0%
OPLEIDING RIJINSTRUCTEUR

Een vraag rapporteren

Je kunt geen leeg rapport indienen. Voeg wat details toe.
OPLEIDING RIJINSTRUCTEUR
OPLEIDING RIJINSTRUCTEUR

FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 1

1 / 50

1. Moet een gehandicapte in een rolstoel zonder motor verlichting voeren als hij binnen de bebouwde kom, in het donker het fietspad volgt?

2 / 50

2. Tijdens de eerste rijles begint de rijinstructeur met de leerling gasgeven, koppeling bedienen en met de versnelling op een afgesloten terrein. De volgende les wil je met hetgeen verder. Wat moet de doelstelling dan zijn van deze les?

3 / 50

3. Wat is de maximumsnelheid voor een speed-pedelec?

4 / 50

4. Waar is het gebruik van winterbanden verplicht?

5 / 50

5. Wat is de maximum toegestane snelheid van een bromfietser die binnen de bebouwde kom de rijbaan volgt?

6 / 50

6. Hoort een invoegstrook bij de doorgaande rijbaan?

7 / 50

7. Moet je als bestuurder van een motorvoertuig mist achterlicht voeren bij zicht minder dan 70 meter?

8 / 50

8. Wat is de maximumsnelheid voor landbouwtrekkers volgens Artikel 22a, lid 1?

9 / 50

9. Wanneer mag mistachterlicht worden gebruikt?

10 / 50

10. Wat is verboden volgens Artikel 14?

11 / 50

11. Wat is voor wat betreft het inhalen juist?

12 / 50

12. Wat is de betekenis van bord C1 RVV 1990?

OPLEIDING RIJINSTRUCTEUR

13 / 50

13. Als de kruisende weg gescheiden _________ heeft, vóór het oprijden naar ________ van het kruispunt kijken om te zien of daar voldoende opstelruimte is.

14 / 50

14. Wat geldt volgens Artikel 13, lid 1 bij fileverkeer?

15 / 50

15. Wat betekent een groene golf?

16 / 50

16. Wat is de verplichting van de bestuurder volgens Artikel 19?

17 / 50

17. Is een redresseerstrook een rijstrook?

18 / 50

18. Wat is de betekenis van bord J2?

OPLEIDING RIJINSTRUCTEUR

19 / 50

19. Wat betekent een witte pijl bij rijstrooklichten op de matrixborden bij een autosnelweg?

20 / 50

20. Welk maatschappelijk criterium is in de eerste plaats gediend met het rijden met een aangepaste naderingssnelheid?

21 / 50

21. De Rijprocedure B benadrukt het belang van 'vloeiende stuurbewegingen' bijvoorbeeld bij het rijden van bochten. Wat is het voordeel hiervan?

22 / 50

22. Je nadert een kruispunt waar de markeringen op het wegdek vervaagd zijn en de verkeersborden deels bedekt zijn door begroeiing. Wat is de meest defensieve en tactische aanpak?

23 / 50

23. De Rijprocedure B stelt dat door tijdens de rijopleiding al aandacht te besteden aan zelfreflectie de kandidaat beter kan inspelen op de eisen die het huidige verkeer aan hem stelt. Wat is het doel van zelfreflectie?

24 / 50

24. Wanneer schakel je parkeersensoren uit?

25 / 50

25. Wat is de juiste positie van je linkerbeen bij een automaat?

26 / 50

26. Met ACC actief nadert een ambulance van achteren. Het systeem reageert niet. Wat doe je?

27 / 50

27. Na ruitvervanging werken verschillende ADAS-functies niet meer. Je leerling denkt dat de systemen defect zijn. Wat is de werkelijke oorzaak?

28 / 50

28. Tijdens een nachtelijke rijles op een provinciale weg zijn er wegwerkzaamheden waarbij tijdelijke gele strepen zijn geplaatst. Het Emergency Lane Keeping systeem geeft verwarrende stuurcorrecties. Wat is de beste handelwijze?

29 / 50

29. De BSW-LED in de spiegel is overdag moeilijk zichtbaar. De leerling wil het systeem laten repareren. Wat adviseer je?

30 / 50

30. Moet je als rijinstructeur speciale ADAS-certificering hebben? Wat is de realiteit?

31 / 50

31. Een deelauto heeft parkeerschijf voor 2 uur geleden. Mag je hem verplaatsen volgens regels?

32 / 50

32. Een rolstoel-scootmobiel combinatie (gekoppeld) rijdt op fietspad. Toegestaan volgens voertuigcategorieën?

33 / 50

33. Je ziet kleuter op skelter van oprit straat oprijden. Ouder rent erachteraan. Eerste reactie volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?

34 / 50

34. Je wilt op een kruispunt rechtdoor maar de weg is afgesloten met een rood kruis. Links en rechts is groen. Wat doe je volgens artikel 77 RVV 1990?

35 / 50

35. Je rijdt op weg met bord "strooiwagen volgen". Geen strooiwagen te zien, wel glad. Snelheid volgens artikel 19 Wegenverkeerswet?

36 / 50

36. Een auto heeft "PRESS" kaart maar parkeert op invalidenplek. Toegestaan volgens artikel 26 RVV 1990?

37 / 50

37. Op een rotonde rijdt voor je een tractor met aanhanger. Hij geeft rechts aan maar rijdt rechtdoor. Wat doe je volgens artikel 18 RVV 1990?

38 / 50

38. Op snelweg zie je vrachtwagen met deuren die klapperen in de wind. Geen lading zichtbaar. Gevaar volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?

39 / 50

39. Op een parkeerplaats zie je bord "P" met "ma-vr 7-9 en 16-18 verboden". Het is dinsdag 15:30. Mag je parkeren volgens bijlage 1 RVV 1990?

40 / 50

40. Je rijdt in een 30 km/u-zone. Een kind rent plotseling tussen geparkeerde auto's door. Je remt maximaal maar raakt het kind licht. Ben je aansprakelijk volgens artikel 185 Wegenverkeerswet?

41 / 50

41. Een camper heeft zonnepanelen op dak die losraken. Een paneel hangt half over rand. Wat doe je volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?

42 / 50

42. Op een rotonde zie je een fietser die de rotonde wil oprijden. Jij bent al op de rotonde. Wie heeft voorrang?

43 / 50

43. Bij een kruising zie je een oranje knipperlicht boven een groen verkeerslicht. Wat betekent dit volgens artikel 69 RVV 1990?

44 / 50

44. Je ziet bord "werk in uitvoering" met "20-06 t/m 20-07". Vandaag is 21-07. Gelden snelheidsbeperkingen volgens bijlage 1 RVV 1990?

45 / 50

45. Een fietser fietst zonder handen sturen. Hij slingert licht. Hoe passeer je volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?

46 / 50

46. Een fietspad heeft rode coating. Een scooter rijdt erop. Mag dit volgens artikel 5 RVV 1990?

47 / 50

47. Een scooter rijdt met grote pizzadoos achterop die zicht blokkeert. Toegestaan volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?

48 / 50

48. Een motor filtert in file. Auto naast je zet deur open. Wie is aansprakelijk bij aanrijding volgens jurisprudentie?

49 / 50

49. Je rijdt in een straat met éénrichtingsverkeer. Een fietser komt je tegemoet. Is dit toegestaan volgens artikel 5 RVV 1990?

50 / 50

50. Een scootmobiel rijdt op het fietspad met 10 km/u. Je nadert op de fiets met 20 km/u. Hoe ga je voorbij volgens artikel 3 RVV 1990?

0%