Hoofdstuk 3.6 van de Rijprocedure B, onder "Tram-/bushalte" en "Voor laten gaan", stelt: "Een bestuurder van een autobus die binnen de bebouwde kom met zijn richtingaanwijzer te kennen geeft weg te willen rijden, daartoe gelegenheid geven." Dit is een wettelijke verplichting die de doorstroming van het openbaar vervoer bevordert.
Hoofdstuk 3.6 van de Rijprocedure B, onder "Tram-/bushalte" en "Voor laten gaan", stelt: "Een bestuurder van een autobus die binnen de bebouwde kom met zijn richtingaanwijzer te kennen geeft weg te willen rijden, daartoe gelegenheid geven." Dit is een wettelijke verplichting die de doorstroming van het openbaar vervoer bevordert.