Hoofdstuk 3.7 van de Rijprocedure B, onder "Bijzondere verrichtingen" en specifiek "Hellingproef", stelt: "Bij de uitvoering van de hellingproef is het aan de kandidaat om de keuze te maken of hij een handrem, voetrem of een wegrijhulpsysteem gebruikt." Het belangrijkste is dat de auto niet wegrolt en de motor niet afslaat.
Hoofdstuk 3.7 van de Rijprocedure B, onder "Bijzondere verrichtingen" en specifiek "Hellingproef", stelt: "Bij de uitvoering van de hellingproef is het aan de kandidaat om de keuze te maken of hij een handrem, voetrem of een wegrijhulpsysteem gebruikt." Het belangrijkste is dat de auto niet wegrolt en de motor niet afslaat.