0%
OPLEIDING RIJINSTRUCTEUR

Een vraag rapporteren

Je kunt geen leeg rapport indienen. Voeg wat details toe.
OPLEIDING RIJINSTRUCTEUR
OPLEIDING RIJINSTRUCTEUR

FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 1

1 / 50

1. Waar mag de bestuurder zijn voertuig niet parkeren volgens Artikel 24, lid 1f?

2 / 50

2. Voor wie geldt de 'hoofdregel' van het inhalen?

3 / 50

3. Waar mag een aanhanger worden geparkeerd?

4 / 50

4. Wat is verplicht volgens Artikel 36?

5 / 50

5. Wat is verboden volgens Artikel 25, lid 1?

6 / 50

6. Mag je een fietser voor het VOP inhalen?

7 / 50

7. Een bestuurder van een brommobiel sleept met zijn voertuig een driewielige brombakfiets. Hoeveel mag de maximale tussenruimte tussen beide voertuigen bedragen?

8 / 50

8. Vul de aandachtspunten op een kruispunt aan.

Bij het naderen en oprijden van een kruispunt moet je in een zo vroeg mogelijk stadium de aard, de __________ en het uitzicht op en nabij dat kruispunt vaststellen.

9 / 50

9. De volgende bestuurders moeten, behalve bij het afslaan, een teken met hun richtingaanwijzer of arm geven als zij: willen wegrijden, willen inhalen, de doorgaande rijbaan willen oprijden of verlaten, van rijstrook willen wisselen of bij andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen:

10 / 50

10. Wat voor wegwijzer is bord K2?

OPLEIDING RIJINSTRUCTEUR

11 / 50

11. Moet je als bestuurder van een motorvoertuig mist achterlicht voeren bij zicht minder dan 70 meter?

12 / 50

12. Wat mag je in principe niet zonder toezicht los laten lopen?

13 / 50

13. Wat is de maximumsnelheid voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, op het fiets/bromfietspad buiten de bebouwde kom volgens Artikel 21, lid b1?

14 / 50

14. Wat is de maximumsnelheid voor een speed-pedelec?

15 / 50

15. Mag het mistachterlicht gevoerd worden bij sneeuw?

16 / 50

16. Op welke afstand moet een gevarendriehoek bij een motorfiets worden geplaatst?

17 / 50

17. Wanneer mag een file rechts worden ingehaald?

18 / 50

18. Binnen een parkeerschijfzone moet met gebruikmaking van een parkeerschijf worden geparkeerd:

19 / 50

19. Bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert, mogen bestuurders van een motorvoertuig en van een gehandicaptenvoertuig mistlicht aan de voorzijde voeren. In dat geval moeten de bestuurders ook dimlicht voeren.

20 / 50

20. Waar geldt voorrang van rechts niet?

21 / 50

21. De Rijprocedure B stelt dat onderling oogcontact of handgebaren de communicatie tussen betrokkenen kunnen bevorderen en eventuele bedoelingen kunnen verduidelijken. In welke situatie is dit extra nuttig?

22 / 50

22. Je auto is uitgerust met een rijstrookassistent die actief ingrijpt om je in het midden van de rijstrook te houden. Wat is de verantwoordelijkheid van de bestuurder volgens de Rijprocedure B?

23 / 50

23. Digitaal snelheidsbord toont onleesbare pixels. Laatste leesbare bord was 100 km/u. Wat doe je?

24 / 50

24. Je staat stil voor een spoorwegovergang die langer dan een minuut gesloten zal zijn. Je auto is uitgerust met een start/stop-systeem. Wat adviseert de Rijprocedure B over het uitzetten van de motor?

25 / 50

25. Tijdens het rijden op de snelweg zie je plotseling een voorwerp (zoals een band) op je rijstrook liggen. Wat is volgens de Rijprocedure B het meest veilig?

26 / 50

26. Je leerling die gewend is aan de Ford Puma stapt over naar een lesauto van een ander merk. Hij merkt dat identiek genoemde systemen anders reageren. Hoe leg je dit uit?

27 / 50

27. Je leerling klaagt dat het FCW-systeem te vaak waarschuwt tijdens stadsritten, vooral bij geparkeerde auto's. Hij wil het systeem uitschakelen. Wat is je advies?

28 / 50

28. Je rijdt op de snelweg met 100 km/u en hebt Adaptive Cruise Control (ACC) ingeschakeld. Voor je rijdt een vrachtwagen met 80 km/u. Plotseling gaat de vrachtwagen zonder richting aan te geven naar links. Wat is de meest veilige handelswijze in deze situatie?

29 / 50

29. Je leerling vraagt of hij ADAS moet vertrouwen gezien alle beperkingen die jullie besproken hebben. Hoe frame je dit?

30 / 50

30. Je leerling heeft ACC LKA en ISA tegelijk geactiveerd op een rustige snelweg. Hij leunt achterover en vermindert zijn aandacht. Wat is je belangrijkste waarschuwing?

31 / 50

31. Je rijdt in een tunnel. Voor je valt een motorrijder. Wat is je eerste actie volgens tunnelveiligheid?

32 / 50

32. Op parkeerterrein staat "werknemers ma-vr". In weekend zie je toch auto's staan. Toegestaan volgens interpretatie?

33 / 50

33. Je rijdt op een rijbaan met twee rijstroken in jouw richting. De rechter rijstrook eindigt over 200 meter. Wanneer voeg je in volgens het ritsprincipe?

34 / 50

34. Je ziet vrachtwagen met opschrift "Convoi Exceptionnel". Franse plaat. Betekenis volgens EU-transport?

35 / 50

35. Een vrachtwagen verliest zand op rotonde. Gevaar volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?

36 / 50

36. Een motor filtert in file maar blijft hangen tussen auto's. Hij gebaart om ruimte. Verplicht volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?

37 / 50

37. Een fietser geeft aan linksaf te slaan maar blijft rechts rijden. Je wilt rechts inhalen. Mag dit volgens artikel 11 RVV 1990?

38 / 50

38. Een scooter rijdt zonder kentekenplaat. Wat mag je concluderen volgens kentekeneisen?

39 / 50

39. Op snelweg zie je bord "FILE vanaf 2 km". Je navigatie toont groene route. Wat vertrouw je volgens actualiteit?

40 / 50

40. Op een parkeerterrein zie je blauwe belijning met rolstoelsymbool maar geen bord. Is dit een invalidenparkeerplaats volgens artikel 26 RVV 1990?

41 / 50

41. Op snelweg in Duitsland zie je "Rettungsgasse bilden". Nederlandse automobilist moet volgens EU-regels?

42 / 50

42. Een vrachtwagen staat te lossen op een busbaan. De bus kan er niet langs. Wie heeft gelijk volgens artikel 72 RVV 1990?

43 / 50

43. Je auto heeft cruise control ingesteld op 100. Je nadert afdaling waar bord "80" staat. Wat doe je volgens artikel 19 Wegenverkeerswet?

44 / 50

44. Op snelweg zie je bord "slecht wegdek 500 m". Je voelt nog niets. Wat doe je volgens artikel 19 Wegenverkeerswet?

45 / 50

45. Je wilt tanken maar alle pompen zijn bezet. Een pomp wordt vrij maar de auto blijft staan. Wat doe je volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?

46 / 50

46. Op kruising zie je auto met alle vier deuren open stilstaan. Niemand erin. Motor draait. Vermoeden volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?

47 / 50

47. Je nadert een zebrapad waar een voetganger staat te wachten. De voetganger maakt geen aanstalten om over te steken. Wat moet je doen volgens artikel 49 RVV 1990?

48 / 50

48. Op een kruispunt zie je alleen witte strepen in visgraatpatroon. Wat betekent dit volgens wegmarkering?

49 / 50

49. Op provinciale weg staat om de 100m bord "80". Overdreven volgens artikel 65 RVV 1990?

50 / 50

50. Je rijdt op een weg met een doorgetrokken streep. Een fietser voor je rijdt 15 km/u. Mag je inhalen volgens artikel 3 RVV 1990?

0%