteerd wordt met wat je niet kunt. De leraar is dan de man of vrouw met het “rode potlood”, die aangeeft wat er allemaal niet goed gaat. Dit werkt niet motiverend. Werk daarom aan een goede sfeer, waarbij leerlingen succeservaringen kunnen opdoen en vertrouwen ontwikkelen in hun eigen kunnen. Een goede leerhouding bereik je door rekening te houden met de volgenden punten: Positieve beleving Complimenteren Acceptatie van fouten en onzekerheden Vertrouwen en positieve verwachtingen Omgaan met belemmerende emoties Realistisch zelfbeeld Toeschrijving Op de volgende pagina's leer je meer over deze punten en hoe je deze toepast in je les. Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel  Leerhouding ### Samenvatting onderdeel Afstemming Samenvatting onderdeel Afstemming Hieronder vind je een samenvatting voor het onderdeel Afstemming. Klik op het icoontje rechtsboven in om de pdf te downloaden, op te slaan en/of te printen. ### Zone van naaste ontwikkeling Zone van naaste ontwikkeling De zone van de naaste ontwikkeling, geeft het verschil aan, tussen hetgeen een leerling zonder hulp kan doen en wat hij of zij met hulp kan doen. In de rijopleiding gaat het erom, om onder leiding van de instructeur de leerling steeds een stapje verder te laten zetten. Dit doe je door met een leergang (instructievorderingenkaart) te werken. Voorbeeld Een leerling beheerst het achteruitrijden in een rechte lijn. Vervolgens moet hij een aangegeven bocht achteruit rijden. De instructeur beperkt zijn instructie tot de volgende opdracht: “Stop voorbij de bocht en rijdt vervolgens langs dezelfde bocht achteruit. Stuur de auto redelijk dicht langs de trottoirband en stop voor de lantaarnpaal.” In dit voorbeeld zie je dat de instructeur de opdracht, die een variant is op wat een leerling al beheerst, beperkt tot een minimum. Hij gaat eerst na of de leerling het zelf aan kan. Vervolgens kan hij in een nabespreking aan de hand van situatieschetsen en mogelijk met behulp van een miniatuurautootje met draaibare voorwielen, aangeven hoe de manoeuvre moet verlopen en de leerling vragen zijn uitvoering daarmee te vergelijken. De leerling zal antwoorden: “Ik had de auto niet goed onder controle en stuurde te laat in, waardoor ik te ver van de trottoirband af raakte”. Instructeur:” Bij het achteruitrijden moet je achterom kijken of gebruik maken van de buitenspiegel, om tijdig in te kunnen sturen. Let op of er obstakels langs de trottoirband staan en hinder het ander verkeer niet. We doen het nu nog een keer”. Tips Jij als instructeur geeft bij het coachen precies die steun die past bij het niveau dat de leerling op dat moment heeft. Je brengt de leerling in de zone van de naaste ontwikkeling. Bij een beginnend niveau of een trage leerling: geef je precies die uitleg voor de leerling die nodig is om verder te komen. doe je handelwijzen zelf voor, die de leerling een duidelijk beeld geven van de rijtaak. Bij een gevorderd niveau of een snelle leerling: houd je feedback beperkt als leerling blijk geeft van voldoende begrip. volstaat een korte hint, of laat je de leerling het eerst zelf doen voor je feedback geeft. ### Sturing naar zelfstandigheid Sturing naar zelfstandigheid Laat bij een leerling van beginnend niveau niet te snel en teveel over aan de zelfstandigheid van de leerling. Laat je de leerling taken uitvoeren die hij zelfstandig feitelijk niet aan kan, dan kan het gevolg zijn dat de leerling een onterechte inschatting  maakt van zijn eigen kunnen en er fouten inslijpen, die lastig te verbeteren zijn. Gaat het daarentegen om leerlingen met een gevorderd niveau dan werken teveel en te gedetailleerde aanwijzingen remmend op de ontwikkeling tot zelfstandigheid. De leerling wordt onzeker en te afhankelijk van de instructeur/coach. Naarmate de leerling sneller is en een hoger rijvaardigheidsniveau heeft kan/moet de instructeur/coach, zeker in regulatief opzicht meer overlaten aan de leerling. De instructeur/coach blijft wel verantwoordelijk ervoor te waken dat de leerling voldoende leert. Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel Afstemming Tips Naarmate een leerling een hoger leertempo heeft en een hoger rijvaardigheidsniveau heeft en verder gevorderd is in zijn opleiding, dan kan de instructeur een aantal leeractiviteiten aan de leerling zelf overlaten: Laat de leerling mee bewaken of hij voldoende leert. Laat de leerling zijn eigen rijgedrag evalueren en eventueel zelf bijstellen (ook de eventuele fouten). Laat de leerling op zijn rijgedrag reflecteren. Wat ging goed en wat kan beter? Waarom heeft hij een bepaalde situatie op die manier aangepakt?  ### Sturing naar niveauverhoging vervolg Sturing naar niveauverhoging vervolg Geef de leerling precies die steun en aanwijzigingen, die nodig zijn om de leerling een stap vooruit te helpen in het leren beheersen van de rijtaak. De mate van gewenste begeleiding en sturing hangt af van de vorderingen die de leerling maakt. Denk hierbij aan de mentorfasen D.M.M.M. in de beginfase tot en met D.Z.A. in de eindfase. Tragere leerlingen zullen langer in een fase met veel sturing en begeleiding blijven dan een snelle leerling. Tips: Geef niet teveel of te weinig steun. Teveel steun aan leerlingen die al een hoog rijvaardigheidsniveau hebben, draagt niet bij aan niveauverhoging; het kan leiden tot demotivatie. Te weinig steun aan leerlingen met een laag rijvaardigheidsniveau leidt tot verwarring en soms tot niveauverlaging. Stem de hoeveelheid commentaar af op de leerling: geef bij een beginnend leerling of een trage leerling stap voor stap de uitleg. Geef een snelle of gevorderde leerling enkel een hint.  Laat een gevorderde leerling of een leerling met een hoog rijvaardigheidsniveau ook eens zelf zijn fouten opmerken of reflecteren op zijn eigen handelen. ### Afstemming Sturing naar niveauverhoging Beoordelingsformulier praktijkexamen - onderdeel Afstemming ### Samenvatting onderdeel Ondersteuning rijtaken Samenvatting onderdeel Ondersteuning rijtaken Hieronder vind je samenvattingen voor het onderdeel Ondersteuning rijtaken. Klik op het icoontje rechtsboven in om de pdf te downloaden, op te slaan en/of te printen. ### Lesplan Afsluiting Lesplan Afsluiting In deze video zie je hoe de afsluiting van de rijles eruit ziet. ### Andere instructievorderingenkaarten Andere instructievorderingenkaarten In het voorbeeld met Elif heb je een instructievorderingenkaart gezien zoals deze in de RIS methode wordt gebruikt. In je stage in fase 3 zul je zien dat er verschillende instructievorderingenkaarten in omloop zijn. Tijdens je examen van fase 3 moet je een les laten zien. Het maakt in deze les niet uit welke instructievorderingenkaart je gebruikt, als je er maar eentje gebruikt. De functie van een reguliere instructievorderingenkaart is hetzelfde als een RIS kaart, alleen is deze anders opgebouwd. In de PDF's hiernaast zie je voorbeelden van andere instructievorderingenkaarten. Ga voor jezelf na in hoeverre deze overeen komen met in de les gebruikte instructievorderingenkaart en waar de verschillen zitten. Klik op het vierkantje rechts bovenin om de voorbeelden te vergroten. ### Rol van de instructievorderingenkaart in de les Rol van de instructievorderingenkaart in de les In deze les heb je Elif gevolgd en gezien hoe haar vorderingen bijgehouden worden op de instructievorderingenkaart (IVK). Je hebt gemerkt dat de instructievorderingenkaart een belangrijke rol speelt in de les: Samenvatting vorige les: je laat de leerling zien aan de hand van IVK wat de leerling vorige les heeft geleerd. Doelstelling: je gebruikt de IVK om aan de leerling te laten zien wat je komende les wilt bereiken. Aansluiting voorgaande lessen: je geeft op de IVK aan welke relatie het nieuwe onderwerp heeft met de onderdelen die de cursist al beheerst. Je meet tevens of de relevante onderwerpen die nodig zijn voor de nieuw te leren taak al voldoende worden beheerst. Afsluiting: je geeft aan in hoeverre de doelstelling deze les is behaald. Onderwerp volgende les: op de IVK geef je aan wat je van plan bent om volgende les te gaan behandelen en geef je het huiswerk voor de leerling aan. ### Achttiende les Achttiende les Elif heeft ondertussen al zeventien lessen gehad. Bekijk de kaart goed. Wat kun je zeggen over de voortgang van Elif? Aan welke scripts is ze al toe? Waar wil je haar extra op laten oefenen? Beweeg je muis over de afbeelding om meer te weten te komen over de kaart van deze les. ### Tiende les vervolg Tiende les vervolg Kern van de les Je oefent met Elif het koppelen en schakelen. Je laat haar optrekken op een invoegstrook en laat haar zelf bepalen wanneer ze naar welke versnelling gaat. Je helpt haar bij het invoegen op de snelweg. Hierna rijd je met haar terug naar een rustige wijk. Hier oefen je met haar het op technische wijze wegrijden. Dit gaat meteen al erg goed. Evaluatie Aan het einde van de les vullen jullie samen de kaart in: Elif heeft voortgang geboekt met koppelen (script 16) en schakelen (script 17). Ze doet dit nu zonder aanwijzingen. Op technische wijze wegrijden (script 18) ging boven verwachting. Je had verwacht dat ze dit aan het einde van de les met een enkele aanwijzing zou kunnen. Ze kan het aan het einde van de les zonder aanwijzingen. Elif heeft ingevoegd (script 33) op de snelweg met jouw hulp. Volgende les Elif scoort voor alle scripts in de eerste module een 6 of hoger. Daarom plan je dat jullie in volgende les gaan oefenen met het eerste script in de tweede module: wegrijden / stoppen (script 19). Je geeft dit als huiswerk mee. Beweeg over de punten op de afbeelding voor een toelichting. ### Tiende les Tiende les Elif heeft al negen rijlessen achter de rug. Vandaag is haar tiende les. Je bekijkt haar instructievorderingenkaart. Elif kan script 1 tot en met 15 op stap 6 uitvoeren. Een enkel script kan zij op stap 7 uitvoeren. Doelstelling Vandaag wil je met haar verder oefenen met koppelen (script 16) en schakelen (script 17). Je laat haar stap 8 bij de zelfreflectie van script 16 en script 17 hardop voorlezen en vraagt aan haar waar zij denkt hulp te kunnen gebruiken. Elif geeft aan dat ze het lastig vindt om de koppeling en het gaspedaal tegelijkertijd te gebruiken. Ze vergeet om steeds een klein beetje gas te geven bij het terugschakelen. Met andere woorden: ze geeft aan dat ze nog wat hulp kan gebruiken, maar dat ze na vandaag dit zelfstandig zou kunnen uitvoeren. Het doel van deze les is dat zij dus script 16 en 17 aan het einde van de les zonder aanwijzingen kan uitvoeren op een rustige autosnelweg. Elif heeft als huiswerk technische wijze wegrijden (script 18) bestudeerd. Je verwacht dat ze dit aan het einde van de les met een enkele aanwijzing kan uitvoeren in een rustige woonwijk. Beginsituatie Terwijl je met Elif richting autosnelweg rijdt, beoordeel je hoeveel hulp Elif nodig heeft om te kunnen koppelen en schakelen en laat je haar zelfstandig sturen en de plaats op de weg bepalen. ### Tweede les vervolg Tweede les vervolg Beginsituatie Elif heeft haar huiswerk gemaakt. Je vraagt of ze wil instappen en beoordeelt daarmee meteen of ze script 3, 5 en 6 beheerst. Je laat haar uitstappen. Ondertussen verstel je haar hoofd- , rugsteun en spiegel. Je laat haar weer instappen en haar zelf alles weer goed zetten. Je laat Elif op een rustige weg rijden terwijl zij alleen stuurt en jij gas geeft en remt. Je beoordeelt of zij het sturen (script 11) nog voldoende beheerst. Kern van de les Je laat Elif zien hoe je het gaspedaal bedient. Je vertelt wanneer ze het gaspedaal moet loslaten zodat jij kan schakelen. Op een rustige weg oefenen jullie met de bediening van het gaspedaal. Wanneer jij en Elif op elkaar zijn ingespeeld, volgt het echte werk. Je geeft haar de opdracht een auto op twee seconde afstand te volgen. Wanneer het Elif lukt de snelheid van de auto juist te regelen door middel van het gaspedaal, vraag je haar het gaspedaal zo tijdig los te laten dat je voor het nemen van bochten niet meer hoeft bij te remmen (scan). Hierna vraag je Elif zoveel mogelijk de maximum snelheid te rijden en daarbij de twee seconde regel te hanteren. Zij mag naar eigen inzicht de cruise controle gebruiken. Evaluatie Aan het einde van de les bepaal je samen met Elif de behaalde stappen. Samen vullen jullie de kaart in: script 5 (zithouding), 6 (stuurhouding) en 11 (sturen) doet ze geheel zelfstandig script 3 (instappen), 4 (uitstappen), 8 (starten/afzetten), 9 (gas geven), 12 (positie) en 13 (remmen) voert ze uit met enkele aanwijzingen script 21 (ruimtekussen) en 25 (afslaan)  heeft ze met jou mee gedaan. Volgende les In de volgende les wil je stil staan bij de controle buiten de auto (script 1), afstellen spiegels (script 7) en scannen (script 10). Je vraagt aan Elif om deze hoofdstukken alvast door te lezen. Samen vullen jullie haar kaart in. Beweeg over de punten op de afbeelding voor een toelichting: ### Tweede les Tweede les Elif heeft vandaag haar tweede les. Dit is een les van 1,5 uur.  Je bekijkt met haar de instructievorderingenkaart. Doelstelling Je bespreekt met Elif het doel van deze les. Je gaat met haar oefenen zodat zij aan het einde van de les: Script 5 zithouding zonder aanwijzingen (D.Z.A. / stap 6) meerdere keren kan uitvoeren. Script 6 stuurhouding zonder aanwijzingen (D.Z.A. / stap 6) meerdere keren kan uitvoeren. Script 11 sturen zonder aanwijzingen (D.Z.A. / stap 6) kan uitvoeren door middel van meerdere keren af te slaan in een zone 30. Script 3 instappen en 4 uitstappen met beperkte hulp (D.O.M.A./ stap 5) kan uitvoeren op verschillende plaatsen. Script 12 positie met beperkte hulp (D.O.M.A./ stap 5) kan uitvoeren op een rechte en op een bochtige weg. Script 13 remmen met beperkte hulp (D.O.M.A./ stap 5) kan uitvoeren in een zone 30. ### Eerste les - afsluiting Eerste les - afsluiting Evaluatie Op het einde van de les heeft Elif het sturen (script 11) aardig onder de knie en doet ze dit met een klein beetje hulp van jou. Ze kan met een beetje hulp een juiste stuur en zithouding aannemen (script 5 en 6). Ze kan op aanwijzingen de motor starten (script 8). Je vult haar vorderingen in op de instructievorderingenkaart. Op de instructievorderingenkaart staat een legenda met cijfers die je kunt invullen. Op deze instructievorderingenkaart wordt met de volgende coderingen gewerkt: Instructievorderingenkaart. Hiernaast zie je de ingevulde kaart van Elif aan het einde van de eerste les. Beweeg over de punten in de afbeelding om de toelichting te lezen. Je laat Elif zien hoe je instapt en uitstapt en vraagt haar dit te filmen zodat ze dit filmpje als huiswerk terug kan kijken en kan oefenen. Eventueel kan ze ook script 5 (zithouding) en 6 (stuurhouding) oefenen in de auto van haar ouders. Je vraagt Elif om alle scripts die je volgende keer wilt gaan behandelen als huiswerk te lezen in haar RIS-boekje. Je geeft haar huiswerk aan op de instructievorderingenkaart. Volgende les De volgende les duurt 1,5 uur. Je wil in deze les gaan werken aan: Script 3: instappen Script 4: uitstappen Script 9: gas geven Script 12: positie Script 13: remmen ### Eerste les Eerste les Vandaag heeft Elif haar eerste rijles. Je haalt Elif thuis op en ze stapt bij jou in de lesauto. Terwijl ze op de bijrijdersstoel zit vertelt ze dat ze er zin in heeft en dat ze benieuwd is wat ze komend uur gaat leren. Doelstelling Je vertelt Elif dat je van plan bent om vandaag de volgende scripts te gaan behandelen: script 5: zithouding script 6: stuurhouding script 8: starten/afzetten script 11: sturen Je verwacht dat ze aan het einde van de les script 8 (starten/afzetten) op aanwijzingen kan en voor script 5 (zithouding) en 6 (stuurhouding) nog maar een enkele aanwijzing nodig heeft. Voor script 11 (sturen) kan ze aan het einde van de les het stuur doorgeven en overgeven met wat hulp. Beginsituatie Je vraagt of Elif al wel eens eerder heeft gereden. Dit is niet het geval. Haar oudere broer heeft wel al een rijbewijs. Hij heeft haar verteld dat het begin van leren autorijden best lastig kan zijn. Hij is de derde keer geslaagd voor zijn examen en heeft toen hij zijn rijbewijs had al meteen schade gereden bij het parkeren met de auto van haar vader. Ze hoopt niet dat haar dat overkomt. Haar vader was een week lang boos op haar broer. Kern van de les Je legt uit dat jullie dadelijk naar een leeg parkeerterrein gaan rijden, zodat ze daar goed kan oefenen. Ze hoeft daar geen zorgen te maken dat ze schade rijdt zoals haar broer. Voordat je met haar naar een oefenterrein rijdt, laat je haar zien hoe je een juiste zithouding aanneemt, hoe je een juiste stuurhouding aanneemt en hoe je de motor start. Tijdens de rit naar een parkeerterrein laat je haar zien hoe je stuurt. Je laat het verschil zien tussen overpakken en doorgeven. Op het parkeerterrein aangekomen wil Elif het graag ook zelf proberen. Je helpt haar met het aannemen van de juiste zit en stuurhouding (script 5 en 6) en laat haar de motor starten (script 8). Je zet samen met Elif een parcours uit zodat ze goed kan oefenen met sturen (script 11). Klik op de afbeelding om deze te vergroten. ### Instructievorderingenkaart Instructievorderingenkaart De instructievorderingenkaart van Elif is nog leeg. Om deze in te vullen, moet je eerst begrijpen hoe deze is opgebouwd. In deze les wordt als voorbeeld de RIS instructievorderingenkaart gebruikt vanwege de logische opbouw. Opbouw instructievorderingenkaart Op de horizontale as (nummer 1) zie je het aantal lessen. Hier noteer je per les de duur van de les en of het lesgeld is betaald. Op de verticale as (nummer 2) zie je 46 scripts verdeeld over 4 modules. Een script kun je zien als een handeling die een leerling moet beheersen. Als je over de punten in de afbeelding beweegt, krijg je meer informatie. ### Introductie Introductie Een nieuwe leerling! Elif is 18 jaar en wil graag haar rijbewijs halen en jij bent haar rijinstructeur. Elif heeft nog nooit eerder gereden. Ook niet op een scooter of brommer. Het is aan jou de taak om haar stap voor stap te leren rijden. Instructievorderingenkaart Maar waar begin je? Wat leg je eerst uit en wat daarna? En hoe ga je onthouden wat je al hebt uit gelegd? Hoe bepaal je nu welke opdracht Elif al aankan en welke nog te moeilijk voor haar zijn? Om jou als instructeur hierin te helpen is de instructievorderingenkaart ontwikkeld. Een instructievorderingenkaart, we korten het af als IVK, is een onmisbaar hulpmiddel voor verschillende zaken, die in een les aan bod moeten komen, zoals: Het bepalen wat je met de leerling de komende les gaat doen. Het noteren van de resultaten van de les. Het, samen met de leerling, evalueren van een les. Het behouden van het overzicht over de vorderingen gedurende de gehele opleiding. Inzicht krijgen in zowel de sterkere als de zwakkere kanten van de leerling. Doelgericht, effectief en verantwoord lesgeven Om doelgericht en effectief met de IVK om te kunnen gaan moet je eerst leren de kaart te lezen. Wat betekenen al de cijfertjes? Je moet er ook praktische aanwijzingen voor het geven van de les uit kunnen halen.   Pas als je de gegevens op de kaart begrijpt, kun je de kaart zelf leren gebruiken. In dit lesonderdeel leer je aan de hand van de rijlessen van Elif hoe je de IVK gebruikt.   Let wel! De IVK van Elif hoeft dus geen reële ingevulde IVK te zijn. Het gaat hier dus om het kunnen lezen en invullen van de kaart. ### Voorbeeld lesplan Afsluiting Voorbeeld lesplan Afsluiting Je hebt nu gezien hoe het lesplan in elkaar zit voor de afsluiting. Hiernaast vind je een voorbeeld van een uitgewerkt lesplan, onderdeel afsluiting. In de video zie je alle fragmenten van Tanja en Riny achter elkaar. ### Onderwerp volgende les Onderwerp volgende les Bekijk met de leerling de instructievorderingenkaart. Bespreek de volgende drie punten: Het onderwerp van rijtaak van de volgende les; De noodzaak van deze rijtaak; Een opdracht voor zelfwerkzaamheid in relatie tot de rijtaak (huiswerk). Voor de leerling is het nut en belang van de rijtaak van de volgende les geheel duidelijk. Hij wordt nieuwsgierig gemaakt. Einde van de les Aan het einde van de les neem je afscheid van je leerling. Onderdeel lesplan afsluiting ### Evaluatie leerproces Evaluatie leerproces Ga samen met de leerling na hoe het leerproces verlopen is. Betrek de leerling nadrukkelijk bij de evaluatie en daag de leerling met de juiste vragen uit om over zijn eigen leerproces na te denken. Goede vragen zijn open vragen. Dit zijn vragen waarbij de leerling wordt uitgedaagd om een langer antwoord te formuleren dan alleen 'ja' of 'nee'. Goede vragen zijn: Wat vond je erg goed gaan deze les? Waar denk je dat we volgende les nog aan moeten werken? Wat vond je van het oefengebied / lesroute? Wat kan ik doen om jou de volgende les nog beter te laten leren? Door het leerproces te evalueren weet de leerling wat er in het leerproces goed is gegaan en wat er verkeerd is gegaan. Onderdeel lesplan afsluiting ### Samenvatting en leerresultaat vervolg Samenvatting en leerresultaat vervolg In de video's hieronder zie je hoe een les wordt afgerond door middel van een samenvatting, het bespreken van het leerresultaat en het invullen van de instructievorderingenkaart. Lesafronding - samenvatting van de les. Bespreken van leerresultaat / invullen IVK. ### Samenvatting en leerresultaat Samenvatting en leerresultaat Samenvatting van de gehele les Door het geven van een samenvatting kan de leerling de belangrijkste zaken van de les voor zichzelf nog eens overzien. Daardoor wordt de geleerde rijtaak of kennis, beter onthouden. Het geleerde past beter in een structuur en de leerling begrijpt en overziet wat er is geleerd. Geef een heldere samenvatting van de gehele les die ‘to-the-point’ is. Vat samen wat de leerling heeft geleerd en geeft aan wat de samenhang is met al eerder geleerde rijtaken. Zo weet de leerling precies wat de essentie van de les was en wat de samenhang is met de eerder geleerde rijtaken. Bespreking leerresultaat Aan het einde van de les stel je het leerresultaat vast. Geef duidelijk en kernachtig aan wat de leerling goed en fout heeft gedaan en wat hij kan verbeteren. Bekijk samen met de leerling of de doelstelling is gehaald of gedeeltelijk is behaald. Hierdoor heeft de leerling een duidelijk beeld van de wijze waarop hij de rijtaak heeft uitgevoerd. Hij weet wat hij goed en fout heeft gedaan en hoe hij de uitvoering van de rijtaak kan verbeteren. Wanneer je leerling verder is, kun je de leerling ook eens laten reflecteren op zijn eigen resultaat. Dit bevordert het zelfstandig leren bij de leerling. Bespreek direct na de les na omdat de les dan nog vers in het geheugen zit. Beperk je tot de essentie en houdt het positief. Wanneer je veel negatieve feedback geeft, dan kan dit bij de leerling leiden tot onzekerheid, faalangst of onverschilligheid. Op de volgende pagina kun je twee video's bekijken die laten zien hoe je een les afsluit door middel van een samenvatting en hoe je het leerresultaat met de leerling bespreekt. Onderdeel lesplan afsluiting ### Bespreking terugweg Bespreking terugweg Geef duidelijk en kernachtig aan wat de leerling op de terugweg goed en fout heeft gedaan.  Doorloop samen met de leerling een foutanalyse. Op deze manier krijgt de leerling een duidelijk beeld van de wijze waarop deze de rijtaken op de terugweg heeft uitgevoerd. Zij weet wat zij goed en fout heeft gedaan en hoe zij de uitvoering van de rijtaken kan verbeteren. De rit terug. Bespreking van de rit terug. ### Afsluiting van de les Afsluiting van de les De afsluiting van de les duurt ongeveer 5 minuten. Je evalueert hierin met de leerling de les, het leerresultaat en of de doelstelling van de les is behaald. Je gaat met de leerling na hoe het leerproces is verlopen. Daarnaast blik je vast vooruit op de volgende les en geef je eventueel huiswerk op. Klik op de afbeelding om deze te vergroten.  ### Samenvatting onderdeel Aanbieden oefensituaties Samenvatting onderdeel Aanbieden oefensituaties Hieronder vind je enkele samenvattingen over de onderwerpen die zojuist besproken zijn. Klik op het icoontje rechtsboven in om de samenvatting te downloaden, op te slaan en/of uit te printen. ### Fouten binnen veiligheidsmarge Fouten binnen veiligheidsmarge Tijdens het oefenen geef je de leerling kans om fouten te maken. Het maken van fouten hoort bij het leerproces. Vertel dit ook aan je leerling; dat het niet erg is om fouten te maken, zolang je er maar van leert. Wanneer een leerling fouten mag maken en de kans krijgt om zichzelf te verbeteren, is hij gemotiveerd. Wel zorg je tijdig dat de leerling zelf of andere verkeersdeelnemers door de fouten niet in gevaar komen. Je kunt dit doen door mondeling op tijd wat te zeggen of als het echt gevaarlijk wordt in te grijpen door middel van remmen of sturen. Grijp niet te snel in, het is voor de leerling erg frustrerend als jij ingrijpt als het dreigt een beetje fout te gaan. Een leerling kan hierdoor bang worden om fouten te maken of zelfs bang worden om auto te rijden. ### Oefensituaties Oefensituaties Bekijk onderstaande video's aandachtig. Ze geven zowel een eenvoudige oefensituatie als een complexe oefensituatie weer. Een eenvoudige oefensituatie. Een complexere oefensituatie. ### Instructiefase Instructiefase Plaats van aanbieding Kies een plaats waarbij de leerling de taak die je wilt oefenen naar behoren en onder veilige omstandigheden kan uitvoeren. De uitgekozen plek past bij de rijtaak. De omstandigheden zijn zo dat er ruimte en tijd is om te handelen en de leerling fouten kan maken e.d. Je oefent bijvoorbeeld keren door middel van steken op een weg met zeer weinig verkeer, en niet op een drukke voorrangsweg. Instructiefase Hoe je de instructie geeft, laat je afhangen van het niveau van je leerling voor die deelhandeling: Doe Met Mij Mee (DMMM) (Stap 3 RIS); Doe Op Aanwijzing (DOA) (Stap 4 RIS); Doe Op Minder Aanwijzing (Vrijwel zonder hulp) (DOMA) (Stap 5 RIS); Doe Zonder Aanwijzing  (Zelfstandig uitvoeren) (DZA) (Stap 6 RIS). Hierdoor ervaart de leerling dat de aangeboden rijtaak aansluit bij zijn ervaring en zijn leerbehoefte, waardoor de motivatie en dus ook leerprestatie worden versterkt. Intensiteit Laat de leerling de rijtaak intensief oefenen. Kies ervoor de leerling zoveel mogelijk situaties te laten oefenen in plaats van te praten over mogelijke situaties. Je laat de leerling oefenen tot (bijna) foutloze uitvoering (uitvoering is vlot en vloeiend). Het leerproces bij de leerling is afgerond wanneer de leerling laat zien dat hij de nieuwe rijtaak met succes aan kan in gewijzigde en wisselende situaties (stap 7 en 8 van de RIS). Klik op de afbeelding om deze te vergroten.  ### Beheersingsniveaus Beheersingsniveaus Verschillende rollen van de instructeur Tijdens het aanleren van nieuwe vaardigheden zal de instructeur eerst de motivator zijn en demonstreren. Wanneer de leerling de vaardigheden gaat oefenen is de instructeur de coach/mentor. Wanneer de leerling zelfstandig deze vaardigheden in verschillende gebieden gaat uitvoeren, is de instructeur corrector. Beheersingsniveaus van de leerling Tijdens het leren van nieuwe vaardigheden, doorloopt de leerling verschillende beheersingsniveaus. Cognitief beheersingsniveau: op dit eerste niveau moet de leerling bewust nadenken over de wijze waarop handelingen moeten worden uitgevoerd. Hij kan de handelingen opzeggen, maar kan ze nog niet uitvoeren. Een goede leermethode voor dit beheersingsniveau is “hardop laten verwoorden”. De nadruk ligt op: handeling correct uitvoeren. Associatief beheersingsniveau: Het kunnen aaneenschakelen van een set van regels wordt ‘associëren’ genoemd. Vandaar de term ‘associatief’ beheersingsniveau. Dit niveau van beheersing van een rijtaak wordt ook wel ‘half geautomatiseerd’ genoemd. De leerling denkt nog na over de deelhandelingen, maar voert ze in de praktijk al uit. Nadruk ligt op: correct, vloeiend, vlot uitvoeren. Autonoom beheersingsniveau: dit niveau wordt ook wel geautomatiseerd niveau genoemd. Een leerling hoeft niet meer na te denken over de set van regels en voert de deelhandelingen in verschillende gebieden vloeiend en vlot uit. Nadruk ligt op: correct, veilig, vloeiend, vlot, zelfstandig uitvoeren. Fases RIS Stap 1, 2 en 3 worden binnen de RIS kennismaken met het script genoemd. Hierbij is de leerling vooral vanuit het denken (cognitief) bezig om de set van regels te leren. In stap 4, 5, 6 van de RIS is de leerling bezig met het eigen maken van het script. De begeleiding van de instructeur neemt steeds meer af en de leerling gaat steeds meer zelf doen. Hij krijgt gevoel voor het script in eenvoudige verkeerssituaties. Stap 7 en 8 van de RIS gaan een stap verder waarbij ook complexe situaties meegenomen worden. Hier moet de leerling de set regels kunnen toepassen en zijn aandacht goed kunnen verdelen binnen nieuwe verkeerssituaties. Hij moet hiervoor de set regels zo goed beheersen dat hij niet meer hoeft na te denken over bepaalde deelhandelingen maar zijn aandacht kan richten op het oplossen van de verkeerssituatie. ### De vier stappen van de mentorfase - Stap 3 en 4 De vier stappen van de mentorfase - Stap 3 en 4 Stap 3: D.O.M.A. (Doe Op Minder Aanwijzingen) Dit is de fase van de “afnemende hulp”. Nu moet de leerling het met beperkte aanwijzingen doen. Hij kan de handeling als geheel vrij aardig uitvoeren maar moet nu veel oefenen om de rijtaak ook vloeiend en vlot onder de knie te krijgen. Hij moet als het ware leren zichzelf de nodige aanwijzingen te geven. De instructeur helpt de leerling waar nodig en corrigeert de fouten. Stap 4: D.Z.A. (Doe Zonder Aanwijzingen) De leerling is in deze fase in staat de rijtaak “zelfstandig”, dus zonder aanwijzingen, correct en vloeiend uit te voeren. Vanaf nu komt het accent te liggen op herhaling van de rijtaak in de volgende lessen zodat de leerling het geleerde steeds vlotter en vloeiender uit kan voeren en de aandacht wordt verlegd naar het vergroten van het verkeersinzicht. In deze fase kun je de hard-op-denk-methode toepassen. Lukt het de leerling nog niet om zelfstandig een rijtaak uit te voeren, dan coach je hem op zijn niveau zodat het wel lukt. ### De vier stappen van de mentorfase - Stap 1 en 2 De vier stappen van de mentorfase - Stap 1 en 2 Stap 1: D.M.M.M. (Doe Met Mij Mee) Nadat je aan de leerling de handeling hebt gedemonstreerd gaat de leerling het gedemonstreerde nadoen. Daarbij geef je steeds aan hoe een handeling moet worden uitgevoerd. De leerling leert in deze stap een aantal deelhandelingen aan. De instructeur neemt in deze fase met name het” kijkgedrag” nog voor zijn rekening zodat de leerling zich geheel kan concentreren op het uitvoeren van de handelingen. Stap 2: D.O.A. (Doe Op Aanwijzingen) Als de leerling op deze manier een basis heeft gekregen gaan we naar stap 2. In deze stap voert de leerling de handeling + kijkwerk uit op aanwijzing van de instructeur. ### De vier stappen van de mentorfase De vier stappen van de mentorfase In de mentorfase ben je de begeleider van de leerling. In de mentorfase ontplooit de leerling, onder leiding van de instructeur, leeractiviteiten. In deze fase geeft de instructeur aanvankelijk nog veel aanwijzingen: hij stuurt het leerproces. Gaandeweg nemen deze aanwijzingen af en moet de leerling zelfstandiger de opdrachten uitvoeren. De mate waarin je de leerling aanstuurt zijn verdeeld in vier stappen: Doe met mij mee (D.M.M.M.) Doe op aanwijzing (D.O.A.) Doe op minder aanwijzingen (D.O.M.A.) Doe zonder aanwijzingen (D.Z.A.) Verschillende handelingen, verschillende begeleiding Tijdens de mentorfase coach je een leerling op verschillende handelingen. Het kan best zijn dat je de leerling voor het onderdeel 'sturen' al op D.Z.A begeleidt maar het onderdeel 'Afslaan' begeleidt op D.O.A. manier. Op de RIS instructievorderingenkaart staat dit duidelijk weergegeven. Je noteert hier een cijfer achter de onderdelen. Hieronder in de legenda zie je dat de cijfers overeenkomen met de vier stappen in de mentorfase. ### Aanbieden van oefensituaties Aanbieden van oefensituaties Hoe oefenen Tijdens het oefenen vertel je de leerling hoe je hem gaat begeleiden: geef je veel begeleiding of laat je de leerling de rijtaak zo zelfstandig mogelijk uitvoeren? Hier lees je op de volgende pagina meer over. Zorg in ieder geval dat de leerling voldoende gelegenheid krijgt om te oefenen. Geef de leerling ruimte om fouten te maken. Door fouten te accepteren zal de leerling meer gemotiveerd worden er het beste van te maken, zich meer inspannen en initiatief nemen. Uiteraard zorg je daarbij dat de veiligheid niet in het gedrang komt. Let op dat je op tijd ingrijpt (remingreep, stuuringreep of mondeling) op het moment dat het écht gevaarlijk wordt voor de leerling of andere weggebruikers. Probeer niet onnodig in te grijpen. Als je (regelmatig) ingrijpt terwijl er geen gevaar is, kan dit leiden tot frustratie of spanning bij de leerling. De leerling krijgt dan niet de kans om fouten te maken en hiervan te leren, en krijgt geen goed beeld van het eigen kunnen. Wat zijn de criteria voor geschikte oefensituaties? Dit wordt bepaald door onderstaande factoren: Wat zijn de lesdoelen? Welke taken, deeltaken, programma’s of scripts horen bij de leerdoelen? Wat is het niveau van de leerling? Welke fouten maakt hij; in welke mate kan hij de informatie adequaat verwerken, hoever is hij gevorderd met de rijtaken op de instructievorderingenkaart? Wat zijn belangrijke kenmerken van deze leerling? Wat is bijvoorbeeld het leertempo? Moeilijkheidsgraad Als de oefensituaties te moeilijk zijn voor een leerling, zal deze de taak waar het om gaat niet goed kunnen oefenen. Een voorbeeld van een te moeilijke oefensituatie is een oefenlocatie waar, door de aanwezigheid van ander verkeer, te weinig tijd en ruimte is om een handeling op het eigen niveau uit te voeren. Een te moeilijke oefensituatie geeft de leerling niet de oefening die hij nodig heeft en kan leiden tot fouten en stress. De oefening draagt dan niet bij aan het leerproces maar doet er mogelijk zelfs aan af doordat onzekerheid en negatieve emoties de leerling langere tijd kunnen beïnvloeden. Staat een leerling aan de beginfase waarin de bediening nog moet worden aangeleerd? Dan moeten eenvoudige oefensituaties worden geselecteerd zoals een parkeertrein of een verlaten weg. Als er voor de leertaak essentiële kenmerken ontbreken aan een oefensituatie (bijvoorbeeld het gelijkwaardig zijn van kruispunten), dan kan de vaardigheid niet doelgericht worden uitgevoerd. De oefenlocatie is dan dus niet geschikt voor die leertaak. Je zult een beter alternatief moeten zoeken. ### Aanbieden oefensituaties Kern van de les - Aanbieden van oefensituaties De kern van de les bestaat uit twee delen: uitleg en oefenfasen. In de oefenfasen oefent de leerling (nieuwe) vaardigheden. Onderdeel lesplan oefenfasen ### Voorbeeld lesplan Kern Voorbeeld lesplan Kern Je hebt nu gezien hoe het lesplan in elkaar zit voor de kern. Hiernaast vind je een voorbeeld van een uitgewerkt lesplan, onderdeel kern. Zoals je kunt zien, is het een vrij uitgebreid lesplan met vragen. Als beginnend instructeur is het aan te bevelen om hier goed over na te denken en het lesplan in detail uit te schrijven, zodat je goed voorbereid aan de les begint. In de video zie je alle getoonde fragmenten van Roy en Boy achter elkaar. ### Deelhandelingen / Foutgedragingen Deelhandelingen / Foutgedragingen Deelhandelingen Je beschrijft stap-voor-stap en volledig de concrete onderdelen van de nieuwe rijtaak. Je geeft aan hoe en in welke volgorde de deelstappen uitgevoerd moeten worden (afhankelijk van sturing naar niveauverhoging en sturing naar zelfstandigheid). Op deze manier is de leerling volledig geïnformeerd over de wijze waarop hij de rijtaak moet uitvoeren. Hij geeft er blijk van precies te weten wat hij moet doen en in welke volgorde. Dat geeft de leerling houvast. Foutgedragingen Je geeft een duidelijke en volledige beschrijving van de kritieke punten die een rol spelen bij de uitvoering van de rijtaak. Je beschrijft welke gevolgen eventuele fouten kunnen hebben en hoe de leerling daarmee om moet gaan. De leerling kent alle kritieke punten bij de uitvoering van de rijtaak en weet waar hij speciaal aandacht aan moet besteden. Hij laat zien dat hij voorbereid is op moeilijke situaties die kunnen optreden. Onderdeel lesplan kern ### Demonstratie Demonstratie Na de uitleg geef je een demonstratie conform de rijprocedure B. Je laat hierbij de deelhandelingen en de foutgedragingen zien. Voor de leerling moet het duidelijk zijn wat de rijtaak inhoudt en op welke wijze deze conform de rijprocedure B moet worden uitgevoerd. Het moet de leerling duidelijk zijn aan welke norm hij moet voldoen. Waarom een demonstratie? Veel rijinstructeurs vragen zich terecht af: waarom zou ik een demonstratie geven? Een leerling betaalt toch zodat hij zelf kan rijden? Er is onderzoek gedaan naar het nut van een demonstratie. Door het zien van een handeling worden er delen in ons brein geactiveerd (spiegelneuronen) die ervoor zorgen dat iemand na een demonstratie gemakkelijker het gedrag overneemt. Probeer ook eens na een demonstratie, of bij een tweede demonstratie, de leerling de stappen die je hebt laten zien te laten verwoorden. Je zult zien dat hoe beter de leerling de stappen in zijn hoofd heeft, hoe gemakkelijker het aanleren daarna gaat. Onderdeel lesplan kern ### Uitleg Uitleg Aansluiten op voorgaande lesonderwerpen Je gaat samen met de leerling na wat er bij voorgaande lesonderwerpen/rijtaken aan de orde is geweest en maakt daarbij gebruik van de instructievorderingenkaart / lesprogramma / logboek. Je gaat na welk niveau de leerling bij voorgaande lesonderwerpen/rijtaken heeft bereikt en sluit daarop aan. Voor de leerling is duidelijk wat dit lesonderdeel/rijtaak te maken heeft met voorgaande lesonderwerpen en welke nieuwe onderdelen hij nog moet leren voor het nieuwe lesonderdeel/rijtaak. De leerling weet precies in welke fase van de rijopleiding hij zit. Inhoud Je geeft een heldere en exacte beschrijving van de nieuwe rijtaak. Jouw uitleg is conform de inhoud van de rijprocedure B. Zo heeft de leerling een volledig beeld van de nieuwe rijtaak zoals die conform de rijprocedure B uitgevoerd moet worden. De leerling weet: 'Dus dat is wat ik nu moet gaan doen.' Onderdeel lesplan kern ### Uitleg en demonstratie Kern van de les - Uitleg De kern van de les is opgebouwd uit een uitleg en oefenfasen. De instructeur geeft aan het begin van de kern een uitleg. De uitleg gaat in op de inhoud van de 4 onderdelen. Volgend op de uitleg wordt er een demonstratie gegeven. Hiernaast zie je uit het lesplan het onderdeel Kern van de les. Klik op de afbeelding om deze te vergroten. ### Voorbeeld lesplan inleiding Voorbeeld lesplan inleiding Je hebt nu gezien hoe het lesplan in elkaar zit voor de inleiding. Hiernaast vind je een voorbeeld van een uitgewerkt lesplan, onderdeel inleiding. Zoals je kunt zien, is het een vrij uitgebreid lesplan met vragen. Als beginnend instructeur is het aan te bevelen om hier goed over na te denken en het lesplan in detail uit te schrijven, zodat je goed voorbereid aan de les begint. Om het lesplan uit te vergroten, klik je op het icoontje rechtsbovenin. In de video zie je alle getoonde fragmenten van Roy en Boy achter elkaar. ### Doelstelling en motivatie Doelstelling en motivatie Nadat je hebt verteld wat je in de les gaat doen, geef je ook het doel van de les aan. In fase 2a heb je geleerd hoe je een goede doelstelling formuleert. Je geeft een nauwkeurige beschrijving van de leertaak die in deze les centraal staat en motiveert duidelijk het belang van elk lesonderdeel voor het autorijden (Stap 2 RIS: motivatie). Voor de leerling is het daardoor duidelijk wat hij in deze les gaat leren en waarom. Dit motiveert de leerling en geeft hem meer overzicht over het leerproces. Hij weet voor de specifieke les waar de aandacht naar uit gaat, wat het doel is en kan hier gericht mee aan de slag. In je leerdoel geef je aan welk gedrag, onder welke omstandigheden en volgens welke standaard de leerling zich eigen gaat maken. Bijvoorbeeld: Aan het einde van deze les kun je koppelen (script 16) en schakelen (script 17) zonder aanwijzingen uitvoeren op een rustige autosnelweg. Onderdeel lesplan inleiding ### Lesplan Lesplan Nadat je het aanvangsniveau hebt bepaald, vertel je aan de leerling wat je in deze les gaat doen en in welke volgorde. Dit geeft de leerling structuur en houvast. De leerling weet wat hem deze les te wachten staat. Je vertelt over het nieuwe onderwerp dat je gaat behandelen, dat je dit gaat demonstreren en dat de leerling daarna zelf gaat oefenen. Vereiste aanvangsniveau niet behaald Wanneer de leerling niet voldoet aan het vereiste aanvangsniveau, maak je de keuze om niet een nieuw onderwerp te behandelen maar zorg je eerst dat het vereiste aanvangsniveau wordt behaald. Je past hiervoor je lesplan en doelstelling aan. Samen met de leerling bespreek je hoe je deze les gaat invullen. Onderdeel lesplan inleiding ### Meting Vorige Les / Controle Aanvangsniveau Meting Vorige Les / Controle Aanvangsniveau Je geeft aan wat tijdens de vorige les/rijtaak is behandeld en controleert dit praktisch. Je meet de feitelijke beginsituatie in relatie tot de vereiste beginsituatie als voorbereiding op de geplande rijles. Bijvoorbeeld: je wilt deze les script 25 behandelen (afslaan). Hiervoor kijk je naar de set van regels in script 25. Om script 25 aan te kunnen leren moet de leerling al enkele regels beheersen, zoals het scannen en ruimtekussen. Op de instructievorderingenkaart zie je dat de leerling al enkele regels beheerst. Of deze leerling in de praktijk de regels ook nog beheerst, test je praktisch terwijl je richting het oefengebied rijdt. Je kunt ook testen of de leerling bijvoorbeeld nog de voorrangsregels weet door vragen te stellen. Hierbij meet je de feitelijke beginsituatie. Voor de leerling moet het duidelijk worden of hij de vorige lesstof nog volledig beheerst en dat hij moet voldoen aan het vereiste aanvangsniveau. Je bespreekt je bevindingen daarom met de leerling. Vraag wat de leerling er zelf van vindt en deel jouw bevindingen. Wanneer je het feitelijke beginniveau niet goed vaststelt, en toch door gaat met de geplande doelstelling, kan de leerling gedemotiveerd worden. Het is dan te moeilijk voor de leerling waardoor hij het gevoel krijgt dat het niet lukt. Aan het begin van de les geef je de leerling de gelegenheid om vragen te stellen over de vorige les, deelhandelingen, instructiefasen, beheersingsniveaus. Onderdeel lesplan inleiding ### Begroeting en voertuigcontrole Begroeting en voertuigcontrole In het begin is een leerling vaak gespannen voor een les. Het is daarom belangrijk het 'ijs te breken'. Je doet dat door de leerling te begroeten en een ontspannen praatje te houden. Vraag iets over school/werk of wat de leerling in het weekeind heeft gedaan. Begin niet met vragen als: "Heb je je huiswerk wel gedaan?" of "Ben je vandaag minder zenuwachtig dan de vorige keer?" Dat draagt er niet toe bij om de leerling op zijn gemak te stellen. Geen inspiratie voor een algemeen praatje? De controle van het voertuig is een goede start de leerling zich op zijn gemak te laten voelen. Onderdeel lesplan inleiding ### Introductie Introductie De inleiding bestaat uit acht onderdelen waaraan je aandacht besteedt. De inleiding houd je kort en bondig: maximaal 10 minuten. Hiernaast zie het onderdeel Inleiding van het lesplan. Klik op het lesplan om deze te vergroten. ### Wat ga je leren? Wat ga je leren? Introductie Na het doorlopen van deze les kun je... aangeven wat er in de les (onderdelen) aan de orde komt en in welke volgorde. de essentie beschrijven van wat de leerling gaat leren en de noodzaak motiveren van de nieuw aan te leren rijtaak. Uitleg Na het doorlopen van deze les kun je... de uitleg laten aansluiten aan het voorgaande lesonderdeel. de uitleg over de rijtaak geven conform de beschrijving van de rijprocedure. beschrijven hoe de concrete deelstappen uitgevoerd moeten worden. aangeven waar bij de uitvoering van het lesonderdeel fouten kunnen ontstaan en mogelijke gevolgen daarvan. Aanbieden oefensituaties Na het doorlopen van deze les kun je... een geschikte plaats kiezen voor het oefenen van de rijtaak. een oefensituatie kiezen die de leerling aankan en de leerling stimuleren. de leerling gelegenheid geven om te oefenen. de leerling genoeg ruimte geven zolang de veiligheid niet in het gedrang komt. Feedback Na het doorlopen van deze les kun je... een samenvatting geven van het lesonderdeel. het leerresultaat vaststellen en bespreken met de leerling. met de leerling nagaan hoe het leerproces is verlopen. ### Inleiding Instructie geven Inleiding Instructie geven In deze les leer je hoe je de verschillende onderdelen van een les geeft. Je leert wat je per onderdeel van een les doet en leert waar je op moet letten. Je gaat video's van stukjes les bekijken waarin je ziet hoe je een les geeft. Een les is opgebouwd uit een introductie, uitleg, aanbieden oefensituaties en feedback. ### Lesplan Kern Lesplan Kern In deze video zie je hoe de kern van de rijles eruit ziet. ### Vervolgafspraken Vervolgafspraken Maak na afloop van de les vervolgafspraken met de leerling over: begintijd nieuw lesonderwerp huiswerk betalingen afzeggingen Het kunnen terugvallen op duidelijke afspraken voorkomt misverstanden, teleurstellingen, irritatie en ergernis. Wees consequent en houd jezelf ook aan de regels en afspraken. Zo niet, dan verlies je je geloofwaardigheid. Waarom zou een leerling zich aan regels houden als jij dit ook niet doet?   Handhaven van regels Spreek leerlingen vanaf het eerste moment aan op onacceptabel en verstorend gedrag. Geef meteen je grenzen aan wat je wel en niet accepteert. Als je als instructeur teveel accepteert dan is het vrijwel onmogelijk er later nog iets aan te doen. Als het leerklimaat bedorven is, kun je het beste de leerling aanraden een andere instructeur te nemen. Zover wil niemand het laten komen, maar het kan wel gebeuren. Aan de andere kant moet je jezelf ook tegenover de leerling kunnen verantwoorden als daar reden voor is. Denk bijvoorbeeld aan het afwijken van de leergang. Stel, je hebt de leerling als huiswerkopdracht meegegeven om de les 'erven' voor te bereiden en als gevolg van lesuitval moet je noodzakelijke aanpassingen maken en je kunt het geschikte oefengebied niet halen. Leg uit en motiveer in zo’n geval waarom de les gewijzigd is. ### Regels en afspraken Regels en afspraken Het is verstandig om tijdens het intakegesprek meteen al een paar belangrijke afspraken en regels met de leerling af te spreken. Stel een afsprakenlijstje samen waar leerlingen zich aan moeten houden. Bijvoorbeeld als het gaat over huiswerkopdrachten, vervolgafspraken, het op tijd aanwezig zijn aan het begin van de les of op afgesproken tijd op het huisadres. Motiveer dat het in hun eigen belang is, zodat beide partijen zich aan de regels houden. Verzetten van lessen Een goede voortgang is gediend met stiptheid van de kant van beide partijen. Het kan heel storend zijn als leerlingen om de haverklap een les willen verzetten. Spreek een duidelijke procedure af voor het verzetten van lessen. Moet er in uitzonderlijke gevallen lessen worden verzet, stel de leerling dan ruim van te voren op de hoogte. Als je de leerling niet tijdig informeert, dan wordt dat niet erg gewaardeerd. Als het vaker voorkomt, dan verliest men snel zijn vertrouwen in de instructeur en de rijschool. Betalingen vormen een ander heikel punt en kan aanleiding zijn tot spanning en irritatie. Ook hier geldt dat duidelijke afspraken onontbeerlijk zijn. Het is verstandig om afspraken over betaling en het afzeggen of verzetten van de les schriftelijk aan de leerling te bevestigen. ### Effectieve lestijd Effectieve lestijd Opvangen van onderbrekingen van de les Tijdens de les vang je onderbrekingen van de les efficiënt op zodat er zo min mogelijk tijdverlies optreedt.  Denk hierbij aan binnenkomende telefoongesprekken. Je houdt deze zeer kort door bijvoorbeeld te beantwoorden: je kunt me “van zo laat tot zo laat'' bellen. Het liefst neem je de telefoon helemaal niet op tijdens de rijlessen van een leerling. Eigen werkzaamheden tijdens de lesDe volgende werkzaamheden, die ten koste van de leertijd gaan, verricht je buiten de lestijd: Het op orde brengen van administratie en instructievorderingenkaarten. Tanken of de auto door de wasstraat (laten) rijden. "Vlug" even een boodschapje doen. Telefoongesprekken ongeacht of het privé of zakelijk is. Afwijken van de planning Je maakt een planning van je werkdag. Door voldoende tijd tussen leerlingen te plannen, voorkom je dat je hele dagplanning uitloopt. Zorg ervoor dat je oplossingen beschikbaar hebt voor het geval dat er iets onverwachts gebeurt. Plan bijvoorbeeld alternatieve routes en zorg voor alternatieve lessen voor het geval dat er een leerling uitvalt en er een andere leerling, van een zieke collega bijvoorbeeld, wordt tussen geschoven. Door een leerling met onverwachte wijzigingen te confronteren kan een les minder goed verlopen. Wacht niet tot het laatste moment met het informeren van de leerling over wijzigingen. Komt dit vaker voor, dan kan de relatie met de leerling ernstig worden verstoord. Een goede instructeur is punctueel, betrouwbaar en houdt zich aan zijn afspraken. ### Les- en leertijd Planning Plannen per week Maak ook een globale weekplanning en een algemeen tijdschema. Het is verstandig een langetermijnplanning te maken om overzicht te krijgen. De lesafspraken staan in je agenda en met behulp van de instructievorderingenkaart weet je wat er in de les aan de orde komt en welke soort routes je daarvoor moet kiezen. Kijk meteen naar de vervolgafspraken en maak een ontwerp voor de routes van de gehele dag. Spreek met je leerling af waar je hem de volgende keer ophaalt. Een valkuil voor ongestructureerde instructeurs is dat zij een soort ongewild en onbedoeld taxibedrijf worden, dat een aanzienlijk deel van de lestijd bezig is met het ophalen en wegbrengen van leerlingen. Dat kan niet de bedoeling zijn. Buiten het feit dat de leerling onvoldoende oefenmomenten krijgt aangeboden op oefenplaatsen, gaat er ook oefentijd verloren. Met een goede planning en organisatie kun je dat tot een minimum reduceren. Door het behouden van overzicht, krijg je rust en houd je de leerlingen tevreden. Plannen per dag Maak een lijst met lessen en taken die je die dag moet doen. Stel prioriteiten in je werkzaamheden en deel je tijd daarop in. Prioriteit is natuurlijk de afspraak met de leerling. Leerlingen met een baan of leerlingen die nog naar school of opleiding gaan zijn op andere uren beschikbaar dan mensen die minder strakke werkuren hebben. Dan zijn er natuurlijk de onvoorziene zaken. Ga geen rooster op zijn kop zetten als er leerlingen uitvallen. Gebruik zo’n uur voor andere zaken die ook gebeuren moeten. Het is nuttig om alternatieve routes bij de hand te hebben ingeval een leerling uitvalt zodat de leerling erna toch zijn normale les aangeboden kan krijgen. Plan buffertijd in Plan een dag niet overvol, maar behoudt genoeg ruimte zodat het mogelijk is van een geplande route af te wijken zonder dat het ten koste gaat van de leertijd waarop de leerling recht heeft. Dit kan je doen door de lessen van enige "buffertijd" te voorzien. Dit houdt in dat je de leerlinglessen dus niet naadloos volgens kloktijden op elkaar laat aansluiten, maar er wat tijd tussen plant. Hierdoor heb je altijd wat meer tijd beschikbaar om in te spelen op onvoorziene gebeurtenissen zoals een opstopping of een omleiding. Software Op de markt is software verkrijgbaar die je kan helpen met het plannen, administreren en factureren. Dit kan een hulpmiddel zijn, maar voel je niet verplicht om dit te gebruiken. Voorbeelden van deze software zijn PlanGo, Flexpulse, Plan2drive en Dation. ### Samenvatting onderdeel Voorbereiding leeromgeving Samenvatting onderdeel Voorbereiding leeromgeving Hieronder vind je een samenvatting voor het onderdeel Voorbereiding leeromgeving. Klik op het icoontje rechtsboven in om de pdf te downloaden, op te slaan en/of te printen. ### Voorbereiding onderwijsruimte Voorbereiding onderwijsruimte Opstelling leslokaal Als je theorieles geeft, zorg je dat het klaslokaal in orde is. De inrichting van het klaslokaal hangt samen met het leerdoel van de les. Rijen:  Hierbij zijn de tafels opgesteld in een linie gericht naar de docent. Deze opstelling gebruik je bij doceren. U- vorm of  open carré: Hierbij zijn de tafels in een grote U gezet. De leerlingen kunnen jou als docent goed zien en elkaar. Deze vorm gebruik je voor een onderwijsleer-gesprek. Carré vorm of cirkel: Hierbij staan alle tafels opgesteld in een vierkant of cirkel. Alle leerlingen kunnen elkaar zo goed zien en horen. Deze opstelling wordt gebruikt bijvoorbeeld een vergadering of een groepsdiscussie. Subgroepjes: Hierbij worden de tafels in groepjes van 3 of 4 leerlingen gezet. Op deze manier kun je leerlingen een discussie in een klein groepje laten voeren of een opdracht samen laten maken. Verder is het gemakkelijk dat je een beamer en een laptop in je klaslokaal hebt zodat je je verhaal kan ondersteunen met afbeeldingen of een PowerPointpresentatie. Natuurlijk zorg je ervoor dat je van te voren hebt gecheckt of alles werkt. ### Lesvoertuig Lesvoertuig Spiegels Vrijwel zonder uitzondering zijn lesauto’s voorzien van de wettelijk voorgeschreven binnenspiegel en linker buitenspiegel en ook van een, niet wettelijk verplichte, rechter buitenspiegel. Op de rechterbuitenspiegel moet ten dienste van de examinator of de instructeur een opzetspiegel worden aangebracht die afzonderlijk van de bestuurdersspiegel kan worden ingesteld. Sinds juli 2010 is het tevens verplicht om tijdens een toets of examen bij het CBR een linker opzetspiegel te plaatsen. Inrichting en onderhoud van het lesvoertuig Het voertuig is goed onderhouden en de technische staat is prima. Van binnen en buiten is het voertuig schoon. Plan onderhoud, schoonmaken en tanken van het voertuig buiten de lessen zodat er geen kostbare lestijd verloren gaat. Bovendien maak je met een schone auto een professionele indruk wat de naam van de rijschool alleen maar ten goede kan komen. Dubbele bediening Voor wat betreft de dubbele bediening geldt dat rem en koppeling verplicht zijn en dat een extra gaspedaal optioneel is. Veel lesauto’s hebben een dubbel gaspedaal, maar voor het examen moet dat worden losgekoppeld. ### Voorbereiding leeromgeving Les- en leertijd De lestijd die je met de leerling doorbrengt, wil je zo optimaal mogelijk benutten. Daar heeft de leerling recht op en geeft de rijschool een goede naam. Hieronder vind je enkele tips hoe je dit zou kunnen doen. Les voorbereiding Wanneer je onderweg pas bedenkt wat je de leerling zal laten doen, dan gaat dit ten koste van de effectieve leertijd maar ook ten koste van de motivatie van de leerling. Maak van te voren daarom altijd een plan wat je in de les wilt gaan doen. Mogelijk gevaar en problemen Verzamel vooraf aan de rijles informatie over mogelijke omstandigheden op de weg. Je houdt hierbij rekening met hoe ver de leerling al is gevorderd: Weerssituatie: kan deze leerling, of is het gewenst dat deze leerling, met sneeuw of harde regen rijdt? Lestijdstip: kan deze leerling, of is het gewenst dat deze leerling, met schemer of duisternis rijdt? Wordt de effectieve leertijd op bepaalde routes niet ernstig gehinderd wegens opstoppingen vanwege wegwerkzaamheden, spitsuur en moeten die routes niet vermeden worden? Is het rijden in situaties met opstoppingen, bij wegwerkzaamheden e.d., juist gewenst vanwege het leerdoel van de les? Op welk punt kunnen we na de geplande tijd de situatie met opstoppingen verlaten? Staat van het lesvoertuig Zorg voor de rijles dat het voertuig technisch in orde en schoon is. Hierdoor worden risico’s en tijdsverlies tot een minimum beperkt. Zorg er tevens voor dat de dubbele bediening en de instructeursspiegels bij aanvang van de les al goed zijn ingesteld. Tevens zijn de leermiddelen zoals instructievorderingenkaart, situatieschetsen, bordenfolder, papier en pen, modelautootje met draaibare voorwielen etc. in goede staat en voorhanden in het voertuig. ### Wat ga je leren? Wat ga je leren? 3.1 Voorbereiding leersituatie Na het doorlopen van dit hoofdstuk weet je hoe je... anticipeert op mogelijk gevaar en problemen, zodat de route gereden kan worden zonder onnodige risico's. ervoor zorgt dat het lesvoertuig technisch in orde is en er verzorgd uitziet. Daarnaast ga je na of de te gebruiken hulpmiddelen beschikbaar zijn en werken. 3.2 Les - en leertijd Na het doorlopen van dit hoofdstuk weet je hoe je... activiteiten zodanig voorbereid dat er weinig effectieve tijd verloren gaat. onderbrekingen van de rijles opvangt, zodat deze zo min mogelijk tijdverlies voor de leerling opleveren. het grootste deel van de rijles aan oefenen van geplande rijtaken besteed en hoe je tijdbesteding van eigen werkzaamheden tijdens de les mijdt. 3.3 Regels en afspraken Na het doorlopen van dit hoofdstuk weet je hoe je... heldere vervolgafspraken maakt met de leerling maakt ten aanzien van begintijd, nieuw lesonderwerp, voor te bereiden activiteiten. concrete en functionele afspraken maakt met de leerling over de uitvoering van lessen, nakomen van afspraken, procedure rond afzeggen, betalingen, en afwijkingen van de leergang. op een consequente manier regels hanteert en hoe je bij ongewenst en storend gedrag de leerling aanspreekt. ### Introductie Organiseren Inleiding Organiseren Een goede voorbereiding is het halve werk. In deze les leer je: Hoe je een leersituatie voorbereid Hoe je omgaat met les en leertijd Welke regels en afspraken je met een leerling kunt maken ### Samenvatting onderdeel Leermotivatie Samenvatting onderdeel Leermotivatie Hieronder vind je samenvattingen voor het onderdeel Leermotivatie. Klik op het icoontje rechtsboven in om de pdf te downloaden, op te slaan en/of te printen. ### Tips voor succeservaringen Tips voor succeservaringen Tips voor succeservaringen: Pas je handelingsanalyses van de rijtaken aan, door deze op te bouwen in kleinere stappen. Geef voldoende oefentijd voor het automatiseren van de bedieningsvaardigheden in niet complexe situaties. Bemoedig altijd en ontmoedig niet. Geef aan dat fouten maken normaal is en bij leren hoort. Beloon goede prestaties. Zorg voor een vriendelijke en gezellige sfeer in de les en maak de leerling geen verwijten over zijn zwakke aanleg. Met een dergelijke aanpak lukt het zwakke leerlingen te motiveren en plezier in het lessen te bezorgen. Zorg ervoor niet in het andere uiterste door te schieten en de leerling ook bij zwakke prestaties te prijzen. De leerling is niet gek en weet heus wel wat goed en wat niet goed is. Overmatig prijzen leidt tot ongeloofwaardigheid en het vertrouwen van leerling in de instructeur loopt daardoor deuken op. Uiteraard moet je met leerlingen, die zwakker presteren vanuit een gebrek aan inzet en interesse, op een andere wijze omgaan. Je mag direct en op de persoon gerichte kritiek leveren en erop wijzen, dat falen op het examen geheel voor rekening van de leerling zelf is als gevolg van zijn gebrek aan inzet en doorzetting. ### Succeservaringen Succeservaringen Succeservaringen en mislukkingen worden toegeschreven aan bepaalde oorzaken. Leerlingen met goede resultaten zijn vaak veel positiever over zichzelf. Gaat het een keer fout, dan tillen ze daar niet zwaar aan. Hun zelfgevoel loopt er geen deuk door op. Dit ligt totaal anders bij zwakkere leerlingen. Ze hebben een zwak zelfgevoel ontwikkeld: falen en tekort schieten hoort er nu eenmaal bij. Wat doe je als instructeur? Zorg ervoor dat zwakkere leerlingen succeservaringen opdoen. ### Stressituaties Stressituaties Stress uit zich als spanning. Spanning hoort bij ons bestaan en is niet negatief of ongezond. Een bepaalde mate van stress is nodig om goed te kunnen functioneren. Het houdt ons scherp en helpt goed te presteren. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat je je werk op tijd afkrijgt of alert reageert in het verkeer. Als de stress met een voortdurend onprettig gevoel van spanning ons boven het hoofd groeit, wordt het een probleem. Hoeveel stress iemand aankan, verschilt per persoon. Er zijn mensen die voortdurend onder stress staan maar er op het eerste gezicht goed mee omgaan. Anderen daarin tegen zijn meteen bij weinig stress de weg kwijt. Hoe ga je als instructeur om met gevolgen van stress bij sommige leerlingen? Bij de voorbereiding van de les moet je er rekening mee houden dat lessen voor veel leerlingen een inspannende en stressvolle aangelegenheid is. Geef leerlingen tijdig de gelegenheid even de spanning kwijt te raken door inspannende taken af te wisselen met makkelijke taken die al goed worden beheerst. Een beetje goed gedoseerde stress kan geen kwaad. Dat zet juist aan tot extra motivatie zonder dat het welbevinden naar het negatief omslaat. Ook hier geldt: pas de les aan de persoonskenmerken van de leerling aan. Waar de één om lacht, raakt de ander in paniek. Doet zich tijdens het lessen iets voor waardoor de stress zodanige vormen aanneemt, dat het welbevinden ernstig wordt verstoord, bijvoorbeeld door een aanrijding of ernstig agressief gedrag van een andere bestuurder, dan kan daardoor het verder leren onmogelijk worden. Als je dat signaleert dien je de leerdoelen drastisch aan te passen. Houd er rekening mee, dat naargelang de stress toeneemt de leerprestaties kunnen afnemen. Ook dit is verschillend. Leerlingen kunnen met copinggedrag reageren op stress. Naarmate het afzetten heftiger wordt zullen de leerprestaties afnemen, zoveel is duidelijk. Coping Coping geeft aan hoe mensen met stress of een probleem omgaan. Mensen ontwikkelen “coping-stijlen en coping strategieën’. De één zal proberen het probleem, dat op zijn weg komt op te lossen, zogenaamde actieve coping. De ander zal zich machteloos voelen door een gesteld probleem en de moed meteen opgeven, zogenaamde passieve coping. Een derde zal agressief kunnen reageren op problemen en zelfs ruzie gaan maken, zogenaamde agressieve coping. Door leerlingen te helpen in het omgaan met stress, hebben ze weer aandacht voor de rijtaak en kunnen ze weer verder leren. Dit kun je bijvoorbeeld doen door een suggestie voor een aanpak te geven (dit is een lastige rotonde, je kunt het beste links voorsorteren en de rode auto voor je volgen) of emoties te bedwingen (die bumperklever is vervelend, laat je er niet door opwinden). Naarmate de leerling vaardiger wordt met rijden zullen het aantal stresssituaties afnemen. De leerling heeft dan meer ervaring met bepaalde verkeerssituaties en zal zelf beter tot een oplossing kunnen komen. ### Hoe motiveren Hoe motiveren Natuurlijk wil je het liefste intrinsiek gemotiveerde leerlingen. Deze leerlingen leren iets omdat ze iets belangrijk of leuk vinden. Hier kun je bij je voorbereiding al rekening mee houden. Op de volgende manier kun je leerlingen motiveren: Zone van naaste ontwikkeling Door leerlingen taken aan te bieden die bij zijn niveau passen en waarmee de leerling succeservaringen (ik kan het!) kan opdoen wordt de leerling positief gemotiveerd. Iedereen wil graag met succes leren en daarvoor worden beloond. Kies daarom vooral niet te moeilijke maar ook niet te eenvoudige opdrachten. Door het bieden van uitdagingen die de leerling net zelfstandig aan kan of die met enige hulp en steun uitvoerbaar zijn voor hem heeft ook een positieve invloed op de beleving van het leren. Omgekeerd heeft het ontbreken van uitdagingen een negatief effect op de motivatie. Kies daarom opdrachten die zich bevinden in de zone van de naaste ontwikkeling. Het bieden van opties Door het bieden van keuzemogelijkheden kan de leerling gericht werken aan zijn persoonlijke doelen. Een leerling die ergens naar toe werkt, wil er graag het beste van maken. Je kunt de leerling de keuze geven voor een bepaalde route, waar wil hij graag nog een keer oefenen? Of bijvoorbeeld keuze voor een bijzondere verrichting: Wil je vandaag leren keren op de weg of fileparkeren? Rekening houden met leerbehoeftes Waar een leerling behoefte aan heeft hangt samen met hun affectieve kenmerken. Een faalangstige leerling zal de behoefte hebben om iets nog eens extra te oefenen. Een thrill seeker vindt het leuk om een route te kiezen met veel bochten, uitdagingen en snelheid. Daar heeft iemand die heel voorzichtig is dan weer helemaal geen behoefte aan. Afwisseling Bij het voorbereiden houd je rekening met afwisseling tussen inspannende en minder inspannende onderdelen. ### Leermotivatie Soorten motivatie Iedereen weet wat er zo ongeveer wordt bedoeld met motivatie. Wij gebruiken de volgende algemene omschrijving ervoor. Motivatie is de ene of andere prikkel, die mensen aanzet een doelstelling te bereiken, al dan niet onder een zekere druk van buitenaf. Niet alle leerlingen zijn gemotiveerd voor alle onderdelen van de opleiding. Het is daarom een belangrijke taak voor een docent zijn leerlingen te motiveren. Het is belangrijk dat leerlingen gemotiveerd zijn. Als leerlingen gemotiveerd zijn staan zij open om te leren. Een leerling die niet gemotiveerd is, die haakt af, zoekt conflict op of wordt onverschillig. Dit is natuurlijk niet bevorderlijk voor de sfeer en het leren tijdens de les. Er zijn twee soorten motivatie: intrinsieke en extrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie Hierbij is iemand van binnen uit gemotiveerd. Vanuit interesse of andere redenen wil iemand een taak leren uitvoeren. Voorbeeld: Jan houdt zich aan de snelheid omdat hij veiligheid van hemzelf en andere weggebruikers belangrijk vindt. Extrinsieke motivatie Hierbij is iemand gemotiveerd door opgelegde taken. De leerling doet iets omdat het eenmaal 'moet'. Hij wordt bijvoorbeeld beloond of gestraft als hij iets wel/niet doet. Voorbeeld: Jan houdt zich aan de snelheid omdat hij anders kans maakt om een bekeuring voor te hard rijden te krijgen. Extrinsiek gemotiveerde leerlingen zullen minder interesse tonen in het worden van sociale, veilige, milieubewuste bestuurders dan intrinsiek gemotiveerde leerlingen. Een extrinsiek gemotiveerde leerling heeft een andere behoefte: als ik maar zo snel mogelijk mijn rijbewijs haal! ### Opdrachten en oefensituaties voorbereiden Opdrachten en oefensituaties voorbereiden In je voorbereiding bedenk je op welke plekken je met een leerling wilt gaan oefenen. Welke plek geschikt is, hangt af van de volgende punten: Doel van de les: welke scripts staan deze les centraal? De oefensituaties passen exact bij het doel van de les. Als je het rijden van een rotonde wilt oefenen, zoek je uiteraard een gebied op met veel rotondes. Wat kan de leerling al: welke plek geschikt is, hangt af van hoe ver de leerling is gevorderd. Een beginnende leerling heeft behoefte aan voldoende ruimte, tijd om te handelen en gelegenheid om fouten te maken. In een beginfase is een afgesloten terrein geschikt of een rustig deel van de openbare weg. Voldoende oefensituaties Wanneer je gaat oefenen, zorg je dat er voldoende oefensituaties zijn. In een les zijn minstens 5 oefensituaties voor een rijtaak. In het geval van de rotonde: zorg dus dat er meerdere rotondes in de buurt zijn die je met de leerling kunt oefenen. Oplopende moeilijkheidsgraad Zorg ook dat de oefensituaties die je kiest oplopen in moeilijkheidsgraad. Wanneer je kruisingen gaat oefenen start je eerst in een rustige wijk, dan op drukkere wegen, daarna in een druk centrum. Hierdoor krijgt de leerling de kans om een script steeds meer verfijnd aan te leren en onder steeds moeilijkere omstandigheden. De kans op automatisering wordt hierdoor vergroot en de leerling zal niet zo snel een gevoel van overladenheid ervaren. Variatie Zorg tot slot voor veel variatie in routes en oefenplaatsen. Let erop dat je oefenplaatsen kiest met unieke eigenschappen. Bijvoorbeeld: Diverse soorten invoegsituaties over alle lessen (met en zonder weefvakken; korte invoegstrook etc). Alle gebieden worden doorkruist, binnen en buiten de bebouwde kom. Variatie aan kruispunten met geregelde en ongeregelde voorrang. Door veel af te wisselen en te oefenen in veel verschillende situaties, is de kans groter dat de leerling de rijtaak beter gaat beheersen in nieuwe verkeerssituaties. Hierdoor is de kans op verrassingen tijdens het rijexamen kleiner. ### Oefensituaties vervolg Oefensituaties vervolg Eenvoudig of complex van structuur? Hoe meer verkeerstekens en borden, hoe complexer een situatie wordt. Een kruispunt in een zone 30, is een eenvoudig kruispunt. Een kruispunt met voorsorteerstroken, vrijliggende fietspaden en voetgangersoversteekplaatsen, is een complex kruispunt. Complex maar toch gemakkelijk? Sommige kruispunten zijn complex qua structuur, maar toch gemakkelijk om op te lossen. Bijvoorbeeld onderstaand kruispunt. Dit ziet er qua structuur erg complex uit. Maar wanneer je zelf dit kruispunt oversteekt, zul je zien dat oversteken wel meevalt. Zodra het verkeerslicht op groen springt, volg je markering op het wegdek. Bekijk de afbeelding hieronder maar eens. Als instructeur moet je goed zijn in het onderscheiden van gemakkelijke en moeilijke oefensituaties zodat je je leerlingen passende opdrachten kunt bieden. Dit is een kwestie van inzicht maar ook van goed kijken naar verschillende verkeerssituaties. Door veel te oefenen wordt het steeds makkelijker om op deze manier te kijken. Je kunt dit bijvoorbeeld oefenen met de verkeerssituaties in je eigen omgeving; wat zijn daar de moeilijkheden? Wat moet een leerling kunnen om een rijtaak op die plek tot een goed einde te brengen? Wat betekent dit voor de volgorde waarin je de situaties gaat oefenen met de leerling? ### Opdrachten en oefensituaties voorbereiden Oefensituaties Moeilijk of gemakkelijk? Afhankelijk van de drukte, zicht, weersomstandigheden of soorten verkeersdeelnemers etc. kan een bepaalde rijtaak voor een leerling moeilijker of gemakkelijker worden ervaren. Een rustig kruispunt oversteken is eenvoudiger dan een druk kruispunt. Op een rustige landweg rijden op een mooie zomerdag is eenvoudiger dan op een landweg rijden in een sneeuwbui waarbij de weg glad is. Kijk eens naar de volgende afbeeldingen. Beiden zijn gelijkwaardige kruispunten. Wat is een gemakkelijk kruispunt? Wat is een moeilijk kruispunt? Bij welk kruispunt heb je meer overzicht? Als je de antwoorden voor jezelf duidelijk hebt, ga dan met je muis op de witte rondjes in de afbeelding staan voor meer informatie. ### Samenvatting onderdeel Instructie voorbereiden Samenvatting onderdeel Instructie voorbereiden Hieronder vind je samenvattingen voor het onderdeel Instructie voorbereiden. Klik op het icoontje rechtsboven in om de pdf te downloaden, op te slaan en/of te printen. ### Soorten vragen Soorten vragen Open en gesloten vragen De term ‘open vraag’ slaat op het open karakter: er wordt geen enkele hint gegeven over mogelijke antwoorden. Wanneer je een open vraag aan tien leerlingen voorlegt, kunnen de antwoorden alle tien verschillen. Een open vraag begint vaak met "wie, wat, wanneer, hoe, waar en waarom" Hierop valt niet te antwoorden met "ja of nee". Voorbeeld: wat ging er door je heen toen je de kruising overstak en zag dat het verkeerslicht al op rood was?   Bij gesloten vragen zijn de antwoordopties beperkt. Het antwoord is vaak 'ja' of 'nee' of de keuze van de mogelijke antwoorden zijn al in de vraag verwerkt. Voorbeeld: moet je bij een rood licht stoppen of mag je dan nog doorrijden? Soorten vragen en hun functies Er bestaan talloze manieren waarop onderwijsvragen kunnen worden ingedeeld. Welke soort vraag je stelt, hangt af van wat je wilt weten. ### Vraagvormen voorbereiden Vraagvormen voorbereiden Bij docentgestuurd onderwijs is niets zo belangrijk als het stellen van vragen. De functies van die vragen zijn legio: vragen stellen de leerlingen in staat zelf over de stof na te denken en de stof sneller te verwerken. Het stelt jou als docent in staat na te gaan of de leerling heeft begrepen wat je hebt verteld en om, met het antwoord op de vraag, nog eens een korte samenvatting te geven. De functie van de vraag hangt af wat je met de vraag wilt bereiken. ### Tips voor instructie Tips voor instructie In je voorbereiding bedenk je ook hoe je een bepaalde vaardigheid aan een leerling gaat aanleren. Er zijn verschillende instructiemethodes die je hiervoor kunt gebruiken. Instructie in stappen Bij instructie in stappen biedt je de rijtaak zeer gestructureerd aan. Je laat duidelijk de volgorde van de stappen zien die een leerling moet beheersen voordat hij naar de volgende stap gaat. De leerling leert eerst delen van een complexe vaardigheid voordat hij de hele vaardigheid leert. Instructie in stappen wordt ook wel elementinstructie genoemd omdat je de instructie opdeelt in losse elementen. De RIS methode is een voorbeeld van instructie in stappen. Op de RIS scriptkaart zie je bijvoorbeeld dat script 20 (volgafstand) bestaat uit positie (script 12), veilige afstand en scan (script 10). Integrale instructie Bij integrale instructie rijdt de leerling een stuk zonder specifieke oefentaken. De opdracht is dan van A naar B te rijden. Hierdoor ziet de leerling het rijden als een zinvol geheel en niet als een verzameling van losse taken. Deze vorm van instructie is geschikt voor de volgende leerlingen: gevorderde leerlingen leerlingen met zelfvertrouwen leerlingen die graag verantwoordelijkheid nemen over het eigen leren en rijgedrag leerlingen met ervaring in andere verkeersrollen met rijbewijsplicht (bromfiets). Bij onzekere leerlingen of leerlingen die moeilijk vinden om hun aandacht vast te houden is deze vorm van instructie minder geschikt en kun je beter het accent leggen op instructie in stappen. Afwisselen Het is belangrijk om verschillende vormen van instructie af te wisselen binnen een les. Laat de leerling niet de hele les kleine stapjes oefenen maar wissel dit af met ook een rijopdracht van A naar B. Welke mix je kiest hangt af van de opleidingsfase en de te bereiken leerdoelen, het vertoonde rijgedrag en de leerlingkenmerken. Tevens geef je niet de hele les instructie, maar wissel je af met verschillende lesactiviteiten. Je maakt een mix van voordoen, uitleg geven en opdrachten geven. Welke mix je kiest hangt ook weer af van de leerdoelen, rijgedrag en leerlingkenmerken. Enkele voorbeelden: Tom zit in het begin van de opleiding. De instructeur zal vaker zelf hardop denken dan Tom, meer voordoen en meer instructie geven. Jorah heeft al 35 lessen gehad. Je wil hem voorbereiden op zijn examen. Je wil dat hij zoveel mogelijk zelfstandig gaat rijden. In zijn les zul je hem weinig uitleg geven en veel laten rijden. Tijdens het rijden coach je hem en geef je hem feedback. Gilly is onzeker. Voordat je haar een rijopdracht geeft, oefen je eerst nog de stappen met haar die ze moet uitvoeren. Je laat haar de rijopdracht pas uitvoeren als je zeker weet dat ze deze (met een beetje hulp) aankan. Oberyn oefent met complexe verkeerssituaties. Je merkt op dat hij het fijn vindt om rijopdrachten uit te voeren maar hij neemt veel risico. Je laat hem daarom tijdens het rijden hardop denken om te achterhalen waarom hij zoveel risico neemt. ### Mate van sturing Mate van sturing Leerlingen kunnen op verschillende manieren gestuurd worden om hun leerdoelen te behalen. In welke mate dit is, hangt af van de leerling. Extern gestuurd Deze leerlingen geven de voorkeur dat de instructeur hun mee aan de hand neemt. De instructeur zet voor deze leerling duidelijke leerlijnen uit, bepaalt de leerdoelen en laat hem zien hoe hij stap voor stap de leerdoelen kan bereiken. Intern gestuurd Deze leerlingen geven de voorkeur dat zij zelf bepalen wat zij willen leren. Een leerling heeft bijvoorbeeld al zijn rijbewijs maar heeft door een ongeluk angst gekregen voor het rijden op een snelweg. Hij wil met jou veel situaties op de snelweg oefenen zodat hij hierin zich zekerder gaat voelen. Deze leerling heeft zelf een duidelijk doel voor ogen en heeft goed zicht op wat hij wel en niet kan. Je kunt ook zeggen: deze leerlingen zijn zelfregulerend. Stuurloos Deze leerlingen worden niet gestuurd. Wat deze leerlingen leren, komt met toeval. Deze leerling heeft zelf geen duidelijk doel voor ogen en laat de instructeur ook niet voor hem bepalen wat hij gaat leren. Aanpassen aan leerling Afhankelijk van de voorkeur hoe een leerling gestuurd wil worden, pas jij je les hierop aan. Een leerling die extern gestuurd is, zal een methode als RIS erg prettig vinden. Hierin is helder uitgewerkt wat stap voor stap van hem verlangd wordt. Een leerling die intern gestuurd is, zal zich door een RIS methode beperkt voelen. Je hebt kans dat de methode niet aansluit bij zijn persoonlijke leerdoelen. Een leerling die stuurloos is, zal er lang over doen om klaar te zijn voor zijn examen omdat hij niet gericht ergens voor leert. Deze leerling wil je graag motiveren om samen met jou zijn leerdoelen te bepalen zodat hij gestuurd wordt (intern of extern). ### Handelingsanalyse Handelingsanalyse Handelingsanalyses zijn stapsgewijze beschrijvingen van de uitvoering van rijtaken, waaronder de bijzondere verrichtingen. Het is een vertaling van de rijprocedure B in praktische aanwijzingen voor de uitvoering ervan. De handeling wordt in stappen schematisch uitgebeeld en van een toelichting voorzien. De rijprocedure B geeft voorschriften over het "hoe" van het meest wenselijke rijgedrag. De handelingsanalyses geven ook aanwijzingen over "wat", "hoe" en "waarom" de rijtaken moeten worden uitgevoerd. Er wordt daarvoor een onderscheid gemaakt in "belangrijke stappen" (wat) en "kritieke punten" (hoe). De kritieke punten geven de aandachtspunten aan, waarop de uitvoering makkelijk mis kan gaan. Voordat een nieuwe handeling wordt geoefend, kan de instructeur uitleggen welke stappen achtereenvolgens moeten worden verricht. Op de derde plaats wordt er een motivatie (waarom) gegeven. De motivatie gaat in op de verkeersinzichtelijke aandachtspunten. Je hebt een boekje met handelingsanalyses ontvangen bij de inschrijving op deze cursus. Neem dat erbij. Hiernaast zie je de handelingsanalyse van Recht achteruit rijden. Zoek deze handelingsanalyse op in het boekje als de tekst mogelijk minder duidelijk leesbaar is. Ga na wat de instructie- en coachingsmomenten zijn, bij de uitvoering van deze handeling. Uiteraard demonstreer je de handeling, waarna je in een korte nabespreking de leerling betrekt bij de wijze waarop de taak moet worden uitgevoerd. Zorg voorafgaande aan de les enkele vragen te maken bij: belangrijke stappen, kritieke punten en de motivatie. Pas de vragen zo nodig aan de oefenplaats aan als daar aanleiding voor is. ### Leermiddelen Leermiddelen In de lesauto kun je verschillende leermiddelen gebruiken om het praktijkleren te ondersteunen: Situatieschetsen Dit zijn schema's en tekeningen die een (verkeers)situatie uit de werkelijkheid (versimpeld) weergeven. Aan de hand van die schetsen kun je de leerling laten zien hoe hij bij een moeilijke situatie moet handelen (het nemen van een rotonde bijvoorbeeld). Een schets kun je uiteraard prima zelf tekenen op een vel papier. Door een verkeerssituatie vereenvoudigd te schetsen kan de leerling zich richten op de essentie van de rijtaak. Bordenfolder Een bordenfolder is een overzicht van alle bekende verkeersborden. Dit hulpmiddel is nuttig, omdat je dan een bepaald verkeersbord waar je het over wilt hebben niet helemaal hoeft te beschrijven. Handelingsanalyses Dat zijn stapsgewijze beschrijvingen van de uitvoering van de bijzondere verrichtingen. Het is een vertaling van de rijprocedure B in praktische aanwijzingen voor de uitvoering ervan. Op de volgende pagina gaan we hier verder op in. Tegenwoordig komen er meer en meer digitale leermiddelen beschikbaar. Zie daarvoor de websites van bedrijven die verkeersleermidelen leveren, onder andere: Verjo VekaBest Smit Rijschoolservice  Advies: maak, alvorens de moderne gadgets aan te schaffen, een prijs-kwaliteitsbeoordeling voor jezelf. ### Voorkeur leerling Voorkeur leerling Welke leeractiviteiten je kiest bepaal je met je leerling. Sommige leerlingen luisteren liever even naar een uitleg voordat zij gaan oefenen. Andere leerlingen willen liever meteen oefenen en stellen tijdens het oefenen vragen. Overleg dus met je leerling wat hij prettig vindt. Er zijn verschillende manieren: Auditief: Leren door te luisteren, dus een mondelinge uitleg. Visueel : Leren door te kijken, geef een demonstratie. Motorisch: Leren door te doen, laat de leerling oefenen. Uit onderzoek is gebleken dat het belangrijk is om bij een uitleg alle zintuigen te prikkelen. Een leerling leert het beste als je alle drie de manieren aanbiedt (auditief, visueel en motorisch). ### Leeractiviteiten Leeractiviteiten De leeractiviteiten die je in je les kiest, sluiten aan bij de leerdoelen die je van tevoren hebt bedacht. In de rijinstructie komen de volgende leeractiviteiten veel voor: Aanschouwelijk maken Door middel van afbeeldingen, plaatjes, plattegronden etc. kun je iets aan een leerling verduidelijken. Door iets aanschouwelijk te maken ziet de leerling het voor zich zodat hij het beter begrijpt. Bijvoorbeeld wanneer je de voorrangsregels uitlegt kun je gebruik maken van een situatieschets met speelgoed-autootjes.   Demonstratie Door een demonstratie te geven doe je een handeling voor. Bijvoorbeeld wanneer je de leerling leert schakelen, laat je hem zien hoe hij de koppeling en de versnelling gebruikt.   Hardop denken Je laat de leerling de denkstappen die hij neemt verwoorden tijdens de uitvoering. Dit gebruik je voornamelijk om basisvaardigheden aan te leren. Bijvoorbeeld wanneer de leerling een kruispunt oversteekt, laat hem dan het taakproces (waarnemen, voorspellen, evalueren, beslissen, handelen) eens hardop verwoorden. Modelgedrag Als instructeur doe je aan de leerling het ideale gedrag voor. Bijvoorbeeld wanneer er een bumperklever achter je lesauto zit, blijf je rustig.   Informatie geven/ herhalen Je geeft een leerling informatie zodat hij een opdracht kan uitvoeren. Indien nodig, herhaal je de informatie of vertel je het op een andere manier zodat de leerling het begrijpt. ### Werkvormen Werkvormen In de rijinstructie komen de volgende werkvormen vaak voor. Doceren Je gebruikt de werkvorm doceren om een kennisdoel te bereiken. De docent legt uit, verklaart en verheldert ingewikkelde onderdelen, geeft samenvattingen, voorbeeld “waarom moet je al bij betrekkelijk lage toeren doorschakelen naar een hogere versnelling?” Aandachtspunten bij doceren: Doceren is voornamelijk 'eenrichtingsverkeer'. Stel daarom veel vragen aan de leerling om te controleren of jouw verhaal op de juiste manier is overkomen. De aandacht verslapt snel. Houd je instructie kort en wissel een uitleg af met doe-opdrachten. Onderwijsleergesprek Een onderwijsleergesprek is een gestructureerd gesprek waarbij de instructeur de leerling stapsgewijs en geleidelijk tot bepaalde kennis of inzichten brengt. De instructeur is de gespreksleider. Hij introduceert een onderwerp door het stellen van een open vraag of het geven van een probleemstelling aan de enkele leerling. Een vraag leidt tot een antwoord, dit antwoord vervolgens weer tot de volgende vraag, enzovoort, tot het einddoel is bereikt. De rol van leerling is luisteren, meedenken en antwoord geven. De instructeur leidt en stuurt het gesprek. De vragen worden in een logische volgorde gesteld zonder dat er tussendoor instructie wordt gegeven. De leerling komt al redenerend tot nieuwe kennis. Aandachtspunten bij een onderwijsleergesprek: Zorg dat je de techniek van vragen stellen goed beheerst en de vragen goed voorbereid. Formuleer de vragen niet te abstract. Dus niet: "geef mij eens een definitie van het begrip weggebruiker". Demonstreren Demonstreren is een werkvorm waarbij wordt geleerd volgens het principe van voordoen en nadoen. De instructeur toont hoe iets werkt of hoe de handelingen uitgevoerd moeten worden. Deze werkvorm zal vooral gebruikt worden bij het aanleren van een rijtaak. Aandachtspunten bij een demonstratie: Geef een demonstratie aan de hand van de handelingsanalyses en voer de rij-opdracht uit aan de hand van rijprocedure B. Breng fasen aan in de demonstratie: eerst dit en dan het volgende. Geef na afloop van de demonstratie een samenvatting van de gevolgde stappen. Laat de leerling na het geven van de demonstratie dit zo snel mogelijk nadoen en navertellen. ### Didactische werkvormen Didactische werkvormen Om het leren effectief te laten zijn, moeten ook geschikte werkvormen gebruikt worden. Wat zijn werkvormen? Het zijn de activiteiten die de instructeur kan inzetten om de leerling aan het leren te zetten. Voorbeelden zijn: doceren, demonstreren, gespreksvormen, enz.In het didactisch model zie je dat de werkvormen deel uitmaken van de onderwijsleersituatie, het centrale blok, waar leerling, instructeur en leerstof op elkaar zijn betrokken. De zogenaamde didactische driehoek. De werkvorm die je kiest in je les, sluit aan bij de doelstelling en de beginsituatie. Voorbeelden van werkvormen Overdrachtsvorm: - doceren  - demonstreren   Spelvormen: - rollenspel - simulatie Gespreksvorm: - leergesprek - discussie en uitwisseling - gevalstudies of casussen Opdrachtvormen: - groepswerk - individuele opdracht ### Incidenteel en intentioneel leren Incidenteel en intentioneel leren In je voorbereiding heb je als leerdoel geformuleerd dat je deze les met de leerling kruispunten gaat oversteken. Je wilt de leerling leren dat bestuurders van rechts voorrang hebben en dat links ons voorrang moet verlenen. Tijdens de les nader je een gelijkwaardig kruispunt en komt er met loeiende sirenes een ambulance aan van links. Je doel was niet om voorrangsvoertuigen te behandelen, maar door dit incident heb je dit wel in je les meegenomen. Dat de leerling heeft geleerd over voorrangsregels op kruispunten was de intentie van de les, dit wordt intentioneel leren genoemd. Het incident dat er een voorrangsvoertuig naderde, wordt incidenteel leren genoemd. ### Concrete leerdoelen Concrete leerdoelen Concrete leerdoelen geven concreet aan, wat de leerling aan het einde van de instructie moet kennen, kunnen of willen. Ook willen? Ja, men moet bijvoorbeeld de bereidheid tonen, om zich sociaal te gedragen op de weg. Concreet maken van het leerdoel Een goed leerdoel is altijd concreet. Je maakt een leerdoel concreet door het volgende in het doel op te nemen: Leerinhoud: wat moet iemand kennen, kunnen of willen? Gedragscomponent: hoe moet dit worden getoond? Voorwaarde: onder welke omstandigheden hij moet laten zien dat het wordt beheerst Norm: hoe goed moet iemand dit kennen/kunnen? Voorbeeld niet-concrete leerdoel: de leerling moet kunnen schakelen. Voorbeeld concrete leerdoel: de leerling moet kunnen op- en terugschakelen zonder mijn aanwijzingen onder eenvoudige omstandigheden. Het concrete leerdoel bevat de volgende elementen: Inhoud: schakelen. Gedrag: op- en terugschakelen. Voorwaarde: onder eenvoudige omstandigheden. Norm: uitvoeren met beperkte hulp (of eventueel zonder aanwijzingen). Nog een voorbeeld: Algemeen leerdoel: "De leerling moet netjes kunnen wegrijden."  In deze doelstelling staat alleen de leerinhoud. Overigens staat er niet of het gaat over wegrijden na een stop buiten het verkeer, of na een stop in het verkeer. De rijprocedure B maakt dit onderscheid heel nadrukkelijk. Wat tevens mist is de wijze waarop het moet worden uitgevoerd: het gedrag. Het gedrag moet met een concreet actiewoord worden genoemd. Er staat, dat hij het netjes moet kunnen. Wat houdt dat in? De een zal er iets anders onder verstaan dan de ander. Concreet leerdoel: de leerling moet in alle voorkomende verkeerssituaties na een stop in het verkeer zelfstandig met aangepaste snelheid en juist kijkgedrag kunnen wegrijden, waarbij een vlotte verkeersdoorstroming niet wordt gehinderd.  Inhoud: wegrijden. Gedrag: wegrijden na een stop in het verkeer. Voorwaarde: in alle voorkomende situaties, kijkgedrag, snelheid en rekening houden met ander verkeer moeten voldoende zijn. Norm: zelfstandig. Voorbeeld volgens RIS: De leerling kan script 28h (Parkeren achteruit in vak) tussen twee auto's in uitvoeren volgens stap 5. Inhoud: parkeren. Gedrag: achteruit in vak. Voorwaarde: tussen twee auto's in. Norm: volgens stap 5 (doen op minder aanwijzingen). ### Waar moet een leerdoel aan voldoen Waar moet een leerdoel aan voldoen Om leerdoelen met succes te kunnen gebruiken, moeten ze voldoen aan een aantal criteria. Een leerdoel is: Concreet wil zeggen: niet vaag en algemeen, maar verwijzen naar concreet waarneembaar gedrag. Gebruik bij voorkeur eenduidige actiewerkwoorden zoals: noemen, aanwijzen, oplossen, op- en terugschakelen, demonstreren, sturen, stoppen. Meetbaar wil zeggen toetsbaar. Uiteindelijk gaat het erom te kunnen bepalen of de leerling geslaagd of gezakt is. Bij vaardigheidsdoelen is toetsen lastiger dan bij cognitieve leerdoelen. De cognitieve doelstelling: "De leerling kan op een toets van 100 Engelse woorden van minstens 90 woorden de goede betekenis geven" is makkelijker te toetsen, dan: "de leerling kan in complexe verkeerssituaties de kruispunten vlot, veilig en met een beetje hulp van de instructeur oversteken." In het laatste geval hangt veel af van de observatie en interpretatie van de instructeur of examinator. In het eerste geval hoeven we alleen maar de goede antwoorden te tellen. Representatief wil zeggen: het moet over de leerstof gaan die behandeld is en niet om zaken erbuiten, ook al vind je dat de leerling die ook moet kennen. Eerlijk of rechtvaardig wil zeggen: een leerdoel moet te behalen zijn voor een leerling. Met de snelheid van het licht rijden is een voorbeeld van leerdoel dat niet fair is. Dit is onmogelijk! ### Leerdoelen Leerdoelen Functie van leerdoelen Een leerdoel geeft aan wat men met het onderwijs wil bereiken. Voor het begrip "leerdoel" worden verschillende woorden gebruikt, die allemaal min of meer hetzelfde betekenen: lesdoel, doelstelling, eindterm en meer. Een leerdoel moet eenduidig en concreet omschrijven wat men zichzelf of anderen wil leren op het gebied van de leergebieden: kennis, inzichten en vaardigheden. Leerprocessen op deze gebieden verlopen verschillend. Bij de rijinstructie krijg je met deze verschillende leergebieden te maken. Terminologie: we komen het begrip leerdoelstelling tegen onder verschillende benamingen, zoals: leerdoel, lesdoel, eindterm. Soms wordt leerdoel gebruikt als synoniem van de term eindterm. Een leerdoel specificeert duidelijk en concreet wat men beoogt zichzelf of anderen eigen te maken op het gebied van kennis, vaardigheden en attitudes. Wanneer een leerdoel betrekking heeft op een specifieke les noemt men dit ook wel een lesdoel of een tussendoel. Eindtermen zijn beknopte omschrijvingen van de kennis, inzichten en vaardigheden waarover een leerling of student aan het eind van een opleiding of cursus minimaal zou moeten beschikken. Je kunt dus een doelstelling hebben voor een les (tussendoel), het einde van een fase (tussendoel) of het einde van een opleiding (einddoel). Soorten leerdoelen Voor het aanleren van vaardigheden zijn verschillende soorten leerdoelen te onderscheiden: cognitieve doelen: toepassen: kennis, begrip, inzicht, analyse en reflectie. affectieve doelen: handelen op basis van normen: aandacht, waardering, empathie, houding, sociale interactie en communicatie. psychomotorische doelen: handelen: motorische vaardigheden, kunnen nadoen, uitvoeren, automatisme (zonder bewuste aansturing doen). ### Inleiding leerdoelen Inleiding leerdoelen Aan het begin van een les bespreek je met de leerling de leerdoelen van de les. Als het leerdoel van een les wordt uitgelegd, weet een leerling wat er van hem wordt verwacht.  Dit zorgt ervoor dat de leerling doelgericht kan leren. Hierdoor wordt de kans groter dat het doel ook daadwerkelijk gehaald wordt. In het model, met de naam "Didactische Analyse", worden de activiteiten getoond die in een les aan de orde komen. De pijlen geven de samenhang tussen de onderdelen van het model aan. In deze cursus worden alle onderdelen zowel afzonderlijk als in samenhang tot elkaar besproken. Let op De termen leerdoel en doelstelling worden vaak door elkaar gebruikt. Ze betekenen in onze lessen hetzelfde. Doelstelling en beginsituatie Doelstelling en beginsituatie hangen altijd samen. De beginsituatie geeft al aan wat de leerling weet en al kan. De doelstelling sluit hierbij aan. ### Opbouw lesplan Opbouw lesplan Opbouw lesplan Iedere les is opgebouwd uit drie onderdelen. De afbeelding hiernaast geeft de drie onderdelen van het lesplan weer op basis van het model van van Gelder. 1. Inleiding les In de introductie vertel je de leerling onder andere wat je gaat doen deze les en waarom. Je zorgt dat de les aansluit bij de beginsituatie van de leerling. 2. Kern van de les De kern van de les bestaat uit twee delen: Uitleg: je geeft meer informatie over de handeling waaraan je deze les aandacht wilt besteden. Je laat het zien op plaatjes (media) en doet het een keer voor door middel van een demonstratie. Oefenfases: als de leerling begrijpt wat de bedoeling is, laat je hem of haar oefenen. Dit doe je door verschillende oefensituaties aan te bieden. Hoe je de uitleg en oefenfases gaat uitvoeren, bepaal je aan de hand van: Leerstof: wat ga ik de leerling aanbieden aan nieuwe kennis of vaardigheden? Werkvorm: op welke manier ga ik de kennis en/of vaardigheid aanbieden? Bijvoorbeeld door een onderwijsleergesprek, opdracht, demonstratie etc. Leeractiviteit: wat moet de leerling doen om de doelstelling te bereiken en wat moet ik als instructeur doen? Leermiddelen: wat heb ik daarvoor nodig? Een handelingsanalyse, een tekening, een auto etc. 3. Afsluiting  In de afsluiting van de les blik je met de leerling terug op de les. Je vat samen wat jullie deze les hebben gedaan, bespreekt het leerresultaat en evalueert hoe het gegaan is. Tevens blik je vast vooruit wat je volgende les wilt gaan doen. ### Lesplan Lesplan Voor iedere les die je geeft, bereid je een lesplan voor. In het lesplan bepaal je aan welke doelen je die les met de leerling wilt gaan werken. Wat je gaat behandelen hangt af van van de vorderingen van de leerling. Wat kan hij al? Waar is hij aan toe? Wat moet hij nog leren? Ook bepaal je in het lesplan hoe je de gestelde doelen wilt gaan bereiken met deze leerling. Hoe ga je dit uitleggen? Waar ga je oefenen? Welke route ga je met deze leerling rijden? Door een lesplan goed voor te bereiden, weet je dus wat je in een les gaat doen en hoe je dit gaat doen.  In de PDF hieronder zie je een lesplan dat de Verkeersacademie gebruikt. Dit lesplan bestaat uit een inleiding, kern en afsluiting. Je ziet dat de inleiding, kern en afsluiting bestaan uit verschillende onderdelen. Deze onderdelen worden verder behandeld in fase 2b. Klik op icoontje rechtsboven in om het lesplan in een groot scherm te openen. Functie van een lesplan 1. Planningshulpmiddel Een lesplan dwingt de instructeur om na te denken over zijn les. Wat komt er in de inleiding en wat in de kern van de les, welke hulpmiddelen zijn nodig, wat kan er getoetst worden en met welke toetsvragen? 2. Leidraad bij uitvoering les Hoe dient het lesuur te worden ingedeeld, komt alles aan de orde en past het programma binnen de tijd? 3. Evaluatie instrument Soms kan het nodig zijn om van de planning af te wijken. Achteraf ga je na waardoor het nodig was om af te wijken. Tevens evalueer je wat goed ging tijdens de les en wat nog verbetert of aangepast moet worden in je lesplan. ### Instructie voorbereiden Van leergang naar lesplan Een lesprogramma of leergang bestaat uit een reeks lesonderwerpen die van eenvoudig naar complex zijn geordend. Een leerling doorloopt de hele leergang en is hiermee voorbereid op het examen. De Rijopleiding in Stappen (RIS) is een voorbeeld van een leergang. Een lesplan bevat onderdelen uit de leergang. Bijvoorbeeld: In de les leg ik de leerling uit hoe hij moet instappen en uitstappen. Ik laat het hem zelf een keertje doen. Ook laat ik de leerling een stukje sturen op een parkeerterrein terwijl ik het gas, de koppeling en rem bedien.  Inhoud  Een lesplan bestaat uit: Doelstelling en beginsituatie: wat gaat de leerling deze les leren? Deze sluit aan bij wat een leerling al kan. Leerstof: wat ga ik de leerling aanbieden aan nieuwe kennis en vaardigheden? Didactische werkvormen: op welke manier ga ik de leerling dit aanbieden? Leeractiviteiten: welke activiteiten ga ik als instructeur doen en wat moet de leerling doen? Onderwijs en leermiddelen: wat heb ik nodig om de leerstof, werkvormen en leeractiviteiten aan te bieden aan de leerling? Evaluatie: wat heeft de leerling geleerd? Hoe gaan we de volgende les verder? Het model hieronder geeft de onderdelen van het lesplan weer. Dit is het model didactische analyse van van Gelder. Meer weten? Bekijk dan dit filmpje op Youtube: Les ontwerpen m.b.v. model Van Gelder ### Wat ga je leren? Wat ga je leren? 2.1 Instructie voorbereiden Na het doorlopen van dit hoofdstuk weet je ... hoe je een lesplan voorbereidt waarin een leerling kennismaakt met alle relevante onderdelen van een nieuwe rijtaak. hoe je bij de voorbereiding van een les in gedragstermen aangeeft wat een leerling aan het einde van de les moet kunnen. hoe je de leerinhoud van de les toegankelijk maakt voor de leerling door ingewikkelde rijtaken of oefensituaties vereenvoudigd voor te bereiden. hoe je een verantwoorde keuze maakt voor leermiddelen in de auto om het praktijkleren te ondersteunen. hoe je per rijtaak, script rijvaardigheid een stapsgewijze instructie bedenkt. hoe je verschillende soorten vragen voorbereidt die het leerproces van de leerling ondersteunen. hoe je commentaar voorbereidt op de door de leerling gemaakte opdrachten. hoe je in de voorbereiding rekening houdt met het afwisselen van globale en specifieke taken. hoe je in de voorbereiding een mix maakt tussen voordoen, uitleg geven en opdrachten geven. 2.2 Opdrachten en oefensituaties voorbereiden Na het doorlopen van dit hoofdstuk weet je ... op welke routes of oefenplaatsen je het beste een bepaalde rijtaak kunt aanleren. waarom je voldoende opdrachten moet bedenken om een nieuw te leren rijtaak of onderdeel in te laten slijpen. hoe je rijtaakoefensituaties bedenkt die verschillen in moeilijkheidsgraad. 2.3 Leermotivatie Na het doorlopen van dit hoofdstuk weet je ... waarom het belangrijk is dat leerlingen gemotiveerd zijn. hoe je leerlingen gemotiveerd houdt. waarom je in de voorbereiding van een lesroute rekening houdt met afwisseling tussen inspannende en minder inspannende lesonderdelen. ### Uitwerken van rijvaardigheidsdidactiek Introductie - Uitwerken van rijvaardigheidsdidactiek In de vorige les heb je geleerd hoe je een lesprogramma ontwerpt en op maat maakt. In deze les ga je leren hoe je een les voorbereidt. Dit houdt in dat je: van te voren je instructie voorbereidt (onderdeel 2.1 in de afbeelding hiernaast), nadenkt over welke opdrachten en oefensituaties je in een les wilt doen (onderdeel 2.2) en hoe je de leerling gemotiveerd houdt (onderdeel 2.3). ### Voorbereiding Voorbereiding De WrmPas.NL verzorgt een praktische begeleiding in fase 3. Na het behalen van de stagepas word je ingedeeld samen met 1 andere cursist. Vóór of tijdens het stage lopen, krijg je begeleiding van 4 lesblokken van 3 uur ter voorbereiding van je stagebeoordeling bij het IBKI en het verbeteren van je stage-uren. Op het moment dat je de 40 uren volbracht hebt binnen de stage-eisen, lever je jouw portfolio in bij De WrmPas.NL. Als je jouw examendatum weet voor je stagebeoordeling, wordt je nog 1 hele dag voorbereid op de stagebeoordeling door De WrmPas.NL samen met 1 andere cursist, of een halve dag als je alleen bent. In het volgende document hebben we alle punten op een rij gezet. De stagebeoordeling Op de dag van de stagebeoordeling zorg je voor een “echte” leerling inclusief zijn originele instructie-vorderingenkaart en de lesauto van jouw rijschool die aan alle exameneisen van het CBR voldoet. De stagebeoordeling vindt plaats in de regio van de (stage)rijschool. De examinator van het IBKI komt naar die regio toe. Tijdens de stagebeoordeling geef je 1 les met een nieuw aan te leren lesonderwerp. Deze les duurt minimaal 50 minuten tot maximaal 80 minuten. Je mag de zogenaamde RIS-methode gebruiken én hoeft niet perse de volgende les op de instructiekaart te zijn. De keuze van het lesonderwerp moet aansluiten bij het werkelijke aanvangsniveau van je echte rijbewijsleering. Dat aanvangsniveau heb je rijdend aan het begin van de les vastgesteld. Is de leerling toe aan het lesonderwerp dat je gepland hebt? Dan kun je de les geven. Sluit het aanvangsniveau van de leerling niet aan bij de ingevulde instructievorderingenkaart? Dan kan de examinator in overleg met jou besluiten dat er een ander lesonderwerp moet komen. De keuze van de examinator is bepalend. De examinator maakt het “Beoordelingsprotocol ‘Instructie geven en Coachen’ versie 31.03.2016” van de les op. Zie scorevoorschrift op welke manier dit gebeurt. Aan het einde van de stagebeoordeling deelt de examinator de uitslag mee. ### Aanvraag stagebeoordeling (examen) Aanvraag stagebeoordeling (examen) Zodra je klaar bent met de 40 stage-uren kun je de stagebeoordeling (examen) aan laten vragen. Let op! In verband met de verwerking kun je stage-uren lopen tot uiterlijk 28 dagen vóór de verloopdatum van uw pas. Om de aanvraag efficiënt te laten verlopen, vul je het Aanmeldingsformulier Stagebeoordeling WRM in. Dit formulier staat op de website van het IBKI. Vul de velden Uw gegevens en Opleider in. Bij locatie moet het volledige adres van de gewenste locatie ingevuld worden. Print het formulier uit en neem het samen met het complete, originele  stageportfolio mee naar De VerkeersAcademie. Een medewerker van de administratie verzorgt de aanvraag voor de stage-beoordeling. Het IBKI controleert je portfolio en als deze wordt goedgekeurd ontvangt je een mail. Negeer de opmerking over het inloggen! Je krijgt een aparte mail met een examenvoorstel. Hier moet je wel op reageren! Behalve als je gebruik maakt van één van de door het IBKI aangewezen examenlocaties. ### Tijdens de stageperiode Tijdens de stageperiode Via Mijn IBKI kun je tot 72 uur voor start van les een les toevoegen. Het wijzigen van een les is mogelijk tot 3 uur van te voren (tijd en datum kunnen dan niet meer gewijzigd worden). Handtekeningenformulier voor aanvang les (achteraf niet meer mogelijk). Vergeet niet om na het einde van de les handtekeningen laten zetten, anders is de les niet geldig voor je portfolio! Het handtekeningenformulier moet ondertekent worden door: de stagair (jijzelf dus) de rijbewijsleerling de stagementor Portfolio Je portfolio is een overzicht van al je stage uren en bestaat uit: Tenminste 5 passieve uren (60 min. per uur). De stagementor geeft les; je observeert de les achterin de auto. De eerste 4 uren mogen gevolgd worden zonder stage-pas maar met registratie bij het IBKI. Eén uur passieve stage moet bestaan uit het bijwonen van een CBR-praktijkexamen of een CBR-tussentijdse toets. Hiervoor moet je in het bezit zijn van een stage-pas. Tenminste 35 actieve uren (60 min. per uur). Je gaat zelf lesgeven en de stagementor observeert achter in de auto. Hiernaast zie je een voorbeeld les uit een portfolio. ### Stage en de VOG Stage en de VOG Vanaf 1 april 2020 moet je bij IBKI een originele geldige VOG (verklaring omtrent het gedrag) aanleveren als je een stagepas nodig hebt, niet eerder. IBKI moet eerst een originele geldige VOG ontvangen vóórdat IBKI de stagepas mag verzenden. Je moet je VOG op tijd aanvragen. Let op! Een VOG is maximaal 6 maanden geldig, dus mocht je langer over fase 1 en/of 2 doen, dan kan het zijn dat de VOG verlopen is. Ook moeten fase 1 en fase 2 nog geldig zijn op het moment dat jij een VOG instuurt.  Houd dit alles goed in gaten. Lees ook het huishoudelijk reglement goed, hier staat meer informatie over VOG en de aanvraag hiervan. Na ontvangst van de stagepas moet jij je aanmelden voor je stage. Aanmelden doe je d.m.v. Online aanmelding van de stage via “Mijn IBKI”. Stappen: Ga naar: www.ibki.nl en klik vervolgens op: Mijn IBKI. Kies: Deelnemer; log in met je gebruikersnaam en wachtwoord. Kies: WRM/ stageoverzicht; hier kun je de stage aanmaken. ### Voorwaarden voor de stage Voorwaarden voor de stage Om aan je stage te kunnen beginnen, moet je (met uitzondering van 4 van de 5 passieve stage-uren) geslaagd zijn voor Fase 1 en Fase 2. Tijdens Fase 2 moet je een VOG (verklaring omtrent het gedrag) voor fase 3 aanvragen en aanleveren bij het IBKI. Vergeet dit niet aan te vragen! Op de volgende pagina wordt er meer uitgelegd over de VOG. De leerlingen aan wie je les gaat geven zijn echte leerlingen, dus zijn niet in het bezit van rijbewijs B. Tijdens alle stage-lessen moet de stagementor altijd in de auto aanwezig zijn. Tijdens je stage mag je meerdere stagementoren hebben. Stagementoren moeten tenminste 5 jaar WRM-bevoegd zijn (categorie B). Instructeurs die vanaf 1 april 2017 WRM-bevoegd zijn moeten de bijscholing ‘Stagementor’ gevolgd hebben, voordat zij als stagementor kunnen optreden. Instructeurs die vóór 1 april 2020 al 3 jaar WRM-bevoegd zijn hebben automatisch de kwalificatie ‘Stagementor’ gekregen. Die kwalificatie blijft staan. ### Stagerichtlijnen categorie B Stagerichtlijnen categorie B Wij adviseren je om nu alvast een (stage)rijschool te zoeken. Als toekomstig instructeur moet je tenminste 40 uur (60 min. per uur) stage lopen bij een (stage-) rijschool.   Deze stage moet bestaan uit: Tenminste 5 passieve uren (meerijden met je stagementor die lesgeeft). Je mag 4 van de 5 passieve uren meerijden (en laten registreren bij IBKI via je portfolio) vóórdat je een stagepas categorie B hebt. Het laatste passieve uur moet tijdens je actieve stage-periode, dus met stagepas, plaatsvinden. Hierbij dien je mee te rijden tijdens een CBR-praktijkexamen of CBR-tussentijdse toets van een leerling van je stage-mentor. Dit stage-uur kun je opgeven in je stage-overzicht. De CBR-examinator moet hiervoor zijn handtekening zetten op een handtekeningenformulier dat je meestuurt met je portfolio. Tenminste 35 actieve uren (zelf les geven, de stagementor observeert achter in de auto). Let op! De stagepas heeft een geldigheid van 12 maanden. De 12 maanden beginnen op de aanleverdatum van de VOG óf de datum van het laatste examenresultaat van fase 1 of 2 (als je de VOG daarvoor al had ingeleverd). ### Samenvatting onderdeel Leerlingkenmerken Samenvatting onderdeel Leerlingkenmerken Hieronder vind je een samenvatting voor het onderdeel Leerlingkenmerken. Klik op het icoontje rechtsboven in om de pdf te downloaden, op te slaan en/of te printen. ### Vier vuistregels voor het praktijkles geven Vier vuistregels voor het praktijkles geven In dit onderdeel heb je gelezen wat een lesprogramma is en waarom het belangrijk is dat je deze aanpast aan de verschillende leerlingen. Tot slot vier tips die voor alle leerlingen gelden:   1. Oefenen, oefenen, oefenen Om een aan te leren rijtaak goed te beheersen zodat een leerling dit zonder na te denken kan doen (automatisering), is oefening erg belangrijk. Wanneer een leerling te weinig oefent, moet hij steeds nadenken bij wat hij moet doen. Hij komt dan nog niet toe aan het correct leren uitvoeren van de verkeerstaak op hoger niveau. Weet je nog hoe moeilijk het was toen je als kind voor het eerst je veters leerde strikken? Nu kun je het waarschijnlijk met je ogen dicht! 2. Variatie in moeilijkheidsgraad aanbieden (Intensiteit). Bedenk in voorbereiding van de les voor rijtaken, of onderdelen ervan, oefensituaties die onderling verschillen in moeilijkheidsgraad. Het oefenen in oplopende moeilijkheidsgraad vergroot de kans op steeds verfijndere en geautomatiseerde beheersing van de rijtaak, ook in nieuwe omstandigheden. Hiervoor moeten tevens gevarieerde routes voorhanden zijn. 3. Gevarieerde routes aanbieden. Bedenk bij de voorbereiding van de lessen variaties op de beschikbare routes en oefenplaatsen. Voldoende variatie in routes en oefenplaatsen vergroot de kans op beheersing van de rijtaak in nieuwe en complexere verkeerssituaties. Bovendien werkt het uitdagend voor de leerling. 4. Variatie tussen deeltaken en totale rijtaak Wissel in een les af tussen het leren van deeltaken (keren, invoegen etc.) en het leren van de totale rijtaak (rijden van A naar B). Dit zorgt ervoor dat de leerling tijdens de opleiding het autorijden als een zinvol geheel blijft zien en niet als een verzameling van losse taken. De leerling overziet het grotere geheel en blijft zichzelf persoonlijke doelen stellen. De leerling blijft zo gemotiveerd. ### Lesroute aanpassen Lesroute aanpassen Ondanks dat je een lesroute hebt gekozen met situaties die aansluiten bij het niveau van je leerling kan het in praktijk toch anders uitpakken. In zo'n geval zul je er voor moeten kiezen om de lesroute moeilijker of eenvoudiger te maken. Uitzonderlijke weers- of verkeersomstandigheden Soms valt de situatie op de weg niet altijd te voorspellen. Door een ongeluk kan het ineens erg druk zijn, of een flinke hagelbui bemoeilijkt het zicht op de weg. Of je in uitzonderlijke omstandigheden met de leerling gaat rijden hangt af van: Het niveau van de leerling: een leerling aan het einde van de rijopleiding kan onder moeilijkere omstandigheden rijden dan leerlingen in het begin van hun opleiding. Leerlingkenmerken zoals faalangst, emotioneel of thrill seeking behoeftes: Een leerling met faalangst zal in een moeilijkere situatie snel in paniek raken. Een leerling met thrill seeking behoeftes zal snel meer risico nemen. Moeilijker maken van de lesroute Het kan zijn dat je een leerling een opdracht onder moeilijkere omstandigheden wilt laten uitvoeren. Een snelle leerling beheerst een bepaalde taak. Je wilt hem of haar daarom wat meer uitdaging bieden. Je kunt een route moeilijker maken door te gaan rijden onder complexe omstandigheden, zoals drukte of minder goede weersomstandigheden. Voorbeelden: invoegen op een autosnelweg tijdens het spitsuur; oversteken van meervoudige kruispunten waar de leerling zich moet opstellen tussen de rijbanen in etc. ### Langzame leerlingen Langzame leerlingen Bij trag(er)e leerlingen en leerlingen die veel fouten maken, is het soms nodig om de oefeningen te versimpelen. Dit kun je doen door moeilijke rijomstandigheden te omzeilen of te vermijden. Als je bijvoorbeeld "invoegen op een autosnelweg" wil gaan oefenen, kun je dit plannen op een rustig tijdstip en/of op rustige weggedeelten. Zone van naaste ontwikkeling Voor trage leerlingen verdeel je de opdrachten in kleinere stappen dan gebruikelijk. Door de lesstof in kleinere lesstappen aan te bieden, zal de leerling de opdracht eerder correct uitvoeren. Je geeft hem hiermee het gevoel dat het steeds lukt (een succeservaring). Dit vergroot het zelfvertrouwen en de motivatie om door te gaan. Het is frustrerend voor een leerling om steeds maar te horen dat hij het niet goed heeft gedaan. Zorg daarom dat als je een opdracht geeft, je ook zeker weet dat de leerling deze met wat oefening kan uitvoeren. Het principe dat je iets aanbiedt wat een leerling met jouw hulp kan uitvoeren, heet de zone van de naaste ontwikkeling. Bij het aanleren van nieuwe vaardigheden geef je altijd een opdracht die zich in de zone van de naaste ontwikkeling bevindt. De afbeelding hiernaast geeft de zone van de naaste ontwikkeling weer. ### Lesroutes voor beginnende en gevorderde bestuurder Lesroutes voor beginnende en gevorderde bestuurder Beginnende bestuurder Een beginnende bestuurder is vooral nog bezig met voertuigbeheersing (module 1 op de IVK). Bij deze leerling passen eenvoudige verkeerssituaties (zoals in module 2 van de IVK) die gemakkelijk zijn op te lossen. Voorbeeld: Oversteken van een voorrangskruispunt waarbij het lesvoertuig voorrang heeft. Het taakproces is eenvoudig: je hebt voorrang en kunt doorrijden zonder snelheid te minderen. Gevorderde bestuurder Een gevorderde bestuurder beheerst het voertuig volledig en oefent met complexe verkeerssituaties (module 3 en 4 van de IVK). De complexe verkeerssituaties zijn moeilijker op te lossen. Voorbeeld: Het in delen oversteken van een voorrangskruispunt waarbij het lesvoertuig geen voorrang heeft. Het taakproces om dit kruispunt over te steken is moeilijk: Je moet eerst fietsers voorrang verlenen. Daarna de auto's die van links komen, dan de auto's die van rechts komen. Ten slotte is er nog een fietspad en een parallelbaan waar ook nog verkeer vandaan kan komen. ### Passende lesroutes Passende lesroutes In het begin van de rijopleiding kies je routes met weinig verkeer. Wanneer de leerling meer is gevorderd plan je routes door drukkere gebieden met complexere omstandigheden. Wanneer een leerling nog bijvoorbeeld vaak de motor af laat slaan bij het wegrijden, ga je nog niet rijden in een drukke stad. Welke lesroute je kiest, hangt af van: Welke taken, deeltaken wil je in de les gaan oefenen met de leerling? Hoever is de leerling al gevorderd? Welk rijgedrag laat de leerling zien in de les? Wat zijn de kenmerken van de leerling? Moeilijk of gemakkelijk kruispunt? Kijk eens goed naar het kruispunt hiernaast. Zou jij dit kruispunt opnemen in je route met een beginnende bestuurder? Of is dit misschien meer iets voor een gevorderde bestuurder? ### Meer of minder lessen nodig Meer of minder lessen nodig Individuele kenmerken Op basis van kenmerken van individuele leerlingen kun je inschatten of een leerling meer of minder lessen nodig heeft. ### Meer of minder lessen nodig Meer of minder lessen nodig Leeftijd en geslacht Geslacht en leeftijd blijken factoren te zijn die de duur van de rijopleiding kunnen beïnvloeden. Onderzoek wijst uit dat voor het leren autorijden, leeftijd en sekse invloed hebben op het tempo van leren. Mannen tussen de 18 en 20 jaar blijken het snelst hun rijbewijs te halen, sneller dan vrouwen in die leeftijdscategorie en ook sneller dan ouderen. In de tabel  hiernaast zie je hoeveel rijlessen van een uur iemand gemiddeld nodig heeft. Let op, het gaat om gemiddelden. Natuurlijk zijn er ouderen die snel hun rijbewijs halen en jongeren die er langer over doen.   Faalangst Er zijn leerlingen die last hebben van faalangst. Dit houdt in dat zij moeite hebben om beoordeeld te worden. Positief faalangstige leerlingen beginnen aan een beoordeling met een negatief gevoel, maar naarmate ze er achter komen dat het goed gaat presteren ze steeds beter. Negatief faalangstige leerlingen beginnen ook met een negatief gevoel aan een beoordeling, maar presteren hierdoor minder goed dan dat zij eigenlijk kunnen. Voor faalangstige leerlingen is er bij het CBR een speciaal examen. ### Leerlingkenmerken (vervolg) Leerlingkenmerken (vervolg) Cognitieve persoonlijkheidskenmerken Cognitieve persoonlijkheidskenmerken hebben te maken met hoe iemand denkt of leert. Denk hierbij aan leertempo, cognitieve complexiteit, beheersing van de Nederlandse taal en ervaring in het verkeer. Leerlingen die moeite hebben met leren, geringe kennis hebben van de Nederlandse taal hebben vaak meer lessen nodig. Ervaring met andere rijbewijsplichtige voertuigen (bv brommer, tractor of motor) kan een reden zijn voor minder rijlessen. Stel vragen! Sommige kenmerken kun je meteen zien. Bijvoorbeeld de objectieve persoonskenmerken of de lichamelijke beperkingen. Andere kenmerken zijn lastiger waar te nemen. Deze ontdek je pas door goed te observeren of zodra je een gesprekje met de leerling aanknoopt. Je vraagt bijvoorbeeld waarom hij een rijopleiding volgt (motivatie), of hij liever eerst een uitleg wil of liever zelf wil uitproberen (theoretisch of praktisch aangelegd), of hij een sport beoefent (motoriek), of hij zenuwachtig is voor het afrijden (faalangst) etc. Leerbeperkingen Sommige leerlingen hebben leerbeperkingen. Denk hierbij aan ADHD, autisme en concentratiestoornissen. Deze stoornissen verhogen het aantal benodigde rijlessen. Het hebben van epilepsie kan een reden zijn om niet te starten met rijlessen. Lichamelijke beperkingen Sommige leerlingen kunnen lichamelijk beperkt zijn. Denk hierbij aan een leerling met een beenprothese of een verlamming. Een lichamelijke beperking hoeft geen beperking te zijn voor het halen van het rijbewijs. Met een aangepaste auto is veel mogelijk. Wel hebben deze leerlingen behoefte aan het volgen van een andere leerlijn. ### Aantal lessen en leerlingkenmerken Aantal lessen en leerlingkenmerken De ene leerling zal maar een paar lessen nodig hebben, terwijl de andere leerling er langer over doet. Toch willen leerlingen graag van te voren weten hoeveel rijlessen zij nodig zullen hebben. Hoeveel lessen iemand nodig heeft, hangt af van het rijgedrag van de leerling in de eerste twee lessen en de kenmerken van de leerling. Een gemiddelde mannelijke leerling van 18 jaar heeft 38 lessen nodig en een gemiddelde vrouwelijke leerling van 18 jaar 46 lessen. Er zijn verschillende soorten kenmerken die van invloed zijn op het aantal lessen die een leerling nodig gaat hebben. Door deze kenmerken te onderzoeken kom je erachter of iemand meer of minder dan dan het gemiddelde lessenaantal nodig heeft. Op de komende pagina's zullen we de volgende kenmerken bespreken: Objectieve persoonskenmerken Affectieve persoonlijkheidskenmerken Persoonskernmerken Cognitieve persoonlijkheidskenmerken Leerbeperkingen Lichamelijke beperkingen Objectieve persoonskenmerken Sommige persoonskenmerken zijn een feit. Leeftijd en geslacht zijn een gegeven. Zo is het ook een gegeven dat meisjes en ouderen gemiddeld meer lessen nodig hebben dan jongens en jongeren. Het reactievermogen van ouderen is over het algemeen minder en ze nemen in het algemeen slechter waar. Let op, dit is gemiddeld! Er zijn ook meisjes die maar een paar lessen nodig hebben en jongens die veel lessen nodig hebben. Affectieve persoonlijkheidskenmerken Affectief moet je zien als kenmerken die aangeven hoe we in gevoelsmatige zin omgaan met wat op ons afkomt. Denk hierbij aan gevoelens zoals “stoer vinden’’, “er een kick van krijgen” of juist “(faal)angst”. Ook hoe gemotiveerd een persoon is, betrokkenheid, verantwoordelijkheid, zelfbeeld en zelfstandigheid zijn voorbeelden van affectieve persoonskenmerken. Een leerling met faalangst, een verkeerd zelfbeeld of een leerling die onnodig veel risico's neemt, hebben meer lessen nodig. Persoonlijkheidskenmerken Dit zijn karaktereigenschappen. Denk hierbij aan emotionele stabiliteit, extraversie, openstaan, vriendelijkheid, zorgvuldigheid. Onzorgvuldigheid of snel emotioneel zijn kunnen vertragend werken op het leren, waardoor meer lessen nodig zijn. ### Leerlingverschillen Leerlingverschillen Inter-individuele verschillen Met deze term worden de verschillen in aanleg en ontwikkeling tussen mensen bedoeld. 'Inter' betekent 'tussen'. Hier betekent het: verschillen tussen mensen. Bijvoorbeeld: Jan is een snelle leerling. Hij is vlug van begrip. Piet is trager van begrip dan Jan. Piet is erg handig met dingen maken en erg creatief. Kees is helemaal niet creatief.   Intra-individuele verschillen Met deze term worden verschillen in aanleg binnen één en dezelfde persoon bedoeld. Leerlingen verschillen niet alleen onderling. Binnen één en dezelfde leerling zijn er ook verschillen vast te stellen voor het ene vak of voor het andere. Bijvoorbeeld: Jan is goed in wiskunde maar slecht in talen. Jan is goed in gymnastiek maar tekenen vindt hij moeilijk. Van een leerling die uitblinkt op een of ander gebied wordt vaak (ten onrechte) gedacht dat hij op alle gebieden ook goed is. In de praktijk is dat vaak niet zo, maar men zal vaak geneigd zijn hem toch ook op andere gebieden hoog in te schatten. Een veel voorkomende leraarsfout! Zo kan het gebeuren, dat je bijvoorbeeld een bekende sporter op les krijgt en je zijn rijprestaties hoger beoordeelt dan hij feitelijk verdient.  Onbewust denk je: Goed in schaatsen, dan ook goed in autorijden. ### Aanpassen aan leerlingkenmerken Een paar leerlingen in de praktijk Bas is een zelfverzekerde jongen van 17 jaar. Zijn vader heeft een autogarage. Hij heeft achter de garage al eens in een auto gereden. Hij volgt een opleiding tot auto-monteur en vindt alles wat met voertuigen te maken heeft interessant. Nadia is een verlegen meisje van 19 jaar. Auto's hebben niet haar interesse. Leren kan ze goed: ze studeert psychologie aan de universiteit. Rodney is een jongen van 20 jaar. Hij is autistisch. Hierdoor begrijpt hij sommige dingen anders dan anderen. Kofi is een man van 47 jaar. Hij is als vluchteling naar Nederland gekomen. Hij beheerst de Nederlandse taal matig en heeft nog nooit in een auto gereden. Judith is een vrouw van 26. Ze heeft al een aantal keer geprobeerd haar rijbewijs te halen bij verschillende rijscholen. Steeds als ze op examen mag wordt ze angstig en maakt ze fouten. Ze vindt rijden niet leuk maar haar werkgever heeft haar nu verplicht het rijbewijs te halen. Iedereen is verschillend Je hebt net kennis gemaakt met een paar leerlingen. Deze leerlingen zijn allen heel verschillend. Dit betekent dat jij als rijinstructeur jouw lesprogramma moet aanpassen aan de verschillende leerlingen die in jouw auto zitten. Sommige verschillen zijn door de instructeur beïnvloedbaar door de manier van lesgeven. Denk hierbij aan motivatie, zelfvertrouwen, faalangst, doorzettingsvermogen etc. Dit zijn de variabele kenmerken. Sommige verschillen zijn niet door de instructeur beïnvloedbaar. Denk hierbij aan geslacht, leeftijd, lichamelijke beperkingen, herkomst, leertempo, persoonlijkheidskenmerken etc. Dit zijn de vaste kenmerken. ### Samenvatting onderdeel Lesprogramma ontwerpen Samenvatting onderdeel Lesprogramma ontwerpen Hieronder vind je een samenvatting voor het onderdeel Lesprogramma ontwerpen. Klik op het icoontje rechtsboven in om de pdf te downloaden, op te slaan en/of te printen. ### Instructievorderingenkaart Instructievorderingenkaart Het is mogelijk om zelf de leergang te bepalen en te bedenken in welke volgorde je de rijtaken aan een leerling aanbied. Het is echter verstandiger om gebruik te maken van een instructievorderingenkaart. Op een instructievorderingenkaart (IVK) staan alle rijtaken die een leerling moet beheersen voor zijn examen geordend van eenvoudig naar complex, verdeeld over de vier fasen die we op de vorige pagina hebben besproken: Fase 1 voertuigbeheersing, Fase 2 eenvoudige situaties, Fase 3 complexe situaties, Fase 4 verantwoord gedrag Op een instructievorderingenkaart staat al een hele leergang. Dit hulpmiddel wordt daarom door de meeste rijscholen gebruikt. Op de afbeelding hiernaast zie je een voorbeeld van een IVK. In dit geval een RIS-kaart (rijopleiding in stappen). Klik op de afbeelding om te vergroten. ### Fasen in een leergang Fasen in een leergang Op jouw website of studiegids beschrijf je het leerplan. Hierin staat in grote lijnen welke stappen worden gezet tot een rijbewijs B te komen. Welke onderdelen moet de leerling doorlopen en wanneer gaat hij op examen? In een leergang staan de onderdelen die een leerling moet beheersen geordend van gemakkelijk naar steeds complexer. Alle leerlingen doorlopen de leergang, alleen de manier waarop (snel of langzaam) verschilt per leerling.  In het lesplan beschrijf je wat je in de les met een leerling gaat doen. Daarbij houd je rekening met de leerling die je les gaat geven. Een leergang is opgebouwd uit verschillende fasen die een leerling doorloopt. Wanneer een leerling alle fasen beheerst, is hij of zij klaar voor het examen. Fase 1: (module 1 RIS) Voertuigbediening: In deze fase maakt de leerling kennis met het voertuig en hoe hij het voertuig beheerst. Sturen, koppelen, optrekken zonder dat de motor afslaat, gebruik maken van de spiegels, remmen etc. hoort tot deze fase. Dit neemt behoorlijk wat tijd in beslag: 40 - 50% van de lessen zul je hier met een gemiddelde leerling mee bezig zijn. Fase 2: (module 2 RIS) Eenvoudige situaties: In deze fase oefen je met eenvoudige verkeerssituaties. Denk hierbij aan het oversteken van een kruispunt, ingehaald worden, parkeren etc. Hier ben je ongeveer 30% van alle lessen mee bezig. Fase 3: (module 3 RIS) Complexe situaties. In deze fase oefen je situaties die moeilijker zijn. Bijvoorbeeld complexere kruispunten, van rijstrook wisselen, invoegen, rotondes etc. Dit neemt ongeveer 20% van de lessen in beslag. Fase 4: (module 4 RIS) Verantwoord gedrag. Bij verantwoord gedrag moet je denken aan milieuverantwoord rijden, verantwoordelijk rijden, rijden in de nacht of tijdens moeilijke weersomstandigheden. Hier wordt tijdens de hele rijopleiding aandacht aan geschonken. Dit is ongeveer 5% van de tijd. ### Lesplan Lesplan Max heeft komende week zijn eerste rijles bij jou. Je maakt een plan wat je met Max in deze les gaat doen. Hoe jij de les gaat opbouwen en wat je in deze les gaat behandelen, staat in het lesplan. Een lesplan bevat: een indeling van de lesonderdelen gekoppeld aan een tijdsplanning; een overzicht van de hoofdzaken van de leerstof (grote lijn van de les) de belangrijkste werkvormen, leeractiviteiten en leermiddelen die je gaat gebruiken de belangrijkste vragen en opdrachten die je tijdens de les gaat gebruiken. Hiernaast zie je een klein onderdeel van een lesplan, de inleiding. We komen hier later op terug. ### Lesprogramma ontwerpen Leerplan Max is net 18 geworden en zoekt een rijschool. Hij kijkt op de website van jouw rijschool en ziet daar de doelstelling van jouw rijschool en welke rijopleidingen je aanbiedt. Hier ziet hij dat jouw rijschool rijbewijs B aanbiedt.  Welke opleidingen jouw rijschool aanbiedt, wordt het leerplan genoemd. Een rijschool kan bijvoorbeeld ook nog motor, bromfiets, vrachtauto, tractor enz aanbieden. In het leerplan staat: De algemene doelstelling van de rijschool Het opleidingsaanbod van de rijschool Globale opzet van de theorie- en praktijklessen Toetsing en examens Leergang Max klikt op de website op de rijopleiding B. Hier staat beschreven dat de opleiding rijbewijs B werkt met de 'Rijopleiding in Stappen' (RIS). In een rijopleiding worden 46 scripts (instructieonderdelen) behandeld. Hoe een rijopleiding in elkaar steekt. wordt een leergang genoemd. Een leergang wordt opgebouwd aan de hand van: logische opbouw van de leerstof (wat komt eerst, wat komt daarna); opbouw van eenvoudig naar moeilijk. Hieronder zie je een RIS scriptkaart. Dit is een voorbeeld van een leergang, ### Wat ga je leren? Wat ga je leren? 1.1 Lesprogramma ontwerpen Na het doorlopen van dit onderdeel weet je ... hoe je de rij- en oefentaken in een lesprogramma van gemakkelijk naar moeilijk ordent. hoe je lesactiviteiten ordent van gemakkelijk naar moeilijk. waarom je tussendoelen en einddoelen stelt. waarom je deeltaken en de totale rijtaak afwisselt. waarom je gebruik maakt van een instructievorderingenkaart. 1.2 Aanpassen aan leerlingkenmerken Na het doorlopen van dit onderdeel weet je ... op welke leerlingkenmerken je let bij het inschatten van het aantal benodigde rijlessen. hoe je verschillende lesroutes plant die aansluiten bij de fase van de opleiding waarin een leerling zich bevindt. hoe je een lesroute aanpast zodat deze aansluit bij het niveau van de leerling. waarom je in sommige situaties een lesroute eenvoudiger of complexer maakt. hoe je een lesroute vereenvoudigt bij langzaam vorderende leerlingen. hoe je een lesroute complexer maakt bij snel vorderende leerlingen. ### Introductie - Lesprogramma op maat maken Introductie - Lesprogramma op maat maken In dit gedeelte van fase 2a Lesvoorbereiding gaan we verder in op Lesprogramma op maat maken. Voordat je start met lesgeven, zorg je voor een goede voorbereiding. Je weet hoe je een lesprogramma moet ontwerpen (onderdeel Lesprogramma ontwerpen in het schema hieronder). Je weet welke vaardigheden je een leerling wilt gaan leren en hoe je je lesprogramma laat aansluiten op de leerling die je in je auto hebt (onderdeel Leerlingkenmerken in het schema hieronder). ### Tot slot - Manoeuvreren Tot slot - Manoeuvreren Deze les bestond uit twee onderdelen: Bijzondere verrichtingen Bijzondere weggedeeltes Indien je dit nog niet hebt gedaan, bestuurdeer hoofstuk 3.6 en 3.7 van de Rijprocedure B. In deze les is het volgende aan geweest: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Plaats op de weg (niet onnodig veel ruimte nemen en geen hinder). Zichtbaar voor en zicht op andere weggebruikers. Kijkgedrag (blikveld wisselen en voortdurend spiegelen). Moment van uitvoering. Snelheid (aangepast aan omstandigheden, maar tevens vlot en doortastend). Voor laten gaan. Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Bijzondere weggedeelten (in- en uitritten, invoeg- en uitrijstroken, rijstrook, bruggen, viaducten, tunnels). Voorspellen/evalueren Stilstaan, keren en parkeren op kruispunt kan de doorgang voor andere weggebruikers blokkeren en de kans op op tijd reageren bij naderend verkeer verkleinen (veiligheid). Keren, parkeren en achteruitrijden op bijzondere weggedeelten leiden tot blokkeren van de doorgang van andere weggebruikers (doorstroming). Keren, parkeren en achteruitrijden op stukken wegen waar met hoge snelheid wordt gereden kan leiden tot niet op tijde reacties van andere weggebruikers (veiligheid). Stilstaan, keren en parkeren op kruispunt kan de doorgang voor andere weggebruikers blokkeren (doorstroming) en de kans op op tijd reageren bij naderend verkeer verkleinen (veiligheid). Rijsnelheid en verkeersdrukte beïnvloeden de tijd en ruimte om manoeuvre uit voeren (veiligheid). Zicht op andere verkeersdeelnemers beïnvloedt het opmerken van ander verkeer (veiligheid). Naderafstand overig verkeer is van invloed op ruimte om manoeuvre uit voeren (veiligheid). Uitvoeren manoeuvre bij verminderd zicht of grote drukte kan leiden tot blokkeren van de doorgang van andere weggebruikers of tot verrassing, met niet passende reacties tot gevolg (veiligheid). Langere duur manoeuvre vergroot de kans Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Keuze van varianten van uitvoering: op welke plek, welke bijzondere verrichting uitvoeren. Keuze en timing van deelhandelingen: moment van insturen, moment van afremmen. ### Rotonde rijden Rotonde rijden Rotonde kwart ronden Het benaderen van de rotonde doe je op precies dezelfde manier zoals het benaderen van een kruispunt. Kijk eerst of het kwart ronden wel kan en mag. Daarna kijk je in de binnenspiegel, naar voor, in de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder en geef je richting aan naar rechts. Nadat je richting hebt aangegeven ga je, afhankelijk van de situatie, voorsorteren. Na het voorsorteren pas je de snelheid aan en schakel je eventueel terug. Vervolgens kijk je weer: eerst naar voren, dan links, naar voren, naar rechts en over de rechterschouder en let hierbij op het rechtdoorgaande verkeer! Stuur daarna in naar rechts en ga met trekkende motor door de bocht. Stuur aan het eind van de bocht weer naar links totdat de wielen weer recht staan. Voer de nacontrole uit door in de binnenspiegel en de buitenspiegels te kijken en pas je snelheid aan, aan het overige verkeer. In de video vanaf het begin tot en met 1m18s. Rotonde half ronden Het benaderen van de rotonde doe je precies op dezelfde manier zoals het benaderen van een kruispunt. Kijk eerst of het half ronden ronden wel kan en mag. Afhankelijk van de situatie ga je voorsorteren. Na het voorsorteren pas je de snelheid aan en schakel je eventueel terug. Vervolgens kijkt je: naar voren, dan naar links, dan naar voren, naar rechts en rijd je rustig de rotonde op. Als je voorbij de eerste afslag bent (kwart rond), kijk je in de binnenspiegel, de rechterbuitenspiegel, over de rechterschouder en geef je richting aan naar rechts. Let hierbij op het rechtdoorgaande verkeer. Stuur daarna in naar rechts en ga met trekkende motor door de bocht. Stuur aan het eind van de bocht weer naar links totdat de wielen weer recht staan. Voer de nacontrole uit door in de binnenspiegel en de buitenspiegels te kijken en pas je snelheid aan, aan het overige verkeer. In de video vanaf 1m19s tot en met 2m32s. Rotonde drie kwart ronden en geheel ronden Het benaderen van de rotonde doe je precies op dezelfde manier zoals het benaderen van een kruispunt. Kijk eerst of het driekwart ronden wel kan en mag. Afhankelijk van de situatie ga je voorsorteren en geef je op de toeleidende weg al richting aan naar links. Na het voorsorteren pas je de snelheid aan en schakel je eventueel terug. Vervolgens kijk je: naar voren, dan naar links, weer naar voren, naar rechts en rijdt u rustig de rotonde op. Op de rotonde doe je de richtingaanwijzer uit. Als je voorbij de tweede afslag bent (half rond), kijk je in de binnenspiegel, de rechterbuitenspiegel, over de rechterschouder en geef je richting aan naar rechts. Let hierbij op het rechtdoorgaande verkeer. Stuur daarna in naar rechts en ga met trekkende motor door de bocht. Stuur aan het eind van de bocht weer naar links totdat de wielen weer recht staan. Voer de nacontrole uit door in de binnenspiegel en de buitenspiegels te kijken en pas je snelheid aan, aan het overige verkeer. In de video vanaf 2m33s tot en met het einde. ### Rotonde Rotonde Een rotonde is een knooppunt van wegen waarop het verkeer in een rondgaande beweging verwerkt wordt. Een rotonde wordt aangeduid met bord D1 van bijlage 1 van het RVV 1990. Op een rotonde zijn tegenliggers dus in theorie uitgesloten. Op pleinen die niet zijn aangeduid met bord D1 zijn de wettelijke uitzonderingsbepalingen niet van toepassing. Lees op de website van SWOV meer over rotondes: Factsheet rotondes  Belang andere weggebruikers   Geen gevaar of meer dan noodzakelijke hinder voor andere weggebruikers veroorzaken. Kijkgedrag Op een rotonde dienen een groot aantal handelingen te worden uitgevoerd. Daarbij zullen vaak andere weggebruikers betrokken zijn. Bij nadering zo vroeg mogelijk vaststellen: Wat de aard van de rotonde is; Of de rotonde door ander verkeer genaderd of bereden wordt; Hoe de situatie op en nabij de rotonde is. In de spiegels kijken naar de situatie achter de auto. Vlak voor het oprijden van de rotonde naar voren en naar links kijken. Voor laten gaan Voor het oprijden van, en bij het rijden op een rotonde wordt aan de wettelijke voorrangsverplichting voldaan. Bij het verlaten van de rotonde wordt het verkeer dat het plein blijft volgen voorgelaten. Denk hierbij ook aan het verkeer op een vrijliggend fietspad dat de rotonde volgt. Extra aandacht vereist! Plaats op de weg Zie video op de volgende pagina Snelheid Bij aanwezigheid van bord B6 de snelheid waarmee de rotonde wordt genaderd en opgereden, nóg nadrukkelijker op de situatie afstemmen.   Signalen geven of erop reageren  Tijdig richting aangeven als op de rotonde van rijstrook wordt gewisseld of als deze wordt verlaten. De richtingaanwijzer wordt steeds buiten werking gesteld zodra er van rijstrook is veranderd of zodra er volledig is afgeslagen. Op toeleidende weg richting aangeven naar rechts of links, indien men 1/4, 3/4 of geheel rond gaat.   Vertragen, remmen, stoppen Steeds afremmen op een aan de situatie aangepaste wijze. ### Tram of bushalte Tram of bushalte Een tram-/bushalte is aangelegd ten behoeve van in- en uitstappende passagiers. Een tram-/ bushalte kan langs de rijbaan of langs een in de rijbaan gelegen verkeersheuvel liggen. Belang andere weggebruikers     Tijdens het voorbijrijden van een tram-/bushalte, vooral bij veel wachtende mensen, rekening houden met onverwachte situaties die gevaar kunnen opleveren. Bij het voorbijrijden van wachtende passagiers niet of met een lage snelheid door waterplassen rijden om overlast te voorkomen. Voorbeeld: S104 Amsterdam   Kijkgedrag  Als bij een halteplaats een tram, bus stilstaat, letten op in-/uitstappende passagiers. Attent zijn op het wegrijden van tram of bus. Observeer het achteropkomend verkeer a.d.h.v. de spiegels Voor laten gaan  Bij het voorbijrijden van een tram of bus aan passagiers gelegenheid geven in of uit te stappen. Een autobus binnen de bebouwde kom bij een bushalte met zijn richtingaanwijzer aan geeft weg te willen rijden, daartoe gelegenheid geven. Plaats op de weg  Bij het voorbij rijden van een tram-/bushalte waarbij mensen wachten, voldoende tussenruimte laten. Snelheid Bij het naderen van een tram-/bushalte waar een tram of bus stilstaat en/of wachtende mensen staan, de snelheid aanpassen. Signalen geven of erop reageren  Reageren op de richtingaanwijzer van de wegrijdende bus. Als remlichten doven kan worden afgeleid dat de bestuurder van plan is om weg te rijden. ### Voetgangersoversteekplaats (VOP) Voetgangersoversteekplaats (VOP) Voetgangers zijn in het huidige verkeer uiterst kwetsbaar. Daarom zijn beschermende maatregelen noodzakelijk, zoals het aanleggen van oversteekplaatsen voor voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen. De voetgangersoversteekplaats, die uit zogenaamde “zebramarkeringen” bestaat, wordt aangeduid door bord L2, vaak vooraf gegaan door bord J22. Er zijn ook oversteekplaatsen die niet zijn uitgevoerd als voetgangersoversteekplaats. Deze plaatsen zijn gemarkeerd door kanalisatiestrepen en al dan niet voorzien van verkeerslichten. De bestuurder dient zijn weggedrag ook op deze situatie af te stemmen. Het staat de voetgangers en de bestuurder van gehandicaptenvoertuigen vrij om van de oversteekplaats gebruik te maken. Alleen als van een voetgangersoversteekplaats gebruik wordt gemaakt, kan van de beschermende werking geprofiteerd worden. Indien voetgangers of bestuurders van gehandicaptenvoertuigen bij het oversteken gebruik maken van een oversteekplaats waar een geel knipperlicht in werking is, moeten zij naderende bestuurders voor laten gaan. Die bestuurders houden er echter rekening mee dat de overstekende voetganger of gehandicapte ervan uit gaat bescherming te genieten. Bij (voetgangers)oversteekplaatsen kunnen twee- of driekleurige verkeerslichten staan. Belang andere weggebruikers   Een voetgangersoversteekplaats (VOP) voorzichtig naderen. Aan voetgangers en/of bestuurders van gehandicaptenvoertuigen die van de VOP gebruik willen maken, laten zien dat rekening met hen zal worden gehouden. Kijkgedrag Goed opletten op de voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen die zich op korte afstand van de voetgangersoversteekplaats bevinden. Uit hun gedrag en de wijze van kijken kan veelal worden afgeleid of zij van plan zijn daar over te steken. Voor laten gaan  Voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen die op een oversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan over te gaan steken, voor laten gaan. ### Overweg Overweg Een overweg moet voorzichtig genaderd en bereden worden. Ongevallen op een overweg zijn meestal zeer ernstig. Bij overwegen kunnen bakens zijn geplaatst. Aan de hand van het aantal diagonale strepen kan de afstand tot de overweg worden bepaald. Elke streep geeft een afstand van 80 meter aan. Belang andere weggebruikers  Een overweg voorzichtig naderen en berijden; ongevallen op een overweg zijn meestal zeer ernstig. Let op borden en bakens. Niets doen op een overweg wat ook maar enigszins gevaar of hinder kan veroorzaken.   Kijkgedrag In een zo vroeg mogelijk stadium aan de hand van tekens vaststellen wat voor soort overweg het betreft. Komt er nog een trein? Plaats op de weg  Stoppen op een overweg is verboden. Alleen oprijden als in één keer kan worden doorgereden. Wees alert op het afslaan van de motor. Gebruik zo nodig het rollend vermogen. ### Erf Erf Belangen andere weggebruikers: Erf heeft een verblijfsfunctie en is niet bestemd voor doorgaand verkeer. Kijkgedrag Voetgangers en spelende kinderen mogen van het hele erf gebruik maken en de bestuurder moet zijn wijze van rijden daarop afstemmen. Voor laten gaan Rechthebbende weggebruikers het vertrouwen geven dat voorrang wordt gegeven, zij voor mogen gaan. Plaats op de weg Zoveel mogelijk rechts rijden. Snelheid Binnen een erf stapvoets rijden. Dat is maximaal 15 km per uur. Geven van of reageren op signalen Als buiten het erf. Vertragen remmen stoppen Zo nodig tijdig vertragen, remmen of stoppen. ### Bijzondere weggedeelten In- en uitrit Het berijden van een in-/uitrit geldt als een bijzondere manoeuvre, waarbij het overige verkeer moet worden voorgelaten. Belang andere weggebruikers Het overige verkeer, ook voetgangers op het trottoir, ongehinderd voor laten gaan. In geval van andere in- en uitrijdende bestuurders kan men beter, met het oog op een goede doorstroming, uitrijdende bestuurders voor laten gaan. Kijkgedrag Let op van links, rechts of tegemoetkomend verkeer, zeker ook op fiets- of voetpad. Bij het oprijden van de rijbaan in de spiegels kijken naar eventueel achteropkomend verkeer. Voor laten gaan Overig verkeer voor laten gaan. Plaats op de weg  Vlot en in een vloeiende beweging naar de juiste plaats op de rijbaan. Bij inrijden voorsorteren, zoals omschreven bij het afslaan. Snelheid Veilige en aangepaste snelheid. Signalen geven of erop reageren  (Tijdig) naar links of naar rechts richting aangeven. Vertragen, remmen, stoppen  Niet onnodig onverwacht en abrupt remmen. ### Hellingproef Hellingproef De bedoeling bij deze verrichting is om: de auto op een helling tot stilstand te brengen en weer weg te rijden de auto niet weg te laten rollen en de motor niet af te laten slaan De hellingproef kan zowel stijgend als dalend uitgevoerd worden. De hellingproef kan in twee situaties aan de orde zijn. Het kan voorkomen ‘in parcours’ en de verrichting kan ’in opdracht’ worden uitgevoerd. De hellingproef in parcours doet zich voor indien in een verkeerssituatie met het voertuig op een hellend weggedeelte gestopt moet worden. Bij de hellingproef in opdracht geeft de examinator de opdracht om op een helling aan de rechterzijde van de rijbaan te stoppen om de hellingproef te kunnen uitvoeren. Dat gebeurt dus zonder dat de verkeerssituatie ter plaatse dit vereist. Bij de uitvoering van de hellingproef is het aan  de kandidaat om een keuze te maken of hij een handrem, voetrem of een wegrijhulpsysteem gebruikt. ### Parkeren in een vak achterwaarts Parkeren in een vak achterwaarts Bedoeling is om: achterwaarts in een haaks of schuin gelegen parkeervak te parkeren gebruik te maken van een parkeervak aan de linker- of rechterzijde van de weg. Parkeren in een vak achterwaarts Eerst moet je kijken of je wel in het vak mag of kan parkeren en daarna stop je, zoals geleerd. Je moet op minimaal één meter van het vak af staan en tenminste twee vakken voorbij het vak waar je in wilt. Kijk naar voren, in de binnenspiegel, de linkerbuitenspiegel, over de linkerschouder, de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder om na te gaan of er ander verkeer nadert. Zet de schakelhandel in de achteruit. Kijk weer een keer naar voren, in de binnenspiegel, de linkerbuitenspiegel, over de linkerschouder, de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder om na te gaan of er ander verkeer nadert en rijdt met slippende koppeling achteruit. Voordat je gaat insturen naar rechts, kijk je weer naar voren, in de binnenspiegel, de linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder om de uitzwaai van de neus te controleren. Als de deurstijl ongeveer 1,5 vak van het doelvak is, stuur je volledig op een vlotte manier naar rechts en blijf je ondertussen het verkeer observeren. Als de auto bijna recht in het vak staat, stuur je terug naar links en stop je met de wielen in de rechtuitstand. ### Parkeren in een vak voorwaarts Parkeren in een vak voorwaarts De bedoeling is om: voorwaarts in een haaks of schuin gelegen parkeervak te parkeren. gebruik te maken van een parkeervak aan de linker- of rechterzijde van de weg. Parkeeropdracht: in een vak voorwaarts Eerst moet je kijken of je wel in het vak mag of kan parkeren en indien nodig stop je, zoals geleerd. De voorkant van de auto bevindt zich dan op twee vakken voor het vak waar je in wilt. Kijk naar voren, in de binnenspiegel, de linkerbuitenspiegel, over de linkerschouder, de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder om na te gaan of er ander verkeer nadert. Schakel in de eerste versnelling. Kijk weer een keer naar voren, in de binnenspiegel, de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder en zet de richtingaanwijzer aan en rijdt met slippende koppeling weg. Als de rechterbuitenspiegel ter hoogte is van de eerste lijn van jouw doelvak, stuur je middels de overpakmethode volledig in naar rechts. Als de auto bijna recht in het vak staat, stuur je terug naar links en stop je met de wielen in de rechtuitstand. ### Achterwaarts file parkeren Achterwaarts file parkeren Bij het achterwaarts file parkeren de auto kort achter een andere geparkeerde auto langs de trottoirband te parkeren. De kandidaat mag zelf bepalen of hij hem rechts of links van de rijbaan parkeert. Hoofdstuk 3.7 van de rijprocedure B omschrijft deze opdracht als volgt: Eerst moet je jezelf overtuigen of je wel mag en kan fileparkeren. Stop zoals geleerd. Zorg ervoor dat je ongeveer 50 cm tussenruimte tussen beide auto’s houdt (3 spiegels breedte). Zet de auto zo neer dat de rechterbuitenspiegel ongeveer gelijk is met de voor- of achterkant van de auto waarachter je wilt fileparkeren. De wielen moeten in de rechtuit stand staan. Kijk eerst naar voren, in de binnenspiegel, de linkerbuitenspiegel, over de linkerschouder, de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder en rijdt met een lage en constante snelheid achteruit. Voordat je gaat insturen naar rechts, kijk je eerst voor je, in de binnenspiegel, de linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder. De neus van de auto gaat namelijk uitzwaaien. Nadat je gekeken hebt, stuur je vlot, helemaal naar rechts, op het moment dat de bovenkant van rugleuning van de achterbank gelijk is met de voor- of achterkant van de geparkeerde auto. Blijf daarbij rondom de auto kijken. Zodra de rechterbuitenspiegel gelijk is met de voor- of achterkant van de geparkeerde auto stuur je helemaal terug naar links. Je stopt op het moment dat de auto evenwijdig aan de trottoirrand is op maximaal 20 cm afstand. Laat de wielen uitgestuurd staan. Zo weet je zeker dat je kunt wegrijden zonder de andere auto te raken. Het wegrijden doe je zoals geleerd. Als de rechterkoplamp gelijk is met de linkerkoplamp van de geparkeerde auto stuur je terug naar rechts. ### Voorwaarts file parkeren Voorwaarts file parkeren Bij het voorwaarts file parkeren ga je met gebruikmaking van beperkte ruimte, de auto voor een andere geparkeerde auto langs de trottoirband parkeren. De kandidaat mag zelf bepalen of hij hem rechts of links van de rijbaan parkeert. Hoofdstuk 3.7 van de rijprocedure B omschrijft deze opdracht als volgt: indien nodig stoppen voor de plaats waar vooruit ingeparkeerd gaat worden; vooruit wegrijden en het moment van insturen bepalen; vlot en maximaal insturen; kort voor de trottoirband terugsturen; de snelheid is laag en constant; stoppen zodra de auto evenwijdig aan de trottoirband rijdt. Aanvulling door het exameninstituut IBKI De examinator dient bij het bepalen van de auto waarvoor moet worden geparkeerd een zodanige keuze te maken dat de beschikbare ruimte ten minste drie voertuiglengtes bedraagt. Bij het uitvoeren van de manoeuvre spelen kijkgedrag en veiligheid een hoofdrol. De kandidaat dient hiernaast: het voertuig niet verder dan 20 cm en evenwijdig aan de rijbaankant/trottoir te parkeren; in één keer te kunnen wegrijden vanuit de geparkeerde positie. ### Achteruit rijden van een bocht Achteruit rijden van een bocht Klik linksboven op de button HOME en selecteer het cursusdeel Fase 1b om de inhoud volgens de RIS-methodiek te bekijken. Hoofdstuk 3.7 van de rijprocedure B omschrijft deze opdracht als volgt: stoppen op voldoende afstand van de rechterzijde van de rijbaankant; bij het tot stilstand komen staan de wielen weer in de rechtuit stand; indien gewenst mag het bovenlichaam dusdanig gedraaid worden, dat de rechterhand het stuur niet meer vast heeft. Door het verplaatsen van de rechterarm kan eventueel steun worden gezocht; met lage snelheid achteruitrijden; d.m.v. kleine stuurbewegingen evenwijdig aan de rijbaankant rijden; stoppen op een punt zodat weer vooruit kan worden weggereden in de gewenste richting. Aanvulling door het exameninstituut IBKI Bij deze bijzondere verrichting dient de examinator de kandidaat voor de kruising te laten stoppen. Vervolgens geeft hij de opdracht een bocht achteruit te rijden. Voordat met achteruitrijden wordt begonnen dient de auto maximaal 50 centimeter van de rijbaankant verwijderd te staan. Gedurende de gehele manoeuvre moet nagenoeg evenwijdig met de rijbaankant worden gereden. Slechts kleine correcties over een kleine lengte zijn toegestaan. Er moet minimaal 5 meter na de bocht worden doorgereden. ### In een rechte lijn achteruit rijden In een rechte lijn achteruit rijden De bedoeling is om: over een lengte van ongeveer 20 meter in rechte lijn achteruit te rijden achteruitrijdend nagenoeg evenwijdig aan de rijbaankant te blijven. Het bereiken van de afstand van ongeveer 20 meter wordt tijdens de les door de instructeur en tijdens het examen door de examinator aangegeven. ### Omkeren door een halve draai Omkeren door een halve draai Klik linksboven op de button HOME en selecteer het cursusdeel Fase 1b om de inhoud volgens de RIS-methodiek te bekijken. Hoofdstuk 3.7 van de rijprocedure B omschrijft deze opdracht als volgt: stoppen op juiste afstand aan de rechterzijde van de rijbaan; eventueel naar rechts het parkeervak of een andere beschikbaar weggedeelte opsturen; daarna zo snel mogelijk naar links sturen; snelheid is laag en constant; als de draai bijna is voltooid de stuurwielen zodanig in de rechtuitstand brengen dat op de eigen weghelft de weg wordt vervolgd; direct na het terugsturen snelheid opvoeren. Bij deze verrichting mag gebruik gemaakt worden van de gehele rijbaanbreedte, c.q. kruisingsvlak en ook van eventueel aanwezige parkeerhavens/ -stroken. ### Omkeren door te steken Omkeren door te steken Klik linksboven op de button HOME en selecteer het cursusdeel Fase 1b om de inhoud volgens de RIS-methodiek te bekijken. De bedoeling van keren door te steken is door de auto, door eenmaal achteruit te rijden, op de gekozen plaats, om te keren. Hierbij wordt alleen de rijbaan gebruikt. Hoofdstuk 3.7 van de rijprocedure B omschrijft deze opdracht als volgt: stoppen op juiste afstand van de rechterzijde van de rijbaan; met lage en constante snelheid, scherp naar links sturen; kort voordat de voorbanden de trottoirband bereiken, terugsturen naar rechts; banden mogen zachtjes de trottoirband raken; bij het achteruitrijden naar rechts sturen; kort voordat de achterbanden het trottoir bereiken, terugsturen naar links; banden mogen zachtjes de trottoirband raken; bij het oprijden verder naar links sturen; vervolgens de snelheid opvoeren en op de eigen weghelft de weg vervolgen. Aanvulling door het exameninstituut IBKI De kandidaat dient zijn uitgangspositie zorgvuldig uit te zoeken, zodat geen hinder wordt ondervonden van bomen, lantaarnpalen, vuilnisbakken en overige voorkomende obstakels. De kandidaat mag 3 keer steken. ### Uitvoeren van bijzondere verrichtingen Bijzondere verrichtingen Iedere bestuurder zal in de praktijk ervaren dat bijzondere verrichtingen regelmatig moeten worden uitgevoerd. Opdrachtgeving en uitvoering tijdens het examen De kandidaat krijgt in de straat of op een parkeerterrein een precieze opdracht voor een bijzondere verrichting. Bijvoorbeeld: "In deze straat ga je de auto omkeren door te steken." Vervolgens kiest de kandidaat zelf een plaats waar hij deze verrichting uitvoert. Bij de uitvoering is de kandidaat zelf verantwoordelijk voor een goede voertuigbeheersing, een zekere vlotheid, het goed letten op ander verkeer, de keuze voor een veilige plaats en een milieubewuste uitvoering. Overzicht bijzondere verrichtingen De volgende handelingen/ manoeuvres worden als bijzondere verrichtingen aangemerkt: In- en uitstappen Voorbereidings- en controlehandelingen In rechte lijn achteruit rijden Achteruit rijden van een bocht Parkeren in een haaks of schuin vak Fileparkeren Omkeren door te steken Omkeren door een halve draai Hellingproef ### Inleiding - Manoeuvreren Inleiding - Manoeuvreren Het onderdeel manoeuvreren bestaat uit twee onderdelen: Bijzondere verrichtingen Bijzondere weggedeeltes Lees voordat je aan deze les begint hoofstuk 3.6 en 3.7 van de Rijprocedure B goed door. In deze les komt het volgende aan bod: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Plaats op de weg (niet onnodig veel ruimte nemen en geen hinder). Zichtbaar voor en zicht op andere weggebruikers. Kijkgedrag (blikveld wisselen en voortdurend spiegelen). Moment van uitvoering. Snelheid (aangepast aan omstandigheden, maar tevens vlot en doortastend). Voor laten gaan. Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Bijzondere weggedeelten (in- en uitritten, invoeg- en uitrijstroken, rijstrook, bruggen, viaducten, tunnels). Voorspellen/evalueren Stilstaan, keren en parkeren op kruispunt kan de doorgang voor andere weggebruikers blokkeren en de kans op op tijd reageren bij naderend verkeer verkleinen (veiligheid). Keren, parkeren en achteruitrijden op bijzondere weggedeelten leiden tot blokkeren van de doorgang van andere weggebruikers (doorstroming). Keren, parkeren en achteruitrijden op stukken wegen waar met hoge snelheid wordt gereden kan leiden tot niet op tijde reacties van andere weggebruikers (veiligheid). Stilstaan, keren en parkeren op kruispunt kan de doorgang voor andere weggebruikers blokkeren (doorstroming) en de kans op op tijd reageren bij naderend verkeer verkleinen (veiligheid). Rijsnelheid en verkeersdrukte beïnvloeden de tijd en ruimte om manoeuvre uit voeren (veiligheid). Zicht op andere verkeersdeelnemers beïnvloedt het opmerken van ander verkeer (veiligheid). Naderafstand overig verkeer is van invloed op ruimte om manoeuvre uit voeren (veiligheid). Uitvoeren manoeuvre bij verminderd zicht of grote drukte kan leiden tot blokkeren van de doorgang van andere weggebruikers of tot verrassing, met niet passende reacties tot gevolg (veiligheid). Langere duur manoeuvre vergroot de kans Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Keuze van varianten van uitvoering: op welke plek, welke bijzondere verrichting uitvoeren. Keuze en timing van deelhandelingen: moment van insturen, moment van afremmen. ### Maximale aslasten Maximale aslasten We hebben het vervoeren van lading, en dan vooral het uitsteken ervan, besproken. Vaak zijn automobilisten niet zo goed op de hoogte van deze regels. Dat geldt ook voor de regels die gelden voor het maximale gewicht dat aan lading wordt meegenomen. Zeer vaak wordt een auto of een aanhangwagen overbeladen. Soms komt dat door een verkeerde inschatting van de bestuurder, soms omdat de bestuurder geen zin heeft in een extra rit. De Regeling voertuigen bepaalt dat personenauto’s, vrachtauto’s en autobussen niet zwaarder mogen zijn beladen dan hetgeen op de kentekencard of in het kentekenbewijs is vermeld. Als hierover geen gegevens zijn vermeld mogen vrachtauto’s en autobussen een maximale toegestane massa hebben van niet meer dan 50.000 kg.  Zie lid 2a van de artikelen 5.18.17a en 5.18.17b. Voor personenauto’s moet je lid 1 van 5.18.17h maar eens lezen.   Als laatste bepaalt artikel 5.18.18 lid 1, a en b, dat ook een aanhangwagen die wordt voortbewogen door een personenauto niet mag zijn overbeladen. Je kan de gegevens hierover bijvoorbeeld terugvinden in het kentekenbewijs of op de kentekencard die voor de aanhangwagen is afgegeven. Ook op het identificatieplaatje van de trekhaak die aan de personenauto is gemonteerd kan je de benodigde gegevens terug vinden. Als dit identificatieplaatje deze gegevens niet vermeldt, mag de totale massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen niet meer bedragen dan 750 kg en niet meer dan: de ledige massa van de trekkende auto, of de massa in rijklare toestand van de trekkende auto. ### Vervoeren van lading Vervoeren van lading Soms vervoer je met je auto lading. Regelmatig komt het dan voor dat de lading dan wat uitsteekt. Artikel 5.18.12, lid 1a, b, d en e, bepalen dan het volgende: De lading mag niet meer dan 1,00 m achter de auto of aanhangwagen uitsteken; De lading mag niet meer dan 5,00 m achter het hart van de achterste as van de auto of de aanhangwagen uitsteken; De lading mag niet voor het de auto of de aanhangwagen uitsteken; Het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of de kentekenplaat van de auto of de aanhangwagen mag niet worden belemmerd. ### Vervoer van lading die niet in de lengte deelbaar is Vervoer van lading die niet in de lengte deelbaar is Voor het vervoer van lading die in de lengte ondeelbaar is, is het misschien handig om eerst vast te stellen wat daar nou precies mee wordt bedoeld? Artikel 1 van de Regeling voertuigen omschrijft ondeelbare lading als volgt: “lading die ten behoeve van het vervoer over de weg niet in twee of meer ladingen kan worden gesplitst zonder dat zulks overmatige kosten of risico van schade meebrengt”. Van ondeelbare lading is dus sprake als de lading niet in meerdere ladingen kan worden gesplitst. De lading moet dus in één lengte worden vervoerd. Zie hiervoor het voorbeeld op de foto. Artikel 5.18.13, lid 1a1, 1a3, 1a5 tot en met 1a7, bepalen het volgende: Het vervoer van ondeelbare lading met een personenauto is toegestaan als: De lading aan de achterzijde van een personenauto niet meer dan 1,00 m achter de auto uitsteekt. De lading aan de voorzijde van een personenauto niet meer dan 1,00 m voor de auto uitsteekt. Het vervoer van ondeelbare lading met een aanhangwagen is toegestaan als: De lading niet voor de voorzijde van de aanhangwagen uitsteekt. Het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of de kentekenplaat aan de achterzijde van de auto of de aanhangwagen mag niet worden belemmerd, tenzij aan de achterzijde van de uitstekende lading op gelijke wijze als het betrokken voertuig zijn aangebracht: verlichting, retroreflectoren, richtingaanwijzers of de kentekenplaat van dat voertuig. Markeringsbord: Lading die meer dan 1 meter voor of achter het voertuig uitsteekt moet zijn voorzien van het rood-witte markeringsbord. Dit markeringsbord moet tenminste 42 bij 42 centimeter breed en lang zijn. Als het donker is moet het bord aan de voorzijde van de lading voorzien zijn van een wit licht en aan de achterzijde van de lading met een rood licht. Lading uitsteken aan de zijkant: Aan elke zijkant, dus zowel aan de linker- als aan de rechterzijde van de auto mag lading niet meer dan 20 centimeter uitsteken. Tot een maximum van 2.55 meter. Zie hiervoor artikel 5.18.14, lid 1 en 5. Lading uitsteken in de hoogte: De hoogte van een personenauto en de hoogte van een eventueel voortbewogen aanhangwagen, mag niet meer bedragen dan 4,00 meter, inclusief de lading. Zie artikel 5.18.15.   ### Kenteken aanhangwagen Kenteken aanhangwagen Over de kentekenplicht van personenauto’s hebben we het al gehad. Ook hebben we al eerder gezien dat de Regeling voertuigen eisen stelt aan het kenteken van de personenauto en aan de kentekenplaat. Op grond van artikel 5.18.10 lid, 1, 3 en 4 moet, in sommige gevallen, de aanhangwagen zijn voorzien van het kenteken van de trekkende auto. Deze gevallen zijn: Als de aanhangwagen een toegestane maximum massa heeft van niet meer dan 750 kg, of Als de aanhangwagen een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg en voor de aanhangwagen geen apart kenteken is afgegeven. Voorbeeld: je huurt een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van 700 kg. Deze aanhangwagen moet aan de achterzijde zijn voorzien van een kentekenplaat waarop het kenteken van de auto is vermeld. Deze kentekenplaat moet een officiële kentekenplaat zijn, die stevig (deugdelijk) aan de aanhangwagen is vastgemaakt, met een goedkeuringsmerk. De kentekenplaat moet goed leesbaar zijn en mag niet, bijvoorbeeld door lading, zijn afgeschermd. Een handgeschreven kentekenplaat, die door sommige verhuurbedrijven wordt afgegeven, is niet toegestaan. ### Afmetingen, massa’s en lasten. Afmetingen, massa’s en lasten. Tijdens de behandeling van de permanente eisen hebben we aandacht besteed aan de maximale hoogte, breedte en lengte van een personenauto. Ook aan de lengte van en samenstel van bijvoorbeeld een personenauto en een aanhangwagen zijn eisen gesteld. Artikel 5.18.11 bepaalt in lid 1, 2a en 7 tot en met 10 het volgende: Leer de hieronder de genoemde samenstellen en de daarbij behorende lengtes van buiten. ### Losse voertuigdelen en uitrustingsstukken Losse voertuigdelen en uitrustingsstukken We hebben eerder al gezien dat er regels zijn opgesteld die te maken hebben met scherpe, uitstekende delen. Ook voor het vervoer van lading en de verwisselbare uitrustingsstukken gelden soortgelijke regels. Kort gezegd mogen er geen scherpe delen zijn die gevaar op kunnen leveren. Deze delen mogen alleen aanwezig zijn als ze zo zijn afgeschermd dat ze het gevaar op letsel niet langer vergroten. In  artikel 5.18.8 staat het al volgt: De lading van voertuigen en verwisselbare uitrustingsstukken mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, moeten uitstekende delen van verwisselbare uitrustingsstukken die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op lading, verwisselbare uitrustingsstukken of delen daarvan die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden. Geen deel van de buitenzijde van verwisselbare uitrustingsstukken mag zodanig zijn bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie zijn aangetast, dat gevaar bestaat voor losraken. ### Vervoer van goederen op het dak van de auto Vervoer van goederen op het dak van de auto Ook is het vervoer van goederen op het dak van de auto toegestaan. Automobilisten, op weg naar hun skivakantie, vervoeren de spullen die ze mee willen nemen vaak in een dakkoffer. Lid 2 van artikel 5.18.7 bepaalt hierover het volgende: De goederen moeten deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager; De lastdrager moet deugdelijk aan de auto zijn bevestigd; Als de lastdrager bestemd is voor het vervoer van specifieke goederen, mogen geen andere én niet meer van deze goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is bestemd; De maximale daklast van de auto mag niet worden overschreden. ### Vervoer van lading aan de achterzijde van de auto Vervoer van lading aan de achterzijde van de auto Vaak zie je auto’s rijden met goederen die aan de achterkant van de auto zijn bevestigd. Denk bijvoorbeeld aan het vervoer van fietsen. Het vervoer van goederen aan de achterzijde van een personenauto is toegestaan als wordt voldaan aan de eisen die in artikel 5.18.7 worden genoemd. Deze eisen zijn: De goederen moeten deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager; De lastdrager moet deugdelijk aan de auto zijn bevestigd; De lastdrager mag, met inbegrip van de goederen, maximaal 20 centimeter buiten de zijkanten van de auto uitsteken; Als de lastdrager bestemd is voor het vervoer van specifieke goederen, mogen geen andere én niet meer van deze goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is bestemd; Als de verlichting en reflectoren van de auto door de lastdrager of de goederen worden afgeschermd, moet de lastdrager aan de achterzijde zijn voorzien van twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers, die moeten zijn aangebracht op een afstand van niet meer dan 0,50 m vanaf het punt van de grootste breedte van het voertuig met inbegrip van de lastdrager; Als de kentekenplaat van de auto door de lastdrager of de goederen wordt afgeschermd, moet de lastdrager zijn voorzien van een kentekenplaat met het kenteken van de auto en van kentekenplaatverlichting. Dit kenteken moet goed leesbaar zijn en de kentekenplaat moet zijn voorzien van het voorgeschreven goedkeuringsmerk en mag niet zijn afgeschermd; ### Vervoer van lading Vervoer van lading Met een personenauto worden niet alleen passagiers vervoert, ook het vervoeren van lading behoort tot de dagelijkse praktijk. Helaas gebeurt het vervoeren van lading regelmatig op een manier die niet echt veilig te noemen is. Dat komt, onder andere, omdat bestuurders van personenauto’s niet zo heel goed weten wat de precieze eisen zijn.   Artikel 5.18.6, lid 1, 2 en 3 bepalen het volgende: De lading moet altijd zijn “gezekerd”. Dat houdt in dat de lading moet zijn vastgezet. Dat vastzetten moet zodanig zijn gebeurd dat de lading, in normale verkeerssituaties, niet van de auto of de aanhangwagen kan vallen. Ook mag de stabiliteit van de auto en/of de aanhangwagen door de lading niet negatief worden beïnvloed. Onder “normale verkeerssituaties” vallen ook: Optrekken en volle remmingen: de krachten, met de rijrichting mee of in achterwaartse richting, mogen er niet voor zorgen dat de lading van het voertuig kan vallen. Plotselinge uitwijkmanoeuvres: de zijwaartse krachten mogen er niet voor zorgen dat de lading van het voertuig kan vallen. Slecht wegdek: de opwaartse krachten mogen er niet voor zorgen dat de lading van het voertuig kan vallen. Losse lading, zoals bijvoorbeeld snoeiafval of takken, die niet aan het voertuig kan worden vastgezet, moet worden afgedekt als het gevaar bestaat dat deze lading van het voertuig zou kunnen vallen of van het voertuig af zou kunnen waaien. Hierdoor zou gevaar of hinder kunnen ontstaan.   Onderdelen en uitrustingsstukken die aan de buitenzijde van een personenauto of aanhangwagen zijn bevestigd mogen niet van het voertuig kunnen vallen. ### Hinderen van de bestuurder Hinderen van de bestuurder De verkeerstaak van een personenauto is complex. Om deze verkeerstaak zo goed en veilig mogelijk uit te kunnen voeren mag de bestuurder van een personenauto, volgens artikel 5.18.3,lid 1, niet worden gehinderd tijdens het besturen van de personenauto. Uitzicht van de bestuurder In aansluiting op de bepaling dat de bestuurder van een personenauto niet gehinderd mag worden op het moment dat de auto wordt bestuurd, is het logisch dat het uitzicht van de bestuurder goed moet zijn. Het betreft dan het uitzicht door de voorruit, de voorste zijruiten en het zicht naast en achter de auto met behulp van spiegels of een camerasysteem. Lees artikel 5.18.4 maar eens door. ### Het voortbewegen van een aanhangwagen en het slepen van andere motorvoertuigen Het voortbewegen van een aanhangwagen en het slepen van andere motorvoertuigen Het voortbewegen van een aanhangwagen De inhoud van artikel 5.18.1, lid 1 is heel duidelijk. Met een personenauto mag je niet meer dan 1 aanhangwagen voortbewegen. Slepen van andere motorvoertuigen: In het RVV heb je kunnen lezen dat je met je personenauto een ander motorvoertuig mag slepen als de tussenafstand tussen beide motorvoertuigen maar niet bedraagt dan vijf meter. Artikel 5.18.2, lid 1 en 6 stellen nog wat extra eisen: Je mag met je auto maximaal 1 motorvoertuig slepen, Een motorfiets of een samenstel van voertuigen, bijvoorbeeld een andere auto met aanhangwagen, mag je niet met een personenauto slepen. ### De gebruikseisen De gebruikseisen Tot zover de behandeling van de permanente eisen die gelden voor een personenauto. De uitleg die hieronder volgt gaat over de eisen die zijn vastgelegd in afdeling 18, de gebruikseisen. In de inleiding is het verschil tussen de permanente eisen en de gebruikseisen aan bod gekomen. We herhalen de indeling van de eisen nog een keer om je geheugen op te frissen: De Regeling voertuigen kent drie soorten voertuigeisen: toelatingseisen, permanente eisen en gebruikseisen. Toelatingseisen: Deze eisen zijn van toepassing op kentekenplichtige voertuigen zoals personenauto’s.  Auto’s mogen pas op de Nederlandse markt verschijnen als ze aan de toelatingseisen voldoen. Het voertuig moet dan eerst een typekeuring ondergaan. Pas als het voertuig is goedgekeurd wordt een kenteken afgegeven en mag het worden toegelaten tot de Nederlandse markt en de openbare weg. Permanente eisen: Dit zijn eisen waaraan het voertuig bij gebruik op de weg dient te voldoen. Gebruikseisen:Dit zijn eisen die gelden voor het omgaan met het voertuig. Denk hierbij onder andere aan: het koppelen van een aanhangwagen en het vervoeren van lading. ### Diversen Diversen Signalen Het RVV bepaalt dat onder andere de bestuurder van een personenauto, een geluids- of knippersignaal mag geven om dreigend gevaar af te wenden. Het geven van een knippersignaal gebeurt vaak door het kort geven van een signaal met de grote lichten. Het geven van een geluidssignaal gebeurt door middel van de claxon.   Artikel 5.2.71 stelt dat een personenauto moet zijn voorzien van een claxon die goed werkt. Het geluidssignaal moet ééntonig zijn. Een claxon mag uit meerdere hoorns bestaan maar dan moeten deze ééntonige hoorns tegelijkertijd werken. Een claxon die een deuntje afspeelt is dus verboden.   Hybride elektrische of elektrische personenauto’s mogen zijn voorzien van een akoestisch voertuigwaarschuwingssysteem dat werkt tot het voertuig een snelheid van 25 km/h heeft bereikt. ### Overige eisen verlichting Overige eisen verlichting De Regeling voertuigen bepaalt niet alleen welke verlichting op een personenauto moet of mag zitten, de artikelen 5.2.55 en 5.2.59a stellen nog aanvullende eisen. De tekst hieronder geeft een samenvatting van beide artikelen weer: De lichtarmaturen of de onderdelen daarvan moeten goed, deugdelijk aan de personenauto zijn bevestigd. Het glas van de verlichting mag niet ontbreken of zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst of het lichtbeeld nadelig wordt beïnvloed. Lichten met dezelfde functie moeten: Ongeveer even groot zijn, Dezelfde kleur hebben, Dezelfde sterkte hebben. De hierboven genoemde eisen gelden voor alle soorten verlichting die in beide schema’s zijn genoemd. Voor de verplichte verlichting komen daar nog de volgende eisen bij: Deze verlichting moet goed werken. Het lichtdoorlatend deel mag maximaal 25% zijn afgeschermd. De reflectoren die verplicht op een auto moeten zitten mogen niet zodanig kapot zijn dat de retro-reflecterende werking zou verminderen. Soms kunnen de dimlichten van een personenauto door de bestuurder worden versteld. Als dit mogelijk is, moet deze installatie goed werken. ### Lichten, lichtsignalen en retro-reflecterende voorzieningen. Lichten, lichtsignalen en retro-reflecterende voorzieningen. In het overzicht hiernaast zijn de artikelen 5.2.51 en 5.2.53 samengevoegd. Leer uit je hoofd welke verlichting verplicht op een moderne personenauto moet zitten en welke kleur deze verlichting moet hebben. Vergeet aub ook de bijzonderheden niet. In het overzicht hiernaast zijn de artikelen 5.2.57 en  5.2.59 samengevoegd. Leer uit je hoofd welke verlichting, naast de verplichte verlichting nog meer op een personenauto mag zijn aangebracht en welke kleur deze verlichting moet hebben. Vergeet ook nu weer de bijzonderheden niet. Weet je hoe alle genoemde soorten verlichting er uit zien? Zoek op internet eens afbeeldingen van de soorten verlichting die je niet goed kent. Zo krijg je er een beter beeld van. ### Scherpe delen Scherpe delen Om bij een botsing of een aanrijding de kans op letsel aan andere personen zoveel mogelijk te voorkomen, bepaalt artikel 5.2.48 dat personenauto’s niet mogen zijn voorzien van scherpe delen. Als een personenauto toch is voorzien van scherpe delen moeten deze zijn afgedekt.   Voorzieningen aan de voorkant van de auto die de kans op letsel vergroten zoals bijvoorbeeld een zogenaamde metalen Bullbar, zijn verboden. Lees dit artikel maar eens:   https://autovandaag.nl/autonieuws/110/verbod-op-metalen-bullbars/   De hierboven beschreven verboden gelden niet als de voorzieningen of scherpe delen zich meer dan 2 meter boven het wegdek bevinden. ### Autogordels Autogordels Ter bescherming van de bestuurder en de passagiers moeten personenauto’s zijn voorzien van autogordels. De gordels moeten zijn aangebracht bij alle zitplaatsen die naar voren of naar achteren zijn gericht. Lid 5 en 6 van artikel 5.2.47 bepalen dat de gordels niet beschadigd mogen zijn. Dat is logisch omdat door een beschadiging, de gordel minder sterk zou kunnen zijn en daarmee een minder goede bescherming bieden. Als de gordels vaak worden gebruikt gaan ze wel eens pluizen. Deze pluisvorming wordt niet als beschadiging aangemerkt.   Vanzelfsprekend moeten de gordels deugdelijk zijn bevestigd.   Als je een autogordel “om doet” klik je de gordel vast. De sluiting van de gordels moet goed werken. Dat geld ook voor de blokkering. Een oprolmechanisme moet ervoor zorgen dat de gordel “strak” aansluit op je lichaam. Een loszittende gordel biedt een minder goede bescherming. ### Zitplaatsen Zitplaatsen Personenauto’s zijn voorzien van zitplaatsen, zowel voorin als achterin. Deze zitplaatsen moeten volgens lid 3 van artikel 5.2.46 goed zijn bevestigd. Vaak kunnen de zitplaatsen voorin de auto versteld worden. Zowel naar voren als naar achteren, vaak ook in hoogte. Ook de rugleuning kan worden aangepast aan de bestuurder en de passagier.   Artikel 5.2.46 lid 3 bepaalt dat als een zitplaats versteld kan worden dat de stoel en de rugleuning goed moeten zijn vergrendeld. De stoel moet dus blijven staan in de stand die is ingesteld. ### Verplichte spiegels Verplichte spiegels Om een goed zicht rondom de personenauto te hebben zijn er niet alleen eisen gesteld aan de ruiten van de auto, ook zijn spiegels verplicht. Een moderne auto moet op grond van artikel 5.2.45 zijn voorzien van tenminste drie spiegels: Een linkerbuitenspiegel, Een rechterbuitenspiegel en Een binnenspiegel. Voor deze spiegels geldt dat ze goed stevig (deugdelijk) moeten zijn bevestigd en het glas mag niet zijn gebroken of erg verweerd. ### Ruitenwissers, ruitensproeiers en ontwaseming Ruitenwissers, ruitensproeiers en ontwaseming Zoals bij artikel 5.2.42 beschreven, hebben niet alle personenauto’s een voorruit. Personenauto’s die dat wél hebben op grond van artikel 5.2.43 moeten zijn voorzien van: Goedwerkende ruitenwissers, Goedwerkende ruitensproeier en Goedwerkende blowers (zie hiervoor artikel 5.2.44). Goed zicht voor de bestuurder is, vanuit veiligheidsoogpunt, erg belangrijk. Toch nemen veel bestuurders het niet zo nauw met een goed uitzicht. Ga niet rijden als het zicht onvoldoende is. Het is onveilig en het kan een fikse boete opleveren, bekijk dit krantenartikel maar eens: boete bij niet krabben. ### Carrosserie Carrosserie Voor- en zijruiten: De meeste personenauto’s zijn voorzien van ruiten maar dat is niet altijd zo. Denk bijvoorbeeld maar aan een Jeep. De voorruit en de beide zijruiten mogen volgens lid 1 van artikel 5.2.42 niet zijn verkleurd of beschadigd. Ook mogen deze ruiten niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen zoals stickers of vlaggetjes die het uitzicht van de bestuurder zouden kunnen verminderen. De voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten moeten voldoende licht doorlaten, niet minder dan 55%. ### De parkeerrem De parkeerrem Personenauto’s moeten niet alleen zijn voorzien van een bedrijfsrem, ook een parkeerrem is verplicht. Deze parkeerrem is vaak uitgevoerd in de vorm van een handrem maar dat hoeft niet.   De parkeerrem moet volgens artikel 5.2.39 op tenminste twee wielen werken. Je merkt dit bijvoorbeeld als je een hellingproef uitvoert met behulp van de parkeerrem. Als je de parkeerrem in werking stelt en de voetrem loslaat, rolt de auto nog vaak wat naar beneden. ### De bedrijfsrem De bedrijfsrem Als de bestuurder van een personenauto op het rempedaal trapt, wordt daarmee de “bedrijfsrem” bediend. Deze bedrijfsrem moet op alle wielen werken.   Als de werking van de remmen bij het ene wiel wat minder is als bij de andere wielen, is dat toegestaan. Op het moment dat het verschil zo groot is dat de auto daardoor zou kunnen uitbreken, is dat verboden. Zie hiervoor artikel 5.2.38 lid 4 en 5. ### Hydraulisch remsysteem Hydraulisch remsysteem Personenauto’s zijn, wellicht op een enkele uitzondering na, uitgerust met een zogenaamd hydraulisch remsysteem. Dat houdt in het remsysteem vloeistof aanwezig is waarmee geremd kan worden. Te weinig vloeistof zal inhouden dat de remmende werking zal verminderen met alle mogelijke gevolgen van dien. Daarom bepaalt artikel 5.2.32 dat het reservoir voldoende moet zijn gevuld en dat het reservoir moet zijn afgesloten met een passende dop. ### Reminrichting Reminrichting Personenauto’s moeten zijn voorzien van een remsysteem. Lid 1 van artikel 5.2.31 beschrijft de eisen waaraan de onderdelen van het remsysteem moeten voldoen. De onderdelen: Moeten deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde middelen. Mogen niet te veel zijn geroest. Mogen niet zijn beschadigd. Mogen niet zijn gescheurd. Mogen niet zijn gebroken. Geen lekkages vertonen. De remschijven mogen niet zodanig zijn beschadigd dat ze zouden kunnen breken. ### Stuurinrichting Stuurinrichting Iedere personenauto moet zijn voorzien van een stuurinrichting. Zo’n inrichting maakt het mogelijk dat we niet alleen rechtuit kunnen rijden maar ook dat we bochten kunnen nemen of uit kunnen wijken voor obstakels.   Vanuit veiligheidsoogpunt bepaalt lid 1 van artikel 5.2.29 dat de bestuurde wielen goed moeten reageren op het moment dat de bestuurder aan het stuur draait.   Moderne personenauto’s zijn uitgerust met een stuurbekrachtiging. Hierdoor hoeft de bestuurder van de auto niet zoveel kracht te zetten als er gestuurd moet worden. Lid 9 bepaalt dat de stuurbekrachtiging goed moet werken. ### Vering Vering Om het rijcomfort te verhogen maar ook om het contact tussen band en wegdek zoveel mogelijk te waarborgen, bepalen lid 1 en 3 van artikel 5.2.28 dat personenauto’s moeten zijn voorzien van goedwerkende vering en schokdempers. Ook moeten de schokdempers goed (deugdelijk) zijn bevestigd.   Hoewel banden ietsje veren, behoren ze niet tot het veersysteem. ### De banden Lid 6 tot en met 10 bepalen, naast de reeds genoemde rijrichting, dat het loopvlak van de band geen metalen elementen mag bevatten die tijdens het rijden kunnen uitsteken.   De banden die op één as zitten moeten dezelfde maataanduiding hebben, behalve wanneer een nood- of reservewiel wordt gebruikt. Hierdoor is het mogelijk om bijvoorbeeld een “thuiskomertje” te monteren als één van de banden lek is. Het vervolgens wekenlang door blijven rijden met dat thuiskomertje is dan niet de bedoeling.   Uiteraard moeten de banden goed op spanning zijn. Hierbij moet de spanning worden aangehouden die door de fabrikant, voor die band, is voorgeschreven. Als de fabrikant de spanning niet heeft voorgeschreven, moeten de banden op één as, dezelfde spanning hebben met een maximaal verschil van 0,3 bar.   Als de personenauto is voorzien van een controlesysteem voor de bandenspanning, mag dit systeem geen defect vermelden. ### Ophanging Ophanging De banden: Banden zorgen voor het contact tussen auto en wegdek en zijn daarmee erg belangrijk voor de veiligheid. Logisch dus dat aan de banden van een personenauto behoorlijk wat eisen worden gesteld.   Lid 1 tot en met 4 van artikel 5.2.27 bepalen dat personenauto’s moeten zijn voorzien van luchtbanden. Deze banden mogen geen uitstulpingen vertonen of zodanig zijn beschadigd dat het karkas van de band zichtbaar is. Om het water en vuil goed af te kunnen voeren moet de profieldiepte tenminste 1,6 millimeter bedragen met uitzondering van de slijtage-indicatoren. Alle autobanden hebben een draairichting. Deze draairichting wordt op de band aangegeven met een pijl. Wanneer er geen pijl op de band staat, wordt het woord “outside” op de band vermeld. Dat betekent, dat deze kant van de band altijd naar de buitenkant van de auto geplaatst moet worden. ### Stabiliteitscontrolesysteem Stabiliteitscontrolesysteem Moderne auto’s worden steeds vaker uitgerust met systemen die de bestuurder ondersteunen als de auto dreigt te gaan slippen. Zo’n slip zou bijvoorbeeld op kunnen treden bij een plotselinge uitwijkmanoeuvre of als een bocht verkeerd wordt ingeschat. Zo’n ESP-systeem is aangebracht ter verhoging van de veiligheid.   Artikel 5.2.26, lid 2 bepaalt dat het waarschuwingssysteem geen defect mag aangeven. Als het controlesysteem, bijvoorbeeld bij het starten van de auto, een defect of storing aangeeft in het stabiliteitssysteem, moet de auto naar de garage worden gebracht. Daar kan de storing dan worden uitgelezen en eventueel worden verholpen. In geval van twijfel wordt een rijproef uitgevoerd. ### De assen De assen De wielen en velgen van een personenauto mogen niet: Gebroken, Gescheurd, Slecht gelast, Te veel geroest of Te veel vervormd zijn. De wielen en velgen moeten op een goede manier (deugdelijk) aan de auto zijn bevestigd. Belangrijk hierbij is dat artikel 5.2.24 omschrijft dat de wielen en de velgen moeten zijn bevestigd met “alle daarvoor bestemde bevestigingsmiddelen”. ### Krachtoverbrenging Krachtoverbrenging Lid 1 van artikel 5.2.15 bepaalt dat personenauto’s moeten zijn voorzien van een snelheidsmeter. Vaak wordt de snelheidsmeter ook wel kilometerteller genoemd wat onjuist is. Een snelheidsmeter laat zien hoe hard er op een bepaald moment met de auto gereden wordt. Een kilometerteller laat zien hoeveel kilometer er daadwerkelijk met de auto gereden is.   De snelheidsmeter moet: Goed werken, Goed afleesbaar zijn voor de bestuurder als het donker is. ### Aandrijflijn van elektrische personenauto's Aandrijflijn van elektrische personenauto's Artikel 5.2.12a is één van de weinige artikelen opgenomen in de Regeling voertuigen, die de eisen beschrijft waaraan de aandrijflijn van volledig elektrische personenauto’s en hybride auto’s moet voldoen.   De onderdelen van de elektrische aandrijflijn: a. moeten deugdelijk zijn; b. moeten deugdelijk zijn bevestigd; c. mogen niet zijn beschadigd; d. mogen geen lekkage vertonen; e. moeten goed zijn afgeschermd, met uitzondering van de kabelset; f. moeten goed zijn geïsoleerd.   Leer deze eisen uit het hoofd. ### Lekkages Lekkages Artikel 5.2.11a van de Regeling voertuigen bepaalt dat bij moderne auto’s de onderdelen die niet behoren tot: het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, niet veel mogen lekken. Water mag wel afgevoerd worden. Accu en elektrische bedrading Aan de accu en aan de elektrische bedrading zijn door middel van artikel 5.2.12, eisen gesteld. Zowel de accu en de elektrische bedrading moeten goed (deugdelijk) zijn bevestigd. Daarnaast geldt dat de bedrading goed moet zijn geïsoleerd. Dit om bijvoorbeeld brand te voorkomen. ### Eisen uitlaatsysteem Eisen uitlaatsysteem Zoals al eerder beschreven worden de meeste personenauto’s voortgedreven door een verbrandingsmotor. Bij het verbrandingsproces worden uitlaatgassen gevormd die door middel van het uitlaatsysteem worden afgevoerd.   Volgens lid 1, 2 en 3 van artikel 5.2.11 van de Regeling voertuigen moet het uitlaatsysteem op een goede (deugdelijke ) manier aan de auto zijn bevestigd en mogen er over de gehele lengte geen lekkages in het uitlaatsysteem zitten. De uitlaat moet over de hele lengte gasdicht zijn. Met andere woorden: de uitlaatgassen mogen alleen via de de daarvoor bestemde opening, naar buiten worden afgevoerd. Afwateringsgaatjes mogen wel zijn aangebracht. In de buurt van de uitlaatopening mag het “lawaai” dat wordt geprocuceerd maximaal 2dB(a) hoger zijn dan het geluidsniveau dat in het kentekenregister voor deze auto is vastgelegd. ### Eisen LPG-installatie Eisen LPG-installatie Als een personenauto op LPG rijdt zijn aan dit brandstofsysteem enkele eisen gesteld. In artikel  5.2.10 van de Regeling voertuigen, lid 2 en 3, zijn eisen beschreven die gelden voor de LPG-tank. De tank: Moet blijvend (permanent) zijn aangebracht, Mag alleen wat roest vertonen op de oppervlakte, Mag niet ingedeukt zijn. Vanwege de veiligheid mag de tank niet in de motorruimte zijn geplaats. Dat is de reden waarom een LPG-tank vaak in de kofferbak wordt geplaatst. Lid 6 stelt dat het tanken van LPG alleen buiten het voertuig moet kunnen plaatsvinden. De aansluiting waarmee dit tanken gebeurt moet zijn voorzien van een stofkap. De stofkap hoeft niet te zijn aangebracht als de vulopening op een andere manier tegen water en vuil is afgeschermd. ### Motor en brandstof systeem Motor en brandstof systeem De meeste personenauto’s zijn voorzien van een verbrandingsmotor waarin een fossiele brandstof, zoals benzine, diesel of LPG, tot verbranding wordt gebracht. Lid 2 en lid 3 van artikel 5.2.9 van de Regeling voertuigen bepalen dat het brandstofsysteem van een personenauto: Geen lekkage mag vertonen. De vulopening moet zijn afgesloten met een goed passende tankdop. Het komt vaak voor dat automobilisten, bijvoorbeeld na het tanken, vergeten de tankdop terug te draaien. Lees het krantenartikel maar eens door te klikken op deze link: https://0297.nl/nieuws/74275/auto-vergeet-tankdop-verliest-brandstof-scooter-onderuit   ### Paragraaf 2: afmetingen en massa’s. Paragraaf 2: afmetingen en massa’s. Personenauto’s mogen niet hoger, breder en langer zijn dan in artikel 5.2.6 van de Regeling voertuigen is bepaald, namelijk: - niet langer dan 12,00 m; - niet breder dan 2,55 m, en - niet hoger dan 4,00 m.   De vaststelling van deze afmetingen gebeurt als de personenauto niet beladen is. De buitenspiegels worden buiten beschouwing gelaten bij de vaststelling van de breedte. ### Paragraaf 0: Algemeen Paragraaf 0: Algemeen Een personenauto mag pas op de Nederlandse weg worden toegelaten als voor die personenauto een kenteken is afgegeven.  Artikel 5.2.1 van de Regeling voertuigen bepaalt dat de personenauto niet mag afwijken van de gegevens die op de kentekencard of op het kentekenbewijs zijn vermeld. Een personenauto moet, zowel aan de voorkant als aan de achterkant, zijn voorzien van de juiste, goedgekeurde, kentekenplaten. Deze kentekenplaten moeten zijn voorzien van een goedkeuringsmerk en moeten “deugdelijk” aan de auto zijn bevestigd. Ze moeten goed leesbaar zijn en niet mogen zijn afgeschermd. Rijden met een afgeplakte kentekenplaat is dus niet toegestaan. Een personenauto moet zijn voorzien van een chassisnummer. Dat nummer moet goed leesbaar zijn en op een vast voertuigdeel zijn ingeslagen.  ### Permanente eisen voor personenauto's Permanente eisen voor personenauto's Zoals eerder aangegeven staan de permanente eisen voor personenauto’s beschreven in afdeling 2 van hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen. Deze afdeling begint met te bepalen dat iedere personenauto moet voldoen aan de eisen zoals die zijn omschreven in afdeling 2. Hiermee stelt de wetgever dus een basisregel. Personenauto’s moeten volgens artikel 5.2.0 van de Regeling voertuigen, aan de inrichtingseisen voldoen.   Ook de manier waarop personenauto’s tijdens de APK gekeurd moeten worden, moet plaatsvinden zoals in afdeling 2 is beschreven. ### Wat is de regeling voertuigen? Wat is de regeling voertuigen? De wettelijke basis van de regeling voertuigen. De Regeling voertuigen is gebaseerd op de Wegenverkeerswet 1994. Lees lid 1 van artikel 71 van de Wegenverkeerswet 1994 maar eens goed door.   In dit lid wordt beschreven dat in de Regeling voertuigen regels zijn gesteld voor: Voertuigen waarmee op de weg wordt gereden, en Voertuigen die op de weg staan.   Regeling voertuigen, de opbouw De gehele Regeling voertuigen bestaat uit 1071 artikelen, verdeeld over 11 hoofdstukken. De toelatingseisen voor ieder voertuig staan beschreven in hoofdstuk 3. De permanente eisen zijn, per voertuig, terug te vinden in hoofdstuk 5.   In afdeling 2 van dit hoofdstuk staan alle permanente eisen beschreven die gelden voor de personenauto.   De gebruikseisen zijn terug te vinden in afdeling 18 van hoofdstuk 5. Klik maar eens op de onderstaande link en kijk maar eens naar de inhoudsopgave.   Regeling voertuigen De houdsopgave zie je links in het scherm. ### Studieaanwijzing Studieaanwijzing In dit hoofdstuk beperken we ons tot de relevante inrichtingseisen die betrekking hebben op de moderne personenauto. De aangeboden leerstof is uitsluitend gebaseerd op de artikelen die zijn genoemd in het Brondocument Fase 1A van IBKI. De artikelen die niet in het brondocument zijn genoemd, zullen niet worden bevraagd tijdens het examen Fase 1A. Ook de bepalingen die “de wijze van keuren” beschrijven, komen tijdens het examen voor rijinstructeur, niet aan bod. Op de volgende schermen tref je de toelichting van de relevante artikelen. In iedere toelichting vind je een link naar het betreffende artikel in de Regeling voertuigen. Door op de link te klikken, kom je in de Regeling voertuigen terecht. Vergelijk de tekst van de artikelen met de toelichting op de schermen.   Probeer zo een beeld te vormen van hetgeen de betreffende artikelen inhouden. Leer de bepalingen van buiten. Over de inhoud van de artikelen zullen vragen worden gesteld tijdens het examen Fase 1A: inhoudsdeskundigheid. ### Inrichtingseisen van voertuigen Inrichtingseisen van voertuigen Alle voertuigen die in Nederland gebruikmaken van de openbare weg moeten aan de inrichtingseisen voldoen. De controle hierop vindt voornamelijk plaats door de politie maar ook tijdens de verplichte APK. De Regeling voertuigen kent drie soorten voertuigeisen: toelatingseisen, permanente eisen en gebruikseisen.   Toelatingseisen: Deze eisen zijn van toepassing op kentekenplichtige voertuigen zoals personenauto’s.  Auto’s mogen pas op de Nederlandse markt verschijnen als ze aan de toelatingseisen voldoen. Het voertuig moet dan eerst een typekeuring ondergaan. Pas als het voertuig is goedgekeurd wordt een kenteken afgegeven en mag het worden toegelaten tot de Nederlandse markt en de openbare weg. Permanente eisen:  Dit zijn eisen waaraan het voertuig bij gebruik op de weg dient te voldoen. Gebruikseisen: Dit zijn eisen die gelden voor het omgaan met het voertuig. Denk hierbij onder andere aan: het koppelen van een aanhangwagen en het vervoeren van lading.   ### Tot slot - WVW 3 Tot slot In deze les zijn de overige wetten en reglementen behandeld. De gehele wetgeving kun je hier lezen: WVW hoofdstuk IV WVW hoofdstuk V WVW hoofdstuk VI WVW hoofdstuk IX WVW hoofdstuk XII Wet rijonderricht motorrijtuigen (WRM) Kentekenreglement (KR) Wegenverkeerswet WVW Hoofdstuk IV Kentekens en kentekenbewijzen Kentenkenplicht Kentekens Hoofdstuk V Gebruik van voertuigen op de weg Algemene bepalingen Periodieke keuringsplicht Hoofdstuk IV Rijvaardigheid en rijbevoegdheid Rijbewijsplicht Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen Aanvraag van rijbewijzen Geldigheidsduur + Afdeling 7. Verlies van geldigheid Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid Hoofdstuk IX Handhaving   Hoofdstuk XII Civiele aansprakelijkheid   Wet Rijonderricht motorrijtuigen WRM Hoofdstuk III Rijonderricht rijonderricht Kentekenreglement KR Hoofdstuk IV  inschrijven in het kentekenregister en tenaamstelling ### Overdracht kentekenbewijs Overdracht kentekenbewijs Overdracht kenteken aan particulieren Het gestelde in artikel 26 KR wordt in het onderstaande schema in 7 stappen uitgewerkt: De nieuwe eigenaar/houder gaat met de kentekencard en de volledige tenaamstellingscode of het Tenaamstellingsbewijs en het Overschrijvingsbewijs en zijn geldige legitimatiebewijs naar het kentekenloket. Bij het kentekenloket laat hij het kenteken op zijn naam overschrijven. Na afloop van de transactie krijgt de nieuwe eigenaar/houder 2 documenten mee: het vrijwaringsbewijs en het tenaamstellingsverslag. Hij geeft het vrijwaringsbewijs aan de vorige eigenaar/houder. Het tenaamstellingsverslag houdt hij zelf. Het tenaamstellingsverslag is een schriftelijk verslag van de transactie en bevat het eerste deel, de eerste 4 cijfers van de tenaamstellingscode. Als er een kentekencard was, wordt deze ter plekke doorgeknipt. De doorgeknipte kentekencard wordt teruggegeven aan de vorige eigenaar/houder. Gaat het om een papieren kentekenbewijs dan moet er een groot kruis doorheen gezet worden. Ook deze wordt teruggegeven aan de vorige eigenaar/houder. De Dienst Wegverkeer (RDW) stuurt de nieuwe kentekencard vervolgens per post naar de nieuwe eigenaar/houder. Bij de nieuwe kentekencard ontvangt de eigenaar/houder ook het tweede deel van de tenaamstellingscode. Samen vormen de 2 delen de volledige tenaamstellingscode, bestaande uit 9 cijfers in totaal. Het is belangrijk om de tenaamstellingscode goed en apart van de kentekencard te bewaren. Voor meer info over het Kentekenbewijs en de Kentekencard zie volgende info: Kentekencard 2014 De RDW moet binnen 14 dagen de nieuwe eigenaar/houder voorzien van een kentekencard. Is deze nog niet ontvangen bij de eigenaar/houder, dan mag de eigenaar/houder niet met het desbetreffende voertuig de weg op. Plaatsing van de kentekenplaat (artikel 5 KR en artikel 40 WVW) De kentekenplaat: moet behoorlijk aan de voor- en de achterzijde van het voertuig zichtbaar zijn; moet op maximaal twee meter boven het wegdek zijn geplaatst; moet aan de achterzijde van het voertuig op twintig meter afstand zichtbaar zijn; mag geen karakters bevatten die door bevestigingsmiddelen zijn beschadigd; mag aan de achterzijde van het voertuig niet zijn bedekt met doorzichtig materiaal; mag geen afgeschermde karakters hebben; de plaat moet door de Dienst Wegverkeer goedgekeurd zijn; moet aan de achterzijde van het voertuig verlicht kunnen worden. ### Verlies geldigheid kenteken Verlies geldigheid kenteken Verlies van de geldigheid van het kentekenbewijs (artikel 17 KR en artikel 57 KR) Het kentekenbewijs is in principe geldig van “koop tot sloop” maar kan zijn geldigheid verliezen door: het onbevoegd aanbrengen van wijzigingen; afgifte van een nieuw of vervangend kentekenbewijs; tijdens schorsing; ongeldigheidsverklaring. Een kentekenbewijs dat de geldigheid heeft verloren moet worden ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer. Ongeldig verklaren van het kentekenbewijs Dit kan op grond van: vermelding van onjuiste gegevens bij de aanvraag; als voor het voertuig een nieuw kenteken is opgegeven; het niet betalen van belasting; het niet voldoen van het voertuig aan de toelatingseisen tot de weg; het niet voldoen van het voertuig aan de inrichtingseisen; het onvrijwillig verlies van de beschikking over het voertuig door de eigenaar of houder bijvoorbeeld wegens diefstal; het voorgoed buiten gebruik stellen van het voertuig, bijvoorbeeld bij sloop ervan; het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig; een bestemming voor gebruik van het voertuig buiten de weg; het niet meer woonachtig zijn in Nederland van de persoon aan wie het kentekenbewijs is afgegeven. Lees meer:  RDW Kentekenbewijs ### Wet Rijonderricht Motorrijtuigen Wet Rijonderricht Motorrijtuigen Bevoegdheid tot het geven van rijonderricht (artikel 7 WRM) Volgens lid 1 van artikel 7 WRM moet degene die rijonderricht geeft in het besturen van enige motorrijtuigcategorie, in het bezit zijn van een certificaat. Dit certificaat wordt ook wel bevoegdheidspas genoemd en wordt afgegeven door IBKI te Nieuwegein. Het certificaat moet: geldig zijn voor het soort rijonderricht dat wordt gegeven; voldoen aan de inrichtings- en uitvoeringseisen en; leesbaar zijn. Uitzonderingen (artikel 8 WRM) De verplichting om in het bezit te zijn van het certificaat tijdens het geven van rijonderricht geldt niet voor: Militaire rijinstructeurs en; Politierijinstructeurs. Zij moeten dan wel werkzaam zijn binnen hun dienstverband en in het bezit zijn van een diploma. Afgifte van het certificaat (artikel 9 WRM) Het certificaat wordt tegen betaling afgegeven aan: degene die het examen ten aanzien van zijn stage (fase 3a van deze instructeursopleiding) met goed gevolg heeft afgelegd; degene die aan alle eisen ten aanzien van de theorie- en praktijkbijscholing heeft voldaan; degene die in het bezit is van een geldig buitenlands instructeursbewijs of; degene die in het bezit is van een militair- of politie-instructeursbewijs. Dit bewijs moet geldig zijn en mag niet langer dan zes maanden voor de datum van afgifte zijn afgegeven. Om het examen af te mogen leggen is een vooropleidingseis vastgesteld. Voldoe je niet aan deze opleidingseis, dan kan aan een geschiktheidstest worden deelgenomen. Bij voldoende resultaat mag alsnog aan de examens deel worden genomen. Geldigheidsduur van de certificaten (artikel 13 WRM) Als het een certificaat betreft ten aanzien van het uitvoeren van de stage voor de categorie B, dan is deze maximaal 12 maanden geldig. Voor alle andere categorieën, met uitzondering van de categorie E, is deze 6 maanden geldig. De categorie E is uitgezonderd voor de stage. Mocht deze periode door omstandigheden niet worden gehaald, wordt er maximaal een verlenging gegeven van 4 maanden. Als het een certificaat betreft voor het uitvoeren van rijonderricht, is dit certificaat maximaal 5 jaren geldig. Ook hier geldt in hoge uitzondering dat dit certificaat met maximaal 12 maanden verlengd zou kunnen worden. Verlies geldigheid certificaat (artikel 14 WRM) Het certificaat verliest zijn geldigheid indien: er een nieuw certificaat wordt afgegeven; een vervangend certificaat (duplicaat) wordt afgegeven; er onbevoegd wijzigingen worden aangebracht; het certificaat ongeldig wordt verklaard door het IBKI. Ongeldigheidsverklaring van het certificaat (artikel 15 WRM) Het certificaat wordt ongeldig verklaard indien: er onjuiste gegevens op staan of vermeld zijn geworden tijdens de aanvraag van dit certificaat; per abuis aan de houder is afgegeven; de stagebeoordeling 3 maal met onvoldoende resultaat wordt afgelegd; tijdens de bijscholing niet heeft voldaan aan 3 maal theoriebijscholing; tijdens de bijscholing niet heeft voldaan aan 2 maal praktijkbegeleiding; dat de 2 bovengenoemde onderdelen van de bijscholing niet in de periode van 5 jaar afgerond is geworden. Deze bovenstaande ongeldigheidsverklaring gaat van kracht op de zevende dag nadat deze bekend gemaakt is. De houder van dit certificaat zal het dan ook moeten inleveren bij het IBKI. ### Civiele aansprakelijkheid Civiele aansprakelijkheid Aansprakelijkheid We onderscheiden 2 soorten van aansprakelijkheid: strafrechtelijke aansprakelijkheid; Dit is een zaak tussen burger en staat. Bijvoorbeeld het overtreden van verkeersregels. civielrechtelijke aansprakelijkheid: Dit is een zaak tussen burgers. Bij een ongeval vraag je aan de schuldige partij een vergoeding voor de geleden schade. Artikel 185 WVW regelt de civielrechtelijke aansprakelijkheid bij ongevallen tussen motorrijtuigen en anderen. Artikel 185 WVW wordt gebruikt door de verzekeringsmaatschappij voor de schaderegeling en dit staat dus los van de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Artikel 185 WVW is in het leven geroepen ter bescherming van de zwakkere verkeersdeelnemers en het luidt als volgt: 'Indien een motorrijtuig waarmee op een weg wordt gereden, betrokken is bij een ongeval met schade aan niet door dat motorrijtuig vervoerde personen of zaken, is de eigenaar of houder verplicht om die schade te vergoeden, tenzij de eigenaar of houder kan aantonen dat er sprake is van overmacht.' Bij dit artikel geldt 'omgekeerde bewijslast'. De eigenaar of houder moet aantonen dat hij onschuldig is. Hij is dus verplicht de schade te vergoeden tenzij hij zijn onschuld zelf kan bewijzen. De eigenaar of houder wordt ook aansprakelijk gesteld als hij het motorrijtuig niet zelf bestuurt. Dit geldt echter niet bij diefstal en joyriding. Het is niet onverstandig een rechtsbijstandsverzekering af te sluiten om in dergelijke gevallen van juridische hulp verzekerd te zijn. Artikel 185 WVW is alleen maar van toepassing op schade veroorzaakt door een motorrijtuig aan: niet aan het verkeer deelnemende motorrijtuigen; andere voertuigen, zowel rijdende als stilstaande; andere personen of goederen; geleide dieren. Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) is een Nederlandse wet. De WAM heeft als doel het beschermen van verkeersslachtoffers. De dader moet dan wel civielrechtelijk aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Na het afsluiten van deze verplichte verzekering, is de verzekeringsgever verplicht om uitbetaling te doen inzake civielrecht (artikel 3 WAM) en tevens zijn de bijrijders meeverzekerd. Niet verzekerd zijn dieven van het motorrijtuig (artikel 3 WAM). De Staat en mensen met gemoedsbezwaren tegen de WAM zijn vrijgesteld van deze verzekeringsplicht (art. 16 lid 1 WAM). Mensen met gemoedsbezwaren zijn wel verplicht een bedrag te storten in het Waarborgfonds Motorverkeer, dat genoemd is in artikel 23 WAM. Houders van het motorrijtuig zijn ook verplicht tot het sluiten van een WAM-verzekering (artikel 2 WAM): huurkoop, vruchtgebruik op het motorrijtuig. De benadeelde (het verkeersslachtoffer) kan rechtstreeks de verzekeraar aanspreken tot vergoeding van zijn schade (artikel 6 lid 1 WAM). De verzekeraar kan tegen deze benadeelde niet de verweren inroepen die hij tegen de verzekerde had op grond van de verzekeringsovereenkomst (artikel 11 WAM lid 1): hij moet dus ook de schade vergoeden wanneer de verzekerde het ongeval had veroorzaakt door rijden onder invloed. Later heeft hij dan het recht op verhaal (regres) op de verzekerde (artikel 15 WAM lid 1). Wanneer de benadeelde niet kan achterhalen wie de aansprakelijke persoon is, wanneer de verzekeraar te weinig geld heeft om uit te keren of wanneer de vergoedingsplicht niet wordt nagekomen, heeft hij recht op een bijdrage uit het Waarborgfonds Motorverkeer (artikel 25 WAM lid 1). Het Waarborgfonds heeft dan weer een recht op verhaal (regres) op de aansprakelijke personen (artikel 27 WAM lid 1). De WAM is van dwingend recht, tenzij in de wet anders aangegeven (artikel 16 WAM): er kan dus niet bij overeenkomst worden afgeweken. Nadere toelichting WAM via Judex.nl ### Handhaving Handhaving Toezicht en opsporing (artikel 160 WVW) In artikel 160 WVW zijn aan bepaalde personen bevoegdheden toegekend voor het houden van toezicht, controles etc. Deze personen worden genoemd in artikel 159 WVW en zijn onder andere: politie; aangewezen ambtenaren van de Rijksbelastingdienst; Dienst Wegverkeer, etcetera. Op eerste vordering van de bovengenoemde personen is een bestuurder van een motorrijtuig verplicht: Het voertuig te doen stilhouden. De volgende bewijzen behoorlijk ter inzage af te geven. deel IA en deel IB van het kentekenbewijs (kentekencard) van het motorrijtuig, maar ook van de aanhangwagen; het rijbewijs. Dit geldt ook voor een buitenlands rijbewijs en een internationaal rijbewijs; als ontheffing is verleend, de beschikking. Medewerking te verlenen aan een onderzoek van het voertuig. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd zich ervan te vergewissen of een voertuig aan de technische eisen voldoet of niet. Zo nodig kan het voertuig naar een bepaalde plaats worden overgebracht, waar het onderzoek zal plaatsvinden. Medewerking te verlenen aan een ademonderzoek (zie artikel 8 WVW, rijden onder invloed). Rijverbod (artikel 162 WVW) Artikel 162 WVW geeft aan wanneer een opsporingsambtenaar een rijverbod kan opleggen. Dat kan als de bestuurder, naar het oordeel van de opsporingsambtenaar onder zodanige invloed van een stof verkeert, dat hij onvoldoende in staat moet worden geacht het voertuig behoorlijk te besturen. Het rijverbod mag maximaal 24 uur duren en kan al worden opgelegd als iemand aanstalten maakt een voertuig te gaan besturen. Tijdens het rijverbod mag geen enkel voertuig worden bestuurd. Besturen tijdens ontzegging (artikel 9 WVW) Artikel 9 WVW geeft aan in welke gevallen het verboden is een motorrijtuig op de weg te besturen of te doen besturen. De volgende gevallen worden genoemd: Als een rechter, iemand een ontzegging van de rijbevoegdheid heeft opgelegd. Als een rijbewijs ongeldig is verklaard en er geen ander rijbewijs is afgegeven. Als die persoon tijdens de ongeldigverklaring zou gaan lessen, een rij-examen of een nader onderzoek moet afleggen is het besturen wel toegestaan. Als het rijbewijs om uiteenlopende redenen is gevorderd en niet is teruggegeven. Als de geldigheid van het rijbewijs is geschorst. ### Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (artikel 130 WVW, artikel 131 WVW en artikel 132 WVW) Artikel 130 WVW geeft aan dat een bevoegd opsporingsambtenaar het volgende kan doen: Het rijbewijs vorderen. Dat kan als bij de opsporingsambtenaar het vermoeden bestaat dat de bestuurder niet meer over de juiste rijvaardigheid of rijgeschiktheid beschikt. Het derde lid geeft aan dat het gebeurt als de veiligheid op de weg ernstig in gevaar wordt gebracht. Het motorrijtuig in bewaring stellen. Dat kan als er geen bestuurder voorhanden is of als de bestuurder niet aan de eerste vordering voldoet. De bevoegde opsporingsambtenaar doet hiervan zo snel mogelijk schriftelijk verslag bij de Minister, met feiten omkleed. In het geval van verkeersgevaarlijk gedrag moet ook het rijbewijs worden meegestuurd. In artikel 131 WVW en artikel 132 WVW wordt het volgende omschreven. Als het vermoeden bestaat dat een houder van een rijbewijs niet meer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of de juiste lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is afgegeven, moet hiervan schriftelijk mededeling (met redenen omkleed) aan de Minister worden gedaan. Als de Minister het nodig acht kan hij: besluiten dat de houder van het rijbewijs een onderzoek moet ondergaan naar de rijvaardigheid en/of de lichamelijke/geestelijke geschiktheid; de geldigheid van het rijbewijs schorsen (bij verkeersgevaarlijk gedrag), totdat hij een besluit heeft genomen op grond van het onderzoek dat de houder van het rijbewijs heeft moeten ondergaan; besluiten dat de houder van het rijbewijs zijn medewerking moet verlenen aan educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid. Het besluit van de Minister moet zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 4 weken, worden genomen. De houder van het rijbewijs is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de onderzoeken en/of aan de educatieve maatregelen die hem/ haar worden opgelegd. Blijft de houder van het rijbewijs in gebreke dan wordt het rijbewijs ongeldig verklaard. Verleent de houder van het rijbewijs zijn medewerking wel, dan zal het besluit van de Minister afhangen van de uitkomst van het onderzoek. Wordt het rijbewijs ongeldig verklaard, dan is de ongeldigverklaring van kracht met ingang van de zevende dag na die waarop het besluit aan de houder van het rijbewijs bekend is gemaakt. De houder is dan verplicht het rijbewijs in te leveren. Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA) Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) ### Verlies van geldigheid rijbewijs Verlies van geldigheid rijbewijs Verlies van geldigheid (artikel 122 WVW (artikel 25a RR), artikel 123 WVW en artikel 124 WVW) In artikel 122 WVW (artikel 25a RR) is bepaald wat de geldigheidsduur van een rijbewijs is. De geldigheid van een rijbewijs B is maximaal 10 jaar en kan daarna telkens met maximaal 10 jaar verlengd worden. Dit kan tot de aanvrager de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Hierna is verlenging afhankelijk van de leeftijd. nog geen 65? het rijbewijs is nog 10 jaar geldig. Medische keuring niet noodzakelijk. tussen 65 en 70? het rijbewijs is geldig tot 75 jaar. Medische keuring niet noodzakelijk. ouder dan 70? het rijbewijs is 5 jaar geldig. Medische keuring noodzakelijk indien rijbewijs verloopt op de 75ste verjaardag of daarna. ouder dan 75? elke 5 jaar een verplichte medische keuring. Na elke keuring is het rijbewijs maximaal 5 jaar geldig. ​​​​​​​Bovenstaande genoemde medische keuring omvat een geneeskundig verslag van een geregistreerde arts. Dit verslag moet binnen twee weken bij het CBR aanwezig zijn (artikel 100 WVW (lid 3)). Artikel 123 WVW geeft aan wanneer een rijbewijs ongeldig wordt. Een rijbewijs verliest zijn geldigheid door: afgifte van een nieuw of vervangend rijbewijs; omwisseling van een buitenlands rijbewijs; tijdens ontzegging van de rijbevoegdheid; het onbevoegd wijzigen van het rijbewijs; overlijden van de rijbewijshouder; ongeldig verklaren van het rijbewijs; door wijziging van de naam (namen), geboortedatum en -plaats of het geslacht; door aangifte van vermissing. Artikel 123 WVW lid 1, sub f wordt verder uitgewerkt in artikel 124 WVW. Dit artikel geeft aan op grond waarvan een rijbewijs ongeldig verklaard kan worden. Het ongeldig verklaren van een rijbewijs kan: als het rijbewijs is afgegeven op grond van onjuiste gegevens; als blijkt dat het rijbewijs per abuis is afgegeven; als de houder van het rijbewijs schriftelijk verklaart afstand te doen van de bevoegdheid om één of meer categorieën te besturen; als de houder niet meer beschikt over de vereiste lichamelijke of geestelijke geschiktheid; als het rijbewijs is gevonden en teruggave onmogelijk is. De ongeldigverklaring gaat in op de zevende dag na die waarop aan de houder van het rijbewijs bekend is gemaakt dat het rijbewijs ongeldig verklaard is. De houder is dan verplicht om het rijbewijs in te leveren bij degene die het ongeldig verklaard heeft. Het ongeldig verklaren kan geschieden door: degene die het heeft afgegeven, of de Dienst Wegverkeer. ### Aanvraag van rijbewijzen Aanvraag van rijbewijzen Aanvraag rijbewijzen (artikel 114 WVW '94) Artikel 114 WVW stelt dat het verboden is om, ter verkrijging van een rijbewijs, opzettelijk: onjuiste opgaven te doen; onjuiste inlichtingen te verschaffen; onjuiste bewijsstukken en andere onjuiste bescheiden te overleggen. Geldigheid van een rijbewijs (artikel 122 WVW) en (artikel 25a RR) Artikel 122 WVW beschrijft de geldigheid van een rijbewijs. In het kort wordt het volgende weergegeven: Is de aanvrager: nog geen 65 jaar, dan is het rijbewijs 10 jaar geldig; 65 tot en met 69 jaar, dan is het rijbewijs geldig tot 75-ste verjaardag; 70 jaar en ouder dan is het rijbewijs 5 jaar geldig. Het tweede lid geeft aan dat de hierboven genoemde geldigheid beperkt kan worden, indien de lichamelijke of geestelijke gesteldheid van de aanvrager, daartoe aanleiding geeft. ### Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen Afgifte van rijbewijzen (artikel 111 WVW  en artikel 112 WVW '94) Artikel 111 WVW geeft aan dat de afgifte van een rijbewijs aan voorwaarden is verbonden. De aanvrager moet: Het vastgestelde tarief betalen. Voor de categorie B de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt (artikel 5 RR). Voldoen aan de eisen betreffende rijvaardigheid en geschiktheid. Zich legitimeren met een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs, bijvoorbeeld een paspoort of een eerder afgegeven rijbewijs. Artikel 112 WVW Dit artikel omschrijft de gevallen waarin de afgifte van een rijbewijs moet worden geweigerd. Het rijbewijs wordt niet afgegeven aan: Degene die ontzegging van de rijbevoegdheid heeft, voor de duur van de ontzegging. Degene van wie, op grond van artikel 130 WVW of artikel 164 WVW, het rijbewijs is ingevorderd en niet is teruggegeven. Een opsporingsambtenaar kan  een rijbewijs vorderen: Als een bestuurder bijvoorbeeld niet goed geestelijk of lichamelijk functioneert (artikel 130 WVW). Degene van wie, op grond van artikel 131 WVW lid 3, de geldigheid van het rijbewijs is geschorst. De Minister kan op grond van artikel 130 WVW lid 3 (verkeersgevaarlijk gedrag) de geldigheid van een rijbewijs schorsen, totdat hij een besluit heeft genomen op grond van een onderzoek dat de betrokken bestuurder heeft moeten ondergaan. Voor iedereen die het rijbewijs heeft behaald na 30 maart 2002, of het nog gaat halen, geldt de nieuwe alcohollimiet van 0,2‰. Deze limiet geldt de eerste vijf jaar na de eerste afgifte van het rijbewijs, behalve als de bestuurder jonger is dan 18 jaar en voor het eerst het rijbewijs categorie AM en T in het bezit krijgt, dan geldt deze limiet de eerste zeven jaar na de eerste afgifte van het rijbewijs. Kort gezegd komt de nieuwe regel op het volgende neer: méér dan 0,2‰ alcohol? Niet meer rijden! Gevorderde bestuurders: 0,5‰ Voor niet-beginnende bestuurders is deelname aan het verkeer verboden bij een bloedalcoholgehalte van 0,5 promille en hoger (dit is een Adem Alcohol Gehalte van 220 microgram). Dit percentage bereik je na het drinken van ongeveer 2 glazen alcohol binnen een uur. Dit geldt ook voor rijden op de fiets en bromfiets. ### Rijbewijsplicht Rijbewijsplicht Het rijbewijs (artikel 107 WVW '94) In dit hoofdstuk gaan we in op een aantal zaken betreffende het rijbewijs. Een grondige kennis van al deze artikelen is onontbeerlijk, omdat je er als rijinstructeur mee te maken zult krijgen. Het is een omvangrijk hoofdstuk, waaraan je aandacht moet besteden. We bespreken met name de leerstof over de categorie B. Een aantal belangrijke elementen komen terug in deze bepaling: Lid 1 stelt dat het rijbewijs moet zijn afgegeven aan een bestuurder van een motorrijtuig op de weg. De rijbewijsplicht geldt alleen op de openbare weg. Op terreinen die niet tot de openbare weg behoren geldt de rijbewijsplicht niet. Tevens wordt er gesproken over het feit dat het rijbewijs wordt afgegeven door de 'daartoe bevoegde autoriteit'. In beginsel is de burgemeester met de afgifte van een rijbewijs belast. In een aantal gevallen geeft de Dienst Wegverkeer (RDW) rijbewijzen uit. Lid 2 geeft aan, aan welke eisen het rijbewijs moet voldoen. Deze eisen zijn: het moet zijn uitgevoerd, ingericht en ingevuld zoals bij Ministeriële regeling is vastgesteld; het moet geldig zijn; het moet behoorlijk leesbaar zijn. Lid 3 geeft aan dat als de aanvrager is ingeschreven in de 'basisadministratie persoonsgegevens' van een gemeente, op het rijbewijs het BSN-nummer van de houder moet worden vermeld. Is de aanvrager niet ingeschreven en heeft deze persoon dus geen BSN-nummer, dan komt er een vastgestelde aanduiding op het rijbewijs te staan. Voor meer informatie zie: Wegenverkeerswet 1994 rijbewijsplicht ### Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht De eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht (artikel 110 WVW, artikel 110a WVW en artikel 110b WVW) Degene die rijonderricht geeft moet voldoen aan een aantal eisen zoals beschreven in artikel 110b WVW: het motorrijtuig waarmee rijonderricht wordt gegeven en; de leerling. Deze moet volgens artikel 5 Reglement Rijbewijzen (RR) in het algemeen voor het besturen van een motorrijtuig minimaal 18 jaren zijn. Er geldt een uitzondering voor de categorie T, namelijk minimaal 16 jaren oud. Voor de categorie B geldt een minimum leeftijd van 18 jaren, tenzij de kandidaat kiest voor het begeleid rijden, dan is deze leeftijd op minimaal 16,5 jaren gesteld. Er moet voldaan worden aan de eisen die in het Reglement Rijbewijzen worden vermeld. In de behandeling beperken we ons tot de categorie B. Uitzonderingen minimum leeftijd (artikel 5 RR) Zoals artikel 110 WVW ons vertelt geldt er een minimumleeftijd voor het besturen van een motorrijtuig op de weg. Deze is vastgesteld op 18 jaar. In artikel 5 RR worden de uitzonderingen op deze regel genoemd. Deze uitzonderingen zijn: Voor bestuurders van gehandicaptenvoertuigen, met een elektromotor die niet harder kunnen rijden dan 10 km per uur; hiervoor geldt geen minimumleeftijd. Voor bestuurders van bromfietsen, landbouw- of bosbouwtrekkers, andere gehandicaptenvoertuigen dan onder 1 genoemd, en motorrijtuigen met beperkte snelheid; hiervoor geldt een minimum leeftijd van 16 jaren. Vanaf 1 juli 2015 geldt tevens voor bestuurders van stoom- en motorwalsen een minimum leeftijd van 16 jaren in plaats van de tot dan toe geldende minimum leeftijd van 18 jaren. Inrichting van het voertuig (artikel 8 RR) Artikel 110b WVW stelt dat het motorrijtuig waarmee rijonderricht wordt gegeven moet voldoen aan eisen. Artikel 8 RR werkt deze eisen voor de categorie B uit. De eisen zijn: Het motorrijtuig moet dubbele bediening hebben. Degene die rijonderricht geeft moet deze vanaf zijn zitplaats doeltreffend kunnen bedienen. Er wordt alleen gesproken over een koppeling en de bedrijfsrem. Het motorrijtuig moet zijn voorzien van een binnenspiegel en een buitenspiegel, waarmee het achtergelegen en rechts naast gelegen weggedeelte kan worden overzien; Het motorrijtuig moet zijn voorzien van een L-markering, die aan de voor- en achterzijde duidelijk zichtbaar is. ### Algemene Periodieke Keuring Algemene Periodieke Keuring De Algemene Periodieke Keuring (artikel 72 WVW, artikel 73 WVW en artikel 74 WVW) Deze keuring is bedoeld om het gestelde in artikel 2 WVW van de Wegenverkeerswet voor wat betreft de veiligheid op de weg en de milieu-eisen ten uitvoer te kunnen brengen. De wettelijke basis voor de APK De wettelijke basis is terug te vinden in artikel 72 WVW: Voor een motorrijtuig of een aanhangwagen waarvoor een kenteken is opgegeven of dient te zijn opgegeven, moet een keuringsbewijs zijn afgegeven. Het keuringsbewijs moet: geldig zijn; behoorlijk leesbaar zijn; voldoen aan de eisen inzake inrichting en uitvoering. De aansprakelijkheid ligt bij de eigenaar of houder, maar als met het motorrijtuig of  aanhangwagen op de weg wordt gereden ook bij de bestuurder. Ook een geparkeerd motorrijtuig moet gekeurd zijn. Geen keuringsplicht (artikel 73 WVW) Als een voertuig op grond van een andere wet een soortgelijke keuring heeft ondergaan. Bijvoorbeeld een keuring op grond van de "Wet Gevaarlijke Stoffen". Het afgegeven keuringsbewijs moet dan nog wel geldig zijn. Als het kentekenbewijs is geschorst. Voor aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3.500 kg. Motorfietsen. Driewielige motorrijtuigen met een ledige massa van maximaal 400 kg. Bromfietsen. Op de dag van de keuring zelf. Motorrijtuigen en aanhangwagens die behoren tot een bedrijfsvoorraad. Motorrijtuigen en aanhangwagens die voor 01 januari 1960 voor de eerste keer op de weg zijn toegelaten. Tevens wordt in dit artikel gesproken over een nader te bepalen termijn na het tijdstip van verstrijken van de geldigheidsduur van het voor het voertuig afgegeven keuringsbewijs niet geldt voor het op de weg staan van dat voertuig. Deze termijn is bepaald op maximaal 2 maanden. Dat betekent dat een voertuig met keuringsplicht nog maximaal 2 maanden op de weg mag staan (geparkeerd) zonder een geldig keuringsbewijs. Zie voor meer informatie over APK de volgende link: APK via RDW Wanneer moet de keuring plaatsvinden? Drie of vier jaar nadat de personenauto of lichte bedrijfsauto (t.m.m. tot 3.500 kg) voor het eerst op de weg is toegelaten. Dit wordt bepaald door het soort brandstof. Als een voertuig al eerder is goedgekeurd geldt de datum zoals vermeld op het keuringsrapport. Vind de keuring voor het eerst plaats dan geldt de onderstaande tabel. Zware bedrijfsauto's, aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 3500, taxi's, ambulances, bussen en voertuigen voor het transport van gevaarlijke stoffen moeten elk jaar gekeurd worden. Geldigheid keuringsbewijs Het keuringsbewijs is in principe 1 jaar geldig. Als een voertuig binnen twee maanden voor de vervaldatum wordt gekeurd, dan wordt uitgegaan van de oude vervaldatum. Valt de keuring eerder dan de genoemde twee maanden, dan wordt de nieuwe keuringsdatum vermeld. Als het keuringsbewijs is verlopen mag een motorrijtuig of aanhangwagen maximaal twee maanden op de weg staan. Het keuringsbewijs wordt ongeldig door: Onbevoegd aanbrengen van wijzigingen. De afgifte van een nieuw of vervangend keuringsbewijs. Verboden gebruik keuringsbewijs (artikel 74 WVW) Het opzettelijk misbruik van een keuringsbewijs, is verboden. ### Toelating tot de weg Toelating tot de weg In dit onderdeel zullen we een aantal zaken onder de loep nemen die op het eerste gezicht niet zo in het oog springen, maar waarmee we in de praktijk zeker te maken zullen krijgen. Te denken valt aan: toelating tot de weg; de keuringsplicht; het kenteken en het kentekenbewijs; civielrechtelijke aansprakelijkheid; rijonderricht. Toelating tot de weg (artikel 71 WVW) Artikel 71 WVW geeft aan dat er eisen worden gesteld aan voertuigen: waarmee op de weg wordt gereden; hierbij kan er onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten wegen; die op de weg staan. Het element 'de weg' is zeer belangrijk. Het houdt namelijk in dat de gestelde eisen alleen op de openbare weg gelden en niet op bijvoorbeeld terreinen die niet tot de openbare weg behoren. Artikel 71 WVW verwijst naar de regels die bij "Algemene Maatregel van Bestuur" worden gesteld, waarmee wordt bedoeld dat deze wettelijke bepaling nader wordt uitgewerkt in de Regeling voertuigen. De regels die hierin zijn gesteld betreffen rijdende voertuigen op de weg, maar ook stilstaande of geparkeerde voertuigen op de weg. In dit onderdeel kan je de site van de Dienst Wegverkeer (RDW) raadplegen bij de rubrieken: Bij aan- en verkoop. Bij wijzigingen. Het document. Kentekenkeuring bij de RDW. Schorsen. Vermissing of diefstal. Bijzondere kentekenbewijzen. Lees meer: RDW Kentekenbewijs ### Verboden gebruik kenteken Verboden gebruik kenteken Verboden gebruik van het kenteken (artikel 41 WVW) Artikel 41 WVW van de Wegenverkeerswet geef aan dat kenteken goed zichtbaar moet zijn. Het is dus verboden om iets aan te brengen waardoor het kenteken niet meer goed zichtbaar is of niet herkend kan worden. Verder is het verboden om een ander kenteken te gebruiken. Zowel de de eigenaar/ houder van het motorrijtuig of de aanhangwagen als de bestuurder die met het motorrijtuig of de aanhangwagen over de weg rijdt kunnen aansprakelijk worden gesteld. Ze kunnen echter alleen aansprakelijk worden gesteld als ze weten of redelijkerwijze kunnen weten dat zo' n vals teken is aangebracht. Het vrijwaringsbewijs Het doel van het vrijwaringsbewijs is de voormalige eigenaar te vrijwaren van aansprakelijkheid ten gevolge van de door de nieuwe eigenaar met het motorrijtuig gepleegde strafbare feiten. ### Kentekenplicht Kentekenplicht Het kenteken en het kentekenbewijs (artikel 36 WVW) De wettelijke basis vinden we terug in artikel 36 WVW van de Wegenverkeerswet. Het kenteken wordt afgegeven aan de eigenaar of houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen op de weg. Ook het kentekenbewijs wordt afgegeven aan de eigenaar of houder. De afgifte van het kentekenbewijs geschiedt niet elektronisch. Het kentekenbewijs moet aan de volgende eisen voldoen: het moet geldig zijn; het mag niet zijn ingevorderd; het moet behoorlijk leesbaar zijn; het moet voldoen aan de uitvoeringseisen. Kentekenplaat (artikel 5 KR) De kentekenplaat moet zijn voorzien van een goedkeuringsmerk. Voor meer info, zie de website van het RDW. Delen van het kentekenbewijs (artikel 17 KR) De RDW geeft sinds 1 januari 2014 het kentekenbewijs op creditcardformaat (ook wel kentekencard genoemd) af. Door de jaren heen is het kentekenbewijsdocument veranderd. Er zijn verschillende kentekendelen afgegeven die bovendien soms andere namen hadden. Het kentekenbewijs vanaf 1 januari 2014 Sinds 1 januari 2014 bestaat het kentekenbewijs uit: Kentekenbewijs op creditcardformaat (kentekencard) Tenaamstellingscode – het deel dat nodig is bij overschrijving van het kenteken en dat je thuis moet bewaren. De tenaamstellingscode bestaat uit 9 cijfers en ontvang je gedeeltelijk bij het op naam zetten (eerste 4 cijfers) en gedeeltelijk als je de kentekencard ontvangt (laatste 5 cijfers). Kentekenbewijs deel II: dit papieren deel ontvang je alleen als je een voertuig uitvoert. Dit papieren kentekenbewijs deel II bevat onder andere de naam en adresgegevens van degene die het voertuig heeft uitgevoerd. De combinatie van kentekencard en papieren deel II heeft de functie van uitvoerkentekenbewijs. Juridische aansprakelijkheid Als het een motorrijtuig betreft: de eigenaar of houder die het voertuig op de weg laat staan, of daarmee laat rijden is aansprakelijk. Ook de bestuurder wordt aansprakelijk gesteld als hij met het motorrijtuig op de weg rijdt. Als het een aanhangwagen betreft, dan is de eigenaar of houder en de bestuurder van het motorrijtuig waarmee de aanhangwagen wordt voortbewogen, aansprakelijk. Uitzonderingen op de kentekenplicht (artikel 37 WVW) Voor de volgende voertuigen en daardoor voortbewogen aanhangwagens is geen kenteken en kentekenbewijs verplicht: landbouw- of bostrekkers (overgangsregeling tot 1 januari 2025); gehandicaptenvoertuigen; motorrijtuigen met beperkte snelheid (overgangsregeling tot 1 januari 2025); bromfietsen in het internationaal verkeer als de bromfiets afkomstig is uit een land waar voor de bromfiets geen kenteken wordt afgegeven; in het buitenland geregistreerde motorrijtuigen en aanhangwagens, die zich in het internationale verkeer bevinden; motorrijtuigen en aanhangwagens van de NAVO; aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg; motorrijtuigen en aanhangwagens die behoren tot een bedrijfsvoorraad. ### Introductie - WVW 3 Introductie In de lessen W.V.W. I en II heb je al verschillende artikelen en het Reglement Rijbewijzen bestudeerd. In deze les worden de overige wetten en reglementen behandeld die in deze opleiding nog niet aan bod zijn gekomen. De gehele wetgeving kun je hier lezen: WVW hoofdstuk IV WVW hoofdstuk V WVW hoofdstuk VI WVW hoofdstuk IX WVW hoofdstuk XII Wet rijonderricht motorrijtuigen (WRM) Kentekenreglement (KR) Wegenverkeerswet WVW Hoofdstuk IV Kentekens en kentekenbewijzen Kentenkenplicht Kentekens Hoofdstuk V Gebruik van voertuigen op de weg Algemene bepalingen Periodieke keuringsplicht Hoofdstuk VI Rijvaardigheid en rijbevoegdheid Rijbewijsplicht Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen Aanvraag van rijbewijzen Geldigheidsduur + Afdeling 7. Verlies van geldigheid Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid Hoofdstuk IX Handhaving   Hoofdstuk XII Civiele aansprakelijkheid   Wet Rijonderricht motorrijtuigen WRM Hoofdstuk III Rijonderricht rijonderricht Kentekenreglement KR Hoofdstuk IV  inschrijven in het kentekenregister en tenaamstelling ### Tot slot - Uitrijden Tot slot - Uitrijden Deze les ging over uitrijden ofwel uitvoegen. Bestudeer (indien je dit nog niet hebt gedaan) rijprocedure B hoofdstuk 3.6 - In/uitrit. In deze les komt het volgende aan bod: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Zicht voor en achter. Rekening houden met dode hoek. Volgafstand Voldoende ruimte. Zichtbare positie. Moment van uitrijden. Snelheid (snelheidsverschil) en acceleratie (op tijd aanpassen van snelheid/ uitrollen). Richting aangeven (juiste wijze, op tijd). Taxatie gedrag ander verkeer (achteropkomend verkeer: scannen, vaststellen ruimte en rijsnelheid). Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Mogelijkheden voor uitrijden op autosnelwegen (uitrijstrook, weefvak, taperaansluiting). Beschikbare ruimte(kussen) of interval voor én na uitrijden. Dode hoek rechts. Zicht op andere weggebruikers. Blokmarkering. Voorspellen/evalueren Rijsnelheid en verkeersdrukte beïnvloeden de tijd en ruimte om in te voegen en daarmee de onbelemmerde doorgang van andere weggebruikers (doorstroming) en de kans op verrassing met niet passende reacties tot gevolg (veiligheid, sociaal gedrag). Zicht op andere verkeersdeelnemers beïnvloedt het opmerken van ander verkeer (veiligheid). Het is van belang dat men pas op de uitrijstrook snelheid vermindert, anders wordt het achteropkomende verkeer gehinderd (doorstroming) en kunnen gevaarlijke situaties ontstaan (veiligheid). Men moet op tijd aangeven dat men gaat uitvoegen op circa 300 meter voor de uitrijstrook (sociaal gedrag). Wanneer men zich op de uitrijstrook bevindt kan het verstandig zijn de richtingaanwijzer langer aan te houden; bij een gecombineerde uitrijstrook bevordert dit de duidelijkheid naar de andere weggebruikers (sociaal gedrag). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Keuze van varianten van uitvoering: al of niet stoppen bij korte invoegstrook, dan wel snelheid vermeerderen en met richtingaanwijzer afdwingen e.d. Keuze en timing van deelhandelingen: moment van richting aangeven, moment van verlaten invoegstrook, vóór of achter een ander voertuig weven e.d. ### Uitrijden of uitvoegen Uitrijden of uitvoegen Uitvoegen Bij het uitvoegen kunnen er aanzienlijke snelheidsverschillen zijn tussen de uitvoegende bestuurder en de bestuurder die de doorgaande rijbaan blijft volgen. Om er voor te zorgen dat die grote snelheidsverschillen niet tot gevaarlijke situaties leiden, is er voor de uitvoegende bestuurder een uitrijstrook beschikbaar. Onder normale omstandigheden mag men pas op die uitrijstrook de snelheid verminderen en dus niet al op de doorgaande rijbaan. Het verkeer op de doorgaande rijbaan moet ongehinderd de weg kunnen vervolgen. Een uitrijstrook kan zowel links als rechts langs de doorgaande rijbaan zijn gelegen. Belangen andere weggebruikers Er mag geen hinder ontstaan voor andere bestuurders. Kijkgedrag Bij het uitvoegen goed opletten. Het is belangrijk om, rijdend op de doorgaande rijbaan, zo vroeg mogelijk het verkeer op de uitrijstrook te observeren. Naderen van een rechts gelegen uitrijstrook: kijken in de binnenspiegel, in de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder. Zo kan achteropkomend verkeer dat eveneens wil uitvoegen, tijdig worden opgemerkt. Bij het naderen van een linksgelegen uitrijstrook: kijken in de binnenspiegel, in de linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder. Zo kan achteropkomend verkeer dat eveneens wil uitvoegen, worden opgemerkt. Juist vóór het verlaten van de doorgaande rijbaan nogmaals kijken zoals hierboven is beschreven. Voorkomen moet worden: Achterom te kijken. Te vaak of onnodig lang over de schouder kijken waardoor onbedoelde stuurbewegingen kunnen optreden. Bovendien ziet men dan niet wat er vóór de auto gebeurt. Voor laten gaan Bij het uitvoegen, verkeer op de uitrijstrook voor laten gaan. De wetgever eist van zowel de uitvoegende als de invoegende bestuurder dat het overige verkeer wordt voorgelaten. Dit kan problemen veroorzaken bij een gecombineerde invoeg- en uitrijstrook waarop zich bestuurders bevinden die willen invoegen. In die situatie is het uitgangspunt dat invoegende bestuurders de uitvoegende bestuurders voor te laten gaan. Zo kan het verkeer op de doorgaande rijbaan ongehinderd zijn weg vervolgen. Bij een gecombineerde invoeg- en uitrijstrook zijn de onderlinge snelheidsverschillen vaak aanzienlijk. Rekening houden met elkaar en anticiperen zijn dan van groot belang. Plaats op de weg Uitvoegen geschiedt aan het begin van de uitrijstrook. Alvorens uit te voegen tijdig op ongeveer 600 meter te voren, op de meest rechtse rijstrook gaan rijden. Op ongeveer 300 meter voor het begin van de uitrijstrook, kijken en richting aangeven en daarop zo veel mogelijk rechts op de rijstrook voorsorteren. Bij het begin van de uitrijstrook nogmaals kijken zoals voorgeschreven en daarna deze oprijden. Het vanaf de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden, gebeurt in een vloeiende lijn, waarbij men niet te dicht mag  uitvoegen achter een voertuig dat zich op de uitrijstrook bevindt. Het is niet toegestaan bij het verlaten van de doorgaande rijbaan via de vluchtstrook de uitrijstrook op te rijden. Ruimtekussen Tijdens uitvoegen voldoende afstand houden. Op een gecombineerde invoeg- en uitrijstrook voldoende tussenafstand houden en zorgen dat 'weven' mogelijk wordt. Snelheid De snelheid waarmee op de doorgaande rijbaan wordt gereden, in beginsel aanhouden tot op de uitrijstrook. Op de uitrijstrook de snelheid, indien wenselijk, verder aanpassen. Snelheidsvermindering op de doorgaande rijbaan is o.a. toegestaan als: de uitrijstrook onvoldoende gelegenheid biedt tot snelheid minderen; andere omstandigheden vereisen dat de snelheid moet worden aangepast; indien de verkeerssituatie het toelaat de gastoevoer te verminderen (energiezuinig rijden). In voorkomend geval gebeurt dit zo geleidelijk mogelijk. Bij een gecombineerde invoeg- en uitrijstrook de snelheid tevens aanpassen aan de totale situatie. De lengte van deze strook en het verkeersaanbod zijn hierbij mede bepalend. ### Uitrijden Inleiding - Uitrijden Deze les gaat over uitrijden ofwel uitvoegen. Bestudeer voordat je start met deze les rijprocedure B hoofdstuk 3.4 - In/uitvoegen. In deze les komt het volgende aan bod: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Zicht voor en achter. Rekening houden met dode hoek. Volgafstand Voldoende ruimte. Zichtbare positie. Moment van uitrijden. Snelheid (snelheidsverschil) en acceleratie (op tijd aanpassen van snelheid/ uitrollen). Richting aangeven (juiste wijze, op tijd). Taxatie gedrag ander verkeer (achteropkomend verkeer: scannen, vaststellen ruimte en rijsnelheid). Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Mogelijkheden voor uitrijden op autosnelwegen (uitrijstrook, weefvak, taperaansluiting). Beschikbare ruimte(kussen) of interval voor én na uitrijden. Dode hoek rechts. Zicht op andere weggebruikers. Blokmarkering. Voorspellen/evalueren Rijsnelheid en verkeersdrukte beïnvloeden de tijd en ruimte om in te voegen en daarmee de onbelemmerde doorgang van andere weggebruikers (doorstroming) en de kans op verrassing met niet passende reacties tot gevolg (veiligheid, sociaal gedrag). Zicht op andere verkeersdeelnemers beïnvloedt het opmerken van ander verkeer (veiligheid). Het is van belang dat men pas op de uitrijstrook snelheid vermindert, anders wordt het achteropkomende verkeer gehinderd (doorstroming) en kunnen gevaarlijke situaties ontstaan (veiligheid). Men moet op tijd aangeven dat men gaat uitvoegen op circa 300 meter voor de uitrijstrook (sociaal gedrag). Wanneer men zich op de uitrijstrook bevindt kan het verstandig zijn de richtingaanwijzer langer aan te houden; bij een gecombineerde uitrijstrook bevordert dit de duidelijkheid naar de andere weggebruikers (sociaal gedrag). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Keuze van varianten van uitvoering: al of niet stoppen bij korte invoegstrook, dan wel snelheid vermeerderen en met richtingaanwijzer afdwingen e.d. Keuze en timing van deelhandelingen: moment van richting aangeven, moment van verlaten invoegstrook, vóór of achter een ander voertuig weven e.d. ### Invoegen Invoegen Invoegen Bij het invoegen rijden bestuurders van de invoegstrook de doorgaande rijbaan op. Het is van groot belang, dat op het moment van invoegen de snelheid ongeveer gelijk is aan dat van het verkeer op de doorgaande rijbaan. Als de invoegende bestuurder de invoegstrook goed gebruikt, wordt hij in de gelegenheid gesteld zijn snelheid aan te passen aan de snelheid van het verkeer op de doorgaande rijbaan. Belangrijke handelingen tijdens het invoegen zijn: Goed kijken. Het aanpassen/ regelen van de snelheid. Het goed gebruiken van de invoegstrook. De waarnemingscyclus: waarnemen - voorspellen - evalueren - beslissen - handelen is voortdurend van toepassing op steeds wisselende en veranderende situaties om je heen. Let vóór je gaat invoegen ook nogmaals goed op bestuurders voor en achter je. Nadat je hebt ingevoegd, scan je de omgeving en kijk je weer goed in de spiegels, zodat je op de hoogte bent van de nieuwe situatie. Uiteraard kijk je ook weer goed vóór je en neemt de 2-seconden-regel in acht. Beter is 3 á 4 seconden. Hierbij geef je jezelf veel meer tijd op het gedrag van anderen te reageren. Rijdend kijk je iedere 5 á 8 seconden in de buitenspiegels. Vorm steeds een ruimtekussen! Weven Het gebruik van een gecombineerde invoeg- en uitrijstrook vraagt om een goede uitvoering van bovengenoemde handelingen, waarbij men ook rekening moet houden met het gedrag van de uitvoegende bestuurders. Belangen andere weggebruikers Er mag geen hinder ontstaan voor andere bestuurders. Volgorde van invoegen als meerdere bestuurders de invoegstrook zijn opgereden. Tegen deze regel wordt nogal eens gezondigd en voegt de achterste bestuurder als eerste in. Bestuurders op de doorgaande rijbaan gaan voor bestuurders die in willen voegen. Bij grote verkeersdrukte moeten bestuurders op de doorgaande rijbaan aan bestuurders die willen invoegen, de gelegenheid geven in te voegen, door hun snelheid te verminderen of door op de linker rijstrook te gaan rijden. Tijdens het rijden op de invoegstrook niet onnodig verkeer op de doorgaande rijbaan rechts inhalen. Rechts inhalen van een voertuig op de doorgaande rijbaan is bij een gecombineerde invoeg- en uitrijstrook wél geoorloofd, indien deze strook van de doorgaande rijbaan is afgescheiden met een blokmarkering. Zie afbeelding hieronder. Bij het berijden van een gecombineerde invoeg- en uitrijstrook moet men goed letten op uitvoegend verkeer. Uitvoegende bestuurders gaan voor bestuurders die willen invoegen. Een toerit kan ook rechtstreeks overgaan in een tot de doorgaande rijbaan behorende rijstrook. Bij het oprijden van die strook rekening houden met het verkeer dat op de doorgaande rijbaan naar rechts kan uitwijken. Uitrijdende bestuurders gaan in dit geval voor invoegende bestuurders. Taperaansluiting Voor meer informatie: Taper Kijkgedrag Het is belangrijk om al in een zo vroeg mogelijk stadium op de toerit naar de invoegstrook het verkeer op de doorgaande rijbaan te observeren om te zien of er reële invoegmogelijkheden zijn en je snelheid op die van het verkeer op de doorgaande rijbaan aan te passen. Tijdens het rijden op de invoegstrook regelmatig de situatie achter de auto observeren, door in spiegels te kijken. Juist vóór het oprijden van de doorgaande rijbaan bovendien over de linkerschouder kijken om te controleren of er zich geen voertuig in de zogenoemde "dode hoek" bevindt. Het is voor de veiligheid van belang om de invoegstrook over een zodanige lengte te benutten als nodig is. Ook als er op de doorgaande rijbaan geen verkeer is, moet men de invoegstrook over voldoende lengte benutten om goed te kunnen kijken en voldoende snelheid te maken. Van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden moet in één vloeiende lijn gebeuren. In het geval van een zeer korte 'doodlopende' invoegstrook, waarop men geen aangepaste snelheid kan bereiken, kan het voorkomen dat er zoveel verkeer op de doorgaande rijbaan is dat niet kan worden ingevoegd. In dat geval moet men met geringe snelheid de invoegstrook oprijden of bij erg druk verkeer aan het begin stoppen en wachten op een invoeggelegenheid. In één beweging doorgaan van de invoegstrook naar een andere rijstrook dan de meest rechtse, is niet toegestaan. Als de invoegstrook overgaat in een vluchtstrook wordt bij het invoegen in beginsel géén gebruik gemaakt van die vluchtstrook. ### Inleiding - Invoegen Inleiding - Invoegen Deze les gaat over invoegen. Bestudeer voordat je aan deze les begint hoofdstuk 3.4 pagina 49 tot en met 56, rijprocedure B het onderdeel invoegen en uitvoegen. In deze les komt het volgende gaan bod: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Zicht voor en achter. Rekening houden met dode hoek. Volgafstand. Voldoende ruimte. Zichtbare positie. Moment van invoegen. Snelheid (snelheidsverschil) en acceleratie (op tijd aanpassen van snelheid). Richting aangeven (juiste wijze, op tijd). Taxatie gedrag ander verkeer (achteropkomend verkeer: scannen, vaststellen ruimte en rijsnelheid). Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Beschikbare rijlijn na toerit vóór de oprit. Nabocht vlak voor oprit. Eigen rijsnelheid en positie ten opzichte van bestuurders hoofdrijbaan. Mogelijkheden voor invoegen op autosnelwegen (invoegstrook, weefvak, taperaansluiting). Weefvak, invoegstrook overgaand in rijstrook, korte invoegstrook: aanwezigheid, positie uitvoegend verkeer op hoofdrijbaan. File op de hoofdrijbaan. Beschikbare ruimte(kussen) of interval voor én na invoegen. Dode hoek links. Zicht op andere weggebruikers. Blokmarkering. Voorspellen / evalueren Rijsnelheid en verkeersdrukte beïnvloeden de tijd en ruimte om in te voegen en daarmee de onbelemmerde doorgang van andere weggebruikers (doorstroming) en de kans op verrassing met niet passende reacties tot gevolg (veiligheid, sociaal gedrag). Zicht op andere verkeersdeelnemers beïnvloedt opmerken ander verkeer (veiligheid). Naderafstand overig verkeer is van invloed op ruimte om in te voegen (veiligheid, doorstroming). Langere duur van invoegen vergroot de kans op te dichte nadering andere weggebruikers (veiligheid, doorstroming). Onderlinge snelheidsverschillen bij invoegstrook bemoeilijken het in- en uitvoegen voor deelnemende bestuurders (veiligheid, doorstroming). File op de hoofdrijbaan: op tijd teken geven voorkomt verwarring, irritatie en hinder (sociaal gedrag). Korte invoegstrook: plotseling stilstaan aan begin van invoegstrook kan leiden tot verrassing bij andere deelnemers (veiligheid). Doorrijden en dwingend invoegen bij druk verkeer op hoofdrijbaan kan leiden tot niet passende reacties (veiligheid, sociaal gedrag). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Keuze van varianten van uitvoering: al of niet stoppen bij korte invoegstrook, dan wel snelheid vermeerderen en met richtingaanwijzer afdwingen e.d. Keuze en timing van deelhandelingen: moment van richting aangeven, moment van verlaten invoegstrook, vóór of achter een ander voertuig weven e.d. ### Tot slot - Inhalen Tot slot - Inhalen Deze les ging over inhalen. Bestudeer eerst hoofdstuk 3.5 Inhalen/zijdelings verplaatsen van rijprocedure B indien je dit nog niet hebt gedaan. In deze les kwam het volgende aan bod:  Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Zicht voor en achter. Rekening houden met dode hoek. Vrij(e) ruimte(kussen) achter, naast en uiteindelijk voor in te halen voertuig. Zicht achteruit vanuit in te halen voertuig (bijv. vrachtwagen, aanhangwagen). Snelheid (snelheidsverschil) en acceleratie (aangepast aan omstandigheden, maar tevens vlot en doortastend). Taxatie gedrag van ander verkeer (tegemoetkomend en achteropkomend verkeer: scannen, vaststellen ruimte en rijsnelheid). Positie (niet onnodig links blijven rijden). Richting aangeven (juiste wijze, op tijd). Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Voorgesorteerden (bij rechts inhalen). Soorten voertuigen ander verkeer (auto’s, trams, fiets, brommers). Wegcategorie (autosnelweg, autoweg, 80 km, 50 km). Kenmerken wegverloop (bochten, bomen, wegbreedte). Kruispunten. Aantal rijstroken. Blokmarkering. Doorgetrokken streep. Voetgangersoversteekplaats. File. Voorspellen/evalueren Door verminderd zicht kunnen achterop- en tegemoetkomend verkeer niet op tijd opgemerkt worden (veiligheid). Door te korte volgafstand (zeker op enkelbaanswegen) kunnen andere bestuurders inhalende bestuurder niet op tijd opmerken; oogcontact moeilijk (veiligheid). Mate van acceleratie bepaalt duur inhaalmanoeuvre: naderen tegenliggers (veiligheid). Inschatting nabijheid tegemoetkomend verkeer beïnvloedt kans op te dichte nadering tijdens inhalen (veiligheid). Kleine passeerafstand tussen voertuig en (brom)fietsers kan (brom)fietsers uit evenwicht en ten val brengen (veiligheid). Wegverloop (bochten, bomen) beïnvloedt de kans dat men tegemoetkomend verkeer op tijd kan waarnemen (veiligheid). Verkeersdrukte bepaalt of voldoende tijd en ruimte is om tegenliggers niet te dicht te naderen (veiligheid). Bij een (voorgenomen) inhaalmanoeuvre dient rekening gehouden te worden met: - de manoeuvre zelf moet zo kort mogelijk zijn - inhalen is een van de meest gevaarlijke handelingen - het wegverloop kan de mogelijkheid beïnvloeden op tijd tegemoetkomend verkeer op te merken - de weersomstandigheden kunnen de mogelijkheid beïnvloeden op tijd tegemoet komend verkeer op te merken - bij een kleine passeerafstand (minder dan één meter) kunnen ingehaalde fietsers en bromfietsers schrikken, uit het evenwicht gebracht worden en vallen. Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Al of niet inhalen onder verschillende omstandigheden (verminderd zicht, korte volgafstand, nabijheid tegemoetkomend verkeer, wegverloop, bochten, bomen, verkeersdrukte). Keuze van varianten van uitvoering: afstand tot voorganger voorafgaand aan inhaalmanoeuvre, passeerafstand tussen voertuig en gepasseerde voertuigen. Keuze en timing van deelhandelingen: moment van richting aangeven. ### Aandachtspunten inhalen Aandachtspunten inhalen Aandachtspunten hoofdstuk 3.5 rijprocedure B 1. De belangen van andere weggebruikers Bij inhalen mag geen gevaar of hinder ontstaan of kunnen ontstaan voor andere weggebruikers. Deze verplichting geldt voor alle weggebruikers ongeacht: waar deze zich bevinden; vanuit welke richting zij naderen; hoe zij bij de inhaalmanoeuvre (kunnen) worden betrokken. 2. Inhalen van voertuigen met 'beperkt uitzicht naar achteren', zoals vrachtauto’s Er worden enkele tips gegeven om de zichtbaarheid te vergroten, zoals: Tijdig jezelf laten zien door de eigen rijstrook te verlaten. Meer afstand houden. Via de spiegels oogcontact zoeken met de in te halen bestuurder. Het is niet toegestaan om bij het wisselen van rijstrook een plaats in te nemen waarop een andere bestuurder zich nadrukkelijk voorbereidt. Met grote voertuigen zal het veroorzaken van enige hinder niet altijd te voorkomen zijn. 3. Kijkgedrag Bij links inhalen: Naar voren -  in de binnenspiegel - in de linkerbuitenspiegel - over de linkerschouder. Bij rechts inhalen: Naar voren - in de binnenspiegel - in de rechterbuitenspiegel - over de rechterschouder. Juist vóór het uitwijken nogmaals eventueel achteropkomende verkeer "controleren" door nogmaals op deze voorgeschreven wijze te kijken. Langs of over de schouder kijken is alleen bedoeld om de zogenaamde 'dode hoek' naast het voertuig te controleren. Het mag niet ontaarden in achterom kijken of te vaak of onnodig lang over de schouder kijken waardoor onverwachte stuurbewegingen kunnen optreden. Hierdoor kan ongewenste koersverandering optreden. Bovendien ziet men niet wat er vóór de auto gebeurt. Tijdens het inhalen moet je ook blijven letten op de weggebruiker die wordt ingehaald. Na het inhalen ga je weer terug naar de juiste plaats op de rijbaan, waarbij je eerst in de binnenspiegel moet kijken of de ingehaalde weggebruiker in de binnenspiegel zichtbaar is: voor het naar rechts gaan in de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder kijken; voor het naar links gaan in de linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder kijken. 4. Voorbijgaan van obstakels  De rijprocedure B wijst erop dat bij het voorbijgaan tijdig moet worden gekeken, zodat nog kan worden gestopt als er onvoldoende ruimte blijkt te zijn. Voor het wegrijden ook het verkeer rechts naast het voertuig "controleren". Indien stoppen niet nodig is, dan even voor het naar links uitwijken nogmaals kijken. Zo kan eventueel inhalend verkeer worden opgemerkt. Als na het voorbijgaan weer naar rechts wordt gegaan, eerst over de rechterschouder of rechterbuitenspiegel kijken of er rechts naast het voertuig (brom)fietsverkeer is of kan zijn. Ga zelf na wat er bepaald is ten aanzien van (zie pagina's 60 en 61): Voor laten gaan; Voorbijgaan; Hoe ingehaald/voorbijgegaan dient te worden, namelijk: het wisselen van rijstrook of het zijdelings verplaatsen dient vloeiend te gebeuren. Snelheid is een zeer belangrijk aandachtspunt Inhalen dient te geschieden met een zodanige snelheid dat de duur van de manoeuvre beperkt blijft. Bij het voorbijgaan van obstakels moet de snelheid aan de situatie worden aangepast. Lees de betreffende teksten in hoofdstuk 3.5 van de rijprocedure B en de teksten met betrekking tot verkeerstekens; signalen; vertragen, remmen en stoppen. Wanneer rechts wordt ingehaald bij fileverkeer of een blokmarkering, zoveel mogelijk de gekozen rijstrook blijven volgen. Bij rechts inhalen extra attent zijn op: bestuurders die naar rechts van rijstrook wisselen; bestuurders die de uitrijstrook willen oprijden. Na het inhalen niet naar de meest rechts gelegen rijstrook gaan ter hoogte van een invoegstrook waarop zich invoegend verkeer bevindt. ### Inhalen Inhalen De omschrijving van de begrippen "inhalen en voorbijgaan" luidt volgens de rijprocedure B: "Inhalen gebeurt door weggebruikers onderling. Obstakels worden niet ingehaald maar voorbijgegaan." In het RVV kun je het volgende al lezen over Inhalen en files - Artikel 11, 12 en 13 RVV. Wat zijn obstakels? Geparkeerde voertuigen; Op de rijbaan aanwezige containers, afzettingsmiddelen e.d.; Alle andere voorwerpen die niet aan het verkeer deelnemen. Bij inhalen en voorbijgaan wordt meestal afgeweken van de basisregel om zoveel mogelijk rechts te houden. Bij inhalen en voorbijgaan gebruikt men noodgedwongen soms een ander deel van de rijbaan dan de rechter helft. Daardoor kan er gemakkelijk hinder of gevaar ontstaan. Een inhaalmanoeuvre mag niet langer duren dan noodzakelijk is. De inhalende bestuurder moet zo snel mogelijk terug naar de normale plaats op de weg. Inhalen moet in de gegeven situatie mogelijk en verantwoord zijn. Denk aan artikel_5_WVW van de Wegenverkeerswet. Belangrijke criteria bij de beoordeling daarvan zijn onder andere: de wegsituatie (breedte, verharding, e.d.); de mogelijkheid snelheid te maken om de manoeuvre zo kort mogelijk te laten duren; de overzichtelijkheid van de weg; de beschikbare ruimte in verband met o. a. ander verkeer; de snelheid van de in te halen weggebruiker. Voorbijgaan en richting aangeven Voor het voorbijgaan van een obstakel is soms een belangrijke zijdelingse verplaatsing nodig. In dat geval geeft men ook tijdig richting aan, net als bij inhalen. Na het voorbijgaan, voordat je in een vloeiende beweging terugrijdt naar de juiste plaats op de rijbaan, moet je eerst kijken en vervolgens richting aangeven. Zowel bij inhalen als bij voorbijgaan geef je geen richting meer aan zodra de zijdelingse verplaatsing beëindigd is. Aandachtspunten zijn: het soort verkeersdeelnemer, dat wordt ingehaald (kinderen, bejaarden, gehandicapten); het beschikbare weggedeelte; het overige verkeer; de snelheid van de weggebruiker die wordt ingehaald; de snelheid waarmee de bestuurder zelf rijdt; de weersgesteldheid en het uitzicht. De regel luidt: Haal links in Uitzonderingen zijn: op of vlak voor een rotonde; in een file; een tram mag zowel links als rechts worden ingehaald; als men aan de rechterzijde van een blokmarkering rijdt. ### Inleiding - Inhalen Inleiding - Inhalen Deze les gaat over inhalen. Bestudeer eerst hoofdstuk 3.5 Inhalen/zijdelings verplaatsen van rijprocedure B voordat je aan deze les begint. In deze les komt het volgende aan bod:  Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Zicht voor en achter. Rekening houden met dode hoek. Vrij(e) ruimte(kussen) achter, naast en uiteindelijk voor in te halen voertuig. Zicht achteruit vanuit in te halen voertuig (bijv. vrachtwagen, aanhangwagen). Snelheid (snelheidsverschil) en acceleratie (aangepast aan omstandigheden, maar tevens vlot en doortastend). Taxatie gedrag van ander verkeer (tegemoetkomend en achteropkomend verkeer: scannen, vaststellen ruimte en rijsnelheid). Positie (niet onnodig links blijven rijden). Richting aangeven (juiste wijze, op tijd). Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Voorgesorteerden (bij rechts inhalen). Soorten voertuigen ander verkeer (auto’s, trams, fiets, brommers). Wegcategorie (autosnelweg, autoweg, 80 km, 50 km). Kenmerken wegverloop (bochten, bomen, wegbreedte). Kruispunten. Aantal rijstroken. Blokmarkering. Doorgetrokken streep. Voetgangersoversteekplaats. File. Voorspellen/evalueren Door verminderd zicht kunnen achterop- en tegemoetkomend verkeer niet op tijd opgemerkt worden (veiligheid). Door te korte volgafstand (zeker op enkelbaanswegen) kunnen andere bestuurders inhalende bestuurder niet op tijd opmerken; oogcontact moeilijk (veiligheid). Mate van acceleratie bepaalt duur inhaalmanoeuvre: naderen tegenliggers (veiligheid). Inschatting nabijheid tegemoetkomend verkeer beïnvloedt kans op te dichte nadering tijdens inhalen (veiligheid). Kleine passeerafstand tussen voertuig en (brom)fietsers kan (brom)fietsers uit evenwicht en ten val brengen (veiligheid). Wegverloop (bochten, bomen) beïnvloedt de kans dat men tegemoetkomend verkeer op tijd kan waarnemen (veiligheid). Verkeersdrukte bepaalt of voldoende tijd en ruimte is om tegenliggers niet te dicht te naderen (veiligheid). Bij een (voorgenomen) inhaalmanoeuvre dient rekening gehouden te worden met: - de manoeuvre zelf moet zo kort mogelijk zijn - inhalen is een van de meest gevaarlijke handelingen - het wegverloop kan de mogelijkheid beïnvloeden op tijd tegemoetkomend verkeer op te merken - de weersomstandigheden kunnen de mogelijkheid beïnvloeden op tijd tegemoet komend verkeer op te merken - bij een kleine passeerafstand (minder dan één meter) kunnen ingehaalde fietsers en bromfietsers schrikken, uit het evenwicht gebracht worden en vallen. Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Al of niet inhalen onder verschillende omstandigheden (verminderd zicht, korte volgafstand, nabijheid tegemoetkomend verkeer, wegverloop, bochten, bomen, verkeersdrukte). Keuze van varianten van uitvoering: afstand tot voorganger voorafgaand aan inhaalmanoeuvre, passeerafstand tussen voertuig en gepasseerde voertuigen. Keuze en timing van deelhandelingen: moment van richting aangeven. ### Tot slot - Van rijstrook wisselen Tot slot - Van rijstrook wisselen Deze les ging over het wisselen tussen rijstroken. In deze les heb je het volgende geleerd: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Taxatie gedrag ander verkeer. Rijsnelheid (aangepast aan omstandigheden, maar tevens vlot en doortastend). Schakelen (op tijd schakelen in hogere versnelling). Volgafstand/ruimtekussen. Richting aangeven (juiste wijze, op tijd). Beschikbare ruimte (links/rechts). Positie (zichtbaarheid, niet onnodig lang links rijden). Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren Voorspellen/evalueren Vaak van rijstrook wisselen moet worden voorkomen, dit kan gevaarlijk zijn (veiligheid) en leidt tot irritatie bij het andere verkeer (sociaal gedrag). Om de rijsnelheid van achteropkomend verkeer te kunnen bepalen, moet de bestuurder een aantal keren achter elkaar in de spiegel kijken (veiligheid). Door verminderd zicht kan achteropkomend verkeer niet op tijd opgemerkt worden (veiligheid). Bij het van rijstrook wisselen is het belangrijk in de spiegels te kijken en vooral opzij van de auto te kijken in verband met de aanwezige dode hoek (veiligheid). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Wel of geen richting aangeven. Tijdstip van richting aangeven. Wel of niet de snelheid aanpassen. Wel of niet van rijstrook wisselen. ### Zijdelings verplaatsen Zijdelings verplaatsen Bestuurder Als je van rijstrook wisselt of een zijdelingse verplaatsing uitvoert, verleg je de rijlijn. Dit doe je bijvoorbeeld als er een obstakel op jouw weghelft staat, als het wegdek (ernstig) beschadigd is en als je wilt inhalen. Je mag direct voor, tijdens en na de manoeuvre niemand hinderen. Er mogen geen gevaarlijke situaties of schades ontstaan. Een goed verkeersinzicht en ‘bijzondere aandacht’ zijn dus nodig om de manoeuvre veilig uit te voeren. Aandachtspunten: Je mag nooit de plaats innemen waarop een andere bestuurder zich nadrukkelijk heeft voorbereid. Je moet je dus kunnen verplaatsen in de situatie van bestuurders in je omgeving. Het is niet toegestaan om je in één beweging over meerdere rijstroken te verplaatsen. Je moet dus steeds enige tijd rechtuit in een rijstrook hebben gereden voordat je weer van rijstrook mag wisselen. Veel bestuurders houden zich hier niet aan. Stem je snelheid af op je voorliggers en op het verkeer in de andere rijstrook. Als je afslaat in een situatie met meerdere rijstroken, moet je de gekozen rijstrook blijven volgen tot na de bocht. Kijk in zo’n situatie zo ver mogelijk de bocht in om je rijlijn te bepalen. Bij elke ‘belangrijke zijdelingse verplaatsing’ moet je richting aangeven. Mocht je een andere weggebruiker over het hoofd hebben gezien, dan kan deze jouw fout nog opvangen. Of het verleggen van de rijlijn een ‘belangrijke zijdelingse verplaatsing’ is, is afhankelijk van de situatie. Een kleine verplaatsing op een smalle weg is al snel een belangrijke verplaatsing. Dezelfde verplaatsing op een brede weg valt nauwelijks op en wordt dan ook niet als belangrijk ervaren. Rijstrook wisselen / zijdelings verplaatsen (script 30) Scan. Ruimtekussen. Scan. Voor laten gaan. Richtingaanwijzer. Sturen. Richting aanwijzer. Scan. ### Rijstrook wisselen - zijdelings verplaatsen Rijstrook wisselen - zijdelings verplaatsen Rijstrook wisselen en zijdelings verplaatsen zijn verplaatsingen die geen direct verband houden met manoeuvres als afslaan, inhalen en in- en uitvoegen. Het wisselen van rijstrook en andere zijdelingse verplaatsingen zijn bijzondere manoeuvres. Rijstrook wisselen of zijdelings verplaatsen zijn handelingen die bijzondere aandacht verdienen. Ze kunnen zowel naar links als naar rechts plaatsvinden. Op rijbanen zonder rijstroken spreken we over zijdelingse verplaatsingen, wisselen van rijstroken kan dan immers niet. Afhankelijk van hoe groot de zijdelingse verplaatsing is, kan gevaar of hinder ontstaan voor het overige verkeer. Bij een rijstrookwisseling of andere zijdelingse verplaatsing (zie hoofdstuk 3.2. rijprocedure B Belangen andere weggebruikers) kan eerder en/of meer hinder ontstaan voor andere weggebruikers door: de omvang van het voertuig; het snelheidsverschil met het overige verkeer; de ondoorzichtigheid van het voertuig. Als  de snelheid voldoende is afgestemd op het overige verkeer, mag van rijstrook worden gewisseld. Je mag niet van rijstrook wisselen als dit verboden is door verkeerstekens. De bestuurder houdt hierbij ook rekening met andere tekens zoals een vooraanduiding van een rijbaanversmalling. Vóór het wisselen van rijstrook richting aangeven De bestuurder geeft richting aan nadat is gekeken of de rijstrookwisseling zonder gevaar of hinder voor andere weggebruikers kan worden uitgevoerd en vóór van rijstrook wordt gewisseld. Richting aangeven moet worden beëindigd zodra de rijstrookwisseling is voltooid. Als van rijstrook moet worden gewisseld bij intensief verkeer, bijvoorbeeld bij een rijbaanversmalling, vraag dan ruim op tijd hiervoor de gelegenheid door eerder de richtingaanwijzer aan te zetten. Het aangeven van richting mag nooit leiden tot het afdwingen van ruimte. ### Van rijstrook wisselen Inleiding - Van rijstrook wisselen Deze les gaat over het wisselen tussen rijstroken. Bestudeer rijprocedure B hoofstuk 3.5: inhalen / zijdelings verplaatsen. In deze les ga je het volgende leren: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Taxatie gedrag ander verkeer. Rijsnelheid (aangepast aan omstandigheden, maar tevens vlot en doortastend). Schakelen (op tijd schakelen in hogere versnelling). Volgafstand/ruimtekussen. Richting aangeven (juiste wijze, op tijd). Beschikbare ruimte (links/rechts). Positie (zichtbaarheid, niet onnodig lang links rijden). Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren Voorspellen/evalueren  Vaak van rijstrook wisselen moet worden voorkomen, dit kan gevaarlijk zijn (veiligheid) en leidt tot irritatie bij het andere verkeer (sociaal gedrag). Om de rijsnelheid van achteropkomend verkeer te kunnen bepalen, moet de bestuurder een aantal keren achter elkaar in de spiegel kijken (veiligheid). Door verminderd zicht kan achteropkomend verkeer niet op tijd opgemerkt worden (veiligheid). Bij het van rijstrook wisselen is het belangrijk in de spiegels te kijken en vooral opzij van de auto te kijken in verband met de aanwezige dode hoek (veiligheid). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Wel of geen richting aangeven. Tijdstip van richting aangeven. Wel of niet de snelheid aanpassen. Wel of niet van rijstrook wisselen. ### Tot slot - WVW 2 Tot slot Jouw leerling gaat straks na een aantal lessen een rijbewijs aanvragen op het gemeentehuis. In de het reglement rijbewijzen staat omschreven aan welke voorwaarden iemand moet voldoen om een rijbewijs te krijgen. Ook staat in dit reglement welke eisen gesteld moet worden aan het voertuig en welk theorie- en praktijkexamen er afgenomen moet worden afgelegd. In deze les heb je geleerd wat er in het reglement rijbewijzen staat. Het gehele reglement kun je hier vinden: Reglement rijbewijzen Reglement rijbewijzen Hoofdstuk I - Algemene bepalingen Artikelen 1-25b Hoofdstuk II - Aanvraag van rijbewijzen Artikelen 26-49d Hoofdstuk III - Verklaringen van rijvaardigheid Artikelen 50-96 Hoofdstuk IV - Verklaringen van geschiktheid Artikelen 97-104 Hoofdstuk V - Afgifte van rijbewijzen Artikelen 104a-130 Hoofdstuk VI - Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid Artikelen 131-143 Hoofdstuk VII - Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen Artikelen 144-156 Hoofdstuk VIIa - Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg Artikelen 156a-156ad Hoofdstuk VIII- Bromfietscertificaten Artikelen 157-173 Hoofdstuk VIIIa - Experiment verlaging minimumleeftijd buschauffeurs Artikelen 173a-173h Hoofdstuk VIIIb - Experiment begeleid rijden Artikelen 173i-173cc Hoofdstuk VIIIc - Experiment elektronische aanvraag rijbewijzen Artikelen 173dd-173nn Hoofdstuk IX - Overgangsbepalingen Artikelen 174-197b) Hoofdstuk X - Strafbepaling Artikel 198) Hoofdstuk XI - Slotbepalingen ### Nader onderzoek rijvaardigheid Nader onderzoek rijvaardigheid Bureau Nader Onderzoek Rijvaardigheid (BNOR) Artikel 86 RR omschrijft dat als je vier keer in een periode van vijf jaren niet slaagt voor het praktijkexamen, je daarna een speciaal examen doet. Dit noemen we een 'nader onderzoek rijvaardigheid'. Je hebt dan meer tijd, en je krijgt meer persoonlijke begeleiding. De duur van dit examen, namelijk ten minste 50 minuten voor de categorie B, wordt beschreven in artikel 88 RR. Voor informatie over het BNOR-examen: 4 keer gezakt? ### Het praktijkexamen Het praktijkexamen Het praktijkexamen (artikel 67d RR t/m artikel 88 RR) Voor toelating tot het praktijkexamen moeten de volgende zaken worden overlegd (artikel 67d RR): Een theoriecertificaat maximaal 1,5 jaar oud, voor de rijbewijscategorie B; Een op naam gesteld identificatiebewijs of een eerder afgegeven (verlopen) rijbewijs. Artikel 70 RR lid 3 omschrijft de eisen waaraan bij het praktijkexamen categorie B moet worden voldaan. Artikel 72 RR, artikel 78 RR en artikel 80 RR omschrijven de eisen waaraan het voertuig moet voldoen waarmee de kandidaat op het examen verschijnt. Een motorrijtuig op vier wielen; De toegestane maximum massa mag niet meer zijn dan 3500 kg; Niet ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen, de bestuurder daaronder niet inbegrepen; Moet ten minste 100 km per uur kunnen bereiken; Moet een examenvoertuig zijn die aan dezelfde eisen moet voldoen als tijdens de les, dus denk bijvoorbeeld aan dubbele bediening, een L- bordje etc. (is eerder behandeld); Het examenvoertuig mag een automaat zijn. De duur van het examen wordt in artikel 83 RR omschreven, waarbij artikel 84 RR aangeeft dat het examen binnen de tijd kan worden gestaakt. Als de kandidaat aan de eisen heeft voldaan die omschreven staan in artikel 70 RR, registreert het CBR in het rijbewijzenregister een rijvaardigheidsverklaring (artikel 85 RR). ### Het theorie-examen Het theorie-examen Het theorie-examen (artikel 56 RR, artikel 58 RR, artikel 59 RR, artikel 62 RR en artikel 65 RR) Artikel 56 RR stelt dat degene die een theorie-examen voor de rijbewijs categorie B bij het CBR wil afleggen, tenminste 16 jaar oud moet zijn. Artikel 58 RR en artikel 59 RR beschrijven wat de examenaanvrager moet doen om het theorie-examen af te kunnen leggen. De kandidaat moet: een vastgestelde aanvraagkaart kopen; vervolgens een aantal zaken overleggen, te weten: de aanvraagkaart; een op naam gesteld identificatiebewijs of een eerder afgegeven rijbewijs; Als de kandidaat voldoet aan de eisen zoals die zijn omschreven in artikel 62 RR, reikt het CBR hem een theoriecertificaat uit artikel 65 RR. Het theoriecertificaat blijft 1,5 jaren (18 maanden) geldig. ### Aanvraag van verklaringen van rijvaardigheid Aanvraag van verklaringen van rijvaardigheid Verklaring van rijvaardigheid (artikel 50 RR, artikel 53 RR, artikel 53a RR, artikel 54 RR en artikel 55 RR) Voor het verkrijgen van een rijbewijs is een verklaring van rijvaardigheid noodzakelijk. De verklaringen van rijvaardigheid worden in het rijbewijzenregister geregistreerd door het CBR, op aanvraag en tegen betaling, voor iedereen die aan de gestelde eisen voldoet (artikel 50 RR). Deze verklaring is ten hoogste 3 jaren geldig. Het examen voor de categorie B (artikel 53 RR lid 5 ) bestaat uit twee delen, te weten: een theorie-examen, en een praktijkexamen. Artikel 54 RR en artikel 55 RR omschrijven waaraan de aanvrager moet voldoen. Hij moet: a. het verschuldigde tarief betalen aan het CBR; b. een volledig ingevuld aanvraagformulier inleveren. Punt b komt te vervallen als er wordt gewerkt via het zogenaamde TOP-online reserveringssysteem. ### Begeleid rijden Begeleid rijden 2toDrive Volgens Europese richtlijnen wordt de verlaging van de minimum leeftijd voor de categorie B tot 17 jaar toegestaan. In Nederland is gekozen voor het Duitse model 'Begeleid Rijden'. Het 'Begeleid Rijden' was een proef van maximaal 6 jaar gestart op 1 november 2011. Na 4 jaar werd de proef door de SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) geëvalueerd.  Per 15 maart 2018 is deze proef omgezet naar een definitieve invoering. Het theorie-examen voor de categorie B kan worden afgelegd als men de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. De leeftijd om te mogen beginnen met rijlessen is vastgesteld op 16,5 jaren. 'Begeleid Rijden' Jongeren die 16,5 jaar zijn, kunnen overeenkomstig de bepalingen van het Reglement Rijbewijzen, rijonderricht gaan volgen. Zij mogen het theorie-examen afleggen vanaf de dag dat ze 16 jaar oud zijn en het praktijkexamen afleggen vanaf de dag dat ze 17 jaar oud zijn. Vanaf het behalen van het rijbewijs tot aan hun 18e verjaardag mogen ze uitsluitend onder begeleiding van een ervaren bestuurder autorijden. Vanaf de leeftijd van 16 jaar en 6 maanden kunnen kandidaten beginnen met het volgen van een rijopleiding in de zin van de WRM 1993. Na het behalen van het theorie-examen mogen deelnemers aan 'Begeleid Rijden' op of na hun 17e verjaardag het normale praktijkexamen voor rijbewijs B afleggen. Hiermee worden zij in staat gesteld om in de begeleidingsperiode zoveel mogelijk kilometers te maken. Zij zijn na het behalen van het rijbewijs feitelijk en juridisch bestuurder van de auto en ontvangen een normaal rijbewijs. Echter, deze bestuurders mogen tot hun 18e jaar uitsluitend autorijden onder begeleiding van een rijbewijsbezitter, die voldoet aan de wettelijke eisen die gesteld worden aan een begeleider. Tot het 18e jaar zal het rijbewijs van een deelnemer alleen in combinatie met een begeleiderspas en uitsluitend in het Europese deel van Nederland geldig zijn. Voor jongeren die vanaf 18 jaar het rijbewijs halen, blijft het mogelijk om direct zelfstandig een auto te besturen. Op deze site vind je informatie over begeleid rijden 2toDrive. Klik voor de volledige wetgeving omtrent 2toDrive op Begeleid Rijden. Samenvatting  Vanaf 16 jaar: theorie-examen afleggen; Vanaf 16,5 jaar: starten met het volgen van rijonderricht en de begeleiderspas aanvragen; Vanaf 17 jaar: praktijkexamen afleggen; Tot 18 jaar alleen rijden onder begeleiding geregistreerde coach / begeleider. ### Bij de aanvraag vereiste gegevens Bij de aanvraag vereiste gegevens artikel 33 RR en artikel 34 RR Bij de toelichting van deze artikelen laten we de bepalingen betreffende de consulair ambtenaren en de NAVO-militairen buiten beschouwing. Artikel 33 RR en artikel 34 RR geven aan wat de aanvrager van een rijbewijs moet overleggen om een rijbewijs te verkrijgen. Dit zijn: een volledig ingevuld aanvraagformulier; een op naam gesteld identificatiebewijs of een (verlopen) rijbewijs; een pasfoto die aan bepaalde eisen moeten voldoen (zie artikel 33 RR lid 1 punt d). Heeft, of is aan de aanvrager nog niet eerder een rijbewijs afgegeven dan komen bij de punten 1 t/m 3 er nog twee zaken bij, te weten: een verklaring van rijvaardigheid, maximaal 3 jaren voor de aanvraag in het rijbewijsregister geregistreerd, en een verklaring van geschiktheid, maximaal 1 jaar voor de aanvraag in het rijbewijsregister geregistreerd (geldt niet bij het bromfietsrijbewijs). Verklaring van geschiktheid (CBR) Verklaring van rijvaardigheid (CBR) ### Indiening van de aanvraag Indiening van de aanvraag Wie geven het rijbewijs af (artikel 26 RR t/m artikel 31 RR) Zoals reeds bij artikel 107 WVW vermeld, wordt het rijbewijs afgegeven door: de burgemeester; de Dienst Wegverkeer (RDW). Artikel 26 RR, artikel 27 RR, artikel 28 RR, artikel 29 RR, artikel 30 RR en artikel 31 RR van het Reglement Rijbewijzen geven aan, wanneer de aanvraag van een rijbewijs moet worden gericht tot de burgemeester en wanneer tot de Dienst Wegverkeer: De aanvraag dient tot de burgemeester te worden gericht als de aanvrager woonachtig is in Nederland en staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente. De aanvraag dient tot de Dienst Wegverkeer te worden gericht indien: de aanvrager wel in Nederland woont maar niet als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente; de aanvrager buiten Nederland woonachtig is; de aanvraag een omwisseling betreft van een buitenlands rijbewijs voor een Nederlands rijbewijs; de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs aan iemand die in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend of een van zijn gezinsleden; het een omwisseling betreft van het militaire rijbewijs naar een burgerrijbewijs. Artikel 32 RR Artikel 32 RR stelt voorwaarden aan de aanvrager van een rijbewijs: die dat voor de eerste keer doet; die al een rijbewijs heeft, maar dat ongeldig is verklaard in verband met een onderzoek naar de rijvaardigheid; die al een rijbewijs heeft, maar dat ongeldig is verklaard op grond van artikel 124 WVW, eerste lid a, b of c. ### Beperkingen op de geldigheid Beperkingen op de geldigheid In de artikelen 16 tot en met 25 van het Reglement Rijbewijzen worden de beperkingen omschreven, zoals deze kunnen gelden voor het rijbewijs. Artikel 16 RR Een rijbewijs kan slechts geldig zijn voor een motorrijtuig dat aan bepaalde eisen voldoet, of in het geval de bestuurder gebruik maakt van bepaalde kunst- of hulpmiddelen. Deze beperking wordt middels een code in het rijbewijs vermeld. Artikel 17 RR Een rijbewijs kan alleen maar geldig zijn voor een zogenaamde 'automaat' (code 78). Deze beperking wordt middels een code in het rijbewijs weergegeven en kan worden vermeld als het examen in een 'automaat' is afgelegd. Deze beperking geldt NIET voor de categorie T. Dit houdt in dat, ook als het praktijkexamen wordt afgelegd met een motorrijtuig van die categorie met automatische schakeling, de betrokken kandidaat een rijbewijs voor de categorie T krijgt zonder dat daarin de automaatcode is vermeld. De reden voor deze keuze is dat de schakelinrichting in de LBT zo complex is dat het deel van de koppeling voor het werken met het motorrijtuig niet te onderscheiden is van het deel voor het schakelen in het verkeer. Artikel 18 RR Binnen artikel 18 RR wordt gesteld dat het mogelijk is, dat als er in het verleden een beperking is opgesteld ten aanzien van de 'automaat', deze kan komen vervallen middels een nieuw praktijkexamen voor een andere of dezelfde categorie. Artikel 19 RR Een rijbewijs kan slechts geldig zijn in een beperkt gebied, dus binnen een aantal kilometers van de woonplaats van de houder van een rijbewijs. Dit kan het geval zijn als de lichamelijke of geestelijke gesteldheid daar aanleiding toe geeft. Ook deze beperking wordt middels een code (62) in het rijbewijs vermeld. Artikel 19a RR  Een rijbewijs kan slechts geldig zijn als blijkt dat de houder alleen maar geschikt is in het geval de houder het motorrijtuig voor privé-doeleinden gebruikt. Deze bepaling is in het leven geroepen voor mensen met een geïmplanteerde pacemaker (cardiodefibrillator). Voorheen werden zij altijd ongeschikt verklaard. Nu kunnen zij, onder voorwaarden, een motorrijtuig besturen. Ook deze beperking wordt middels een code in het rijbewijs vermeld. Artikel 19b RR  Als een rijbewijs voor een andere categorie wordt aangevraagd ontvangt de aanvrager automatisch het bromfietsrijbewijs. Artikel 19c RR  De beperking om alleen een motorrijtuig te mogen besturen indien er een alcoholslot is ingebouwd. Artikel 24 RR Een rijbewijs kan slechts geldig zijn als de bestuurder gebruik maakt van zogenaamde corrigerende lenzen (bril of contactlenzen). Deze beperking wordt middels een code op het rijbewijs vermeld en wordt gegeven op grond van de verklaring van geschiktheid. Artikel 25 RR De geldigheid van een rijbewijs B is maximaal 10 jaar en kan daarna telkens met maximaal 10 jaar verlengd worden. Dit kan tot de aanvrager de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Hierna is verlenging afhankelijk van de leeftijd. Hier kun je bekijken welke coderingen er allemaal zijn ten aanzien van de beperkingen bij de rijbevoegdheid: Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid. ### Rijbewijs B Rijbewijs B Artikel 15 RR In Nederland zijn er 11 rijbewijscategorieën: AM, A1, A2, A, B, C1, C, D1, D, T en E. Onder artikel 15 RR kunnen we de volgende rijbewijzen toelichten: Rijbewijs B Rijbewijs B geldt voor: Een vierwielig motorrijtuig dat niet is ingericht voor meer dan 8 personen, waarvan het totaal gewicht maximaal 3.500 kg bedraagt. Een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van 750 kg. Een aanhangwagen die zwaarder is dan 750 kg, maar dan mag het totale gewicht van de auto en de aanhangwagen niet zwaarder zijn dan 3.500 kg. Met het rijbewijs B mag men geen driewielig motorrijtuig besturen. Hiervoor is het rijbewijs categorie A nodig. Diegenen die voor 19 januari 2013 een rijbewijs hebben behaald mogen dit wel! Rijbewijs B met code 96 Dit is een Europese codering die toegevoegd kan worden aan een beginnersrijbewijs (In Nederland genaamd rijbewijs voor beginnend bestuurder). Onder code 96 vallen personenauto's met een aanhangwagen of een oplegger met een totaal gewicht van meer dan 750 kg. Het totale gewicht van het samenstel mag meer bedragen dan 3.500 kg, maar niet meer dan 4.250 kg. Het examen dat voor dit rijbewijs in Nederland moet worden afgelegd is gelijk aan het examen voor de categorie BE. Na het behalen van het examen wordt een rijbewijs BE afgegeven, behalve als de kandidaat zelf verzoekt om een rijbewijs B met code 96. In Nederland zal dit dus niet snel gebeuren, omdat men met een rijbewijs BE meer gewicht mag vervoeren. Rijbewijs BE Met dit rijbewijs mag men aanhangwagens voortbewegen die men, op grond van rijbewijs B of rijbewijs B met code 96, niet mag voortbewegen. De aanhangwagen of oplegger mag een maximum massa van ten hoogste 3.500 kg hebben. Deze maximum massa mag meer bedragen bij opleggers en middenasaanhangwagens indien: De maximum last onder de koppeling van de oplegger of aanhangwagen niet meer bedraagt dan het verschil tussen de maximale toegestane massa van de auto en de massa in rijklare toestand van de auto. De maximum aslast mag maximaal 3.500 kg bedragen massa = gewicht. Alle hierboven genoemde rijbewijzen blijven 10 jaar geldig. Het examen voor de categorie B bestaat uit een theoriedeel en een rijproef. Het theorie-examen mag men afleggen indien men tenminste 16 jaar is. Het praktijkexamen mag men afleggen indien men tenminste 17 jaar is. Het examen voor de categorie BE en B met code 96 bestaat alleen uit een rijproef en mag worden afgelegd als men tenminste 18 jaar is en in het bezit van een geldig rijbewijs B. Lees meer op deze site: http://www.rijbewijs.nl/ ### Inleiding Rijbewijs Inleiding Rijbewijs Een korte geschiedenis van het rijbewijs Sinds 1 januari 1906 wordt er in Nederland een officieel landelijk geldend rijbewijs uitgegeven. Voor die tijd gaf het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid vergunningen af. De voorwaarde die destijds werd beschreven, was: "het berijden van de wegen met een voertuig, voortbewogen door mechanische kracht en van een groter gewicht dan 150 kg". Het lastige was dat deze vergunningen alleen geldig waren voor de rijkswegen. Voor provinciale en gemeentelijke wegen moesten automobilisten een aparte vergunning aanvragen. Voor de eerste rijbewijzen hoefde men geen theorie-examen of een praktijkexamen af te leggen. Daarnaast had men ook geen geneeskundige verklaring nodig. Oprichting Centraal Bureau afgifte Rijbewijzen (CBR) In 1927 werd het CBR opgericht. Het CBR heeft als wettelijke taak: het toelaten van personen tot het wegverkeer en het bevorderen van de verkeersveiligheid. Invoering Praktijkexamen Tussen 1934 en 1940 legden de Commissie van Toezicht van het CBR en de directeur van het CBR zich toe op het verbeteren van het rijexamen. Het praktijkexamen moest in het hele land zo uniform mogelijk plaatsvinden. Rijinstructeurs die het rijexamen afnamen kregen periodiek instructies over hoe ze moesten examineren. De personen die het praktijkexamen gingen afleggen werden van tevoren op de hoogte gebracht van de eisen tijdens de examenrit. Tot 1934 duurde het praktijkexamen een kwartier en vanaf 1934 werd dat verlengd naar een praktijkexamen van een half uur. Instelling rijbewijscategorieën Vanaf 1951 had Nederland een Wegenverkeerswet en Wegenverkeersreglement. De geldigheidsduur van rijbewijzen werden van twee naar vijf jaar verlengd en er werden vijf categorieën rijbewijzen ingesteld. Vanaf die datum kwam een en ander in een stroomversnelling. We gaan nu de Wetgeving behandelen, waarvoor de basis in het verleden is gelegd. ### W.V.W. 2 - Reglement rijbewijzen Introductie Jouw leerling gaat straks na een aantal lessen een rijbewijs aanvragen op het gemeentehuis. In het reglement rijbewijzen staat omschreven aan welke voorwaarden iemand moet voldoen om een rijbewijs te krijgen. Ook staat in dit reglement welke eisen worden gesteld aan het voertuig. Daarnaast staat er welk theorie-examen en praktijkexamen er afgenomen moet worden voor het verkrijgen van een rijbewijs. In deze les leer je wat er in het reglement rijbewijzen staat en worden de belangrijkste artikelen behandeld. Het gehele reglement kun je hier vinden: Reglement rijbewijzen Reglement rijbewijzen Hoofdstuk I - Algemene bepalingen Artikelen 1-25b Hoofdstuk II - Aanvraag van rijbewijzen Artikelen 26-49d Hoofdstuk III - Verklaringen van rijvaardigheid Artikelen 50-96 Hoofdstuk IV - Verklaringen van geschiktheid Artikelen 97-104 Hoofdstuk V - Afgifte van rijbewijzen Artikelen 104a-130 Hoofdstuk VI - Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid Artikelen 131-143 Hoofdstuk VII - Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen Artikelen 144-156 Hoofdstuk VIIa - Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg ​​​​​​​Artikelen 156a-156ad Hoofdstuk VIII- Bromfietscertificaten Artikelen 157-173 Hoofdstuk VIIIa - Experiment verlaging minimumleeftijd buschauffeurs Artikelen 173a-173h Hoofdstuk VIIIb - Experiment begeleid rijden Artikelen 173i-173cc Hoofdstuk VIIIc - Experiment elektronische aanvraag rijbewijzen Artikelen 173dd-173nn Hoofdstuk IX - Overgangsbepalingen Artikelen 174-197b) Hoofdstuk X - Strafbepaling Artikel 198) Hoofdstuk XI - Slotbepalingen ### Tot slot - Rechts of links afslaan Tot slot - Rechts of links afslaan Deze les ging over het rechts of links afslaan op wegen. Bestudeer, indien je dit nog niet hebt gedaan hoofdstuk 3.3 van rijdprocedure B. Ga na of je de volgende punten hebt geleerd: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Links-rechts positie op de weg. Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Zicht voor en achter. Naderrichting links-rechts. Snelheid (aangepaste naderingssnelheid, maar ook vlot en doortastend). Vertragen (op tijd gas terug en uitrollen in de versnelling). Schakelen (vermijden terugschakelen via meerdere versnellingen). Bochten (op tijd teruggeschakeld, maar zo mogelijk in derde versnelling) Richting aangeven (op tijd). Voorsorteren (op juiste wijze, onbelemmerde doorgang. Juist gebruik voorsorteerstroken/ opstelvakken). Taxatie gedrag ander verkeer. Voor laten gaan. Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Bermbegroeiing. Soort kruispunt (gelijkwaardig, ongelijkwaardig). Voertuigcategorieën. Wegcategorieën. Tegemoetkomende bestuurders: rechtdoor, rechtsaf. Voorsorteervakken. Voorspellen / evalueren Als niet op tijd of op een onjuiste wijze wordt voorgesorteerd, kan dat ertoe leiden dat het achteropkomende verkeer onvoldoende passeerruimte heeft (doorstroming). Het niet op tijd of onjuist geven van een teken kan ertoe leiden dat het achteropkomende of tegemoetkomende verkeer wordt verrast. Daardoor kan het niet op tijd en niet adequaat reageren (veiligheid). De bestuurder moet erop voorbereid zijn, dat vrij liggende fietspaden in twee richtingen mogen worden bereden en dat fietsers en bromfietsers daarom ook uit de tegemoetkomende richting kunnen komen (veiligheid). Mogelijke beslissingen / handelingskeuzen Wel of geen richting aangeven. Tijdstip van richting aangeven.  Wel of niet voorsorteren. Wel of niet terugschakelen. Wel of niet de snelheid aanpassen. ### Afslaan naar links Afslaan naar links Bestuurders die links afslaan mogen op rijbanen met verkeer in twee richtingen tegen de wegas voorsorteren. Bij volledige eenrichtingswegen mogen ze dat geheel tegen de linkerzijde van de rijbaan doen. Ze moeten tijdig kijken, tijdig een teken geven met de richtingaanwijzer of met de arm. Zij moeten tegemoet- en achteropkomend verkeer op dezelfde weg voor laten gaan. Tevens moeten zij de tegemoetkomende rechts afslaande bestuurders voor laten gaan. Zonder meer links afslaan leidt, zeker bij grote drukte, tot het onderbreken van de doorstroming van het tegemoetkomende verkeer. Voorsorteren In verband met verminderen van de snelheid moet je tijdig voorsorteren. Om snelheid te verminderen laat je ruim voor de bocht het gaspedaal los, rem je af en schakel je zo nodig terug. Maak gebruik van rollend vermogen en vermijd sterk afremmen. Als een tegemoetkomende personenauto op een klein kruispunt ook links af wil slaan, verdient het de voorkeur om vóór elkaar langs te rijden. Bij het nemen van een bocht moet je zorgen dat je deze zo ruim neemt zodat je uitkomt op de rechter weghelft van de weg die je in wilt rijden. Let erop dat je bij het voorsorteren evenwijdig aan de wegas staat, met de wielen in de rechtstand. Met ingedraaide wielen zou de auto bij een eventuele botsing met achteropkomend verkeer op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer terecht kunnen komen. Foutief links afslaan en voorsorteren Het links afslaan zonder op de juiste wijze voor te sorteren of zonder tijdig een teken te geven, kan leiden tot gevaarlijke en hinderlijke situaties, zoals: Te laat of niet reageren van het achteropkomende en tegemoetkomende verkeer. Achteropkomend verkeer heeft bij niet of onvoldoende naar links voorsorteren onvoldoende ruimte om te passeren, waardoor de doorstroming belemmerd wordt. Volledig voorsorteren tegen de wegas kan op smallere wegen bij nadering van tegenliggers leiden tot gevaarlijk en rakelings tegemoet komen van die tegenliggers. Bij het niet juist voorsorteren op de linkerrijstrook kan de weg afgesloten worden voor het achterliggend verkeer. Kijken Voordat je als bestuurder naar links afslaat, moet je: eerst in de binnenspiegel en dan naar voren kijken; vervolgens in de linkerbuitenspiegel kijken; tot slot over de linkerschouder kijken. Bij vrijliggende fietspaden, fiets-/bromfietspaden, een fietsstrook, parallelwegen of vrijliggende paden moet je, net voor het naar links insturen, nog een keer in de linkerbuitenspiegel en over de linkerschouder kijken. Deze bocht moet ruim genomen worden. Bij een eenzijdig fietspad of fiets-/bromfietspad dat aan de linkerzijde van de weg ligt, moet je niet alleen over de schouder kijken maar ook bewust naar links, naar dat pad. ### Afslaan naar rechts Afslaan naar rechts Bestuurders die rechts afslaan, mogen voorsorteren en moeten een teken met de richtingaanwijzer of met de arm geven. Zij moeten het tegemoetkomend en achteropkomend verkeer op dezelfde weg voor laten gaan. Voordat je naar rechts stuurt, moet je eerst in de binnenspiegel, dan naar voren, daarna in de rechterbuitenspiegel kijken en ook over de rechterschouder. Zijn er vrijliggende fietspaden, fiets-/bromfietspaden, een fietsstrook, parallelwegen of vrijliggende paden dan moet je, voordat je naar rechts instuurt, nog eens in de rechterbuitenspiegel en over de rechterschouder kijken. De bocht moet kort en strak worden genomen. Rechts afslaan zonder tijdig te kijken, zonder goed voor te sorteren of het tijdig geven van een teken, is gevaarlijk. Je kunt foutieve of late reacties van het achterop- en tegemoetkomend verkeer verwachten. Bovendien kan een stremming in de doorstroming ontstaan, omdat achteropkomend verkeer bij het niet of niet correct voorsorteren naar rechts, onvoldoende ruimte heeft om te kunnen passeren. Foutieve of late reacties waardoor er een onduidelijk of gevaarlijk verkeersbeeld ontstaat en het niet opvolgen van verkeerstekens kunnen medeweggebruikers in verwarring brengen en leiden tot onaangepaste reacties. Voorsorteren Voordat de bestuurder afslaat, kan in de meeste gevallen, nadat de voorbereidende handelingen van kijken en richting aangeven zijn uitgevoerd, het best zó worden voorgesorteerd dat het maken van een juiste bocht mogelijk is. Voorsorteren is vereist in situaties waarbij door niet voorsorteren: een onveilige situatie ontstaat of kan ontstaan; een vlotte doorstroming van het verkeer wordt of kan worden belemmerd. ### Voorsorteren en afslaan Voorsorteren en afslaan Tekens ter geleiding van het verkeer Bochtaangevende vakken, verdrijvingsvakken, druppels e.d. of tekens welke een betere doorstroming bevorderen, respecteren. Dat geldt ook ten aanzien van doorgetrokken strepen die de rijbaan niet in stroken verdelen, zoals kantlijnen. Wordt bij het links afslaan in verband met tegemoetkomend verkeer gestopt, dan het kruispunt vrij houden. Daarbij de voorwielen van de auto zoveel mogelijk in de "rechtuitstand" houden. De verplichting het kruispunt vrij te houden geldt niet, indien het verkeer terplaatse geregeld wordt door verkeerslichten of het verkeer op de betreffende weg voorrang heeft op het dwarsverkeer. Bij tegemoetkomend verkeer dat op hetzelfde kruispunt eveneens links afslaat, bij voorkeur voor langs rijden tenzij verkeerstekens op het wegdek anders aangeven. Voor de volgende onderdelen verwijzen we u naar hoofdstuk 3.3 van de rijprocedure B: Volgafstand houden; Snelheid; Reageren op verkeerslichten en aanwijzingen; Reageren op overige verkeerstekens; Geven van en reageren op signalen; Vertragen, remmen en stoppen. Fietsstrook (onderbroken streep) Alhoewel het gebruik van deze strook voor andere bestuurders dan fietsers of gehandicaptenvoertuigen wettelijk niet is verboden, blijft die strook in feite een deel van de rijbaan, dat bestemd is voor fietsers. Andere bestuurders maken dan ook alleen gebruik van deze strook als een bepaalde verkeersituatie dat wenselijk of noodzakelijk maakt. Daarbij mogen fietsers in geen geval gehinderd worden. Stoppen op een fietsstrook dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. Suggestiestrook (zonder symbolen) Dit is een deel van de rijbaan waarvan gesuggereerd wordt dat dit bestemd is voor fietsers en gehandicaptenvoertuigen. Bij het naar rechts afslaan mag deze strook worden gebruikt. ### Voorsorteren en afslaan Voorsorteren en afslaan Plaats op de weg Een kruispunt mag men niet blokkeren (artikel 14 RVV). Als voor een kruispunt moet worden gestopt, dan niet verder doorrijden dan de weg- of verkeerssituatie toelaat. Het kruispunt pas oprijden indien: kan worden doorgereden, of het kruispunt zo spoedig mogelijk vrij kan worden gemaakt; opstellen tussen de kruisende verkeersstromen mogelijk is. Indien het een geregeld kruispunt betreft (verkeerslichten of -tekens), kan het in bepaalde situaties voor de doorstroming verstandig zijn om kort op het kruispunt stil te staan. Kort stoppen op een kruisend fietspad of een voetgangersoversteekplaats is soms noodzakelijk om uitzicht te krijgen op de kruisende weg. Daarbij mogen geen (brom-)fietsers en voetgangers gehinderd worden. Bij het afslaan kan, na kijken en richting aangeven het best worden voorgesorteerd. Bij het rijden van de bocht de juiste plaats op de rijbaan innemen. Wijze van voorsorteren Bij het naar rechts afslaan tijdig zoveel mogelijk aan de rechterzijde van de rijbaan gaan rijden. Bij het naar links afslaan tijdig zoveel mogelijk tegen de wegas aan gaan rijden: op een rijbaan met verkeer in een richting zoveel mogelijk links gaan rijden en op een rijbaan met beperkt eenrichtingsverkeer zoveel mogelijk tegen de wegas gaan rijden. Voorsorteren is vereist indien door niet voor te sorteren: een onveilige situatie ontstaat of kan ontstaan; een vlotte doorstroming van het verkeer wordt of kan worden belemmerd. Bijvoorbeeld: Door voor te sorteren bij het links afslaan, voorkom je dat achterop komend verkeer links gaat inhalen, waardoor gevaarlijke situaties (kunnen) ontstaan voor naderend verkeer. Door voor te sorteren bij het links afslaan, krijgt het achterop komend verkeer meer ruimte om rechts in te halen. Als de rijbaan in meerdere rijstroken is verdeeld, bij aanwezigheid van een voorsorteerstrook, tijdig de aangrenzende strook berijden en vanaf die strook de voorsorteerstrook opgaan. Soms kan het voorsorteren beter achterwege blijven. Zo moet worden voorkomen dat in voorgesorteerde positie waarbij langzaam wordt gereden of gestopt, fietsers en bromfietsers onnodig worden gehinderd. In voorgesorteerde positie tegen de as van de rijbaan stilstaan kan vooral op buitenwegen gevaarlijk zijn. Beter is dit soort situaties te vermijden. ### Rechts of links afslaan s voor Inleiding - Rechts of links afslaan Deze les gaat over het rechts of links afslaan op wegen. Bestudeer voordat je aan deze les begint  hoofdstuk 3.3 van rijdprocedure B. In deze les komt komt het volgende aan bod: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Links-rechts positie op de weg. Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Zicht voor en achter. Naderrichting links-rechts. Snelheid (aangepaste naderingssnelheid, maar ook vlot en doortastend). Vertragen (op tijd gas terug en uitrollen in de versnelling). Schakelen (vermijden terugschakelen via meerdere versnellingen). Bochten (op tijd teruggeschakeld, maar zo mogelijk in derde versnelling) Richting aangeven (op tijd). Voorsorteren (op juiste wijze, onbelemmerde doorgang. Juist gebruik voorsorteerstroken/ opstelvakken). Taxatie gedrag ander verkeer. Voor laten gaan. Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Bermbegroeiing. Soort kruispunt (gelijkwaardig, ongelijkwaardig). Voertuigcategorieën. Wegcategorieën. Tegemoetkomende bestuurders: rechtdoor, rechtsaf. Voorsorteervakken. Voorspellen / evalueren Als niet op tijd of op een onjuiste wijze wordt voorgesorteerd, kan dat ertoe leiden dat het achteropkomende verkeer onvoldoende passeerruimte heeft (doorstroming). Het niet op tijd of onjuist geven van een teken kan ertoe leiden dat het achteropkomende of tegemoetkomende verkeer wordt verrast. Daardoor kan het niet op tijd en niet adequaat reageren (veiligheid). De bestuurder moet erop voorbereid zijn, dat vrij liggende fietspaden in twee richtingen mogen worden bereden en dat fietsers en bromfietsers daarom ook uit de tegemoetkomende richting kunnen komen (veiligheid). Mogelijke beslissingen / handelingskeuzen Wel of geen richting aangeven. Tijdstip van richting aangeven.  Wel of niet voorsorteren. Wel of niet terugschakelen. Wel of niet de snelheid aanpassen. ### Oversteken - tot slot Oversteken - tot slot Deze les ging over oversteken. Indien je dit nog niet gedaan hebt: bestudeer van rijprocedure B: Onderdelen van verkeersdeelneming: 3.3 Gedrag nabij en op kruispunten Toepassing: 3.3 Gedrag nabij en op kruispunten  Ïn deze les heb je geleerd: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Positie op de weg (niet blokkeren kruisingsvlak). Zicht voor en achter. Naderrichting links-rechts. Snelheid (aangepaste naderingssnelheid, maar tevens voldoende vlot en doortastend). Vertragen (op tijd gas terug en uitrollen in de versnelling). Taxatie gedrag ander verkeer. Voor laten gaan. Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Lengte/breedte eigen en andere voertuigen. Aantal rijstroken (1 of 2). Wegbreedte. Waarneembaarheid kruispunten. Bermbegroeiing. Soort kruispunt/wegaansluiting (gelijkwaardig/ongelijkwaardig; gelijkvloers/ongelijkvloers e.d.). Voertuigcategorieën. Wegcategorieën. Tegemoetkomende bestuurders: rechtdoor, rechtsaf. Bestuurders zelfde richting (inhalen, volgafstand). Voorsorteervakken. Voorspellen/evalueren Stilstaan, keren en parkeren op kruispunt kan de doorgang voor andere weggebruikers blokkeren (doorstroming) en de kans om op tijd reageren bij naderend verkeer verkleinen (veiligheid). Te hoge naderingssnelheid leidt tot schrikreactie bij ander verkeer (sociaal rijgedrag, veiligheid). Plotseling snelheid verminderen kan leiden tot niet op tijd reageren, te dichte nadering, niet op tijd tot stilstand komen van achterliggend verkeer (veiligheid). Hoogte eigen rijsnelheid bepaalt hoe plotseling een handeling moet worden uitgevoerd. Niet voorsorteren tegen de wegas: achterop komend verkeer heeft geen passeerruimte (doorstroming). Niet voorsorteren naar rechts: achterop komend verkeer heeft geen passeerruimte (doorstroming). Niet voorsorteren op linker rijstrook: weg afgesloten voor achterliggend verkeer (doorstroming). Het niet opvolgen van een verkeersteken (teken op de weg; verkeerslicht; bord verboden in te rijden) brengt medeweggebruikers in verwarring en leidt tot niet passende reacties (veiligheid) (veiligheid, sociaal rijgedrag). Het niet geven van een teken brengt medeweggebruikers in verwarring (veiligheid, sociaal rijgedrag). Bij grote drukte in tegengestelde rijrichting: zonder meer links afslaan leidt tot onderbreken van de stroom tegemoetkomend verkeer (doorstroming). De snelheid waarmee een verkeerssituatie genaderd wordt, moet altijd aangepast zijn aan de omstandigheden en zodanig gekozen zijn dat de bestuurder in staat is zijn auto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is (veiligheid). Uit de nadersnelheid moet voor andere weggebruikers op te maken zijn wat de autobestuurder van plan is te gaan doen (sociaal rijgedrag). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Wel of niet oversteken. Wel of niet de snelheid aanpassen. Wel of niet voorsorteren. ### Voorrang verlenen en voor laten gaan Voorrang verlenen en voor laten gaan Belangen van andere weggebruikers Bij het naderen en oprijden van een kruispunt moet men steeds zo veilig mogelijk handelen. Voorkom onnodig hinderen. Alleen zó kan correct worden gereageerd op onjuist weggedrag van anderen en onverwachte omstandigheden. Voor een vlotte doorstroming van het verkeer of het bevorderen van een veiligere verkeerssituatie, kan het wenselijk of noodzakelijk zijn om een niet-voorrangsgerechtigde weggebruiker toch voorrang te verlenen. Hoewel op kruispunten aan voetgangers wettelijk geen voorrang behoeft te worden verleend, dient onder bepaalde omstandigheden nadrukkelijk met hun belang rekening te worden gehouden. Even opfrissen "voorrang verlenen" en "voor laten gaan", hoe zit dat ook al weer? Voorrang verlenen is: "het de betrokken bestuurder in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen". Voorrang verlenen geschiedt alleen tussen bestuurders onderling die op kruisende wegen rijden. Hier vallen de voetgangers buiten. Voetgangers “doen niet mee in de voorrang”. In sommige gevallen moet je voetgangers wel “voor laten gaan”, bijvoorbeeld bij het uitvoeren van bijzondere manoeuvres en bij "rechtdoor gaan op dezelfde weg". Ook voetgangers die slecht ter been zijn en gehandicapten dienen door bestuurders voor worden gelaten. In artikel 15 RVV staat vervolgens: Verlenen van voorrang Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders. Op deze regel gelden de volgende uitzonderingen: bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg; bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram. Voetgangers worden uiteraard niet genoemd, maar in bepaalde gevallen moet je voetgangers op kruispunten, die moeite hebben met oversteken voor laten gaan. Dit vind je terug in artikel 49 RVV. Voorrang verlenen aan daarop rechthebbende bestuurders Volgende de Rijprocedure B moet het naderen van een kruispunt zodanig gebeuren, dat bij de voorrangsgerechtigde bestuurder het vertrouwen wordt gewekt dat hem voorrang zal worden verleend. Wordt gestopt om voorrang te verlenen, dan zodanig stoppen dat de andere bestuurder ongehinderd zijn weg kan vervolgen.  Vooral bij grote voertuigen moet rekening gehouden worden met de draaicirkel. Daarop rechthebbende weggebruikers worden voorgelaten (voorrangsvoertuigen, blinden, trams e.d.). Bij het naar links of rechts afslaan het daarop rechthebbende verkeer voor laten gaan. Enige hinder kan bij bepaalde gevallen bij het voorsorteren niet vermeden worden. Hier zal zorgvuldig en bewust mee omgegaan moeten worden. Vaak ligt een tot de weg behorend fiets-/bromfietspad zodanig naast de rijbaan, dat het daardoor wordt gezien als afzonderlijk kruispunt. Meestal is het herkenbaar aan de haaietanden op het fietspad. Hierbij geldt dan niet de wettelijke verplichting betreffende het afslaan, de fietsers en bromfietsers voor te laten gaan. Met andere woorden: er is dan geen sprake van "rechtdoor op dezelfde weg". Er is sprake van "uit tracé" indien het vrijliggende fiets-/bromfietspad méér dan 15 meter verwijderd is van het kruispunt of rotonde. Bij "uit tracé" is sprake van een nieuw kruispunt waarop de haaietanden de wettelijke betekenis hebben voor deze bestuurders. Er is sprake van "in tracé" indien het vrijliggende fiets-/bromfietspad minder dan 10 meter verwijderd is van het kruispunt of rotonde. Bij "in tracé" is sprake van rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg, ondanks het feit dat er haaietanden aanwezig zijn! Let vooral op dat grijze gebied binnen de 10 - 15 meter! Communiceer in dit geval met de bestuurders die op dit vrijliggende fiets-/bromfietspad aanwezig zijn en los het sociaal op! ### Kruispunten Kruispunten   Naderen van een kruispunt Op een kruispunt komen weggebruikers elkaar tegen of ze kruisen elkaar. Een kruispunt kan zijn uitgevoerd als een kleine (mini)rotonde. De minirotonde wordt besproken bij het onderdeel "bijzondere weggedeelten". Een kruispunt moet met enige voorzichtigheid en behoedzaamheid worden genaderd. De snelheid en het kijkgedrag zijn belangrijke aandachtspunten. Op kruispunten moet aan de voorrangsverplichting worden voldaan. Als de andere bestuurder zijn voorrangsverplichting niet nakomt, moet je adequaat kunnen reageren. In bepaalde gevallen moeten meerdere kruisvlakken achter elkaar worden opgereden, zoals bij: wegen met gescheiden rijbanen; wegen met vrijliggende fiets- en/of voetpaden; fietspaden met verkeer in twee richtingen; wegen, waarvan de hoofdrijbaan wel als voorrangsweg is aangeduid, maar de secundaire (parallel)rijbanen niet. Regel: je moet het kruisingsvlak zo snel mogelijk vrij maken in volgorde van aankomst. Zie artikel 14 RVV. Afslaan op kruispunten met een afbuigende voorrangsweg Bij sommige kruispunten is onder het verkeersbord "voorrangsweg" (B1) of het verkeersbord "voorrangskruispunt" (B3, B4 en B5) het onderbord "afbuigende voorrangsweg" aangebracht. In combinatie met een bepaalde wegmarkering wordt tevens het wegverloop ter plaatse geaccentueerd. Wordt bij een afbuigende voorrangssituatie het door het onderbord aangegeven wegverloop gevolgd, dan zal dit aangemerkt worden als rechtdoor rijden. Als echter van het doorgaande wegverloop wordt afgeweken, is afslaan aan de orde. Moet je richting aangeven als je de afbuigende voorrangsweg blijft volgen? Op deze vraag is artikel 55 RVV van toepassing. Op een afbuigende voorrangsweg vervolg je de doorgaande weg. Richting aangeven is niet verplicht, maar wel duidelijk voor de andere weggebruikers. Volgens de rijprocedure B is het in dat geval wenselijk om richting aan te geven. Dit wordt als volgt omschreven in de rijprocedure B onder "rijden op rechte en bochtige weggedeelten": Wordt op de afbuigende voorrangssituatie het (doorgaande) wegverloop gevolgd, dan is het wenselijk om ter verduidelijking naar het andere verkeer richting aan te geven. De voorbereidende handelingen die nodig zijn om verantwoord te kunnen afslaan, laten onverlet de bijzondere verplichtingen op kruispunten. Afslaan betekent dat er een bocht moet worden gereden. Daarbij zijn de beheersing voertuig in combinatie met de gereden snelheid en de plaats op de weg van groot belang. Ook de technische bediening is belangrijk. Het moment waarop de beslissing om af te slaan wordt genomen, moet zodanig zijn dat alle voorbereidende handelingen op verantwoorde en correcte wijze zijn uit te voeren. Voor het kruispunt moet de snelheid voldoende verminderd zijn en moet naar de correcte versnelling zijn teruggeschakeld. ### Kijkgedrag Kijkgedrag Bij nadering en het oprijden van een kruispunt de situatie scannen: De aard van het kruispunt: voorrang verlenen of krijgen. De algehele situatie op en nabij dat kruispunt: soort en toestand wegdek, bijzondere omstandigheden e.d. Uitzicht, ook gezien vanuit andere bestuurders. Aan de hand daarvan kan de naderingssnelheid worden bepaald. Even voor het oprijden van een kruispunt nogmaals kijken in de richting van waaruit ander verkeer kan naderen om vast te stellen of het kruispunt kan worden opgereden. Het gaat om "bewust waarnemen". Kijk altijd in de volgende richtingen: naar voren, naar links, nogmaals naar voren en naar rechts. Tijdens het oprijden het kijken herhalen. Als de kruisende weg gescheiden rijbanen heeft, vóór het oprijden en beslissen of er tussen de rijbanen voldoende opstelruimte is. Als verkeersbord B6 of B7 geplaatst is, moet je de situatie extra goed scannen. Na het oversteken, tijdens het opvoeren van de snelheid, weer kijken in de buitenspiegels en letten op eventueel achteropkomend verkeer (nacontrole). Volgorde van kijken bij het naar rechts afslaan: binnenspiegel - naar voren - in de rechterbuitenspiegel - over de rechterschouder. Volgorde van kijken bij het naar links afslaan: binnenspiegel - naar voren - linkerbuitenspiegel - over de linkerschouder. Scannen: De methode RIS (Rijopleiding in Stappen) hanteert als kernbegrip “scannen”. Scannen is door middel van bewust waarnemen een overzicht krijgen van het totale verkeersbeeld. ### Kruispunten en veiligheid Kruispunten en veiligheid Het gevaar op kruispunten Van de ernstig gewonde verkeersslachtoffers valt 44 procent op een kruispunt, waarvan ruim twee derde binnen de bebouwde kom. Kruispunten in Nederland hebben vele uitvoeringsvormen. Volgens de visie Duurzaam Veilig is echter een beperkt aantal kruispunttypen gewenst, afhankelijk van de wegtypen die elkaar kruisen. Welke kruispunttypen volgens Duurzaam Veilig gewenst zijn, is bepaald door rekening te houden met de mogelijke conflicten en verschillen in massa en snelheid die op bepaalde kruispunttypen kunnen voorkomen. Waar conflicten niet te vermijden zijn is het belangrijk om de ernst ervan te verminderen door de snelheid terug te brengen. Uniformiteit van kruispunttypen zal de herkenbaarheid voor de weggebruikers vergroten en eerder het gewenste rijgedrag oproepen. Wat maakt een kruispunt (duurzaam) veilig? Voor de veiligheid is het van belang op hoeveel punten van een kruispunt weggebruikers met elkaar in conflict kunnen komen. Hoe minder mogelijke conflictpunten, hoe veiliger. Mede daarom zijn rotondes veiliger dan kruispunten. Waar conflicten niet te vermijden zijn, is het dus belangrijk om de ernst ervan te verminderen door de snelheidslimiet aan te passen. In de tabel op deze pagina zijn de veilige snelheden weergegeven voor ontmoetingen tussen bepaalde typen verkeersdeelnemers. Zo is 30 km per uur de veilige snelheid voor ontmoetingen tussen snelverkeer en langzaam verkeer. Conclusie Er zijn vele uitvoeringsvormen van kruispunten in Nederland. Volgens de visie Duurzaam Veilig is echter een beperkt aantal kruispunttypen gewenst voor kruisingen tussen verschillende typen wegen. Bij de gewenste kruispunttypen van Duurzaam Veilig is rekening gehouden met veilige snelheden, waardoor ernstige conflicten, dwarsconflicten maar ook frontale conflicten, vermeden worden of in ieder geval minder ernstig aflopen. Bij een snelheidslimiet van 30 km per uur mogen langzaam en snel verkeer samen voorkomen. Bij hogere snelheden is dat niet meer toegestaan. Het is aan te bevelen uniformiteit van kruispunttypen aan te houden vanwege herkenbaarheid voor de weggebruikers. Op deze manier kan het gewenste bij de situatie behorende rijgedrag worden opgeroepen. SWOV-Factsheet © SWOV, Leidschendam, juni 2009 ### Verkeersdruppels en baansplitsingen Verkeersdruppels en baansplitsingen Kruispunt en knooppunt Een kruispunt maakt uitwisseling van verkeer op verschillende wegen mogelijk. Verkeersdruppels Een verkeersdruppel is een verkeerseiland in de vorm van een druppel. Verkeersdruppels worden aangelegd om het einde van een zijweg aan te geven en/of voor de geleiding van het verkeer. Omdat kruispunten dankzij de verkeersdruppel beter zichtbaar zijn helpen ze de bestuurders tijdig hun snelheid aan te passen. Verkeersdruppels zorgen voor: een betere zichtbaarheid van het kruispunt; snelheidsremming; het tegengaan van ‘bochtensnijden’. Baansplitsingen Een baansplitsing scheidt beide rijinrichtingen op een hoofdweg met behulp van een middengeleider of een berm. Een middengeleider is een langwerpig verhoogd verkeerseiland dat zowel vóór als na het kruisingsvlak wordt aangelegd. Het verkeer van de zijwegen kan hierdoor de hoofdweg in twee fasen, afhankelijk van de breedte, oversteken. Bij een brede baansplitsing kunnen meerdere voertuigen van diverse categorieën de hoofdweg in fasen oversteken. Bij een smalle baansplitsing steken alleen voetgangers, fietsers en bromfietsers in fasen over. Een baansplitsing vergroot de opvallendheid en de herkenbaarheid van een kruispunt voor het verkeer op de hoofdweg en het geeft mensen die afslaan rugdekking. Dat vermindert de kans op frontale botsingen en ook de slingerlijn wordt minder. Het opstellen in het midden levert capaciteitsvergroting op. Een kruispunt met een baansplitsing heeft ook nadelen. Doordat de twee deelkruispunten bij een brede baansplitsing relatief ver uit elkaar liggen, is zo’n kruispunt vooral voor de weggebruikers van de zijweg niet overzichtelijk. Zij zouden daardoor het eerste kruispunt als één kruispunt kunnen zien waardoor het verkeer op de tweede rijbaan onvoldoende wordt waargenomen. Door het slechte overzicht is er ook een grotere kans dat een weggebruiker een verkeerde rijstrook kiest. Door het goed plaatsen van borden kan de wegbeheerder hier vaak veel aan doen. Een ander nadeel is dat de snelheid op het kruispunt vaak hoger ligt omdat het kruispunt (door zijn overzichtelijker aanblik) de indruk wekt dat er harder kan worden gereden. Brede baansplitsingen Bij brede baansplitsingen moeten alle mogelijke soorten voertuigen zich tussen de verkeersstromen kunnen opstellen. Hiervoor is een opstelruimte nodig die groter is dan het langste toegestane rijdende voertuig. Is deze smaller, dan is er naast de eerder genoemde problemen nog een ander probleem, namelijk dat de bestuurder moet schatten of zijn voertuig wel in de opstelruimte past. Kruispuntvormen met baansplitsingen De kenmerken zijn: de voorrang is geregeld met verkeersborden; op de hoofdweg zijn de rijbanen gescheiden door een verhoogde middengeleider; per rijbaan is er een rijstrook voor het rechtdoorgaand verkeer en een uitrijstrook voor het links afslaand verkeer. Er is dus sprake van rugdekking; eventueel is er een uitrijstrook voor het rechts afslaande verkeer; in de zijweg zijn verkeersdruppels aangebracht. ### Kruispunttypen Kruispunttypen Gelijkwaardige en niet-gelijkwaardige kruispunten Gelijkwaardige kruispunten: Hier geldt de regel dat bestuurders van rechts voorrang hebben. Niet gelijkwaardige kruispunten: Hier is de voorrang geregeld door verkeerstekens of verkeerslichten. Er zijn nog 2 regels, die afwijken van de hoofdregel van voorrang dat bestuurders van rechts voorrang hebben volgens artikel 15 RVV: Bestuurders op onverharde wegen moeten bestuurders op verharde wegen voorrang verlenen. Op gelijkwaardige kruispunten heeft de tram altijd voorrang. Gelijkwaardig kruispunt Niet-gelijkwaardig kruispunt Kruispunten binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom:     Kruispunten binnen de bebouwde kom (Bibeko):  Een kruispunt tussen erftoegangswegen onderling kan worden uitgevoerd als een rotonde of als een kruispunt met drie of vier takken. De kruispunten zijn gelijkwaardig (rechts heeft voorrang). Eventueel kunnen snelheidsverlagende voorzieningen worden aangebracht. Een kruispunt tussen een erftoegangsweg en een gebiedsontsluitingsweg kan worden vormgegeven als een kruispunt met een uitritconstructie, een T-kruispunt of een enkelstrooksrotonde (minirotonde) of verkeerstekens die aangeven dat de GOW een voorrangsweg is. Het kruisen van gebiedsontsluitingswegen onderling kan op een enkel- of meerstrooksrotonde. Kruispunten buiten de bebouwde kom (Bubeko): Kruispunten tussen erftoegangswegen kunnen worden vormgegeven als gelijkwaardige kruispunten. Een ongelijkwaardig kruispunt, met bijvoorbeeld verkeerstekens, kan worden toegepast als dat gewenst is, bijvoorbeeld omdat het kruispunt onopvallend is. Bij kruising van een erftoegangsweg en een gebiedsontsluitingsweg wordt de voorrang op het kruispunt geregeld met een voorrangsregeling. Hierbij is de gebiedsontsluitingsweg de voorrangsweg. Op gebiedsontsluitingswegen onderling zijn er drie typen kruispunten mogelijk: een rotonde, een kruispunt met een voorrangsregeling en een kruispunt met verkeerslichten. Om verkeersveiligheidsredenen gaat de voorkeur hier uit naar een rotonde. Wanneer de snelheid waarmee een kruispunt gepasseerd wordt hoger ligt dan wenselijk, worden snelheidsverlagende aanpassingen aangebracht. ### Kruispunten en aansluitingen Kruispunten en aansluitingen Kruispunten zijn de schakels tussen verschillende wegen. Het ontwerp en de inrichting ervan moeten de weggebruiker een zo groot mogelijke veiligheid bieden. Daarom moet een kruispunt voldoen aan een aantal algemene ontwerpeisen. Die eisen zijn: Waarneembaarheid. Het kruispunt moet tijdig kunnen worden opgemerkt. Overzichtelijkheid. Bij nadering ervan moeten weggebruikers een goed overzicht hebben op de andere wegen en het verkeer dat zich daarop bevindt. Begrijpelijkheid. Een kruispunt is begrijpelijk als weggebruikers de vormgeving, bebakening, bewegwijzering, markering en de verkeersregeling enzovoorts bij het naderen vlot en juist kunnen uitleggen. Berijdbaarheid. De constructie van het kruispunt moet zodanig zijn dat een bestuurder zijn gekozen richting zonder problemen kan volgen. Wegtypes, die op elkaar kunnen aansluiten Wij hanteren de wegtypen van Duurzaam Veilig. Wegtypen die op elkaar aan kunnen sluiten zijn: stroomwegen onderling of een stroomweg met gebiedsontsluitingswegen; gebiedsontsluitingswegen onderling of een gebiedsontsluitingsweg met erftoegangswegen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom; erftoegangswegen onderling, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. ### Oversteken Oversteken - Inleiding Deze les gaat over oversteken. Voordat je verder gaat, bestudeer je eerst van rijprocedure B: Onderdelen van verkeersdeelneming:  3.3 Gedrag nabij en op kruispunten Toepassing: 3.3 Gedrag nabij en op kruispunten  Ïn deze les leer je: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Positie op de weg (niet blokkeren kruisingsvlak). Zicht voor en achter. Naderrichting links-rechts. Snelheid (aangepaste naderingssnelheid, maar tevens voldoende vlot en doortastend). Vertragen (op tijd gas terug en uitrollen in de versnelling). Taxatie gedrag ander verkeer. Voor laten gaan. Tijd en ruimte gunnen aan ander weggebruikers. Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Lengte/breedte eigen en andere voertuigen. Aantal rijstroken (1 of 2). Wegbreedte. Waarneembaarheid kruispunten. Bermbegroeiing. Soort kruispunt/wegaansluiting (gelijkwaardig/ongelijkwaardig; gelijkvloers/ongelijkvloers e.d.). Voertuigcategorieën. Wegcategorieën. Tegemoetkomende bestuurders: rechtdoor, rechtsaf. Bestuurders zelfde richting (inhalen, volgafstand). Voorsorteervakken. Voorspellen/evalueren Stilstaan, keren en parkeren op kruispunt kan de doorgang voor andere weggebruikers blokkeren (doorstroming) en de kans om op tijd te reageren bij naderend verkeer verkleinen (veiligheid). Te hoge naderingssnelheid leidt tot schrikreactie bij ander verkeer (sociaal rijgedrag, veiligheid). Plotseling snelheid verminderen kan leiden tot niet op tijd reageren, te dichte nadering, niet op tijd tot stilstand komen van achterliggend verkeer (veiligheid). Hoogte eigen rijsnelheid bepaalt hoe plotseling een handeling moet worden uitgevoerd. Niet voorsorteren tegen de wegas: achterop komend verkeer heeft geen passeerruimte (doorstroming). Niet voorsorteren naar rechts: achterop komend verkeer heeft geen passeerruimte (doorstroming). Niet voorsorteren op linker rijstrook: weg afgesloten voor achterliggend verkeer (doorstroming). Het niet opvolgen van een verkeersteken (teken op de weg; verkeerslicht; bord verboden in te rijden) brengt medeweggebruikers in verwarring en leidt tot niet passende reacties (veiligheid) (veiligheid, sociaal rijgedrag). Het niet geven van een teken brengt medeweggebruikers in verwarring (veiligheid, sociaal rijgedrag). Bij grote drukte in tegengestelde rijrichting: zonder meer links afslaan leidt tot onderbreken van de stroom tegemoetkomend verkeer (doorstroming). De snelheid waarmee een verkeerssituatie genaderd wordt, moet altijd aangepast zijn aan de omstandigheden en zodanig gekozen zijn dat de bestuurder in staat is zijn auto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is (veiligheid). Uit de nadersnelheid moet voor andere weggebruikers op te maken zijn wat de autobestuurder van plan is te gaan doen (sociaal rijgedrag). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Wel of niet oversteken. Wel of niet de snelheid aanpassen. Wel of niet voorsorteren. ### Tot slot - WVW 1 Tot slot In deze les heb je geleerd je dat de Wegenverkeerswet is opgebouwd uit een aantal reglementen en besluiten. De WVW is opgebouwd uit een aantal hoofdstukken. Een hoofdstuk bestaat uit een aantal artikelen. Omdat het hele WVW te veel is om in één keer te behandelen, worden in de komende lessen steeds een aantal artikelen behandeld. In deze les heb je geleerd: Wat het WVW is Hoofdstuk I Hoofdstuk II De gehele wetgeving kun je hier lezen: WVW hoofdstuk I WVW hoofdstuk II Hoofdstuk I - Begripsbepalingen Begripsbepalingen Artikel 1 t/m 4 Dienst wegverkeer (Niet in deze opleiding) Artikel 4a t/m 4y Het CBR (Niet in deze opleiding) Artikel 4z t/m 4au Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden (Niet in deze opleiding) Artikel 4av Hoofdstuk II - Verkeersgedrag § 1. Gedragsregels Artikel 5 t/m 13 § 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg (Niet in deze opleiding) Artikel 14 t/m 20 § 3. Vaststelling bebouwde kom (Niet in deze opleiding) Artikel 20a ### Wedstrijden op de weg Wedstrijden op de weg Wedstrijden met voertuigen op de weg (artikel 10 WVW '94) Volgens artikel 10 WVW is het houden van of deelnemen aan wedstrijden op de weg verboden. Er wordt niet alleen gesproken over motorrijtuigen, maar over alle voertuigen. Zowel de daadwerkelijke bestuurder als de eigenaar of houder van het voertuig kan aansprakelijk worden gesteld. Er kan ontheffing worden verleend door de overheid. Illegale straatrace Wedstrijd op straat met ontheffing ### Besturen na ontzegging Besturen na ontzegging Vordering tot overgifte/ invordering rijbewijs (artikel 9 WVW) Tot de preventieve maatregelen, die in het belang van de verkeersveiligheid zijn te nemen, behoort - behalve het rijverbod - ook de vordering tot overgifte van het rijbewijs. In de regelgeving is onderscheid gemaakt tussen: de vordering tot overgifte van het rijbewijs en (als daaraan is voldaan); het ingevorderde rijbewijs. Aan de gedane vordering zijn, ongeacht of er gevolg aan is gegeven, terstond rechtsgevolgen verbonden, te weten: het verbod op de weg een motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen van de categorie of de categorieën waarvoor het gevorderde of het ingevorderde rijbewijs is afgegeven (artikel 164 WVW). Tot een buiten Nederland afgegeven rijbewijs behoort ook een rijbewijs dat in de Nederlandse Antillen of Aruba is afgegeven. Deze gebieden liggen wel buiten Nederland, maar behoren niet tot het buitenland. De desbetreffende persoon mag wel een voertuig en derhalve ook een motorrijtuig (te denken valt aan een gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig of een vorkheftruck waarvoor géén rijbewijs vereist is) op de weg besturen, maar niet van de categorie waarvoor het desbetreffende rijbewijs is afgegeven. Als hij een motorrijtuig bestuurt van een andere categorie dan waarop de vordering betrekking heeft, dan pleegt hij een overtreding: een motorrijtuig besturen zonder het daarvoor vereiste rijbewijs te bezitten. De ingevorderde rijbewijzen worden tegelijk met het proces-verbaal verstuurd naar de officier van justitie. Deze is bevoegd de rijbewijzen bij zich te houden totdat de rechtelijke uitspraak de bevoegdheid tot besturen van motorrijtuigen onvoorwaardelijk is ontzegd, tot het tijdstip waarop de ontzegging ingaat. In het laatste geval levert de officier van justitie, na bovengenoemd tijdstip, het rijbewijs of de rijbewijzen in bij degene die ze heeft afgegeven. Deze bevoegdheid geldt slechts indien: uit ademanalyse is gebleken, of bij het ontbreken daarvan, een ernstig vermoeden bestaat, dat het ademalcoholgehalte hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel; uit ademanalyse is gebleken, of bij het ontbreken daarvan, een ernstig vermoeden bestaat, dat het ademalcoholgehalte hoger was dan 350 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bij een zogenaamde beginnende bestuurder, dan wel; een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed, dan wel; een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 0,8 milligram alcohol per milliliter bloed bij een beginnende bestuurder, dan wel; als de vastgestelde maximumsnelheid met 50 kilometer of meer wordt overschreden, door een bestuurder van een motorrijtuig, anders dan een bromfiets, ingeval van staandehouding van de bestuurder, dan wel; als de vastgestelde maximumsnelheid met 30 kilometer of meer wordt overschreden door een bestuurder van een bromfiets, ingeval van staandehouding van de bestuurder. ### Besturen onder invloed Besturen onder invloed Eerste lid (artikel 8 WVW '94) Het eerste lid van artikel 8 WVW heeft betrekking op alle voertuigen, zoals: motorrijtuigen, fietsen, bespannen en onbespannen wagens, trams, etc. Tevens is er in dit lid sprake van 'een stof'. Het heeft niet alleen betrekking op alcohol, maar ook op drugs, kalmerende middelen, medicijnen, pepmiddelen, etc. De zinsnede 'een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen' richt zich tot: de feitelijke bestuurder en de juridische bestuurder (bijvoorbeeld de instructeur). Er hoeft geen meting (onderzoek) te hebben plaatsgevonden om iemand strafbaar te stellen. De persoonlijke toestand, bijvoorbeeld wartaal praten of onvast ter been zijn, kan al voldoende zijn. Tweede lid Het tweede lid van artikel 8 WVW spreekt, evenals het eerste lid, over alle voertuigen. Was er in het eerste lid sprake van 'een stof'; dit artikellid richt zich alleen tot alcohol. Ook nu kunnen, zowel de feitelijke bestuurder als de juridische bestuurder, aansprakelijk worden gesteld. Nu moet een onderzoek (meting) hebben plaatsgevonden. In deze meting mag het AAG (ademalcoholgehalte) niet meer bedragen dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht en het BAG (bloedalcoholgehalte) niet meer bedragen dan 0,5 milligram per milliliter bloed. Derde lid Het derde lid van artikel 8 WVW zegt het volgende: In afwijking van het tweede lid is het de bestuurder van een motorrijtuig, voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, indien: sinds de datum waarop hem voor de eerste maal een rijbewijs voor de categorie AM of T is afgegeven nog geen zeven jaren zijn verstreken en hij op het tijdstip van afgifte van dat rijbewijs de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt; sinds de datum waarop hem voor het eerst een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken en hij op het tijdstip van afgifte van dat rijbewijs de leeftijd van ten minste achttien jaar heeft bereikt, dan wel sinds de datum waarop hem voor het eerst een rijbewijs voor de categorie B is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken en hij op het tijdstip van afgifte van het rijbewijs voor de categorie B nog niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, ongeacht of hij op dat tijdstip van afgifte van het rijbewijs voor de categorie B al in het bezit was van een rijbewijs voor de categorie AM of T, verboden dat motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: het alcoholgehalte van zijn adem (AAG) bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel het alcoholgehalte van zijn bloed (BAG) bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,2 milligram per milliliter bloed. Voor iedere zogenaamde "beginnende bestuurder" gelden deze lagere waarden. Een beginnend bestuurder is iedereen die nog geen 5 jaar het rijbewijs heeft gehaald op of na 30 maart 2002. Iemand die in het bezit is van een bromfietsrijbewijs of tractorrijbewijs en die nog geen 18 jaar is wordt gedurende een periode van zeven jaar gezien als "beginnend bestuurder". De regels met betrekking tot het Begeleid Rijden zijn sinds 15 maart 2018 aangepast en ook voor deze bestuurder geldt dat hij "beginnend bestuurder" is voor een periode van 5 jaar. Vierde lid Artikel 8 WVW, lid 4 geeft aan dat in artikel 8 WVW lid 3 genoemde waarden voor iedereen gelden die zonder een rijbewijs een motorrijtuig bestuurt. Vijfde lid Artikel 8 WVW, lid 5 (per 1 juli 2017) geeft aan dat er nu ook een mogelijkheid bestaat om drugs te analyseren en dat op grond van een meting de bestuurder van een voertuig ook in overtreding kan zijn. Dit natuurlijk ook in combinatie met alcohol. Lees voor meer informatie de volgende link maar eens door: Speekseltest per 01-07-2017 Zesde lid Artikel 8 WVW, lid 6: Het is verboden een motorrijtuig als bestuurder te doen besturen door een persoon, waarvan men weet of redelijkerwijze moet weten, dat deze verkeert in een toestand als in het eerste, tweede, derde of vierde lid is omschreven. Of kort gezegd: het is verboden iemand die onder invloed van een of andere stof is, een motorrijtuig en bromfiets te laten besturen. Spreken het eerste, het tweede en het vijfde lid over alle voertuigen, het derde lid spreekt alleen over motorrijtuigen en het richt zich uitsluitend tot de toezichthouder. Het is mogelijk om een leerling die onder invloed verkeert te onderwerpen aan een ademanalyse, een bloedproef of een vervangende proef. Op grond van de dan verkregen resultaten kan de toezichthouder strafbaar worden gesteld voor overtreding van het vijfde lid van artikel_8_WVW. In dit gehele artikel komt het element de weg niet ter sprake, omdat artikel 8 WVW dan alleen op de Nederlandse wegen van toepassing zou zijn. Nu is het werkingsgebied veel ruimer. ### Verlaten van de plaats van het ongeval Verlaten van de plaats van het ongeval Verlaten van de plaats van het ongeval (artikel 7 WVW '94) Artikel 7 WVW richt zich tot: degene die bij een ongeval is betrokken, en degene door wiens gedraging een ongeval is veroorzaakt. Er is sprake van 'verboden de plaats van het ongeval te verlaten'. In de oude wet was er sprake van wegrijden of doorrijden. In het huidige artikel is het veel ruimer omschreven. Het verbod om de plaats van het ongeval te verlaten geldt alleen als bij dat ongeval: een ander is gedood; een ander letsel is toegebracht; een ander schade is toegebracht bij dat ongeval; een ander aan wie bij dat ongeval letsel is toegebracht in hulpeloze toestand wordt achtergelaten. De schuldvraag is voor dit artikel niet van belang. Het tweede lid geeft aan dat als bij een ongeval: een ander is gedood; een ander letsel is toegebracht; of een ander schade is toegebracht, degene die bij het ongeval is betrokken óf degene door wiens gedraging een ongeval is veroorzaakt de plaats van het ongeval wél mag verlaten als de persoon: behoorlijk de gelegenheid heeft geboden tot vaststelling van zijn identiteit en, als hij/zij een motorrijtuig bestuurde, tevens de identiteit van het motorrijtuig. Aan strafvervolging voor overtreding van artikel 7 WVW, kun je ontkomen door je binnen 12 uur vrijwillig, maar voordat je als verdachte bent aangehouden of verhoord, bij de politie te melden. Je moet dan aangeven: het ongeval, jouw identiteit en als je een motorrijtuig bestuurde, ook de identiteit van het motorrijtuig. Als je iemand in hulpeloze toestand achterlaat, valt nooit aan strafvervolging te ontkomen (artikel 7 WVW lid 1b). ### Ongeval door schuld Ongeval door schuld Ongeval door schuld (artikel 6 WVW '94) Dit misdrijf richt zich niet alleen tot bestuurders van een motorrijtuig maar tot een ieder die aan het verkeer deelneemt, bijvoorbeeld in- en uitstappende passagiers. Het artikel spreekt over een verkeersongeval en niet over een botsing of een aanrijding. Een verkeersongeval is ruimer qua omschrijving. Artikel 6 WVW is van toepassing als er sprake is van 'een aan zijn schuld te wijten gedrag'. Dit houdt in dat er sprake moet zijn van aanmerkelijke onvoorzichtigheid of onoplettendheid: bijvoorbeeld roekeloos gedrag.  Wanneer een ongeval alleen materiële schade tot gevolg heeft, dan is artikel 6 WVW niet van toepassing. Er moet sprake zijn van: dood van een ander; zwaar lichamelijk letsel van een ander; tijdelijke ziekte of verhindering in de normale bezigheden. Met 'een ander' wordt iemand anders bedoeld dan degene aan wiens schuld het ongeval te wijten is. ### Gevaar en hinder Gevaar en hinder Gevaar en hinder op de weg (artikel 5 WVW '94) Artikel 5 WVW staat binnen de Wegenverkeerswet, maar bijvoorbeeld ook in het RVV, zeer centraal. Het wordt ook wel het algemene veiligheidsartikel of kapstokartikel genoemd. "Kapstok" omdat het van toepassing is op alle gevaarlijke of belemmerende handelingen die in geen enkel ander artikel of reglement wordt genoemd. Dit artikel is heel ruim toe te passen: het geldt immers voor iedereen. Ook voor personen, die zich niet op de weg bevinden. Bijvoorbeeld: Een trampassagier die een blikje naar buiten gooit. Iemand die in zijn tuin afval verbrand waardoor hij het verkeer met zijn rookpluimen hindert of zou kunnen hinderen. Dit artikel stelt de grondnorm voor sociaal verkeersgedrag. Ernstige schending van de verkeersregels (artikel 5a WVW '94) Artikel 5a WVW is opgenomen om het roekeloze rijgedrag beter te kunnen bestraffen. Er moet sprake zijn van opzettelijk gedrag waarbij de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, indien daardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te vrezen is. In het artikel zijn een aantal gedragingen opgenomen die hiervoor in aanmerking komen. Geregelde en niet geregelde gedragingen In de praktijk worden een aantal gedragingen bepaald door verkeersregels, -tekens en aanwijzingen. Deze regels staan omschreven in de WVW en het RVV. Dit zijn de geregelde gedragingen. Echter kom je in de praktijk situaties tegen waarbij je van de regels moet afwijken. Dit zijn niet geregelde gedragingen. Dit gedrag valt onder gedrag artikel 5 WVW. Voorbeeld  Je rijdt een weg in met een door een doorgetrokken streep gescheiden rijbaan. Er staat een vrachtauto te lossen waar je maar op één manier voorbij kunt: namelijk door de doorgetrokken streep te overschrijden. Dat is volgens het RVV 1990 echter verboden. Maar als je het verkeer niet in gevaar brengt of hindert, mag je in de praktijk toch gewoon doorrijden. Zoiets moet je dus zien als een niet-geregelde gedraging waarbij je zelf moet beslissen óf en wanneer iets kan. Het is uiteraard geen vrijbrief om zelf verkeersregels te maken! ### Bromfiets Bromfiets Bromfiets (artikel 1 WVW '94, lid 1, sub e) Aangeraden wordt om de definitie bromfiets, die de wet geeft, aan te klikken en goed te bestuderen. De definitie is in de volgende stukken onder te verdelen: Motorrijtuig op 2 of 3 wielen: Geconstrueerd voor max. 45 km per uur; Verbrandingsmotor van max. 50 cc of elektromotor met een maximaal vermogen van 4 kW; Geen gehandicaptenvoertuig. Motorrijtuig op 3 wielen: Geconstrueerd voor max. 45 km per uur; Verbrandingsmotor met elektrische ontsteking 50 cc; Andere motor (bv diesel) met een maximum vermogen van 4 kW. Geldt ook voor elektromotor; Geen gehandicaptenvoertuig. Motorrijtuig op 4 wielen:  Geconstrueerd voor max. 45 km per uur; Verbrandingsmotor met elektrische ontsteking 50 cc; Andere motor met een maximum vermogen van 4 kW. Geldt ook voor elektromotor; Ledig gewicht 350 kg, batterijen niet meegerekend; Geen gehandicaptenvoertuig. Als een voertuig niet aan de bovengenoemde eisen voldoet maar volgens het kentekenbewijs toch als bromfiets moet worden aangemerkt, heeft het voertuig de status van bromfiets. Brommobiel  Artikel 1 RVV, definitie brommobiel: "Bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie". De WVW heeft een definitie van bromfietsen, die van toepassing is op de brommobiel: "motorrijtuig op vier wielen, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig". Onthoud: De brommobiel is een bromfiets waarmee iemand de regels moet volgen van een motorvoertuig volgens het RVV. Overige bromfietsen hebben hun eigen regels binnen het RVV. Volgens de wegenverkeerswet is een bromfiets een motorrijtuig (eigen kenteken, verzekeringsplicht, rijbewijs). Dus een brommobiel is altijd een bromfiets, maar een bromfiets is niet altijd een brommobiel!  ### Aanhangwagen Aanhangwagen Aanhangwagen De definities in artikel 1 WVW en artikel 1 RVV zijn anders opgebouwd en hebben daardoor een verschillende betekenis. Wat zijn aanhangwagens in de zin van het RVV?  Voertuigen die door een voertuig worden voortbewogen of kennelijk bestemd zijn om aldus te worden voortbewogen, alsmede opleggers. Wat is een aanhangwagen in de zin van de WVW?  Dit is een voertuig dat bestemd is om door een motorrijtuig te worden voortbewogen. Bijvoorbeeld: een gesleepte auto is niet bestemd om door een motorrijtuig te worden voortbewogen en blijft daarmee een motorrijtuig en geen aanhangwagen. Dit houdt in dat als iemand achter het stuur van een gesleepte auto zit, hij tenminste 18 jaar moet zijn en een rijbewijs B moet hebben. Een oplegger is wel bestemd om door een motorrijtuig te worden voortbewogen en valt wel onder de aanhangwagens. Onder een aanhangwagen kan tevens worden verstaan een voertuig dat door een ander voertuig wordt voortbewogen of kennelijk is bestemd om door een ander voertuig (dan een motorrijtuig) te worden voortbewogen (artikel 1 lid 1 d WVW). In eerste instantie kunnen aanhangwagens alleen maar door een motorrijtuig worden voortbewogen. Voorbeelden hiervan zijn: oplegger, caravan en boedelbak. Ook de oplegger voor een motorfiets moet je als een aanhangwagen beschouwen. Het tweede gedeelte van de definitie geeft aan dat een aanhangwagen ook door een ander voertuig kan worden voortbewogen. Dit is zo gedaan om het RVV in de pas te laten lopen met de Wegenverkeerswet. Samenvatting Een gesleepte personenauto is een aanhangwagen in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV). Voor de Wegenverkeerswet blijft een gesleepte personenauto echter een motorrijtuig. De bestuurder van een gesleepte personenauto zal daarom zelf ook een geldig rijbewijs moeten hebben. ### Houder van een motorrijtuig Houder van een motorrijtuig Houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen (artikel 1 WVW '94 , lid 1, sub o) Meestal, maar niet altijd, is de eigenaar van een voertuig ook de houder. De houder is degene die vrij over het voertuig kan beschikken zonder eigenaar te zijn. Bij huurkoop wordt de houder pas eigenaar als de laatste termijn is voldaan. Tot die tijd blijft bijvoorbeeld de dealer/ importeur eigenaar. Van vruchtgebruik is sprake als iemand het volle genot heeft van het voertuig zonder eigenaar te zijn. Bijvoorbeeld vader geeft zijn personenauto voor onbepaalde tijd aan zijn zoon. Van duurzaam gebruik is bijvoorbeeld sprake bij leasen. De leasemaatschappij is eigenaar van de auto, terwijl degene die leased, houder is. ### Bestuurder van een motorrijtuig Bestuurder van een motorrijtuig Bestuurder van een motorrijtuig (artikel 1 WVW '94 , lid 1, sub n) In deze definitie worden de volgende personen genoemd: degene die het motorrijtuig bestuurt is de daadwerkelijke bestuurder; degene die het motorrijtuig onder zijn onmiddellijke toezicht laat besturen; dit is bijvoorbeeld de instructeur. Er moet voldaan worden aan de voorwaarde die in een AMvB wordt gesteld. Met andere woorden: het motorrijtuig moet zijn voorzien van dubbele bediening. Er wordt onderscheid gemaakt in de feitelijke (daadwerkelijke) bestuurder en de juridische bestuurder. Tijdens het volgen van rijles of tijdens het examen is de leerling de feitelijke bestuurder, terwijl de instructeur of de examinator de juridische bestuurder is. Dit is alléén van toepassing bij de categorieën AM(4) (brommobiel), B (personenauto), C1, C (vrachtauto), D1, D (autobus), E (aanhangwagen) of T (landbouwvoertuig of motorrijtuig met beperkte snelheid). Bij het rijonderricht voor de categorie A1, A2 en A (motorfiets) en de bromfiets (AM2) is de leerling zowel de feitelijke als de juridische bestuurder. Dit betekent dus dat de rijinstructeur voor deze genoemde categorieën geen juridische bestuurder is. Voor de categorie AM4 (brommobiel) geldt, dat als er wordt voldaan aan de AMvB, hier ook sprake is van een feitelijke en juridische bestuurder. De instructeur moet in het bezit zijn van een geldige bevoegdheidspas. Heeft hij of zij dit niet dan wordt hij/zij toch als verantwoordelijke gezien als het motorrijtuig voldoet aan de gestelde voorwaarden in de AMvB (artikel 8 RR) én er sprake is van rijonderricht. ### Wegen WVW Wegen WVW Wegen (artikel 1 lid 1 sub b WVW) Hierin worden bruggen en duikers ook genoemd. Ook die maken deel uit van de weg. Dat houdt in dat de Wegenverkeerswet en de Algemene Maatregelen van Bestuur hierop (AMvB) van toepassing zijn. Hetzelfde geldt voor de bermen en zijkanten. Wegen rondom benzinestations of die in parkeergarages staan open voor het verkeer en vallen ook onder deze definitie. Fietspaden, fiets-/bromfietspaden, ruiterpaden en voetpaden vallen ook onder het begrip "weg" ondanks het feit dat ze maar voor bepaalde groepen verkeer open staan. Duiker bij Slot Zuylen. Bron: Wikipedia Het 'wegdek' van een veerpont valt in deze weer niet onder het begrip wegen, daar dit wegdek niet is opengesteld voor het openbare verkeer. ### Introductie - WVW 1 Introductie In deze les leer je dat de Wegenverkeerswet is opgebouwd uit een aantal reglementen en besluiten. De WVW is opgebouwd uit een aantal hoofdstukken. Een hoofdstuk bestaat uit een aantal artikelen. Omdat het hele WVW te veel is om in één keer te behandelen, worden in de komende lessen steeds een aantal artikelen behandeld. In deze les leer je: Wat het WVW is Hoofdstuk I Hoofdstuk II De gehele wetgeving kun je hier lezen: WVW hoofdstuk I WVW hoofdstuk II Hoofdstuk I - Begripsbepalingen Begripsbepalingen Artikel 1 t/m 4 Dienst wegverkeer (Niet in deze opleiding) Artikel 4a t/m 4y Het CBR (Niet in deze opleiding) Artikel 4z t/m 4au Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden (Niet in deze opleiding) Artikel 4av Hoofdstuk II - Verkeersgedrag § 1. Gedragsregels Artikel 5 t/m 13 § 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg (Niet in deze opleiding) Artikel 14 t/m 20 § 3. Vaststelling bebouwde kom (Niet in deze opleiding) Artikel 20a ### W.V.W. 1 De Wegenverkeerswet Als we ver terug gaan in de tijd golden voor het verkeer in Nederland de plaatselijke regelingen. Met het toenemende verkeer en de groei van het aantal mensen nam de behoefte aan landelijk uniforme regels toe. Onder de naam “Motor-en Rijwielwet” kwam er op 10 februari 1905 een landelijke wegenverkeerswet. In 1935 werd een nieuwe Motor- en Rijwielwet aangenomen en deze kreeg de naam: Wegenverkeerswet. Deze Wegenverkeerswet kon door een aantal factoren pas op 1 januari 1951 in werking treden. Door allerlei wijzigingen werd de oude versie onduidelijk en zag men de noodzaak in om tot een aangepaste versie te komen, namelijk de Wegenverkeerswet ’94. Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV), Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW), Regeling voertuigen, Kentekenreglement (KR) en Reglement Rijbewijzen (RR) worden ook wel de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) genoemd. Het zijn geen wetten maar reglementen die voortvloeien uit de wet WVW ’94. Ze werken de regels van de WVW verder uit. ### Inleiding - Stoppen Inleiding - Stoppen Deze les ging over stoppen. In deze les heb je het volgende geleerd: Taaksituatie en omstandigheden Moment van stoppen (op tijd vertragen, geen onnodige stops). Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Wijze van vertragen (op tijd vertragen, uitrollen in de versnelling). Motor uitschakelen bij lange tussenstops (HNR) Volgafstand/ruimtekussen Positie (geen hinder). Voor laten gaan (ruimte gunnen aan ander weggebruikers). Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Stopafstand is de som van de afgelegde weg in de reactietijd en de remweg. Handelen in noodsituaties (risicoperceptie, anticiperen en op tijd snelheid aanpassen). Bijzondere weggedeelten. Speciale stroken op de weg. Soort voertuig en breedte ervan. Positie van tegemoetkomend verkeer. Type weg. Aantal rijstroken, breedte rijstrook. Bebakening en markering. Bermbegroeiing. Wegverloop (bochten en versmallingen). Kenmerken andere verkeersdeelnemers (sterke en zwakke verkeersdeelnemers). Weersomstandigheden. Voorspellen/evalueren Sterk en plotseling afremmen in een drukke verkeerssituatie kan aanleiding zijn tot congestie vanwege een ‘schrikeffect’ bij het andere verkeer (doorstroming). Als het noodzakelijk is flink te remmen dan dient rekening gehouden te worden met een te late of niet passende reactie van eventueel volgend verkeer, met name als het zwaar verkeer betreft (veiligheid). Remmen betekent altijd verlies van opgebouwde snelheid en daarmee verlies van energie: als men veelvuldig moet remmen ontstaat onnodige uitstoot van vervuilende stoffen (milieu). Uit de nadersnelheid moet het overige verkeer kunnen opmaken wat de bestuurder van plan is te gaan doen (sociaal gedrag). De remweg is afhankelijk van (veiligheid): - de rijsnelheid - de remvertraging - de belading van het voertuig (bagage, passagiers) - de toestand van het wegdek. Bij een verdubbeling van de rijsnelheid is de remweg vier maal zo lang (veiligheid). Mogelijke beslissingen / handelingskeuzen Wel of niet uitrollen. Wel of niet de motor uitschakelen. Keuze van stopplaats. ### Motor uitzetten Motor uitzetten Wachten, dan motor af! Het Nieuwe Rijden adviseert in een dergelijk geval het volgende gedrag: Korte stop, zet dan ook de motor af. De rijprocedure B stelt, dat bij stops langer dan een minuut de motor moet worden afgezet. Je moet dus een inschatting kunnen maken hoelang een stop ongeveer zal duren. Als je in een wachtrij staat voor een rood verkeerslicht, dan zal het geen minuut duren voor je weer mag gaan rijden. Sta je daarentegen voor een overweg te wachten, dan duurt dit makkelijk een minuut of langer. Het Nieuwe Rijden stelt, dat bij een wachttijd langer dan 20 seconden, het al zinvol is om de motor af te zetten. Twee verschillende adviezen van twee belangrijke bronnen, waarbij de auteurs van de rijprocedure B de doorstroming belangrijker vinden en de samenstellers van Het Nieuwe Rijden het milieubelang laten voorgaan. Waarvoor zou jij kiezen? Met het oog op het examen kun je het beste het "Rijprocedure-standpunt" volgen. ### Stoppen buiten het verkeer Stoppen buiten het verkeer Bestuurder Je mag alleen stoppen als je het overige verkeer niet in gevaar brengt of hindert. Alleen goed scannen is dus niet voldoende. Je moet de gehele verkeerssituatie kunnen beoordelen en daar jouw timing en snelheid op aanpassen. Auto Als je moet stoppen, laat dan zo vroeg mogelijk het gaspedaal los. Hierdoor gebruik je het rollende vermogen van de auto en bespaar je brandstof. Zorg er wel voor dat je de doorstroming niet (onnodig) belemmert. Omgeving Bij het stoppen moet je de omgeving en verkeerssituatie goed beoordelen en uw gedrag aanpassen. Als je bijvoorbeeld buiten de bebouwde kom wilt stoppen, heb je met een groot snelheidsverschil te maken. Als je op een woonerf gaat parkeren, kunnen er kinderen spelen. Houd ook rekening met de verkeersdrukte, het uitzicht, de weersomstandigheden, enzovoorts. Stoppen (script 19) Scan. Voor laten gaan. Richting aangeven. Technische wijze stoppen. ### Rem- en stopafstand uitrekenen Rem- en stopafstand uitrekenen We zullen alle drie deze begrippen doornemen. 1. De reactieweg (R1) De reactieweg is de afstand die een bestuurder, zonder te remmen, aflegt in ongeveer 1 seconde. Het duurt namelijk ongeveer 1 seconde voordat een bestuurder reageert als hij plotseling remmen moet. De reactieafstand kunnen we met een formule berekenen: Snelheid per uur in meters gedeeld door 3.600 seconden. We geven een rekenvoorbeeld: Een bestuurder van een personenauto, die 50 km per uur rijdt, legt 50.000 meter in één uur af. Dat is dus in 3.600 seconden. In 1 seconde legt hij dan 50.000 gedeeld door 3.600 = 13,89 meter af. 2. De remweg (R2) De remweg is de afstand die een bestuurder remmend aflegt tot het voertuig stilstaat. De remafstand is afhankelijk van: De snelheid waarmee gereden wordt. Hoe harder er wordt gereden, hoe langer de remafstand is. De snelheid is de belangrijkste factor voor de remweg! Hoe hard kan er geremd worden? Of anders gezegd, hoe groot is de remvertraging? Dit hangt met name af van de conditie van de remmen en de banden! Verder spelen het gewicht van de belading en de toestand van het wegdek een rol bij de remafstand. Bij een gemiddelde personenauto wordt een remvertraging (a) van ongeveer 7 m/s2 aangehouden. Formule die we nu hanteren luidt als volgt: s (afstand) = v2 (snelheid (m/s) in het kwadraat) gedeeld door 2 x de remvertraging (a). Voorbeeld: Een bestuurder die 50 kilometer per uur rijdt, moet rekening houden met een afgelegde afstand van 13,89 meter per seconde. De remafstand is dan: (13,89 keer 13,89) gedeeld door (2 keer 7) oftewel 192,90 gedeeld door 14 = 13,78 meter. 3.Stopafstand (S) Bij een snelheid van 50 km per uur is de reactieafstand (R1) = 13,89 m en de remweg (R2) = 13,78 m! De stopafstand (S) is dan: R1 + R2 = 13,89 + 13,78 = 27,67 meter. Afgerond: 14 + 14 = 28 meter. Bij een snelheid van 80 km per uur is de reactieafstand (R1) = 80.000 gedeeld door 3.600 = 22,22 m. Remweg (R2) bij 80 km per uur = (22,22 x 22,22) gedeeld door 2 x 7 = 493,83 gedeeld door 14 = 35,27 m. Stopafstand (S) = R1 + R2 = 22,22 + 35,27 = 57,49 m! ### Stoppen Remmen en stoppen Remmen en stoppen Een personenauto dient te zijn voorzien van een goed werkend remsysteem. Kapotte of slecht afgestelde remmen leiden tot een verminderd remvermogen, blokkerende remmen en dus een langere remweg. Regelmatige controle van de remvloeistof is noodzakelijk om eventuele slijtage of lekkages in het remsysteem tijdig te kunnen vaststellen. Ook moet de remvloeistof regelmatig, volgens voorschrift, worden ververst. De leerling moet leren gebruik te maken van het rollend vermogen van het voertuig. Bij nadering van een rood verkeerslicht, moet men tijdig de voet van het gaspedaal halen en het voertuig in de versnelling laten uitrollen. Het motormanagement van de moderne verbrandingsmotor zorgt ervoor dat er, totdat het stationaire toerental wordt bereikt, geen brandstof wordt verbruikt. Het gebruik van het zelfrollend vermogen moet vanaf het begin worden aangeleerd. In de gevallen waar dat mogelijk is ziet de remprocedure er in trefwoorden als volgt uit: Gas los; Uitrollen; Rechtervoet op rempedaal; Rem gedoseerd. Remmen dient dus zonder terugschakelen te gebeuren en er mag pas op het laatste moment (als het echt moet) worden ontkoppeld. Het uitrollen vindt plaats met gekoppelde motor, dus uitrollen in de versnelling. Uitrollen Als tijdens het uitrollen wordt geconstateerd dat doorgereden kan worden, bijvoorbeeld als een rood verkeerslicht tijdens het uitrollen weer op groen springt, moet de leerling geleerd worden die versnelling te schakelen die het best bij de dan gereden snelheid past. Remmen zonder terugschakelen is goed voor het milieu en de veiligheid. De handen blijven aan het stuur en de aandacht kan volledig op het verkeer worden gericht. Daarnaast houdt de bestuurder, doordat er contact is tussen motor en aangedreven wielen, grip op de auto in tegenstelling tot het geval, waarin er ‘in z’n vrij’ is geschakeld. Bij tussenstops langer dan 20 seconden "motor af"! Als het voertuig wat langere tijd stilstaat (dat geldt al bij wachttijden vanaf circa 20 seconden), kan het de leerling geleerd worden de motor uit te schakelen. Van langere tussenstops is sprake als er gewacht moet worden voor geopende bruggen, gesloten spoorwegovergangen en dergelijke. Wachten voor verkeerslichten Ook bij verkeerslichten verdient het aanbeveling de motor uit te schakelen als het voertuig niet vooraan in de rij staat. Een vuistregel: schakel motor uit indien er 5 personenauto's voorgaan. Je moet de leerling aanleren om in stopsituaties bij verkeerslichten, het voertuig wel weer meteen ‘op contact te zetten’, om essentiële functies, zoals: blower en richtingaanwijzer, te kunnen gebruiken. Tijdens de les Steeds, wanneer je met de leerling stilstaat om een lesonderdeel te bespreken, wordt de motor uitgeschakeld! Geblokkeerd remmen Als de rem wordt volledig ingedrukt en blijft, kunnen de wielen blokkeren. Als geblokkeerd wordt geremd, kan het rubber van de band gaat smelten. Meestal wordt deze remwijze alleen toegepast bij een noodstop. ### Inleiding - Stoppen Inleiding - Stoppen In deze les leer je alles over stoppen. De volgende onderwerpen komen aan bod: Taaksituatie en omstandigheden Moment van stoppen (op tijd vertragen, geen onnodige stops). Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Wijze van vertragen (op tijd vertragen, uitrollen in de versnelling). Motor uitschakelen bij lange tussenstops (HNR) Volgafstand/ruimtekussen Positie (geen hinder). Voor laten gaan (ruimte gunnen aan ander weggebruikers). Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Stopafstand is de som van de afgelegde weg in de reactietijd en de remweg. Handelen in noodsituaties (risicoperceptie, anticiperen en op tijd snelheid aanpassen). Bijzondere weggedeelten. Speciale stroken op de weg. Soort voertuig en breedte ervan. Positie van tegemoetkomend verkeer. Type weg. Aantal rijstroken, breedte rijstrook. Bebakening en markering. Bermbegroeiing. Wegverloop (bochten en versmallingen). Kenmerken andere verkeersdeelnemers (sterke en zwakke verkeersdeelnemers). Weersomstandigheden. Voorspellen/evalueren Sterk en plotseling afremmen in een drukke verkeerssituatie kan aanleiding zijn tot congestie vanwege een ‘schrikeffect’ bij het andere verkeer (doorstroming). Als het noodzakelijk is flink te remmen dan dient rekening gehouden te worden met een te late of niet passende reactie van eventueel volgend verkeer, met name als het zwaar verkeer betreft (veiligheid). Remmen betekent altijd verlies van opgebouwde snelheid en daarmee verlies van energie: als men veelvuldig moet remmen ontstaat onnodige uitstoot van vervuilende stoffen (milieu). Uit de nadersnelheid moet het overige verkeer kunnen opmaken wat de bestuurder van plan is te gaan doen (sociaal gedrag). De remweg is afhankelijk van (veiligheid): - de rijsnelheid - de remvertraging - de belading van het voertuig (bagage, passagiers) - de toestand van het wegdek. Bij een verdubbeling van de rijsnelheid is de remweg vier maal zo lang (veiligheid). Mogelijke beslissingen / handelingskeuzen Wel of niet uitrollen. Wel of niet de motor uitschakelen. Keuze van stopplaats. ### Tot slot - Koers houden Tot slot - Koers houden In deze les heb je geleerd je over het rijden op rechte en bochtige weggedeeltes. Het is verstandig met de kennis die je nu hebt om nogmaals rijprocedure B, hoofdstuk 3.2 rijden op rechte en bochtige weggedeelten aandachtig door te nemen. In deze les behandeld: Rechtdoorrijden Bochten Verkeersinzicht bij rechtdoor rijden en bochten In deze heb je geleerd: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Sturen (stand van handen, gebruik stuur, stuurmethode: doorgeven, overpakken, geen plotselinge stuurbewegingen).  Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Schakelen (toerental). Taxatie gedrag ander verkeer. Positie (stabiele laterale positie). Rijden van bochten (vloeiend en comfortabel, op tijd teruggeschakeld). Voertuigbediening geautomatiseerd. Volgafstand/ruimtekussen Passeerafstand (rechts, links). Uitwijkruimte (tijd en ruimte aan ander verkeer). Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Principes brandstofbesparende rijstijl (Het Nieuwe Rijden) Rijsnelheid (aangepast aan omstandigheden maar tevens vlot en doortastend, gelijkmatige snelheid, nadersnelheid aangepast bij bochten). Rijden in file (niet onnodig wisselen van rijstrook). Waarneembaarheid van bochten en van wegverloop. Toepassing wegverkanting (middelpuntvliedende kracht). Risico’s van ‘nabocht’. Kantelgevaar vrachtauto’s. Risico’s van spoorvorming. Invloed stuurkarakter voertuig. Voorspellen/ evalueren Bij grote verkeersdrukte op autosnelweg en korte volgafstand tussen auto's wordt op tijd reageren op remmende voorligger bemoeilijkt (veiligheid). Langdurig links rijden op de autosnelweg verspert de doorgang voor achterliggend verkeer en kan leiden tot irritatie bij andere weggebruikers (sociaal rijgedrag, doorstroming). Onnodig langzamer rijden dan de maximaal toegestane snelheid ter plaatse kan andere weggebruikers verrassen, waardoor zij niet op tijd kunnen reageren (veiligheid, doorstroming, sociaal rijgedrag). Sneller rijden dan de maximumsnelheid geeft grotere kans op dicht naderen van voorliggend verkeer en op verrassing bij andere weggebruikers (veiligheid, sociaal rijgedrag). Sneller rijden dan de maximumsnelheid geeft grotere uitstoot en geluidsproductie (milieu). Niet (op tijd) opvolgen van verkeerstekens op en rond de autosnelweg kan leiden tot onderbrekingen in de verkeersstroom (doorstroming) en tot verwarring bij andere weggebruikers (veiligheid, sociaal rijgedrag). Bij plotselinge snelheidsvermindering en korte volgafstand is er kans op te late reacties van volgend verkeer, zoals zwakkere verkeersdeelnemers en bestuurders van vrachtauto’s (sociaal rijgedrag, veiligheid). Bij hoge snelheden in bochten kan bestuurbaarheid auto minder worden en plaats op de weg moeilijker gehandhaafd worden (veiligheid). Hoge snelheden bij wegversmallingen kan handhaving van de plaats op de weg bemoeilijken (veiligheid). Verminderde reactiesnelheid leidt via langere reactieafstand tot langere remweg (veiligheid). Te sterk afremmen kan in druk verkeer aanleiding zijn voor filevorming (doorstroming, bereikbaarheid). Naarmate men meer rechts houdt, is er meer tussenruimte t.o.v. tegemoetkomend verkeer (veiligheid). Naarmate tegemoetkomend voertuig breder, is er minder tussenruimte (veiligheid). Naarmate eigen voertuig breder, is er minder tussenruimte t.o.v. tegemoetkomend verkeer (veiligheid). Naarmate rijsnelheid hoger is, zal bij bochtig wegverloop eigen rijstrook sneller verlaten worden; kans op verrassing andere weggebruikers (veiligheid). Bij overhangende bermbegroeiing positie op de weg meer naar links (veiligheid). Bij afwezigheid van fiets- en voetpaden vaker fietsers/voetgangers op de weg en daarom positie op de weg vaker naar links (veiligheid, doorstroming). Kleinere tussenruimte om te passeren verhoogt kans op te dichte nadering (veiligheid). Minder snel rijden levert een substantiële brandstofbesparing op. Rijden met 100 km/h in plaats van 110 km/h bespaart circa 10% brandstof (milieu). De uitstoot van schadelijke stoffen neemt meer dan evenredig toe met de toename van de snelheid. Wanneer bijvoorbeeld gemiddeld 150 km/h gereden wordt, is de uitstoot van schadelijke stoffen ruwweg twee maal zo groot als bij een gemiddelde snelheid van 100 km/h (milieu). Wanneer de snelheid van circa 90 km/h naar circa 120 km/h wordt opgevoerd, zal de geluidsproductie met gemiddeld 4 à 5 dB(A) toenemen (milieu). Het zicht op de aanwezigheid van een bocht en het verloop daarvan wordt veelal vergemakkelijkt door de ‘taal van de weg’ zoals bochtschilden, bermpalen, belijningen op het wegdek en langs de weg staande bomen (veiligheid). Anders dan op rechte weggedeelten is de zichtafstand in bochten afhankelijk van de straal van de bocht (veiligheid). Rijden met onaangepast hoge rijsnelheid kan leiden tot: verlies maximale grip op de weg verminderde bestuurbaarheid in bochten bemoeilijkte handhaving plaats op de weg vernauwing blikveld, waardoor het zicht zijwaarts minder wordt gewenning aan hoge snelheid onnodige belasting van het milieu extra slijtage van banden Onrustig en inconsequent rijgedrag maakt het voor andere weggebruikers moeilijk goed te anticiperen. Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Wel of niet van positie veranderen. Wel of niet de snelheid aanpassen. Wel of niet remmen. Keuze van de juiste stuurmethode. Keuze van de juiste versnelling. Keuze van het juiste toerental ### Rijden op rechte weggedeelten en het volgen van bochten Rijden op rechte weggedeelten en het volgen van bochten Bij het berijden van wegen dient rekening te worden gehouden met een aantal factoren, zoals: de wegstructuur mogelijk verdeeld in rijbanen met rijstroken eventueel voorzien van fiets- en voetpaden; de categorie, waartoe de weg behoort: stroomweg, gebiedsontsluitingsweg of erftoegangsweg; de situering van de weg: binnen of buiten de bebouwde kom; de bebakening, markering, signalering, wegverharding e.d.; andere omstandigheden en factoren, zoals: verkeersdrukte, het weer, aanwezige bebouwing, uitzicht. In de volgende video volgen we de interactie tussen de rijinstructeur en leerling bij het rijden van rechte wegen en het volgen van bochten. ### Stuurkarakter Stuurkarakter Stuurvastheid De leerling moet over een 'permanente stuurvastheid' gaan beschikken. Wat betekent dat? De rijprocedure B zegt: "Bij de technische bediening (schakelen) en bij de bediening van hulpapparatuur moet het voertuig koersvast blijven." De bestuurder streeft ernaar steeds de ideale lijn te rijden en zo min mogelijk stuurcorrecties uit te voeren. Vermijd onnodige en abrupte stuurbewegingen. Ook het kijkgedrag mag de koersvastheid niet belemmeren. Het is daarom bijvoorbeeld af te raden te lang over een schouder naar achter te kijken tijdens het rijden. Kijken moet vlot en effectief gebeuren. Bochttechniek Voor het sturen met de doorgeefmethode moet de leerling de nodige tijd en ruimte creëren. Hij moet voor een bocht tijdig hebben teruggeschakeld en de bocht ingaan met een aan die bocht aangepaste snelheid. Dat kan als hij voortdurend een goed overzicht van de verkeerssituatie heeft en steeds goed anticipeert. Dan kan hij voorkomen dat hij onnodig snelle stuurbewegingen moet maken. Als daarentegen de nadersnelheid te hoog is, komt de leerling in tijdnood en moet hij noodgedwongen zijn toevlucht nemen tot de overpakmethode. Bovendien is hij daardoor vaak genoodzaakt op het laatste moment nog schakelingen te verrichten. Door een te hoge naderingssnelheid ontstaat bij het ingaan van de bocht in het voertuig ook onnodige toename van de zijwaartse krachten. Het abrupt remmen en het onnodig schakelen hebben negatieve effecten op het brandstofverbruik. Bovendien is het minder veilig. Bron: HNR Het stuurkarakter Afhankelijk van de ligging van het zwaartepunt kun je voertuigen indelen als: onderstuurd (rood); neutraal gestuurd (groen); overstuurd (blauw) Onderstuurd Het zwaartepunt ligt vóór het midden van het voertuig, wat bij voertuigen met voorwielaandrijving bijna altijd het geval zal zijn. De motor ligt dan ook voor in het voertuig waardoor de auto de buitenbocht opzoekt. Oorzaak: door het gewicht van het voertuig wordt de druk op de weg niet evenredig verdeeld over alle wielen. De voorwielen worden zwaarder belast dan de achterwielen. Op de rechte weg is het voertuig zeer richtingstabiel en weinig zijwindgevoelig. Een slip op de rechte weg kan gemakkelijk gecorrigeerd worden, omdat het voertuig de weg wil volgen. Zodra het voertuig een bocht in wordt gestuurd, treedt middelpuntvliedende kracht op. Deze grijpt in op het zwaartepunt, waardoor de voorzijde van het voertuig de buitenzijde van de bocht op wil zoeken. Ook vertoont het voertuig de neiging om de bocht ruimer te maken dan met het insturen wordt beoogd, dus de bestuurder dient extra (bij te) sturen. Overstuurd Het zwaartepunt ligt achter het midden van het voertuig en dat is bij voertuigen waarvan de motor en de aandrijving achterin liggen bijna altijd het geval. De motor ligt dan ook achter in het voertuig waardoor de auto de binnenbocht opzoekt. Oorzaak: de achterwielen worden zwaarder belast dan de voorwielen. Omdat het zwaartepunt van het voertuig achterin ligt, heeft de achterkant de neiging naar voren te draaien. Met weinig richtingsstabiliteit is het voertuig erg gevoelig voor zijwind. Een slip wordt weliswaar eerder opgemerkt maar is moeilijker te corrigeren. De achterzijde zal de bocht groter willen maken. Daarom moet er bij een overstuurde auto minder gestuurd worden. ### Middelpuntvliedende kracht en verkanting Middelpuntvliedende kracht en verkanting Middelpuntvliedende kracht  Voertuigen die door een bocht rijden, krijgen te maken met de middelpuntvliedende kracht. De werking is vergelijkbaar met de wasmachine, die door de trommel snel te laten draaien het water uit het wasgoed slingert. Het water verdwijnt door de gaatjes in de trommelwand en het wasgoed blijft redelijk droog achter in de trommel. Hetzelfde effect ondervindt de auto, die door een bocht rijdt. Het voertuig wordt door de middelpuntvliedende kracht naar de buitenkant van de bocht gedrukt. Naarmate de snelheid toeneemt, neemt de middelpuntvliedende kracht ook toe. Gaat het te snel, dan is er geen redden meer aan en vliegt de auto uit de bocht. Naast snelheid spelen er nog 2 factoren een belangrijke rol, namelijk de massa (gewicht) van het voertuig en de scherpte van de bocht. Hoe kleiner de bochtstraal, des te scherper de bocht, des te moeilijker is het om de auto in bedwang te houden als je te snel rijdt. De snelheid is de grootste factor bij het toenemen van de middelpuntvliedende kracht. Als de snelheid verdubbelt wordt de middelpuntvliedende kracht 4 x zo groot (een kwadratische toename). Verkanting Verkanting is het aanbrengen van een dwarshelling in een weg. Verkanting wordt toegepast om het effect van de middelpuntvliedende kracht te compenseren. Daarnaast wordt een kleine verkanting, ook wel afschot genoemd, toegepast op wegen om een goede afwatering van het wegdek te verzekeren. Positieve verkanting Positieve verkanting wordt verkregen door de weg in de buitenbocht hoger aan te leggen dan de binnenbocht. Het dient zodanig te zijn aangebracht, dat langzaam rijdende voertuigen niet kunnen wegglijden naar de binnenkant van de bocht. In de video zie je het effect van positieve verkanting op de middelpuntvliedende kracht van een auto. Zonder verkanting rijdt de auto de bocht uit. Met verkanting, kan de auto met hogere snelheid door de bocht. Negatieve verkanting Bij negatieve verkanting loopt de bocht van binnen naar buiten af. Dit versterkt de middelpuntvliedende kracht. Een bocht waar je met te hoge snelheid makkelijk uitvliegt. In deze youtube-video wordt uitgelegd wat verkanting is en welk effect dit heeft op het rijden in een bocht: Verkanting ### Het zicht in de bocht Het zicht in de bocht Anders dan op rechte weggedeelten kan de zichtafstand in bochten beperkt worden door de straal van de bocht in combinatie met begroeiing of bebouwing. Ook de afstand tussen (eventuele) zichtbeperkende objecten speelt daarbij een rol. Een bocht is overzichtelijk als vóór het inrijden van de bocht: verkeer en eventuele voertuigen of andere obstakels die stilstaan in de bocht goed te zien zijn; de toestand van het wegdek kan worden beoordeeld; het einde van de bocht te zien is. Bochten worden met een veilige snelheid en gas ondersteunend gereden. Pas als de bocht geheel te overzien is en de situatie dit toestaat, kan de snelheid worden verhoogd. Een factor die een bocht extra gevaarlijk maakt, is de aanwezigheid van een zogenaamde ‘nabocht’. In dat geval blijft de straal van die bocht niet constant, maar wordt die op een bepaalde plaats (aanmerkelijk) kleiner. De kans bestaat dat deze straalverandering te laat wordt opgemerkt waardoor het voertuig uit de koers raakt. Nog meer dan anders is hierbij de snelheid van belang. Deze wordt immers meestal bepaald aan de hand van de indruk die voor of bij het ingaan van de bocht verkregen is. ### Bochten Bochten Bochten Vrijwel geen enkele weg is recht. Voor een goede en vooral veilige rijtechniek moet rekening gehouden worden met de volgende drie elementen: Bochtherkenning; Bochtzicht; Rijden van de bocht. Bochtherkenning Het is van het grootste belang dat een bocht op tijd herkend wordt. In een bocht moet de snelheid meestal worden verminderd. Een bocht kan uit een drietal elementen bestaan: Overgangsboog; Cirkelboog; Nabocht (niet altijd aanwezig). Vanuit het rechte weggedeelte nadert de bestuurder de overgangsboog. Hij moet de scherpte van de bocht inschatten, zijn snelheid aanpassen en geleidelijk de bocht insturen. Vervolgens komt de feitelijke bocht, de cirkelboog. En tenslotte komt (soms) de nabocht. In andere gevallen gaat de cirkelboog weer over in een overgangsboog. Een bocht is meestal niet constant van vorm, maar wordt na de overgangsboog scherper en in de nabocht extra scherp. De nabocht is het gevaarlijkste gedeelte van de bocht. ### Ingehaald worden Ingehaald worden Bestuurder Bij ingehaald worden is een andere bestuurder de initiatiefnemer en de uitvoerder van de manoeuvre. Tóch heb ook jij een verantwoordelijkheid voor de veiligheid, bijvoorbeeld als er gevaar of hinder dreigt te ontstaan voor tegemoetkomende weggebruikers. Bij ingehaald worden, en trouwens ook bij inhalen, is het inschatten van de snelheid van alle betrokken voertuigen erg belangrijk. Vooral in je spiegels kan dat lastig zijn, omdat het beeld vertekent. Auto Zorg voor voldoende uitzicht achter de auto. Als je de binnenspiegel niet kunt gebruiken, bijvoorbeeld door een pakket op de achterbank, moet je nog veel meer gebruikmaken van de buitenspiegels. Een rechterbuitenspiegel is dan altijd verplicht. Omgeving Meestal word je links ingehaald, maar soms ook rechts. Fietsers mogen bijvoorbeeld andere bestuurders rechts inhalen en bestuurders die rechts van een blokmarkering rijden, mogen dit ook. In een file mag er ook rechts worden ingehaald, net als vlak vóór en op (brede) rotondes. VIDEO Bestudeer tevens het onderdeel "Ingehaald worden" van de rijprocedure B. ### Tegemoet komen Tegemoet komen Indien er bij het tegemoet komen onvoldoende ruimte is om elkaar ongehinderd te passeren, hebben beide bestuurders dezelfde plichten en rechten ten opzichte van elkaar. Wat betekent dit? De bestuurders, die elkaar tegemoetkomen op een smalle weg dienen zo te handelen dat het doorrijden zo vlot en veilig mogelijk verloopt. Daarbij zijn tussenruimte en snelheid van groot belang. Als naar rechts moet wordt uitgeweken dan moet ook rekening worden gehouden met weggebruikers die zich aan de rechterzijde van de weg bevinden. Omstandigheden die hierbij extra aandacht kunnen vragen, zijn: weinig rijbaanbreedte, al dan niet in combinatie met fietsers en/of bromfietsers. Denk hierbij ook aan de meer kwetsbare bestuurders. Meestal moet in dergelijke situaties de snelheid sterk vertraagd worden en soms moet je zelfs stoppen; de situatie waarbij beide bestuurders op hun weggedeelte met een obstakel te maken hebben; te weinig rijbaanbreedte om door te kunnen rijden. Zonodig stoppen en gezamenlijk, via oogcontact of handgebaren de situatie oplossen. Hoe te handelen in de volgende gevallen? Plaats op de weg Bij het tegemoetkomen van een voertuig of wanneer men wordt ingehaald, moet je zonodig naar rechts uitwijken zodat er voldoende ruimte tussen beide voertuigen ontstaat. Tegemoetkomen In vloeiende lijn naar rechts uitwijken. Zodra het tegemoetkomende voertuig voorbij is, in vloeiende lijn naar links sturen en de juiste plaats op de rijbaan weer innemen. Bij obstakels rechts en links op de rijbaan, waarbij met tegemoetkomend verkeer onvoldoende rijbaanbreedte beschikbaar is, een zodanige plaats op de rijbaan innemen dat men tijdig kan worden opgemerkt. Ingehaald worden Als een bestuurder links wordt ingehaald wijkt deze, indien nodig en mogelijk, naar rechts uit. Als een bestuurder rechts wordt ingehaald wijkt deze, indien nodig en mogelijk, naar links uit. Wanneer de ruimte naast het voertuig voor andere bestuurders te gering is om in te halen, dan zó gaan rijden dat inhalen onmogelijk wordt. Dit geldt echter alleen in die gevallen waarin door ingehaald worden een gevaarlijke situatie zou kunnen ontstaan. Snelheid, vertragen, remmen, stoppen - tips De geldende maximumsnelheid niet overschrijden. De snelheid bovendien zodanig regelen, dat daardoor geen gevaar of onnodig hinder ontstaat of kan ontstaan. Indien de omstandigheden dit eisen tijdig afremmen en zo nodig stoppen. Niet zonder noodzaak zodanig remmen waardoor gevaar of hinder voor het overige verkeer ontstaat of kan ontstaan. Door (vooral vóór bochten) tijdig de gastoevoer te verminderen, kan zodanig worden vertraagd dat remmen niet nodig is. Niet harder remmen en vaker dan door de omstandigheden noodzakelijk is. Als voor korte of langere tijd wordt gestopt, mag geen gevaar of hinder ontstaan of kunnen ontstaan voor andere weggebruikers. Daarbij vooral rekening houden met het doorgaans langzamer rijdende (brom)fietsverkeer. ### Ruimtekussen Ruimtekussen Een ruimtekussen is niets anders dan voldoende ruimte rondom het voertuig scheppen en in standhouden.  Daardoor kunnen snelheidswisselingen in de verkeersstroom worden opgevangen en wordt het onnodig remmen en weer accelereren beperkt. Dit komt zowel het milieu als het brandstofverbruik (eigen portemonnee) ten goede. Houd voldoende afstand. Maak gebruik van de energie van het voertuig. Het vergroten van de afstand tot het voertuig voor jou zorgt ervoor dat je beter kunt anticiperen op veranderingen in snelheid van jouw medeweggebruikers zodat je rustig kunt rijden met een constante snelheid. Bron: HNR ### Plaats op de weg Plaats op de weg Houd in beginsel zo veel mogelijk rechts. Dat voorkomt gevaar of hinder voor andere weggebruikers. Naarmate je meer rechts houdt is er meer tussenruimte ten opzichte van het tegemoetkomend verkeer. Naarmate jouw eigen voertuig of het tegemoetkomende voertuig breder is, zal dit gevolgen hebben voor de plaats op de weg. Jouw positie op de weg zal bij overhangende begroeiing of obstakels aan de rechterkant van de weg waarschijnlijk iets meer naar links verschuiven. Dat is normaal. Bij de afwezigheid van (brom)fietspaden en voetpaden is het raadzaam jouw positie op de weg wat meer naar links te verleggen. Sommige mensen zijn zo bang voor obstakels naast de weg, het water of een onbetrouwbare (zachte) berm, dat ze overdreven ver naar links gaan en bijna op het midden van de weg gaan rijden. Dit wordt berm- of obstakelvrees genoemd. Rijzicht is de afstand waarover de weggebruiker de weg kan overzien. De volgafstand Bij de volgafstand komt artikel 19 RVV om de hoek kijken. In dat artikel staat dat de bestuurder zijn voertuig tot stilstand moet kunnen brengen binnen de afstand waarover de weg vrij is en te overzien is. Heel dicht achter een vrachtauto rijdend moet je beseffen dat je er niet doorheen kunt kijken en je dus minder overzicht hebt. Als die vrachtauto ergens voor moet remmen, dat ziet je dan pas als zijn remlichten gaan branden. Achter een personenauto zie je dat allemaal iets beter en eerder, omdat je er doorheen en overheen kunt kijken. Vele kop-staartbotsingen ontstaan vanwege een te geringe volgafstand. Afstand bewaren betekent "tijd om te remmen" krijgen. Voldoende afstand houden voorkomt gevaar of hinder en dat geldt ook voor de weggebruikers die achter je rijden. Probeer een 'ruimtekussen' op te bouwen waarbinnen je zelf voldoende remafstand hebt en de personenauto achter jou ook. Hulp bij het schatten van afstand: Onderlinge afstand hectometerpaaltjes 100 meter. Onderlinge afstand ANWB-borden 300 meter. Onderlinge afstand bermpaaltjes 40 à 50 meter. Onderlinge afstand overwegbaken 80 meter (per streep, maximaal 3 bakens). De ‘twee-secondenregel’ Bij het aanhouden van deze minimumafstand kan: in geval van noodzaak en bij goed anticiperen het voertuig tijdig tot stilstand worden gebracht; een uitwijkmanoeuvre worden uitgevoerd; het wegdek over voldoende afstand worden geobserveerd op afwijkingen en eventuele ongerechtigheden, zoals objecten op de rijbaan. Een grotere volgafstand is o.a. noodzakelijk bij: het rijden achter een “ondoorzichtige” voorligger, zoals vrachtauto; bij nat weer en bij het op te korte afstand gevolgd worden door een ander voertuig. Overigens dient deze laatste situatie zoveel mogelijk te worden voorkomen, bijvoorbeeld, door snelheid te verminderen. Bij het houden van volgafstand, afhankelijk van wegsituatie en/of verkeersdrukte, moet men ook rekening houden met inhalend verkeer dat wil invoegen. In geval van een wegversmalling, aan invoegend verkeer daartoe de gelegenheid bieden. Tijdens het rijden in file moet de tussenafstand zoveel mogelijk gelijk gehouden worden. ### Rollend vermogen Rollend vermogen Met rollend vermogen bedoelen we de mogelijkheid om een auto rollend tot stilstand te laten komen, door de auto in de versnelling uit te laten rollen en hoogstens bij te remmen om geheel tot stilstand te komen op de gewenste plaats. ### Snelheid Snelheid Houd je aan de maximumsnelheid! De snelheid moet zodanig zijn, dat: geen gevaar of onnodige hinder ontstaat of kan ontstaan; de bestuurder in staat is het voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en deze vrij is. De snelheid ook steeds afstemmen op de situatie en het overige verkeer ter plaatse. Dit betreft o.a. aard en gesteldheid van de weg, weersomstandigheden, verkeersdrukte en wegwerkzaamheden. De nadersnelheid De snelheid waarmee men een verkeerssituatie nadert, dient te zijn aangepast aan de omstandigheden. De bestuurder moet immers het voertuig altijd tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waar men de weg kan overzien en deze vrij is. Andere weggebruikers moeten bovendien uit de snelheid van het naderen kunnen opmaken wat de bestuurder van plan is. Het is tevens van belang dat zij uit de snelheid kunnen voorspellen wat de ander gaat doen. Verkeerssituaties die extra opmerkzaamheid vereisen: onoverzichtelijke kruispunten onoverzichtelijke bochten; oversteekplaatsen voor voetgangers en (brom)fietsers; situaties in de buurt van 30-km-zones, scholen, ziekenhuizen, bejaardenhuizen, winkelcentra en stations. Acceleratie en deceleratie Er is een aantal goede redenen om de snelheid zo geleidelijk mogelijk op en af te bouwen: Door een abrupte versnelling of vertraging, verliest de bestuurder makkelijk de grip op de weg. Onrustig en inconsequent rijgedrag maakt het voor de andere weggebruikers moeilijker om goed te anticiperen. In drukke verkeerssituaties wordt de kans op opstoppingen en ongevallen groter. Door het verhoogde brandstofverbruik is er meer uitstoot van schadelijke stoffen. Het abrupt gas geven en weer loslaten veroorzaakt geluidsoverlast. Wanneer de snelheid van 90 km per uur naar 130 km per uur wordt verhoogd, neemt de geluidsproductie gemiddeld met 4 of 5 dB(a) toe. Het veroorzaakt onnodige bandenslijtage. Abrupt snelheid verminderen kan leiden tot het niet op tijd reageren, het te dicht naderen en het niet tijdig tot stilstand komen van de achterliggers. Het (ver)schuiven van (vloeibare) lading dat leidt tot het extra veroorzaken van verschillende soorten onaangename krachten. ### Kijktechniek Kijktechniek Uitvoering kijktechniek het hoofd iets opgericht houden; ver voor het voertuig kijken en niet op één punt in het bijzonder. Onder "ver" verstaan we ongeveer 200 m. Met een snelheid van 50 kilometer per uur is dat een afstand die je aflegt in 14 seconden, met 80 kilometer per uur in 9 seconden en met 100 kilometer per uur in 7 seconden; maken van lichte hoofdbewegingen, zowel heen en weer als op en neer. Dit om zo een goed zicht in de breedte en diepte te krijgen. Kijktechniek bestaat uit drie elementen: De bewegingscoördinatie: het koers houden. Door ver vooruit te kijken zal het voertuig in de richting gaan waar je naartoe kijkt. De ogen en de beweging van de handen werken samen. De opmerkzaamheid: alarmering. Door de blik van links naar rechts en van voor naar achter te laten gaan (scannen), krijgt de bestuurder een totaalbeeld van het verkeer. Staar dus niet uitsluitend naar één punt. Het bewust selecteren van details. Alert zijn op relevante gegevens in het verkeer. Hoeveel knopen er aan de jas van een fietser zitten, is niet interessant maar wél als hij deze tijdens het fietsen aan het dichtknopen is! Dat geeft informatie over de stabiliteit van de fietser. Scannen Door de situatie rondom het voertuig voortdurend waar te nemen en niet te focussen op één punt recht vooruit, vorm je een overzicht van de verkeersomgeving, die een steeds wisselend verkeersbeeld biedt. Triggers uit de omgeving maken je alert. Scannen gaat over in bewust waarnemen, bijvoorbeeld als je ver vooruit kruisend verkeer ziet en je meteen op andere zaken gaat letten, zoals borden e.d. Met de waarneming start het taakproces dat afsluit met handelen. De techniek van het voortdurend waarnemen van de verkeersomgeving noemen we scannen. ### Rechtdoorrijden Sturen Stuurmethodes Bij het sturen is het belangrijk dat de leerling zo veel mogelijk beide handen aan het stuur houdt. Dat betekent dat de doorgeefmethode de voorkeur heeft. Bij deze methode trekt als het ware de ene hand het stuur naar de bestuurder toe terwijl de andere hand het stuur van de bestuurder afduwt. Beide handen zijn daarbij continue in contact met het stuur. Als er snel gestuurd moet worden bij relatief lage snelheden (denk aan de bijzondere verrichtingen), kan de overpakmethode worden toegepast. Bij deze methode wordt hand over hand overgepakt aan de bovenzijde van het stuur. Nadeel van deze methode is dat niet steeds beide handen aan het stuur zijn en de handen verward kunnen raken. ### Koers houden Koers houden Deze les gaat over koers houden. Dit doe je zowel op rechte wegen als in bochten. Tevens is het belangrijk dat je naast kennis over het rijden ook inzicht hebt in situaties die je kunt tegenkomen terwijl je rechtdoor rijdt of een bocht neemt. Voordat je deze les start, bestudeer je rijprocedure B, hoofdstuk 3.2: Rijden op rechte en bochtige weggedeelten. In deze les leer je: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Sturen (stand van handen, gebruik stuur, stuurmethode: doorgeven, overpakken, geen plotselinge stuurbewegingen). Kijkgedrag (voldoende ver vooruit, blikveld wisselen, gebruik spiegels). Schakelen (toerental). Taxatie gedrag ander verkeer. Positie (stabiele laterale positie). Rijden van bochten (vloeiend en comfortabel, op tijd teruggeschakeld). Voertuigbediening geautomatiseerd. Volgafstand/ruimtekussen Passeerafstand (rechts, links). Uitwijkruimte (tijd en ruimte aan ander verkeer). Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer).  Rijsnelheid (aangepast aan omstandigheden maar tevens vlot en doortastend, gelijkmatige snelheid, nadersnelheid aangepast bij bochten). Rijden in file (niet onnodig wisselen van rijstrook). Risicovolle gebieden (scholen, bouwterreinen, werk in uitvoering e.d.). Waarneembaarheid van bochten en van wegverloop. Toepassing wegverkanting (middelpuntvliedende kracht). Risico’s van ‘nabocht’. Kantelgevaar vrachtauto’s. Risico’s van spoorvorming. Invloed stuurkarakter voertuig. Voorspellen/evalueren Bij grote verkeersdrukte op autosnelweg en korte volgafstand tussen auto's wordt op tijd reageren op remmende voorligger bemoeilijkt (veiligheid). Langdurig links rijden op de autosnelweg verspert de doorgang voor achterliggend verkeer en kan leiden tot irritatie bij andere weggebruikers (sociaal rijgedrag, doorstroming). Onnodig langzamer rijden dan de maximaal toegestane snelheid ter plaatse kan andere weggebruikers verrassen, waardoor zij niet op tijd kunnen reageren (veiligheid, doorstroming, sociaal rijgedrag). Sneller rijden dan de maximumsnelheid geeft grotere kans op dicht naderen van voorliggend verkeer en op verrassing bij andere weggebruikers (veiligheid, sociaal rijgedrag). Sneller rijden dan de maximumsnelheid geeft grotere uitstoot en geluidsproductie (milieu). Niet (op tijd) opvolgen van verkeerstekens op en rond de autosnelweg kan leiden tot onderbrekingen in de verkeersstroom (doorstroming) en tot verwarring bij andere weggebruikers (veiligheid, sociaal rijgedrag). Bij plotselinge snelheidsvermindering en korte volgafstand is er kans op te late reacties van volgend verkeer, zoals zwakkere verkeersdeelnemers en bestuurders van vrachtauto’s (sociaal rijgedrag, veiligheid). Bij hoge snelheden in bochten kan bestuurbaarheid auto minder worden en plaats op de weg moeilijker gehandhaafd worden (veiligheid). Hoge snelheden bij wegversmallingen kan handhaving van de plaats op de weg bemoeilijken (veiligheid). Verminderde reactiesnelheid leidt via langere reactieafstand tot langere remweg (veiligheid). Te sterk afremmen kan in druk verkeer aanleiding zijn voor filevorming (doorstroming, bereikbaarheid). Naarmate men meer rechts houdt, is er meer tussenruimte t.o.v. tegemoetkomend verkeer (veiligheid). Naarmate tegemoetkomend voertuig breder, is er minder tussenruimte (veiligheid). Naarmate eigen voertuig breder, is er minder tussenruimte t.o.v. tegemoetkomend verkeer (veiligheid). Naarmate rijsnelheid hoger is, zal bij bochtig wegverloop eigen rijstrook sneller verlaten worden; kans op verrassing andere weggebruikers (veiligheid). Bij overhangende bermbegroeiing positie op de weg meer naar links (veiligheid). Bij afwezigheid van fiets- en voetpaden vaker fietsers/voetgangers op de weg en daarom positie op de weg vaker naar links (veiligheid, doorstroming). Kleinere tussenruimte om te passeren verhoogt kans op te dichte nadering (veiligheid). Minder snel rijden levert een substantiële brandstofbesparing op. Rijden met 100 km/h in plaats van 110 km/h bespaart circa 10% brandstof (milieu). De uitstoot van schadelijke stoffen neemt meer dan evenredig toe met de toename van de snelheid. Wanneer bijvoorbeeld gemiddeld 150 km/h gereden wordt, is de uitstoot van schadelijke stoffen ruwweg twee maal zo groot als bij een gemiddelde snelheid van 100 km/h (milieu). Wanneer de snelheid van circa 90 km/h naar circa 120 km/h wordt opgevoerd, zal de geluidsproductie met gemiddeld 4 à 5 dB(A) toenemen (milieu). Het zicht op de aanwezigheid van een bocht en het verloop daarvan wordt veelal vergemakkelijkt door de ‘taal van de weg’ zoals bochtschilden, bermpalen, belijningen op het wegdek en langs de weg staande bomen (veiligheid). Anders dan op rechte weggedeelten is de zichtafstand in bochten afhankelijk van de straal van de bocht (veiligheid). Rijden met onaangepast hoge rijsnelheid kan leiden tot: verlies maximale grip op de weg verminderde bestuurbaarheid in bochten bemoeilijkte handhaving plaats op de weg vernauwing blikveld, waardoor het zicht zijwaarts minder wordt gewenning aan hoge snelheid onnodige belasting van het milieu extra slijtage van banden Onrustig en inconsequent rijgedrag maakt het voor andere weggebruikers moeilijk goed te anticiperen. Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Wel of niet van positie veranderen. Wel of niet de snelheid aanpassen.  Wel of niet remmen. Keuze van de juiste stuurmethode. Keuze van de juiste versnelling. Keuze van het juiste toerental. ### Tot slot - RVV 6 Tot slot In deze les worden de artikelen 62 t/m 84 van het RVV behandeld. In het RVV alle verkeersregels die gelden op de Nederlandse wegen. Deze artikelen zijn verdeeld over hoofdstuk III en hoofdstuk IV. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk III RVV hoofdstuk IV Hoofdstuk III - Verkeerstekens §1. Algemene bepalingen Artikel 62 t/m 64 §2. Verkeersborden Artikel 64a t/m 67 §3. Verkeerslichten Artikel 68 t/m 75 §4. Verkeerstekens op het wegdek Artikel 76 t/m 81 Hoofdstuk IV - Aanwijzingen §1. Verplichtingen weggebruikers Artikel 82 en 83 §2.  Rangorde aanwijzingen, verkeerstekens en verkeersregels Artikel 84 ### Aanwijzingen Aanwijzingen Artikel 82 RVV Volgens artikel 82 RVV zijn weggebruikers verplicht om aanwijzingen op te volgen die mondeling of door gebaren worden gegeven door: daartoe bevoegde en als zodanig herkenbare ambtenaren de militairen van de Koninklijke Marechaussee voor zover niet behorend tot de in onderdeel a bedoelde ambtenaren, de daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaars, en de personen die optreden tijdens de praktijklessen of het praktijkexamen in het kader van een opleiding tot verkeersregelaar of een cursus voor verkeersregelaars, voor de duur van deze praktijklessen of dit praktijkexamen en voor zover gebruik wordt gemaakt van de bij ministeriële regeling voor verkeersregelaars voorgeschreven kleding. Tevens is het voor bestuurders verplicht om te stoppen voor een bevoegde en zodanig kenbare verkeersbrigadier. De aanwijzingen kunnen op verschillende manieren worden gegeven: mondeling; gebaren (zie afbeelding hieronder); rode lamp; (verlichte) transparanten; rode vlag; Artikel 82a RVV Dit artikel regelt de aanwijzingen die moeten worden opgevolgd die worden gegeven door middel van verlichte transparanten door bepaalde organisaties zoals bepaald in artikel 41a RVV. Artikel 83 RVV Wanneer een politie of een weginspecteur het woord "stop" of "stop politie" toont door middel van verlichte transparanten, moet er gestopt worden door alle weggebruikers. Artikel 84 RVV Hierin staat beschreven dat aanwijzingen boven verkeerstekens en verkeersregels gaan. Bijvoorbeeld: Het bord B3 geeft aan dat je je op een voorrangskruising bevindt. Een verkeersregelaar beveelt je om te stoppen en laat al het verkeer van rechts door.    In de artikelen artikel 84 RVV, artikel 64 RVV en artikel 63 RVV wordt de volgende rangorde gehanteerd: Aanwijzingen; Tekens; verkeerslichten gaan boven de verkeerstekens die de voorrang regelen; tekens gaan niet boven regels als die een lagere maximumsnelheid aanduiden voor bepaalde weggebruikers; niet boven de maximumsnelheid in een erf; boven de maximum snelheid op auto(snel)wegen voor sommige motorvoertuigen ten tijde van oliecrisis. Regels. ### Verkeerstekens op het wegdek Verkeerstekens op het wegdek Artikel 76 RVV, De doorgetrokken streep Artikel 76 RVV is onder te verdelen in drie delen: een doorgetrokken streep op rijbanen met verkeer in beide richtingen (asstreep); een doorgetrokken streep op rijbanen met verkeer in één richting (deelstreep) en; een doorgetrokken streep bij vluchtstroken, spitsstroken en vluchthavens (kantstreep). De doorgetrokken streep heeft alleen maar betekenis als deze de rijbaan in rijstroken verdeeld en zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt. Verdeelt de doorgetrokken streep de rijbaan in rijstroken en is er sprake van verkeer in beide richtingen dan mogen bestuurders deze streep niet naar links overschrijden en zich niet links van de streep bevinden. Verdeelt de doorgetrokken streep de rijbaan in rijstroken, en is er sprake van éénrichtingsverkeer dan mogen bestuurders deze streep niet naar links en niet naar rechts overschrijden. Bovenstaande bepalingen gelden ook als de streep is aangebracht op paden (bijvoorbeeld fietspaden). Een doorgetrokken streep mag door bestuurders wel worden overschreden om naar een opengestelde spitsstrook te gaan. Behoudens in noodgevallen mag er geen gebruik gemaakt worden van de vluchtstrook of vluchthaven (artikel 43 RVV lid 3). Is er sprake van een aangegeven noodgeval, dan mag de doorgetrokken streep naar de vluchtstrook, vluchthaven of berm wel overschreden worden. Artikel 77 RVV, Verdrijvingsvlakken en puntstukken Bestuurders mogen verdrijvingsvlakken en puntstukken niet gebruiken. De verbodsbepaling geldt uitsluitend voor bestuurders. Voetgangers mogen wel gebruik maken van een verdrijvingsvlak of een puntstuk. Er is alleen sprake van een verdrijvingsvlak als schuine strepen op de rijbaan zijn aangebracht. Het maakt niet uit of de omlijning van het verdrijvingsvlak doorgetrokken of onderbroken is. Zijn er geen schuine strepen dan is er ook geen sprake van een verdrijvingsvlak. Een puntstuk hoeft niet perse geheel wit of driehoekig te zijn. Voor beiden geldt dat ze alleen op de rijbaan voorkomen. Het verbod om een verdrijvingsvlak of een puntstuk te gebruiken komt te vervallen als een bestuurder over een spitsstrook rijdt die een splitsing of een samenvoeging van wegen, rijbanen of rijstroken passeert. Ga met je muis over de rondjes voor meer informatie. Artikel 78 RVV, Voorsorteerstroken Als op een kruispunt voorsorteerstroken zijn aangebracht dan zijn deze op alle bestuurders, die de rijbaan gebruiken, van toepassing. Als bijvoorbeeld een bromfietser op een fiets/bromfietspad rijdt, geldt deze verplichting niet. Een fietsstrook die in een voorsorteerstrook is aangebracht, behoort tot de voorsorteerstrook. Het komt wel eens voor dat de pijl voor linksaf in de rechts gelegen rijstrook is aangebracht. Tekens gaan dan boven regels en dienen links afslaande bestuurders op de rijbaan in die situatie rechts voor te sorteren. Uitvoegende bestuurders, die ter hoogte van de pijlen rijden, dienen de richting te volgen die de pijl aangeeft. Ze mogen dan niet meer terug de doorgaande rijbaan op. Artikel 79 RVV, Stopstreep Artikel 79 RVV geeft aan dat bestuurders dienen te stoppen voor een stopstreep als stoppen op grond van het RVV verplicht is. Volgens het RVV moeten bestuurders stoppen: bij verkeerslichten (rood of geel); bij een verkeersregelaar (stopteken); bij het stopbord (B7); bij het stopteken door verkeersbrigadiers gegeven. De stopstreep heeft geen eigen wettelijke betekenis. Het stoppen voor een stopstreep is alleen verplicht in de gevallen zoals hierboven aangegeven. Zijn de verkeerslichten bijvoorbeeld buiten werking (knipperend geel licht), dan gelden de verkeerstekens die de voorrang regelen en komt de stopstreep van het verkeerslicht te vervallen. Artikel 80 RVV, Gedrag bij haaientanden Haaientanden zijn voorrangsdriehoeken op het wegdek die een gebod inhouden. Ze verplichten de bestuurder om voorrang te verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Haaientanden zijn voorrangstekens en regelen alleen maar de voorrangsregel en niet "het voor laten gaan". Haaientanden hebben door dit artikel een eigen wettelijke betekenis gekregen. Haaientanden zonder verkeersbord B6 betekenen toch dat de bestuurder voorrang dient te verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Artikel 81 RVV, Gebruik busbaan/strook Het RVV kent twee soorten busbanen en busstroken: met het woord BUS erop en; met het woord LIJNBUS erop. Busbanen en busstroken met het woord BUS erop zijn toegestaan voor bestuurders van een lijnbus, van een autobus en van een tram. Als het woord LIJNBUS is aangebracht mogen alleen lijnbussen en trams van de busbaan gebruik maken. Elke bestuurder die een autobus bestuurt, en daarmee openbaar vervoer verricht in de zin van de wet personenvervoer 2000, bestuurt een lijnbus. Wanneer is er sprake van openbaar vervoer in de zin van de wet personenvervoer 2000? Als: het vervoer openbaar is; er volgens een dienstregeling wordt gereden. Bestuurders van een voorrangsvoertuig mogen gebruik maken van busbanen en busstroken als de uitoefening van hun taak dit vereist ( Artikel 91 RVV ). ### Verkeerslichten Verkeerslichten Artikel 68 RVV Op drukke kruispunten zorgen verkeerslichten dat het verkeer op een vlotte en veilige manier doorstroomt. Verkeerslichten bestaan uit drie kleuren: groen licht: doorgaan; geel licht: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan; rood licht: stop Voorbeeld: Driekleurig verkeerslicht en driekleurig verkeerslicht met pijl Voorbeeld: Driekleurig verkeerslicht of in een daaraan toegevoegd éénkleurig verkeerslicht een verlichte pijl Ga met je muis over de rondjes in de afbeelding voor meer informatie. Artikel 69 RVV Tweekleurige verkeerslichten worden vooral gebruikt bij brandweerposten en ambulanceposten. Voorbeeld: Tweekleurige lichten in Nieuwegein Artikel 70 RVV Tram en buslichten zijn speciale verkeerslichten voor bussen en trams. Artikel 71 RVV Overweglichten staan bij een spoorwegovergang. Voorbeeld: Overweglicht Artikel 72 RVV Bruglichten staan bij een brug. Een rood (knipper) licht of geeft aan dat je moet stoppen omdat de brug open gaat. Artikel 73 RVV Er zijn verschillende rijstrooklichten: 73a: groene pijl of maximumsnelheid, aangeduid door bord A3 van bijlage I: de rijstrook mag worden gebruikt 73b: rood kruis: de rijstrook mag niet worden gebruikt. De vluchtstrook mag alleen in noodgevallen worden gebruikt; 73c: witte pijl: voorwaarschuwing rood kruis; 73d: Het woord «BUS»: de rijstrook mag slechts gebruikt worden door bestuurders van een lijnbus en bestuurders van een autobus; Artikel 74 RVV Bij oversteekplaatsen voor voetgangers staan voetgangerslichten. Voorbeeld: voetgangerslicht Artikel 75 RVV Dit licht wordt gebruikt bij verkeerslichten die buiten werking zijn en in combinatie met een verkeersbord. ### Verkeersborden en verkeerslichten Verkeersborden en verkeerslichten Artikel 65 RVV en artikel 66 RVV, Werkingsgebied verkeersborden Verkeersborden gelden voor: de gehele breedte van de weg; één of meer rijstroken; aan de zijde van de weg waar het verkeersbord is geplaatst maar niet voor weggedeelten die bestemd zijn voor parkeren en stilstaan; in een gebied als de term "zone" is aangebracht. Als er bijvoorbeeld een plattegrond bij het zonebord is geplaatst, geeft die het gebied aan waar het gebod of verbod voor geldt. Is er geen plattegrond geplaatst dan dienen er borden te zijn geplaatst die het einde van de betreffende zone aangeven. Artikel 67 RVV, Onderborden Onderborden kunnen het verkeersbord wat er boven hangt alleen: beperken in de werking of; nader uitleggen. Onderborden kunnen het bovenbord nooit uitbreiden in z’n betekenis of werking. Een voorbeeld van de beperkende werking van het onderbord is bijvoorbeeld een geslotenverklaring (zoals verkeersbord C1) met een onderbord met de tekst "uitgezonderd bestemmingsverkeer". ### Algemene bepalingen Algemene bepalingen Artikel 62 RVV, Opvolgen verkeerstekens Weggebruikers dienen de verkeerstekens op te volgen die een gebod of een verbod inhouden. Verkeerstekens kunnen we onderverdelen in drie groepen, namelijk: verkeersborden; verkeerslichten; verkeerstekens op het wegdek. Artikel 62 RVV blijft van kracht als de verkeerstekens door onbevoegden zijn aangebracht. Rangorde verkeerstekens  Lees eerst de volgende artikelen: artikel 63 RVV, artikel 63a RVV, artikel 63b RVV, artikel 64 RVV en artikel 64a RVV Als basis geldt dat tekens boven verkeersregels gaan. Dit geldt echter niet voor de tekens die een hogere maximumsnelheid aangeven dan voor bepaalde bestuurders is toegestaan én voor de maximumsnelheid in erven. Onthoud de volgende regels: Als zowel op een elektronisch signaleringsbord als een “gewoon” verkeersbord een maximumsnelheid staat aangegeven, geldt de laagste maximumsnelheid. Als op het wegdek tijdelijke verkeerstekens zijn aangebracht, gaan deze tijdelijke tekens boven de andere verkeerstekens die op het wegdek zijn aangebracht. Artikel 64 RVV, Verkeerslichten gaan boven verkeertekens die voorrang regelen De verkeersborden B1 tot en met B7, die de voorrang regelen, staan ook wel geplaatst bij verkeerslichten. Als de verkeerslichten niet in werking zijn, dan gelden deze verkeersborden. Het gele verkeerslicht knippert dan op dat moment als waarschuwingslicht. ### Introductie - RVV 6 Introductie In deze les worden de artikelen 62 t/m 84 van het RVV behandeld. In het RVV staan alle verkeersregels die gelden op de Nederlandse wegen. Deze artikelen zijn verdeeld over hoofdstuk III en hoofdstuk IV. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk III RVV hoofdstuk IV Hoofdstuk III - Verkeerstekens §1. Algemene bepalingen Artikel 62 t/m 64 §2. Verkeersborden Artikel 64a t/m 67 §3. Verkeerslichten Artikel 68 t/m 75 §4. Verkeerstekens op het wegdek Artikel 76 t/m 81 Hoofdstuk IV - Aanwijzingen §1. Verplichtingen weggebruikers Artikel 82 en 83 §2.  Rangorde aanwijzingen, verkeerstekens en verkeersregels Artikel 84 ### Tot slot - Wegrijden Tot slot - Wegrijden In deze les heb je de principes van voertuigbediening geleerd en voertuigbeheersing bij het wegrijden. Daarnaast heb je geleerd  wat milieubewust rijden is en hoe je hieraan kunt bijdragen. Bestudeer eventueel nogmaals rijdprocedure B, hoofdstuk 3.1 Wegrijden. In deze les heb je geleerd: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit kijken, van blikveld wisselen, juist gebruik spiegels). Taxatie gedrag ander verkeer. Starten motor (zonder gasgeven). Gasgeven, schakelen (toerental), afremmen, uitrollen (geluid, uitstoot). Positie (geen hinder). Rijsnelheid (gecontroleerd, maar ook vlot en doortastend, snel naar gewenste eindsnelheid en gelijkmatig). Volgafstand/ruimtekussen Passeerafstand. Moment van overschakelen (toerental). Reactiesnelheid. Remweg (= reactieafstand + stopafstand). Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Voor laten gaan (tijd en ruimte geven). Soort voertuig en breedte ervan. Positie van tegemoetkomend verkeer. Aantal rijstroken, breedte rijstrook. Wegverloop (bochten en versmallingen). Weersomstandigheden. Voorspellen / evalueren Te sterke acceleratie en hoge rijsnelheden zorgt voor grotere geluidsproductie, hoger brandstofverbruik, geen maximale grip op weg en slijtage van banden (milieu, doorstroming). Rijden in (lage) versnelling met hoog toerental kost meer brandstof en veroorzaakt meer geluid (milieu). Groter verbruik leidt tot grotere uitstoot. Bij plotseling snel wegrijden en korte volg- en passeerafstanden is de kans op te late reacties van ander verkeer groot (met name zwakke verkeersdeelnemers, maar ook bestuurders van vrachtauto’s (veiligheid, doorstroming, sociaal rijgedrag). Verandering van plaats op de weg kan leiden tot te dichte nadering van tegenliggers of objecten (veiligheid). Verminderde bestuurbaarheid en/of te korte volgafstand kan te late of niet passende reacties opleveren Naarmate eigen voertuig breder, is er minder tussenruimte t.o.v. tegemoetkomend verkeer (veiligheid). Bij afwezigheid van fiets- en voetpaden vaker fietsers/voetgangers op de weg en daarom positie op de weg vaker naar links (veiligheid). Kleinere tussenruimte om te passeren verhoogt kans op te dichte nadering (veiligheid). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Wel of niet wegrijden in bepaalde verkeerssituaties. Wel of niet wegrijden bij aanwezigheid andere verkeersdeelnemers. Wel of niet communiceren met andere verkeersdeelnemers bij het wegrijden. ### Gelijkmatig rijden Gelijkmatig rijden Gelijkmatig Rijden Rijd zoveel mogelijk met een gelijkmatige snelheid met een laag toerental in de hoogste versnelling waarbij de motor soepel loopt. Rijden met een hoog toerental en hoge snelheid verhoogt het brandstofverbruik aanzienlijk. Rijd bij 80 kilometer per uur in de vijfde versnelling en rijd bij 50 kilometer per uur in de vierde versnelling. Schakel op tussen de 2000 en 2500 toeren. Combineer dit met "doortastend gasgeven". ### Milieubewust rijden Milieubewust rijden Het Nieuwe Rijden geeft onder andere een aantal regels voor een energie verantwoorde rijstijl.  Het Nieuwe Rijden zit geïntegreerd in de reguliere opleiding en deze vind je tevens terug in het RIS-werkboek (script 21 en script 43) en in de rijprocedure B (Milieubewust rijgedrag). Het nieuwe rijden houdt in dat: Je zo vlot mogelijk opschakelt naar een hogere versnelling; Je het gaspedaal snel en doortastend intrapt; Je de auto in een zo hoog mogelijk versnelling laat uitrollen. Klik op deze link en lees meer over Het Nieuwe Rijden. Brandstof besparen Met deze tips kun je kritisch naar je verbruik kijken: Controleer regelmatig je bandenspanning (5% besparing). Maak gebruik van brandstofbesparende accessoires zoals cruise control, schakelindicator,  start-stop systeem of de verbruiksmeter (5% besparing). Rijd met zo min mogelijk luchtweerstand. Het rijden met openen ramen (5% extra verbruik), open schuifdak (5% extra verbruik), skibox of fietsen (30% extra verbruik) boven op de auto zorgt voor meer luchtweerstand. Ben je ervan bewust dat apparatuur zoals airconditioning of achterruitverwarming ook energie kosten (10% extra verbruik). Vlot opschakelen naar hoge versnelling Hierbij zorg je dat je bij optrekken zo vroeg mogelijk schakelt naar de hoogste versnelling.  Wanneer die bereikt is, ga je zo vlot mogelijk naar de gewenste eindsnelheid. In de praktijk betekent dit dat je vlot door rijdt tot net iets boven de gewenste snelheid, daarna iets gas terug te neemt en vervolgens de snelheid stabiliseert op de gewenste snelheid. Op deze manier zorg je er als bestuurder voor dat het motormanagement van de moderne personenauto zo snel mogelijk op een zo arm mogelijk mengsel gaat rijden. Als men langzamer naar de beoogde eindsnelheid gaat, doet het motormanagement er veel langer over om het gewenste zuinige verbruik te realiseren en wordt er ook meer uitstoot geproduceerd. Zo gelijkmatig mogelijk rijden Als de gewenste snelheid is bereikt, is het van belang een zo gelijkmatig mogelijke snelheid aan te houden. Gelijkmatig rijden betekent onder andere niet nodeloos afremmen en weer optrekken. Om een zo gelijkmatig mogelijke snelheid te kunnen aanhouden, kun je gebruik maken van de cruise control. Doortastend gas geven Doortastend gas geven betekent, dat vanaf de eerste versnelling steeds vlot gas gegeven moet worden tot het toerental dat staat aangegeven in het instructieboekje. Op dit toerental schakel je door naar de tweede versnelling en geef je weer gas tot aan het aangegeven toerental, enzovoorts. Als de veiligheid of de doorstroming, bijvoorbeeld bij invoegen, daarom vraagt, mag het aangegeven toerental worden overschreden. ### Demo wegrijden Demo wegrijden Bestuurder Je mag alleen wegrijden als je het overige verkeer niet in gevaar brengt of hindert. Alleen goed scannen is dus niet voldoende. Je moet de gehele verkeerssituatie kunnen beoordelen en daar uw timing en snelheid op aanpassen. Auto Om de veiligheid en doorstroming te bevorderen, moet je soms extra vlot optrekken. Je mag dan later opschakelen; de motor maakt dan meer toeren en levert meer vermogen. Omgeving Bij het wegrijden moet je de omgeving en verkeerssituatie goed beoordelen en jouw gedrag aanpassen. Als je bijvoorbeeld buiten de bebouwde kom wilt wegrijden, heb je met een groot snelheidsverschil te maken. Als je op een woonerf geparkeerd staat, kunnen er kinderen spelen. Houd ook rekening met de verkeersdrukte, het uitzicht, de weersomstandigheden, enzovoorts. Wegrijden (script 19) Scan. Voor laten gaan. Richting aangeven. Technische wijze wegrijden. Scan. ### Wegrijden na een stop buiten het verkeer Wegrijden na een stop buiten het verkeer Algemeen Je moet de belangen van andere weggebruikers respecteren en zo min mogelijk hinder voor het overige verkeer veroorzaken. Aandachtspunten: Kijkgedrag De volgende stappen van het kijkgedrag moet je als instructeur vlot en foutloos kunnen opnoemen! Voor en tijdens het wegrijden op de juiste wijze kijken. Hoe moet je dat doen? Vóór het wegrijden vanaf de rechterzijde van de weg, kijken in de volgorde: binnenspiegel, naar voren, linker buitenspiegel en over de linkerschouder. Vóór het wegrijden vanaf de linkerzijde van de weg, kijken in de volgorde: binnenspiegel, naar voren, de rechter buitenspiegel en over de rechterschouder. Bij het wegrijden vanachter een obstakel, bijvoorbeeld een geparkeerd voertuig, extra letten op het overige verkeer, in verband met het beperkte uitzicht. Wordt vanuit een dergelijke positie vanaf de linkerzijde van de rijbaan weggereden, dan zodanig over de rechterschouder en in de eventueel aanwezige rechter buitenspiegel kijken dat achteropkomend verkeer goed kan worden opgemerkt. Vanuit deze positie is het verkeer dat van voren nadert moeilijk te zien. Dit vereist extra aandacht. Tijdens het wegrijden moet je achteropkomend verkeer met behulp van binnen- en buitenspiegel observeren. Voor laten gaan Het overige verkeer voor laten gaan. Bekijk de definities verkeer en weggebruikers aandachtig! Wie worden er allemaal toe gerekend? De verplichting tot voor laten gaan geldt ten aanzien van alle, ook uit tegenovergestelde richting komende, weggebruikers. Plaats op de weg Na het wegrijden de juiste plaats op de rijbaan innemen. Bij het wegrijden vanachter een geparkeerd voertuig of ander obstakel, een zo vloeiend mogelijke lijn aanhouden waarbij een veilige tussenafstand tot het geparkeerde voertuig of obstakel wordt aangehouden. Snelheid Het wegrijden vanuit parkeerstand gebeurt met een veilige en aangepaste snelheid. Zodra is weggereden, snelheid opvoeren en aanpassen aan het overige verkeer. Geven van en/of reageren op signalen Nadat je hebt gecheckt of je dat op veilige wijze kan wegrijden, ga je richting aangeven. Dat doe je voordat je wegrijdt. De richtingaanwijzer wordt pas uit gezet, zodra de juiste plaats op de rijbaan is ingenomen. ### Wegrijden na een stop in het verkeer Wegrijden na een stop in het verkeer Wegrijden na een stop in het verkeer Deze vorm van wegrijden wordt niet beschouwd als een bijzondere manoeuvre. Het is wel een handeling die veelvuldig voorkomt en de aandacht verdient. Aandachtspunten: Belangen andere weggebruikers Tijdens het wegrijden moet je rekening houden met andere weggebruikers en zo min mogelijk hinder veroorzaken. Dit geldt in het bijzonder ten opzichte van fietsers en bromfietsers. Kijkgedrag Tijdens het stilstaan attent blijven, ook ten opzichte van zich naast en achter het voertuig bevindende weggebruikers. Bij het optrekken en wegrijden het overige verkeer observeren. Dit in verband met plotseling wijzigende verkeersomstandigheden, zoals afremmen of van richting veranderen door voorliggers. Bij het verhogen van snelheid moet je vooral letten op eventueel inhalende bestuurders, waaronder ook bromfietsers! Snelheid De snelheid zoveel mogelijk aanpassen aan het overige verkeer. Door aansluiting te houden met het overige verkeer wordt een goede doorstroming bevorderd. ### Motor starten Motor starten Bestuurder Volg de startprocedure zoals die door de fabrikant is voorgeschreven, anders kan er schade aan de auto ontstaan. Ontkoppel voordat je gaat starten; zo voorkom je dat de auto vooruit ‘springt’ als deze nog in de versnelling staat. Auto Het elektronische motormanagement zorgt dat er precies genoeg brandstof wordt ingespoten. Je verstoort dit proces als je gas geeft tijdens het starten. Doe dat dus niet. Omgeving Een stationair draaiende motor veroorzaakt geluid(soverlast) en stoot uitlaatgassen uit. Rijd daarom na het starten direct weg en schakel de motor uit als je langere tijd stilstaat. Veel auto’s zijn uitgerust met een start-stop systeem dat automatisch de motor uitschakelt bij (langere) stops in het verkeer. Motor starten (script 8) Ontkoppel. Rem vast. Starten. Verbruikers aan. Schakel. Parkeerrem. ### Starten en wegrijden Starten en wegrijden Starten Bij het starten mag het gaspedaal niet worden aangeraakt. In een moderne auto regelt de techniek alles. Door gas te geven wordt die techniek juist ontregeld. Belangrijk daarbij is dat men rustig start, dat wil zeggen de contactsleutel omdraaien, en heel even wachten. Men geeft dan het motormanagement de gelegenheid om een en ander te regelen. De hedendaagse auto heeft overigens steeds vaker geen sleutel meer nodig! Ook bij een zogenaamde 'koude start' is het niet nodig om extra gas te geven. Ook hier regelt het moderne motormanagement alles. Het stationair warm draaien van de motor is niet nodig. Na het starten, kan direct worden weggereden. En voor een koude winterdag geldt: eerst krabben dan pas starten. Wegrijden Specifiek aandachtspunt bij het wegrijden is het voorkomen om al te heftig te accelereren. Dit heeft enerzijds te maken met de huidige milieuregels die in acht genomen dienen te worden omdat te hard optrekken namelijk onnodige uitstoot en geluidshinder, extra brandstofverbruik en slijtage veroorzaakt. Het heeft ook te maken met "sociaal weggedrag", aangezien het als uitdagend gedrag opgevat kan worden door andere verkeersdeelnemers. Te sterke acceleratie vermindert de grip van de banden op de weg en is daardoor ook nog eens minder veilig. Gas geven, ontkoppelen, koppelen en schakelen Het is belangrijk dat het uitschakelen van de motor bij langere stops vanaf de eerste les aangeleerd wordt. Tevens is het belangrijk om de leerling de motivatie achter het uitschakelen van de motor duidelijk te maken. Moderne voertuigen worden met het zogenaamde “stop-start-systeem" uitgerust, waarbij het voertuig bij een stop automatisch afslaat en weer start als men het koppelingspedaal indrukt. De aanwezigheid van een start-stopsysteem in het voertuig kan leiden tot een flinke brandstofbesparing en een vermindering van de CO2-uitstoot van wel 8% in stadsverkeer. Een veel gemaakte opmerking tegen het uitschakelen van de motor bij tussenstops, is dat het maken van veelvuldige tussenstops ten koste gaat van de startmotor. Door het veelvuldig gebruiken van de startmotor zou deze sterk aan slijtage onderhevig zijn en al snel vervangen moeten worden. Voor moderne startmotoren geldt echter dat die een gemiddelde levensduur van 200.000 starts hebben. Dit betekent dat er bij een gemiddelde van één start per kilometer altijd nog 200.000 kilometer met een startmotor kunt afleggen. ### Voertuigbediening en voertuigbeheersing Bediening en beheersing voertuig Bedrevenheid in de bediening is de basis voor een complete beheersing van het voertuig onder alle omstandigheden. De bestuurder moet een groot aantal technische handelingen op "geautomatiseerd niveau" kunnen uitvoeren. Dat wil zeggen: zonder er bij te hoeven nadenken. In het overzicht op deze pagina zie de handelingen van de rijprocedure B. De bediening moet op geautomatiseerd niveau kunnen plaatsvinden om er voor te zorgen dat de aandacht op de weg gericht kan zijn en de beheersing van de auto niet in gevaar komt. ### Wat is stromen? Wat is stromen? Binnen de verkeersfunctie van wegen worden twee verkeersvormen onderscheiden: Stromen: zich doelgericht verplaatsen of voertuigen doen voortbewegen, in een min of meer constante richting en met een min of meer constante relatief hoge snelheid. Denk hierbij vooral aan een auto(snel)weg. Uitwisselen: zich doelgericht verplaatsen of voertuigen doen voortbewegen, met wisselende snelheid en/of richting. Eigenlijk alles wat niet onder het begrip stromen valt. Hier valt ook onder het verzamelen, verdelen en kruisen van verkeer, alsmede het vertrekken, keren, draaien, stoppen en stallen van voertuigen. Stromen is één van de hoofdrijtaken, die we behandelen in fase 1 van de opleiding. De andere hoofdrijtaken zijn: voorbereiden/afsluiten, kruisen, zijdelings verplaatsen en bijzondere verrichtingen. ### Inleiding - Wegrijden Inleiding - Wegrijden Er zijn twee vormen van wegrijden: Wegrijden na een stop buiten het verkeer Wegrijden na een stop in het verkeer. Lees voordat je met deze les begint rijprocedure B, hoofdstuk 3.1 wegrijden. In deze les leer je de principes van voertuigbediening en voertuigbeheersing bij het wegrijden. Daarnaast leer je wat milieubewust rijden is en hoe je hieraan kunt bijdragen. In deze les leer je: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Kijkgedrag (voldoende ver vooruit kijken, van blikveld wisselen, juist gebruik spiegels). Taxatie gedrag ander verkeer. Starten motor (zonder gasgeven). Gasgeven, schakelen (toerental), afremmen, uitrollen (geluid, uitstoot). Positie (geen hinder). Principes brandstofbesparende rijstijl (Het Nieuwe Rijden) Rijsnelheid (gecontroleerd, maar ook vlot en doortastend, snel naar gewenste eindsnelheid en gelijkmatig). Volgafstand/ruimtekussen Passeerafstand. Moment van overschakelen (toerental). Reactiesnelheid. Remweg (= reactieafstand + stopafstand). Communiceren (voorspelbaar gedrag, contact met ander verkeer). Voor laten gaan (tijd en ruimte geven). Soort voertuig en breedte ervan. Positie van tegemoetkomend verkeer. Aantal rijstroken, breedte rijstrook. Wegverloop (bochten en versmallingen). Weersomstandigheden. Voorspellen / evalueren Te sterke acceleratie en hoge rijsnelheden zorgt voor grotere geluidsproductie, hoger brandstofverbruik, geen maximale grip op weg en slijtage van banden (milieu, doorstroming). Rijden in (lage) versnelling met hoog toerental kost meer brandstof en veroorzaakt meer geluid (milieu). Groter verbruik leidt tot grotere uitstoot. Bij plotseling snel wegrijden en korte volg- en passeerafstanden is de kans op te late reacties van ander verkeer groot (met name zwakke verkeersdeelnemers, maar ook bestuurders van vrachtauto’s (veiligheid, doorstroming, sociaal rijgedrag). Verandering van plaats op de weg kan leiden tot te dichte nadering van tegenliggers of objecten (veiligheid). Verminderde bestuurbaarheid en/of te korte volgafstand kan te late of niet passende reacties opleveren Naarmate eigen voertuig breder, is er minder tussenruimte t.o.v. tegemoetkomend verkeer (veiligheid). Bij afwezigheid van fiets- en voetpaden vaker fietsers/voetgangers op de weg en daarom positie op de weg vaker naar links (veiligheid). Kleinere tussenruimte om te passeren verhoogt kans op te dichte nadering (veiligheid). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Wel of niet wegrijden in bepaalde verkeerssituaties. Wel of niet wegrijden bij aanwezigheid andere verkeersdeelnemers. Wel of niet communiceren met andere verkeersdeelnemers bij het wegrijden. ### Tot slot - RVV 5 Tot slot In deze les zijn de artikelen 44 t/m 61b van het RVV behandeld. In het RVV staan alle verkeersregels die gelden op de Nederlandse wegen. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk II Hoofdstuk II - Verkeersregels §17. Erven Artikel 44 t/m 46 Rotondes Artikel 47 en 48 Voetgangers Artikel 49 Voorrangsvoertuigen Artikel 50 Loslopend vee Artikel 51 In en uitstappende passagiers Artikel 52 Slepen Artikel 53 Bijzondere manoeuvres Artikel 54 t/m 56 Onnodig geluid Artikel 57 Gevarendriehoek Artikel 58 26a. Zitplaatsen Artikel 58a 27. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen Artikel 59 28. Helmen Artikel 60 30. Gebruik van mobiele elektronisch apparaat Artikel 61a Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten Artikel 61b ### Gebruik van mobiele elektronisch apparaat Gebruik van mobiele elektronisch apparaat Artikel 61a RVV, Gebruik van mobiele elektronisch apparaat Omwille van het gevaar voor de verkeersveiligheid is het verboden voor de bestuurder om een mobiele telefoon vast te houden. Er is geen onderscheid tussen telefoneren of een mobiele telefoon alleen maar vasthouden zonder dat ermee gebeld wordt. Tijdens het stilhouden voor bijvoorbeeld een verkeerslicht en het parkeren is het vasthouden van een mobiele telefoon wel toegestaan. Dit verbod om een mobiele telefoon vast te houden, is van toepassing op alle bestuurders. Sinds 01-07-2019 geldt dit dus ook voor fietsers. Dit verbod is niet van toepassing op voetgangers en rijinstructeurs tijdens rijonderricht als zij als juridische bestuurder optreden en examinatoren tijdens het afnemen van een toets of rijexamen. ### Helmplicht Helmplicht Artikel 60 RVV, Helmplicht De helmplicht is van toepassing op: bestuurders van een snorfiets die gebruik moeten maken van de rijbaan op grond van artikel 5 lid 8. passagiers van een snorfiets die gebruik moeten maken van de rijbaan op grond van artikel 5 lid 8. bestuurders van een bromfiets; passagiers van een bromfiets; bestuurders van een motorfiets; passagiers van een motorfiets; bestuurders van een driewielig motorvoertuig; passagiers van een driewielig motorvoertuig; bestuurders van een brommobiel zonder een gesloten carrosserie, en passagiers van een brommobiel zonder een gesloten carrosserie. Vergelijk helmen voordat je beslist! De helm moet: goed passend zijn; door middel van een sluiting deugdelijk op het hoofd zijn bevestigd; zijn voorzien van een goedkeuringsmerk. Artikel 60 RVV lid 3: Wie is aansprakelijk voor het nakomen van de helmplicht?  als de passagier jonger is dan 12 jaar: de bestuurder; als de passagier 12 jaar of ouder is: de passagier zelf! De helmplicht geldt niet voor: bestuurders en passagiers van een snorfiets die gebruik moeten maken van het fietspad of fiets/bromfietspad; bestuurders en de achter hen zittende passagiers van een brombakfiets; bestuurders en passagiers van een brommobiel zonder een gesloten carrosserie als hun zitplaats is voorzien van (bevestigingspunten voor) autogordels; bromfietsen en motorfietsen met een veiligheidscel; bestuurders en passagiers van een brommobiel met een gesloten carrosserie; bestuurders en passagiers van een driewielig motorvoertuig als hun zitplaats is voorzien van (bevestigingspunten voor) autogordels. ### Autogordels Autogordels Artikel 59 RVV, Autogordels en kinderbeveiligingssystemen Artikel 59a RVV en Artikel 59b RVV In dit artikel wordt niet alleen het gebruik van de autogordel en een kinderbeveiligingssysteem verplicht gesteld, ook het juiste gebruik ervan komt aan de orde. Naast bestuurder van een motorvoertuig en de passagiers, worden ook de bestuurder van een bromfiets en hun passagiers genoemd. Dit houdt in dat een bestuurder en een passagier van bijvoorbeeld een bromfiets op twee wielen, die is voorzien van een veiligheidscel én een autogordel, gebruik moeten maken van deze gordel. De term "autogordel" heeft alleen betrekking op de gordel en niet op het soort voertuig waarin de autogordel is bevestigd. De Regeling voertuigen doelt met de term voertuigen op die voertuigen die voorzien moeten zijn van bevestigingspunten voor autogordels én van autogordels. Het betreft onder andere: personenauto’s; bestelauto’s; bedrijfsauto’s; driewielige motorvoertuigen; bromfietsen op drie of vier wielen. De meeste motorfietsen worden hierbij uitgezonderd. Dit geldt ook voor motorvoertuigen die vóór 01 januari 1971 in Nederland in gebruik zijn genomen. In deze voertuigen ontbreken meestal de vereiste bevestigingspunten voor autogordels. Lees meer over vervoer van kinderen in de auto: Vervoer kinderen in de auto. Taxi- en busvervoer bestuurders van taxi's hoeven geen gordel om te hebben als ze betaald vervoer verrichten zoals beschreven in de Wet Personenvervoer 2000. Wel moeten er dan passagiers in de taxi aanwezig zijn. Een passagier van een taxi moet altijd zijn gordel dragen; bestuurders van autobussen moeten een gordel dragen als deze aanwezig is. In bussen voor stadsgebruik of met staanplaatsen hoeft geen gordel aanwezig te zijn voor de passagiers; aan passagiers van een autobus moet het verplicht gebruik van autogordels of kinderbeveiligingsmiddelen worden medegedeeld; passagiers die gebruik maken van toegestane staanplaatsen in het busvervoer hoeven geen autogordel te dragen (bijvoorbeeld openbaar vervoer). In bussen die volgens een dienstregeling stads- en streekvervoer uitvoeren hoeven passagiers binnen de bebouwde kom de aanwezige gordels niet te gebruiken; in autobussen en op de achterbank van een taxi is een autostoeltje of zittingverhoger niet verplicht. Kinderen vanaf 3 jaar en volwassenen moeten dan de autogordels gebruiken, voor zover aanwezig. Kinderen jonger dan 3 jaar mogen in dat geval los worden vervoerd. ### Vervoer personen Vervoer personen Artikel 58a RVV, Vervoer van kinderen op een fiets, snorfiets en bromfiets Kinderen beneden 8 jaar mogen op (snor)fietsen en bromfietsen alleen vervoerd worden als: er sprake is van een doelmatige en veilige zitplaats; er voldoende steun voor rug, handen en voeten is. Voor personen boven de 8 jaar is hierover niets in het RVV bepaald. Hetzelfde geldt voor wat betreft de amazonezit. Hiervoor bepaalt het RVV ook niets. Duidelijk zal zijn dat hier artikel 5 WVW van toepassing is. Lees meer over het vervoer van kinderen op de fiets op de site van de fietsersbond: Fietsersbond Artikel 61b RVV, Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten Dit artikel verbiedt het vervoer van personen: in de laadruimte van een motorvoertuig; in de laadruimte van een bromfiets; in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets. Het tweede lid geeft aan dat vervoer van personen in laadruimten in sommige gevallen wel toegestaan is. Het gaat dan om: het vervoer van personen achter in een ambulance of dierenambulance; het vervoer van rolstoelinzittenden op de daarvoor ingerichte plaatsen, in de laadruimte van een rolstoelbusje; het vervoer van personen in de laadruimte van een politie- of brandweerauto; het vervoer van personen in de laadruimte van door de Minister van Verkeer aangewezen hulpverleningsdiensten. Als een motorvoertuig of bromfiets op meer dan twee wielen wordt gesleept, mag er iemand achter het stuur van het gesleepte voertuig zitten. Passagiers mogen zich alleen in het gesleepte voertuig bevinden als er geen plaats voor hen is in het trekkende voertuig. Motorvoertuigen die deel uitmaken van een optocht of evenement mogen, met goedkeuring van de gemeente, personen in de laadruimte of op een aanhangwagen vervoeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan carnavalswagens. Daarnaast is er ook een vrijstelling voor de zogenaamde toeristentreintjes. ### Bijzondere manoeuvres Bijzondere manoeuvres Artikel 54 RVV, Bijzondere manoeuvres Als voorbeelden van bijzondere manoeuvres worden genoemd: wegrijden; achteruitrijden; uit een uitrit de weg op rijden; van een weg een inrit op rijden; keren; invoegen; uitrijden (uitvoegen); van rijstrook wisselen. Een bestuurder dient bij het uitvoeren van de bijzondere manoeuvres het overig verkeer voor te laten gaan. Artikel 55 RVV, Richting aangeven Richting aangeven  Artikel 17 RVV Afslaan Alle bestuurders met richtingaanwijzer of met hun arm  Artikel 55 RVV Wegrijden Inhalen van een motorvoertuig Invoegen – uitrijden Wisselen van rijstrook Belangrijke zijdelingse verplaatsing Bestuurders van een motorvoertuig met de richtingaanwijzer Bestuurders van een bromfiets met de richtingaanwijzer of met hun arm LET OP Bij het afslaan (artikel 17 RVV) is bepaald dat ALLE bestuurders richting aan moeten geven. Dit mag op twee manieren, namelijk met de richtingaanwijzer of de arm. Bij de zaken die in artikel 55 RVV zijn genoemd, moeten slechts TWEE bestuurders richting aangeven. Dit zijn: bestuurders van motorvoertuigen met de richtingaanwijzer en; bestuurders van bromfietsen met de richtingaanwijzer of de arm. Artikel 56 RVV, Wegrijden van een autobus bij een bushalte Het wegrijden van een autobus bij een bushalte binnen de bebouwde kom is een geregelde gedraging. Alle bestuurders moeten de bestuurder van een autobus daartoe in de gelegenheid stellen mits de bestuurder van de autobus het voornemen tot wegrijden kenbaar maakt met zijn richtingaanwijzer. Artikel 56 RVV spreekt over alle autobussen en richt zich niet alleen tot lijnbussen. Ook hier is de gehele militaire colonne en de uitvaartstoet van motorvoertuigen, inclusief het eerste motorvoertuig, uitgezonderd. De verplichting dat weggebruikers een bestuurder van een voorrangsvoertuig voor moeten laten gaan, geldt ook voor de bestuurder van de autobus. ### Diverse artikelen Diverse artikelen Artikel 51 RVV, Loslopend vee Het zo maar los laten lopen van rijdieren, trekdieren of vee op de weg, is verboden. Op het moment dat er toezicht aanwezig is, is het toegestaan. Het los laten lopen van deze dieren, zonder toezicht, is toegestaan op wegen die door het bevoegd gezag zijn aangewezen. Pluimvee wordt niet als vee gezien. Artikel 53 RVV, Slepen Dit artikel verbiedt bestuurders van motorvoertuigen andere motorvoertuigen te slepen als de afstand meer dan 5 meter bedraagt. Over de manier van slepen wordt niets vermeld. Let wel! Een gesleept (motor)voertuig is voor het RVV tijdens het slepen een aanhangwagen. Dit betekent dat het voeren van de juiste verlichting een vereiste is en dat de knipperende waarschuwingslichten niet gebruikt mogen worden tijdens het slepen, behalve als er sprake is van een noodgeval (zie artikel 58 RVV). Artikel 57 RVV, Onnodig geluid De volgende bestuurders mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken: bromfietsers; bestuurders van motorvoertuigen; snorfietsers. Onder onnodig geluid wordt onder meer het onnodig gas geven verstaan. Claxonneren naar een bekende is weliswaar verboden, maar valt niet onder deze bepaling (artikel 28 RVV). Hetzelfde geldt voor het rijden met een kapotte uitlaat (Regeling voertuigen). Het verbod geldt zowel rijdend als stilstaand. Artikel 58 RVV, Gevarendriehoek Het gebruik van een gevarendriehoek is verplicht voor: motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, en aanhangwagens.  Als deze: stilstaan, én een obstakel vormen die door naderende bestuurders niet tijdig kan worden waargenomen. Als gebruik wordt gemaakt van een gevarendriehoek moet deze goed zichtbaar, op ongeveer 30 meter van het voertuig, in de richting van het gevaar worden geplaatst. In plaats van de driehoek mogen ook andere beveiligingsmiddelen worden gebruikt. De verplichting tot het gebruik van de gevarendriehoek geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom. De gevarendriehoek hoeft niet te worden geplaatst, indien het motorvoertuig op meer dan twee wielen de knipperende waarschuwingslichten gebruikt! Lees meer: Gevarendriehoek Artikel 58a RVV, Zitplaatsen Tijdens de verkeersdeelname moeten passagiers op zitplaatsen worden vervoerd. Zo is bijvoorbeeld het meenemen van een passagier op de stang van een fiets verboden. Passagiers hoeven niet op een zitplaats worden vervoerd in de volgende gevallen: In autobussen waarin staande passagiers mogen worden vervoerd en in autobussen waarin het gangpad of het toilet kan worden gebruikt. In autobussen als het kinderen jonger dan drie jaar betreft. Zij mogen eventueel bij iemand op schoot. Als in een personenauto speciaal voor kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 1,35 meter een zitgelegenheid is gemaakt mits het kind gebruik maakt van de autogordel. Als het vervoer van passagiers betreft tijdens de rit in een laadruimte van een dierenambulance, politie, brandweer en andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten. Als het vervoer van rolstoelpassagiers betreft. Als het vervoer van een passagier op de bagagedrager van een fiets betreft. Op de snorfiets is dit niet toegestaan. Het vierde lid van artikel 58a RVV bepaalt dat de bestuurder van het voertuig aansprakelijk is voor het naleven van deze regel. Samenvatting  In het RVV staan ook regels voor situaties die u misschien in het dagelijks verkeer niet zo vaak tegenkomt, zoals slepen, het gebruik van de gevarendriehoek of het produceren van onnodig geluid, enzovoorts. Toch kunt u er als rijinstructeur mee te maken krijgen in de zin van dat deze onderdelen wel bevraagd worden op het theorie-examen van uw kandidaten bij het CBR. Daarom is het verstandig om ook een grondige kennis van deze zaken te hebben. ### Voetgangers Voetgangers Artikel 49 RVV, Rechten van bijzondere weggebruikers Het voor laten gaan van voetgangers, blinden en anderen. In het eerste lid van artikel 49 staat, dat bestuurders de volgende weggebruikers voor moeten laten gaan: blinden, voorzien van een witte stok met een of meer rode ringen; alle personen die zich moeilijk voortbewegen. Voor het tweede lid van artikel 49 RVV geldt: voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats (VOP) oversteken of kennelijk op het punt staan zulks te doen. Bestuurders moeten hen op VOP's voor laten gaan. Dit geldt ook als ze op het punt staan om over te steken. Het bovenstaande geldt ook voor bestuurders die afslaan en daarbij geconfronteerd worden met voetgangers die willen oversteken bij een VOP. Op grond van lid vier vervalt deze bescherming als bij een VOP één van onderstaande lichten is geplaatst: een rood voetgangerslicht of; een geel knipperlicht. De overstekende voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig moeten dan al het verkeer, ook het afslaande, voor laten gaan. Uitzondering op deze regel omtrent het voor laten gaan op een VOP (artikel 49 RVV lid 2) zijn voor een militaire colonne en een uitvaartstoet van motorvoertuigen (artikel 49 lid 3). Het derde lid van artikel 49 RVV zondert de militaire colonne en de uitvaartstoet van motorvoertuigen in z’n geheel uit, dus ook het eerste motorvoertuig.  De uitzondering betreft niet het voor laten gaan van blinden en personen die zich moeilijk voortbewegen (artikel 49 lid 1). Bij het afslaan van de militaire colonne en de uitvaartstoet van motorvoertuigen, zal de eerste bestuurder, de voetganger bij het VOP wel voor moeten laten gaan (artikel 18 RVV lid 1). Is het eerste voertuig gepasseerd, dan mag de overstekende voetganger de militaire colonne en uitvaartstoet van motorvoertuigen niet ‘doorsnijden’ (artikel 16 RVV). ### Rotondes Rotondes Artikel 47 RVV en artikel 48 RVV, Gedrag op rotondes Een rotonde moet worden aangeduid door verkeersbord D1. Is dit verkeersbord niet geplaatst dan zijn de bepalingen van artikel 47 en artikel 48 van het RVV niet van toepassing: Alleen bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsers mogen vlak voor of op de rotonde links rijden. Voor bromfietsers is links rijden alleen toegestaan als zij de rijbaan volgen. Volgen zij het fiets/bromfietspad dan moeten zij zoveel mogelijk rechts rijden. Alle bestuurders mogen vlak voor of op de rotondes rechts inhalen. ### Erven Erven Erven Op erven zijn enkele bijzondere verkeersregels van toepassing waardoor de bewoners op zo'n erf meer bewegingsvrijheid hebben. Kenmerken van een erf Op een erf is de infrastructuur (indeling van het wegenstelsel) anders dan in andere delen van wijken. Kenmerken kunnen zijn: het ontbreken van een trottoir; snelheidsremmende maatregelen op straat; afwijkende verkeersregels betreffende snelheid, parkeren en plaats op de weg voor voetgangers. Herkenning erf  Een erf wordt aangeduid met verkeersbord G5 en het einde van een erf met verkeersbord G6. Artikel 44 RVV, Plaats op de weg voor voetgangers in een erf In tegenstelling tot artikel 4 RVV mogen voetgangers in een erf de weg in zijn gehele breedte gebruiken. Hierdoor is spelen op de rijbaan dus mogelijk. Dit houdt niet in dat voetgangers of spelende kinderen op de rijbaan mogen blijven staan als er een personenauto aankomt. Artikel 45 RVV, Snelheid  De snelheid in een erf is bewust laag gehouden om de bewoners zoveel mogelijk de gelegenheid te geven de rijbaan even te verlaten. De snelheid geldt voor alle bestuurders, dus ook voor fietsers! Artikel 46 RVV, Parkeren in een erf  Parkeren in een parkeervak is alleen voor bestuurders van motorvoertuigen en brommobielen verplicht. Een uitzondering hierop geldt voor bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen die voorzien zijn van een geldige gehandicaptenparkeerkaart (artikel 85 RVV). Voorbeelden  een motorfiets moet in een parkeervak parkeren; een verhuisauto hoeft tijdens het laden of lossen niet in een parkeervak te staan (stilstaan); een wagen mag buiten het parkeervak parkeren; een brommobiel moet in een parkeervak parkeren; een bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen voorzien van een geldige gehandicaptenparkeerkaart mag binnen een erf maximaal 3 uren parkeren buiten de vakken; een bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen voorzien van een geldige gehandicaptenparkeerkaart mag binnen een erf, als het erf aangeduid is als een parkeerschijfzone, onbeperkt qua tijd buiten de vakken parkeren. ### Introductie - RVV 5 Introductie In deze les worden de artikelen 44 t/m 61b van het RVV behandeld. In het RVV staan alle verkeersregels die gelden op de Nederlandse wegen. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk II Hoofdstuk II - Verkeersregels §17. Erven Artikel 44 t/m 46 §18. Rotondes Artikel 47 en 48 §19. Voetgangers Artikel 49 §20. Voorrangsvoertuigen Artikel 50 §21. Loslopend vee Artikel 51 §22. In en uitstappende passagiers Artikel 52 §23. Slepen Artikel 53 §24. Bijzondere manoeuvres Artikel 54 t/m 56 §25. Onnodig geluid Artikel 57 §26. Gevarendriehoek Artikel 58 §26a. Zitplaatsen Artikel 58a §27. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen Artikel 59 §28. Helmen Artikel 60 §30. Gebruik van mobiele elektronisch apparaat Artikel 61a §31. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten Artikel 61b ### Tot slot - De weg Tot slot Zodra je met de auto wegrijdt, bevind je je op de weg. In deze les heb je geleerd wat de weg is, wie er zich op de weg bevinden en wat je op en naast de weg ziet. In deze les heb je geleerd: Waarnemen De weg en weggebruikers Definitie van de weg Weggedeelten (fietspad, -strook (artikel 10 RVV, lid 2), trottoir). Het wegdek Kenmerken andere verkeersdeelnemers (sterke en zwakke verkeersdeelnemers). Bebakening en markering  Bebakening en markering Duurzaam veilig  Type weg (categorisering) ### Auto(snel)wegen Auto(snel)wegen De autosnelweg De autosnelweg is een stroomweg en tevens een voorbeeld van een rationele weg. De autosnelweg kenmerkt zich door het feit dat er alleen motorvoertuigen gebruik van mogen maken die een snelheid van tenminste 60 km per uur kunnen en mogen rijden. Als een bestuurder door problemen met de auto niet sneller meer kan rijden dan 60 kilometer per uur, moet hij wettelijk gezien de personenauto aan de kant zetten en hulp inroepen. Autosnelwegen (A-wegen) zijn met hun gescheiden rijbanen met twee of meer rijstroken en ongelijkvloerse kruisingen volledig ingericht op snelheid. Deze snelheid maakt de afloop van ongevallen op een autosnelweg vaak ernstiger. Het aantal ongelukken op autosnelwegen is verhoudingsgewijs lager. Dit is te verklaren, doordat het verkeersbeeld op de autosnelwegen uitsluitend bepaald wordt door motorvoertuigen die met ongeveer gelijke snelheid in dezelfde richting rijden. Verkeerskundigen spreken in het kader van Duurzaam Veilig Verkeer dan van: "homogeniteit van massa's en/of snelheden en richting." Bekijk de punten op de foto om meer te weten te komen over de structuur van de autosnelweg. De autowegen Autowegen zijn slechts toegestaan voor motorvoertuigen die tenminste met een snelheid van 50 km per uur kunnen en mogen rijden. Op een autoweg mag je niet keren of achteruit rijden. Stilstaan is ook niet toegestaan. De inrichting van een autoweg verschilt behoorlijk per geval. Sommige autowegen zijn uitgevoerd met een middenberm tussen de rijbanen, andere niet. In de middenberm kan een afscheiding aangebracht  zijn om het verkeer op beide rijbanen te scheiden. Soms zijn vluchtstroken aanwezig, maar meestal zijn er alleen vluchthavens. Het verkeer op een autoweg kan te maken krijgen met kruisend verkeer, maar de aansluitingen kunnen ook ongelijkvloers zijn zoals bij autosnelwegen. ### Wegcategorisering - stroomweg Wegcategorisering - stroomweg Stroomwegen (SW) Dit zijn de autowegen en autosnelwegen. Autosnelwegen kom je alleen buiten de bebouwde kom tegen en autowegen kunnen ook binnen de bebouwde kom voorkomen. Tegemoetkomend en kruisend verkeer hoef je niet te verwachten op autosnelwegen, maar op autowegen met een groene vullingsvlak in het midden kom je wel tegemoetkomend verkeer tegen. Bij autowegen kom je regelmatig wel kruispunten tegen met kruisend verkeer, maar deze kruispunten zijn altijd geregeld met verkeerslichten. In de regel kom je langzaam gemotoriseerd verkeer niet tegen (artikel 42 RVV). Een autoweg herken je aan het verkeersbord G3 (zie schema). De maximumsnelheid is 100 km/uur, tenzij anders wordt aangegeven. De groene streep tussen de rijbanen helpt je herinneren dat je op een autoweg rijdt. Een autosnelweg herken je aan het verkeersbord G1 (zie schema). De maximumsnelheid is 130 km/uur, tenzij anders wordt aangegeven. Herkenbaarheid stroomweg  Doorgetrokken kantstrepen; Middenberm bij een autosnelweg en een autoweg waar 2 rijstroken in 1 richting aanwezig zijn; Dubbele (onderbroken of doorgetrokken) asstreep met groen vullingsvlak indien er een autoweg met 1 rijstrook in 1 richting aanwezig is. Weggebruikers Omdat de wetgever heeft bepaald dat er alleen maar motorvoertuigen die sneller kunnen en mogen rijden dan 50 km/uur toegelaten worden op een autoweg en motorvoertuigen die sneller kunnen en mogen rijden dan 60 km/uur op autosnelwegen worden toegelaten (artikel 42 RVV), ontstaat er een vrij homogeen beeld in verkeersdeelnemers. Een grote groep wordt immers niet toegelaten. De weggebruikers die je kunt verwachten, zijn: Personenauto's; Bestelauto's; Autobussen; Vrachtauto's; Motorfietsen. Bovenstaande voertuigen mogen tevens aanhangwagens voortbewegen wat wel leidt tot een verlaging van de maximumsnelheid. Een motorvoertuig dat een aanhangwagen voortbeweegt met een toegestane maximum massa van 3.500 kg, mag maximaal 90 km/uur rijden. Een motorvoertuig dat een aanhangwagen voortbeweegt met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg, mag maximaal 80 km/uur rijden (artikel 22 RVV). ### Wegcategorisering - Gebiedsontsluitingsweg Wegcategorisering - Gebiedsontsluitingsweg Gebiedsontsluitingswegen (GOW) Binnen de bebouwde kom zijn dit de 50- en 70 km-wegen. Buiten de bebouwde kom zijn dit de 80 km-wegen. Omdat de snelheid hoog is, wordt langzaam en kwetsbaar verkeer niet gemengd met het snelle en zware verkeer. Er moeten dus aparte fiets- of fiets/bromfietspaden zijn voor de fietsers. Op gebiedsontsluitingswegen wordt de voorrang geregeld door verkeersborden (B1, B6 en B7) en haaientanden of stopstrepen. Ook kun je er verkeerslichten verwachten. Op gebiedsontsluitingswegen van 50 km/uur kun je bromfietsen op de rijbaan verwachten. Bij 70 en 80 km/uur niet, want dan is er een fiets/bromfietspad. Bij 80 km-wegen is er een dubbele asstreep voor rijbaanscheiding indien er 1 rijstrook in 1 richting aanwezig is. Herkenbaarheid gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom Onderbroken kantstreep; Dubbele (onderbroken of doorgetrokken) asstrepen indien er een rijbaan met 1 rijstrook in 1 richting aanwezig is. Doorgetrokken kantstreep aan de linkerzijde indien er een rijbaan met 2 rijstroken in 1 richting aanwezig is waarbij een middenberm deze rijbanen verdeelt. Voorrangsbord B1 ná het kruispunt. Herkenbaarheid gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom Trottoirband of een doorgetrokken kantstreep; Enkele of dubbele (onderbroken of doorgetrokken) asstrepen indien er een rijbaan met 1 rijstrook in 1 richting aanwezig is. Voorrangsbord B1 vóór het kruispunt. Weggebruikers  Gebiedsontsluitingswegen zijn met name doorgaande wegen waarbij stromen de voorkeur heeft, maar uitwisselen op een kruispunt op een veilige wijze moet gebeuren. De keuze om verkeerstekens te gebruiken in de vorm van voorrangsborden, haaientanden en stopstrepen, heeft te maken met het feit dat er in deze omgevingen allerlei verschillende verkeersdeelnemers (weggebruikers) aanwezig kunnen zijn. Weggebruikers die we tegen kunnen komen, zijn: alle motorvoertuigen, dus ook de LBT's en MMBS'en; de overige voertuigen; voetgangers (vooral binnen de bebouwde kom). Bij overige voertuigen is het van belang of er bepaalde verkeersborden zijn geplaatst of deze wel of niet aanwezig zijn. Te denken valt aan verkeersborden C9 en C15. ### Wegcategorisering - Erftoegangsweg Wegcategorisering - Erftoegangsweg Erftoegangswegen (ETW) Binnen de bebouwde kom zijn dit de 30 km-wegen (30 km-zone) en de woonerven (verkeersbord G5) en buiten de bebouwde kom de 60 km-wegen (60 km-zone). De snelheid is er relatief laag en het verkeer zou er veilig gemengd moeten kunnen worden. Je vindt op erftoegangswegen dus geen aparte fietspaden/-stroken en op kruispunten is de voorrang niet geregeld door verkeersborden of -tekens op de weg. Ook kom je er geen verkeerslichten tegen. De erftoegangswegen buiten de bebouwde kom behoren geen middenasstreep te hebben. Erftoegangswegen buiten de bebouwde kom hebben soms (fiets)suggestiestroken. Herkenbaarheid erftoegangswegen buiten de bebouwde kom Géén asstreep en géén kantstrepen; Aanwezigheid van (fiets)suggestiestrook óf bij smalle wegen géén markering; Kruispunten van gelijke orde óf voorrangskruispunten (verkeersborden B3, B4 of B5). Herkenbaarheid erftoegangswegen binnen de bebouwde kom Trottoirband; Géén asstreep en géén kantstrepen; Aanwezigheid van een (doorgetrokken of onderbroken) fietsstrook of een suggestiestrook; Bij een (zeer) smalle rijbaan géén markering; Kruispunten van gelijke orde óf voorrangskruispunten (verkeersborden B3, B4 of B5). In een erf wordt er géén onderscheid gemaakt tussen een rijbaan en trottoir. Weggebruikers  De bedoeling binnen de wegcategorisering erftoegangsweg is dat er vooral uitwisselen plaatsvindt. Dat betekent kort gezegd dat je alle weggebruikers hier kunt verwachten. Omdat deze gebieden vaak door grotere voertuigen moeilijker bereikbaar zijn, kun je er wel verschillende geslotenverklaringen tegenkomen. Te denken valt aan verkeersborden C7, C8, C17 tot en met C22. ### Duurzaam Veilig Duurzaam Veilig Wat is Duurzaam Veilig?  Duurzaam Veilig is een verkeersveiligheidsvisie die begin jaren negentig in Nederland is ontwikkeld. De visie neemt de mens als ‘maat der dingen’: de mens die kwetsbaar is, fouten maakt en zich bewust niet altijd aan regels houdt. De verkeersomgeving moet zó worden vormgegeven dat ongevallen moeten worden voorkomen. Mocht er tóch een ongeval plaatsvinden, dan moet de ernst van de afloop beperkt worden gehouden. Duurzaam Veilig is uitgewerkt in vijf veiligheidsprincipes: Functionaliteit van wegen; Homogeniteit in snelheid, richting en massa; Herkenbaarheid van de vormgeving van de weg; Vergevingsgezindheid van omgeving en weggebruikers; Statusonderkenning door de verkeersdeelnemer. 1. Functionaliteit van wegen Met de ‘functionaliteit van wegen’ als principe moet het wegennet zó zijn opgebouwd, dat een weg slechts één functie heeft. Hiervoor worden wegen gecategoriseerd in drie typen: Stroomwegen, die het verkeer laten ‘stromen’; Gebiedsontsluitingswegen, die een stroomfunctie op wegvakken en een uitwisselfunctie op kruisingen hebben, en Erftoegangswegen, die toegang verschaffen tot bestemmingen (uitwisseling van verkeer). 2. Homogeniteit in snelheid, richting en massa Met dit principe wordt gestreefd naar zo min mogelijk verschillen in massa, snelheid en rijrichtingen. Is er sprake van grote massaverschillen tussen verkeersdeelnemers in dezelfde verkeersruimte? Dan dienen snelheden zo laag te zijn dat een ongeval voor de meest kwetsbare verkeersdeelnemers niet tot ernstig letsel leidt. Verplaatst het verkeer zich met hoge snelheden? Dan moeten weggebruikers met hoge en lage snelheid, en weggebruikers met een verschillende rijrichting, zo veel mogelijk van elkaar worden gescheiden en door hun voertuig worden beschermd. Zo worden conflicten die tot ernstig letsel kunnen leiden, zo veel mogelijk uitgesloten. 3. Herkenbaarheid van vormgeving van de weg Met ‘herkenbaarheid van vormgeving van de weg’ wordt bedoeld dat het wegontwerp verwachtingen oproept die overeenkomen met de werkelijke verkeerssituatie en dat het wegverloop voorspelbaar is. Deze herkenbaarheid draagt bij aan voorspelbaar gedrag van weggebruikers. Weggebruikers kunnen hierdoor meer op routine handelen, waardoor de kans op (gevaarlijke) fouten afneemt. Voor een herkenbare vormgeving is het belangrijk dat wegtypen onderscheidbaar zijn, dat wegen van hetzelfde type voldoende gelijkenis vertonen én dat de ontwerpelementen van de weg correcte verwachtingen oproepen. In Nederland is de herkenbaarheid van wegen momenteel vooral vormgegeven met behulp van markeringen die per wegtype verschillen. Daarnaast blijken autosnelwegen door toepassing van vluchtstrook, portalen en geleiderails zeer herkenbaar. Het principe van herkenbaarheid hangt sterk samen met de geloofwaardigheid van de weginrichting, zowel ten aanzien van de geldende regels als van het gebruik van de weg. Een snelheidslimiet die geloofwaardig is, is zodanig afgestemd op de weginrichting, dat deze de gewenste snelheid min of meer automatisch oproept. Daarmee is een geloofwaardige snelheidslimiet een goed voorbeeld van een herkenbare wegomgeving en regelgeving. 4. Vergevingsgezindheid van omgeving en weggebruikers Dit principe is erop gericht om de gevolgen van fouten van verkeersdeelnemers te beperken. ‘Vergevingsgezindheid’ kan betrekking hebben op de wegomgeving (fysieke vergevingsgezindheid) en op de verkeersdeelnemer (sociale vergevingsgezindheid). Een vergevingsgezinde omgeving zorgt ervoor dat de gevolgen van gemaakte fouten beperkt blijven. Zo kan iemand door een te hoge snelheid van de weg af raken. Fysieke wegelementen als een semiverharde berm, obstakelvrije zones of een botsvriendelijke afscherming van obstakels moeten de gevolgen van het controleverlies beperken. Sociale vergevingsgezindheid betekent dat verkeersdeelnemers inspelen op situaties, fouten of onveilig gedrag van een ander zodat deze niet tot een ongeval leiden, bijvoorbeeld door voldoende ruimte en tijd te gunnen. Een voorbeeld is het - vooral bij harde wind - aanhouden van een ruime passeerafstand bij fietsers. Sociale vergevingsgezindheid wordt vooral beïnvloed door competenties (in staat zijn) en door motivatie (bereid zijn). Dit betekent tijdig kunnen herkennen dat er problemen ontstaan en daarop kunnen en willen reageren. 5. Statusonderkenning door de verkeersdeelnemer Het principe ‘statusonderkenning’ houdt in dat verkeersdeelnemers in staat zijn om zelf in te schatten of zij nog voldoende bekwaam zijn om aan het verkeer te kunnen deelnemen, ofwel: is men (nog) taakbekwaam? Taakbekwaamheid wordt aan de ene kant beïnvloed door permanente eigenschappen (competenties of rijvaardigheid) en de tijdelijke gesteldheid (rijgeschiktheid) van de verkeersdeelnemer. Beginnende bestuurders zijn bijvoorbeeld nog niet zo rijvaardig. Door hun nog beperkte competenties zal hun taakbekwaamheid ook beperkter zijn dan die van een meer ervaren weggebruiker. Een ander voorbeeld zijn werknemers die bijvoorbeeld uit de ploegendienst vermoeid achter het stuur zitten en tijdelijk verminderd rijgeschikt zijn. Aan de andere kant spelen de taakeisen een rol: de externe omstandigheden waarin verkeersdeelnemers hun verkeerstaak moeten uitvoeren, zoals drukte, weersgesteldheid. Ook bij een verminderde taakbekwaamheid, moeten verkeersdeelnemers er voortdurend voor zorgen dat zij zich toch veilig kunnen verplaatsen, bijvoorbeeld door de auto te laten staan, de veiligste route te kiezen, of grotere veiligheidsmarges aan te houden (kalibratie of afstemming tussen taakeisen en taakbekwaamheid maar ook tussen competenties en taakbekwaamheid). ### Duurzaam veilig Wegcategorisering - inleiding Soorten wegen Eén van de vijf principes van Duurzaam Veilig is de functionaliteit van wegen. Hiervoor zijn wegen gecategoriseerd in: erftoegangswegen (om te verblijven), gebiedsontsluitingswegen (overgang tussen verkeren en verblijven) stroomwegen (om te verkeren). Bij elke soort weg hoort een bepaalde weginrichting en belijning en heb je bepaalde verwachtingen. Hieronder in het kort per categorie globaal de inrichtingen en verwachtingen. In de praktijk blijken nog niet alle wegen hieraan te voldoen. Verkeersgebied De term 'Verkeersgebied' is een overkoepelende term voor wegen, die bedoeld zijn voor de afwikkeling van het doorgaande verkeer. We onderscheiden: autowegen (100 km/uur) en autosnelwegen (130 km/uur), maar ook gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom (80 km/uur) en binnen de bebouwde kom (50 km/uur) behoren ertoe. Verblijfsgebied De inrichting van 'verblijfsgebieden' wordt afgestemd op andere weggebruikers dan gemotoriseerd verkeer. Het ‘zich verplaatsen’ is hier veel minder belangrijk dan lopen, spelen of winkelen. De wegen in deze gebieden hebben geen stroom- maar een verblijfsfunctie. Daarom worden het verblijfsgebieden genoemd. We kennen de volgende voorbeelden van verblijfsgebieden: Erven; 30-kilometerzones; Winkelgebieden; Recreatiegebieden. Klik op de afbeelding voor een vergroting ### Overige markering Overige markering Tekstmarkering Dit zijn geschreven letters of cijfers op de weg. Bijvoorbeeld het woord "BUS" of een aanduiding in cijfers wat de maximale snelheid is. Symboolmarkering Dit is een symbool getekend op het wegdek. Bijvoorbeeld een fietssymbool of een voorrangsdriehoek. Verkeersdruppel Een verkeersdruppel is een verkeersmaatregel die een rijbaan kortstondig splitst. Verkeersdruppels worden veelal toegepast bij kruispunten en kunnen beschouwd worden als een sobere variant op de vluchtheuvel. Een verkeersdruppel is meestal aangebracht met witte wegenverf en daarmee een vorm van markering. In tegenstelling tot de vluchtheuvel is een verkeersdruppel niet voorzien van bebakening, zoals het gele zuiltje. Verdrijvingsvlakken en pijlmarkering Een verdrijvingsvlak is een weggedeelte dat gemarkeerd is met schuine strepen en bevindt zich doorgaans aan het begin of het einde van een invoeg- of een uitvoegstrook. Op verdrijvingsvlakken is rijden niet toegestaan. Tenzij bestuurders een spitsstrook volgen die een splitsing of samenvoeging van wegen, rijbanen of rijstroken volgen. ### Gekleurde strepen Gekleurde strepen Gele strepen Langs een gele doorgetrokken streep mag men zijn voertuig niet stil laten staan en langs een gele onderbroken streep mag men niet parkeren. Er is pas sprake van een onderbroken streep als deze uit ten minste drie stukken van dezelfde lengte bestaat. Werk in uitvoering Bij werk in uitvoering worden de tijdelijke markeringen meestal in het geel uitgevoerd. Blauwe strepen Een blauwe streep geeft in parkeerschijfzones aan waar bij het parkeren een parkeerschijf verplicht is. ### Lengtemarkeringen Lengtemarkeringen Asstrepen Een asstreep verdeelt de voor het verkeer in beide richtingen bestemde rijbaan in rijstroken. Als de betreffende rijbaan alleen bestemd is voor verkeer in dezelfde richting dan zorgt de deelstreep voor een verdeling van de rijbaan in rijstroken. Dit is bijvoorbeeld het geval op rijbanen van autosnelwegen. Is de onderbroken streep aangebracht aan de zijde waar de bestuurder zich bevindt dan mag de doorgetrokken streep overschreden worden. Kantstrepen Een kantstreep benadrukt de breedte van de rijbaan en bevordert het recht en rechts rijden. Wanneer een as- of deelstreep tenminste 20 meter ononderbroken doorloopt, spreken we van een doorgetrokken streep. Bij een helling dient deze streep 75 meter lang te zijn en bij een bocht 50 meter. Bij een doorgetrokken streep is het niet toegestaan om bijvoorbeeld van rijstrook te wisselen. Blokmarkering Lengtemarkering om een uitrijstrook, invoegstrook, voorsorteerstrook of weefvak mee aan te duiden. Voorsorteervakken Voor wat betreft het zich opstellen in voorsorteervakken, dient men daarbij de betekenis van doorgetrokken en onderbroken strepen te respecteren. Strookmarkering Fietsstrookmarkering Naast doorgetrokken strepen, kunnen onderbroken strepen zijn aangebracht. Andere bestuurders mogen fietsers niet hinderen op de strook met onderbroken streep. Zij mogen niet rijden op de strook met doorgetrokken streep. Busbaan of busstrookmarkering Een busbaan of busstrook is een weg of gedeelte van een weg waar alleen bussen rijden. Hulpdiensten mogen altijd van deze strook gebruik maken. In sommige gemeenten (bijvoorbeeld Amsterdam) mogen ook taxi’s gebruikmaken van de busstrook of -baan (al dan niet met een vergunning). ### Dwarsmarkeringen Dwarsmarkeringen Taludstrepen Taludstrepen bij drempels geven een hoogteverschil aan. Stopstrepen Bij kruispunten, waar een stopbord of verkeerslicht is geplaatst, wordt meestal een stopstreep aangebracht. Een bestuurder die voor de streep stilstaat, moet voldoende uitzicht op de kruisende weg hebben. Blokmarkering Dat is een markering ter aanduiding van een fietsoversteekplaats. VOP-markering Een voetgangersoversteekplaats (VOP), is een wettelijk beschermde oversteekplaats voor voetgangers. Een VOP mag alleen binnen de bebouwde kom worden aangebracht en dan nog uitsluitend op wegen waar niet te snel wordt gereden. Bij kruispunten met verkeerslichten worden bij voorkeur oversteek-plaatsen met kanalisatiestrepen aangelegd. Dit zijn plaatsen waar voetgangers plegen over te steken maar kanalisatiestrepen hebben niet dezelfde wettelijke status als een VOP. De voetganger die hier wil oversteken gaat niet voor! Dit wil niet zeggen dat de automobilist de overstekende voetganger mag hinderen of in gevaar mag brengen! (Artikel 5 WVW). ### Bebakening Bebakening De herkenbaarheid van gevaarlijke punten kan worden vergroot door het plaatsen van waarschuwingsborden en knipperende waarschuwingslichten. Ook worden er wel matrixborden (signaleringsborden) toegepast in combinatie met detectielussen. Deze borden lichten bijvoorbeeld op als je te hard rijdt. RIMOB Een RIMpelbuisOBstakelbeveiliger (RIMOB) is een type bermbeveiliging. Een RIMOB is een keerconstructie om de gevolgen van frontale aanrijdingen op obstakels zoals portalen of brugpijlers te reduceren. Een RIMOB wordt geïnstalleerd op plekken waar geen geleiderail is. De RIMOB is begin jaren '80 door Rijkswaterstaat geïntroduceerd en is sindsdien in heel Nederland te vinden. Een RIMOB is voornamelijk bestand tegen personenauto's bij snelheden tussen 70 en 100 km/uur. Bij vrachtauto's is de keerconstructie minder effectief. Er zijn verschillende typen RIMOB's, in een V-vorm en U-vorm. Reflectorpalen Reflectorpalen staan aan de linkerkant (wit) en rechterkant (rood) van de weg. Op de afbeelding is ook een “wildspiegel” te zien. Dit dient ter afschrikking van overstekend wild. ### Bebakening en markering Bebakening en markering - inleiding Bebakening en markering Onder bebakening wordt verstaan het geheel aan tekens en voorwerpen dat op, in, boven en naast de weg is aangebracht om het verkeer te waarschuwen, te regelen en/of te beveiligen. Bebakening is alles wat er naast, op en boven de weg is aangebracht met als doel het verkeer: te geleiden bijvoorbeeld: middenbermbegleider; te waarschuwen. bijvoorbeeld: verkeersbord; te regelen: bijvoorbeeld: verkeerslicht; te beveiligen; bijvoorbeeld: reflectorpalen. Markeringen zijn tekens die op of in het wegdek zijn aangebracht met als doel het verkeer: te geleiden, bijvoorbeeld: pijlmarkering of kantstrepen; te waarschuwen, bijvoorbeeld: zig-zag-streep; te regelen: bijvoorbeeld snelheidsgetal op het wegdek; te beveiligen: bijvoorbeeld: verdrijvingsvlak. Er zijn verschillende soorten bebakening en markering: Verticale bebakening; Lengtemarkering; Dwarsmarkeringen; Overige markeringen: Tekstmarkering; Symboolmarkering; Pijlmarkering; Vlakmarkering; Verkeersborden op het wegdek. Beweeg over de bolletjes in de foto om meer te weten te komen over de verschillende soorten bebakening en markering. ### Speciale bestuurders Speciale bestuurders Speciale bestuurders kunnen ook nog afwijken met betrekking tot snelheid, voorrangsregels of lading. Wees daar in de omgeving van dit soort speciale bestuurders dus extra op bedacht. Trams Trams rijden alleen in de grote steden. Bestuurders uit de grote steden zijn er dan ook meer mee vertrouwd dan bestuurders die van buiten komen. Vanwege de afwijkende voorrangsregels met betrekking tot trams, vinden er relatief veel ongevallen plaats tussen trams en andere voertuigen. En naast de afwijkende voorrangsregels moeten weggebruikers ook nog eens rekening houden met de (vrije) trambaan. Als je naast de trambaan rijdt mag je de witte strepen niet overschrijden. Bij slechte weersomstandigheden zijn tramrails spekglad wat slipgevaar kan veroorzaken. Bestuurders moeten passagiers die uit een stilstaande tram willen stappen daartoe de gelegenheid geven. Vooral met kinderen en ouderen moet je oppassen. Ruiters Ruiters moeten het ruiterpad gebruiken maar als dat ontbreekt mogen ze in de berm of zo nodig op de rijbaan rijden. Houd er rekening mee dat ruiters bij schemer en duisternis vaak slecht zichtbaar zijn, waardoor je ze pas laat opmerkt. Bovendien verplaatsen ze zich op een dier en dan moet je bedacht zijn op onverwachte gedragingen. Vooral jonge paarden kunnen erg nerveus en schrikachtig zijn. Bij harde wind of stormachtig weer zijn overigens de meeste dieren nerveus. Daarom moet je dieren altijd met aangepaste snelheid en op zeer ruime afstand voorbijgaan. Gehandicaptenvoertuigen Bestuurders van gehandicaptenvoertuigen mogen zelf hun plaats op de weg kiezen. Dit houdt in dat ze dan ook zelf moeten bepalen of dat onder de gegeven omstandigheden de meest veilige plek is. Ze hebben de keuze uit het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets-/bromfietspad of de rijbaan. Het is belangrijk dat bestuurders van gehandicaptenvoertuigen geen obstakels op hun weg tegenkomen. Colonne Hoewel niet verplicht, mogen voetgangers die een colonne, een optocht of een uitvaartstoet vormen, de rijbaan gebruiken. Als er sprake is van een militaire colonne, dan mogen weggebruikers deze niet doorsnijden. Dit geldt ook voor een uitvaartstoet, die de voorgeschreven kenmerken (vlaggen) voert. De colonne militaire motorvoertuigen wil immers bij elkaar blijven en met het doorsnijden wordt het verband verbroken. De voertuigen in de colonne zullen dit willen herstellen met als gevolg tempowisselingen en onveilige situaties. Voorrangsvoertuigen Voorrangsvoertuigen zijn motorvoertuigen ten dienste van politie en brandweer, ziekenauto’s en andere hulpverleningsdiensten. Tijdens de uitvoering van de hen opgedragen taken voeren zij optische- en geluidssignalen, te weten: blauw zwaai- of knipperlicht en een tweetonige hoorn. De signalen mogen uitsluitend worden gebruikt om aan te tonen dat zij een dringende taak te vervullen hebben. Onder die omstandigheden moeten andere weggebruikers voorrangsvoertuigen voor laten gaan. Ambulanciers klagen tegenwoordig nog al eens over het gebrek aan medewerking van het overige verkeer. ### Bus en vrachtauto Bus en vrachtauto Dagelijks bevinden zich ongeveer een half miljoen vrachtauto’s en autobussen op de Nederlandse wegen en die spelen een belangrijke rol in het hedendaagse verkeer. De bestuurders ervan hebben onderweg te maken met de specifieke problemen en beperkingen die samenhangen met het rijden in voertuigen van grote afmetingen. Zij moeten hun verkeersgedrag aanpassen aan de voertuigkarakteristieken. Beperkte wendbaarheid Door de lengte en breedte, de grote massa en draaicirkel van vrachtauto’s en bussen, heeft de chauffeur zowel bij het afslaan als bij het manoeuvreren, veel wegruimte nodig. In het wegontwerp, maar ook door de andere weggebruikers, wordt daar soms te weinig rekening mee gehouden, met als gevolg dat bestuurders van zware voertuigen door de weginfrastructuur soms gedwongen zijn om af te wijken van de verkeersregels. Als een bestuurder bijvoorbeeld rechtsaf een zijstraat in wil, dan moet hij eerst naar links uitdraaien, waarbij hij soms een doorgetrokken streep overschrijden moet, om vervolgens naar rechts te kunnen sturen. Met name de zwakkere verkeersdeelnemer gaat aan deze problemen voorbij. (Brom)fietsers die het voertuig voor een zijstraat naar links zien gaan, hebben de neiging de ‘fuik’ in te gaan die aan de rechterzijde ontstaat. Maar ook personenauto’s willen daar nog wel eens in terechtkomen. De dode hoek is berucht! Andere weggebruikers moeten er dus rekening mee houden dat zware voertuigen soms noodzakelijke uitwijkmanoeuvres naar de andere weghelft maken. Gering acceleratievermogen en langere remweg Een bus- of vrachtautobestuurder zal er vanwege het geringe acceleratievermogen een anticiperende rijstijl op nahouden. Een bestuurder van een 40-tons vrachtautocombinatie die bij verkeerslichten elke keer vanuit stilstand optrekt, verhoogt zijn brandstofverbruik met circa 0,5 liter en loopt telkens een tijdverlies op van tenminste 30 seconden. Om dit te voorkomen houdt de chauffeur bij nadering van verkeerslichten of kruisingen meestal tijdig in, zodat hij niet helemaal tot stilstand hoeft te komen. Als je achter zo’n zwaar voertuig rijdt, moet je daar wel rekening mee houden; je hebt immers geen ‘doorzicht’. Toch hebben personenautobestuurders vaak de neiging om er voor het rode verkeerslicht vanwege die ‘vertraging’ nog even snel voor te schieten. Dat is gevaarlijk, omdat door de langere remweg een “kop staart- aanrijding” kan ontstaan. Houd rekening met het verminderde remvermogen van dat voertuig. Dode hoeken De bestuurder van een vrachtauto, en mindere mate die van een bus, heeft te maken met ‘dode hoeken’ die zijn zicht op de wegomgeving direct voor, langs en achter het voertuig beperken. De dode hoek vóór wordt hoofdzakelijk bepaald door neus. De dode hoek achter de vrachtauto of bus is van een langgerekte vorm waarin zich meerdere voertuigen kunnen bevinden. De dode hoek rechts is groot en moeilijk op te heffen door de bestuurder. Aan de linkerzijde van de vrachtauto is de dode hoek vrij klein en heeft de chauffeur een beter uitzicht. Naast de dode hoeken wordt het zicht van de chauffeur nog extra beperkt door de meestal grote spiegels en de vaak brede raamstijlen. Deze vormen de zogenaamde ‘blinde sector’. Als je weet waar de dode hoeken zich bevinden kun je er zoveel mogelijk bij vandaan blijven. En als je bij het rijden achter zware voertuigen een veilige volgafstand aanhoudt, heeft de chauffeur je bij een inhaalmanoeuvre ook tijdig in beeld. Houd er bij het invoegen op een autosnelweg of daar waar meerdere rijbanen samenkomen, rekening mee dat een vrachtauto- of busbestuurder die zich links op de rijbaan of links van de blokmarkering bevindt, een bestuurder rechts van hem pas laat zal opmerken. Laat je duidelijk zien, door tijdig van rijstrook te wisselen bij het inhalen. Uitzwaai–effect Het gedeelte dat vanaf de achteras van een vrachtauto of bus uitsteekt wordt de achteroverbouw genoemd. Door een lange achteroverbouw ontstaat het zogenaamde ‘uitzwaai-effect’, wat betekent dat dit deel van de vrachtauto of bus bij het afslaan soms tot ver over de andere weghelft kan reiken. Middelpuntvliedende kracht  Door de zware belading en het hoge zwaartepunt, kunnen vrachtauto’s en autobussen bij een combinatie van te hoge snelheid en middelpuntvliedende kracht, in bochten gemakkelijk overhellen en zelfs kantelen. Daarom gaan zij meestal met lage snelheden door de bocht. Wanneer je op een smalle weg met een trottoir er langs of met een zachte berm of met bomen in de berm, een vrachtauto of bus tegenkomt en er is onvoldoende ruimte, dan moet je, ondanks evenveel rechten, uitwijken naar de berm. Zwaartepunt Bij een onbeladen vrachtauto ligt het zwaartepunt op ashoogte en naar voren. Bij een beladen vrachtauto verschuift het zwaartepunt naar achter en omhoog, waardoor de auto aan stabiliteit verliest. Wegrijdende autobus Een autobus die met richtingwijzer aangeeft dat hij van een bushalte wil wegrijden, gaat voor op alle verkeer, zowel achteropkomend als tegemoetkomend. Deze regel geldt alleen binnen de bebouwde kom. Door het ontbreken van voor- en zij-afscherming en kreukelzones bij vrachtauto’s en bussen, hebben botsingen tussen deze voertuigen en motor-fietsen in het algemeen ernstige gevolgen. Meestal ernstiger dan tussen motorfietsen en personenauto’s of tussen motorfietsen onderling. Door de hoge positie die bus- en vrachtautobestuurders innemen in het voertuig en door de solide constructie en massa ervan, zijn ze meestal beter beschermd bij botsingen met andere weggebruikers. Dit resulteert soms in een gevoel van macht ten opzichte van het andere verkeer en af en toe zelfs in machtsmisbruik door het afdwingen van voorrang. Als je achter een lijnbus rijdt en ziet dat het rode stoplampje brandt, kun je verwachten dat de bus bij de eerstvolgende halte gaat stoppen. Dat geldt ook als je erachter rijdt en ziet dat er bij de eerstvolgende halte passagiers staan te wachten. ### Motorrijders Motorrijders Er zijn ongeveer een kwart miljoen motorfietsen in Nederland. De meeste motorrijders maken vooral gebruik van de motor in de lente en de zomer. Motorrijden wordt meestal gezien als hobby of sport. Kwetsbaarheid Een motorrijder is slecht zichtbaar, heeft een hoge snelheid en een gebrekkige bescherming en is daarom kwetsbaar. In vergelijking met bijvoorbeeld de automobilist of de fietser, loopt hij een groter risico per afgelegde kilometer op een dodelijk- als op een letselongeval. Omdat motorrijders niet kunnen terugvallen op een beschermende kreukelzone, moeten zij een ‘beschermend gebied’ om zich heen creëren. Als zij zich veilig door het verkeer willen kunnen bewegen, moeten ze dus minimaal dezelfde ruimte claimen als een auto. De automobilist die een motorfiets voorbij wil gaan, moet dus van rijstrook wisselen en net zo handelen als hij zou doen bij het inhalen van een auto. Stabiliteit Tweewielers zijn minder stabiel dan bijvoorbeeld auto’s en erg gevoelig voor allerlei ongelijkheden in de weg. Kuilen, hobbels, putdeksels, tramrails en tekens op het wegdek maar ook geulen kunnen een motorrijder uit balans brengen. Vooral bij nat weer zal hij deze onregelmatigheden in het wegdek dus zoveel mogelijk willen vermijden. Daarom wisselt de motorrijder, die ook zeer gevoelig is voor zijwind, nogal eens van plaats op de weg. Zichtbaarheid Onder normale weersomstandigheden maken de smalle contouren van de motorrijder hem al minder goed zichtbaar, maar bij regen, mist, en duisternis is dat nog vele malen erger. De motorrijder zal proberen dit te verminderen door ook overdag dimlicht te voeren en door af en toe een zijdelingse verplaatsing te maken. Ook zal hij proberen zich zoveel mogelijk te laten zien in de spiegels van het andere verkeer. Snelheid Motorfietsen kunnen in het algemeen zeer snel optrekken en zijn vaak als eerste weg bij de verkeerslichten. Ze proberen daar ook dikwijls voor te kruipen en zolang dat niet met een hele groep gebeurt is er weinig op tegen. Stilstaande of langzaam rijdende files gaan ze bijna altijd voorbij. Meestal doen ze dat door langzaam op de wegas te rijden, maar het komt ook voor dat ze de file links inhalen. ### Bromfietsers Bromfietsers Kwetsbaarheid De bromfietser is een kwetsbare verkeersdeelnemer. Hij loopt niet alleen eerder kans op (ernstig) letsel, maar voelt zich vanwege het gebrek aan bescherming ook eerder bedreigd. De kans op ongevallen is voor bromfietsers veel groter dan voor bijvoorbeeld een automobilist of een fietser. De kans op een dodelijk ongeval is in vergelijking met een autobestuurder per afgelegde kilometer maar liefst 20x groter. De kans op een letselongeval zelfs 50x ! Zichtbaarheid De smalle verticale vorm en de korte contouren zorgen ervoor dat de bromfiets slecht opvalt tussen het andere verkeer. En door het rijden aan de uiterste rand van de rijbaan is de zichtbaarheid toch al niet groot. Bromfietsers die bij slechte weersomstandigheden of duisternis dan ook nog eens zonder verlichting rijden, maken zichzelf vrijwel onzichtbaar. Stabiliteit Bepaalde factoren, zoals bijvoorbeeld harde wind, vooral bij zijstraten of bij het rijden tussen hoge gebouwen of bij onderbrekingen van huizenrijen, beïnvloeden de stabiliteit. Daardoor kan een bromfietser zijn evenwicht snel verliezen. Bromfietsers zijn ook gevoelig voor gladheid als gevolg van sneeuw of ijsaanslag. Daarom moeten bestuurders die een bromfietser voorbij willen gaan altijd voldoende vrije ruimte overlaten, minimaal 1 meter. De enige bescherming die de bromfietser heeft is de ruimte om hem heen. Kan er niet met voldoende ruimte worden ingehaald, blijf er dan op afstand achter totdat dit wel mogelijk is. Snelheid  Zowel op de fiets-/bromfietspaden als op de rijbaan hebben bromfietsers te maken met uiteenlopende rijsnelheden. Op fiets-/bromfietspaden zijn bromfietsers dominante verkeersdeelnemers, doordat hun snelheid meestal hoger is dan die van de andere bestuurders. Op de rijbaan, waar hun snelheid ten opzichte van het andere gemotoriseerde verkeer lager ligt, worden bromfietsers juist weer tot de zwakkere verkeersdeelnemers gerekend. Een snorfiets is een bromfiets die blijkens de gegevens in het kentekenregister of het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km/u. De bestuurder hoeft ook geen helm te dragen. Een snorfiets mag niet op de rijbaan rijden, maar moet het fiets-bromfietspad volgen. Een snorfiets mag een onverplicht fietspad (bord G13) alleen gebruiken met uitgeschakelde motor. Een brommobiel is een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie. Voor brommobielen gelden in principe de regels voor personenauto’s. De brommobiel moet op de rijbaan rijden en mag niet op het fietspad. De brommobiel wordt niet toegelaten op autowegen, autosnelwegen en op wegen die zijn gesloten voor langzaam verkeer. Deze laatste wegen zijn te herkennen aan het verkeersbord C9. Een brommobiel op de rijbaan mag niet sneller dan 45km/uur en rijdt dus vaak langzamer dan het overige verkeer. Houd hier goed rekening mee! Tegenwoordig gebruiken jongeren ook wel een brommobiel. Een rijbewijs categorie AM volstaat om het voertuig te mogen besturen! ### Kwetsbare weggebruikers Kwetsbare weggebruikers Kinderen Kinderen zijn speels en impulsief en hebben hun aandacht dikwijls niet bij het verkeer. In woongebieden spelen ze vaak rondom geparkeerde auto’s en al spelend, kunnen ze onverwacht tussen die auto’s uitschieten. Vaak gaan ze in groepjes naar school; rennend, spelend, afgeleid en zonder veel aandacht voor het verkeer. Dit kan leiden tot onverwacht en onberekenbaar gedrag. Vanwege hun geringe lengte kunnen kinderen verkeerssituaties veel minder goed overzien. Hun gezichtshoek is zeer beperkt. Daarnaast zijn kinderen nog niet goed in staat om zich te verplaatsen in andere weggebruikers om de situatie vanuit dat perspectief te bekijken. Het goed kunnen inschatten van een situatie of het kunnen leggen van verbanden is eveneens nog onvoldoende ontwikkeld. Ouderen Ouderen verplaatsen zich vaak te voet. Bij de ouder wordende mens neemt een aantal lichamelijke functies af, zoals het reactievermogen, het gezichtsvermogen en het gehoor. De lichaamscoördinatie verloopt ook minder goed en minder snel. Senioren kunnen in de problemen komen als zij snel moeten waarnemen, beslissen en handelen. Bij het oversteken vertonen zij bijvoorbeeld weifelend gedrag. Het risico van ernstig lichamelijk of dodelijk letsel is bij deze groep het grootst. Gehandicapten Bij de inrichting van wegen wordt vaak in beperkte mate rekening gehouden met de beperkingen van gehandicapten. De kans dat zij bij een ongeval betrokken raken is bovengemiddeld. Door deze beperkingen in de infrastructuur maar ook vanwege hun eigen beperkingen, hebben gehandicapten meer tijd nodig om over te steken. Daarbij voelen zij zich vaak onzeker en soms zelfs angstig, wat kan resulteren in overdreven voorzichtig en weifelend gedrag. Andere weggebruikers doen er dus goed aan als zij de gehandicapte duidelijk maken dat zij hem hebben opgemerkt en hem de tijd willen geven om over te steken, te passeren, of om in te stappen. Zie tevens rijprocedure B hoofdstuk 2, belangen andere weggebruikers. Fietsers Fietsers vormen een belangrijke groep verkeersdeelnemers, zowel in aantal als in betekenis. Van alle verplaatsingen die er jaarlijks in Nederland worden gemaakt, komt ruim 25% voor rekening van de fiets. Door de opkomst van de “elektrische fiets”, neemt het gebruik ervan in de steden enorm toe. De verwachting is dat deze zal doorzetten ten koste van het aantal verplaatsingen per auto. Een fietser is kwetsbaar in het verkeer om vier redenen: 1. Kwetsbaarheid De fiets is een voertuig dat geen bescherming biedt. De fietser is een kwetsbare verkeersdeelnemer. Hij loopt niet alleen eerder kans op letsel, maar voelt zich vanwege het gebrek aan bescherming ook eerder bedreigd. In vergelijking met de automobilist, hebben fietsers een veel grotere kans op een letselongeval. 2. Zichtbaarheid Een fiets heeft een smalle verticale vorm en korte contouren en valt daardoor nauwelijks op tussen het andere verkeer. Bovendien rijden fietsers doorgaans aan de uiterste rechterzijde van de rijbaan, hetgeen de zichtbaarheid ook niet bevordert. Richt je aandacht bij het naderen van kruispunten dus niet alleen op de plaatsen waar je motorvoertuigen verwacht, maar let ook op fietsers aan de rechterkant van de weg. Fietsverlichting is vaak defect. Dus fietsers die bij slechte weersomstandigheden of duisternis ook nog zonder verlichting rijden, vallen nog minder op. Wees onder dergelijke omstandigheden dus extra op je hoede. 3. Stabiliteit Hoe sneller de fietser rijdt, hoe beter hij zijn evenwicht kan bewaren. In situaties waarbij hij geen snelheid kan maken moet hij zijn evenwicht dus met stuurbewegingen in stand zien te houden. Dat resulteert in slingeren (vetergang), wat zich vooral voordoet bij het optrekken bij verkeerslichten of als de fietser heel langzaam moet rijden. Harde wind bijvoorbeeld, vooral bij zijstraten, tussen hoge gebouwen en bij onderbrekingen van huizenrijen, is een factor die de stabiliteit nadelig beïnvloedt. Fietsers zijn ook gevoelig voor gladheid als gevolg van sneeuw of ijsaanslag. Daarom moeten anderen ruim om hen heen. Is ruim voorbijgaan niet mogelijk, blijf er dan op voldoende afstand achter totdat inhalen en voorbijrijden veilig kan. 4. Snelheid Het snelheidsverschil met het gemotoriseerd verkeer is groot. Het inhalen van een fietser neemt aanzienlijk minder tijd in beslag dan het inhalen van gemotoriseerd verkeer. Vooral op wegen met gemengd verkeer is het dus belangrijk dat je je snelheid beperkt. Dan krijg je meer tijd om goed te reageren op een onverwachte situatie. Om niet steeds veel inspanning te moeten leveren, remt de fietser het liefst zo min mogelijk af en wil hij het liefst de vaart erin houden. Dit resulteert soms in rijden door rood, het niet verlenen van voorrang of het gebruik maken van een trottoir of een oversteekplaats. Omdat een fiets geen vering heeft en geen bescherming biedt tegen de weerselementen, zal de bestuurder oneffenheden in het wegdek en plassen willen vermijden. Dit kan leiden tot onvoorspelbare zwenkingen. ### Weggebruikers Weggebruikers Op de weg krijg je te maken met andere weggebruikers. Deze zijn onder te verdelen in: voetgangers fietsers bromfietsers bestuurders van een gehandicaptenvoertuig bestuurders van een motorvoertuig of tram ruiters geleiders van rij- trekdieren of vee bestuurders van bespannen of onbespannen wagen. Bestuurders en voetgangers Bestuurders zijn alle weggebruikers behalve de voetgangers. Dit zijn dus bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen/snorfietsen, railvoertuigen, ruiters etc. Een voetganger is iemand die te voet aan het verkeer deelneemt. Dit is iemand die op het trottoir wandelt, iemand die zijn hond uitlaat, iemand die naast zijn fiets loopt, iemand op een skateboard, step of rollerskate etc. Sterke en zwakke weggebruikers Het voertuig dat men bestuurd zal in meerdere of mindere mate bescherming kunnen bieden bij eventuele ongevallen. Bestuurders en inzittenden van gemotoriseerde vierwielige voertuigen, zoals: auto’s, bestelauto’s, vrachtauto en bussen zijn het minst gevoelig voor letsel. Zij zijn de sterke weggebruikers. De zwakke verkeersdeelnemers zijn: Degenen die zonder voertuig aan het verkeer deelnemen, de voetgangers dus. Verkeersdeelnemers die onbeschermd op hun voertuig zitten, de fietsers en snorfietsers. Bromfietsers en motorrijders worden vanwege de helmplicht beschermd tegen kwetsuren aan het hoofd. Motorrijders genieten door speciale kleding nog enige bescherming. ### Het wegdek Het wegdek Het wegdek is de manier waarop de weg is verhard. Meestal wordt een weg verhard met asfalt, maar dit kan ook met betonplaten of straatstenen. Welke verharding wordt gekozen hangt af waarvoor de weg wordt gebruikt.  Er wordt dan rekening gehouden met de eigenschappen van het materiaal: De belastbaarheid: welk verkeer komt er overheen en hoe zwaar is dit verkeer? Het rijcomfort: hoe vlak is de verharding? Het wel of niet toepassen van een afschot waardoor water beter wegloopt. Het toepassen van verkanting in een bocht zodat het voertuig met hogere snelheid door de bocht kan rijden. De stroefheid: Hoe goed is de grip van het voertuig? Een weg met meer stroefheid verkleint de remafstand. De zichtbaarheid: Een fietsstrook is bijvoorbeeld voorzien van een rode kleur. Wegen vereisen goed onderhoud en ze moeten niet alleen vlak, stroef en stofvrij zijn, maar het wegdek moet ook een goed draagvermogen hebben en niet verzakken. Daarnaast wordt rekening gehouden met de geluidseigenschappen en de kosten van aanleg en onderhoud van de weg. Spoorvorming Geen enkele verharding is sterk genoeg om gedurende een aantal jaren de belasting van voertuigen te weerstaan. Je merkt dat er op de weg werkelijk een soort ondiepe ‘karrensporen’ zijn, die vollopen met water als het regent. We noemen dat “ spoorvorming”. Deze laag water kan diep worden, zodat de banden het niet meer weg kunnen werken. Dan ontstaat er aquaplaning. Het is dus beter om deze sporen zo veel mogelijk te vermijden. Als dat niet kan kun je het beste de snelheid verlagen. ZOAB De meeste verkeersongelukken gebeuren tijdens regen..Bij ZOAB (Zeer Open Asfalt Beton) is dit veel minder het geval. Dit soort asfalt heeft namelijk poriën waardoor het regenwater door het asfalt heen naar de berm kan stromen. Een nadeel van ZOAB is dat het contactvlak tussen de band en het wegdek kleiner is door de vele holtes en dat de bovenlaag aanvankelijk minder stroef is. Dit leidt vooral bij hard remmen tot een langere remweg. Om die reden worden door Rijkswaterstaat waarschuwingsborden geplaatst als het wegdek recent is vervangen. Waarschuwingsborden nieuw wegdek Wegdek met ZOAB (links) en dicht asfalt (rechts). ### Openbare weg en eigen weg Openbare weg en eigen weg Zowel het tankstation als de parkeerplaats staan open voor het openbaar verkeer. Een openbare weg is een weg waar iedereen, altijd gebruik van mag maken. Een 'eigen weg' is een weg die in eigendom is van een particulier of een bedrijf en op elk willekeurig moment mag worden afgesloten. Een 'eigen weg' staat meestal open voor “openbaar gebruik”. Je mag er dus gebruik van maken. Een ziekenhuisterrein of terrein bij een supermarkt kan in de zin van de wet 'Eigen Weg' zijn. Voor verkeersborden op een 'eigen weg' kan het nodig zijn om een verkeersbesluit te nemen. Het gaat dan om wegen waar iedereen op mag rijden. Daarbij kan worden gedacht aan wegen op ziekenhuisterreinen of terreinen van universiteiten. Ook het parkeerterrein van een supermarkt of een paadje van een particulier naast zijn woning, waar een ieder gebruik van mag maken, vallen hieronder. De wegbeheerder is degene die een verkeersbesluit neemt. Het is daarvoor belangrijk om te weten of op het terrein de verkeersregels en daarmee de wegenverkeerswetgeving geldt. In principe gelden de verkeersregels overal waar iedereen kan rijden. Een bordje 'eigen weg' doet daar niet aan af. Zelfs een parkeergarage met een slagboom wordt volgens jurisprudentie als openbare weg in de zin van de wegenverkeerswet gezien, zolang de slagboom voor iedereen open gaat. Een verkeersbesluit op 'eigen terrein' wordt door de gemeenteraad van de betreffende gemeente genomen. Pas nadat de gemeente het verkeersbesluit heeft gepubliceerd mogen de maatregelen worden getroffen. Bron: Wikipedia ### De weg en weggebruikers Wegen De wettelijke betekenis van wegen Wegen zijn in twee soorten onder te verdelen, namelijk in ‘traditionele’ en ‘rationele’ wegen. Een traditionele weg is in de loop der tijd door toevalligheden ontstaan; bijvoorbeeld het karrenspoor van de ene boerderij naar de andere. De rationele weg wordt op de tekentafel ontwikkeld en het staat vooraf al vast hoe de weg ingericht wordt. Daarbij is ook al rekening gehouden met de toekomst. Opbouw en structuur van de weg Om te weten wat het begrip ‘wegen’ precies inhoudt, lezen we de definitie, zoals die in artikel 1.1.b van de Wegenverkeerswet 1994 staat. Onder wegen verstaat de WVW 1994: ‘alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten’. Een weg loopt van sloot tot sloot en binnen de bebouwde kom van gevel tot gevel. De weg bestaat onder meer uit één of meerdere van de volgende elementen: bermen; zijkanten; bruggen en duikers; voetpaden; fietspaden en fiets-/bromfietspaden; fietsstroken en suggestiestroken; rijbanen en rijstroken. Ga met je muis over de afbeelding om meer te weten te komen over de elementen waaruit een weg bestaat. Van sloot tot sloot Van gevel tot gevel ### Inleiding - De weg Inleiding - De weg Zodra je met de auto wegrijdt, bevind je je op de weg. In deze les leer je wat de weg is, wie er zich op de weg bevinden en wat je op en naast de weg ziet. In deze les leer je: Waarnemen De weg en weggebruikers Definitie van de weg Weggedeelten (fietspad, -strook (artikel 10 RVV, lid 2), trottoir). Het wegdek Kenmerken andere verkeersdeelnemers (sterke en zwakke verkeersdeelnemers). Bebakening en markering  Bebakening en markering Duurzaam veilig  Type weg (categorisering) ### Tot slot - RVV 4 Tot slot In deze les zijn de artikelen 28 t/m 42 van het RVV behandeld. In het RVV staan alle verkeersregels die gelden op de Nederlandse wegen. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk II Hoofdstuk II - Verkeersregels §12. Signaleren en herkenningstekens Artikel 28 t/m 31 §13. Gebruik van lichten tijdens het rijden Artikel 32 t/m 37 §14. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan Artikel 38 t/m 40 §15. Bijzondere lichten Artikel 41 §15. Autosnelwegen en autowegen Artikel 42 t/m 43 ### Auto(snel)wegen Auto(snel)wegen Artikel 42 RVV, Auto(snel)wegen Zowel een autosnelweg als een autoweg mag uitsluitend gebruikt worden door bestuurders van motorvoertuigen die tenminste 60 km respectievelijk 50 km per uur kunnen en mogen rijden. Met name de snelheid van 50 km per uur op autowegen hangt samen met het begrip brommobiel. Een bestuurder van een brommobiel mag geen gebruik maken van de auto(snel)weg. Op deze wegen geldt géén minimumsnelheid. Artikel 43 RVV lid 1 en 2, Verboden verrichtingen op auto(snel)wegen Zowel op autowegen als autosnelwegen is het voor bestuurders verboden hun voertuig: te keren; achteruit te rijden, en het voertuig te laten stilstaan op de rijbaan. Deze drie verboden gelden niet op: parkeerplaatsen tankstations; bushalteplaatsen, omdat deze geen deel uit maken van de autoweg en autosnelweg. Artikel 43 RVV lid 3, Gebruik vluchtstrook In noodgevallen mogen alle weggebruikers gebruik maken van: de vluchtstrook/-haven; de berm. Als noodgeval wordt aangemerkt: uitoefening van politie-, brandweer-, wegenwacht- en geneeskundige dienst; technische storing van het motorvoertuig; het getuige zijn bij een ongeval en zich als zodanig beschikbaar houden; het verlenen van daadwerkelijke hulp bij een ongeval; werk aan de weg; bijzonder slechte weersomstandigheden; plotselinge optredende noodzaak van een sanitaire stop (alleen voor ouderen en kinderen); ziekte of onwel worden van inzittenden van het motorvoertuig; controleren van de lading indien de wenselijkheid daartoe aannemelijk wordt gemaakt; gebleken brandstoftekort. Als de vluchtstrook is opengesteld als spitsstrook mogen de bestuurders er gebruik van maken, ondanks het feit dat er geen sprake is van een noodgeval. Artikel 43 RVV lid 4, Gebruik anders dan twee rechts gelegen rijstroken Dit lid geeft aan dat op een autosnelweg: vrachtauto’s, en samenstellen van voertuigen langer dan 7 meter, alléén gebruik mogen maken van twee meest rechts gelegen rijstroken! Dit houdt dus ook in als de spitsstrook geopend is, dat de spitsstrook de meest rechts gelegen rijstrook is en de rijstrook links ernaast de tweede rijstrook is! Het verbod geldt niet wanneer er sprake is van voorsorteren. Het verbod geldt in zijn geheel niet voor autobussen zoals de T100-bus en de harmonicabus. ### Bijzondere lichten Bijzondere lichten Artikel 41 RVV, Bijzondere lichten Bestuurders van alle motorvoertuigen mogen tegelijkertijd met dimlicht of mistlicht: bermlicht; hoeklicht; manoeuvreerlichten; markeringslicht; staaklicht voeren. Overdag mag een bestuurder van een motorvoertuig, in die situaties waarin geen dimlicht hoeft te worden gevoerd, zogenaamde dagrijlichten voeren. Als deze dagrijlichten worden gevoerd mag aan de voorzijde van het motorvoertuig geen andere verlichting branden. Artikel 41a RVV, Verlichte transparanten Deze verlichte transparanten mogen alleen maar worden gevoerd door: Personenauto’s, bedrijfsauto’s en motorfietsen die gebruikt worden door politie, brandweer, pechhulpdiensten, Rijkswaterstaat en bedrijfsauto’s van transportbegeleiders. Deze transparanten mogen alleen aanwijzingen voor het overige verkeer weergeven. Artsen, ambulancediensten, hulpverleningsdiensten die in opdracht van een centrale post rijden, autobussen van openbaarvervoersdiensten, en dierenambulances. Taxi’s. Op de transparant mogen uitsluitend de verschillende tarieven en de naam en het telefoonnummer van het bedrijf worden weergegeven. De tarieven mogen alleen getoond worden als de taxi stilstaat op de taxistandplaats. Lesvoertuigen, zowel tijdens de les als het examen. Alleen de verplichte "L" mag verlicht zijn. ### Gebruik van lichten tijdens het stilstaan Gebruik van lichten tijdens het stilstaan Artikel 38 RVV, Verlichting tijdens stilstaan Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan 2 wielen moeten op de volgende plaatsen stads- en achterlicht voeren: buiten de bebouwde kom op de rijbaan; op langs autosnelwegen en autowegen gelegen: parkeerstroken; parkeerhavens; vluchtstroken; vluchthavens. Dit geldt bij dag, als het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht. Binnen de bebouwde kom geldt deze verplichting niet. Het voeren van parkeerlichten is alleen toegestaan binnen de bebouwde kom. Artikel 39 RVV, Verlichting stilstaande aanhangwagens Stilstaande aanhangwagens moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht verlichting voeren. De verlichting moet dan bestaan uit: achterlicht en het voorgeschreven stadslicht als ze breder zijn dan 1.60 meter volgens de Regeling voertuigen. Dit geldt buiten de bebouwde kom: op de rijbaan en langs autosnelwegen en autowegen gelegen: parkeerstroken; parkeerhavens; vluchtstroken; vluchthavens. Bovenstaande geldt ook voor opleggers zoals gekoppelde en stilstaande aanhangwagens. Artikel 40 RVV, Verlichting stilstaande wagens Stilstaande wagens moeten buiten de bebouwde kom op de rijbaan voor- en achterlicht voeren. Dit geldt bij dag, als het zicht ernstig wordt belemmerd en bij nacht. Binnen de bebouwde kom zijn stilstaande wagens niet verplicht om verlichting te voeren. ### Verlichting diverse weggebruikers Verlichting diverse weggebruikers Artikel 35 RVV, Verlichting fietsen Artikel 35 RVV heeft betrekking op de fietsers. Zij moeten verlichting voeren bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht. De voorgeschreven verlichting bestaat uit: Afhankelijk van het soort fiets, een of twee witte of gele voorlichten die ook door de bestuurder op de borst mogen worden gevoerd. Een rood achterlicht. Dit licht mag ook door de bestuurder of een achterop zittende passagier op de rug worden gevoerd. In artikel 35a RVV staat vermeld dat de verlichting van fietsers: niet mag verblinden; niet mag knipperen en voortdurend voor de andere weggebruikers zichtbaar moet zijn. Artikel 35b RVV, Verlichting van wagens en gehandicaptenvoertuigen zonder motor De bestuurder van een bespannen of een onbespannen wagen dient overdag, als het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht een voorlicht en achterlicht te voeren. De bestuurder van het gehandicaptenvoertuig zonder motor dient voor- en achterlicht te voeren als hij gebruik maakt van: de rijbaan; het fietspad; het fiets-/bromfietspad. Bromfietsers, snorfietsers en bestuurders van een gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig vallen niet onder de bepaling genoemd in dit artikel, maar moeten voldoen aan datgene dat gesteld is in artikel 32 RVV. Artikel 36 RVV, Verlichting ruiters en geleiders Voor de volgende geleiders geldt dat zij verplichte verlichting dienen te voeren: ruiters; geleiders van rijdieren; geleiders van trekdieren; geleiders van vee. De verlichting middels een lantaarn straalt bij dag, als het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht wit of geel licht naar voren uit en rood licht naar achteren. Artikel 37 RVV, Verlichting groepen voetgangers Door voetgangers gevormde colonnes en optochten moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht en alleen buiten de bebouwde kom de volgende verlichting voeren: links voor een lantaarn die naar alle zijden wit of geel licht straalt; links achter een lantaarn die naar alle zijden rood licht uitstraalt. Deze verplichting geldt ook als zij buiten de bebouwde kom gebruik maken van het trottoir of voetpad. Dit geldt overigens ook voor militaire marscolonnes.  Verlichting  Voor  Kleur  Plaats/bijzonderheden  Achter  Kleur  Plaats/bijzonderheden Fiets 1 of 2 lichten Wit of geel Voertuig of op borst 1 licht Rood Voertuig of op de rug  laatste persoon Gehandicaptenvoertuig zonder motor 1 of 2 lichten Wit of geel Rijbaan, fietspad, fiets-/bromfietspad.  Niet op trottoir of  voetpad. 1 licht Rood Rijbaan, fietspad, fiets-/bromfietspad.Niet op trottoir of  voetpad. Brom-, snorfietsers en   gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig Moet voldoen aan hetgeen gesteld wordt in artikel 32 RVV Wagens: bespannen en  onbespannen  1 licht Wit of geel Voertuig 1 licht Rood Voertuig Ruiters en geleiders 1 licht Wit of geel Zicht belemmerd  overdag en bij nacht 1 licht Rood Zicht belemmerd  overdag en bij nacht Groepen voetgangers 1 licht Wit of geel Links voor naar alle  zijden stralend 1 licht Rood Links achter naar alle  zijden stralend ### Mistlichten Mistlichten Artikel 34 RVV, Mistlichten Er zijn twee belangrijke verschillen tussen het voeren van mistlicht aan de voorzijde en het voeren van mistachterlicht. Dit zijn: Mistlicht aan de voorzijde mag gevoerd worden bij mist, sneeuwval of regen als het zicht ernstig belemmerd wordt. Er wordt niets vermeld over de zichtafstand. Mistachterlicht mag gevoerd worden bij mist of bij sneeuwval als het zicht minder dan 50 meter is. Niet bij regen! Als mistlicht aan de voorzijde wordt gevoerd, is het voeren van dimlicht niet verplicht. Het voeren van stadslicht, dimlicht of groot licht is wel toegestaan. Het mistlicht aan de voorzijde mag gevoerd worden door: bestuurders van motorvoertuigen; bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Het mistachterlicht mag ook op andere voertuigen dan motorvoertuigen of gehandicaptenvoertuigen aanwezig zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan aanhangwagens. ### Gebruik van lichten tijdens het rijden Gebruik van lichten tijdens het rijden Artikel 32 RVV, Verlichting tijdens het rijden Je voert 's nachts verlichting en overdag als het zicht ernstig belemmerd wordt, wanneer je in gebieden rijdt met minder licht of als u er zelf voor kiest met het doel jouw zichtbaarheid te vergroten. Daartoe worden tegenwoordig personenauto's, LBT's en MMBS-en uitgerust met dagrijverlichting. Bestuurders van: een motorvoertuig (dit geldt ook voor de bestuurder van een brommobiel vanwege artikel 2a RVV); een bromfiets; een snorfiets; een gehandicaptenvoertuig met een verbrandingsmotor, en een gehandicaptenvoertuig met een elektromotor en een gesloten carrosserie, dienen bij dag, als het zicht ernstig wordt belemmerd en bij nacht, dimlicht voeren. Tegelijkertijd moet dan ook het achterlicht en de achterkentekenplaatverlichting branden, indien deze op het voertuig aanwezig zijn. Artikel 32 RVV lid 2, Het gebruik van groot licht Het huidige RVV geeft drie verboden aan die betrekking hebben op het voeren van ‘groot licht’. Dit zijn: bij dag; bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig; bij het tegenkomen van een andere weggebruiker. Alle andere verboden zijn komen te vervallen. Hiermee wordt een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de weggebruiker. Artikel 33 RVV, Verlichting rijdende aanhangwagens Gekoppelde aanhangwagens moeten bij dag, als het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht de volgende verlichting voeren: achterlicht; achterkentekenplaatverlichting; stadslicht bij een aanhangwagen breder dan 1,60 meter. Deze bepaling geldt voor alle aanhangwagens. Dus ook voor bijvoorbeeld: gesleepte motorvoertuigen; caravans; opleggers Lees meer: Autoverlichting voeren ### Voorrangsvoertuigen Voorrangsvoertuigen Artikel 29 RVV, Voorrangsvoertuigen De signalen die gevoerd worden door bestuurders van voorrangsvoertuigen zijn de optische- en geluidssignalen. Ze zijn onder te verdelen in: Politie: tweetonige hoorn en een blauw zwaai-, flits- of knipperlicht. Brandweer: tweetonige hoorn en een blauw zwaai-, flits- of knipperlicht. Ambulances en motorvoertuigen in geval van diensten voor spoedeisende medische hulpverlening (o.a. huisartsenpost): tweetonige hoorn en een blauw zwaai-, flits- of knipperlicht. Andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten (o.a. Koninklijke Marechaussee): tweetonige hoorn en een blauw zwaai-, flits- of knipperlicht. De voorrangsvoertuigen mogen deze signalen uitsluitend voeren als zij een dringende taak vervullen. Als zij ten onrechte deze signalen voeren, dienen andere weggebruikers deze voorrangsvoertuigen toch verplicht voor te laten gaan. Naast de tweetonige hoorn en het blauwe licht mogen de voorrangsvoertuigen, om extra op te vallen, overdag ook knipperende koplampen voeren. Als de bestuurder van het motorvoertuig maar één soort signaal voert, is het geen voorrangsvoertuig en hoeven andere weggebruikers hen geen voorrang te verlenen. Uitzondering Voor Belgische en Duitse motorvoertuigen van politie, brandweer en spoedeisende hulpverlening gelden de regels zoals in het eigen land bepaald. Dit staat in artikel 30b RVV. Voor laten gaan van voorrangsvoertuigen In artikel 50 RVV wordt gesteld dat weggebruikers een bestuurder van een voorrangsvoertuig moeten laten voor gaan. In artikel 91 RVV wordt er geregeld dat voorrangsvoertuigen ook voorrang hebben bij ongelijkwaardige kruispunten (artikel 63 RVV) en bij verkeerslichten (artikel 64 RVV). Afwijken van de voorschriften Indien een voorrangsvoertuig door een rood verkeerslicht rijdt en een bestuurder bij een groen verkeerslicht moet doorgaan (verkeersteken), dan zou de conclusie kunnen zijn dat een verkeersteken boven een verkeersregel gaat en de personenauto eerst gaat. Dit kan nooit de bedoeling van de wetgever zijn geweest. Daarom dient onder alle omstandigheden een voorrangsvoertuig voorgelaten te worden. Ook voorrangsvoertuigen die ten onrechte signalen voeren, dienen voorgelaten te worden. Het is immers niet aan jou om te beoordelen! In de definitie ambulance wordt verwezen naar de wet ambulancezorgvoorzieningen. In deze wet is bepaald dat ambulancevervoer het vervoer van: zieken en hun begeleiders; ongevalsslachtoffers en hun begeleiders, in een hiertoe speciaal ingericht motorvoertuig uitvoert. Dit vervoer mag uitsluitend plaatsvinden als hiervoor een vergunning is afgegeven. De begrippen ambulance en dierenambulance lijken op elkaar maar deze voertuigen hebben niet dezelfde status. Een ambulance mag in bepaalde omstandigheden wel de optische en geluidssignalen voeren terwijl de dierenambulance dat niet mag. Artikel 31 RVV Signalen mogen niet worden gevoerd op een andere wijze dan in de artikelen is aangeven. Bijvoorbeeld: Claxonneren naar een bekende of iemand waarschuwen door middel van lichtsignalen bij een politiecontrole mag niet. ### Signalen en herkenningstekens Signalen en herkenningstekens Artikel 28 RVV, Signalen Artikel 28 RVV geeft weer dat alle bestuurders signalen mogen geven ter afwending van dreigend gevaar. De middelen waarmee die signalen mogen worden gegeven, geeft het RVV niet aan. Dreigend gevaar mag worden opgevat in de ruimste zin van het woord, met andere woorden, het gevaar kan ook ontstaan door zaken die niets met het verkeer te maken hebben. Voorbeelden van het op verboden wijze geven van signalen: claxonneren als afscheidsgroet; knippersignaal om anderen te waarschuwen voor bijvoorbeeld een snelheidscontrole. Artikel 30 RVV, Geel zwaai-, flits- of knipperlicht De volgende werkzaamheden worden altijd voorzien van een geel knipperlicht en zijn bijvoorbeeld werkzaamheden ten behoeve van wegen in verband met: gladheidbestrijding; repareren van voertuigen of het bergen of slepen van voertuigen; vervoer van ondeelbare lading; het rijden met voertuigen die zijn bestemd voor gebruik buiten de wegen. Het gele of groene zwaai-, flits- of knipperlicht dient te worden gevoerd als op de weg de veiligheid in gevaar kan worden gebracht. De bestuurders, die in artikel 29 RVV worden genoemd, voeren ook het gele of groene licht, behalve degene die als eerste of als enige die plaats bereikt. Die mag blauw licht voeren. Het groene zwaai-, flits- of knipperlicht Het is in de praktijk gebruikelijk dat groene signaalverlichting wordt gebruikt om het commando voerende voorrangsvoertuig herkenbaar te maken. Het groene zwaailicht op Nederlandse ambulances wordt gebruikt bij grote ongevallen en calamiteiten: de bemanning van het eerste hulpverleningsvoertuig ter plaatse neemt de coördinatie op zich; het groene zwaailicht wordt dan ingeschakeld. De bemanning van dit voertuig is herkenbaar aan hun groene vesten, die over de reguliere werkkleding worden gedragen. De verpleegkundige van het eerste voertuig voert in principe geen behandeling uit, maar inventariseert de gewonden en bekijkt wie als eerste behandeling behoeft (triage). Lees meer: zwaailichten en sirenes en zwaailicht Op grond van artikel 30a RVV mogen de in artikel 29 RVV genoemde bestuurders extra richtingaanwijzers voeren. Hierdoor valt vooral ‘het afslaan’ beter op. De in het artikel 29 RVV, artikel 30 RVV en artikel 30a RVV omschreven gevallen gelden volgens artikel 30b RVV niet voor motorvoertuigen die in gebruik zijn bij de Belgische en Duitse brandweer of politie. Zij moeten dan wel de in hun eigen land vastgestelde signalen voeren.   ### Introductie - RVV 4 Introductie In deze les worden de artikelen 28 t/m 42 van het RVV behandeld. In het RVV staan alle verkeersregels die gelden op de Nederlandse wegen. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk II Hoofdstuk II - Verkeersregels §12. Signaleren en herkenningstekens Artikel 28 t/m 31 §13. Gebruik van lichten tijdens het rijden Artikel 32 t/m 37 §14. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan Artikel 38 t/m 40 §15. Bijzondere lichten Artikel 41 §16. Autosnelwegen en autowegen Artikel 42 t/m 43 ### Tot slot - Afsluiten van de rit Tot slot - Afsluiten van de rit Je bent aan het einde gekomen van de les 'Afsluiten van de rit'. Als je deze les afsluit staan er verwerkingsvragen voor je klaar waarbij je kunt oefenen met de geleerde stof. In deze les heb je het volgende geleerd: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Reguliere afsluiting van de autorit: Plaats (geen hinder, geen gevaar). Uitschakelen motor (parkeerrem, versnellingshandel, uitschakelen hulpapparatuur). Kijken (spiegels). Uitstappen bestuurder en passagiers (geen hinder, geen gevaar). Ander verkeer. Weer (wind, zicht e.d.). Handelen bij pech: Pechvoertuig veilig plaatsen, zodat het zo weinig mogelijk hinder oplevert voor het overige verkeer. Markeren van het pechvoertuig (waarschuwingslichten, gevarendriehoek). Als bestuurder uitvoeren van “kleine reparaties” (lamp vervangen, wiel verwisselen e.d.). Controle op reserve- en veiligheidsonderdelen (reservelampen, reservewiel, gevarendriehoek e.d.). Inroepen hulpdiensten en slepen. Handelen bij een ongeval: Plaats van het ongeval niet verlaten. Markeren van de plaats van het ongeval. Waarschuwen naderend verkeer. Inschakelen politie (alarmnummer 112). Afhandeling van schade (schadeformulier). Toepassen basisregels EHBO: Op gevaar letten. Nagaan wat er gebeurd is en wat iemand mankeert. Slachtoffer gerust stellen. Deskundige hulp inroepen (alarmnummer 112). Slachtoffer niet verplaatsen. Voorspellen/evalueren Wanneer de auto pechsignalen afgeeft, dient de bestuurder zo mogelijk door te rijden tot een parkeerplaats, parkeerhaven of een plaats waar veilig in de berm geparkeerd kan worden, omdat bij plaatsing op of vlak langs de rijbaan de kans op een botsing groot is (veiligheid). Bovendien wordt op die manier het overige verkeer zo weinig mogelijk gehinderd (doorstroming). Meer dan 50% van de ongevallen op autosnelwegen vindt plaats op de vluchtstrook, bij pech op de autosnelweg dient dan ook zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden van parkeerhavens, parkeerplaatsen en de eventuele ruimte naast de vluchtstrook in de berm (veiligheid). Wanneer de auto op de vluchtstrook geplaatst moet worden, dient deze zo dicht mogelijk langs de vangrail geparkeerd te worden en dient de bestuurder niet in of achter de auto te wachten op hulp, maar achter de vangrail of in de berm (veiligheid). Om te voorkomen dat kortsluiting in het elektrische circuit (en daarna brand) ontstaat, verdient het aanbeveling de accuklemmen los te nemen, de volgorde daarbij is dat eerst de klem aan de minpool wordt losgenomen en daarna de klem aan de pluspool (veiligheid). Bij het slepen van een defecte auto moet er rekening mee gehouden worden, dat bij veel auto's wanneer de motor niet ingeschakeld is de remdruk voor een belangrijk deel wegvalt. In die auto's moet bij uitgeschakelde motor veel meer druk op het rempedaal worden uitgeoefend om te kunnen remmen (veiligheid). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Al of niet nemen van voorzorgsmaatregelen. Al of niet markeren van de ongevalsplaats. Al of niet inschakelen van deskundige hulp. ### Handelen bij een ongeval Handelen bij een ongeval Wanneer je betrokken raakt bij een ongeluk, handel je als volgens de regels PAMAN: P: Persoonlijke veiligheid; kijk goed uit bij een ongeval en zorg ervoor dat je door onoplettendheid niet zelf slachtoffer wordt. A: Attenderen van anderen; waarschuw andere weggebruikers door tekens en signalen dat er een ongeluk gebeurd is (snelheid aanpassen). M: Markeren van de plaats van het ongeval; bepaal waar het ongeval heeft plaats gevonden alvorens je de hulpdiensten inschakelt. A: Alarmeren van hulpdiensten door het internationale nummer 112 te bellen. N: Noodzakelijke eerste hulp: Zorg voor de veiligheid van het slachtoffer. Verplaats een slachtoffer alleen in het geval er gevaar dreigt voor de veiligheid van het slachtoffer. In alle andere gevallen moet het slachtoffer niet worden verplaatst. Als er lichte schade is aan jouw voertuig en/of aan andere voertuigen moet er een schadeformulier worden ingevuld, waar misschien helemaal geen politie te pas komt. Je kunt hieronder een schadeformulier bekijken en eens nalopen, wat er allemaal moet worden ingevuld. Doe dat heel zorgvuldig en vergeet niet te (laten) ondertekenen. Het Verbond van Verzekeraars heeft een app ontwikkeld: MobielSchadeMelden.nl Eerste hulp Probeer volgens ABCD vast te stellen wat er met eventuele slachtoffers aan de hand is. Dit kan belangrijke informatie zijn voor de hulpdiensten. A: Airway (ademweg): Beoordeel of de luchtweg vrij is. B: Breathing (ademhaling): Controleer op ademhaling. Dit kun je doen door een spiegeltje of een brillenglas voor de mond van een slachtoffer te houden. Bij ademhaling beslaat het glas namelijk. C: Circulation (bloedcirculatie): Controleer op bloedingen en stelp deze. Controleer de bloeddruk en de pols. Let op frequentie, volume en regelmaat van de hartslag. D: Disability (bewustzijn): Beoordeel het bewustzijn. ### Wiel verwisselen Wiel verwisselen Een kapotte band kun je zelf verwisselen. Bekijk het filmpje van de ANWB om te bekijken hoe je dit doet. Let erop dat je eerst de wielmoeren losdraait voordat je de krik gebruikt. Op het moment dat het voertuig met vier wielen op de grond straat, is het gemakkelijker om de moeren (die heel erg vast zitten) lost te draaien. ### Zekering vervangen Zekering vervangen Stappenplan auto zekering vervangen Zet het contact uit. Zet de auto op de parkeerrem. Zoek de zekeringsdoos, vaak onder / naast de stuurkolom aan de deurkant. Verwijder voorkant / deksel van de zekeringsdoos (staat diagram op). Check uw autohandleiding voor aanvullende informatie. Andere zekeringdoos treft u aan onder de motorkap. Check het diagram om te bepalen (nummers) welke zekering u moet vervangen. Verwijder de zekering met de zekeringtrekker. Controleer of de zekering is doorgebrand. Als de zekering er normaal uitziet. Check dan de werking van het apparaat. Plaats een nieuwe zekering. Druk deze aan met de vinger. Gebruik een zekering met de juiste weerstand. Zekeringkleur en aantal ampère moet overeen komen. Zekeringen met onjuiste weerstanden kunnen schade en/of brand veroorzaken. Zet het contact aan en kijk of het apparaat weer werkt. Brandt de zekering weer door neem dan contact op met een autobedrijf! Reserve zekering  Als u geen reserve zekering bij u heeft, kunt u op het diagram achterop het zekeringenkistje het icoontje dat behoort bij de zekering zoeken. Zoek de desbetreffende zekering op, en vervang de kapotte zekering erdoor. Deze moet wel dezelfde kleur hebben natuurlijk! Wees wijs en kijk er al eens naar, zodat u erop voorbereid bent als het eens voor mocht komen. Ga nooit zelf knoeien met zilverpapiertjes of andere zogenaamde "tijdelijke oplossingen"! Bron: Tuninggids.nl ### Startkabels Startkabels Hoe gebruik je startkabels? Bij gebruik van de startkabels bij startproblemen moet u ervoor zorgen dat de voertuigen elkaar niet raken! Gebruik startkabels met een dikke koperen kern, zeker voor dieselmotoren. Te dunne startkabels kunnen de grote startstroom niet aan en worden alleen maar warm. Begin met de pluspool van de helpende personenauto, daarna die van de te helpen personenauto. Gebruik daarvoor de rode kabel. Dezelfde volgorde hanteert u voor de zwarte kabel, die u op het motorblok (massa maken) aansluit. Laat de motor van de helpende personenauto vijf minuten lopen, het liefst met verhoogd toerental, door de personenauto in z'n vrij te zetten en het toerental met het gaspedaal omhoog te brengen. Start de personenauto met de lege accu en laat de hulpauto minimaal vijf minuten de lege accu laden. Zet bij beide personenauto's achterruitverwarming en blower aan voordat u de startkabels verwijdert, zo voorkomt u beschadiging van de elektronica in de personenauto. Het loshalen van de kabels gebeurt in exact omgekeerde volgorde van het aansluiten. Na het starten moet u in elk geval een halfuurtje gaan rijden, zodat de dynamo de accu kan opladen. Zet nu de achterruitverwarming en blower weer uit. In sommige gevallen, bij personenauto’s die alleen korte stukjes rijden of langdurig niet worden gebruikt, is het voor de laadtoestand én het behoud van de accu nodig om hem met een externe lader op te laden. TIP: Sluit de zwarte aardekabel bij voorkeur aan op het motorblok om massa te maken. Gebruik startkabels altijd verstandig en op een juiste verantwoorde manier. Eventueel onder leiding van een deskundige. ### Uitrusting pech onderweg Uitrusting pech onderweg Goed voorbereid op weg Naast goede en recente autokaart(en) zijn er materialen die iedereen in de personenauto bij zich zou moeten hebben. Pen en papier. Voor het opschrijven van een adres, route, of om een briefje achter te laten als er een ongelukje gebeurt bij het inparkeren of als u onvoorzien de auto op de vluchtstrook moet achter te laten ingeval van pech. Set startkabels. Reservelampen en zekeringen. Autozekeringen voorkomen schade aan de elektronische systemen in de auto. Als een zekering doorbrandt heeft er kortsluiting en/of overbelasting plaatsgevonden. Zie op de volgende pagina hoe je een zekering vervangen moet. Een veiligheidshamer. Een veiligheidshamer met "snijvlak" kan helpen de autogordel door te snijden. Ook kunt u er een ruit mee inslaan. Heel handig bij een personenauto op de kop of te water. Zorg dat de hamer onder handbereik is voor bestuurder (en passagier). Dus leg hem niet in het dashboardkast of in de kofferbak! Veiligheidshesjes. Liefst voor iedere inzittende maar zeker voor de bestuurder. Denk ook aan hesjes voor de kinderen als u bijvoorbeeld een ruststop op een parkeerplaats maakt. Denk eraan dat in het buitenland (België, Frankrijk, Spanje) veiligheidshesjes verplicht zijn. Niet alleen voor de bestuurder, maar ook voor de passagiers. Gevarendriehoek. Laat het overige verkeer weten dat er verderop iets aan de hand is. Op circa 30 meter achter de personenauto plaatsen. Een zaklamp. Op een slecht verlichte weg is een goede zaklamp in geval van pech onmisbaar. Met een zaklamp kunt u de benodigde zaken in de kofferbak vinden, kunt u bijschijnen bij kleine reparaties of een lampje verwisselen etc. Handschoenen en doekjes. Een band vervangen kan men zelf doen. Werkhandschoenen voorkomen ook kleine kwetsuren aan de handen. Ducktape. Handig voor allerlei reparaties. Het is handig en verstandig om een kleine gereedschapsset en een verbanddoos in de personenauto te hebben. Autopapieren en schadeformulier. ### Handelen bij pech Handelen bij pech Soms loopt een autorit niet als gepland. Je komt met pech naast de weg te staan. Wanneer dit het geval is, handel je als volgt: Probeer bij pech door te rijden tot een parkeerplaats of -haven of een plek waar je veilig in de berm kunt parkeren. Langs de rijbaan is de kans op een aanrijding groot en wordt het verkeer meer gehinderd. Plaats het voertuig zodanig dat het geen, of zo min mogelijk, hinder oplevert voor het overige verkeer. Zoveel mogelijk in de berm dus. Markeer het voertuig met behulp van een gevarendriehoek en/of de waarschuwingslichten zodat het goed opvalt voor het overige verkeer. Loop bij het plaatsen van de gevarendriehoek altijd door de berm. Wacht op hulp van de hulpverleningsdiensten achter de geleiderail. Dus niet in het voertuig of achter het voertuig. ### Uitstappen (script 4) Uitstappen (script 4) Bestuurder Je mag bij het uitstappen niemand hinderen of in gevaar brengen. Open het portier alleen nadat je goed gekeken hebt of er niemand aan komt. Stap vlot uit en loop – als je rechts van de weg geparkeerd staat - tegen het verkeer in naar de zijkant van de rijbaan. Auto Het ontgrendelingsmechanisme van het portier moet goed werken. Omgeving Als je op het verkeerde moment je portier opent (ook al is het maar een klein stukje), kun je een schrikreactie bij andere weggebruikers veroorzaken. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden. Aandachtspunten bij uitstappen Kijken Binnenspiegel > vooruit > linkerbuitenspiegel > over linkerschouder. Let op andere weggebruikers en controleer of jouw passagiers dit ook doen. Portier openen Open portier met rechterhand en houd het portier vast met linkerhand. Als er iemand aankomt deur gesloten houden. Uitstappen Vlot uitstappen. Portier sluiten Sluit portier direct en goed af. Weglopen Loop tegen het verkeer in weg. ### Reguliere afsluiting van de autorit Motor afzetten (script 8) Uiteindelijk na een lange rit zijn we aangekomen op de plaats van bestemming. Dat betekent dat de rit afgesloten kan worden. Het afzetten van de motor bij een stop buiten het verkeer of bij een stop in het verkeer die langer duurt dan 1 minuut, vindt plaats op de volgende wijze. Motor afzetten (vanaf 00:38) Parkeerrem Zet auto op parkeerrem. Rempedaal en koppeling ingetrapt houden. Schakel Zet versnelling in neutraal. Verbruikers uit Schakel verbruikers uit. Afzetten Draai contactsleutel naar je toe. Koppel Laat koppeling los als motor niet meer loopt. Rem los Laat rempedaal los en haal sleutel uit contactslot. ### Inleiding - Afsluiten van de rit Inleiding - Afsluiten van de rit De rit zit erop. In deze les leer je hoe je een rit afsluit in een 'normale' situatie. Echter kan de rit ook ongepland eerder ten einde zijn. Bijvoorbeeld door pech of een ongeval. In deze les leer je het volgende: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Reguliere afsluiting van de autorit: Plaats (geen hinder, geen gevaar). Uitschakelen motor (parkeerrem, versnellingshandel, uitschakelen hulpapparatuur). Kijken (spiegels). Uitstappen bestuurder en passagiers (geen hinder, geen gevaar). Ander verkeer. Weer (wind, zicht e.d.). Handelen bij pech: Pechvoertuig veilig plaatsen, zodat het zo weinig mogelijk hinder oplevert voor het overige verkeer. Markeren van het pechvoertuig (waarschuwingslichten, gevarendriehoek). Als bestuurder uitvoeren van “kleine reparaties” (lamp vervangen, wiel verwisselen e.d.). Controle op reserve- en veiligheidsonderdelen (reservelampen, reservewiel, gevarendriehoek e.d.). Inroepen hulpdiensten en slepen. Handelen bij een ongeval: Plaats van het ongeval niet verlaten. Markeren van de plaats van het ongeval. Waarschuwen naderend verkeer. Inschakelen politie (alarmnummer 112). Afhandeling van schade (schadeformulier). Toepassen basisregels EHBO: Op gevaar letten. Nagaan wat er gebeurd is en wat iemand mankeert. Slachtoffer gerust stellen. Deskundige hulp inroepen (alarmnummer 112). Slachtoffer niet verplaatsen. Voorspellen/evalueren Wanneer de auto pechsignalen afgeeft, dient de bestuurder zo mogelijk door te rijden tot een parkeerplaats, parkeerhaven of een plaats waar veilig in de berm geparkeerd kan worden, omdat bij plaatsing op of vlak langs de rijbaan de kans op een botsing groot is (veiligheid). Bovendien wordt op die manier het overige verkeer zo weinig mogelijk gehinderd (doorstroming). Meer dan 50% van de ongevallen op autosnelwegen vindt plaats op de vluchtstrook, bij pech op de autosnelweg dient dan ook zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden van parkeerhavens, parkeerplaatsen en de eventuele ruimte naast de vluchtstrook in de berm (veiligheid). Wanneer de auto op de vluchtstrook geplaatst moet worden, dient deze zo dicht mogelijk langs de vangrail geparkeerd te worden en dient de bestuurder niet in of achter de auto te wachten op hulp, maar achter de vangrail of in de berm (veiligheid). Om te voorkomen dat kortsluiting in het elektrische circuit (en daarna brand) ontstaat, verdient het aanbeveling de accuklemmen los te nemen, de volgorde daarbij is dat eerst de klem aan de minpool wordt losgenomen en daarna de klem aan de pluspool (veiligheid). Bij het slepen van een defecte auto moet er rekening mee gehouden worden, dat bij veel auto's wanneer de motor niet ingeschakeld is de remdruk voor een belangrijk deel wegvalt. In die auto's moet bij uitgeschakelde motor veel meer druk op het rempedaal worden uitgeoefend om te kunnen remmen (veiligheid). Mogelijke beslissingen /handelingskeuzen Al of niet nemen van voorzorgsmaatregelen. Al of niet markeren van de ongevalsplaats. Al of niet inschakelen van deskundige hulp. ### Tot slot - Installeren Tot slot - Installeren Je bent aan het einde gekomen van de les 'Installeren'. Als je deze les afsluit staan er verwerkingsvragen voor je klaar waarbij je kunt oefenen met de geleerde stof. In deze les heb je het volgende geleerd: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden   Rijklaar maken van de auto (eerste bestuurder) Onderhoudstoestand (preventief onderhoud; als bestuurder opsporen van defecten en storingen). Als bestuurder handelen bij defecten en storingen. Toestand carrosserie (motor- en kofferruimte goed gesloten e.d.). Toestand wielen en banden (soorten banden en hun kenmerken, profieldiepte, spanning, beschadigingen banden en velgen). Toestand van vloeistofniveaus (koelvloeistof, ruitenwisservloeistof, remvloeistof, koppelingsvloeistof, stuurbekrachtigingsolie, motorolie, brandstof e.d.) en controle op lekkages. Toestand verlichting (reservelampen). Toestand ruitenwissers (bladen, ruitensproeiers). Check van controlelampjes. Check van spiegels (afstellen). Uitzicht (ramen schoon). Invloed van het stuurkarakter van de auto. Doel en werking van de koppeling (ontkoppeld en gekoppeld). Voorbereid zijn (eerste bestuurder) Houding in het verkeer (rekening houden met maatschappelijke belangen/belangen andere weggebruikers e.d.). Inzicht in eigen sterke en zwakke punten van de rijvaardigheid (calibratie/statusonderkenning). Zit- en stuurhouding. Gebruik veiligheidsvoorzieningen. Gebruik apparatuur (bijvoorbeeld mobiele telefoon). Goed gezichtsvermogen (bril, nystagmus, tunnelblik). Factoren die waarnemingsvermogen kunnen beïnvloeden. Effecten rijvaardigheid beïnvloedende stoffen (alcohol, drugs, medicijnen). Vermoeidheid, ziekte. Emoties, stress, haast. Rijklaar maken van de auto en voorbereid zijn (tweede bestuurder) Afstelling spiegels (extra binnenspiegel). Controle dubbele bediening. Zithouding op bijrijdersstoel. Voorspellen/ evalueren Bij een auto die niet aan de technische eisen voldoet, is de kans op ongevallen en schade aan het milieu groter dan bij een auto die wel aan de technische eisen voldoet (veiligheid, milieu). Rijklaarcontrole is belangrijk, omdat hiermee wordt voorkomen dat onderweg storingen optreden (veiligheid, doorstroming), onveilige situaties ontstaan (veiligheid) en overmatige milieuschade wordt veroorzaakt (milieu). De juiste keuze van de soort banden, zomer-, winter- of all-weatherband bevordert een veilig weggedrag. Bij een bestuurder die niet goed is voorbereid op de verkeersdeelname, is de kans op verkeerde beslissingen groter. Dat kan leiden tot gevaarlijke (veiligheid), hinderlijke (doorstroming), minder milieuverantwoorde (milieu) en minder sociaal verantwoorde situaties (sociaal gedrag). Bij een onjuiste stuur- en zithouding heeft de bestuurder onvoldoende overzicht, onvoldoende zicht op de instrumenten en onvoldoende controle over de bedieningsmechanismen (veiligheid). Bij een beperkt uitzicht naar voor en naar achter en bij een beperkt gezichtveld worden gemakkelijk zaken over het hoofd gezien, waardoor de kans op te late en niet passende reacties is vergroot. De linkervoet onnodig op het koppelingspedaal houden kan leiden tot slijtage. Onvoldoende bandenprofiel kan leiden tot minder grip, onbestuurbaarheid en langere remweg (veiligheid). Onvoldoende bandenspanning leidt tot verminderde wegligging en snellere slijtage (veiligheid). Mogelijke beslissingen/ handelingskeuzen Al of niet gaan rijden als men als bestuurder onvoldoende voorbereid is. Al of niet uitvoeren van voertuigcontrole. Al of niet gaan rijden bij onvoldoende bandenspanning. Al of niet gaan rijden bij onvoldoende technische staat van de auto. ### Zithouding op de bijrijdersstoel Zithouding op de bijrijdersstoel Een lesauto is voorzien van dubbele bediening. Als instructeur neem je voordat de rit gaat beginnen de juiste zithouding aan. Juiste zithouding: Druk met je linkervoet de koppeling volledig in en zet de hak op de grond. Je linkerbeen is nu licht gebogen. Juiste zithouding tijdens de rit: Zet je linkervoet naast de koppeling (mag niet op koppelingspedaal rusten). Zet je rechtervoet naast het gaspedaal. ### Rijklaar maken van de auto en voorbereid zijn (tweede bestuurder) Rijklaar maken van de auto (tweede bestuurder) De rijinstructeur is als tweede bestuurder volledig aansprakelijk. Hij is namelijk "juridisch bestuurder". Voor de les dient hij het voertuig van buiten en binnen te controleren. Buiten het voertuig: opzetspiegels (instructeursspiegel) zowel rechts als links. Binnen het voertuig: afstelling spiegels (binnenspiegel en de ogenspiegel). Controle dubbele bediening. Daarnaast moet de instructeur aandacht besteden aan zijn zithouding op de bijrijderstoel. Hij moet een zodanig houding aannemen, die het mogelijk maakt een snelle stuuringreep te doen of middels de pedalen in te grijpen. Tevens moet hij in staat zijn de knoppen te bedienen voor verlichting en apparatuur. ### Rijvaardigheid beïnvloedende stoffen Rijvaardigheid beïnvloedende stoffen Alcohol, drugs en medicijnen kunnen invloed hebben op het rijgedrag. Deze middelen kunnen de waarneming, inschattingsvermogen, concentratie, reactiesnelheid en motoriek beïnvloeden. Wees je daarvan bewust op het moment dat je deze middelen gebruikt en deel gaat nemen aan het verkeer. Alcohol Een beginnend bestuurder mag in het verkeer maximaal 0,2 promille alcohol in zijn bloed hebben. Voor gevorderde bestuurders geldt een maximum promillage van 0,5. Dit promillage is ook geldig voor bestuurders op de fiets. Als het bloedalcoholgehalte of het ademalcoholgehalte te hoog is, is het verboden een voertuig te besturen. Stapt men op dat moment toch in de auto, dan kan het gevolg zijn dat de rijbevoegdheid wordt ontzegt. Bij het onder invloed van alcohol besturen van een auto, neemt de ongevalskans duidelijk toe. Na het drinken van twee standaardglazen drank is de kans daarop tweemaal zo groot terwijl dat na het drinken van acht standaardglazen al zestien maal is. Alcohol wordt naar verloop van tijd door het lichaam afgebroken. Bij een gemiddeld mens duurt dit ongeveer 1,5 uur per glas. Drugs Drugs of verdovende middelen zoals hasj, marihuana en cocaïne hebben een negatieve invloed op de rijvaardigheid. Overgevoeligheid voor licht. Het licht doet pijn aan de ogen. Verstoring van het evenwichtsgevoel. Het evenwichtsgevoel wordt aangetast en dit kan leiden tot duizeligheid. Verstoring van de lichaamscoördinatie. Als gevolg van het drugsgebruik krijgt men een stoned gevoel met kenmerken als zware armen. Medicijngebruik 'Het is een ieder verboden een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht' (artikel 8 lid 1 WVW). Veel geneesmiddelen hebben een negatieve invloed op de rijvaardigheid en bestuurders mogen na het gebruik van deze geneesmiddelen dan ook niet aan het verkeer deelnemen. In de praktijk is de bewijslast echter een probleem, want hoe toon je aan dat iemand onder invloed is van een geneesmiddel? Hier bestaat geen test voor, zoals een blaastest bij alcohol. En hoe toon je aan dat iemand had moeten weten dat het medicijn dat hij gebruikt de rijvaardigheid vermindert? De informatie in de bijsluiter en op het etiket (gele sticker, waarschuwingstekst) spelen hierbij een rol. En het negatieve advies van de arts of apotheker die het medicijn heeft voorgeschreven, kan aantonen dat de verkeersdeelnemer op de hoogte was. Verder moeten bestuurders er rekening mee houden dat ziekte op zichzelf al een belangrijke reden zou kunnen zijn om niet te rijden (bijvoorbeeld koorts of zware hoofdpijn). Het negatieve effect van geneesmiddelen op de rijvaardigheid is te vergelijken met het effect van alcohol. Het waarnemingsvermogen vermindert en het concentratie-, reactie- en inschattingsvermogen neemt af. Bovendien kunnen alcohol en geneesmiddelen elkaars werking nog eens versterken, waarbij de werking in sommige gevallen zelfs meer dan dubbel zo sterk kan zijn. Bij inname van meerdere geneesmiddelen tegelijk kunnen de bijwerkingen elkaar versterken of kunnen er extra bijwerkingen optreden. De effecten van geneesmiddelen zijn het sterkst in de eerste week van gebruik. Sommige geneesmiddelen, en dan met name de slaapmiddelen, zijn tien uur na inname nog werkzaam en de effecten zijn vergelijkbaar met die na inname van twaalf glazen alcohol. Voorbeelden van geneesmiddelen die de rijvaardigheid beïnvloeden zijn: Slaapmiddelen. Kalmerende middelen. Zware pijnstillers. Sommige medicijnen tegen allergie. Spierverslappende middelen. Eetlustremmers (amfetaminen). Medicijnen tegen hoge bloeddruk. Medicijnen tegen hoest. ### Staat van de bestuurder Staat van de bestuurder De staat van de bestuurder kan invloed hebben op het rijgedrag. Vermoeidheid Vermoeidheid heeft vooral een negatieve invloed op de rijprestatie omdat het concentratie- en het reactievermogen afneemt. Er is een onderscheid tussen lichamelijke en geestelijke vermoeidheid, tussen vermoeidheid die al aanwezig is vóórr het autorijden en vermoeidheid die ontstaat tijdens het autorijden. Bij lichamelijke of geestelijke vermoeidheid vóór het autorijden is het beter de autorit uit te stellen of gebruik te maken van een andere vervoerswijze. Bij lange ritten moet er na ongeveer elke twee uur 15 minuten worden gepauzeerd. In totaal moet men niet langer dan acht uur achter elkaar achter het stuur zitten. Emoties Ingrijpende emotionele gebeurtenissen kunnen een negatieve invloed hebben op de rijprestatie. De aandacht is dan niet volledig op het verkeer gericht en het vermogen om snel en goed te reageren is verminderd. Als er sprake is van ingrijpende emotionele gebeurtenissen, kan men zich beter laten rijden of gebruikmaken van een andere vervoerswijze zoals de taxi of het openbaar vervoer. De emoties die ons gedrag in meer of mindere mate beïnvloeden, hoeven niet altijd negatief te zijn zoals problemen, ruzies en dergelijke. Ook positieve zaken zoals een feest, geluk hebben, verliefd zijn, vakantie krijgen en dergelijke hebben invloed op gedrag. Stress Er zijn veel factoren die niet alleen in het verkeer maar ook in ons leven spanning veroorzaken. Deze spanningsveroorzakers noemen we stressoren. Wat stress is weten we wel zo ongeveer. Doordat er meer spanning is dan strikt noodzakelijk, is er sprake van soort 'overspanning'. Om goed en alert te kunnen rijden, is een zekere mate van spanning normaal. Maar als de spanning toeneemt en er zaken zijn die het normale verstoren en/of onder druk zetten, wordt de situatie anders. Er ontstaat dan  spanning en ongemak die de aandacht afleiden van zaken die belangrijk zijn en waar men zich echt mee bezig zou moeten houden. Stress heeft invloed op ons rijgedrag. Als we innerlijk rustig zijn, bewegen we ons anders door het verkeer dan wanneer we onrustig zijn. Mensen hebben de neiging om zich bij te veel stress af te sluiten van hun omgeving. Het verkeer om hen heen, evenals de weg, is echter ook een omgeving. Daar kan en mag men zich niet van afsluiten. Het tijdig onderkennen van de storende werking van stressfactoren is dus zeer belangrijk. Haast Wanneer je gehaast in de auto zit, is de kans op een ongeluk groter. Als je haast hebt, ben je minder oplettend en neem je grotere risico's. De kans is groter dat je door rood rijdt om net iets eerder thuis te zijn. ### Beperkingen Beperkingen Tijdelijke en blijvende beperkingen   Als je overig verkeer niet hindert of in gevaar brengt, mag je rijden met een beperking. In artikel 5 WVW is dit niet expliciet verboden. In de video zie je een man met een verlamming die in een auto rijdt. Voorbeelden van tijdelijke beperkingen: onvoldoende kennis; rij-ervaring (jonge leeftijd); humeur; stress; ziekte of blessure, waarbij hand of voet in het gips; alcohol- en drugsgebruik. Voorbeelden van blijvende beperkingen: gezichtsvermogen; reactievermogen; hogere leeftijd; gehoor; reuk; tastzin; invaliditeit; ongeneeslijke ziektes. Van deze twee groepen zijn de tijdelijke beperkingen het gevaarlijkst in het verkeer. Dat komt omdat tijdelijke beperkingen dikwijls te laat of niet worden opgemerkt. Bepaalde beperkingen hoeven echter geen beletsel te zijn voor verkeersdeelname. Auto’s zijn immers zodanig aan te passen dat de meeste lichamelijk gehandicapten toch auto kunnen rijden. En mensen met een beperking in het gezichtsvermogen kunnen bijvoorbeeld een bril dragen. Door de medische wetenschap is men steeds beter in staat om lichamelijke beperkingen te ondervangen terwijl de verkeerstechniek zich bezighoudt met het aanleggen van nog betere en nog veiliger wegen. Hoe dan ook, alle mensen kunnen deelnemen aan het verkeer, al is het als voetganger. Verstoorde waarneming Onze waarneming kan op een aantal manieren beïnvloed of verstuurd worden: Verziendheid: Iemand die verziend is, kan niet scherp zien op korte afstand (en juist beter dan andere mensen op lange afstand). Correctie vindt plaats met behulp van een bril met plus-glazen. Bijziendheid: Iemand die bijziend is, ziet niet scherp in de verte (en juist beter dan andere mensen op korte afstand). Correctie vindt plaats met behulp van een bril met min-glazen. Astigmatisme: Iemand met astigmatisme neemt objecten die rond zijn niet als rond waar maar als een ovale vorm. Correctie vindt plaats met behulp van speciaal geslepen glazen. Nachtblindheid: Iemand met nachtblindheid heeft 's avonds of in het donker verminderd zicht. Nystagmus: Dit is ook wel bekend als 'wiebelogen' of 'trilogen'. De oogbollen gaan ritmisch heen en weer zonder dat iemand dit zelf stuurt. Er zijn maar weinig mensen met nystagmus die kunnen autorijden. ### Gezichtsvermogen Gezichtsvermogen Het waarnemingsproces Door te zien, te voelen, te horen en te ruiken, neem je informatie op uit de omgeving. Tijdens het rijden zie je de omgeving steeds veranderen. Het verloop van de weg, de strepen en de beplanting geven je informatie over de verkeerssituatie en de richting die je moet volgen. Omdat je voertuig zich ten opzichte van de omgeving verplaatst, weet je ongeveer hoe snel je rijdt. Zo kun je ook snelheid van andere weggebruikers schatten. Je voelt aan je voertuig of je op een vlakke of een hobbelige weg rijdt. Je voelt de middelpuntvliedende kracht en de bochtverkanting. Dit beïnvloedt het verkeersgedrag, zoals de snelheid die je kiest. Ook geluid verschaft informatie. Motorgeluid, geluid van de banden op het asfalt of op de klinkers en windgeruis geven je bijvoorbeeld een indruk van de snelheid. Dit geldt voor de automobilist maar zeker ook voor de fietser. Die reageert op geluiden uit zijn omgeving en hij hoort het verkeer soms eerder dan dat hij het ziet. Het zien Het zien is de belangrijkste van alle zintuigen als het om deelname aan het verkeer gaat. Om het verkeer scherp in de gaten te kunnen houden, moet je over een goed gezichtsvermogen beschikken. Er zijn diverse praktische manieren om het gezichtsvermogen van de leerling tijdens de rijles te testen. Bijvoorbeeld door met je hand van achter de leerling naar voren te bewegen en te kijken of de leerling 180 graden kan zien. Je kunt ook een leerling controleren door hem het kenteken van een auto op ongeveer 25 meter afstand te laten lezen. Dit is de afstand voor de ogentest bij aanvang van het CBR praktijkexamen. Het gezichtsvermogen wordt bepaald door een goede werking van de oogfuncties. Deze zijn: Gezichtsscherpte. Breedte van het gezichtsveld. Werking van de oogspier. Het diepte zien. Samenwerking van beide ogen. Het kleuronderscheidingsvermogen. Het gezichtsveld Bij recht vooruitzien, dus niet gericht op een bepaald punt in het bijzonder, bedraagt het gezichtsveld maximaal 180 graden. Alles binnen dit gebied wordt in meer of mindere mate waargenomen maar echt scherp zien is alleen mogelijk in een heel klein gebied. Direct waarnemingsgebied Van de totale 180 graden die het gezichtsveld beslaat, kun je slechts in een gebied van circa 2 x 3 graden scherp (direct) zien. Als je iets scherp wilt zien, zul je er recht naar moeten kijken (focussen). Doordat de ogen bij het kijken heen en weer bewegen ontstaat er rondom het scherpe waarnemingsgebied een gebied waarin je direct waarneemt. Bewust waarnemingsgebied Van voorwerpen buiten het directe waarnemingsgebied worden geen details waargenomen maar bijvoorbeeld wel de vorm en de kleur. Felgekleurde of bewegende voorwerpen trekken extra aandacht. Omdat objecten in dit gebied bewust worden waargenomen, wordt dit gebied het bewust waarnemingsgebied genoemd. Het is een belangrijk gebied vanwege de waarschuwingsfunctie. Scannen Scannen is de activiteit om bewust en actief waar te nemen. De bekende lesmethode RIS gebruikt deze term consequent in iedere les. Kijk maar eens naar script 10 van het RIS-werkboek. ### Afstellen spiegels (script 7) Afstellen spiegels (script 7) Bestuurder Als je de spiegels goed afstelt, kun je het verkeer achter je goed volgen en inspelen op het gedrag ervan. Auto De binnenspiegel en buitenspiegels bieden je samen zicht op de situatie achter je en deels naast je. Er kunnen ook andere voorzieningen ingebouwd zijn, zoals een verklikker (geluidsignaal) voor verkeer dat zich in je dode hoek bevindt. Omgeving Als je je spiegels slecht hebt afgesteld, zie je verkeer van achteren niet – of te laat – aankomen. Dat kan tot gevaarlijke schrikreacties en ongevallen leiden. Op z’n minst veroorzaak je ergernis. Zoek dit ook op in de rijprocedure B (Afstellen spiegels). Aandachtspunten bij afstellen spiegels Binnenspiegel Zo afstellen dat je zoveel mogelijk van de achterruit in de spiegel ziet. Buitenspiegels Zo afstellen dat je nog net de zijkant van de auto ziet. Plaats de horizon op ¼ van de bovenkant van de spiegel. Houd rekening met de dode hoek. ### Stuurhouding (script 6) Stuurhouding (script 6) Bestuurder Je moet het stuur met beide handen en op de juiste manier vasthouden. Alleen dan kun je bochten, zijdelingse verplaatsingen en uitwijkmanoeuvres veilig uitvoeren. Auto In het midden van je stuur zit (bij bijna alle auto’s) een airbag. Deze wordt razendsnel opgeblazen bij een botsing, en beschermt je dan. Houd je handen altijd aan de buitenkant van het stuur om verwondingen tijdens het opblazen te voorkomen. Omgeving Sommige bestuurders zitten ‘bovenop’ het stuur. Zie je zo’n bestuurder, bedenk dan dat deze niet snel kan sturen en slechts kleine stuurbewegingen kan maken. Wees erop voorbereid dat je zélf moet handelen. Zoek dit ook op in de rijprocedure B (Stuurbehandeling). Aandachtspunten bij stuurhouding Beide handen Stuurwiel met beide handen losjes vasthouden. Loslaten alleen in verband met bediening. Handstand ‘Kwart voor drie’ of iets daarboven. Armen Armen licht gebogen houden. Handen buitenkant stuur Handen aan de buitenkant van het stuurwiel plaatsen. Duimen op stuurwiel Knijp niet in het stuur en arm niet op deur laten rusten. ### Zithouding (script 5) Zithouding (script 5) Bestuurder Een goede zithouding is belangrijk, om je auto – ook in extreme situaties – goed onder controle te kunnen houden en om goed bij alle bedieningsorganen te kunnen. Ook raak je minder snel vermoeid. Auto Je auto is zo geconstrueerd dat je deze vanuit een goede zithouding optimaal kunt bedienen. Ook de veiligheidsvoorzieningen (zoals gordel, hoofdsteun en airbags) bieden de beste bescherming als je een goede zithouding aanneemt. Omgeving Een goede zithouding is ook belangrijk om optimaal je omgeving te kunnen waarnemen. Andersom moet je alert zijn op andere automobilisten die – door hun slechte zithouding – onvoldoende waarnemen en dus later (of helemaal niet) reageren. Zoek dit ook op in de rijprocedure B (Zithouding). Aandachtspunten bij zithouding Ontspannen Zoek een ontspannen zitpositie, ga rechtop zitten en plaats je linkervoet links in de hoek. Zitting Koppeling intrappen; bovenbeen horizontaal en onderbeen licht gebogen. Rugleuning Goed afgesteld als je met beide handen en gestrekte armen de bovenkant van het stuur kunt vastpakken met goed aangesloten rug. Goed zicht Kijk om je heen en controleer het zicht. Hoofdsteun Bovenkant hoofdsteun op gelijke hoogte met de bovenkant van het hoofd. Gordel Hoogte afstellen zodat de gordel over schouder loopt. Trek de gordel strak. ### Houding in het verkeer Houding in het verkeer Gedrag Wanneer je deelneemt aan het verkeer, heb je te maken met andere weggebruikers. Het is belangrijk om met elkaar rekening te houden. Anticiperen Anticiperen is een denk-activiteit. Jij stelt je in op mogelijke (potentiële) gevaren die zich kunnen gaan ontwikkelen. Dit is vooral bezig zijn met het vooruit zien en het vooruit denken. Defensief of agressief verkeersgedrag Bij agressief verkeersgedrag neemt men bewust risico's zonder rekening te houden met andere weggebruikers. Men neemt het niet zo nauw met de veiligheid en drukt zich overal tussen. Defensief rijgedrag is gericht op het voorkomen van ongevallen (een doe-activiteit). Een defensieve rijstijl kenmerkt zich door de volgende onderdelen: inzicht; waakzaamheid; goed anticiperen (vooruitlopen op mogelijke ontwikkelingen); effectief kijken (kijken om écht waar te nemen); goed reageren. Sociaal of asociaal verkeersgedrag Een sociale weggebruiker is bereid om andermans fouten op te vangen en houdt rekening met andere weggebruikers. Hij is erop gericht om andere weggebruikers te helpen. Hij verleent bijvoorbeeld voorrang in situaties waarin het niet hoeft. Een asociale weggebruiker denkt alleen aan zichzelf. Bij asociaal weggedrag kun je denken aan bumperkleven, rechts inhalen en onnodig links blijven rijden. Zelfkennis Door gebrekkig zelfinzicht is men niet goed in staat om de taken in het verkeer af te stemmen op eigen vaardigheid en ervaring. Dit afstemmen wordt kalibratie genoemd. Hoe zwaar de rijtaak is, bepaalt men voor een groot deel zelf. Door bijvoorbeeld sneller en dicht achter elkaar te gaan rijden, neemt de taakbelasting toe. Als men terecht meent dat men een heel bekwaam bestuurder is dan kan men die hogere taakeisen mogelijk nog wel aan. Indien de bestuurder ten onrechte meent dat hij bekwaam is, zoals veel beginnende bestuurders denken, dan leidt deze overschatting tot gevaarlijke situaties. ### Voorbereid zijn (eerste bestuurder) Voorbereid zijn (eerste bestuurder) Wanneer je de weg op gaat, is het belangrijk dat de auto rijklaar is. Net zo belangrijk is dat de bestuurder voorbereid is op de deelname aan het verkeer. Een bestuurder die niet goed is voorbereid op verkeersdeelname, heeft een grotere kans op het maken van verkeerde beslissingen. Houding in het verkeer (rekening houden met maatschappelijke belangen/belangen andere weggebruikers e.d.). Inzicht in eigen sterke en zwakke punten van de rijvaardigheid (kalibratie/statusonderkenning). Zit- en stuurhouding. Gebruik veiligheidsvoorzieningen. Gebruik apparatuur (bijvoorbeeld mobiele telefoon). Goed gezichtsvermogen (bril, nystagmus, tunnelblik). Factoren die waarnemingsvermogen kunnen beïnvloeden. Effecten rijvaardigheid beïnvloedende stoffen (alcohol, drugs, medicijnen). Vermoeidheid, ziekte. Emoties, stress, haast. ### Werking van de koppeling Werking van de koppeling Functie van de koppeling De koppeling breng de kracht van de motor over op de rest van de aandrijving, bijvoorbeeld bij het wegrijden. De koppeling zorgt voor de verbinding tussen de motor en de overige onderdelen van de aandrijving en maakt het schakelen tussen versnellingen mogelijk. In de rijprocedure B is opgenomen dat een automobilist niet met de voet op of boven het koppelingspedaal mag rijden. De linkervoet op het koppelingspedaal houden, kan leiden tot slijtage. In de video wordt de werking van de koppeling en de versnellingsbak uitgelegd. Ook wordt uitgelegd waarom je beter niet met je voet boven het koppelingspedaal kunt rijden ("Riding the clutch"). ### Controle in de auto (script 2) Controle in de auto (script 2) Bestuurder Controlelampjes (waarschuwings- en functioneringslampjes) in het dashboard geven je informatie over je auto. Ze geven aan welke functies zijn ingeschakeld (bijvoorbeeld grootlicht), en informeren je als er een technisch probleem is (bijvoorbeeld een te hoge temperatuur van het koelwater). Je moet dus goed weten wat alle lampjes betekenen. Als je het contact inschakelt, gaan veel controlelampjes branden. Zo kun je controleren of de lampjes zélf niet kapot zijn. Na het starten moeten alle lampjes uit zijn (behalve als je ondertussen een bepaalde functie, zoals de achterruitverwarming, hebt ingeschakeld). Het controlelampje van de handrem dooft pas als je de handrem hebt uitgeschakeld. Controleer altijd of dit lampje uit is voordat je gaat rijden. Schakel functies (bijvoorbeeld je mistachterlicht) alleen in als het is toegestaan en als je er daadwerkelijk gebruik van maakt. Ingeschakelde functies kosten energie; die moet je niet verspillen. Auto Zodra je de auto start, worden er automatisch allerlei controles uitgevoerd. Als alle controles OK zijn, doven de lampjes op je dashboard. Blijft er een lampje branden of verschijnt er een waarschuwing in je display, handel dan zoals het instructieboekje voorschrijft. Omgeving Als je geen aandacht schenkt aan de controlelampjes en/of de meldingen in je display kunnen er gevaarlijke situaties in het verkeer ontstaan. Als je claxon niet werkt, kun je in noodgevallen geen geluidsignaal geven. En als je remsysteem al een tijdje een storing aangeeft, kun je misschien niet meer op tijd stoppen voor een overstekende voetganger. Zoek dit ook op in de rijprocedure B (zie Voorbereidings- en controlehandelingen). Aandachtspunten bij controle in de auto Lampjes en meters Maak contact, controleer of de lampjes functioneren. Ken de betekenis van de controlelampjes. Rood waarschuwingslampje: direct stoppen. Geel lampje: er is iets mis; geen noodzaak om direct te stoppen. Ruitenwisser Controleer vóór rijden. Eerst de ruit natmaken met de ruitensproeier. Vooral in de wintermaanden regelmatig controleren. Claxon Geef een claxon- of lichtsignaal, maar hinder daarbij niemand. Verwarming en ventilator Stel de juiste temperatuur en ventilatie in. Rempedaal intrappen vóór starten Intrappen vóór het starten; voel of de pedaaldruk zich opbouwt. ### Controle banden Controle banden   Goede banden zijn de eerste voorwaarde voor veilig autorijden. De taken van de banden zijn: Het dragen van het voertuig en de lading. Het tot stand brengen van een goed contact met het wegdek. Het opvangen van oneffenheden in de weg. Het verwerken van de aandrijf- en vertragingskrachten. Het opvangen van de dwarskrachten. Geluiddemping. Afvoer van water en vuil. Soorten banden Seizoenskenmerken hebben invloed op de grip van de banden op de weg. Door de juiste banden uit te kiezen voor het seizoen zorg je voor de beste grip: Zomerbanden: Deze banden hebben de beste grip als de temperatuur hoog is. Zij zijn gemaakt van een hard soort rubber. Winterbanden: Deze banden hebben het beste grip bij sneeuw. Zij hebben een profieldiepte van minimaal 4 mm. Winterbanden zijn te herkennen aan het symbool van het sneeuwvlokje. In sommige landen (bijvoorbeeld Duitsland) zijn deze banden in de winter verplicht. De M+S markering op een band geeft aan dat de banden ook in de modder goed functioneren (Scandinavische landen). All-weatherbanden: Deze banden combineren de voordelen van zomer-en winterbanden. Deze banden kun je het hele jaar door gebruiken. Profieldiepte Wettelijk en ook voor de APK-keuring is 1,6 mm de minimale profieldiepte voor een zomerband en een winterband. Uit veiligheid wordt bij voorkeur een minimale bandenprofiel van 2 of meer millimeter aangehouden bij een zomerband. Voor een winterband geldt dat er minimaal 4 mm aanwezig moet zijn om te spreken over een veilig bandenprofiel. Naarmate het profiel minder diep is, neemt de grip op het wegdek af, vooral bij een nat wegdek. Als er minder grip is wordt de remweg langer en de wegligging slechter. Bij een nat wegdek en een geringe profieldiepte kan daardoor gemakkelijk aquaplaning ontstaan. Bandenspanning Een juiste bandenspanning is belangrijk voor: Meer grip, dus een kortere remweg Minder kans op een klapband Brandstofbesparing De juiste bandenspanning is opgenomen in de handleiding van de personenauto. Voor zwaardere gebruiksomstandigheden worden hogere adviesspanningen aangegeven. Vaak staat de bandenspanning ook vermeld in het tankklepje of in de deurstijl van het portier. Je controleert maandelijks de bandenspanning bij koude banden. Dit betekent dat je na een rit vanaf circa drie kilometer ongeveer 15 minuten wacht totdat de banden zijn afgekoeld. Geen tijd om te wachten? Tel dan 0,3 bar bij de adviesspanning op. Meer informatie over de juiste bandenspanning vind je hier: Milieu centraal - Hou je autobanden op spanning Sporing De sporing is het verschil in afstand tussen de voor- en achterkant van de twee wielen van eenzelfde as. Het voertuig wordt bekeken van bovenaf. Toespoor of uitspoor beïnvloeden de wegligging van de wagen in de bochten. Toespoor betekent dat de voorkanten van de banden dichter bij elkaar liggen. Toespoor veroorzaakt onderstuur in de bochten. Teveel toespoor veroorzaakt snellere slijtage, te beginnen aan de buitenzijde. Toespoor Uitspoor Uitspoor betekent dat de achterkanten van de banden dichter bij elkaar liggen. Uitspoor veroorzaakt overstuur in de bochten en geeft het gevoel dat de wagen de bocht "inglijdt". Als het uitspoor te groot is, begint de band te verslijten aan de binnenzijde. Deze slijtage is typisch. Er ontstaat een rubberopstroping op het loopvlak van de band die je kunt voelen als je hier met de hand overheen strijkt. Afwijkingen of beschadigingen Bij de controle moet ook gelet worden op afwijkingen of beschadigingen. Als er een scheurtje of een spijker in de band zit, dient een bandenspecialist of garage te worden geraadpleegd. Tevens is het belangrijk dat steeds een ventiel- of stofdopje wordt gebruikt: dat zorgt voor de noodzakelijke afdichting en houdt vuil en stof buiten het ventiel. ### Controle buiten de auto (script 1) Controle buiten de auto (script 1) Je autorit begint al voor het instappen. Om zeker te zijn dat je veilig op weg kunt, moet je eerst een aantal controles uitvoeren. Bestuurder Als bestuurder heb je een aantal ‘administratieve verplichtingen’. Zorg om te beginnen dat je je rijbewijs en kentekenbewijs bij je hebt, en dat de kentekenplaten van je auto goed leesbaar en goed bevestigd zijn. Verder moet je zeker weten dat je auto APK-gekeurd is (zie keuringsbewijs). Een verzekeringsbewijs (groene kaart) hoef je in de EU niet verplicht bij je te hebben, maar het is wél verstandig. Auto Je auto moet in een goede conditie zijn; dat is beter voor de veiligheid en het milieu. Daarom moet je de auto goed laten onderhouden, volgens voorschrift van de fabrikant. Verder moet je voor vertrek een aantal controlehandelingen uitvoeren, zoals het controleren van de bandenspanning, de verlichting en de vloeistofniveau`s. Omgeving Een auto die niet veilig is, levert niet alleen gevaar voor jezelf op; ook de weggebruikers om je heen lopen risico’s. Of je veroorzaakt veel hinder als je op een onhandige plaats met pech stil komt te staan. Verder kunnen bijvoorbeeld langdurige startpogingen (als je motor niet wil aanslaan) of een lekke uitlaat voor behoorlijk wat lawaaioverlast zorgen. Zoek de controles ook op in de rijprocedure B (zie Voorbereidings- en controlehandelingen). Aandachtspunten bij controle buiten de auto Onder Kijk onder de auto en controleer op lekkende vloeistoffen, lekke band, voorwerpen en (huis)dieren. Tegen verkeer in Loop tegen het verkeer in tijdens controle en let op ander verkeer. Banden Profieldiepte, beschadigingen, slijtageplekken en bandenspanning. Denk aan ventieldopjes. Carrosserie Controleer glas van de verlichting. Hendel motorkap Vind de hendel van de motorkap op de tast en blijf op verkeer letten. Vloeistoffen Controleer ruitenwisservloeistof, remvloeistof, koppelingsvloeistof en motorolie (vóór controle: motor een paar minuten uitzetten). Niveau tussen minimum en maximum. Motorkap Goed sluiten en vergrendeling controleren. Verlichting Zet verlichting aan en controleer alle verlichting op werking. Remlichten via spiegelend oppervlak. ### Rijklaar maken van de auto (eerste bestuurder) Rijklaar maken van de auto Voordat je de weg op gaat, is het belangrijk dat de auto rijklaar is. Je wilt uiteraard voorkomen dat je onderweg met pech langs de kant komt te staan en er hiermee een onveilige situatie ontstaat voor jou en je medepassagiers of medeweggebruikers. Ook wil je voorkomen dat je onnodige milieuschade veroorzaakt. Bijvoorbeeld doordat de auto olie lekt. Een stilstaande auto langs de weg kan tevens de doorstroming voor ander verkeer hinderen. Hierdoor ontstaan files. Een bestuurder die niet goed is voorbereid op verkeersdeelname neemt sneller verkeerde beslissingen. Dit heeft tot gevolg: Dat er gevaarlijke situaties ontstaan. De veiligheid komt hiermee in gevaar. Dat er hinderlijke situaties ontstaan. Hierdoor kan ander verkeer niet goed doorstromen. Dat er minder milieuverantwoorde situaties ontstaan. Hierdoor wordt het milieu vervuild. Dat er minder sociaal verantwoorde situaties ontstaan. Hierdoor wordt minder rekening gehouden met ander verkeer. Rijklaar maken van de auto Een goede ritvoorbereiding begint bij het rijklaar maken van de auto. Denk hierbij aan de toestand van de volgende onderdelen: Onderhoud: tijdig opsporen van defecten en storingen; Carrosserie: motorkap en kofferruimte goed gesloten; Wielen en banden: profieldiepte, spanning, beschadigingen, velgen; Toestand vloeistofniveau's: koelvloeistof, remvloeistof, ruitenwisservloeistof, koppelingsvloeistof, stuurbekrachtigingsolie, motorolie, brandstof e.d. Controleer regelmatig op lekkages; Verlichting: werken alle lichten en zijn er reservelampen aanwezig; Ruitenwissers: wisserbladen en ruitensproeiers; Controlelampjes; Uitzicht: de ramen zijn schoon. ### Inleiding - Installeren Inleiding - Installeren Voordat je met de auto de weg op gaat zorg je dat de auto, jij en de medepassagier(s) klaar zijn voor de rit. Als je rijinstructie geeft, is er ook nog een tweede bestuurder. Ook deze is klaar voor de rit. In deze les leer je het volgende: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden   Rijklaar maken van de auto (eerste bestuurder) Onderhoudstoestand (preventief onderhoud; als bestuurder opsporen van defecten en storingen). Als bestuurder handelen bij defecten en storingen. Toestand carrosserie (motor- en kofferruimte goed gesloten e.d.). Toestand wielen en banden (soorten banden en hun kenmerken, profieldiepte, spanning, beschadigingen banden en velgen). Toestand van vloeistofniveaus (koelvloeistof, ruitenwisservloeistof, remvloeistof, koppelingsvloeistof, stuurbekrachtigingsolie, motorolie, brandstof e.d.) en controle op lekkages. Toestand verlichting (reservelampen). Toestand ruitenwissers (bladen, ruitensproeiers). Check van controlelampjes. Check van spiegels (afstellen). Uitzicht (ramen schoon). Invloed van het stuurkarakter van de auto. Doel en werking van de koppeling (ontkoppeld en gekoppeld). Voorbereid zijn (eerste bestuurder) Houding in het verkeer (rekening houden met maatschappelijke belangen/belangen andere weggebruikers e.d.). Inzicht in eigen sterke en zwakke punten van de rijvaardigheid (calibratie/statusonderkenning). Zit- en stuurhouding. Gebruik veiligheidsvoorzieningen. Gebruik apparatuur (bijvoorbeeld mobiele telefoon). Goed gezichtsvermogen (bril, nystagmus, tunnelblik). Factoren die waarnemingsvermogen kunnen beïnvloeden. Effecten rijvaardigheid beïnvloedende stoffen (alcohol, drugs, medicijnen). Vermoeidheid, ziekte. Emoties, stress, haast. Rijklaar maken van de auto en voorbereid zijn (tweede bestuurder) Afstelling spiegels (extra binnenspiegel). Controle dubbele bediening. Zithouding op bijrijdersstoel. Voorspellen/ evalueren Bij een auto die niet aan de technische eisen voldoet, is de kans op ongevallen en schade aan het milieu groter dan bij een auto die wel aan de technische eisen voldoet (veiligheid, milieu). Rijklaarcontrole is belangrijk, omdat hiermee wordt voorkomen dat onderweg storingen optreden (veiligheid, doorstroming), onveilige situaties ontstaan (veiligheid) en overmatige milieuschade wordt veroorzaakt (milieu). De juiste keuze van de soort banden, zomer-, winter- of all-weatherband bevordert een veilig weggedrag. Bij een bestuurder die niet goed is voorbereid op de verkeersdeelname, is de kans op verkeerde beslissingen groter. Dat kan leiden tot gevaarlijke (veiligheid), hinderlijke (doorstroming), minder milieuverantwoorde (milieu) en minder sociaal verantwoorde situaties (sociaal gedrag). Bij een onjuiste stuur- en zithouding heeft de bestuurder onvoldoende overzicht, onvoldoende zicht op de instrumenten en onvoldoende controle over de bedieningsmechanismen (veiligheid). Bij een beperkt uitzicht naar voor en naar achter en bij een beperkt gezichtveld worden gemakkelijk zaken over het hoofd gezien, waardoor de kans op te late en niet passende reacties is vergroot. De linkervoet onnodig op het koppelingspedaal houden kan leiden tot slijtage. Onvoldoende bandenprofiel kan leiden tot minder grip, onbestuurbaarheid en langere remweg (veiligheid). Onvoldoende bandenspanning leidt tot verminderde wegligging en snellere slijtage (veiligheid). Mogelijke beslissingen/ handelingskeuzen Al of niet gaan rijden als men als bestuurder onvoldoende voorbereid is. Al of niet uitvoeren van voertuigcontrole. Al of niet gaan rijden bij onvoldoende bandenspanning. Al of niet gaan rijden bij onvoldoende technische staat van de auto. ### Tot slot - Ritvoorbereiding Tot slot - Ritvoorbereiding Je bent aan het einde gekomen van de les 'Ritvoorbereiding'. Als je deze les afsluit, staan er verwerkingsvragen voor je klaar waarbij je kunt oefenen met de geleerde stof. In deze les heb je het volgende geleerd: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Afweging voor- en nadelen gebruik auto: Invloed gemotoriseerd verkeer op leefmilieu. Invloed gemotoriseerd verkeer op veiligheid (oorzaken verkeersongevallen). Vervoerwijzekeuze. Brandstofverbruik (soort brandstof) en uitstoot (afhankelijk van merk/ type, zie energielabel). Actieve en passieve veiligheidsvoorzieningen (autogordels, hoofdsteunen, airbags, ABS, kreukelzones, kooiconstructie e.d.). Hulpapparatuur (navigatiesysteem, cruise control, brandstofbesparende hulpmiddelen e.d.). Ritplanning en routekeuze: Weersomstandigheden Toestand van de wegen Tijdstip van vertrek (binnen/ buiten spits) en verwachte reistijd. Gebruik informatie over weer, gebruik verkeersinformatie (radio, tv, internet). Gebruik routeplanner (internet). Gebruik wegenkaart. Gebruik navigatiesysteem. Wegkenmerken en wegomstandigheden: Risicovolle gebieden. Verkeersintensiteit (filevorming). Wegwerkzaamheden. Weersomstandigheden: Zichtomstandigheden. Toestand wegdek en veiligheid (aquaplaning e.d.). Voorspellen/ evalueren Bij slechte weersomstandigheden is de kans op ongevallen groter (veiligheid). Bij glad wegdek en slechte zichtomstandigheden (dichte mist) moet de rijsnelheid worden aangepast en moet met een langere reistijd rekening worden gehouden (veiligheid). Door een goede voorbereiding van de route voorkomt de bestuurder dat hij tijdens de rit is afgeleid, hierdoor worden gevaarlijke situaties voorkomen (veiligheid). Een goede voorbereiding van de route voorkomt onnodig omrijden, bespaart kilometers en beperkt de milieuoverlast (milieu). De aanwezigheid van speciale veiligheidsvoorzieningen (zoals ABS en airbags) kan leiden tot een onterecht gevoel van veiligheid, waardoor men geneigd is meer risico te nemen (risicocompensatie/ veiligheid). Mogelijke beslissingen/ handelingskeuzen Al dan niet met de auto gaan. Al dan niet gaan rijden bij slechte weersomstandigheden. Al dan niet gaan rijden bij grote verkeersdrukte (files). ### Aandachtspunten bij slechte weersomstandigheden Aandachtspunten bij slechte weersomstandigheden Zorg dat de voeten niet van de pedalen glijden. Maak bij een besneeuwd wegdek bijvoorbeeld voor het instappen je schoenen sneeuwvrij, want sneeuw kan het contact met de pedalen belemmeren. Het zicht kan worden belemmerd door opspattend water dat bij rijden op een nat wegdek ontstaat. Met name wanneer er hard gereden wordt en bij zware voertuigen. Als je inhaalt of zelf ingehaald wordt, moet je hier ernstig rekening mee houden. Let op bij storm en harde wind. Personenauto’s kunnen hier hinder van hebben bij het passeren van vrachtauto’s en bij een plaatselijke onderbreking van de bebouwing en de bebossing. Wees bij sneeuwval en regen alert op slechte of onvoldoende verlichting van met name fietsers. Dynamo’s kunnen onder deze omstandigheden minder goed functioneren. Houd rekening met een verminderde zichtbaarheid van de tekens op het wegdek bij sneeuwval en regen. Anticipeer op een laagje pekel op de voorruit als er gestrooid is in de winter. Zorg ervoor dat de ruitensproeiers goed werken en dat het vloeistofreservoir voldoende vol is en voorzien is van antivries. Het zicht kan extra slecht zijn door de hinderlijke schittering van een laagstaande winterzon in combinatie met een laagje pekel op de ruiten. Aquaplaning Aquaplaning of watergladheid is het verschijnsel dat een dunne waterfilm ontstaat tussen de band van een rijdend voertuig en het wegdek. Hierdoor wordt het voertuig als het ware opgetild en daardoor (tijdelijk) onbestuurbaar. Aquaplaning is te voorkomen door: te rijden met een aangepaste snelheid (snelheid moet omlaag); te zorgen voor banden met voldoende profiel; watermassa (bijvoorbeeld bij spoorvorming) te vermijden. Als aquaplaning optreedt, kun je het beste het gas loslaten en gedoseerd remmen. ### Weersomstandigheden Veiligheid en weersomstandigheden Het weer is van invloed op de verkeersveiligheid. Weersomstandigheden bepalen voor een deel de omstandigheden op de weg en het gedrag van de bestuurder. Het meeste onderzoek naar de relatie tussen het weer en de verkeersveiligheid betreft de situatie tijdens regenval. Maar veel meer weersomstandigheden zijn van invloed, zoals mist, sneeuw en ijzel, laagstaande zon, harde wind en hitte. In hoeverre moet men bij de rit- en routekeuze rekening houden met de verschillende weer-, weg- en zichtomstandigheden? We geven een paar verkeersinzichtelijke aanwijzingen met betrekking tot weersomstandigheden: Neerslag Automobilisten horen hun weggedrag tijdens regenbuien aan te passen. In het algemeen wordt er minder ingehaald en gaat men langzamer en minder dicht op elkaar rijden. Het risico op een ongeval ligt bij regen echter toch hoger dan bij droog weer! Tijdens neerslag hebben verkeersdeelnemers last van beperkt zicht. Bij hevige regen- en sneeuwval kan het zicht teruglopen tot ongeveer 50 meter. Ook sproeiwater en opspattend water, van met name het vrachtverkeer, kan het zicht sterk verminderen. Beslagen ruiten, veroorzaakt door de hoge luchtvochtigheid tijdens regen, hinderen het zicht ook. Daarnaast kan ‘s nachts verblinding optreden als het licht uit de koplampen van tegenliggers weerkaatst wordt door water op het wegdek. Periode van droogte Wanneer het lange tijd droog is geweest, kan bij zachte regen ‘viskeuze aquaplaning’ ontstaan. Olieresten en stofdeeltjes samen met water zorgen voor een dunne vloeibare film op het wegdek. Wanneer het harder gaat regenen, neemt de kans op aquaplaning weer af, doordat het wegdek wordt schoongespoeld. Mist Mist bestaat uit waterdruppels die zo klein en licht zijn, dat ze blijven zweven. Licht wordt door die mistdruppels verstrooid en dit leidt tot vermindering van het zichtveld. Bij mist gaan mensen over het algemeen wat langzamer rijden, maar tegelijkertijd gaan zij dichter op hun voorligger rijden. In combinatie met het verminderde zichtveld vergroot die nabijheid de kans op ongevallen. Laagstaande zon De op- en ondergaande zon kan het zicht van verkeersdeelnemers op het overige verkeer sterk verminderen. De zon verblindt het meest als hij laag aan de horizon staat. Automobilisten kunnen dan nog wel door de voorruit kijken, maar niet duidelijk meer zien. Ook indirect zonlicht dat wordt weerkaatst, kan voor problemen zorgen. Door zonlicht zal vuil op de ruit duidelijker zichtbaar worden en daardoor het zicht hinderen. Wind Door windstoten kunnen hoge voertuigen, zoals bussen, bestelauto’s, campers, caravans en vrachtauto’s, uit koers raken en in extreme gevallen zelfs kantelen. Met name op bruggen en viaducten kan dit gebeuren. Langzaam verkeer en motorfietsers kunnen hinder ondervinden van harde windstoten en daardoor ook hinder opleveren voor het overige verkeer. IJsvorming Bij wegdek met een open structuur, zoals ZOAB (Zeer Open Asfalt Beton) zullen natte weggedeelten eerder bevriezen dan bij wegdek met een dichte structuur. Bij ijzel vormt zich zo snel een laagje ijs op het ZOAB-wegdek, waardoor het zijn wrijving verliest. Ook pas aangelegde wegen hebben meer kans op gladheid door de zwarte bitumenlaag. Die laag heeft een lagere temperatuur. Als hij nat wordt is hij daarom gevoeliger voor bevriezing. Na verloop van tijd zal door slijtage van de bovenlaag die gladheid verminderen. Het risico op een ongeval is bij regen ongeveer twee keer zo groot als bij normaal weer. Hoewel het risico tijdens mist, sneeuw en hevige windstoten waarschijnlijk nog groter is, gebeuren er in Nederland ongeveer vier keer zo veel ongevallen tijdens regen, simpelweg omdat regen veel vaker voorkomt. De laatste jaren zijn wegen en voertuigen zodanig verbeterd, dat men zou verwachten dat het risico tijdens slecht weer kleiner zou zijn geworden. Wat kan meespelen is echter de zogenaamde risicocompensatie; automobilisten kunnen verbeteringen aan voertuigen en infrastructuur compenseren door hun snelheid minder aan slechte weersomstandigheden aan te passen. Met andere woorden: zij vertrouwen teveel op de techniek en gaan onverantwoorde risico’s nemen. Bron: SWOV, factsheet 'De invloed van het weer op de verkeersveiligheid' ### Verkeerscongestie Verkeerscongestie Verkeerscongestie Verkeerscongestie is een verstopping in het verkeersnetwerk, veroorzaakt door een (tijdelijke) verkeersvraag die groter is dan het aanbod van de verkeersinfrastructuur. Populair gezegd: 'stagnerend verkeer'. Toeritdosering is een hulpmiddel om congestie te verminderen. Drie soorten stagnerend verkeer: Langzaam rijdend verkeer dat over tenminste 25 kilometer nergens sneller rijdt dan 50 km/uur, doorgaans wel sneller dan 25 km/uur. Langzaam rijdend tot stilstaand verkeer: langzaam rijdend verkeer over vaak grotere lengte met hierin op sommige stukken stilstaand verkeer. Stilstaand verkeer: verkeer dat over ten minste 25 kilometer vrijwel overal minder dan 25 km/uur rijdt, file dus. Een file is "een rij langzaam rijdend of stilstaande voertuigen" Een veelvoorkomend verschijnsel is de zogenaamde "Harmonicafile". Hiermee wordt een situatie over een langere afstand bedoeld waarin stilstaan en langzaam rijden wordt afgewisseld met vrij rijdend verkeer. Deze files worden ook wel spookfiles genoemd. Een harmonicafile of spookfile ontstaat doordat bestuurders het gas moeten loslaten en dus langzamer gaan rijden vanwege een grote toestroom op de toerit. Bijvoorbeeld door het op groen springen van verkeerslichten op de aansluiting voor verkeer dat de autosnelweg op wil. Door het invoegen ontstaat daar een snelheidsverlaging en door het harmonica-effect moet verkeer vóór de invoeging telkens iets harder remmen en daarna noodgedwongen nog iets harder. De voertuigen daarna nog weer harder en uiteindelijk staat het verkeer stil. Het verkeer bij de toerit rijdt alweer terwijl stroomopwaarts mensen nog steeds moeten (bij)remmen. Zo'n file golft als het ware stroomopwaarts en heeft geen duidelijke kop of staart. Als even later opnieuw voertuigen willen invoegen bij de toerit ontstaat opnieuw filevorming en een nieuwe filegolf. Als het invoegende verkeer gelijkmatiger wordt toegelaten door bijvoorbeeld een toeritdosering, is de oorzaak weggenomen en zal een dergelijke file veel minder frequent optreden. Een andere oplossing is het aangeven van snelheidsbeperkingen middels signaleringsborden. Hierdoor ontstaat er één zo gelijkmatig mogelijke snelheid en ook dit bevordert de doorstroming. ### Wegkenmerken en wegomstandigheden Autodichtheid Autodichtheid: hoger in de stad In de meest stedelijke buurten wonen veel huishoudens dicht bij elkaar en is de autodichtheid het hoogst. Op het platteland is het aantal personenauto’s per vierkante kilometer lager dan in de stad. Door de geringere bevolkingsdichtheid komt daar het aantal personenauto’s per oppervlakte-eenheid veel lager uit. Er zijn ook buurten met nauwelijks personenauto’s. Personenauto’s per huishouden: hoger op het platteland Op het platteland zijn er gemiddeld meer personenauto’s per huishouden dan in de stad. Op het platteland zijn de voorzieningen vaak verder weg dan in de stad. Het openbaar vervoer is er vaak verder weg en rijdt er minder frequent dan in de stad. Op het platteland zullen de mensen dus eerder aangewezen zijn op eigen vervoer. Deze statistische gegevens zijn ook zeker van belang voor de rijschool als commercieel instituut. Capaciteit van de weg  De hoeveelheid verkeer die een weg kan verwerken is niet onbegrensd. De capaciteit geeft de maximale hoeveelheid verkeer aan die per tijdseenheid een bepaald punt kan passeren of door een bepaald wegvak kan worden verwerkt. De wegcapaciteit is niet overal gelijk en bij slechte weersomstandigheden is deze lager dan bij mooi weer. Ook de samenstelling van het verkeer is van belang. Als het verkeer alleen uit personenauto’s bestaat is de capaciteit anders dan bij gemengd verkeer. Is de capaciteit van de wegen vóór of na het meetpunt lager, dan is dat ook van invloed op de capaciteit van het te meten wegvak. Versmallingen zoals bij bruggen, viaducten en tunnels kunnen de capaciteit op een in de buurt gelegen meetpunt ook verlagen. Door obstakelvrees daalt bijvoorbeeld de snelheid en men zal uitwijken of minder snel durven inhalen enzovoorts. Ook aansluitende wegvakken, zoals opritten, zijn van invloed. De capaciteit is het hoogst als de weersomstandigheden gunstig zijn en het om één soort voertuigen met dezelfde snelheid gaat. Ook moet het aantal verstoringen zo klein mogelijk zijn. Verkeersintensiteit Bij de verkeersintensiteit (verkeersdrukte) gaat het om het aantal voertuigen dat per tijdseenheid gebruik maakt van de weg of het wegvak. Voordat een weg wordt aangelegd, onderzoekt men de verwachte verkeersintensiteit. Daarbij gaat het niet alleen om het aantal, maar ook om het soort voertuigen. Honderd vrachtauto's is heel iets anders dan honderd fietsen. Daarom wordt bij het vaststellen van de verwachte verkeersintensiteit aan elk soort voertuig een bepaalde 'waarde' toegekend.  De waarde van een vrachtauto met aanhangwagen is twintig maal hoger dan die van een fiets of bromfiets. De verkeersintensiteit wordt dagelijks vastgesteld door middel van meetpunten. Die meetpunten bevinden zich vooral op autosnelwegen en andere belangrijke drukke wegen. Ze zijn te herkennen aan detectielussen in het wegdek en een kastje in de berm. Knelpunten in het wegennet In een aantal gevallen is de verkeersintensiteit tijdelijk (spits) zo hoog dat de wegcapaciteit op dat moment onvoldoende is. De weg kan de voertuigen niet snel genoeg verwerken. Een hoge verkeersintensiteit in combinatie met een lage capaciteit van een weg levert filevorming op. Dat er knelpunten zijn in het Nederlandse wegennet is vrijwel dagelijks te merken. Op 22 januari 2019 veroorzaakte sneeuw de langste file ooit. Aan het einde van de middag, stond er ruim 2287 kilometer file op de Nederlandse wegen.   De volgende opsomming geeft aan waardoor files worden veroorzaakt: 15% door wegwerkzaamheden; 20% door verkeersongevallen; 55% door de ochtend- en avondspits; 10% door overige oorzaken (weersomstandigheden, evenementen, tentoonstellingen e.d.). Knelpunten in het wegennet zijn situaties waar de capaciteit wordt verlaagd, zoals versmallingen bij bruggen, viaducten en tunnels. Ook knooppunten en aansluitingen, zoals opritten, kunnen knelpunten zijn. In de file top-20 komen we deze plaatsen dan ook herhaaldelijk tegen. Files komen het meeste voor bij knooppunten, bruggen en tunnels.     ### Ritvoorbereiding Ritvoorbereiding Een goede voorbereiding voordat je de weg op gaat voorkomt dat je onnodig omrijdt. Je bespaart kilometers en beperkt hiermee ook de milieuvervuiling. Het is dus zinvol om van tevoren een goede route uit te zoeken. Wanneer je goed voorbereid de weg op gaat, is de kans op afleiding ook kleiner. Je hoeft immers niet meer naar de route te zoeken. Global Positioning System (GPS) Het GPS geeft informatie over de positie door met behulp van satellieten (Navstar). GPS maakt het mogelijk om vrijwel overal te kunnen navigeren. Lees hier meer over satellietnavigatie als je er in bent geïnteresseerd: Wiki satellietnavigatie. Het aantal toepassingen van GPS is sinds de ingebruikname enorm toegenomen. Aanvankelijk waren de gebruikers vooral in de militaire hoek en de scheepvaart te vinden. Hoewel het aantal gebruikers ook daar is toegenomen, valt dit in het niet bij het aantal personenauto's en mobiele telefoons dat met gps is uitgerust. Dit technologisch hoogontwikkelde hulpmiddel is standaard geïntegreerd in smartphones. De wegenkaart De "ouderwetse" wegenkaart is nog steeds een must om "aan boord te hebben". De ANWB wordt geregeld gebeld door paniekerige vakantiegangers. Hun GPS is uitgevallen in het buitenland en ze hebben geen idee meer waar ze zich bevinden. Een kaart kan in die gevallen uitkomst bieden. Dit geldt natuurlijk ook voor het reizen in Nederland. Zorg ervoor dat je goede autokaarten achter de hand hebt voor als de techniek het af laat weten, zeker voor reizen in onbekende streken of landen. De routeplanners op het internet Als je een route wilt plannen zijn hiervoor verschillende programma's beschikbaar op het internet. We geven een aantal voorbeelden. Klik op de links en bekijk de programma's. Routeplanner Google maps Werk aan de weg ### Ritplanning en routekeuze Tijdstip van vertrek en reistijd Voordat je de weg op gaat, is het verstandig om te checken of er ergens file staat en welk weer er wordt verwacht. Weer Het weer heeft invloed op de toestand van de weg. Zo kan het bij ijzel, sneeuw of heftige regenval bijvoorbeeld glad zijn. Voordat je vertrekt, luister je naar het weerbericht of bekijk je bijvoorbeeld op buienradar wat de weersverwachting is. Is er sneeuw op komst? Dan kun je beter je rit uitstellen of zorgen dat je voor de sneeuwbui op plek van bestemming bent. Tijdstip Het tijdstip van vertrek kan invloed hebben op je reistijd. In de ochtend- en avondspits is er een veel groter verkeersaanbod. De kans dat je te maken krijgt met een file is dan groot. Plaatsen waar files zich gemakkelijk ontwikkelen zijn: Op- en afritten van de autosnelwegen. Rond knooppunten. Bij tunnels. Er worden drie soorten stagnerend verkeer onderscheiden: Langzaam rijdend verkeer. Langzaam rijdend en stilstaand verkeer. Stilstaand verkeer. Dynamische Route Informatie Panelen (DRIP) Een DRIP is een informatiesysteem, waarmee route-informatie gegeven wordt aan de bestuurders op die weg. Het doel van zo’n DRIP is om op een bepaald moment de verdeling van de verkeersstroom te  over de ringwegen en overige auto(snel)wegen zo goed mogelijk te laten verlopen, om de kans op verkeerscongestie te verkleinen. We onderscheiden: De standaard DRIP: tekstuele informatie in maximaal drie regels. De grafische DRIP: hierop staat een route afgebeeld, met in rood aangegeven knelpunten, zoals files. ### Veiligheidsvoorzieningen Veiligheidsvoorzieningen Veiligheidsvoorzieningen In personenauto’s kunnen allerlei voorzieningen worden ingebouwd die de veiligheid van het voertuig vergroten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen "actieve en passieve" veiligheidsvoorzieningen. De actieve veiligheidsvoorzieningen zijn gericht op het voorkomen van een ongeval. Passieve veiligheden zijn er op gericht om, indien men bij een ongeval betrokken raakt, de inzittenden zo veel mogelijk te beschermen. Actieve veiligheidsvoorzieningen ABS; Zelfcorrigerende stuurrichting; ESP; TCS; Rembekrachtiging en stuurbekrachtiging; Automatische versnelling; Bediening onder handbereik; Ruitverwarming; Kindersloten op de portieren; Goede verlichting; Anatomisch gevormde stoel. Passieve veiligheidsvoorzieningen Kreukelzone; Bumpers; Stalen balken in de deuren; Kooiconstructie; Inzinkbaar stuur; Hoofdsteunen; Autogordels en gordelspanners; Airbag; Plaats van de brandstoftank; Wegklapbare pedalen; Kinderbeveiligingssystemen (baby- en kinderzitjes). ESP, ABS en TCS ESP (electronic stability program), ABS (antiblokkeersysteem) en TCS (traction control system) zijn systemen die de bestuurder ondersteunen zodra deze dreigt te gaan slippen, plotseling moet uitwijken of heel hard moet remmen. ESP controleert met behulp van een microprocessor de signalen van de ESP-sensoren en vergelijkt 25 keer per seconde of de wensen van de bestuurder en de richting waarin het voertuig zich beweegt, overeenkomen. Als het voertuig zich in een andere richting beweegt dan de stuurrichting aangeeft, reageert ESP onmiddellijk. ESP gaat dan doelgericht de afzonderlijke wielen afremmen waardoor het voertuig gestabiliseerd wordt en in de juiste richting gestuurd wordt. ABS voorkomt dat de wielen blokkeren bij het remmen, waardoor het voertuig onbestuurbaar zou worden. TCS voorkomt dat de wielen doordraaien (wielspin) tijdens het accelereren waardoor het contact met de weg verloren zou gaan. ### Brandstofverbruik Brandstofverbruik Brandstofverbruik Het verbruik van voertuigen kan op verschillende manieren uitgedrukt worden. In de omgangstaal wordt het meestal uitgedrukt als het aantal afgelegde kilometers per liter brandstof en als het omgekeerde hiervan genoteerd. Zo wordt een verbruik van 1 liter per 15 kilometer uitgesproken als "één op vijftien" en zo geschreven "1:15". Een andere manier, die dikwijls gebruikt wordt in en door boordcomputers, is het aantal liters brandstof per 100 kilometer (liters/100 km). Energielabel Het energielabel geeft aan hoe zuinig een personenauto is ten opzichte van andere personenauto's die ongeveer even groot zijn. Maar maakt dat echt uit? Jazeker! De tabel laat het zien: een personenauto met energielabel G slurpt minstens dertig procent meer brandstof dan een gemiddelde personenauto van dezelfde klasse. Binnen een bepaalde prijs- of gewichtsklasse zijn er aanzienlijke verschillen in brandstofverbruik door verschillen in stroomlijning en in toegepaste motortechniek. Op het energielabel, dat sinds 2001 bij iedere nieuwe personenauto zit, staat het brandstofverbruik in vergelijking tot het verbruik van personenauto's uit dezelfde klasse. Het energielabel drukt het verbruik uit in een letter A tot en met G. Per personenautoklasse geldt: een A-label personenauto is het meest zuinig, een G-label personenauto het minst. Het is zeker niet zo dat bijvoorbeeld een D-label personenauto altijd minder zuinig is dan een C-label personenauto: bij het bepalen van het energielabel wordt er bijvoorbeeld ook gekeken naar de lengte van de personenauto. Milieubewust rijden Lees de tips van milieubewust rijden die je veel besparing kunnen opleveren: 15 tips voor een zuinige rijstijl ### Vervoerswijzekeuze Vervoerswijzekeuze Mobiliteit De mobiliteit en de behoefte aan verplaatsingsgemak nemen door een aantal oorzaken toe. Niet alle ontwikkelingen zijn gunstig, want het autogebruik groeit sneller dan het wegennet waardoor we te maken krijgen met verkeersopstoppingen. Ook lopen we meer kans op verkeersongelukken. De toename van het aantal verplaatsingen houdt helaas ook gelijke tred met de toename van het brandstofverbruik, en dat geeft weer een hogere milieubelasting. Keuze vervoersmiddel Voordat mensen daadwerkelijk ergens naar toe gaan, moeten zij een aantal beslissingen nemen: kiezen met welk vervoermiddel zij zullen gaan; kiezen welke route ze willen volgen; het tijdstip van vertrek vaststellen. De keuze van het vervoersmiddel hangt af van wat het voordeel is van deze keuze. Uit een opsomming van de persoonlijke kosten en baten, blijken zekerheid, betrouwbaarheid en tijd- en geldwinst belangrijke argumenten te zijn bij die keuze. Hiervan scoren reistijd en betrouwbaarheid het hoogst. Voor de voor- en nadelen lees je hier meer: auto versus openbaar vervoer Modal split of "op welke manieren verplaatsen we ons" Modal split is de vakterm die de verdeling aangeeft van de verplaatsingen verdeeld over de verschillende vervoerswijzen. De modal split wordt in de meeste gevallen op twee verschillende manieren berekend: de modal split naar aantal verplaatsingen, en modal split naar voertuigkilometers. Wijzigingen in modal split, bijvoorbeeld meer mensen gaan fietsen, noemen we 'modal shift'. Hier kan de overheid proberen beleid op te maken. Het overzicht geeft aan voor welke vervoerswijze gemiddeld gekozen wordt. Je kunt zien hoe groot het percentage reizigerskilometers voor de verschillende manieren van vervoer is. Hiernaast zie je een voorbeeld van 'modal split' aan de hand van cijfers uit 2015. De cijfers zijn nog steeds representatief. Gewoontes veranderen niet zo maar. Uit het overzicht blijkt dat 72% van de reizigerskilometers gemaakt worden met de personenauto, als bestuurder of als passagier. Samenvatting De mobiliteit neemt toe. Mensen leggen in steeds kortere tijd grotere afstanden af. Het personenautogebruik groeit sneller dan het wegennet. De keuze van het vervoermiddel is afhankelijk van de beleving en waardering van sociale, maatschappelijke en persoonlijke kosten en baten. De belangrijkste argumenten zijn reistijd en betrouwbaarheid en de keuze van de vervoerswijze blijkt vaak gewoontevorming te zijn. Bij de ritvoorbereiding worden drie beslissingen genomen. Van de reizigerskilometers komt 70% voor rekening van bestuurders of passagier van een personenauto. Alleen al op de autosnelwegen ontstaan er op jaarbasis 30.000 files. Het gebruik van sluiproutes wordt door reistijd beïnvloedende maatregelen ontmoedigd of onmogelijk gemaakt en het stimuleren van flexibele werkroosters zou een gunstig effect kunnen hebben op de verkeersopstoppingen. ### Veiligheid Veiligheid Verkeersongevallen Verkeersongevallen ontstaan door menselijke fouten, mankementen aan voertuigen, fouten in het wegontwerp of door omgevingsfactoren. Vaak is het een combinatie van de verschillende factoren. In ongeveer 92% van de gevallen speelt de mens als veroorzaker de hoofdrol. Om het aantal verkeersongevallen terug te brengen, zal vooral het gedrag van de verkeersdeelnemers moeten veranderen. In ongeveer 5% van de gevallen ligt de oorzaak bij de weg en de wegomgeving. In slechts 3% van de ongevallen is een mankement aan het voertuig de oorzaak. Kans op een ongeval De kans op een ongeval hangt af van hoe vaak iemand reist. Mensen die veel reizen hebben meer kans om een keer betrokken te raken bij een ongeval. Daarnaast hangt de kans op een ongeval af van: Leeftijd: beginnende bestuurders hebben een hoger risico om betrokken te raken bij een ongeluk. Ook oudere bestuurders (75+) hebben vaker een ongeval. Vervoerswijze: Er zijn veilige en minder veilige voertuigen. Een fietser of voetganger is kwetsbaarder in het verkeer dan een automobilist. Wegtype: Er zijn veilige en minder veilige wegen. Op kruispunten is bijvoorbeeld de kans op een ongeval groter. Een verkeersplaats waar veel ongelukken gebeuren wordt ook wel een 'Black spot' genoemd. In de factsheets van SWOV vind je alles over verkeersveiligheid Nederland: Ernstig verkeersgewonden in Nederland  Verkeersdoden in Nederland ### Afweging voor- en nadelen gebruik auto Auto en (leef-)milieu Dagelijks gebruiken wij de personenauto. Even een ritje naar de supermarkt of even bij vrienden op bezoek. Vaak staan we niet stil bij de gevolgen van een auto op het milieu en de omgeving. Veiligheid Personenauto's in het verkeer hebben invloed op de veiligheid. Een ongeluk met een personenauto en een fietser heeft vaak meer letsel tot gevolg dan een botsing tussen twee fietsers. Wees je ervan bewust dat jij als automobilist verantwoordelijkheid hebt voor de veiligheid van de verkeersdeelnemers om je heen. Houd je daarom altijd aan de geldende verkeersregels. Vervuiling De productie van een personenauto kost veel energie en grondstoffen. Tijdens het rijden met een auto komt er fijnstof in de lucht. Fijnstof bestaat uit kleine deeltjes die in de lucht zweven. Die deeltjes zijn slecht voor de gezondheid. Ze kunnen astma-aanvallen, benauwdheid en hoesten veroorzaken. Afhankelijk van het type personenauto dat je hebt, kan deze veel of weinig fijnstof uitstoten. Een oude dieselauto stoot meer fijnstof uit dan een een elektrische personenauto. Een personenauto is daarom altijd voorzien van een energielabel zodat je weet of je in een schone of meer vervuilende personenauto rijdt. Wist je dat 80% van de autoritjes in Nederland onder de 5 kilometer is? Dit soort kleine stukjes kunnen ook gemakkelijk op de fiets worden afgelegd.  Geluidshinder Ruim 90% van de bevolking hoort verkeerslawaai in de directe omgeving en 80% ondervindt daarvan matige tot ernstige hinder. Vanaf 55 decibel kan geluid al schadelijk zijn voor de gezondheid. Ouderen en kinderen hebben extra last van geluidshinder. Rust- en slaappatronen worden door geluidshinder beïnvloed, evenals leerprestaties van kinderen. In de recreatie- en natuurgebieden is steeds meer sprake van geluidsoverlast. Om de natuur te behouden worden door Gedeputeerde Staten stiltegebieden aangewezen. Beleidslijnen en maatregelen moeten verdere geluidsbelasting in die gebieden tegengaan. Onder 'stil' worden geluiden verstaan die tussen de 35 en 40 decibel liggen. Een gebied geldt als 'stil' als de lange perioden met natuurlijke geluiden aanzienlijk langer duren, dan de perioden met niet-natuurlijke geluiden. ### Inleiding - Ritvoorbereiding Inleiding - Ritvoorbereiding Voordat je in de auto stapt, zorg je voor een goede voorbereiding van de rit. In deze les leer je: Waarnemen Taaksituatie en omstandigheden Afweging voor- en nadelen gebruik auto: Invloed gemotoriseerd verkeer op leefmilieu. Invloed gemotoriseerd verkeer op veiligheid (oorzaken verkeersongevallen). Vervoerwijzekeuze. Brandstofverbruik (soort brandstof) en uitstoot (afhankelijk van merk/ type, zie energielabel). Actieve en passieve veiligheidsvoorzieningen (autogordels, hoofdsteunen, airbags, ABS, kreukelzones, kooiconstructie e.d.). Hulpapparatuur (navigatiesysteem, cruise control, brandstofbesparende hulpmiddelen e.d.). Ritplanning en routekeuze: Weersomstandigheden Toestand van de wegen Tijdstip van vertrek (binnen/ buiten spits) en verwachte reistijd. Gebruik informatie over weer, gebruik verkeersinformatie (radio, tv, internet). Gebruik routeplanner (internet). Gebruik wegenkaart. Gebruik navigatiesysteem. Wegkenmerken en wegomstandigheden: Risicovolle gebieden. Verkeersintensiteit (filevorming). Wegwerkzaamheden. Weersomstandigheden: Zichtomstandigheden. Toestand wegdek en veiligheid (aquaplaning e.d.). Voorspellen/ evalueren Bij slechte weersomstandigheden is de kans op ongevallen groter (veiligheid). Bij glad wegdek en slechte zichtomstandigheden (dichte mist) moet de rijsnelheid worden aangepast en moet met een langere reistijd rekening worden gehouden (veiligheid). Door een goede voorbereiding van de route voorkomt de bestuurder dat hij tijdens de rit is afgeleid, hierdoor worden gevaarlijke situaties voorkomen (veiligheid). Een goede voorbereiding van de route voorkomt onnodig omrijden, bespaart kilometers en beperkt de milieuoverlast (milieu). De aanwezigheid van speciale veiligheidsvoorzieningen (zoals ABS en airbags) kan leiden tot een onterecht gevoel van veiligheid, waardoor men geneigd is meer risico te nemen (risicocompensatie/ veiligheid). Mogelijke beslissingen/ handelingskeuzen Al dan niet met de auto gaan. Al dan niet gaan rijden bij slechte weersomstandigheden. Al dan niet gaan rijden bij grote verkeersdrukte (files). ### Rijprocedure B In de rijprocedure B wordt het 'meest wenselijke rijgedrag' beschreven. In de rijprocedure B staat omschreven wat een kandidaat moet doen om te kunnen slagen voor het rij-examen. De inhoud van de rijprocedure B is gebaseerd op: Verkeerswetgeving (WVW, RVV, Reglement voertuigen). De geldende exameneisen. Het leerdoelendocument voor het Rijbewijs B. Als toekomstig instructeur moet je daarom goed weten wat er in de rijprocedure staat. De rijprocedure B is in de eerste plaats bestemd voor instructeurs en examinatoren en is tot stand gekomen in samenwerking tussen meerdere brancheorganisaties waaronder de Bovag, het CBR, OTCRij (Ministerie van Defensie) en de Politieacademie. In deze opleiding wordt regelmatig naar een hoofdstuk uit de rijpocedure verwezen. Bestudeer deze hoofdstukken goed. In het examen gaan een groot aantal vragen over rijprocedure B. Wanneer een examenvraag over de rijprocedure B gaat, wordt dit altijd in de examenvraag genoemd. Op deze pagina vind je een PDF met de hele rijprocedure B. Voor diegenen die deze opleiding op afstand volgen; er is een gedrukt exemplaar naar jou toegestuurd. Voor diegenen die een klassikale opleiding volgen; je ontvangt een gedrukt exemplaar van deze rijprocedure op de eerste contactdag. ### Tot slot RVV 3 Tot slot In deze les zijn de artikelen 19 t/m 27 en artikel 85 van het RVV behandeld. In het RVV staan alle verkeersregels die gelden op de Nederlandse wegen. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk II en RVV hoofdstuk V Hoofdstuk II - Verkeersregels §8. Maximumsnelheid Artikel 19 t/m 22 §9. Stilstaan Artikel 23 §10. Parkeren Artikel 24 t/m 26 §11. Plaatsen van fietsen en bromfietsen Artikel 27 Hoofdstuk V - Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten §1. Uitzonderingen voor gehandicapten Artikel 85 §2. Buiten Nederland afgegeven gehandicaptenparkeerkaarten Artikel 86 ### Uitzondering gehandicapten Uitzondering gehandicapten Artikel 85 RVV en artikel 86 RVV, Uitzonderingen voor gehandicapten Bestuurders van een motorvoertuig op meer dan 2 wielen mogen: In een parkeerschijfzone overal en onbeperkt, zonder tijdlimiet, parkeren met een geldige gehandicaptenparkeerkaart. Maximaal 3 uur parkeren met een geldige gehandicaptenparkeerkaart en een parkeerschijf: langs een gele onderbroken streep; in een erf buiten de vakken; bij verkeersbord E1 (parkeerverbod). Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig mogen: In een parkeerschijfzone overal en onbeperkt, zonder tijdlimiet, parkeren. Maximaal 3 uur parkeren: langs een gele onderbroken streep; bij verkeersbord E1 (parkeerverbod). In de hierboven genoemde gevallen hoeft de bestuurder van het gehandicaptenvoertuig géén parkeerschijf of gehandicaptenparkeerkaart te plaatsen (artikel 85 RVV lid 4). ### Parkeren Parkeren Artikel 25 RVV, De parkeerschijfzone Men mag op twee plaatsen parkeren, te weten: Op de schijf moet het tijdstip van het begin van het parkeren worden aangegeven. Dit mag afgerond worden naar het eerstvolgende hele of halve uur. Als op een onderbord de dagen of uren zijn vermeld, geldt de verplichting voor bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen om een parkeerschijf duidelijk zichtbaar neer te leggen als zij bij een blauwe streep geparkeerd staan en uitsluitend gedurende de aangegeven dagen of uren. De schijf moet duidelijk zichtbaar en met de getallen aan de zichtbare zijde achter de voorruit worden geplaatst. Het tijdstip dient met de hand te worden ingesteld. Het gebruik van een geautomatiseerd mechanisme waardoor de tijd ‘doordraait’ is verboden. Artikel 26 RVV, Parkeren voor gehandicapten Een gehandicaptenparkeerplaats wordt aangegeven met het verkeersbord E6 uit bijlage 1 van het RVV. Op een dergelijke parkeerplaats mag geparkeerd worden door de volgende voertuigen: elk gehandicaptenvoertuig waarbij het gebruik van een gehandicaptenparkeerkaart niet nodig is; elk motorvoertuig op meer dan twee wielen waarbij het motorvoertuig wel dient te zijn voorzien van de gehandicaptenparkeerkaart. Het komt ook voor dat middels een onderbord de parkeerplaats gereserveerd is voor een bepaald voertuig. In dit geval mag uitsluitend dat betreffende voertuig op die plaats geparkeerd worden. Als een gehandicaptenparkeerplaats ook is voorzien van een tijdslimiet, dient het motorvoertuig niet alleen te zijn voorzien van een gehandicaptenparkeerkaart maar ook van een parkeerschijf waarbij aan dezelfde voorwaarden wordt voldaan als die genoemd zijn in de toelichting bij het onderwerp ‘parkeerschijfzone’. Artikel 27 RVV, Plaatsen van (brom)fietsen Onder het plaatsen wordt niet alleen maar verstaan het langdurig achterlaten van een (brom)fiets op het trottoir, het voetpad, in de berm of op een andere daarvoor aangewezen plaats. Onder plaatsen valt ook: Een (brom)fiets even verlaten om vlug een boodschap te doen. Op de (brom)fiets blijven wachten op je passagier. Naast een doorgetrokken gele streep mag je niet stilstaan en niet parkeren. Het 'plaatsen' hoort in principe op daarvoor bestemde plaatsen zoals: trottoir, voetpad, berm of hiervoor aangewezen plaats. Buiten de algemene parkeer- en stilstaanverboden geldt voor de (brom)fiets een parkeerverbod bij verkeersbord E3. Artikel 46 RVV, Parkeren binnen erven Bestuurders van motorvoertuigen mogen hun voertuig binnen een erf niet buiten de daartoe aangewezen plaatsen parkeren. Deze plaatsen, die door markering van tenminste de hoeken moeten zijn aangegeven, kunnen zijn: parkeerplaatsen aangeduid door verkeersbord E4, en parkeervakken waarin de letter 'P' is aangebracht. Een erf kan tevens als parkeerschijfzone worden aangeduid. Een parkeerschijfzone is reeds besproken in artikel 25 RVV. ### Stilstaan of parkeren Stilstaan of parkeren Artikel 23 RVV (Stilstaan) / Artikel 24 RVV (Parkeren) Er wordt door de wetgever een duidelijk onderscheid gemaakt tussen stilhouden, stilstaan en parkeren. Dit onderscheid moet je goed kennen. Op plaatsen waar een verbod tot stil laten staan geldt, is er ook een verbod tot parkeren.  Daarnaast zijn er nog enkele plaatsen, waar parkeren is verboden.  Tot stilstand brengen van een voertuig Gedwongen  (door wetgever) Stilhouden of stoppen       Vrijwillig  (eigen keuze)   Stilstaan  Artikel 23 RVV Onmiddellijk laten in- of uitstappen van passagiers Onmiddellijk laden of lossen van goederen   Parkeren Artikel 24 RVV Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk in laden of lossen van goederen  Verboden stil laten staan of parkeren         Stil laten staan  Op een kruispunt of een overweg; Op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook; Op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan; In een tunnel; Bij een verkeersbord bushalte (L3) ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het verkeersbord. Uitzondering is voor het onmiddellijk in-/uitstappen van een passagier, dit is namelijk wél toegestaan; Op de rijbaan langs een busstrook; Langs een gele doorgetrokken streep. Parkeren Bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan; Voor een inrit of een uitrit; Buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; Langs een gele onderbroken streep; Op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; Op een parkeerplaats voor vergunninghouders. Onderstaande foto's geven een aantal overtredingen van verboden tot stilstaan en parkeren aan. Let op!!! Bij de bushalte naar de weg vragen mag NIET vanwege het feit dat er dan sprake is van parkeren, maar u mag er wel stil gaan staan om onmiddellijk (een) passagier(s) te laten in- of uitstappen. ### Maximumsnelheid Maximumsnelheid Artikel 19 RVV, Tijdig tot stilstand brengen van het voertuig  De bestuurder dient zijn voertuig tot stilstand te kunnen brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en deze vrij is. In dit artikel wordt uitsluitend gesproken over bestuurders van voertuigen. Deze verplichting geldt dus niet voor alle bestuurders. Een voorbeeld van een bestuurder voor wie de verplichting niet geldt is een ruiter, een paard is immers geen voertuig. Er wordt gesproken over 'vrij én te overzien'. Een bestuurder van een vrachtauto zou, doordat hij hoog zit, de weg prima verder kunnen overzien ook als deze weg niet vrij is. Daarom specificeert het artikel dat aan beide voorwaarden moet worden voldaan. Maximum snelheden Lees de volgende artikelen door: artikel 20 RVV, artikel 21 RVV, artikel 22 RVV, artikel 22a RVV en artikel 45 RVV. *   Het is niet toegestaan om met dit voertuig hier te komen. ** Afhankelijk van het soort voertuig 40 km/u of 25 km/u. Snelheid Een brommobiel mag maximaal 45 km/u rijden zowel binnen als buiten de bebouwde kom. De maximumsnelheid bedraagt 25 km/u voor landbouw- en bosbouwtrekkers(LBT), voor motorrijtuigen met beperkte snelheid (MMBS)en voor mobiele machines, met een maximum constructiesnelheid van 25 km/u. Als de maximum constructiesnelheid meer dan 25 km/u bedraagt geldt de maximum snelheid van 40 km/u: buiten de bebouwde kom binnen de bebouwde kom op wegen: die zijn voorzien van een vrijliggend fietspad of fiets/bromfietspad; die zijn gesloten voor fietsers; en waar een maximumsnelheid geldt van 70 km/u. Een zogenaamde T100-bus mag op een auto(snel)weg maximaal 100 km/u rijden. Binnen de bebouwde kom mag een bromfiets 30 km/u rijden op het fiets-/bromfietspad. Een gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig mag binnen de de bebouwde kom met 30 km/u rijden op het fietspad of het fiets-/bromfietspad. Op de rijbaan geldt voor beiden een  maximumsnelheid van  45 km/u. Buiten de bebouwde kom geldt dat een bromfiets op het fiets-/bromfietspad en een gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig op het fietspad of het fiets-/bromfietspad maximaal 40 km/u mogen rijden. De snelheid op de rijbaan is ook hier op 45 km/u gesteld. Een gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig mag op het trottoir of het voetpad maximaal 6 km/u rijden. Dit geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Campers (kampeerwagens) die een toegestane maximum massa hebben van meer dan 3.500 kg mogen buiten de bebouwde kom maximaal 80 km/u rijden. Motorvoertuigen, niet zijnde een camper, een vrachtauto, een autobus, een landbouw- of bosbouwtrekker of een motorvoertuig met beperkte snelheid die een aanhangwagen van maximaal 3.500 kg voortbewegen, mogen op auto(snel)wegen maximaal 90 km/u rijden. De begripsomschrijving T100-bus geeft aan dat het zowel Nederlandse als buitenlandse autobussen betreft die zijn goedgekeurd. Het RVV kent alleen maar maximumsnelheden. Minimumsnelheden, bijvoorbeeld op auto(snel)wegen, zijn niet aangegeven. ### Introductie RVV 3 Introductie In deze les worden de artikelen 19 t/m 27 en artikel 85 van het RVV behandeld. In het RVV staan alle verkeersregels die gelden op de Nederlandse wegen. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk II en RVV hoofdstuk V Hoofdstuk II - Verkeersregels §8. Maximumsnelheid Artikel 19 t/m 22 §9. Stilstaan Artikel 23 §10. Parkeren Artikel 24 t/m 26 §11. Plaatsen van fietsen en bromfietsen Artikel 27 Hoofdstuk V - Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten §1. Uitzonderingen voor gehandicapten Artikel 85 §2. Buiten Nederland afgegeven gehandicaptenparkeerkaarten Artikel 86 ### Waarschuwing J32 t/m J37 Waarschuwing J32. In de gevallen dat het buiten de bebouwde kom onmogelijk is om de verkeerslichten op afstand waar te nemen, wordt er gewaarschuwd met verkeersbord J32. Vaak is het op een groot zwart bord gemonteerd en is er een geel knipperend waarschuwingslicht aangebracht. Dikwijls staat op een onderbord de afstand tot de verkeerslichten aangegeven. Je mag er uiteraard niet van uit gaan dat je de gemelde afstand door kunt rijden. Als er bijvoorbeeld 200 meter staat, wil dat niet zeggen dat je zo veel ruimte hebt, want er kan zich een file hebben gevormd. Ga er maar van uit dat het verkeerslicht rood is en er al een flinke rij staat te wachten. Dan is de stopafstand korter. Vermeerder geen snelheid bij groen licht, haal niet meer in en pas op remmend verkeer. Let vooral op lesauto's waar je achter rijdt. Leerlingen hebben de neiging om bij het verspringen van groen naar geel uit alle macht te gaan remmen. Als er een onderbord is geplaatst met '350 meter', heeft dat een extra verkeersinzichtelijke betekenis. Vaak volgt er dan een onoverzichtelijke bocht of helling. In deze bocht of op deze helling kunnen al voertuigen stilstaan voor het rode verkeerslicht. J33. Verminder snelheid en houd afstand. In het begin afremmen en daarna laten uitrollen is beter dan andersom. Gebruik de waarschuwingslichten om het achteropkomende verkeer te waarschuwen. Om de oorzaak te weten te komen, kunt je de radio aanzetten, zodat je eventueel de weg bij een kruispunt of afrit nog kunt verlaten om de weg via een alternatieve route te vervolgen. Houd rekening met gehaaste of geïrriteerde bestuurders en ga niet op de vluchtstrook rijden. J34. Duidt op een ongeval. Let er op dat bij een ongeval de hulpverleningsdiensten via de vluchtstrook de file voorbij kunnen rijden, dus ga geen vluchtstroken of verboden sluiproutes berijden. Houd bij de plaats van het ongeval de aandacht op de weg en ga niet naar het ongeval zitten kijken, maar probeer door te rijden. Vraag je af wat de oorzaak kan zijn geweest, bijvoorbeeld afgevallen lading, gladheid enzovoorts. J35. Waarschuwt voor slecht zicht. Doe bij mist en slecht weer op tijd de lichten aan en houd rekening met voertuigen die zonder licht rijden. Bij ijzel of sneeuw moet je rekening houden met strooiwagens. Houd in alle gevallen goed afstand en pas de snelheid aan vanwege een mogelijk glad of nat wegdek. Ga desnoods naast de rijbaan stilstaan en wacht tot de ergste sneeuw, hevige regen of dicht mist voorbij is. J36. Waarschuwt voor ijzel of sneeuw. Minder snelheid en hou afstand. Houd rekening met een langere remweg. Er is kans op slippende of wegglijdende voertuigen. Let op eventuele rijsporen. Je zicht is minder door bevroren, besneeuwde of beslagen ruiten. Ontsteek zo nodig de verlichting. J33, J34, J35 en J36. Op sommige autowegen en autosnelwegen zijn deze aanduidingen ook op de elektronische signaleringsborden te vinden. Soms alleen als de betreffende situatie zich voordoet. Kijk in zulke gevallen ver vooruit of er zich filevorming gaat voordoen. J37. Dit is het enige driehoekige verkeersbord waarbij je het directe gevaar niet kunt zien. Het is bedoeld om ons opmerkzaam te maken voor gevaren die nog niet bij de andere verkeersborden ter sprake kwamen. Bij dit verkeersbord geeft een onderbord de aard van het gevaar aan. Bijvoorbeeld werkverkeer, opdooi, spoorvorming, uitrit, vogels of overhangende takken. Ook hier is het weer defensief rijden, goed kijken om tijdig te kunnen anticiperen, snelheid aanpassen en afstand houden. Wordt er gewaarschuwd voor zandauto's, denk dan aan verloren zand dat stof (slecht zicht) of modder (slipgevaar) kan veroorzaken. Opdooi en spoorvorming wijzen op een slecht wegdek. Denk aan afwijkend stuurgedrag van de auto. ### Verkeersinzicht en verkeersinzichtelijke betekenis van verkeersborden Verkeersinzicht en verkeersinzichtelijke betekenis van verkeersborden In deze les heb je geleerd wat verkeersinzicht inhoud. Tevens heb je geleerd wat verschillende verkeersborden betekenen voor je weggedrag. ### Samenvatting Samenvatting Naast de wettelijke betekenis is het van belang om de verkeersinzichtelijke betekenis achter de verkeersborden te kennen. Het is belangrijk voor jou en voor je leerling om een bepaalde verwachting te kunnen hebben, zodat de taakprocessen beter doorlopen kunnen worden met name in het voorspellen. Haal vroegtijdig informatie op (waarnemen) en bedenk wat er allemaal zou kunnen gebeuren en welk gedrag een andere weggebruiker zou kunnen laten zien (voorspellen). Daardoor worden betere keuzes gemaakt (evalueren) waarop een beter aangepast en besluitvaardig rijgedrag vertoond zal gaan worden (beslissen en handelen). ### Informatieborden Informatieborden De verkeersborden van de L-serie geven informatie over het wegverloop. Enkele borden zoals L1, L10, L11 en L12 zijn bestemd voor bepaalde groepen weggebruikers (meestal vrachtver­keer). Let bij onderdoorgangen op afremmende, te hoge of hooggeladen vrachtauto's, ze kunnen wel eens vast komen te zitten of hun lading verliezen. L3. Let bij de tram- en bushaltes goed op de passagiers van alle autobussen, ook toeristenbussen, want die moet je gelegenheid geven om in en uit te stappen. Observeer de omgeving van de halte en let op de stilstaande bus. Probeer er op afstand onderdoor of langs te kijken om te zien of er passagiers lopen. Een vertrekkende buschauffeur gebruikt zijn richtingaanwijzer en de bus die nog even blijft staan gebruikt zijn stoplichten. L4. Als we bij een kruispunt moeten voorsorteren, moeten we dat duidelijk aangeven en tijdig de goede richting kiezen. Houd er rekening mee dat ander bestuurders weleens fout kunnen staan en dat ze dan toch nog van strook willen wisselen. Let ook op fietsers, zij hoeven geen gebruik te maken van de voorsorteerstroken. Heb je een verkeerde strook gekozen en wil je alsnog wisselen, bekijk de situatie dan goed en laat de andere weggebruikers weten wat je wilt gaan doen. Lukt het wisselen niet dan kun je beter een blokje omrijden. L5, L6 en L7. Zorg dat je bij deze verkeersborden tijdig de juiste rijstrook kiest zodat je niet in een fuik rijdt. Denk aan de snelheidsmaniakken die dat wel doen. Werk mee aan het ritsen. L6. Dit verkeersbord is belangrijk omdat de rijstrookindeling op de rijbaan door drukte of slecht weer soms niet te zien is. Aan het verkeersbord kun je dan zien dat je een kruispunt nadert. Probeer tijdig de juiste informatie te krijgen. Houd vooral in het vakantieseizoen de voor je rijdende bestuurders in de gaten. Door plaatselijke onbekendheid wisselen zij vaak op het laatste moment nog van rijstrook. L7. Bij dit verkeersbord kun je rustig blijven rijden en hoef je niet in te voegen. Als je op de autosnelweg rijdt, zoek dan de meest rechts gelegen rijstrook op. L8 en L9. Spreken voor zich; De weg loopt dood. Dit wil niet zeggen dat je er geen uitrijdend verkeer hoeft te verwachten; het is immers geen geslotenverklaring. ### Bewegwijzering Bewegwijzering K2. Voorwegwijzer langs een autosnelweg. Let op afremmers vóór je en op mensen die de weg zoeken. Ga tijdig naar de meest rechtsgelegen of linksgelegen rijstrook (circa 600 meter) die grenst aan de uitrijstrook. Zo voorkom je een onrustig beeld naar het overige verkeer. Zet tijdig (op circa 300 meter) je richtingaanwijzer aan. K13. Is een wijkwegwijzer met wijknummer. Let op bestuurders die de weg zoeken. K10. Is een voorwegwijzer binnen de bebouwde kom. Bewegwijzering wijst op een druk punt. K14. Duidt op een route van (tank)auto's met gevaarlijke stoffen, dus bewaar afstand. Voorkom dat je plotseling moet remmen als de vrachtauto's met de gevaarlijke stoffen zich vóór of achter je bevinden. ### Waarschuwing J25 t/m J31 Waarschuwing J25. Bestuurders die je naderen leveren bij dit bord meer gevaar op dan zij die voor je rijden, omdat je dan zelf de afstand kunt regelen. Als er op een weg een nieuwe slijtlaag is aangebracht, wordt daar split op gestrooid. Dit veroorzaakt een losse steenslag en vooral aan het einde daarvan is het een gevaarlijk punt, want daar gaat iedereen weer sneller rijden zodat de steentjes uit de banden worden geslingerd. Let op de vrachtauto's met hun grovere bandenprofiel die dus grotere en zwaardere opspattende stenen laten rondvliegen. Alleen als de snelheid lager is dan 20 km per uur heeft een tegen de ruit vliegend steentje onvoldoende kracht om de ruit te breken. Bewaar extra afstand en matig vanwege de langere remweg de snelheid. Rijd niet te snel weg, trek niet te snel op en haal niet in. De grip is minder, dus is er kans op slipgevaar. Markeringen kunnen ontbreken. Houd extra afstand bij tweewielers, zij hebben vaak meer last van losliggende steentjes. J28. Dit verkeersbord is vaak te vinden op dijkwegen in landelijke gebieden. Daar kun je te maken krijgen met smalle wegen. Houd er rekening mee dat vee een trage reactie heeft en dus niet zo vlug aan de kant gaat. Reken ook op mest op de rijbaan. Koeienvlaaien zijn glad en veroorzaken slipgevaar. Let ook op eventuele veeroosters. Gebruik nooit de claxon, omdat het vee kan schrikken en op hol kan slaan. J26 Dit verkeersbord staat op plaatsen waar gevaar bestaat om te water te raken, vooral bij het wegrijden. Niet iedere kade heeft een veilige opstaande rand of een hekje. Parkeer jouw auto voor de zekerheid alvast in de versnelling waarmee je straks moet wegrijden en gebruik ook de parkeerrem, behalve bij strenge vorst in verband met het vastvriezen. Als je toch te water raakt, maak de autogordel dan pas los als je in het water bent. Probeer de auto via deur, raam of dak te verlaten. Onderwater krijg je de portieren pas open als de auto geheel of gedeeltelijk is volgelopen, meestal pas als het water ter hoogte van de portierraam is. Als je de zijruit kapot slaat, doe dit dan in de linker- of rechterbovenhoek. Zet de lichten aan en probeer niet in paniek te raken. J30. Vooral het geluid van laag overvliegende vliegtuigen kan iemand aan het schrikken maken, dus wees daar op voorbereid. Kijk naar de weg, want het kijken naar een vliegtuig in de lucht kan ongevallen tot gevolg hebben. Door het kijken kun je gaan slingeren of te laat reageren, bijvoorbeeld als je moet remmen. Houd ook rekening met de reacties van andere weggebruikers, en wees voorbereid op 'kijkende' tegenliggers, die zijn gevaarlijker dan de achteropkomers. J27. Het oversteken van groot is levensgevaarlijk, vooral als dat 's avonds of 's nachts gebeurt. Dit geldt ook voor het kleinere wild. Dikwijls blijft het dier als verlamd in de straal van de koplampen staan. Wie is er dan niet geneigd om te gaan remmen en uitwijken? Houd de bermen en de zijkanten goed in het oog en let vooral op open plekken in de bebossing. Vaak steken er meerdere dieren over. Houd in verband met plotseling remmen voldoende afstand tot jouw voorganger. Besef dat er in een bosrijke omgeving altijd bladeren op het wegdek liggen (slipgevaar). Ook kan de zon minder goed door de bomen schijnen om het natte wegdek te drogen en de wind heeft eveneens minder vat op het wegdek, waardoor het langer glad blijft. In de bermen zijn wildspiegels aangebracht. Deze zorgen ervoor dat het wild niet de rijbaan oversteekt. Houd ook rekening met wildroosters op bijvoorbeeld de Veluwe en schrik niet als je eroverheen rijdt. Wildroosters zijn gevaarlijk voor paarden omdat die er met hun hoefijzers in blijven steken. J31. Dit verkeersbord is vooral geplaatst bij bruggen en viaducten. Een normale personenauto is niet zo zijwindgevoelig. Maar vrachtauto's, auto's met fietsen op het dak, caravans en aanhangers erachter, fietsers, bromfietsers en motorfietsers zijn dat wél! Let dus goed op met welk soort bestuurder je te maken heeft en ga tweewielers ruim voorbij, er kan vetergang ontstaan. Houd extra rekening met de zuigkracht van zwaar verkeer als dat passeert. In tegenstelling tot bij andere omstandigheden moet je bij plotselinge zijwind geen snelheid minderen, maar die juist constant zien te houden. Houd het stuur niet te krampachtig vast, anders voel je niet wat de wind met de auto doet. Er is eerder kans op slipgevaar bij vorst en regen, dus dan is de windrichting en de sterkte van de wind extra belangrijk. De vlaggen bij tankstations of rookpluimen uit schoorstenen en de ombuigende boomkruinen kunnen je ook helpen bij het bepalen van de windrichting. Houd rekening met je eigen voer­tuig, is het een licht voertuig, zit de motor voorin of achterin, is het hoog of laag, beladen enzovoort. Auto's met de motor achterin zijn het meest windgevoelig. Let op de bebouwing en op valwinden. In een aantal gevallen is er ook een windzak geplaatst die laat zien hoe hard het waait en uit welke hoek de wind komt. Elke ring geeft een windkracht sterkte twee aan. ### Waarschuwing J21 t/m J24 Waarschuwing J21, J22, J23 en J24. Oversteekplaatsen voor kinderen, voetgangers en fietsers, zijn plaatsen waar de zwakkere verkeersdeelnemers de sterkere ontmoeten. De zwakkere verkeersdeelnemer vormt voor de automobilist geen gevaar maar andersom is dat wel zo. Let hier dus goed op! Rijd defensief en anticipeer tijdig op de situatie. J23. Dit bord staat op plekken waar voetgangers plegen over te steken. Het is meestal te vinden in de buurt van winkelcentra, sportterreinen, bushaltes enzovoorts. Probeer oogcontact te krijgen met de voetgangers, want die gaan er vanwege gebrek aan regelkennis vaak ten onrechte van uit dat dit voor hen een beschermende voetgangersoversteekplaats is. Let daarbij vooral op het verkeer achter je. Trek zo nodig de aandacht met de remlichten of desnoods de waarschuwingslichten. Hoewel hier geen verbod tot inhalen geldt, is het natuurlijk beter om dit, net zoals bij de gewone VOP, niet te doen. J22. Dit is een voetgangersoversteekplaats (VOP). Let op voetgangers die op het punt staan om over te steken en stop bij twijfel. Naast een ander voertuig stoppen mag, want dat is geen inhalen. J21. Zoek bij het zien van dit verkeersbord eerst naar de school en dan naar de in- en uitgang. Wees vooral rondom de begin- en eindtijden van de schooluren extra alert. De nabijheid van veel kinderen maken deze omgeving echter doorlopend gevaarlijk. Om het gevaar te verkleinen staat er vaak een hek rondom de school. De directe gevarenzone eindigt zodra je hetzelfde verkeersbord aan de andere kant van de weg in de linkerbuitenspiegel ziet. Dit geldt natuurlijk niet op eenrichtingswegen. Als kinderen met de auto naar school moeten worden gebracht, stop dan aan de rijbaankant waar de school zich bevindt, maar in geen geval in de directe omgeving van de in- en uitgang. J24. Staat vaak bij een verandering van de ligging van een fietspad, fiets-/bromfietspad of bij een onoverzichtelijke plaats waar (brom)fietsers oversteken. Controleer of er een onderbord met pijlen is geplaatst. Dit onderbord geeft aan dat het een pad aan één kant van de rijbaan is dat in twee richtingen wordt bereden. Zoek het oversteekpunt en probeer oogcontact te krijgen met de bestuurders. Denk eraan dat deze oversteekplaats andere regels heeft dan de VOP en trek de aandacht van achterop­komers met de remlichten. Bedenk dat het (brom)fietsverkeer zich hier nog wel eens vergist bij het schatten van uw snelheid. ### Waarschuwing J15 t/m J20 Waarschuwing J15. Dit verkeersbord wordt soms voorafgegaan door driekleurige verkeerslichten of gele knipperlichten. Als de brug opengaat, gaan de lichten op rood en de slagboom naar beneden. Houd rekening met remmend verkeer, stop nooit te dicht bij de geopende brug vanwege achteropbotsingen en let vooral op achteropkomers. Bedenk dat het brugdek altijd eerder glad is dan andere wegdelen en dat de situatie bij mist gevaarlijker is. Let op mensen die toch nog door willen rijden. Zet, als je langer dan één minuut moet wachten, de motor af. J16. Tijdens de werktijden extra opletten op: geconcentreerd werkende mensen; voetgangers die moeten uitwijken of omlopen; obstakels en een slecht wegdek; en werktuigen zoals kraanwagens of vrachtauto's die bijzondere verrichtingen uitvoeren. Let op zand dat deze werkvoertuigen verliezen. Bij droog weer levert dit stof op en dus slecht zicht.  Bij regen leidt het tot modder en dus slipgevaar! Bij het asfalteren van het wegdek kan stoom ontstaan die het zicht vermindert. Verwacht  bij dit bord een slecht wegdek en denk aan je stuurtechniek. Observeer de andere weggebruikers. Dikwijls wordt ter plaatse een rijbaanversmalling toegepast in combinatie met een afwijkende maximumsnelheid. Let ook op een mogelijk inhaalverbod. Het kan zijn dat bestuurders plotseling uitwijken. Wees ook alert op obstakels en op voertuigen die zomaar de rijbaan oprijden. De wegmarkeringen kunnen ontbreken of in de kleur geel zijn aangebracht. J17, J18 en J19. Deze verkeersborden kondigen een rijbaanversmalling aan en worden meestal geplaatst bij verkeersbord J29 (tegenliggers) en in combinatie met J16 (wegwerkzaamheden in uitvoering). Let (behalve op het verkeer) op wegwerkers, zandauto's, diepladers, walsen en fileverkeer. Ga tijdig op het goede gedeelte rijden (ritsen). Minder je snelheid en houd de achteropkomers in de gaten. Zij kunnen bij het zien van dit verkeersbord nog even snel de neiging krijgen om in te halen en kunnen je plotseling snijden. Tracht hen met de remlichten op afstand te houden. Houd rekening met een langere remweg van autobussen en vrachtauto's. Let regelmatig op het tegemoetkomende verkeer en kijk naar de remlichten van de bestuurders voor je. J29. Dit verkeersbord wordt meestal geplaatst in combinatie met de borden J17, J18 en J19 op een punt waar twee gescheiden rijbanen weer samenkomen tot één. Hier moet je dus tegenliggers verwachten en hun verlichting zou een schrikeffect kunnen hebben. Wees vooral alert op inhalers en tegenliggers. J20. Slipgevaar doet zich niet alleen voor bij vorst of sneeuw. Er is ook een grote kans op slipgevaar: bij regen; tijdens een hete zomer door stof en rubber op de weg; in de herfst door bladeren; en tijdens de oogsttijd vanwege modder op de weg. Blijf op afstand, matig je snelheid en houd er rekening mee dat ook een ander kan gaan slippen. Bedenk intussen uit welke uitwijkmogelijkheden je hebt. Let op remsporen, want achter elk remspoor kan zich een gevaarlijk punt bevinden. Rem niet abrupt en stuur of versnel weinig. Neem, geef en houd afstand en houd het tegenliggende verkeer in de gaten. ### Waarschuwing J8 t/m J14 Waarschuwing J8. Waarschuwt voor een extra gevaarlijk kruispunt. Je treft dit vaak aan bij onoverzichtelijke situaties met intensief verkeer op de beide wegen. Zo wordt je er ruim van tevoren op attent gemaakt en kun je ook tijdig de snelheid aanpassen. Doe dat op een duidelijke manier, dan is voor alle partijen op het kruispunt helder wat je gaat doen. Neem de tijd om de situatie goed te overzien en zoek, als je het kruispunt dicht bent genaderd, oogcontact met de andere bestuurders. Op die manier krijg je extra communicatiemogelijkheden en kun je bovendien zien wat zij van plan zijn. Besteed hier ook extra aandacht aan het achteropkomende verkeer. Dit verkeersbord wordt niet geplaatst op kruispunten waar bestuurders voorrang genieten omdat er gelijke orde mee wordt gesuggereerd. Daardoor ontstaan vanwege het abrupte remmen kop-staartbotsingen. Je mag aannemen dat dit verkeersbord wordt geplaatst voor kruispunten van wegen van gelijke orde of vlak voor een onoverzichtelijke bocht die voorafgaat aan een kruispunt. J9. Geplaatst als voorwaarschuwing voor een rotonde op de toeleidende weg. Verwacht inhalers links, maar ook rechts, óók als je nog niet vlak voor de rotonde bent. J10. Hier gelden dezelfde tips als bij J11. Wel moet je hier nog beter uitkijken vanwege het feit dat de statistieken uitwijzen dat er meer ongevallen gebeurden bij beweegbare afsluitingen dan bij halve overwegbomen. Elk technisch hulpmiddel kan immers defect raken. Je kunt een naderende trein herkennen aan drie koplichten. Als je bij een dergelijke overweg moet stoppen, doe dit dan op enige afstand zodat je bij een 'achterop-botsing' niet direct op de rails wordt geduwd.  Ga uiteraard nooit in een file op een overweg staan. Let bij spoorwegovergangen ook altijd op het onderbord 'diepladers' dat als waarschuwing voor lage en lange voertuigen geldt. J11. Bij verkeersbord J11 heeft het trein- of tramverkeer bijna altijd voorrang. Nader vooral spoorwegen die op een dijk liggen met de nodige voorzichtigheid. Je kunt immers niet zien of er verkeer van de andere kant komt of dat zich aan de andere kant van de spoorwegovergang misschien een file heeft gevormd waardoor je noodgedwongen op de overweg moet stoppen. Meestal is er bij het naderen van een spoorwegovergang sprake van een rijbaanversmalling en een slecht en hobbelig wegdek, waardoor vracht- en bestelauto's (delen van) hun lading kunnen verliezen. Te dicht achter vrachtauto's rijden vergroot de kans dat je de lading boven op je krijgt. Houd rekening met stoppen en met achteropkomend verkeer en steek de overweg pas over als dat ook echt in één keer kan. Het voorkomt dat je op de spoorweg stil komt te staan. Wees zeer attent bij een onbewaakte overweg. Stop op tijd om ruimte te hebben bij een eventuele aanrijding van achteren. Als het mistig is of sneeuwt en je bij een onbewaakte spoorweg moet wachten, zet de  motor dan af, de radio uit en doe eventueel het raam open zodat je beter kunt horen wat er gebeurt. Luister aandachtig. In de winter zullen de stalen rails eerder bevriezen dan het wegdek, dus er bestaat ook weer kans op slippen. J14. Dit is een tramkruising. Denk aan bladeren op de rails waardoor de tram een nog langere remweg heeft. Rails zorgen ook voor een oneffen wegdek, dus slipgevaar! Blauwe vlammen of vonken aan de bedrading boven de tram kunnen wijzen op vorst. Let op remmers voor je. J12 en J13. J12 vertelt ons dat we slechts een enkel spoor hoeven over te steken. Bij J13 is dat een bredere oversteek met twee of meer sporen. De afhangende rode strepen, die op de paal zelf of op het hek zijn geschilderd, wijzen naar de weg-as. Als ze niet op de paal zijn geschilderd, dan is deze voorzien van een rode of witte reflector. ### De waarschuwingsborden De waarschuwingsborden Omdat elk driehoekig verkeersbord een gevaar inhoudt, moet je kunnen beargumenteren waarom dergelijke verkeersborden op een bepaalde plek geplaatst zijn. Over het algemeen geldt bij deze verkeersborden dat je de snelheid matigt. J1. Let op de gaten in het wegdek, want de diepte van de uitholling is niet bekend. Denk aan je stuurtechniek en houd je stuur, zoals je gewend bent, met twee handen vast, want de stabiliteit van het voertuig zal minder zijn. Observeer het overige verkeer dat de macht over het stuur kan kwijtraken. Houd meer afstand, want de lading van andere voertuigen kan schuiven of zou op de weg kunnen vallen. Bij regenachtig weer is de kans op aquaplaning, evenals de kans op slipgevaar, hier veel groter. Let op plotseling uitwijkende bestuurders. J1 De verkeersborden J2, J3, J4 en J5 waarschuwen voor onoverzichtelijke of scherpe bochten. Verminder tijdig snelheid en houd rekening met degenen die dat niet doen. J2 en J3. Probeer zo ver mogelijk vooruit te kijken en voorbereid te zijn op het onverwachte. In de bocht staan misschien voertuigen met pech, of er ligt afgevallen lading. Is het verloop van de bocht te overzien? Je kunt immers alleen zien of het een bocht naar links of rechts is, niet hoe scherp deze is en hoeveel bochten er nog volgen. Let vooral op tegemoetkomende voertuigen die op jouw weggedeelte rijden omdat ze de bocht afsnijden. Let ook op of er een rabatstrook (extra stukje verharding naast de kantstreep) ligt. De afkantingen van de rijbaan kunnen slecht zijn. Het is hier ook altijd erg oppassen voor frontale botsingen door schrikreacties van mensen midden in de bocht. Dan gaan ze remmen en tegelijk sturen en dat belooft weinig goeds. De bocht naar rechts is vanwege de middelpuntvliedende kracht het gevaarlijkst. Bij te hoge snelheid kom je immers op het weggedeelte voor het tegemoetkomende verkeer. J2 J3 J4 en J5. Hier word je gewaarschuwd voor opeenvolgende bochten en zie je of je er eerst een naar links of juist eerst een bocht naar rechts moet verwachten. Bij twee bochten achter elkaar geeft de tweede bocht altijd de meeste problemen. De snelheid is dan hoger waardoor er ook meer middelpuntvliedende kracht optreedt. Rijd met aangepaste snelheid en volg de tips op die gelden voor J2 en J3. J4 J5 J6 en J7. Let op de snelheid en het afremmen van dalend verkeer en houd rekening met de vaak extra lage snelheid van zwaar vrachtverkeer. In de bergen geldt de regel dat de afdaler voor de klimmer moet stoppen als het te smal wordt. Dit omdat het praktisch een onmogelijke opgave is om met een zware vrachtauto of een auto met caravan tegen de helling te stoppen en daarna weer weg te rijden. Moet je bijvoorbeeld met de caravan toch tegen de helling stoppen, zet deze dan schuin in een hoek van circa 20° neer. Dan kom je wat makkelijker weg. Bij een afdaling zal de snelheid vaak hoger liggen, dus kies een zodanig tempo dat je niet voortdurend hoeft af te remmen want dat vergroot de kans op het oververhit raken van het remsysteem ('fading'). Houd bij dalen rekening met een langere remweg en kies de juiste versnelling, die in de regel bij het stijgen dezelfde is als bij het dalen. Bij het stijgen heb je meer tijd nodig om een bepaalde snelheid te bereiken, houd daar rekening mee als je van plan bent om in te halen. Je bevindt je dan immers langer op het weggedeelte voor het tegemoetkomende verkeer. Draai bij een kokende motor nooit de vuldop los, want dan spuit het water als een fontein over je heen. J5 J6 ### Bebouwde kom Bebouwde kom De verkeersborden H1 en H2 geven niet alleen het begin en het einde van de bebouwde kom aan, maar ook dat er hierna enkele verkeersregels veranderen. Sommige wegen lopen slechts over een korte afstand door de bebouwde kom. Het gevaar van te snel rijden is hier erg groot. Houd rekening met plotseling sterk afremmende bestuurders en degenen die dat juist niet doen. ### Auto(snel)weg Auto(snel)weg G1. De autosnelweg staat bekend als een bijzonder veilige weg, met statisch oftewel evenwichtig verkeer en wel om de volgende redenen: De middenbermbeveiliging en de gescheiden rijbanen voorkomen frontale botsingen; De ongelijkvloerse kruisingen zorgen voor minder conflictsituaties en botsingen; De invoeg- en uitrijstroken hebben een vlottere doorstroming met weinig afremmend verkeer tot gevolg; Autosnelwegen worden uitsluitend gebruikt door bestuurders van motorvoertuigen die tenminste 60 km/uur kunnen en mogen rijden; Alle bestuurders die er gebruik van willen maken zijn tenminste 17 jaar en bezitten een rijbewijs, wat gepaard gaat met regelkennis; Er is weinig hoogteverschil en er zijn geen scherpe bochten. G3. In tegenstelling tot de autosnelweg kun je op een autoweg gelijkvloerse kruispunten en niet-gescheiden rijbanen verwachten. Let dus op tegemoetkomend verkeer op dezelfde rijbaan. Ook is overstekend verkeer mogelijk. Denk daarbij vooral aan voetgangers en langzame voertuigen zoals landbouwvoertuigen die zand, modder of mest op het wegdek achterlaten. De in- en uitvoegstroken en de vluchthavens zijn vaak beperkt van lengte, dus pas op voor voertuigen die nog niet op snelheid zijn. Geef en neem de ruimte en houd afstand, en hou ook rekening met een langere remweg van zware voertuigen. In de rechter rijstrook ontstaat vaak spoorvorming, waardoor bij regen aquaplaning kan optreden. Dit ontstaat als je te snel door plassen rijdt en het laagje water tussen de band en het wegdek de auto onbestuurbaar maakt. Neem in een dergelijke situatie gas terug. Enkele verkeersinzichtelijke tips op de autosnelweg: Denk aan de hogere snelheden; Pas op voor verminderde oplettendheid door eentonigheid; Rijd niet langer dan twee uur achter elkaar en pauzeer daarna minstens een kwartier; Geef ruimte, neem ruimte en houd afstand; Let op de spoorvorming, meestal in de rechterrijstrook, waar bij regen aquaplaning kan ontstaan; Houd rekening met een extra dode hoek als je invoegt vanaf de invoegstrook; Weet dat de dode hoek groter wordt naarmate de weg breder is. Kijk minstens tweemaal in de dode hoek voor het oprijden; Pas op voor filevorming; Kijk ver vooruit en let op de remlichten; Controleer wat er bovenop bruggen en ongelijkvloerse kruispunten aan de hand is. Dit met het oog op baldadige kinderen of vandalen die graag voorwerpen gooien!; Let op bestuurders die na gebruik van de vluchtstrook te langzaam invoegen; Rijd zoveel mogelijk rechts: je hebt dan de meeste uitwijkmogelijkheden en vaak het meeste zicht; Blijf niet onnodig links rijden. De nadelen van de autosnelweg: spoorvorming, vooral in de rechter rijstrook; filevorming; verminderde opmerkzaamheid bij de bestuurders; een extra grote dode hoek, vooral bij het invoegen: dit vanwege de rijbaanbreedte en de daardoor grotere dode hoek; bestuurders die zich niet aan de maximumsnelheid houden; 66% van alle ongevallen vindt plaats op de meest links gelegen rijstrook. ### Overige geboden en verboden Overige geboden en verboden Als ergens door de verkeersborden F1 of F3 een inhaalverbod van kracht wordt, betekent dit dat de weg zodanig verandert dat inhalen niet meer verantwoord is. Let daarom goed op de veranderingen in de weg, ook als je niet van plan bent om in te halen. F1. Nadering van een gevaarlijke situatie, bijvoorbeeld een smalle onoverzichtelijke rijbaan of wegwerkzaamheden. Het kan duiden op een rijbaansplitsing in verband met de toestand van de berm of een rijbaangeleiding waardoor men plotseling remt. Het verkeersbord gaat meestal samen met een beperking in snelheid. Hoewel je trams hier wel mag inhalen, kun je dat toch maar beter achterwege laten. Houd bij het einde van een inhaalverbod (F2 en F4) altijd rekening met de 'haantjes de voorsten' die niet kunnen nalaten direct weer met een inhaalrace te beginnen. Neem de tijd om de situatie goed te overzien. F3. Dit inhaalverbod geldt alleen voor vrachtauto's en niet voor autobussen. Let er bij het inhalen altijd op of er geen personenauto's of motorfietsen tussen de vrachtauto's rijden, want die zijn slecht te zien. Kijk daarom tijdig als dat mogelijk is onder de vrachtauto's door om te zien of er iets voor rijdt. Dit verkeersbord wordt ook op drukke wegen geplaatst om een vlottere verkeersafwikkeling te krijgen en wordt veel tegen hellingen op geplaatst. F5 en F6 De verkeersborden F5 en F6 horen bij elkaar als zogenaamde 'tweelingborden' en leveren in de praktijk nogal eens problemen op. Dat komt omdat niet iedereen zich kan herinneren of het verkeersbord vóór de brug nu rond of vierkant was. Wees dus alert op bestuurders die toch doordrukken. Ook in bemodderde, besneeuwde of gewoon vuile toestand kun je aan de vorm van deze verkeersborden zien wie er wel en niet hoeft te stoppen. Pas op voor voetgangers op de rijbaan, die, als zij bij verkeersbord F5 naderen, voorgaan. Bij het vierkante verkeersbord heb je in de regel het slechtste uitzicht of de minste opstelruimte. F7. Het verkeersbord neemt de neiging van mensen om daar tóch te keren niet weg, ondanks het verbod. Er zijn dus altijd mensen die het dan toch doen. F8. Dit verkeersbord geeft niet het einde van alle verboden aan, maar het einde van de geplaatste verkeersborden. Tegemoetkomend verkeer krijgt hierna mogelijk te maken met beperkingen. Ongeduldige en gehaaste bestuurders zien dit verkeersbord als de langverwachte verlossing en zullen al ruim voor het verkeersbord hun snelheid weer opvoeren. Let vooral op het achteropkomende verkeer in de dode hoek. Een verbreding van de weg betekent immers een vergroting van de dode hoek. Kijk dus in jouw buitenspiegels en neem voor de zekerheid de linkerschouder mee. ### Parkeren en stilstaan Parkeren en stilstaan De oorzaak van parkeerproblemen is vrijwel altijd ruimtegebrek. Iedereen wil zo dicht mogelijk bij de bestemming parkeren. Zorg er bij het parkeren altijd voor dat je niemand klem zet, maar zet je eigen auto zodanig neer dat het je evenmin overkomt. Kijk voor het instappen en wegrijden eerst even hoe je uit jouw parkeerplaats komt en hoe je de parkeerplaats het best kunt verlaten. E4. Bij de parkeerborden is uitgegaan van een positieve aanduiding. Verkeersbord E4 vormt hiervoor de basis. Dit verkeersbord kan zowel binnen als buiten de bebouwde kom worden toegepast. Op deze plaatsen bevinden zich veel voetgangers, waaronder kinderen. Daarom dient de snelheid te worden aangepast. ### De rijrichting De rijrichting D1. Bij dit verkeersbord krijg je vaak te maken met een vermeerdering van rijstroken. Je krijgt ook te maken met afwisselende drukte in het verkeersbeeld vanwege de snelle, ter plaatse goed bekend zijnde bestuurders, de treuzelaars en de ter plaatse juist onbekende bestuurders. Er worden grote eisen gesteld aan de kijktechniek. Niet alleen voor en achter, maar ook over de linker- en rechterschouder. Het verkeersbord geeft immers aan dat je op een rotonde rijdt waar een aantal afwijkende gedragsregels geldt. Bestuurders mogen hier rechts en links inhalen en bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen die op de rijbaan rijden mogen zowel links als rechts rijden. Let in dit verband ook op de bromfietsers en fietsers die in de bochten moeilijk te zien zijn. Veel bestuurders hebben moeite met het weven. Tracht daarom oogcon­tact te krijgen. Probeer bij grote drukte eerder terug te weven. Denk ook aan de negatieve wegverkanting waardoor de carrosserie in de bocht verkeerd om hangt. Haal een overbe­laden open voertuig bij voorkeur links in. De voorrangsregeling kan per rotonde nog wel eens verschillen. Als vooraanduiding kan verkeersbord J9 zijn geplaatst. D2 en D3. De verkeersborden D2 en D3 tref je dikwijls aan op verkeerseilanden. De pijlen wijzen in de richting van de zijde waar je dit verkeersbord voorbij moet gaan. Houd er wel rekening mee dat je hier niet met eenrichtingverkeer te maken hebt. Er kan dus gewoon verkeer uit de (zij)wegen komen. D4. Dit verkeersbord zie je vaak op autowegen en provinciale wegen. Verwacht daar alle soorten overstekend verkeer waaronder vee en langzame landbouwvoertuigen die zand, modder en mest kunnen achterlaten. Let dus op slipgevaar. Houd ook rekening met het minder goede uitzicht van het dwarsverkeer en controleer of zij jouw snelheid wel juist inschatten. Let in dit verband ook op eventueel remmende bestuurders vóór je. D6. Dit verkeersbord verbiedt het rechtsaf slaan, maar kruisend verkeer moet je hier natuurlijk wel verwachten. Let daar vooral op de buitenwegen op. ### Gesloten verklaring Gesloten verklaring C14. Kan erop duiden dat er een verplicht fietspad naast de rijbaan ligt met verderop misschien een oversteekplaats. C16. Komen we tegen op wegen die alleen bestemd zijn voor rijdend verkeer. Let dus goed op als je daar met pech komt te staan en uitstapt. De andere automobilisten verwachten daar geen voetgangers. C17. Hier krijgt je te maken met onoverzichtelijke, bochtige wegen, hoeken met slechte afron­dingen en zachte bermen. De bebouwing en de obstakels kunnen zich daar dicht langs de rijbaan bevinden. Pas op voor voertuigen met een flinke lengte (weliswaar minder dan tien meter), die moeite hebben met de slechte hoekafrondingen. De verkeersborden C17 tot en met C22b zijn voornamelijk bestemd voor het vrachtverkeer. Houd vrachtauto's daarom goed in de gaten, want bij het onder een viaduct doorrijden kunnen ze behoorlijk in de problemen komen als ze te hoog blijken te zijn. Ook personenauto's met een aanhangwagen en kampeerauto's, moet je bij deze borden goed in de gaten houden. ### Geslotenverklaringen Geslotenverklaringen Alle geslotenverklaringen worden geplaatst met een bepaalde reden en de serie is nogal uitgebreid. Het is mogelijk dat onderborden bepaalde groepen bestuurders uitzonderen, bijvoorbeeld bij beperkt eenrichtingsverkeer. En autobussen van het openbaar vervoer (lijnbussen) mogen soms op plaatsen komen die voor andere autobussen en vrachtauto's gesloten zijn. Ten slotte kunnen er bestuurders zijn met een ontheffing, zoals gehandicapten, gemeentelijk personeel of de SRV-man. C1. Binnen de bebouwde kom is het toegestaan om op de rijbaan van deze wegen te spelen of te lopen. Je ziet dit verkeersbord vaak in drukke winkelstraten met veel voetgangers, of in straten met veel spelende kinderen die achter een voetbal aan rennen, of zich slingerend voortbewegen op crossfietsen, enzovoorts. Het verkeersbord kan ook richtingveranderingen aanduiden, bijvoorbeeld voor mensen met ontheffingen. C8. Dit wijst op een landbouwgebied. Op deze weg kom je weliswaar geen tractoren tegen, maar op de zijwegen moet je daar wel rekening mee houden. C2. Wordt vaak geplaatst in smalle wegen met aan één zijde een parkeerverbod. Als dit verkeersbord in een zijstraat staat dan kun je verwachten dat er verkeer uit komt. Pas dan op, want dat verkeer rijdt misschien helemaal links voorgesorteerd, omdat het linksaf wil en het is dus zó bij je. Houd het kruisingsvlak dan voldoende vrij. Rijdend op een voorrangsweg kun je een dergelijke straat ook herkennen aan haaientanden over de hele breedte van de zijstraat. Soms zijn de verkeersborden bol uitgevoerd zodat ze vanaf de zijweg beter te zien zijn. Als er een onderbord met GA TERUG staat, let dan op voertuigen met een buitenlands kenteken die dat niet kunnen lezen. Dit is de reden dat symbolen altijd beter zijn dan teksten. Het verkeersbord wordt ook op de afritten van autosnelwegen op een fluorescerende gele ondergrond geplaatst met eronder GA TERUG. Wie bij dit verkeersbord niet ogenblikkelijk rechtsom­keert (of desgewenst linksomkeert) maakt, wordt een spookrijder. C9. Duidt op een weg waar zich alleen voetgangers en motorvoertuigen die sneller kunnen en mogen rijden dan 25 km per uur, mogen bevinden. Een brommobiel is hier NIET toegestaan. Meestal is dit ook een agrarisch gebied. Houd de onderborden met 'bestemmingsverkeer toegestaan' in de gaten. C10. Dit wijst op de aanwezigheid van moeilijk berijdbare kruispunten, scherpe en onoverzichtelijke bochten, weinig uitwijkmogelijkheden en slechte hoekafrondingen. Pas op voor het feit dat lange voertuigen, zoals personenauto's of bestelauto's met een aanhangwagen, die er toch rijden moeilijk een bocht kunnen maken. C6, C7, C7a, C7b en C8. Deze verkeersborden staan bij wegen met te weinig capaciteit, wegen met te krappe bochten, te nauwe straten of straten met slechte hoekafrondingen. Dat een bepaalde categorie voertuigen er niet in mag, wil niet zeggen dat er niets uit mag komen. Houd er dus rekening mee dat de voertuigen die er niet in mogen er wel altijd uit kunnen komen. C8. Dit wijst op een landbouwgebied. Op deze weg kom je weliswaar geen tractoren tegen, maar op de zijwegen moet je daar wel rekening mee houden. C9. Duidt op een weg waar zich alleen voetgangers en motorvoertuigen die sneller kunnen en mogen rijden dan 25 km per uur, mogen bevinden. Een brommobiel is hier NIET toegestaan. Meestal is dit ook een agrarisch gebied. Houd de onderborden met 'bestemmingsverkeer toegestaan' in de gaten. C10. Dit wijst op de aanwezigheid van moeilijk berijdbare kruispunten, scherpe en onoverzichtelijke bochten, weinig uitwijkmogelijkheden en slechte hoekafrondingen. Pas op voor het feit dat lange voertuigen, zoals personenauto's of bestelauto's met een aanhangwagen, die er toch rijden moeilijk een bocht kunnen maken. ### De voorrangsborden De voorrangsborden Voorrangsborden regelen de voorrangssituatie. Het belang van deze borden wordt onder­streept door de unieke vorm ervan. Herkenbare vorm De verkeersborden B1, B2, B6 en B7 zijn totaal anders van vorm dan alle andere verkeersborden. Ze zijn in heel Europa identiek en hebben ze dezelfde betekenis. Een voordeel van deze afwijkende vorm is dat je ook aan de achterkant kunt zien om welk verkeersbord het gaat. Zelfs als ze besneeuwd of beklad zijn, onthult de herkenbare vorm nog altijd de betekenis. B1 en B2 markeren het moment dat je op een voorrangsweg terechtkomt en wanneer die weer ophoudt. Als het verkeersbord ergens staat, weet je zeker dat er links en/of rechts een zijweg is. Onthoud dat er geen 'voorrangsrecht' bestaat en houd dus altijd rekening met andere bestuurders die je geen voorrang verlenen. B1 B2 B6 B7 Gevaarlijk kruispunt Een gevaarlijk kruispunt in een voorrangsweg kan worden aangegeven door een extra aanduiding voorrangskruispunt (B3) te plaatsen. Dus niet het verkeersbord gevaarlijk kruispunt (J8) omdat dit verkeersbord bij te veel mensen de suggestie wekt dat het om een kruispunt van wegen van gelijke orde gaat. Bestuurders op een voorrangsweg, vooral binnen de bebouwde kom, zijn geneigd om sneller te rijden. J8 Kruispunt B3, B4 en B5 waarschuwen vooraf dat je een kruispunt nadert waarop aan jou voorrang verleend moet worden. Ga er niet van uit dat dit op het volgende kruispunt ook zo is. Denk aan de kijktechniek en spiegelgedrag. B3. Als dit verkeersbord op een weg is geplaatst, betekent dit dat jou een extra gevaarlijk punt nadert. In andere gevallen wijst het op drukke en vaak onoverzichtelijke punten. Kruisend verkeer heeft meestal weinig uitzicht, zodat inhalen daar gevaarlijk is. Bedenk dat voorrangskruis­punten afgewisseld kunnen worden door kruispunten van wegen van gelijke orde. B3 B4 B5 Voorrang verlenen B6 en B7 zijn bestemd om aan te geven dat je zelf voorrang moet verlenen, dus andere bestuurders in staat moet stellen ongehinderd hun weg te vervolgen. Dit betekent dat je door uw rijstijl al in een vroeg stadium moet laten blijken dat je dat ook inderdaad van plan bent. Dus duidelijk en vroegtijdig snelheid minderen. B6. Dit is het enige driehoekige verkeersbord met de punt naar beneden. Als dit verkeersbord ergens is geplaatst, nader je mogelijk ook een brede of drukke weg. Let bij het oprijden ook op de eventuele inhalers op de dwarsweg, dus kijk goed naar rechts voordat je erop gaat. Let op voetgangers op de dwarsweg, omdat die vaak denken dat ze voorgaan. Besef dat dwarsverkeer hier sneller rijdt dan op kruispunten van wegen van gelijke orde. B7. Dit verkeersbord heeft een unieke, achtkantige vorm. Denk ook hier aan inhalers op de dwarsweg én kijk goed links en rechts voordat je oprijdt. Buiten de bebouwde kom wordt dit verkeersbord dikwijls vooraf gegaan door verkeersbord B6. Stopborden worden op gevaarlijke punten geplaatst. Buiten de bebouwde kom heeft de stopstreep een dubbele breedte. Let op voetgangers op de dwarsweg, omdat die vaak denken dat ze voorgaan. En weet dat dwarsverkeer hier sneller rijdt dan op kruispunten van wegen van gelijke orde. B6 B7 ### De snelheidsborden De snelheidsborden A1. Wordt zowel binnen als buiten de bebouwde kom geplaatst. De mogelijkheid bestaat dat de verkeerssituatie na dit verkeersbord verandert. Let dus op de remlichten van je voorgangers en houd afstand zodat een plotselinge snelheidsvermindering je niet verrast. A2. Brengt een gedragsverandering van bestuurders met zich mee. Je kunt erop rekenen dat bestuurders al vóór het verkeersbord, maar zeker zodra ze er voorbij zijn, sneller gaan rijden. Houd het achter jou rijdende verkeer via de spiegels in de gaten. Pas op voor afremmend tegemoetkomend verkeer. Als je het verkeersbord passeert, weet dan voordat je gas gaat geven welke maximumsnelheid er ter plaatse geldt. Houd rekening met mensen die wel snel blijven doorrijden. A3. Is een elektronisch signaleringsbord dat een maximumsnelheid aangeeft. Deze verkeersborden zijn vooral boven de autosnelweg aangebracht. Zodra ze oplichten weet je dat er iets aan de hand is. Te denken valt aan een file, wegwerkzaamheden of een verkeersongeval. Probeer er zo snel mogelijk achter te komen wat er aan de hand is en pas er je rijgedrag bij aan. Bij wegwerkzaamheden en/of een verkeersongeval knipperen er géén waarschuwingslichten in de vier hoeken van het elektrische signaleringsbord. De eerste aanduiding van wegwerkzaamheden en/of een verkeersongeval wordt aangeduid met de maximumsnelheid van 90 kilometer per uur. De tweede aanduiding geeft een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur aan. A3. Verschijnen er in de vier hoeken van een elektrisch signaleringsbord knipperende waarschuwingslichten, dan heb je met name te maken met wisselende snelheden die plaatsvinden tijdens filevorming. De eerste aanduiding van een file is een knipperend elektronisch signaleringsbord met de maximumsnelheid van 70 kilometer per uur, de tweede aanduiding is een knipperend elektronisch signaleringsbord met de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. A4 en A5. Markeren het begin en het einde van een adviessnelheid. De aangegeven snelheid is gebaseerd op een veilige snelheid die gereden kan worden onder goede weers- en wegomstandigheden. Vaak worden deze borden vóór een bocht of een onoverzichtelijk weggedeelte geplaatst. Vooral als je ter plaatse onbekend bent, is het verstandig het advies op te volgen. Houd wel altijd rekening met mensen die de buurt kennen en daar dus toch snel blijven rijden. Bestuurders van grote voertuigen zullen zich sneller aanpassen dan andere bestuurders. ### Inleiding verkeersinzichtelijke betekenis van verkeersborden Inleiding verkeersinzichtelijke betekenis van verkeersborden De verkeersinzichtelijke betekenis van verkeersborden Bij verkeersborden moet je niet alleen de wettelijke, maar ook de verkeersinzichtelijke betekenis kennen. Als er ergens een verkeersbord staat, weet je dat op of vanaf de plaats van het verkeersbord bepaalde verkeersregels gelden (zie Verkeersborden). Verkeersborden schrijven niet alleen maar voor wat wel en niet mag, je kunt er meer informatie uit halen. Aan de plaatsingswijze is af te lezen wat je kunt verwachten. Als je die informatie goed afleest kun je beter anticiperen op wat mogelijk komen gaat. Het kennen van de verkeersinzichtelijke betekenis van de verkeersborden kan je zo helpen bij het nog veiliger maken van je weggedrag. Op basis van de verkeersinzichtelijke informatie van een bord kun je bijvoorbeeld: Remmen; Meer afstand houden; Oogcontact houden met de andere weggebruikers; Het stuur steviger vasthouden; Je snelheid aanpassen. Omdat we ervan uitgaan dat je de wettelijke betekenis van de verkeersborden kent, beperken we ons in de komende inhoudsdelen alleen tot de verkeersinzichtelijke aspecten. Het is wel handig om de wettelijke betekenis erbij te houden. Zie hiervoor de handelingsanalyse B bijlage verkeersborden. ### Verkeersinzicht Verkeersinzicht Artikel 5 van de WVW 1994 zegt dat het een ieder is verboden zich zodanig te gedragen dat: gevaar op de weg wordt veroorzaakt; of kan worden veroorzaakt; of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd; of kan worden gehinderd. Om op een juiste en veilige wijze deel te nemen aan het verkeer is het belangrijk dat je: Verkeersinzicht hebt; Je aangepast besluitvaardig gedraagt; Rekening houdt met de belangen van andere weggebruikers. In de rijprocedure B, hoofdstuk 2, lees je wat wordt verstaan onder het meest wenselijke gedrag. ### Inleiding - Verkeersinzicht en verkeersinhoudelijke betekenis van verkeersborden Inleiding - Verkeersinzicht en verkeersinhoudelijke betekenis van verkeersborden Deze les bestaat uit twee hoofdstukken: Verkeersinzicht Verkeersinzichtelijke betekenis van verkeersborden Omdat we ervan uitgaan dat je de wettelijke betekenis van de verkeersborden kent, beperken we ons in deze les tot alleen de verkeersinzichtelijke aspecten. Handig is het wel om de wettelijke betekenis erbij te houden (zie hiervoor de handelingsanalyse B bijlage verkeersborden). ### Tot slot Tot slot In deze les heb je geleerd dat de verkeerstaak bestaat uit verkeersopgaven. Een verkeersopgave wordt opgelost aan de hand van de vijf taakprocessen. Om bij een verkeersopgave op een goede, veilige en goed uitvoerbare oplossing te komen houd je rekening met de maatschappelijke criteria. Je hebt geleerd: Wat de verkeerstaak inhoud Welke taakprocessen er zijn Welke maatschappelijke criteria er zijn ### De maatschappelijke criteria De maatschappelijke criteria Bij het taakproces “evalueren” moet je de verkeersveiligheid, de verkeersdoorstroming, het milieubelang en sociaal rijgedrag meewegen in je beslissingen. Deze maatschappelijke belangen mogen niet worden geschaad bij de uitvoering van verkeersopgaven. De rijopleiding moet zich daarbij richten op 5 soorten gedragingen: Leren keuzes te maken alvorens aan het verkeer deel te nemen. Ontwikkelen van probleembesef op gebied van verkeersveiligheid. Zo goed mogelijk opleiden van beginners. Tegengaan van moedwillige overtredingen. Ontwikkeling van ongewenst of onjuist gewoontegedrag tegengaan. Verkeersveiligheid In 2020 wil de overheid het aantal verkeersdoden hebben teruggebracht naar maximaal 500 en het aantal ernstig gewonden naar 10.600. De afgelopen jaren is het aantal verkeersdoden sterk afgenomen. Maar in 2011 steeg het aantal verkeersdoden naar 661 van 640 in 2010. Vooral onder ouderen en fietsers vallen meer doden en gewonden. Er komt daarom meer aandacht voor deze groepen. Verkeersdoorstroming Je mag de verkeersdoorstroming niet belemmeren. En als het soms noodzakelijk is, moet je het toch zoveel mogelijk proberen te beperken. Belemmering van de doorstroming is strijdig met de eis van “aangepast en besluitvaardig gedrag” op de weg. Belemmering van de doorstroming wekt bovendien de ergernis van andere weggebruikers op. Denk maar eens aan het irritant langzaam inhalen van vrachtauto’s onderling. De keuze voor andere vervoerswijzen dan de auto brengt ons op het terrein van de mobiliteit. Voordat mensen daadwerkelijk ergens naar toe gaan, moeten zij een aantal beslissingen nemen: bijvoorbeeld kiezen met welk vervoermiddel zij zullen gaan, welke route ze willen volgen en het tijdstip van vertrek vaststellen. Milieubelangen Het milieu mag geen onnodige schade ondervinden en overlast voor anderen moet zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Denk in dit kader bijvoorbeeld aan de uitstoot van schadelijke stoffen of aan geluidsoverlast. Bij wachten motor af. De rijprocedure B zegt: “vanaf één minuut". Maar Het Nieuwe Rijden leert ons dat het al vanaf 20 seconden besparend is, ook voor de eigen portemonnee! Hier is echt sprake van een “win-win-situatie”. Sociaal rijgedrag Sociaal gedrag wil zeggen, dat men bereid is om andere weggebruikers tegemoet te komen in situaties, waarin dit wenselijk of noodzakelijk is, ook als die andere weggebruiker bewust of onbewust een fout heeft gemaakt. Hiervoor moet een defensieve rijstijl eigen gemaakt worden. ### Voorbeeld 2 van een taakproces Voorbeeld 2 van een taakproces Scan de situatie rondom en doorloop de taakprocessen alvorens rechts af te slaan Waarnemen Zijweg links en zijweg rechts; verhoogd kruisingsvlak voor zijweg rechts; stilstaande personenauto voor mij moet voorrang verlenen aan personenauto van rechts; fietser met beladen fiets op suggestiestrook (geen afbeeldingen van een fiets aanwezig); personenauto achter (binnenspiegel); mijn snelheid is 30 km per uur. Voorspellen en evalueren Fietser gaat waarschijnlijk recht door met minder snelheid; vanwege verkeersveiligheid ruim achter fietser blijven en suggestiestrook gebruiken. Ook beter voor doorstroming. Beslissen Meer rechts rijden en ruim achter fietser blijven alvorens naar rechts af te slaan. Handelen Zoveel mogelijk rechts houden en achter fiets blijven. ### Voorbeeld 1 van een taakproces Voorbeeld 1 van een taakproces Oversteken van een kruising. Scan eerst de situatie en kijk in de spiegels. Wat is je eigen snelheid? Waarnemen Met verkeerslichten geregelde voorrang; voorrangsweg (verkeersbord B1); eigen snelheid 50 km per uur; gevaarlijk overstekende voetganger. Voorspellen en evalueren Verkeerslicht groen; voorrangsrecht; op afstand auto achter me; voetganger is op voldoende afstand; veiligheid en doorstroming lopen geen gevaar. Beslissen Doorrijden met dezelfde snelheid. Handelen Goed in de spiegels kijken en volgafstand hanteren. ### Het taakproces Het taakproces Taakprocessen Om een verkeersopgave op te kunnen lossen, moet je als weggebruiker de vijf taakprocessen ''waarnemen, voorspellen, evalueren, beslissen en handelen'' doorlopen. Bij het taakproces ''evalueren'' moet je kunnen inschatten of de maatschappelijke belangen: verkeersveiligheid, verkeersdoorstroming, milieu en sociaal rijgedrag wel of niet worden geschaad bij de keuze van een verkeersopgave. Een bestuurder moet volgens de rijprocedure B bovendien “aangepast en besluitvaardig” kunnen handelen. We nemen de taakprocessen voorspellen/evalueren en beslissen/handelen vaak bij elkaar, omdat ze in elkaars verlengde liggen. 1. Waarnemen We beginnen met het waarnemen van een verkeerssituatie. Om overzicht te krijgen en te behouden, moeten we leren "scannen". Scannen is waarnemen met het doel snel een totaalbeeld van de omgeving oftewel de verkeerssituatie te verkrijgen. Waarnemen in het verkeer doen we voornamelijk met behulp van de zintuigen "zien" en "horen". Waarnemen kan meer of minder bewust verlopen. Verkeersdeelnemers nemen door bewust en actief kijken de signalen die voor de verkeersopgave van belang zijn, waar. Actief waarnemen is "het via de zintuigen bewust worden van informatie". Bovendien stel je dan ook vast wat er niet zoveel toe doet. Voorbeeld: Je nadert een kruising. Wat merk je op over het soort kruising? Is de voorrang hier "ja dan nee" geregeld? Welke verkeerstekens zie je? Wat is de naderingsrichting en -snelheid? Wat neem je waar m.b.t. weg- en voertuigcategorie? Welke andere weggebruikers zijn er? 2. Voorspellen Vervolgens voorspel je aan de hand van de waargenomen informatie de gevolgen van bepaalde gedragskeuzes. Jouw verwachtingspatroon heeft betrekking op: jouw eigen gedrag; het gedrag van de overige verkeersdeelnemers; de verkeerssituatie. De gevolgen van jouw eigen gedragskeuzes zijn te voorspellen, maar de gevolgen van de gedragskeuzes van de overige verkeersdeelnemers zijn moeilijker te voorspellen. Toch is hun reactie medebepalend voor de keuze van de verkeersopgave. 3. Evalueren Na het voorspellen volgt het evalueren (beoordelen). Daarbij moet je inschatten in hoeverre de maatschappelijke belangen worden geschaad als uw verwachtingspatroon inderdaad uitkomt. Je maakt een belangenafweging op het gebied van: de verkeersveiligheid; handel ik veilig? de verkeersdoorstroming; blokkeer ik de doorgang voor andere weggebruikers? het milieu; veroorzaak ik geen onnodige milieuschade? het sociaal rijgedrag: schaad ik de belangen van andere weggebruikers niet? 4. Beslissen Na de evaluatie moet je beslissen welk gedrag je besluit uit te voeren. Het kan zijn dat je nog geen beslissing kunt nemen of dat je een andere oplossing overweegt. In dat geval begint het proces opnieuw met waarnemen, voorspellen en evalueren, om tot een (andere) beslissing te komen. In deze beschrijving lijkt het of je er alle tijd voor kunt nemen. Al deze afwegingen spelen zich bij de geoefende bestuurder razendsnel af. 5. Handelen Tenslotte komt het aan op de uitvoering van de beslissing en moet je gaan handelen. Je moet onder alle omstandigheden in staat zijn om de voorkomende handelingen “aangepast en besluitvaardig” uit te voeren. Het hele proces van waarnemen tot en met het handelen kost tijd. Wordt dit proces meerdere keren doorlopen, dan kost dat nog meer tijd. Dit leer je door voldoende oefening. Des te meer ervaring (kilometers), des te efficiënter en veiliger verlopen de taakprocessen. ### De verkeerstaak De verkeerstaak De verkeerstaak van weggebruikers Je komt in het verkeer voor een groot aantal verschillende situaties te staan waar je een uitvoerbare oplossing voor moet bedenken. Als je dat veilig en juist wilt doen, moet je op jouw taak voorbereid zijn en dat vereist de nodige bekwaamheden. De verkeerstaak bestaat uit een proces van het steeds kiezen van verkeersopgaven vóór, tijdens en direct na de verkeersdeelname. Alle weggebruikers hebben een specifieke verkeerstaak uit te voeren. Begrippen Naast het begrip weggebruikers, gebruiken we ook vaak het begrip verkeer of verkeersdeelnemers. Tot slot het begrip bestuurders. Dit zijn alle weggebruikers behalve voetgangers. Iemand, die een handkar duwt is ook bestuurder. Is een persoon, die lopend een motor aan de hand meevoert een bestuurder of een voetganger? Leer deze begrippen. Keuze van verkeersopgaven: voor, tijdens en na de verkeerstaak. De weggebruiker moet in een verkeerssituatie steeds keuzes maken: Blijf ik achter mijn voorligger of ga ik inhalen? Ga ik hier tanken of kan ik nog doorrijden? Kan ik hier oversteken of is het te gevaarlijk? Kan ik deze keuze, die te moeilijk is om op te lossen, maar beter wijzigen en verderop op de voetgangersoversteekplaats oversteken? Dat kost me wel extra tijd! Als ik hier een stukje over de vluchtstrook rijd, kan ik over een paar honderd meter afslaan en ben ik van deze verkeersopstopping verlost. Is dit een goede keuze? Of is de keuze strijdig met het maatschappelijke criterium van veiligheid? Keuzes dringen zich niet alleen op tijdens de uitvoering van de verkeerstaak, maar ook ervoor en erna. Keuzes vóór de verkeersdeelname Aanschaf voertuig. Keuze: soort voertuig. Uitrusting bestuurder. Keuze: kleding. Onderhoud. Keuzes: vloeistof peilen, controle bandenspanning. Verkeersdeelneming. Keuzes: wel of niet een voertuig gaan besturen, gebruik van alcohol, drugs en/of medicijnen. Ritvoorbereiding. Keuzes: route, belading, staat van het voertuig. Keuzes tijdens de verkeersdeelname Het daadwerkelijke deelnemen aan het verkeer. Keuzes: stromen, kruisen, zijdelingse verplaatsingen en  bijzondere manoeuvres. Keuzes na de verkeersdeelname Pech onderweg. Keuzes: veiligheidsmaatregelen treffen, hulp inroepen. Hulp bij verkeersongeval. Keuzes: veiligheidsmaatregelen treffen, hulp inroepen of verlenen. Rust nemen na enkele uren rijden. Rit beëindigen. ### De uitvoering van de verkeerstaak De uitvoering van de verkeerstaak Inleiding De verkeerstaak van weggebruikers bestaat uit het oplossen van verkeersopgaven. Hoewel alle weggebruikers dezelfde verkeerstaak hebben, namelijk het op een veilige, sociale en verantwoorde wijze deelnemen aan het verkeer, is de uitvoering per individu verschillend. Dat ligt aan diverse factoren zoals het soort voertuig, het weer of de persoonlijke omstandigheden. Overigens is er niet voor iedere verkeersopgave een passende oplossing. Om een verkeersopgave te kunnen oplossen, moet de weggebruiker een vijftal taakprocessen doorlopen. Daarbij moet hij afwegen of maatschappelijke belangen zoals verkeersveiligheid, doorstroming, milieubescherming en bereikbaarheid niet worden geschaad. Verkeersopgaven die, (nog) te moeilijk zijn moet hij vermijden of proberen te wijzigen.Verkeersopgaven Iedere weggebruiker moet zijn verkeerstaak op een juiste, dat wil zeggen correcte en veilige wijze uitvoeren. Daarbij kiest hij voortdurend verkeersopgaven. Stoppen voor een rood verkeerslicht is op zich geen verkeersopgave. Het moet domweg en er valt niets te kiezen. Op juiste wijze voor rood verkeerslicht stoppen is wel een verkeersopgave. Je kiest ervoor om het al dan niet op een correcte wijze te doen. Als verkeersdeelnemer heb je voortdurend te maken met verkeersopgaven. Als de verkeersopgave (nog) te moeilijk voor je is, kun je deze beter proberen te vermijden of te veranderen. Je wilt een druk kruispunt oversteken, maar het verkeer loopt vast en je zult het kruispunt blokkeren. Je kiest er daarom voor de opgave te wijzigen door rechts af te slaan. Verkeerssituatie Verkeersdeelnemers krijgen steeds te maken met verschillende verkeerssituaties. Bij elke verkeerssituatie is er sprake van een gegeven feit waarbij, in tegenstelling tot de verkeersopgave, voor de weggebruiker niets te kiezen valt. Het verschil tussen een verkeerssituatie en een verkeersopgave is het gegeven, dat je op de verkeerssituatie zelf geen invloed kunt uitoefenen en dat je bij de uitvoering van de verkeersopgave wel een keuze hebt. Samenvattend: de verkeerssituatie is op dat moment een vast gegeven; binnen de verkeerssituatie kies je zelf verkeersopgaven, die je vervolgens oplost. Taakprocessen De term 'taakprocessen' heeft betrekking op een informatieverwerkingsmodel dat aan de theorie van de verkeerstaak ten grondslag ligt. Onder informatieverwerking verstaan we: het opnemen van informatie; deze informatie vervolgens interpreteren en verwerken; het nemen van de juiste beslissing; het uitvoeren van de beslissing. De theorie van de verkeerstaak houdt in dat een verkeersdeelnemer eerst een aantal processen moet doorlopen voordat hij een beslissing tot handelen kan nemen. ### Theorie van de rijtaak Theorie van de rijtaak Iedere verkeersdeelnemer, van een voetganger tot en met de bestuurder van een zware truck met oplegger, heeft een verkeerstaak uit te voeren. Dat houdt in, dat hij of zij op een juiste en veilige wijze moet deelnemen aan het verkeer. In de rijprocedure B, hét handboek voor de rijinstructeur, staat nauwkeurig beschreven wat de meest wenselijke wijze is, waarop de bestuurder van de personenauto zijn hoofdrijtaken moet uitvoeren. De uitvoering van die hoofdrijtaken mag de zogenaamde maatschappelijke criteria nooit in de weg staan. De maatschappelijke criteria zijn: Veiligheid; Doorstroming; Milieu; Sociaal rijgedrag. Houd uit elkaar! Theorie van de Rijtaak en de Verkeerstaak Beide benamingen leiden gemakkelijk tot verwarring. Fase 1 van de opleiding "Competente verkeersdeelneming" bereidt voor op de theorietoets:"Theorie van de Rijtaak", een computerexamen met 60 meerkeuzevragen. De "Theorie van de Rijtaak" omvat de onderdelen: De verkeerstaak; Wet- en regelgeving; De hoofdrijtaken. ### Inleiding Theorie van de verkeerstaak Inleiding Zodra je je in het verkeer begeeft, kom je situaties tegen waar je een oplossing voor moet bedenken. Bijvoorbeeld: het oversteken van een kruispunt. Het geheel van alle situaties waarmee een verkeersdeelnemer te maken krijgt, wordt de verkeerstaak genoemd. Een specifieke situatie wordt een verkeersopgave genoemd. Om een verkeersopgave op te lossen, doorloop je een aantal processen voordat je handelt. Deze worden de taakprocessen genoemd. In deze les leer je: Wat de verkeerstaak inhoud Welke taakprocessen er zijn Welke maatschappelijke criteria er zijn ### Tot slot Tot slot In deze les zijn de artikelen 14 t/m 18 van het RVV behandeld. In het RVV staan alle verkeersregels die gelden op de Nederlandse wegen. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk II Hoofdstuk II - Verkeersregels §4. Oprijden van kruispunten Artikel 14 §5. Verlenen van voorrang Artikel 15 §5a. Gedrag bij overwegen Artikel 15a §6. Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen Artikel 16 §7. Afslaan Artikel 17 en 18 ### Afslaan en voor laten gaan Afslaan en voor laten gaan Artikel 17 RVV, Afslaan Bestuurders mogen voorsorteren. Dit geldt voor of op kruispunten, waar de te volgen richting niet is aangegeven door tekens op het wegdek of borden. Als voor of op een kruispunt de te volgen richting of de in acht te nemen rijwijze is geregeld door verkeerstekens, zoals voorsorteerstroken, dan moet men deze opvolgen. Ook moet men rekening houden met tekens die een waarschuwend karakter hebben zoals gevaarlijk kruispunt e.d. Artikel 18 RVV, Voor laten gaan bij afslaan In artikel 18 RVV worden 3 zaken geregeld namelijk: rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor; korte bocht gaat voor lange bocht; bestuurders van trams zijn van deze twee uitgezonderd. Als er sprake is van rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg, zijn de voorrangsregels en -tekens niet van toepassing, omdat voorrang verlenen zich afspeelt tussen bestuurders die van kruisende wegen naderen. Samenvatting Het verlenen van voorrang, het voor laten gaan en de overige gedragingen op kruispunten zijn geregeld in de artikel 14 tot en met artikel 18 van het RVV 1990. Een aantal definities zijn daarbij van belang: bestuurders; kruispunt; voorrang verlenen; overweg; militaire colonne; uitvaartstoet van motorvoertuigen (rouwstoet); verkeer. Het gedrag bij overwegen, de herkenningstekens van en het doorsnijden van militaire colonnes en de uitvaartstoet van motorvoertuigen, alsmede het voorsorteren zijn belangrijk bij het afslaan. ### Militaire colonne en uitvaartstoet van motorvoertuigen Militaire colonne en uitvaartstoet van motorvoertuigen Artikel 16 RVV, Doorsnijden militaire kolonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen Militaire colonne en uitvaartstoet van motorvoertuigen Je mag op een gelijkwaardig kruispunt een motorvoertuig dat behoort tot de militaire colonne en uitvaartstoet van motorvoertuigen niet doorsnijden. Als voorwaarde hierbij geldt, dat de motorvoertuigen die behoren tot een militaire colonne en de uitvaartstoet van motorvoertuigen voorzien zijn van officiële herkenningstekens. Hier zie je de herkenningstekens van een militaire colonne. Hieronder zie je de herkenningstekens van een uitvaartstoet van motorvoertuigen en deze worden uitgedeeld door de begrafenisondernemer. Officieel zouden er 2 van deze vlaggen geplaatst moeten worden per motorvoertuig. Uitvaartondernemers zijn niet verplicht de officiële herkenningstekens te gebruiken. Een uitvaartstoet van motorvoertuigen zonder officiële herkenningstekens valt niet onder de regeling en moet zich aan de normale voorrangsregels houden. Dit is vastgelegd in artikel 30c RVV. Het eerste motorvoertuig dat behoort tot een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen valt niet onder het begrip doorsnijden van een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen en moet zich dus aan de normale voorrangsregels houden. Nader je de volgauto's van een militaire colonne of van een uitvaartstoet van motorvoertuigen, dan gelden de volgende regels: Als weggebruiker moet je op een gelijkwaardige kruising voorrang verlenen aan de volgauto's van een militaire colonne of uitvaartstoet van motorvoertuigen. Het maakt hierbij niet uit van welke kant de militaire colonne of uitvaartstoet van motorvoertuigen komt, of de militaire colonne of uitvaartstoet van motorvoertuigen rechtdoor gaat of afslaat. Wanneer je wilt oversteken bij een voetgangersoversteekplaats, moet je een naderende militaire colonne of uitvaartstoet van motorvoertuigen in zijn geheel voor laten gaan (artikel 49 RVV lid 3), dus nu ook het eerste motorvoertuig! Bestuurders van een autobus moeten bij het wegrijden bij een bushalte binnen de bebouwde kom een militaire colonne en een officiële uitvaartstoet van motorvoertuigen die van achteren nadert, voor laten gaan (artikel 56 RVV). Buiten de bebouwde kom gold dit al. Deze regeling geldt niet op voorrangskruisingen, rotondes, invoegstroken en in- en uitritten. Daar gelden voor de militaire colonne en uitvaartstoet van motorvoertuigen de normale voorrangsregels. Bij verkeerslichten gelden de normale voorrangsregels voor de uitvaartstoet van motorvoertuigen, maar daar heeft de militaire colonne weer een uitzondering (zie artikel 68 RVV lid 4). ### Voorrang verlenen en voor laten gaan Voorrang verlenen en voor laten gaan Artikel 15 RVV, Het verlenen van voorrang Het RVV stelt dat voorrang verlenen zich afspeelt op kruispunten. Rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor op afslaand verkeer op die weg. Voetgangers horen ook bij de verkeersdeelnemers. Voorrang verlenen en voor laten gaan Voorrang verlenen is geregeld in artikel 15 RVV en voor laten gaan in artikel 18 RVV. Dit is een belangrijk onderscheid, dat je goed moet kennen. Het is met name van belang om de betekenis en benaming van de voorrangsborden perfect te kennen. Voorrang speelt zich af tussen bestuurders op kruisende wegen. Voetgangers vallen buiten de voorrangsregels. In sommige gevallen moeten bestuurders ze wel voor laten gaan: In het geval een bestuurder afslaat en de voetganger op dezelfde weg doorgaat. De voetganger die oversteekt of te kennen geeft te willen oversteken op een voetgangersoversteekplaats. Bij het verlaten van een erf of inrit gaan voetgangers voor. Bij een bus- of tramhalte als een vluchtheuvel ontbreekt gaan in- en uitstappende passagiers voor. Verder moeten bestuurders voetgangers die slecht ter been en/of visueel gehandicapt zijn voor laten gaan als zij oversteken, of te kennen geven te willen oversteken (artikel 49 RVV lid 1). Hetzelfde geldt voor een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig als deze gebruik maakt van een voetgangersoversteekplaats (artikel 49 RVV lid 2). Hoofdregel voorrang verlenen Er is alléén maar sprake van voorrang verlenen als gelijktijdig is voldaan aan deze drie voorwaarden: Er is sprake van een kruispunt. Er is sprake van bestuurders onderling (voetgangers doen NOOIT mee in de voorrang). Er is sprake van bestuurders op kruisende wegen (daar waar ze vandaan komen). Is er niet voldaan aan 1 of meerdere van bovenstaande voorwaarden, dan is er GEEN sprake van voorrang verlenen. We spreken dan over voor laten gaan of de gelegenheid geven. Kruisingsvlak Op een vierarmig kruispunt is het centraal gelegen vlak, dat loopt van stopstreep tot stopstreep, het kruisingsvlak. Het heeft de vorm van een vierhoek. Op een Y-vormig kruispunt heeft het kruisingsvlak een driehoekige vorm. Een T-splitsing heeft weer een vierkant als kruisingsvlak met 3 armen. Artikel 15a RVV, Gedrag bij overwegen In tegenstelling tot artikel 15 RVV, waar wordt gesteld, dat bestuurders voorrang moeten verlenen aan andere bestuurders, stelt artikel 15a RVV dat weggebruikers, ook dus de voetganger, een railvoertuig voor moeten laten gaan en de overweg geheel vrij moeten houden. Er is alleen maar sprake van een overweg als er Andreaskruisen bij geplaatst zijn. Bij een kruising tussen een weg en een spoorweg zonder Andreaskruisen geldt de verplichting zoals genoemd in artikel 15a RVV niet. ### Oprijden van kruispunten Oprijden van kruispunten Artikel 14 RVV, Oprijden van kruispunten Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren. Deze regel houdt in dat bestuurders vóór dat zij het kruispunt op rijden, eerst moeten kijken dat ze het kruispunt in een keer kunnen oversteken of zich tussen de verkeersstromen kunnen opstellen. Het kruispunt mag je dus pas oprijden wanneer: kan worden doorgereden, of het kruispunt zo spoedig mogelijk vrij kan worden gemaakt; opstellen tussen de kruisende verkeersstromen mogelijk is. Wanneer het een met verkeerstekens geregeld kruispunt betreft, kan het in bepaalde situaties in verband met de doorstroming verstandig zijn om kortstondig op het kruispunt stil te staan. Kortstondig stoppen op een kruisend fietspad of een voetgangersoversteekplaats is soms noodzakelijk om uitzicht te krijgen op de kruisende weg. Daarbij mag je geen bromfietsers, fietsers of voetgangers hinderen. ### Introductie RVV 2 In deze les worden de artikelen 14 t/m 18 van het RVV behandeld. In het RVV staan alle verkeersregels die gelden op de Nederlandse wegen. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk II Hoofdstuk II - Verkeersregels §4. Oprijden van kruispunten Artikel 14 §5. Verlenen van voorrang Artikel 15 §5a. Gedrag bij overwegen Artikel 15a §6. Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen Artikel 16 §7. Afslaan Artikel 17 en 18 ### Tot slot Tot slot In deze les heb je geleerd: Wat het RVV is. Hoofdstuk I van het RVV. Hoofdstuk II tm paragraaf 3 van het RVV. De gehele wetgeving kun je hier lezen: RVV hoofdstuk I RVV hoofdstuk II Hoofdstuk I - Begripsbepalingen Begripsbepalingen Artikel 1 en 2 Hoofdstuk II - Verkeersregels § 1. Plaats op de weg Artikel 3 t/m 10 § 2. Inhalen Artikel 11 t/m 12 § 3. Files Artikel 13 ### Inhalen en files Inhalen en files Artikel 11 RVV, Inhalen Belangrijk voor een goede toepassing van de regels is om te weten wat nu precies inhalen is. Het RVV geeft hier geen omschrijving van. De Hoge Raad stelde het volgende: 'Er is sprake van inhalen als twee zich in dezelfde richting voortbewegende voertuigen elkaar naderen en vervolgens voorbijrijden, omdat het achterste voertuig sneller rijdt dan het voorste. Ook het voorbijrijden van een voertuig dat wel aan het verkeer deelneemt maar dat door de bestuurder tot stilstand is gebracht is inhalen. Een stilstaand voertuig waarmee niet aan het verkeer wordt deelgenomen, bijvoorbeeld een geparkeerde auto, wordt niet ingehaald, maar voorbij gereden of gepasseerd.' Hoofdregel inhalen en uitzonderingen (artikel 11 RVV) Het RVV geeft tegenwoordig alleen nog maar aan welke zijde we moeten of mogen inhalen. Vroeger werd hierbij ook nog bepaald dat we ons eerst ervan moesten vergewissen of het inhalen zonder gevaar of hinder kon geschieden. In het huidige RVV is deze bepaling vervallen, waarmee duidelijk een beroep wordt gedaan op de "eigen verantwoordelijkheid" van de weggebruikers. Artikel 11 RVV stelt als basis dat het inhalen links moet gebeuren. Hier zijn een aantal uitzonderingen op waarbij een onderscheid wordt gemaakt in moeten en mogen. Artikel 11 RVV lid 2 geeft een gebod weer, in die situatie moeten we rechts inhalen. Artikel 11 RVV lid 3 bepaalt dat fietsers en ook snorfietsers elkaar onderling links in moeten halen, terwijl ze andere bestuurders rechts en links in mogen halen. Voor bromfietsers geldt dat zij alle bestuurders links moeten inhalen. Artikel 11 RVV lid 4 en 5 geven aan dat: in situaties met een blokmarkering als de bestuurder zich rechts bevindt van de markering hij bestuurders links van de blokmarkering rechts mag inhalen; bestuurders trams rechts in mogen halen. Verkeersborden die inhaalverboden aangeven F1. Verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen F2. Einde verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen F3. Verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen F4. Einde verbod voor vrachtauto's om motorvoertuigen in te halen Artikel 12 RVV, Inhalen geeft aan, dat het verboden is om andere voertuigen voor of op voetgangersoversteekplaatsen (VOP) in te halen. Artikel 13 RVV, Files Artikel 13 RVV spreekt zich uit over het inhalen van files. Inhalen mag in files zowel links als rechts. Indien er in een file wordt gereden, is er vaak één rijstrook die sneller rijdt dan de andere rijstrook. Omdat ook hier een uitzondering op het rechts rijden wordt gemaakt, kunnen bestuurders in de linkerrijstrook blijven rijden. Het is niet wenselijk dat de bestuurder voortdurend van rijstrook wisselt, alhoewel het nergens verboden is. Wel veroorzaakt dit een zeer onrustig verkeersbeeld. ### Plaats op de weg Plaats op de weg Artikel 3 RVV, Plaats op de weg bestuurders Om te voorkomen dat bestuurders bij het berijden van de rijbaan tegen tegenliggers aan rijden, is er een verplichting om zoveel mogelijk rechts te rijden. De tussenruimte tussen de twee elkaar tegemoetkomende voertuigen wordt hierdoor maximaal gehouden. Dit rechts rijden geldt natuurlijk voor het weggedeelte dat bestemd is voor de desbetreffende categorie bestuurders. Voorbeelden (snor)fietsers, bromfietsers, gehandicaptenvoertuigen zoveel mogelijk rechts op de fietsstrook, verplicht fietspad, verplicht fiets/bromfietspad, rijbaan; bestuurders van motorvoertuigen, geleiders van rij-/trekdieren of vee en bestuurders van wagens zoveel mogelijk rechts op hun rijbaan. Het slingeren tussen geparkeerde motorvoertuigen om maar zoveel mogelijk rechts te houden is niet de bedoeling van dit artikel. Het brengt alleen maar een onrustig verkeersbeeld met zich mee en bevordert zeker niet de veiligheid (zie rijprocedure B). Artikel 4 RVV, Plaats op de weg voetgangers Dit artikel bepaalt de plaats op de weg voor voetgangers. Zij maken gebruik van: het trottoir of het voetpad; het verplichte fietspad of het fiets-/bromfietspad, indien er geen trottoir of voetpad aanwezig is; de berm of de uiterste zijde van de rijbaan, indien trottoir of voetpad én een verplicht fietspad of een fiets-/bromfietspad ontbreken. Als in bepaalde situaties het trottoir of het voetpad ontbreekt, maar er is wel een verplicht fietspad of een fiets-/bromfietspad aanwezig, dan moet de voetganger deze volgen. Voorheen werd dwingend voorgeschreven waar de voetganger moest lopen in het geval er geen voetpad of trottoir, geen verplicht fietspad en geen fiets-/bromfietspad aanwezig waren. Als de voetganger gebruik maakt van de rijbaan of de berm wordt het nu aan het eigen inzicht overgelaten aan welke zijde van de rijbaan hij verkiest te gaan lopen. Iemand die zich op of met bijvoorbeeld skeelers, skateboard, rolschaatsen of step voortbeweegt, moet gebruik maken van: het trottoir, het voetpad, het fietspad of fiets-/bromfietspad; de rijbaan als de hierboven genoemde weggedeelten ontbreken. ### Artikel 2 Gelijkstelling voetgangers In artikel 2 RVV lid 1 en lid 2 van het RVV wordt opgesomd welke weggebruikers de regels voor voetgangers in acht moeten nemen. Dit zijn: Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, als ze gebruik maken van het trottoir of voetpad of als ze oversteken van het ene naar het andere trottoir of voetpad; Personen die een fiets, bromfiets of motorfiets aan de hand meevoeren; Personen die zich voortbewegen met behulp van voorwerpen niet zijnde voertuigen. De aanhef van dit artikel - gelijkstelling aan de regels voor voetgangers - is belangrijk. Het geeft namelijk aan dat de bovengenoemde personen alléén voor het RVV de regels van voetgangers moeten volgen. Zo mag een lopende weggebruiker met een motorfiets aan de hand dit doen zonder helm, maar die persoon moet wel in het bezit zijn van een geldig rijbewijs en minimaal 18 jaar zijn. Dit laatste is geregeld in de Wegenverkeerswet (WVW). Artikel 2 RVV lid 3 noemt de weggebruikers die de regels van wagens moeten volgen. Dit zijn door voetgangers gevormde optochten; uitvaartstoeten; colonnes. Dit heeft tot gevolg dat deze weggebruikers zich onder andere moeten houden aan de plaats op de weg, voorrang moeten verlenen en eventueel verlichting moeten voeren. De verplichting om de regels voor wagens te volgen geldt alleen maar als zij gebruik maken van de rijbaan. Maken ze gebruik van het voetpad of trottoir dan blijven de regels van voetgangers van toepassing. Bijzondere voertuigen Er zijn diverse bijzondere voertuigen toegelaten waarvoor ook verkeersregels gelden. We noemen er een paar: scootmobiel, minibike, step, motorstep, driewielige motorscooter, skeelers, en segway. Segway: voetganger of bromfietser volgens de wet? Op de foto zie je mensen op een Segway. Een Segway is een elektrisch aangedreven voertuig dat staande bestuurd moet worden. Een Segway is zelfbalancerend met 2 wielen naast elkaar. Het voertuig valt onder de categorie bijzondere snorfietsen; je mag er dus mee het verkeer in. Als je met een Segway op de openbare weg rijdt, gelden de volgende regels: maximumsnelheid (25 km/u), minimumleeftijd van 16 jaar, je hoeft niet in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs. Er is wel een verzekeringsplicht. De segway kan ook worden gebruikt als een gehandicaptenvoertuig. De bestuurder moet dan wel beschikken over een bepaalde kaart waarop staat dat hij de segway als gehandicaptenvoertuig mag besturen. Bij inzet als gehandicaptenvoertuig mag de bestuurder van de segway jonger zijn dan 16 jaar. De bestuurder moet daarbij gebruik maken van het trottoir of voetpad en de maximumsnelheid is dan 6 km/u (zie artikel 5 RVV lid 5 en lid 6, artikel 20 RVV sub c en artikel 21 RVV sub c). Meer lezen: Segway en Welke regels gelden voor een segway ### Artikel 1 Definities RVV 1990, artikel 1, de definities In artikel 1 RVV zijn 87 definities opgenomen: van aanhangwagens tot en met zitplaats. Het eerste artikel van het RVV is eigenlijk een verklarende woordenlijst. Een zeer grondige kennis van deze definities is onmisbaar voor het goed kunnen interpreteren van de verkeersregels. Je vindt alle definities hier: Definities RVV 1990 Je moet de betekenis van deze begrippen heel precies kennen. Oefen ze door de rij met omschrijvingen te bedekken en bij ieder begrip de juiste omschrijving te geven. Controleer daarna of je het goed hebt gedaan. Door de omschrijving hardop uit te spreken of op te schrijven kun je jezelf dwingen om de beschrijving precies te formuleren, dat helpt bij het leren. Herhaal deze oefening tot je de definities vlot en foutloos kunt geven! Als je de begrippen kent is het goed om de oefening met tussenpozen te herhalen. Als je de begrippen niet herhaalt is de kans groot dat je dingen gaat vergeten. Dat zou natuurlijk zonde zijn. Door de oefening gedurende de opleiding te blijven herhalen zorg je dat je dat je kennis beter beklijft. Zo heb je het meeste profijt van je inspanningen. ### Introductie RVV 1 In deze les leer je dat de Wegenverkeerswet is opgebouwd uit een aantal reglementen en besluiten. Een van deze reglementen is het RVV. Het RVV is opgebouwd uit een aantal hoofdstukken. Een hoofdstuk kan bestaan uit een aantal paragrafen. Een paragraaf bestaat uit een aantal artikelen. Omdat het hele RVV te veel is om in één keer te behandelen, worden in de komende lessen steeds een aantal artikelen behandeld. In deze les leer je: Wat het RVV is. Hoofdstuk I van het RVV. Hoofdstuk II t/m paragraaf 3 van het RVV. Hoofdstuk I - Begripsbepalingen Begripsbepalingen Artikel 1 en 2 Hoofdstuk II - Verkeersregels § 1. Plaats op de weg Artikel 3 t/m 10 § 2. Inhalen Artikel 11 t/m 12 § 3. Files Artikel 13 Overzicht van het hele RVV RVV hoofdstuk I RVV hoofdstuk II ### Activating Notifications In the upper menu, go to the Notifications tab, then click on the Activate New Notification button found here. There are two main notification types based on destination: Admin and Student notifications. You can also decide if a notification affects all of the courses or just a specific one. When typing your subject and message, make sure to use the shortcodes found on the right hand side of the page. Additional settings can be found by navigating to the General Options -> Notifications tab. You can also activate the option for Pushover Notifications by going to the Magic Feature tab and setting this feature up. Afterwards when creating or editing a notification a new section called Pushover Notifications will appear. ### Payment Services You can find a list of all the payment services by going in the upper menu and clicking on the Payment Services tab. Here you can click on which box you want to set up. If a certain payment is grayed out it means that you must first navigate to the Extensions tab and activate the Payment Integration module from there. Each payment type requires different settings in order for it to work. ### Special Settings - Intro These are very important settings which bring a new level of customization to: Questions, Quizzes, Lessons and Courses. You can access these settings by hovering over an existing item and clicking on Special Settings or when creating / editing one of the above items, at the top of the page and / or on the right hand side menu you have the Special Settings buttons. They are different for each item, to learn more either access their respective pages or head over to the knowledge base and read about them there. ### Creating a Course A course is a collection of lessons and quizzes, a quiz is a collection of questions. Before making a course make sure you have everything else created to make things easier for yourself. In the upper menu, go to the Courses tab, then click on the Add new Course button found here. In the upper portion of the page you have a menu with useful links to help you customize your course, for example the Special Settings button. After adding content in the first area, you can scroll to the Course Sections, by clicking the + sign, you create a new section. Enter a name for it and add courses or quizzes to it. When adding elements to a section you can search for them, press +Add all to add the whole list, for a single element you can click the + button, double click or drag and drop to the left. ### Setting up a Quiz In the upper menu, go to the Quizzes tab, then click on the Add new Quiz button found here. You can add content in the first section, or skip to the Quiz Questions section where you can add existing questions to your quiz. You can click on the + icon, drag and drop and search for specific questions. When you are done editing, simply click on the Publish button found on the right hand side menu. You can also access the Special Settings page where you have some useful options you can further tweak. We will cover this section later in the course. ### Creating a Question In the upper menu, go to the Questions tab, then click on the Add new Question button found here. You can type your message here, then you have the option to select which Type of Question it is, you can select one from the drop-down menu. Example: If  you select the type to be Multi Choice, then you can add as many answers as you want by clicking Add new Option, then at the bottom you can add the correct answer. When you are done editing, simply click on the Publish button found on the right hand side menu. You can also access the Special Settings page where you can edit how many Quiz Points the question is worth, add a Hint Message and a Question Explanation. When creating or editing a Question, on the right hand side menu you have the Special Settings button. We will cover this section later in the course. ### Adding a new Lesson In the upper menu, go to the Lessons tab, then click on the Add new Lesson button found here. In the content area you will type in your lesson and once you are ready hit publish! An additional section called Lesson Drip Content can be found below the content area only after activating the Magic Feature: Lesson Drip Content. This will allow you to release content at regular intervals by creating a release schedule for your content. ### Adding a new Lesson In the upper menu, go to the Lessons tab, then click on the Add new Lesson button found here. In the content area you will type in your lesson and once you are ready hit publish! An additional section called Lesson Drip Content can be found below the content area only after activating the Magic Feature: Lesson Drip Content. This will allow you to release content at regular intervals by creating a release schedule for your content. ### Adding a new Lesson In the upper menu, go to the Lessons tab, then click on the Add new Lesson button found here. In the content area you will type in your lesson and once you are ready hit publish! An additional section called Lesson Drip Content can be found below the content area only after activating the Magic Feature: Lesson Drip Content. This will allow you to release content at regular intervals by creating a release schedule for your content. ### Adding a new Lesson In the upper menu, go to the Lessons tab, then click on the Add new Lesson button found here. In the content area you will type in your lesson and once you are ready hit publish! An additional section called Lesson Drip Content can be found below the content area only after activating the Magic Feature: Lesson Drip Content. This will allow you to release content at regular intervals by creating a release schedule for your content. ### Adding a new Lesson In the upper menu, go to the Lessons tab, then click on the Add new Lesson button found here. In the content area you will type in your lesson and once you are ready hit publish! An additional section called Lesson Drip Content can be found below the content area only after activating the Magic Feature: Lesson Drip Content. This will allow you to release content at regular intervals by creating a release schedule for your content. ### Adding a new Lesson In the upper menu, go to the Lessons tab, then click on the Add new Lesson button found here. In the content area you will type in your lesson and once you are ready hit publish! An additional section called Lesson Drip Content can be found below the content area only after activating the Magic Feature: Lesson Drip Content. This will allow you to release content at regular intervals by creating a release schedule for your content. ### Adding a new Lesson In the upper menu, go to the Lessons tab, then click on the Add new Lesson button found here. In the content area you will type in your lesson and once you are ready hit publish! An additional section called Lesson Drip Content can be found below the content area only after activating the Magic Feature: Lesson Drip Content. This will allow you to release content at regular intervals by creating a release schedule for your content. ## Quizes ### Theorie van de verkeerstaak - Oefenexamen ### RVV 2 - Oefenexamen ### RVV 1 - Oefenexamen ## Questions ### Automatische concepten Wat verstaat het RVV'90 onder “overweg”? Kruising van een {weg} en een {spoorweg} die wordt aangeduid door middel van bord J12 of J13 van bijlage 1. ### Automatische concepten Aan welke drie voorwaarden moet je voldoen om te mogen spreken van 'voorrang verlenen'? ### Automatische concepten Waar mogen weggebruikers een uitvaartstoet niet doorsnijden? ### Automatische concepten Wat zijn de herkenningstekens van een militaire colonne? Er zijn meerdere antwoorden juist ### Automatische concepten Wat is voor de bestuurder op een kruispunt toegestaan? ### Automatische concepten Op welke manier(en) kan men als bestuurder bij het afslaan richting aangegeven? ### Automatische concepten Aan wie dien je voorrang te verlenen als je uit een onverharde weg komt? ### Automatische concepten Een uitvaartstoet van motorvoertuigen zonder officiële {herkenningstekens} valt niet onder de regels betreffende het doorsnijden van een uitvaartstoet van motorvoertuigen en moet zich aan de normale voorrangsregels houden. ### Automatische concepten Wat houdt de bepaling in dat bestuurders een kruispunt NIET mogen blokkeren? ### Automatische concepten Waar wordt de hoofdregel van de voorrang toegepast? ### Automatische concepten Waar maakt het waarschuwingslicht bestuurders attent op? ### Automatische concepten Wat is de hoofdregel met betrekking tot het voor laten gaan bij het afslaan? {bestuurders} die afslaan, moeten het verkeer dat hen op weggebruikers {dezelfde} weg tegemoet komt of dat op dezelfde weg zich naast, dan wel links of rechts dicht een kruising {achter} hen bevindt, voor laten gaan. ### Automatische concepten Op wie zijn de regels van voetgangers NIET van toepassing? ### Automatische concepten Wat is voor een bromfietser de juiste plaats op de weg als er een fietspad aanwezig is? ### Automatische concepten Wie van deze bijzondere weggebruikers mag zich NIET op het trottoir voortbewegen? ### Automatische concepten Wat verstaat het RVV'90 onder “motorvoertuig”? ### Automatische concepten Wat verstaat het RVV'90 onder “bestuurders”? ### Automatische concepten Door wie mag een fietsstrook met een doorgetrokken streep worden gebruikt?   ### Automatische concepten Wanneer mag je als fietser de rijbaan gebruiken terwijl er een verplicht fietspad is? Geef alle opties aan die van toepassing zijn. ### Automatische concepten Vul de ontbrekende woorden en cijfers in. De persoon, die een motor aan de hand meevoert, hoeft geen veiligheidshelm op te hebben, maar moet wel in het bezit zijn van een geldig _______ A1, A2 of A en hij of zij moet minimaal ___ jaar oud zijn. ### Automatische concepten Welke regels volgt een uitvaartstoet te voet als deze de rijbaan volgt? ### Automatische concepten Wat hoort bij elkaar? ### Automatische concepten Welke bestuurders mogen een langzaam rijdende auto rechts inhalen? ### Automatische concepten Wat verstaat het RVV'90 onder “weggebruikers”? ### Automatische concepten Vul het ontbrekende woord in. Het is voor bestuurders van bespannen wagens niet toegestaan om ___________ , het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad te gebruiken. ### Automatische concepten Voor wie op onderstaande afbeelding geldt dat zij de regels van voetgangers moeten volgen? ### Automatische concepten Welke bestuurder mag men vlak voor of op een VOP wel inhalen? ### Automatische concepten Vul het ontbrekende woord in. Een ruiter mag in het geval er een _______ aanwezig is, er niet voor kiezen om op de rijbaan te rijden. ### Automatische concepten Welke regels moet de bestuurder van een brommobiel volgens het RVV'90 volgen? ### Automatische concepten Welke omschrijving maakt deel uit van het begrip 'gehandicaptenvoertuig'? ### Is Ultimate Learning Pro the best LMS plugin? ### Select the correct statement about notifications. ### Prove you are a human by sorting these numbers. a=8 ### If a payment service is grayed out it means that? ### A course is a collection of lessons and ___. ### Is the Lesson Drip Content feature available from the start? ### Which statement is correct about the Special Settings feature? ## Instructors ### info@taxicbr.nl ## FAQs ### Hoe haal ik mijn chauffeursdiploma taxi? Om het chauffeursdiploma taxi te halen moet u 2 examens doen, namelijk een theorie en een praktijkexamen. U moet binnen 1 jaar slagen voor het theorie- en praktijkexamen. Het maakt niet uit in welke volgorde u de examens doet. U kunt ervoor kiezen om de examens zelf te reserveren bij het CBR of via een CBR erkende opleider. Mocht u een opleiding nodig hebben voor het behalen van een chauffeurskaart is dit uiteraard ook mogelijk. Inmiddels zijn er al bij ons duizenden mensen geslaagd voor deze opleiding. Als u ervoor kiest om bij TaxiCBR.nl een taxi-opleiding te volgen, dan garanderen wij dat u absoluut getraind en klaargestoomd het examen ingaat. Dit resulteert tot een hogere kans van slagen en bent u uiteindelijk goedkoper uit omdat u dus sneller slaagt! Neem voor meer informatie gerust contact met ons op, wij staan u graag te woord. ### Wat is een chauffeurskaart taxi? In Nederland is in 2001 de Wet Personenvervoer 2000 ingevoerd. Hierin staan alle wetten en regels voor de taxibranche. Hierin staat dat als u wilt gaan werken als taxi- (beroeps) chauffeur in Nederland bent u verplicht om een geldige chauffeurskaart in bezit te hebben. Hiermee toont u aan de consumenten en aan de ambtenaren dat u bevoegd bent om als chauffeur passagiers te vervoeren tegen betaling van A naar B. ## Avada Slides ### Contact ### Company ### Support ### Blog ### Hosting ### Home