Deze inhoud vereist JavaScript om correct te worden weergegeven.
Schakel JavaScript in en ververs de pagina.
FASE 1A THEORIE VAN DE RIJTAAK 1
1 / 50
1. In welke fase van een lesplan wordt de handeling aangeleerd?
2 / 50
2. Wat betekent bord L2 (voorwegwijzer)?
Bord L2 is een voorwegwijzer die de richting naar verschillende bestemmingen aangeeft.
3 / 50
3. Wat is de betekenis van bord E7 RVV 1990?
4 / 50
4. Wie mogen parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats?
5 / 50
5. Wie mogen gebruik maken van de autosnelweg?
6 / 50
6. Wanneer is een eigen verklaring en een geneeskundig verslag vereist?
7 / 50
7. Waar geld de maximumsnelheid voor een brommobiel?
De maximumsnelheid voor een brommobiel (Categorie L6e) is overal 45 km/u, en de brommobiel hoort op de rijbaan, net als een auto, met uitzondering van autowegen en autosnelwegen.
8 / 50
8. Mag je met een rijbewijs B, afgegeven na 19 januari 2013, aanhangwagens voortbewegen die een toegestane maximum massa hebben van meer dan 750 kg?
Met een rijbewijs B, afgegeven na 19 januari 2013, mag je aanhangwagens voortbewegen die een toegestane maximum massa hebben van meer dan 750 kg, mits de toegestane maximum massa van het samenstel (de auto en de aanhangwagen bij elkaar) niet meer bedraagt dan 3500 kg.
9 / 50
9. Wat is verboden volgens Artikel 16?
Volgens Artikel 16: "Weggebruikers mogen militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen niet doorsnijden."
10 / 50
10. Je wilt op een taxistandplaats goederen laden en lossen. Is dit toegestaan?
11 / 50
11. Indien speciaal tot parkeren bestemde weggedeelten zijn aangebracht, zoals parkeerhavens, parkeervakken of parkeerstroken. Moet men daar dan om te parkeren verplicht gebruik van maken?
Parkeren mag ook elders, tenzij daar een parkeerverbod geldt.
12 / 50
12. Wat voor wegwijzer is bord K2?
13 / 50
13. Waar geldt rechts inhalen?
Rechts inhalen is toegestaan in al deze specifieke situaties.
14 / 50
14. Mag de auto hier stoppen om een passagier uit te laten stappen?
15 / 50
15. Wie wordt NIET als bestuurder van een motorrijtuig beschouwd?
Correcte antwoord is: De bromfietsinstructeur die les geeft, terwijl hij bij de leerling achterop zit.
Bij rijonderricht voor de categorie AM(2) (bromfiets) en categorie A1, A2 en A is de leerling zowel de feitelijke als de juridische bestuurder.
16 / 50
16. Waar mag de bestuurder zijn voertuig niet laten stilstaan volgens Artikel 23, lid 1f?
Stilstaan is verboden op de rijbaan langs een busstrook.
17 / 50
17. Wat is voor wat betreft het inhalen juist?
18 / 50
18. Wie moet voorrang krijgen volgens Artikel 15, lid 1?
Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders.
19 / 50
19. Wat betekent een wit kruis op een rijstrook?
Een wit kruis betekent dat de rijstrook gesloten is en verlaten moet worden.
20 / 50
20. Moet iemand, die achter het stuur van een gesleepte personenauto zit, in het bezit zijn van een geldig rijbewijs categorie B?
Ja, het is en blijft een motorrijtuig volgens de WVW, ook al wordt dit motorrijtuig gesleept, dus is een rijbewijs verplicht.
21 / 50
21. Je staat in een stilstaande file op de snelweg. Wanneer zet je de motor af?
De Rijprocedure specificeert: motor afzetten bij stops langer dan 1 minuut. Dit balanceert milieubesparing met praktische overwegingen. Direct afzetten bij elke stop is onpraktisch in kruipende file. Nooit afzetten verspilt brandstof en vervuilt onnodig. Overzien is vaak onmogelijk. Na 1 minuut stilstand is duidelijk dat het langer duurt. Let op: zet tijdig weer aan als beweging zichtbaar wordt om doorstroming niet te hinderen.
22 / 50
22. Wat is een nabocht?
Een nabocht is een bocht waarvan de straal op een bepaald punt aanmerkelijk kleiner wordt, wat extra gevaarlijk is omdat de bestuurder de bocht verkeerd kan inschatten. Een bocht direct na een kruispunt, een S-bocht, of een bocht in een afrit zijn geen definities van een nabocht. De herkenning van dergelijke gevaarlijke bochten is belangrijk voor veilig rijden en wordt behandeld in 'De Rijprocedure'.
Een nabocht is een bocht waarvan de straal plotseling en aanmerkelijk kleiner wordt. Dit type bocht kan verraderlijk zijn en vereist extra aandacht en snelheidsaanpassing, zoals benadrukt in 'De Rijprocedure'.
23 / 50
23. Wanneer gebruik je de claxon volgens de Rijprocedure?
De claxon mag alleen gebruikt worden ter afwending van dreigend gevaar, niet als algemeen waarschuwingsmiddel of bij het inhalen of op een overweg zonder dreigend gevaar. De Rijprocedure benadrukt dat onnodig claxonneren is verboden en als hinderlijk kan worden ervaren.
De claxon mag alleen gebruikt worden ter afwending van dreigend gevaar, niet als algemeen waarschuwingsmiddel. Dit is een belangrijke regel uit 'De Rijprocedure' om onnodig geluidsoverlast en verkeersverwarring te voorkomen.
24 / 50
24. Een leerling vraagt of rijexamens aangepast worden nu ADAS standaard wordt. Wat is de huidige trend en waarom?
Rijexamens evolueren mee met technologie. CBR en vergelijkbare organisaties integreren geleidelijk ADAS-begrip: wanneer te gebruiken, beperkingen kennen, veilig override. Traditionele vaardigheden blijven essentieel omdat niet alle voertuigen ADAS hebben en systemen kunnen falen. De balans verschuift naar 'rijden MET technologie' in plaats van 'ondanks technologie'. Dit reflecteert bredere onderwijsevolutie. Optie A negeert technologische realiteit. Optie C abandoneert essentiele basisvaardigheden. Optie D is unrealistisch. De les: rijonderwijs moet zowel klassieke als moderne competenties ontwikkelen voor complete weggebruikers.
25 / 50
25. Op een onduidelijk kruispunt twijfel je wie voorrang heeft. De andere bestuurder lijkt ook te twijfelen. Wat is de beste aanpak?
De Rijprocedure B benadrukt dat onderling oogcontact of handgebaren de communicatie kunnen bevorderen en bedoelingen verduidelijken. Bij twijfel is communicatie de sleutel tot een veilige oplossing. Dit toont sociaal en defensief rijgedrag.
26 / 50
26. Tijdens een sliptraining merk je dat veel ADAS-functies uitschakelen wanneer ESP ingrijpt. Waarom gebeurt dit?
Wanneer vehicle dynamics systemen zoals ESP actief zijn is het voertuig in een abnormale staat. ADAS-systemen die uitgaan van normale rijomstandigheden kunnen incorrect of gevaarlijk reageren. Prioriteit gaat naar stabiliteitscontrole. Dit toont intelligente systeemhierarchie. Optie A veronderstelt technische limitatie die niet bestaat. Optie C mislabelt intentional design als bug. Optie D introduceert ongefundeerde schade-angst. De les: begrijp wanneer en waarom systemen prioriteiten verschuiven.
27 / 50
27. In een construction zone met tijdelijke barriers detecteert Side Assist constant 'obstakels'. Hoe gebruik je dit als teachable moment?
Construction zones illustreren perfect waarom menselijke contextual understanding cruciaal blijft. Het systeem detecteert correct - er zijn objecten nabij - maar kan niet onderscheiden tussen threats en infrastructure. Bestuurders moeten constant vertalen tussen letterlijke sensor-data en situational meaning. Optie A focust op symptoom-bestrijding. Optie C adresseert niet de waarschuwingen. Optie D misplaatst verantwoordelijkheid. De les: mensen blijven nodig als interpreters.
28 / 50
28. Tijdens hevige regen merkt je leerling dat meerdere ADAS-waarschuwingslampjes aangaan. Wat is de beste uitleg?
Camera's kunnen gehinderd worden door regendruppels en condensatie radar kan verstoord worden door heavy precipitation en ultrasone sensoren functioneren anders in natte omstandigheden. Moderne voertuigen detecteren deze verminderde performance en waarschuwen de bestuurder dat bepaalde functies mogelijk niet optimaal werken. Dit is een belangrijke les over systeembeperkingen en transparantie. Optie A suggereert schade waar adaptatie plaatsvindt. Optie C beschrijft functionaliteit die niet bestaat. Optie D introduceert een technisch onmogelijke interferentie. De les: begrijp wanneer en waarom systemen zich aanpassen aan omstandigheden.
29 / 50
29. Tijdens een complexe verkeerssituatie geven Lane Keep Assist en Blind Spot Warning tegenstrijdige feedback. Wat is de juiste interpretatie?
ADAS-systemen opereren vaak onafhankelijk met specifieke taken. LKA focust op rijstrookmarkering BSW op objecten in blinde hoek. In complexe situaties kunnen hun adviezen conflicteren. De bestuurder moet de complete situatie beoordelen en de juiste actie kiezen. Dit illustreert waarom menselijk oordeel essentieel blijft. Optie A veronderstelt defect waar normaal gedrag optreedt. Optie C pathologiseert system design. Optie D introduceert hierarchie die niet bestaat. De les: begrijp dat ADAS-systemen puzzelstukjes zijn geen complete oplossing.
30 / 50
30. Tijdens verschillende weersomstandigheden in één les (zon, regen, mist) merk je dat ADAS-performance varieert. Hoe integreer je dit in je instructie?
Verschillende weersomstandigheden vereisen aangepaste ADAS-gebruik. Bij regen: verwacht verminderde camera-prestaties maar stabiele radar. Bij mist: beide kunnen beperkt zijn. Zon kan verblinding veroorzaken. Leer leerlingen herkennen wanneer systemen suboptimaal werken en compenseer met aangepaste rijstijl: grotere marges, lagere snelheid, verhoogde alertheid. Optie A verspilt leermogelijkheden. Optie C suggereert abrupte wisselingen waar graduele aanpassing beter is. Optie D is gevaarlijk - slecht weer vermindert vaak ADAS-effectiviteit. De les: ontwikkel weerspecifieke technologiestrategieën.
31 / 50
31. Een rolstoel-scootmobiel combinatie (gekoppeld) rijdt op fietspad. Toegestaan volgens voertuigcategorieën?
Gekoppelde combinatie waarschijnlijk te breed voor fietspad. Moet uitwijken naar rijbaan of losgekoppeld.
32 / 50
32. Een motor parkeert op de stoep tussen fietsenrekken. Toegestaan volgens artikel 24 RVV 1990?
Motorvoertuigen mogen niet op trottoir parkeren, ook niet tussen fietsenrekken. Voetgangersgebied moet vrij blijven.
33 / 50
33. Op een rotonde zie je een fietser die de rotonde wil oprijden. Jij bent al op de rotonde. Wie heeft voorrang?
Volgens artikel 18a RVV 1990 heeft verkeer op de rotonde voorrang op verkeer dat de rotonde wil oprijden. Dit geldt ook ten opzichte van fietsers, tenzij verkeersborden anders aangeven. Optie A is onjuist; kwetsbaarheid is geen reden voor voorrang op een rotonde. Optie C is onjuist; de regel van rechts geldt niet voor het oprijden van een rotonde ten opzichte van verkeer dat al op de rotonde is. Optie D is gevaarlijk en onjuist; er zijn duidelijke voorrangsregels.
34 / 50
34. Op een weg zie je verse oliesporen in bochten. Wat doe je volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?
Oliesporen zijn gladder dan normale weg. Vermijd ze, vooral in bochten. Bij ernstig gevaar voor anderen: waarschuw politie 0900-8844.
35 / 50
35. Op een parkeerplaats zie je een bord "schuin parkeren". Je wilt achteruit inparkeren. Is dit toegestaan volgens artikel 25 RVV 1990?
Bij schuin parkeren (aangegeven door verkeersborden of markeringen) moet je vooruit inparkeren. Dit is veiliger bij het wegrijden omdat je beter zicht hebt op het verkeer. Achteruit inparkeren is in deze situatie niet de bedoeling en kan gevaarlijk zijn. Optie B, C en D zijn onjuist.
36 / 50
36. Op de snelweg zie je een auto met een rode vlag uit het raam. Wat betekent dit volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?
Rode vlag waarschuwt voor uitstekende lading (meer dan 1 meter). Houd extra afstand en wees alert op vallende objecten.
37 / 50
37. Een deelscooter staat midden op een brug over de snelweg. Wat doe je volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?
Scooter op brug is gevaar voor snelwegverkeer als hij valt. Bel direct 112. Verplaats alleen als het veilig kan zonder eigen gevaar.
38 / 50
38. Op een T-splitsing kom je van de zijweg. Op de doorgaande weg geldt éénrichtingsverkeer naar links. Mag je rechtsaf volgens artikel 15 RVV 1990?
Nee, éénrichtingsverkeer betekent dat je alleen in de aangegeven richting (in dit geval naar links) mag rijden. Rechtsaf slaan zou tegen de rijrichting in zijn, wat verboden is en gevaarlijk. Optie B, C en D zijn onjuist.
39 / 50
39. Een Tesla Model S voor je remt regeneratief zonder remlichten. Je botst er bijna op. Wie aansprakelijk volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?
Je moet voldoende afstand houden om te stoppen, ook zonder remlichten. Regeneratief remmen is legaal. Jouw verantwoordelijkheid.
40 / 50
40. Je rijdt 's nachts en je dimlichten vallen uit. Alleen groot licht werkt nog. Wat doe je volgens artikel 58 RVV 1990?
Zonder werkend dimlicht mag je niet rijden omdat je geen adequate verlichting hebt voor tegemoetkomend verkeer en je zelf niet goed ziet. Groot licht mag niet permanent gebruikt worden vanwege verblinding. Je moet stoppen en hulp inschakelen. Optie A, C en D zijn onveilig en illegaal.
41 / 50
41. Een scootmobiel rijdt op het fietspad met 10 km/u. Je nadert op de fiets met 20 km/u. Hoe ga je voorbij volgens artikel 3 RVV 1990?
Op het fietspad haal je links in, net als op de rijbaan. Doe dit voorzichtig met voldoende afstand. Een scootmobiel kan onverwachte bewegingen maken.
42 / 50
42. Op snelweg passeer je bord "gevaarlijke stoffen verboden". Je vervoert jerrycan benzine. Toegestaan volgens ADR-regels?
Verbod geldt voor transport gevaarlijke stoffen bedrijfsmatig/grote hoeveelheden. Privégebruik kleine hoeveelheden (jerrycan) toegestaan.
43 / 50
43. Op een kruispunt zonder verkeerslichten regent een verkeersregelaar het verkeer. Hij geeft een stopteken maar het verkeerslicht springt op groen. Wat doe je volgens artikel 82 RVV 1990?
Aanwijzingen van een bevoegde verkeersregelaar gaan altijd voor op verkeersborden, verkeerslichten en verkeersregels. Je moet stoppen ondanks het groene licht. Optie A is onjuist; de hiërarchie van verkeersregels is duidelijk. Optie C en D zijn onjuist; je moet de aanwijzing direct opvolgen.
44 / 50
44. Je staat voor een rood verkeerslicht. Een fietser komt van achteren en gaat rechts van je staan in de opstelstrook. Het licht wordt groen. Wie mag eerst volgens artikel 15 RVV 1990?
Een fietser in een speciale opstelstrook (vaak met een fiets-symbool) heeft bij groen licht voorrang om weg te rijden, ongeacht zijn positie ten opzichte van auto's. Dit voorkomt dat fietsers klem komen te zitten bij afslaand verkeer of andere auto's. Optie A, C en D zijn onjuist; de opstelstrook geeft prioriteit.
45 / 50
45. Je nadert een brug. Bord toont "max. 3,5 ton". Je auto weegt 2 ton, caravan 2 ton. Mag je over volgens artikel 62 RVV 1990?
Gewichtsbeperking geldt voor totale combinatie. 2 + 2 = 4 ton, dus te zwaar. Je moet omkeren of caravan afkoppelen.
46 / 50
46. Een lesauto maakt noodstop op 50-weg. Alarmlichten gaan aan. Leerling en instructeur stappen uit en wisselen. Correct volgens rijopleiding?
Instructeur mag beslissen te wisselen als leerling niet verder kan (stress/onwel). Alarmlichten waarschuwen. Veiligheid voorop.
47 / 50
47. Je rijdt achter een auto waarvan de kentekenplaat half bedekt is met modder. Twee cijfers zijn onleesbaar. Is dit strafbaar volgens artikel 41 RVV 1990?
Kenteken moet altijd volledig leesbaar zijn, ook bij modder/sneeuw. Bestuurder is verantwoordelijk voor schoonhouden. Boete mogelijk bij onleesbaarheid.
48 / 50
48. Op een T-splitsing kom je van de zijweg. Een fietser op de doorgaande weg steekt zijn hand uit naar links. Wat betekent dit volgens artikel 13 RVV 1990?
Uitgestoken arm naar links betekent linksaf slaan. Fietser heeft voorrang op doorgaande weg, wacht tot hij afgeslagen is.
49 / 50
49. Een brandweerauto zonder signalen staat dwars over de weg. Brandweerman gebaart om te rijden. Mag je passeren volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?
Volg aanwijzingen hulpverleners. Als brandweerman gebaart te passeren, mag dat. Hij overziet de situatie.
50 / 50
50. Een vrachtwagen voor je verliest lading op de snelweg. Wat is je eerste actie volgens artikel 5 Wegenverkeerswet?
Eerst afstand creëren voor reactietijd, dan achterliggers waarschuwen met alarmlichten. Daarna pas bepalen of uitwijken of remmen nodig is.
Examen Herstarten